Salomon Levy II, over echte ‘Salomonnen’ en meer

plaggenhut (een in de buurt van Zwaagwesteinde veel voorkomende woonvorm in de 18e eeuw)

(Getriggerd door het aangekondigde muziekspektakel ‘Het Kollumer Oproer’ over Salomon Levy <van 4 t/m 8 juli 2019 in Kollum>; met Syb van der Ploeg als Salomon Levy, ben ik even in mijn familiehistorie gaan kijken). Hoe zagen mijn voorouders van moeders kant eruit? Wordt dat ook beschreven door De Haan in Salomon Levy? Hoe zag de Noordoost-Friese wereld eruit eind 1700? Bij De Haan lezen we dat Zwaagwesteinde, een ventersdorp in de overgang van boerendorp naar heidedorp, zo’n 110 huizen ‘met een belastbare schoorsteen’ telde, waarvan 77 betaalvrijstelling hadden. In 1749 bestond de (beroeps)bevolking uit 17 arbeiders, 13 boeren, 5 weduwen, 4 karakteristieke heidelui, 4 handelslui, 3 schippers, 2 onbekende oude mensen, 1 spinbaas, 1 winkelier en 1 matroos. Slechts zes van de eenenvijftig huishoudens ontkwam aan de armoede (aldus H. De Haan in Salomon Levy). De Haan wordt na de secce beschrijving van gedocumenteerde informatie wat overmoedig als hij zich waagt aan subjectieve waarnemingen. Dat geeft hij ook zelf wel toe met: “….het is dansen op het slappe koord, maar laten we het proberen…” De Haan vervolgt met het inventariseren van Salomons eigenschappen: actief, vrijmoedig, intelligent, handelsgeest, spreekvaardigheid, toneeltalent, niet overmatig eerlijk, aanpassingsvermogen en zwerflust. Als Salomonachtige (sic!) beroepen worden, rekening houdende met de invloed van ingetrouwde partners,  genoemd: kooplieden, intellectuelen (gesproken wordt over een onderwijzeres, gemeentesecretaris en een dominee), politici, geldmagnaten, toneelspelers, enz. Het gaat nog verder.  Na een relativerend statement: ‘Zijn de afstammelingen van Salomon op het hoogtepunt van hun ontwikkeling (4e en 5e generatie) echte Salomonnen?’ De Haan durft het zelfs aan Salomons invloed op het uiterlijk van de Westereintsjers te beschrijven. De Sikkema’s (K. Sikkema sr. en K. Sikkema jr. in ‘Zwaagwesteinde, het ventersdorp op de Friese heide’) citerend, zegt hij: ‘Door vermenging van Salomons Joodse bloed met dat van de destijds al aanwezige zwerversbevolking zou een typisch ‘meng-ras’ zijn ontstaan.’ Het verenigt kenmerken van de Joodse koopman met die van de aan ontberingen gewende zwever. Let op, nu komt het: ‘Grote, forsgebouwde mensen treft men in Zwaagwesteinde niet aan, het haar is donker, soms zelfs rossig en donker is ook de huidskleur.’ De Sikkema’s: ‘… men herkent in de bruinogige krullebollen vaak nog onmiskenbaar de invloed van het volk van Israël.’ De kinderen van Salomon zouden zich vanwege hun bruine huidskleur ‘Bruinsma’ en later ook ‘De Bruin’ genoemd hebben.’ De Haan concludeert zonder op tegenspraak te rekenen: ‘Men kin dit sûnder mear oannimme.’

Glas van Dave Chihully in het Groninger Museum

T/m 5 mei 2019 is de glasverzameling van Dale Chihully nog te zien in het Groninger Museum. Ik hoorde er iemand over pochen. Ach, iedereen kan zich vergissen. Maar ja, niet iedereen heeft jeugdherinneringen aan een glazen asbak op tafel waardoorheen magische kleuren sliertten als uitgerekte olieresten in een sloot, of aan uitvergrote kleuren in het verenkleed van een kievit of een sierduif. Niet iedereen paart in het geheugenlabyrint de kleurenexplosie van de glazen bollen aan een doos kerstballen of stuiters die, eenmaal tevoorschijn getoverd vanachter het knieschot, de kleurenreceptoren in je ogen bijna deden exploderen als onweer je oren. Ook niet elkeen zal in zijn jeugd bij de Chinees hebben  gegeten, zittend naast een aquarium waardoorheen felgekleurde tropische visjes heen en weer schichtten als ongestuurde raketjes op oudjaarsavond. Die jeugdbeelden komen bij mij op als boertjes na een vette maaltijd als ik de kitscherige, fabrieksmatig geconcipieerde glasproducties in Engelse-dropkleuren aanschouw in het Groninger Museum. Het carnavaleske glas probeert zo fanatiek op een koraalrif te lijken dat het blasfemische proporties aanneemt. Hier, zo realiseer ik me, wordt een loopje met k u n s t genomen. Dat de museumdirectie heeft besloten een extra € 5,- te leggen op de entree voor handenarbeid en huisvlijt is onderkoeld gezegd onkies. Huur een ploeg eersteklas glasblazers in, zet die in een goed geoutilleerde fabriekshal en laat ze glas blazen en draaien en druppend uitrekken en weer afkoelen dat het een aard heeft. Zet twintig rode glazen kaarsen rechtop in een grindbak in de buitenlucht en laat het publiek   denken dat dit soort geglazuurde pijlstaarterecties moeilijk maakbaar en daardoor kunstig zijn. Demonteer de losse, nog nasissende en druipende onderdelen zoveel mogelijk, leg ze in met piepschuim beklede, gewatteerde kisten en transporteer die naar musea in provinciehoofdsteden waar men houdt van kerstballen, druipkaarsen en zich verwonderen over fake transportproblemen. Echt, iedereen mompelde: “Hoe hebben ze dit hierbinnen gekregen?” Miniaturen worden in de museumwinkel aangeboden voor oversized prijzen: van € 6.000 – € 7.500,- Zoveel opgeblazen lucht verdraagt dit mooie museum niet; we zien op het oog onverwoestbare stalen spanten in de Coop Himmelb(l)au-vleugel spontaan corroderen ten teken van een geelhesjesgevoel dat onhoorbaar maar permanent NEE roept, als een viraal gaand twitterbericht van een gedrogeerde Brexitvoorstander. Mendini zou zich in zijn graf ….

Ramses 85 in de Grote kerk Emmen 28 februari 2019 (€, 27,50)

Met aanjagers/zangers Anne de Blok en Stephan Peters waait er een muzikale wind door de Grote Kerk in Emmen die de bezoekers vrolijk stemt. De band Shaffy 85 speelt de witkalk van de muren en de antieke kroonluchters vibreren zichtbaar, een beetje als het ingetogen publiek dat staand het slotnummer meezingt. Expressief, enthousiast, opzwepend, speels, beweeglijk, inventief, gevoelig, spontaan en vooral muzikaal tot op het bot zijn ze alle vijf: zangeres, actrice, sing&songwriter, theatermaakster en presentatrice Anne de Blok, zanger Stephan Peters (studeerde cum laude af aan het conservatorium), pianist Jochem le Cointre (studeerde aan de New York Piano Academy), bassist (¡Broeia!- en Doppler Trio-lid) Floris Jan van den Berg en drummer Tim Hennekes (21, winnaar van Outstanding Talent Award).

Twee uitstekende keuzen had Rotary Emmen gemaakt met Shelterbox als goed doel en als muzikale act Shaffy 85. De soms toch wat stoffige muziek van chansonnier Shaffy en List kreeg met deze vijf jonge gasten een push up, een boost, een extra vibe. En in de pauze was er voldoende tijd om even naar de kunst aan de muren te kijken, bij te praten over skioorden, de aftrekbaarheid van voorjaarsvakantiekosten voor burn-outlijders, op te scheppen over de kinderen, de nieuwe leasebak of de beste tijd op de Col-du-Vam, en te genieten van een drankje en de retrohapjes leverworst, salamischijfjes, minibifiworstjes, droge worst en komkommerschijfjes: Rotary Emmen -never a dull moment.

Het best zijn de zangers als de beide markante barkrukken worden gelaten voor wat ze zijn zodat Anne en Stephan de zaal kunnen betoveren met een superstrak dansje voor het podium en hun aanstekelijk vrolijke zang. De nummers Houd van mij als de wind, het schitterende, meer dan 100 jaar oude Mens durf te leven (van Dirk Witte), De een wil de ander, Zo triest (om een vrouw), het tijdloze An en Jan en veel meer werden afgewisseld met goede instrumentale solo’s: een schitterend jazzy uitgewerkt Laat me van pianist Le Cointre (die op afstand iets wegheeft van een juveniele  uitvoering van Guy Verhofstadt) en een langzaam startende en opzwepend eindigende drumsolo van Hennekes vervoerden het publiek, dat met zo’n 170 koppen de zaal zo goed als vulde. Het overbekende Sammy werd graag, zij het bij vlagen nogal a-ritmisch en tegen het valse aan, meegezongen, evenals het overbekende, bijna religieuze Zing, bid, huil, lach, werk enzovoort.

 

 

Bert Wagendorp ‘Fictie moet de sport redden’ (Kees Fens-lezing)

Zoals Dolberg na een fraaie actie juichend naar de trainer loopt, zo haakt Bert Wagendorp na een geslaagde grap graag aan bij de lach van zijn hoofdredacteur Philippe Remarque (dankzij Volkskrant-columnist Silvia Witteman bij mij beter bekend als Huisgenoot P) en literatuurrecensent Arjan Peters, zeg maar de Louis van Gaal van de VK. Beide mannen zitten pal voor mij. De een met schreeuwende happy socks en de ander met saaie zwarte kniekousen. Zou Sylvia zijn was doen, vraag ik me af. “Is uw vrouw hier, ik ben een fan van haar,” fluister ik Remarque in zijn oor. “Nee, ze houdt niet van sport,” is zijn zwakke excuus, alsof het onderwerp er iets toe doet. Nee, maar ze houdt wel van literatuur en de lezing gaat over beide, denk ik. Hij buigt zich voorover en toont de rimpels bij de slecht afgewerkte mouwinzet van zijn colbert. Heerlijk, zo’n doordeweeks dagje Amsterdam. Een gratis lezing van Wagendorp, stercolumnist bij de VK, vooral nadat NRC-hoofdredacteur Vandermeersch een keer in de societyrubriek van DWDD verklaarde Wagendorp graag in de NRC-stal te zien. Met een Kruidvatkaartje met het spoor naar de hoofdstad. Opvallend dat tegenwoordig elke machinist in zijn toespraakje naast de overstapkansen ook het gemis aan vertragingsminuten noemt. En in navolging van de CDA-leus de taalfout in ‘een hele goede morgen’ etaleert.  De Rode Hoed is gevuld met senioren die het zich kunnen permitteren overdag gratis lezingen te bezoeken. Vintagejasjes, coltruien en extreem hoog opgetrokken broeken. De voorste rij stoelen is gereserveerd. Een grijze meneer knikkebolt nog voordat Wagendorp is begonnen. Een oude mevrouw gaat lekker op het bordje ‘gereserveerd’ zitten. Achter mij hoor ik een geprangde stem: “Hèhè, we gaan eindelijk weer eens uit onder leeftijdsgenoten,” en even verder gekweld: “Ik moest lessen Nederlands overnemen. Ach, wilde ik wel hoor, maar de bijgeleverde teksten zaten vol fouten.” De klaagzang stopt als Stijn Fens plaatsmaakt voor de spreker van dienst. Wagendorp houdt een schitterend betoog over sport (de belangrijkste bijzaak die bestaat) en Fens (ooit een rechtsbenige linkermiddenvelder). Sport wordt draaglijk door fictie. Buddingh, Krabbé, Mulder zijn de meestervertellers. En natuurlijk Fens en Wagendorp. Vanwege zijn steeds afzakkende bril oogt Wagendorp wat breekbaar. Zonder gene verheerlijkt hij Abe Lenstra, de beste voetballer ooit, en verguist hij Johan Cruyff dankzij wie wij twee wereldkampioenschappen zijn misgelopen. Wagendorp, humoristisch, op het cabareteske af, Groenloër met Friese roots, spaart Amsterdam en Ajax niet. Wagendorps tekst is al vooraf te koop voor € 5,- Ik vrees papiergeritsel met al die oudjes, zoals meelezers bij de Matheus Passion een extra roffeltje invoegen bij Jezus’ lijdensweg als het einde der pagina’s wordt bereikt, maar het valt mee. De Rode Hoed is niet uitverkocht en dat is jammer. Of regeert hier de wet van de gesponsorde stoelen waarbij vooraf bestelde stoelen niet bezet worden omdat de kaarteigenaar liever naar een paaldansclub verderop gaat?

Na afloop klinkt jengelmuziek. Hadden ze nu niet even Eeuwe Zijlstra kunnen inhuren om het indrukwekkend hoge orgel (een Flaes/Adema in een kast van Westerman) te bespelen? Als Huisgenoot P en Peters aanschuiven in de rij voor een handtekening, gaan wij de Jordaan in.

Vloeken in het stadion, van GVD via Knieschijf, Kutscheids naar HOMO!

Ik heb een seizoenskaart van FC Emmen. Samen met twee ouwe pikken, kameraden voor het leven, bezoek ik zoveel mogelijk thuiswedstrijden van oeze FC. Beide vrienden genoten een roomse opvoeding. De een is nog (zij het stuiptrekkend) praktizerend en de ander is los van het houtje maar dankzij een partner in het christelijk onderwijs nog wel verlijmd aan een dun geloofslijntje, een beetje als een cokesnuiver die nu zogenaamd genoeg heeft aan paddo’s. Zelf ben ik, voorbij het stadium van agnost, ietsist en ietsiepietsist avant la lettre al decennia atheïst, maar als ik weet dat gristenen meelezen voeg ik er vaak aan toe: met een C-waarde (¹) van 50. Als je in Noordoost-Friesland bent opgegroeid met Calvijn, een pragmatische grefo-vader en een doopsgezinde moeder, zondagsschool, catechisatie, bijbellezen na de warme maaltijd, één keer per week naar de kerk, christelijke scholen, dan krijg je een simpele vloek als godverdomme maar moeilijk over je lippen. De hoofdmeester vertelde dat het g-woord eigenlijk een gebed is tot zelfdestructie. Mwaaaah.

Achter ons zit een groepje Drentse mannen. Onder hen een installateur die op zondagmiddag dienst heeft (“Ja, in de meterkast linksboven de knop omdraaien, dat is de hoofdschakelaar en dan kun je XXXX bellen die straks nog even langskomt….”). Vanaf de wedstrijd tegen AZ klinkt achter ons veelvuldig GODVERDOMME, vanaf nu het G-woord, KNIESCHIJF, KUTSCHEIDS en vooral H O M O. Van deze vier stoort ons het ge-HOMO het meest. Na afloop, als we nog even de dyslexieperoblematiek van de Brigata Fanatico bespreken (ze maken in twee woorden evenveel fouten als de Hells Angels in hun naam), overleggen we wat we kunnen doen. Omdraaien en verontwaardigd “Ho ho,” brullen wordt het niet. Een principediscussie aangaan onder de wedstrijd ook niet. Kwaad worden zal hoogstens een fluim in de nek opleveren vrezen we en we hebben nog een hele competitie te gaan. Voorafgaand aan de wedstrijd tegen PEC Zwolle zegt mijn (nog) roomse kameraad: ”Ik heb het even nagezocht op de website van oeze FC: kwetsende spreekkoren zijn verboden. Als we het HOMO-geroep kwalificeren als uitlokking tot het beginnen van kwetsende spreekkoren, dan zijn we er.” De vriend met een vrouw in het christelijk MBO knikt instemmend en we praten verder over de effecten van het racefietsen op de kansen opa te worden.

Pas bij Emmen – NAC, bij Emmen – Fortuna was de installateur absent, draai ik me om en zeg, het is immers de week van de transgenderdiscussie, dat onderzoek heeft uitgewezen dat LHBT-jongeren zich hoogst onprettig en zelfs onveilig voelen bij LHBT-onvriendelijke uitroepen. En, voeg ik eraan toe, “Ik overweeg de laatste tijd zelf ook om homo te worden, enne …” Guess what? Het werkt. De volgende wedstrijden is het rustig. Als Feyenoord op bezoek is vraagt de installateur: “Mag ik nog één keer homo roepen?”

 

(¹) Tien jaar geleden presenteerde Trouw een Calvijn-test met behulp waarvan je je C-waarde distilleerde; vulde je alle gezondverstandvragen met gezond verstand in dan kwam je vanzelf op 50.

Salomon Levy (1750 – 1798)

plaggenhut (een in de buurt van Zwaagwesteinde veel voorkomende woonvorm in de 18e eeuw)

Salomon Levy  klinkt als een langharige, oudtestamentische baarddrager op versleten, rafelige sandalen die, gehuld in een witte jurk, als een transgender avant-la-lettre, op een platte steen ergens in een paradijselijke oase aan de rand van de woestijn, uitpuft na een jonge geit geslacht te hebben. De werkelijkheid is prozaïscher dan het zondagsschoolflanelbordbeeld van bijbelacteurs dat sinds mijn jeugd op mijn harde schijf is geëtst. S. Levy was een Hessische Jood die, via Paderborn, Münster, en enkele plaatsen in de provincie Groningen, in het Friese Zwaagwesteinde (nu: De Westereen) belandde en van wie de kop in 1798 werd afgehakt vanwege zijn rol bij het Kollumer Oproer. Dat ik (bijgezet onder lemma A1093d in Salomon Levy van H. de Haan) van hem afstam geeft een goed gevoel; wie wil nou niet van een ondernemende oproerleider met principes afstammen? Salomon Levy was getrouwd met Fokje Theunis uit Burum. In 1788 werd zoon Theunis geboren en het gezin verhuisde naar Zwaagwesteinde. Levy was van beroep slager en handelaar. In zijn vrije tijd stal hij eens enkele schapen. Tot een veroordeling leidde dit vergrijp niet. In 1795 werd hij veroordeeld tot een jaar tuchthuis wegens diefstal van ’51 ellen doek’.

Ondertussen zuchtten de Friezen onder het Franse juk als renpaarden onder berijders met obesitas en ‘Oranje boven’ roepen kon leiden tot een arrestatie. Dat overkwam boerenknecht Abele Reitses. Reitses werd opgesloten in het Rechthuis in Kollum.

Het rechthuis (rechts, foto: Sake Beerstra)

(In mijn Kollumer periode was in dit pand aan de Trekvaart een kruidenier gevestigd). Levy voerde een groep aan die Reitses wilde ontzetten. Hij zette een juridisch diender een degen op de borst en omdat hij slager was en dus precisiesnijder, wist hij wat deze actie kon lijden: Abel Reitses werd vrijgelaten. De volgende dag dwong Salomon Levy Kollumerzwagers zich aan te sluiten bij zijn groep ‘dreigende hun anders de kop te zullen kloven’ (dixit De Haan). Vanwege deze strapatsen werd Levy veroordeeld door het Leeuwarder Hof tot ‘van het leven ter dood gebracht te worden’. Zijn vrouw Fokje, nu weduwe, hertrouwde met arbeider Jacob Tjibbes de Haan en zij werd winkelierster. Zij overleed in 1839 in huis nr. 100 te Zwaagwesteinde.

Ronald Hanson: De monogamie van de verstrengeling (kenniscafé Emmen 16 01 19, € 8,-)

Met professor Ronald Hanson (1976) die een lezing houdt over quantuminternet heeft het kenniscafé in Emmen weer bereikt wat kenniscafés goed maakt: een bedaagd publiek prikkelen met een uitdagend, complex verhaal. Dat Hanson een jonge spreker is met roots in Emmen (hij is opgegroeid in Emmerhout, was een leerling aan het Esdal College) maakt het extra interessant. Hanson studeerde in Groningen, Delft en California en is directeur van wetenschappelijk instituut QuTech. Dat kenniscafébezoekers de draad kwijtraken bij de antwoorden op vragen uit de zaal: dat hoort er allemaal bij. De zaal is voor 90 % bevolkt met jongens die 50 tot 70 jaar geleden ernstig leden onder de afwezigheid van internet.

Kundig manoeuvreert Hanson ons door de geschiedenis van het exact 50-jarig internet. Van de allereerste inlogpogingen in Stanford en Salt Lake City naar de ambitie om in 2020 een quantumverbinding in Amsterdam, Den Haag, Delft en Leiden te realiseren. Een doel van de quantumcomputer is het realiseren van complete privacy en 100% beveiliging. Ingewikkelde doelen komen voorbij. Bijvoorbeeld dat eigenschappen van elektronen verstrengeld blijven ongeacht de afstand, een beetje als een ouderwets huwelijk dus. Dichterbij dan we denken ligt de mogelijkheid diamanten te produceren die 100% puurder zijn dan de natuurlijk ontwikkelde varianten.

Hanson, met zijn ploeg medewerkers internationaal koploper wat de ontwikkelingen aangaat van het quantuminternet, gunt ons een inkijkje in de laboratoria van de TU in Delft. We maken kennis met de mogelijkheden van teleportatie van data in verstrengelingen. Het NOS-journaal maakte er destijds, in 2014, starring Rob Trip, een interessant item van. Over de verstrengelingen merkte Einstein al eens op: “Spukhafte Fernwirkung; das kann nicht sein.” Hanson zet ons weer met beide benen op de grond als hij uitlegt dat de quantum-ICT zijn oorsprong vond in het uit enen of nullen bestaande telraam. Het uiteindelijke doel: een computer maken die de beste supercomputers verslaat, ligt in het verschiet. Hansons enige faux pas is een ongepaste opmerking over een beroepsgroep die onmisbare kabelfaciliteiten voor laboratoria verzorgt.

Na de pauze wordt een serie vragen gesteld. Dan blijkt dat het nog niet eenvoudig is om ogenschijnlijk eenvoudige, concrete vragen zonder ingewikkelde, abstracte en breedvoerige uitstappen te beantwoorden. De zaal heeft alle begrip en praat gretig na over de monogamie van de verstrengeling.

Kinderburgemeeester,  Maak er wat van!, High Voltage en Klaas Dijkhoff

Met de spetterende muziek van Otto Schwartz High Voltage besluit het Drents Jeugdorkest de nieuwjaarsbijeenkomst in het Atlas Theater op vier januari 2019. De muziek spat de zaal in als dunne verf op een doek. Als deze club losgaat, dan berg je maar. Wat een koper: goud! Vier hoornisten van wie er, net als indertijd noorderling Jacob Slagter, zeker één zal doorbreken in het Concertgebouw Orkest voorspel ik, spelen krachtig. Ook horen we ijzersterke trombones, trompetten en slagwerkers van het niveau van The Analogues en overal onderdoor de subtiele onmisbare muzikale steun van eufoniums.

Vijf aanstormende Loods 13-talenten openen de avond. Naturel even schelden op wat hun thuisbasis niet heeft, en vervolgens tonen ze hun ware aard en talenten door het verbeelden van een prachtige metafoor van overstekende, zelfbewuste zeeschildpadden die na het ontwijken van obstakels de veilige overkant bereiken. Goede stemmen, houding, mimiek, timing en teksten.

Tussendoor beluisteren we de zang van Melissa Meewisse, die zich als een jonge uitvoering van Ellen ten Damme met een vaste musicalstem aan de bomvolle zaal presenteert. Vorig jaar deed ze nog mee aan het Europees Songfestival van Minderheidstalen en nu staat ze op het podium met een band van vijf jonge kerels die lustig en gretig uit haar hand eten als bokken voor de haverkist. Gitaristen die het midden houden tussen bedaagde tokkelaars en bliksems brutale snerpende duvelskunstenaars.

De burgemeester wil een kinderburgemeester naast zich. Hij besluit zijn peptalk met citaten van de filosofen Ernie & Bert. Natuurlijk heeft hij een goed verhaal over het versterken van de economie, de financiën, de democratie en de veiligheid. Maar hij raakt de zaal met het verhaal van Nemr die staatssecretaris Klaas Dijkhoff een relevante maar moeilijke vraag over verblijfsvergunningen stelde. Van Oosterhouts mooiste statement is de verzuchting dat Emmen verre moge blijven van het alles bepalende en verstikkende Randstadraster dat over Drenthe dreigt te worden uitgerold als een asfaltlaag over een karrenspoor.

Je zou bijna vergeten dat er ook nog een culturele prijs wordt uitgereikt aan jeugdboekenschrijver Pieter Koolwijk, die de € 1.000,- braaf gaat besteden aan de vermarkting van zijn boeken in het Engels. Wim Beekman, directeur van FC Emmen wordt Emmenaar van het jaar.

Leuk avondje Emmen en ga vooral door met die informatieve en in tijd begrensde filmpjes. Die voorkomen oeverloze toespraken met een overdaad aan stoplappen, tegeltjeswijsheden en een overkill aan het woord ‘eigenlijk’. Zo blijft er tijd over voor muziek, een zwengel, een gesprek over kwakzalverij en katoenen zakdoeken, een zoen, een hap en wat drank.

Euwe en Sybolt de Jong Kerst in Contrast (Martinikerk Groningen 22 december 2018): orgel en kofferharmoniums

Het gaat bij Kerst in Contrast om de herkenning van de muziek en om het sentiment van Kerst. We  worden verrast met de mooist denkbare muziek die van alle kanten naar het centrale podium stroomt waarna de twee viermans koren in wisselende opstellingen hun loepzuivere zang ten gehore brengen. Het grote kerkorgel, twee koffer- of kistorgels, een alt-viool en een sax completeren het geheel. Heb je de vorige edities van het De Jong & De Jong-kerstspektakel bijgewoond dan zijn het herkenbare melodieën en enkele verrassingen. Kerst is: gekieteld worden met fijne muziek. De in een zijbeuk opgestelde foeilelijke kerstboom benadrukt de kwaliteit van de muziek. De teksten zijn van minder belang. Had het publiek na afloop te horen gekregen dat driekwart van de teksten was vervangen door in het Catalaans, het Latijn en Middelnederlands vertaalde teksten uit de Allerhandefolder, niemand had het gemerkt.  Vooral het zeventiende-eeuwse Catalaanse Fum Fum Fum illustreert deze stelling. 

Je ziet de twee broers die passievol, nauwgezet en meer dan vakkundig musiceren en anderen successen gunnen met, het kan niet genoeg worden gezegd: zeldzaam mooie muziek. Zeldzaam goed uitgevoerd ook. Zeker twee derde van de in een carré om het podium klaarstaande stoelen is verkocht. De prijzen variëren van € 20,- tot € 35,-. In tijden dat de kerken hun uiterste best doen gasten uit de kerken weg te jagen en er weg te houden, is deze publieke belangstelling een prestatie. Zat zeker 75 % van de bezoekers tot vorig jaar bij orgelconcerten op een slechte plaats, nu is met de carrévorm het ei van Columbus uitgebroed. Niet meer buiten in de kou wachten, niet meer rennen om een pilaarvrije plaats; deze opzet biedt alom vrij zicht.

Terugkijkend op het concert kost het moeite niet in elke zin de overtreffende trap te gebruiken. Prachtige jonge stemmen, prachtige kistorgeltjes, een uitmuntende, bijna geile, jazzy sax en een koele, smeltende, altviool. Zelfs afleidende geluiden als een lelijk hoestje, een uit de handen vallende telefoon, een opgevoerde, knetterende Aprilia SRV850 op straat achter de ongeïsoleerde kerkraampjes zorgden eerder voor een glimlach, een beetje als de opluchtende darmontluchtinkjes van een stokoude, dove tante na een copieus kerstmaal, dan voor overlast. De gewone wereld is niet ver, denk je dan even. Eindelijk wordt de kerk gebruikt waar zij het geschiktst voor is. Nu de galmende stemmen van door mensen uitgevonden en uitgemolken religies in het slop zitten, wordt de kerkruimte te gelde gemaakt met verrekt goede muziek.

Heel soms bekruipt me de angst dat de musici te veel willen. Maar dat valt mee, de ambities worden waargemaakt. Het meest interessant is The Lamb, waarbij sopraan Lette Vos een stuk van Tavener in zeven noten zingt waarbij de countertenor in spiegelbeeld antwoordt. Dankzij de toelichting herkennen we de complicaties en ruilen we ‘vloekend’ in voor ‘razendknap’. Het grootste compliment is wellicht dat mijn muziekmaat, iemand die, understatement van het jaar, niet gek is op kerkorgelmuziek, haar zelfs voor aanstichters van misofonie houdt, zeg maar mijn heilige Maria die kan vloeken als een bootwerker en wier muzikale smaak stopt bij Edje Sheeran, The Pointer Sisters en U2, niet in slaap dommelt maar na afloop enthou haar plaats boven de zerkencollectie verlaat. En dat komt geheel op het conto van de broers Euwe en Sybolt, die kunnen spelen alsof ze één zijn. Deze keer hebben ze zichzelf bij de uitvoering een bescheiden plaats toebedeeld. Martini’s huisorgel wordt helaas slechts enkele malen bespeeld. De harmoniums, centraal op het podium opgesteld iets vaker, maar de meeste aandacht gaat, terecht, uit naar de acht superstemmen. Euwe lijkt de organisator en Sybolt de rechter hand Bachs. Meer dan 100 arrangementen maakte hij van de geluidskunstenaar.

De presentatie was deze keer in handen van Annette Timmer. Zij vertelde met fluwelen stem, godzijdank rekening houdend met de akoestiek en aldus woorden in lettergrepen verdelend als een juf voor groep één allerlei faits divers, o.a. dat het Schnitger/Hinsz-orgel maar liefst 3500 pijpen telt en 35 registers en dat Euwe de Jongs O Magnum Mysterium echt mysterieus is. De bijzin dat als je alle pijpen achter elkaar legt je een deel van de Randje-Drenthe fietsroute kan beleggen, denk ik er zelf maar achteraan. Een schitterende muziekavond. Volgend jaar weer!

Ploegprent 2019

In de eindejaars WinterSalon van Groninger Kunstkring de Ploeg wordt de Ploegprent gepresenteerd. In dit jubileumjaar niet een enkele prent maar een map met twintig kopieën van nieuw Ploegwerk. Twee Ploegleden, Busman en Okel, slagen erin de nieuwsgierigheid naar hun werk naar grote hoogten te stuwen door hier en nu, maar eigenlijk het gehele bijna afgelopen jubileumjaar zo goed als onzichtbaar te blijven voor het (grote) publiek. Plaats van handeling is dit jaar Museum Oude Wolden in Bellingwolde. Kerstkransjes, glühwein, fikse sneden beboterde ‘poffert’, een achtergrondmuziek spelend bandje en een zwierige, in een imposante roze jurk gestoken mevrouw die ons naar binnen lokt; kortom laat de winter maar komen. Museumdirecteur Obby Veenstra en Ploegvoorzitter Willem Corsius spreken warme welkomstwoorden. Corsius memoreert dat deze expositie ongeveer het einde inluidt van het tegelijk inspirerende en (voor de jubileumcommissie) uitputtende jubileumjaar.  Na de plechtigheden, er wordt nog een ingelijste Ploegprent van Joke Klaveringa verloot onder de Ploegvrienden, zal er in een museumzaal getekend, geschetst en geschilderd kunnen worden. Er is een model ingehuurd, dat, gekleed, haar gezicht en kledij in de plooi zal proberen te houden. (Inderdaad de zwierige mevrouw van zo-even).

(dit is de tiende klaastaalpublicatie in het Ploegjubileumjaar)