Bert Wagendorp ‘Fictie moet de sport redden’ (Kees Fens-lezing)

Zoals Dolberg na een fraaie actie juichend naar de trainer loopt, zo haakt Bert Wagendorp na een geslaagde grap graag aan bij de lach van zijn hoofdredacteur Philippe Remarque (dankzij Volkskrant-columnist Silvia Witteman bij mij beter bekend als Huisgenoot P) en literatuurrecensent Arjan Peters, zeg maar de Louis van Gaal van de VK. Beide mannen zitten pal voor mij. De een met schreeuwende happy socks en de ander met saaie zwarte kniekousen. Zou Sylvia zijn was doen, vraag ik me af. “Is uw vrouw hier, ik ben een fan van haar,” fluister ik Remarque in zijn oor. “Nee, ze houdt niet van sport,” is zijn zwakke excuus, alsof het onderwerp er iets toe doet. Nee, maar ze houdt wel van literatuur en de lezing gaat over beide, denk ik. Hij buigt zich voorover en toont de rimpels bij de slecht afgewerkte mouwinzet van zijn colbert. Heerlijk, zo’n doordeweeks dagje Amsterdam. Een gratis lezing van Wagendorp, stercolumnist bij de VK, vooral nadat NRC-hoofdredacteur Vandermeersch een keer in de societyrubriek van DWDD verklaarde Wagendorp graag in de NRC-stal te zien. Met een Kruidvatkaartje met het spoor naar de hoofdstad. Opvallend dat tegenwoordig elke machinist in zijn toespraakje naast de overstapkansen ook het gemis aan vertragingsminuten noemt. En in navolging van de CDA-leus de taalfout in ‘een hele goede morgen’ etaleert.  De Rode Hoed is gevuld met senioren die het zich kunnen permitteren overdag gratis lezingen te bezoeken. Vintagejasjes, coltruien en extreem hoog opgetrokken broeken. De voorste rij stoelen is gereserveerd. Een grijze meneer knikkebolt nog voordat Wagendorp is begonnen. Een oude mevrouw gaat lekker op het bordje ‘gereserveerd’ zitten. Achter mij hoor ik een geprangde stem: “Hèhè, we gaan eindelijk weer eens uit onder leeftijdsgenoten,” en even verder gekweld: “Ik moest lessen Nederlands overnemen. Ach, wilde ik wel hoor, maar de bijgeleverde teksten zaten vol fouten.” De klaagzang stopt als Stijn Fens plaatsmaakt voor de spreker van dienst. Wagendorp houdt een schitterend betoog over sport (de belangrijkste bijzaak die bestaat) en Fens (ooit een rechtsbenige linkermiddenvelder). Sport wordt draaglijk door fictie. Buddingh, Krabbé, Mulder zijn de meestervertellers. En natuurlijk Fens en Wagendorp. Vanwege zijn steeds afzakkende bril oogt Wagendorp wat breekbaar. Zonder gene verheerlijkt hij Abe Lenstra, de beste voetballer ooit, en verguist hij Johan Cruyff dankzij wie wij twee wereldkampioenschappen zijn misgelopen. Wagendorp, humoristisch, op het cabareteske af, Groenloër met Friese roots, spaart Amsterdam en Ajax niet. Wagendorps tekst is al vooraf te koop voor € 5,- Ik vrees papiergeritsel met al die oudjes, zoals meelezers bij de Matheus Passion een extra roffeltje invoegen bij Jezus’ lijdensweg als het einde der pagina’s wordt bereikt, maar het valt mee. De Rode Hoed is niet uitverkocht en dat is jammer. Of regeert hier de wet van de gesponsorde stoelen waarbij vooraf bestelde stoelen niet bezet worden omdat de kaarteigenaar liever naar een paaldansclub verderop gaat?

Na afloop klinkt jengelmuziek. Hadden ze nu niet even Eeuwe Zijlstra kunnen inhuren om het indrukwekkend hoge orgel (een Flaes/Adema in een kast van Westerman) te bespelen? Als Huisgenoot P en Peters aanschuiven in de rij voor een handtekening, gaan wij de Jordaan in.