28 x Andalusië, 15 – 21 ANTEQUERA

strijdperk

Martes veintesiete febrero. Antequera ligt op 575 hoogte, 55 km boven Malaga. Het is een Andalusisch provinciestadje van ca 40.000 inwoners en heeft een arena voor stierengevechten. Stieren opjagen, in een hoekje drijven en dan gefaseerd doodsteken onder luid handgeklap vinden Spanjaarden net zo gewoon als Nederlanders vissen, kievitseieren rapen, kistkalveren slachten, haantjes shredderen, bokken kelen en op weerloze dieren jagen.  Het enige verschil: stieren willen uit pure wraakzucht de belagers nog weleens te grazen nemen. Met Drenthe heeft de Antequera regio gemeen dat er vroeger Hunnen woonden.

vlag van Andalusië

Miércoles veintiocho febrero. Dia de Andalucia, dag van Andalusië. Op deze dag wordt herdacht dat de regio Andalusië, met als hoofdplaats Sevilla, op 28 februari 1980 als autonome regio werd erkend door de Spaanse regering. De scholen zijn gesloten en de winkels hebben aangepaste winkeltijden. Veel musea zijn op deze dag gratis toegankelijk.

Antequera, amandelboom en zware luchten

Jueves uno marzo. Hoewel archeologische opgravingen en steenklompen zoals hunebedden op ons doorgaans de aantrekkingskracht hebben als Staphorster klederdracht op een lingeriefetisjist, bekijken we toch de folder over dolmens in Antequera aandachtig. De folder en de regen slagen erin ons vandaag thuis te laten blijven. Het wordt een dagje lezen en later de stad bewandelen. We zien conventen met gesloten deuren, prachtig betegelde halletjes, door amandelbloesem begeleide vergezichten en fitnessapparaten in de vrije ruimte. Die zie je in deze regio alom.

 

(detail) M. Sánchez

Viernes dos marzo. Voor het eerst een paraplu gekocht in Andalusië, dus op naar het MAD,

marmerijs

het prachtige, maar bijna uitgestorven Museo de Arte de la Diputación. Naast een vaste collectie, met o.a. werk van Leoncio Talavera met het ontroerende doek Niño con cisne (jongen met zwaan), Antonio Reyna Manescau, José Navarrete Oppelt, Enrique Symonet y Lombardo, Adolfo Ocón, en folkloristische, ontwapenend onnozele,

M. Sánchez – La nave de los locos

stierenvechters van José Denis Belgrano is er recent werk te zien van Juan Miguel Quiñones: kleine marmeren sculpturen van taartjes en ijsjes. En van Matías Sánchez: grote verhalende doeken met duidelijke middeleeuwse invloeden. Vooral voor de grote doeken van Sánchez kom je gemakkelijk op (en erover) de zes seconden die museumbezoekers gemiddeld stilstaan om een werk te bekijken.

La Nave de los locos van Sánchez = Het Narrenschip van Jeroen Bosch.

bibliotheek Antequera

Sábado tres marzo. We bezoeken de openbare bibliotheek in Antequera, gevestigd

naambord bieb

in een prachtig gebouw met een stijlvol binnenplein. Het doet me aan een klooster denken. Bovenop het torentje een nestelende ooievaar. De bieb werd geopend in 2004. Er is een gedeelte voor kinderen en op de eerste verdieping voor volwassenen. Het is zaterdag en er wordt goed gebruik gemaakt van de lees- en studiezaal. De donkerhouten kasten en het hoge gebogen plafond geven de ruimte de grandeur die je in films van Harry Potter ziet en in moderne leeszalen mist. Waar vind je nog echte encyclopedieën? Nou, hier.

Alejandro y Javier

Er zijn relatief veel jongeren, sommigen met een laptop, allen met smartphones en velen met grote schrijfblocs. Naast elkaar aan een grote leestafel zitten Javier Peral Aguilar en Alejandro Rodríguez Terrones. Beiden zijn zestien jaar. Ze zitten hier geregeld te studeren, bijna elke zaterdag en vandaag de hele dag. Alejandro vertelt dat hij aanstaande maandag een toets heeft, vandaar zijn studiezin. Javier leest een boek voor de literatuurlijst. Terwijl ik hen fluisterend spreek is het verder doodstil. Een meisje verderop, druk bezig met het maken van aantekeningen voor een geschiedeniswerkstuk, kijkt me al eens wat bozig aan en na vijf minuten komt de bibliothecaresse ons tot stilte manen. Met een optimistisch gevoel over Spanjes toekomst, vertrek ik.

Hee, waar hoorde en zag ik de naam Aguilar eerder? In Cordoba zag ik een borstbeeld van Monsénor Antonio Gómez Aguilar (1927 – 1993). Familie van Javier Peral?

strak, strakker, strakst

Antequera bezoeken zonder een blik op de dolmens geworpen te hebben gaat eigenlijk niet. In 2016 kwam de internationale erkenning, waar elke hunebeddenshow naar hunkert, van de werelderfgoedlijst van de Unesco en dat is te zien. Een heuse receptie met een videopresentatie in het Spaans, het Spaans en het Spaans, een indrukwekkende, strakke toegangspoort en een ruime parking. Te zien zijn grote stenen blokken die kamers vormen waarvan de daken bestaan uit lateien of valse

twee x profiel

koepels. De drie tombes die begraven lagen onder de originele aarden grafheuvels behoren tot de meest opmerkelijke architecturale bouwwerken van de Europese prehistorie. Maar het mooist van al is een in de verte zichtbaar profiel van een kop die, als Beatrix’ contouren op een postzegel, in het beton op de voorgrond wordt gespiegeld.

afwatering

Domingo cuatro marzo. Zon en regen wisselen elkaar vandaag af als winst en verlies bij Ajax. Er oefent een goed klinkende tenor in ons trappenhuis. De akoestiek is perfect. De open ruimte nodigt hem uit om tussen de strakke toonladders door te roken. In het paleisachtige stadsmuseum, Museo de la ciudad de Antequero, mag je niet fotograferen, zie ik helaas te laat. De suppoost met wapenstok knipoogt. Op de museumwebsite stopt de programmeringsinfo bij 2015. Bij regen klateren vier fikse waterstralen uit de geopende slangenbekken aan de gooteinden op de binnenplaats. Bij het horen en zien ervan gaan vele oudere señores onmiddellijk met mij naar de aseos om daar broederlijk naast elkaar staand, benen wat uit elkaar, kont iets naar achteren, de blik bestuderend gericht op interessant afbladderend stucwerk dertig centimeter voor ons, met een groot gevoel voor timbre, lichter klaterende stralen te produceren. En vooral de concentratie niet verliezen!

Op de begane grond de verplichte, misbare, archeologische brokken, scherven en stukken. Op de eerste verdieping

saaie, want te bont geborduurde, overgooiers als werkkleding voor pastoors, kardinalen en bisschoppen. Verder geestelijke parafernalia van zilver en vormloze, kleurrijke, joekels van schilderijen van dimensieloze, blijde bijbelse taferelen die in hun eenzijdigheid, de gruwelen van de eerste vijf Bijbelboeken zijn hier niet te zien, de afgebeelde ongeloofwaardigheden slechts versterken.

 

Gehangende

Weer iets hoger José Maria Fernandez (1881 – 1947) en bovenin, het dichtst bij de hemel en de water spuwende slangenbekken, Cristóbal Toral (1940). Fernandez, een tijdgenoot van Edward Munch, wekt de indruk Munchs werk (De schreeuw) te kennen (zie de gezichtsuitdrukking van de gehangende).

De zaal met Toral maakt ons bezoek de moeite waard. Fijn en realistisch geschilderde, verweesd en eenzaam rondkijkende vrouwen op bedranden, een dode emigrant naast zijn schamele bezittingen, heel veel troosteloos en treurniswekkende collecties dozen, opgestapelde meubels en kastjes. Ze willen je een verhaal vertellen dat veel verder gaat dan dat van de obligate kerkvaderen twee verdiepingen lager.  De verwijzing naar de spullen die na deportaties van vele Joden in WOII overbleven, is glashelder. Toral klaagt de terroristische barbarij aan en noemt daarbij Daesh oftewel I S bij naam.

Wolfgang

Lunes, cinco marzo. Aan de grootste en drukste winkelstraat in Antequera, de Calle Infante Don Fernando, die de stad doorsnijdt van het kasteel naar de stierenvechtersarena, zie ik Wolfgang zitten, een vriendelijke meneer met een wit sikje en een paardenstaart onder een pet. Voor hem een bakje met wat muntgeld. Ik schiet hem aan met mijn vaker gestelde vraag: “Habla usted Inglès?” en tot mijn verbazing antwoord hij – in het Engels – bevestigend. Mooi dat scheelt alvast. Inge loopt even door en wacht verderop in de straat. Ik wil weten hoe hij in het straatleven verzeild raakte en vraag hem of ik hem enkele vragen mag stellen en of ik hem mag fotograferen.  “Of course,” is het snelle antwoord. Wolfgang is negenenvijftig jaar oud, afkomstig uit Duitsland, hij is niet getrouwd en heeft twee dochters van 34 en 25 jaar oud. Hij heeft geen contact met zijn dochters en hun moeder, dus hij weet niet hoe het hun gaat en of er kleinkinderen zijn. Duitsland heeft echt voor hem afgedaan. Hij heeft geen vast adres. Als ik hem vraag wat er gebeurt als hij een keer ziek wordt, houdt hij zich op de vlakte.

Zijn beroep is ‘Steinmeister’. Heel af en toe heeft hij losse klussen bij particulieren. Een keer helpen bij de verbouw van een huis, een schoorsteen metselen, dat werk. Of het leven op straat hem bevalt? “Zeker, ik ben helemaal vrij. Ik heb nu alle tijd.  ’s Morgens ga ik hier zitten, op mijn in plastic zakken verpakte twee slaapzakken. Dit is alles wat ik heb. ’s Middags om ongeveer drie uur, krijg ik een warme maaltijd van een heel aardige Braziliaanse vrouw. Ik slaap op straat, dat wil zeggen bij de overkapte entree van een gerechtsgebouw, je weet wel, zo’n straatje waarlangs ze verdachten naar binnen brengen.” Terwijl we doorpraten verander ik van houding en ga even op de tegels zitten. Ik wil niets romantiseren, maar Wolfgang maakt bepaald geen zielige indruk. Terwijl ik met hem praat, worden er geen munten in het voor hem staande doosje geworpen. “Spanje bevalt me heel goed, het weer is prima. Nee, ik heb geen computer. Ik had een mobieltje, maar dat is kapot. Spanje heeft geen sociaal vangnet voor mensen als ik. Wel kun je per week drie warme maaltijden krijgen in steden als Antequera. Als ik me wil douchen, neem ik voor een nacht een kamer in een hostel, voor ongeveer € 15,-.” Zonder het te merken zijn we overgegaan van het Engels op het Duits. Wolfgang: “Ik spreek vijf talen: Spaans, Duits natuurlijk, Engels, Portugees en een heel klein beetje Nederlands.” Als ik wegga en hem groet geef ik hem mijn kaartje met (website)adres, kan hij het nog een keer nalezen. Ik besef dat ik hem in gedachten niet een bedelaar zou noemen, maar, eeh, een vrije dakloze. “Wolfgang, alles gute!”