Winterfiets Elfstedentocht 9

Week 3

Als ik deze week wakker word van een vlagerige harde wind die om het huis jankt als een wolvenkind op zoek naar een moedertepel of scharrelschapenbloed met ecokeurmerk, lijkt mij finishen op 2 februari verder weg dan introductie van het homohuwelijk onder priesters of een genderneutrale CDA-fractieleidster. Ik leg me er deemoediglijk bij neer en vlucht in dromen en fantasieën en de veertiendaagse voorspelling van Buienradar die over twee weken 7⁰ en windkracht W 4 voorspelt. Misschien moet ik mijn ambitie bijstellen van ‘juichend over de eindstreep komen’ naar, eeh, ‘gewoon meedoen en maar kijken waar het schip strandt’. Afgelopen zondag met Frans in Coevorden was een betonrichel naast het fietspad al te hoog voor mijn bijgestelde ambitie en reactievermogen. Godver! Vertelt Frans, pillendraaier, zanger, hoboïst, echtgenoot, racefietser, net over een ingewikkelde hobodag op één februari, sommige mensen doen ook echt alles, flikkeren we op de grond. Een ruwe val op de betonklinkers herinnert me aan onze sterfelijkheid. Zo’n 120 jaar aan man verpakt in zo’n 160 kilo’s ligt uitgeteld in twee delen op de koude grond luisterend zich af te vragen waaraan Coevorden de duizenden kraaien op de elektriciteitslijnen te danken heeft. Even houd ik mijn ogen gesloten en ga alle vijf vitale lijfonderdelen langs. Dan is het tijd voor flarden Hitchcock, Coevordense kofferbakmoorden, Armageddon, ganzenhoedsters, de symboliek van een aangekoekt randje op een ketchupfles als symbool van vergankelijkheid in de hedendaagse beeldende kunst, organiste Zhukova en haar bloedstollende rode dress; mijn breinflitsen maken overuren. Een onbewust tot in de puntjes beheerste valtechniek, een ijzeren conditie en het rotsvaste gevoel dat Lieve Heren evenmin bestaan als royals met een fatsoenlijke belastingmoraal houden ons en beide fietsen schadevrij. Nulnadanienteneat mankeert ons vieren! Fluitend en om de vijf minuten hondsgelukkig terugblikkend op dit ‘Mirakel van Coevern’ <binnenkort in theater de Hofpoort> ronden we Slagharen, Hoogeveen en Westerbork. Na 93 kms volgt een blauweplekkenonderzoek in warm badwater. Verlangend kijk ik uit naar een rustweekje: beetje mantelzorgen, Spaans studeren, tuin opknappen en Buienradar volgen. Zuidoost-Drenthe: 93 kms. Naschrift: breaking njewzz: vandaag, 19/1, weer onderuit, nu op Siebrandsbrug Emmen. De kunststof planken, gevoerd met dwarse snorretjes die er stroef uitzien, trokken aan ons als Citrixgaten aan Poetineske hackers. We moeten in 2 weken tijd onze naïeve argeloosheid zien kwijt te raken.

Winterfiets Elfstedentocht 8

Week 2

Op de fiets waaieren mijn gedachten uit als vrouwenharen onder een föhn. Hoe komt het toch dat veel plattelandsburgemeesters langetermijnvisieloos zijn en slappe knieën hebben? Na enkele uren fietsen weet ik het. Dat mantelzorgen voor een leuke vrouw veel lichter is dan lange fietstochten maken, houd ik nog even voor me. Afzien met tegenwind en slagregens is zoveel inspannender dan stofzuigen, koken, stilzijn bij middagslaapjes, jezelf wat wegcijferen en theezetten voor vriendinnen. Normaal gesproken ben ik hondstrouw: mijn krant heb ik al 46 jaar, mijn tweelingbroer 64 en mijn vrouw 42. Wat fietsenmakerstrouw betreft ben ik een hoerenloper; ik bekijk de etalages en vergelijk. Ik ken ze allemaal: Roosken in Erica, Janszen in Noord-Sleen, Egberts in Borger, Zanting in New Amsterdam, en in MM: Zwiers op het industrieterrein, Holleman van Fietsen voor Jou, Klaas-Jan Terwisga voor mijn Gazelle en voor Inges e-bike de Wheelerdealer. De aanpak verschilt. Ze preken voor eigen parochies als dominees van 67 verschillende kerksoorten met hun eigen verzonnen goden en waarheden. Waar wel een lijn in zit: ze zien mijn afgetrapte Bulls nog niet of er moet een nieuwe ketting, stuurpen of cassette op en er is altijd wel een asje versleten en een fietsbroek van acht jaar, ja die kan ook echt niet meer hè. Onder de € 250,- uitkomen is net zo lastig als gemiddeld boven de 30 rijden op de atb. Alle fietsenmakers zijn aardige pikken. Ik word getriggerd door hun deskundigheid, praatjesmakerij, fietservaring en goedkoopte. Maar nooit door de overal aanwezige grootbeeldschermen met fietsers in de Ardennen die met ultragladde kuiten en wapperende lokken voor € 2.900,- aan kleertjes showen en zweetvrij colletjes pakken. Waar blijven de werkplaatsvrouwen? Goede adviezen genoeg. Ook over voeding. Een rijwielhersteller zei: “Maar dan neem je halverwege toch even de tijd voor een lekkere uitsmijter,” en dat was voor mij als zalf op een wonde. Onder fietsers is ‘een gelletje pakken’ net zo gewoon als ‘vrijheid blijheid’ voor liberalen op het jaarcongres en gedegen toekomstvisies voor durfpolitici als Jesse K. Als vuurwerk in ruim plastic verpakte gelletjes en sportsupplementen lijken me beter voor fabrikanten en doorverkopers dan voor spieren. Hoe doen de groten der aarde het met voedsel? ‘Mathieu van der Poel (dixit De Volkskrant) stond niet echt bekend als iemand die er een gebalanceerd dieet op nahield. Zijn ontbijt: twee witte pistoletjes, één met jam en één met ei. Drie uur voor de wedstrijd: pasta met ham en kaas en een flinke scheut ketchup. Na de koers een koffiekoek en een wentelteefje. En als dagafsluiting: een bak friet met ketchup, saté en een worst.’ Dat hij later in de supplementenbizniz is gegaan, zijn bedrijf is gebaseerd op de nutrigenomica, past in het beeld van de economistische sporter voor wie het geweten ook een verdienmodel is en rekbaar als opvattingen over knalvuurwerk, zwart en roetvegen. ‘Navraag,’ nog steeds de VK, ‘leert dat de wetenschappelijke basis van het bedrijf ‘wankel’ is.’ Zonder krentenbollen, bananen en Twixen was mijn dieet als pijnbestrijding zonder aspirine, als Tesla’s zonder accu, als vrouw zonder föhn.

Terug naar de Winterfiets Elfstedentocht. Vanaf nu is het trainingsdoel niet het lijf maar de geest. Die wil ik laten wennen aan succestochten. De mentale hardeschijf resetten door hem te verwennen. Dus fietsen met als doel superfit aan te komen en het idee te hebben de hele dag zonder inspanning door te kunnen trappen. Dus vanaf heden meer Harmonia en minder Ares en na afloop spinnenwebben ragen, de douche voorverwarmen, tijdschriften klaarleggen, slopen strijken en nooit vergeten te zeggen dat ondanks alles het haar goed zit. Ellertsveldroute: 55 kms.

Winterfiets Elfstedentocht 7

Week 1

(olieverfschilderij van Ineke Stevens-Tijdeman)

Even terugblikken: in 2019 fietste ik 60% meer dan in 2018; met zo’n percentage versla ik met gemak de statistieken van illegale vuurwerkverkopen, alle ASN-beleggingsfondsen en zelfs de AEX, maar de statistieken over de teruggang van de weidevogels haal ik natuurlijk niet. Ik houd de veertiendaagse weersvoorspellingen in de gaten als senioren pensioenontwikkelingen, akkerbouwers subsidiestromen en junioren hun facebookaccount. Tot half januari wordt amper nachtvorst voorspeld. Dat is good njewzz en zou betekenen dat de rode racer Bulls Desert Falcon de voorkeur krijgt boven de witte Copperhead. Dat zou mooi wezen. Deze week komt van fietsen niet veel helaas. Slechts 1 x: Coevorden / De Krim / Slagharen / Hoogeveen / Westerbork / Assen / Grolloo / Borger: 125 kms in 5.20. Het stuk van Hoogeveen naar Westerbork doorsnijdt Drenthe als een bot mes brokkelige, oude Friese kaas. Je kan het natuurlijk niet vergelijken met Workum Harlingen waar de elementen woest en redeloos tekeer (kunnen) gaan als vuurpijlen in Duindorp, als brave boeren voor provinciehuizen.

Nu ben ik klaar met de voorbereidingen, denk ik, hoewel onzekerheid blijft knagen als een ratje aan duivenvoerverpakkingen. Nooit heb ik meer last van mijn zitvlak of gevoelige liezen: die zijn na de geïntensiveerde trainingsarbeid als gelooid leer van een Portugese visser die in een string de zonnige baren bevaart. Ik rijd nu met nieuwe schoenen, een soort Langlauf Schuhe die de tenen iets meer bewegingsvrijheid geven. Het eerste stuk vanmorgen had ik (lichte) wind tegen. Een paardenstaart op blote voeten in sneakers en op een e-bike, blijkens de jasopdruk werkend bij Leisure Resort Slagharen, houdt me van De Krim tot Slagharen uit de wind. Mijn daggemiddelde klimt tussen 07.00 en 12.00 uur  langzaam maar zeker van 20, 21, 22 naar een dikke 23. Ik denk aan Bram Tankink, over wie ik las in Tank afgelopen oudejaarsdag op weg naar televisie- knalvuurwerk- en oliebolvrij Antwerpen. Tank (geschreven door Blijlevens en Tankink) is een heel ander boek dan Cruijff (door Auke Kok). In Tank wordt Tankinks leven en sport beschreven en omdat Tankink in zijn wielercarrière weinig won (zelfs Emmens Gouden Pijl niet), is het een prettig leesbaar boek geworden, over een gewoon mens. Zowel in pelotons, families en scholen, denk ik, zijn uitvallers, brekebenen, middenmoters, verstotenen, knechten en gevallenen, vaak interessanter dan kopmannen en winnaars. Nog drie trainingsweken te gaan, maar eerst maar eens een weekje fietsen inruilen voor liefdevol mantelzorgen.

Beste lezers van Klaastaal

Ik heb, een beetje laat, dat dan weer wel, de statistiekenknop van www.klaastaal.nl ontdekt als een Groningse plattelander de G-spot na een gespreksavond in de bieb en ik lees dat per jaar tussen 1,8 en 3,1 K mijn teksten lezen. Mooi hoor en dat voor iemand die facebook en twitter op afstand houdt als een schapenhouder de wolven. Lezers bedankt. Ook krijg ik info over trouwe lezers, bouncers en meer, bijvoorbeeld trends en apparaten en de tijd die men besteedt aan het lezen van een artikel. Hoe ik werk? Per week probeer ik 1 artikeltje te posten, vaak met een culturele, sportieve of persoonlijke inslag. Naast de losse lezers zijn er nog  abonnementhouders en die krijgen mijn teksten automatisch. Af en toe reageren lezers; hierbij leggen de klagers en critici het af tegen de positieve geluiden. Soms stuur ik een linkje naar een betrokkene. Dat leidde een keer, een jaar of twee geleden, tot een lezerspiek van een dikke 600 (tegen zo’n 50 à 60 reguliere) gebruikers/lezers in een week. Een terugblik op een accordeonconcert te Leeuwarden had via een aardige tante facebook gehaald en via de plaatsspecificatieknop onder locaties zag ik mijn tekst door Friesland jachten als een natuurbrand door Australië.

Beste lezers, het ga je goed in 2020;  Klaas

Winterfiets Elfstedentocht 6

Week 52

Even wat cijfertjes. 34 componenten telt mijn uitrusting. Maximaal 1.500 deelnemers kunnen op 2 februari meedoen aan de Winterfiets Elfstedentocht. Deze limiet maakt de tocht wel heel speciaal. Vergelijk dat eens met massastarts bij de pinksterfietstocht met meer dan 30.000 en de legendarische schaatstocht met plus 16.500 deelnemers. Nog 35 dagen.

Frans en ik fietsten zondag ontspannen naar Uelsen (D) en Hardenberg en inspannend terug via De Krim en Dalerpeel: 101 kms in 4,25 uur. Dat zou neerkomen op de tocht der tochten binnen de 9 uur.

Net over de grens, bij Wilsum, wordt het landschap glooiend, tegelijk lieflijk maar slopend, aantrekkelijk maar gemeen. Het begrip ‘vals plat’ krijgt inhoud, je ziet het haast niet maar voelt het wel, als afnemende rentetarieven op spaarrekeningen, als argumentengebrek in zwartepietdiscussies, als teveel liberalisme in het sociale domein.

Bijna geen wind, 7⁰ en lichte regen: i-d-e-a-le omstandigheden. Weinig verkeer gelukkig. Ik eet drie krentenbollen, een banaan en drink 1000 cc sportdrank en jus d’orange. Daarnaast drinken we onderweg twee keer thee, om, speciaal voor mij, de handen te warmen. Frans heeft verwarmde handschoenen, met lampjes.

Behalve voor striemende regen, hongerklop, harde wind, materiaalpech en extreme kou zijn we beducht voor zwaar tractorverkeer en kleine, vaak witte, bestelwagentjes op landbouwweggetjes. Die verhouden zich tot fietsers als onaangelijnde pitbulls tot joggers of pulsvissers tot slapende scholletjes. Het lijkt erop dat veel boeren, misschien omdat ze voor de gesubsidieerde tractoren geen wegenbelasting betalen en geen apk-keuring hoeven te doen, de openbare weg als verlengstukken van hun erf beschouwen, zoals inhalige nieuwewijkbewoners graaiend snippergroen annexeren. Wegbermen worden aan gort gereden en drek blijft iets te vaak, vooral bij bietenoverslag, duimendik op de weg liggen.

Gek, maar ondanks mijn verhoogde fietsactiviteiten, op 2e kerstdag fiets ik de Ellertsveldroute van 55 kms, kom ik wat aan. Mijn atb weegt (met 1 l drinken) 15,4 kg, de kleding 2,5 kg, met mij erbij net onder de 95 kgs. Een heel verschil met schaatsers die licht als vlinders naar de finish kunnen flabberen. Op zaterdag fiets ik, bij 1°, nog 47 kms met verwarmingspads in handschoenen en schoenen. Mwaaah. Geïsoleerde schoenen en verwarmde handschoenen kan ik nog net weerstaan.

Deze week 101, 55 en 47= 203 kms.

DeJongDeJongPlus Kerst in Contrast 21 december 2019

Ouwe volksverhalen over merkwaardige zwangerschappen en door sterren beschenen geboorten in nu door staatsagressie beheerste en door imbeciele, megalomane bestuurders bestuurde streken, wat heb je eraan? Nou niks natuurlijk, maar soms is de bijvangst interessante beeldende kunst (The scar of Bethlehem door Banksy) of prachtige muziek. De Martinikerk met Nederlands beste kerkorgel (dixit de Volkskrant) is uitverkocht bij Kerst in Contrast. Organisten Euwe en Sybolt de Jong, producenten van Koffers vol met Bach, de eersteprijswinnende Bach-cd 2019, bespelen vijf orgel(tje)s en bieden als Premier League spelertrainers kansen aan 8 vocalisten en een altvioliste. Natuurlijk missen we de kers-op-de-taart saxofoon van vorig jaar een beetje. De vocalisten beheersen de kerkruimte als de jeugd van Ajax rondo’s op het hoofdveld. De traditionele kerstsongs worden in een beweeglijke jas gepresenteerd, vanuit alle hoeken en gaten komen ze gezongen aangewandeld, een ideale gelegenheid om de stemmen afzonderlijk en samen te horen; en dat viel niet tegen. Maar goed dat in de klassieke muziek niet teveel rancuneus wordt teruggekeken, anders hadden we een van de fraaiste stukken (Vom Himmel hoch da komm ich her) van de antisemiet Luther moeten missen. (hieronder een filmpje van de processiezang In nativitate domini)

Een ingenieus voorverkoopsysteem voorkomt lange wachtrijen voor de kerkdeuren en garandeert goede plaatsen, met net als in stadions: de beste plaatsen zijn de duurste. Een contrast met voetbal: de skyboxen zijn hier goedkope harde herenbanken.

Het is kersttijd en dus kun je wat verwachten. De muziek, zowat twintig kerstsongs, klinkt schitterend, de harmonia lichtvoetig en klein en het kerkorgel zoals hij eruitziet: groots, kleurrijk en imposant. De gekste teksten (met als toppunt een zich op het sterven verheugen) worden met het grootste plezier en de grootst mogelijke zangkwaliteiten gezongen. We horen geraffineerde echootjes, waarbij stemmen en orgelklanken, nog eens extra vertraagd door 25 meter afstand, elkaar nazeggen alsof het de natuurlijkste zaak van de wereld is. Soms doet een deel van het publiek, wie weet gestimuleerd door de even traditionele als verfrissende tocht langs de benen, hoestend en kuchend mee, wat, samen met de contrasterende (het concert heet niet voor niks ‘Kerst in Contrast’) kermisklanken van de Grote Markt een weldadig en tegelijk enigszins vervreemdend effect heeft.

Publiek dat verwacht dat de broers De Jong het barokorgel lekker van jetje geven, komen bedrogen uit. Het lijkt alsof Euwe en Sybolt steeds meer op de achtergrond blijven en dat is goed, maar we hebben de limiet wel bereikt. Ik ga niet zeggen wat ik het mooist vond, ik kan moeilijk kiezen. Ik denk dat het Bachs Adagio en Gigue is.

Winterfiets Elfstedentocht 5

Week 51

Deze week bestudeer ik uitgebreid de weersomstandigheden van twee februari van afgelopen jaar. Ik word gerustgesteld, het was om het vriespunt, dus doable. Ontstaan er soms scheurtjes in mijn optimisme? Afscheidsbijeenkomsten, een straatdiner, De Nachtstemmer van ’t Hart en museumbezoek veroorzaken een gedwongen rustperiode van vijf dagen. Rust en voeding zijn voor fietsers van vitaal belang, als omzichtigheid bij wijk- of familiedisputen. Op vrijdag start ik om 08.30 uur met als doel 100 km te fietsen. Ik rijd richting Mussel- en Stadskanaal en buig halverwege af naar Onst- en Vlagtwedde. Het eerste stuk rijd ik binnen twee uur met een gemiddelde van 25+.

Met de wind in de rug geniet ik van het kale, grijze landschap, van mijn geluidjesvrije derailleur en van Groningse boerinnen die met deze kou de ramen lappen en zodra ze mij zien aankomen zich zo ver omhoog rekken dat ik stukken blote, in- en inkoude rug zie; maar altijd draaien ze zich om om mij luid ‘joehoe’ toe te roepen. Als aangetrouwde kleinzoon denk ik aan dichter Jan Boer. Van Jan Boer naar Maarten ’t Hart is een kleine stap. Ik geniet na van Maarten ’t Harts nieuwste, De Nachtstemmer, met een verrassende sodomiepassage op p 37. De geit Drieke ondergaat de zoöfiele inspanningen van haar baas Ai (what’s in a name) Stront gelaten, onbekommerd, sereen, stoïsch, zelfs totaal onaangedaan. Seks met dieren, ze doen maar, zo lang beiden ermee instemmen en het zonder schadelijke gevolgen blijft. ’t Hart voegt zich met dit thema bij Jan Wolkers; beiden groeiden op in streng christelijke milieus. Een Groningse orgelstemmer, Pottjewijd, gespecialiseerd in Schnitger-orgels, gaat orgels stemmen in een Zuidhollands havenstadje en raakt in allerlei verwikkelingen, vooral met een bloedmooie Portugese vrouw en haar dochter, verzeild.

Op de terugweg ervaar ik een straffe (inmiddels aangetrokken) zijwind en moet ik het zonder Groningse boerinnen doen. Ik doe mijn muts af en een tweede laag handschoenen uit.  Ik denk terug aan ons Grootkooroptreden in Assen en het meesterlijke concert van The Analogues met Abbey Road in het Atlas Theater en ik vraag me af waarom dit een tributeband heet en niet gewoon een coverband die zo perfect mogelijk Beatlesimitaties presenteert. Waarom dragen alle veertien mannelijke musici gladde schoenen (vrouwen noemen dit schoentjes)? Ik kende, schat ik, zo’n 70 % van de nummers. En wat een kopersectie!

Ik wil mijn lijf testen. Om het uur consumeer ik vast voedsel (een banaan of kleine krentenbol) en drink gedurende de hele route slechts 500 cc. Tussen Vlagtwedde en Ter Apel filosofeer ik over fouter dan foute combi’s: oranje en belastingen, religies in onderwijs, boeren en gesubsidieerde bedrijfsbeëindiging. Het voelt lekker om al fietsend mijn hoofd leeg te maken en weer te vullen met nieuwe inzichten. Een familiekroniek schrijven, wil ik, de laatste tijd krijg ik aanzetten op presenteerbladen. Museum Voorlinden in Wassenaar bezorgde me nieuwe inzichten en citeerplannen, de expositie Less is more was zeer inspirerend.

Nog even de de voordelen van deelemigratie naar Spanje in kaart en onderhandelingsklaar krijgen. Kortom: laat de kerst maar komen. Ik eindig met 106,7 kms (meer dan de helft van de tocht der tochten) in 4,25,31 = boven de 24/u. Ik rijd het in één stuk, met twee keer een minuut pauze om iets te eten en/of een selfie te maken. Bij thuiskomst heb ik een stevige trek, ongeveer als na een diner in een tweesterrenrestaurant. Ik bereid me een feestmaal, met 450 cc zoutarme cup-a-soup (erwtensoep en Chinese kippensoep door elkaar), aangevuld met stukjes gerookte forel van gisteren en ruim 300 cc boerenkool met stukjes worst, dat allemaal door elkaar geroerd tot een stevige groene soep. Heerlijk. Emmen – Onstwedde: 106,7 kms.

Grootkoor Drenthe en Karin Bloemen (Assen, 13 december De Nieuwe Kolk)

Deelname aan het concert van het Grootkoor, na vijf lange repetities en bijna dagelijks oefenen, betekent voor mij zingen vanuit mijn tenen. Ik tel 8 rijen van 28 stoelen, misschien hier en daar wat open plaatsen, dus meer dan 200 zangers. De vrouwenbrigade links en rechts, zeg maar 85 sopranen en 85 alten bieden zoveel stevigheid dat van de mannen een max wordt gevraagd. En die kunnen ze krijgen. Ted en ik doen ons best. We hebben wekelijks samen gerepeteerd en kennen de muziek door en door. Toch is de generale een ramp. In de eetpauze, we worden even opgehokt in het voorportaal van een parkeergarage, zien we vertwijfelde koppen boven de eenvormige stropdassen en saaie sjaaltjes. Nou ja, eenvormige, one of the boys tenor Anneke steekt ons de loef af met een dubbele Windsor. Op afstand zijn we een Oekraïens koor uit de Stalinistische periode, of een CDA-congres uit de Brinkman-era, waarbij de standaardblauwe mannenbroederspakken zijn ingeruild voor crematoriumzwart. Ik mis kleuraccenten. Zo sterk is dus de kracht van samen zingen, dat individualisten zich voegen naar de gelijkvormigheid en stalen stramienen die het Grootkoormodel voorschrijven. De organisatie kruipt vanavond door het oog van de naald.

Het concert begint en het zwarte gat voor ons dat zaal heet, daagt ons uit tot het uiterste te gaan. Onzekerheid wordt betonnen enthousiasme. Zorgeloosheid verslaat aarzeling. De wil te genieten vermorzelt terughoudendheid. We zingen op volle kracht en geluksgevoel doorstroomt me als belastingvrije kerosine een KLM-straalmotor. Godver, waar zijn we, zonder iets van andere tenoren te horen klampen Ted en ik ons aan elkaar vast als apenjongen aan hun moeders, als teken aan boswachtersliezen. We realiseren ons dat we elke steun kunnen gebruiken. De dirigenten doen hun best als Wiegman of Sloetsky bij uitwedstrijden. De beloofde felle lipstick van de dirigente ontbreekt helaas, we moeten het doen met haar expressieve, moederlijke mimiek. Ik houd me in en ga niet als een marinier stampen als we Transeamus zingen. Fum, fum, fum gaat klinken als een rubberbal op ingenieus bewerkt eikenhout waarbij de mmmmm zalig navibreert. De eerste regels van Born in a stable klinken als graniet en de eerste noten van For unto us vergeten we maar even en ruilen we graag in voor een supergoedgelukt Glory glory christ has come of de met een vette f aangeduide Christ is the lord uit O holy night. En dan de allermooiste passages: wanneer 225 stemmen zacht klinken als fijnbesnaarde zielen.

v.l.n.r. Ted, Mike, Frans, Klaas

De leraar Engels in mij blijft aanhikken tegen de uitspraak van de Engelse u die meer moet klinken als een a in pas dan een u in pus, maar ik ruil ergernis in voor flow. Karin Bloemen valt mee. Geen musicalstem met vlijmscherpe uithalen maar een ingetogen jazzy en sexy, zekerzeker, stem. Ze koketteert met haar ijzeren knieën als een James-Bond-schurk met zijn metalen gebit en met haar lijf als nieuwslezeressen van de commerciëlen maar god, wat kan dat mens zingen. Zij moet een kinderlijke fascinatie voor de verkleedkledingkist hebben gehad, maar het past, de vormen en de kleuren maken het mooooi. We eindigen met Joy to the world en In dulce jubilo en horen van onze groupies dat het goed was. Concertgebouw here we come . . .

Winterfiets Elfstedentocht 4

Week 50

Door weer en wind en regen fietsen we zuidwestwaarts. Het plan is een tocht van 100 à 130 kms: de driehoek Emmen – Hoogeveen – Hardenberg. Het regent vlagerig en er is een stevige wind, kracht 5. In Hoogeveen, uitloper van de bible belt, vinden we na enig zoeken warme koffie bij een benzinestation. We laten een nat spoor achter als Staphorster deelnemers die met kleding afzwemmen bij diploma C. Ons gemiddelde zit onder de 20/uur. We besluiten Hardenberg te laten schieten en ronden de tocht via Hollandscheveld, Nieuweroord en Geesbrug af. Harde wind en koude kosten veel extra energie. In ruim 3,5 uur en een kleine 80 km lever ik 1,8 kg in. Gelukkig komt nicht Leonoor ’s middags op bezoek: thee, chocola, flesje bier, pizza en toetje brengen mijn krachten terug als een zak mais bij een haan die in een kippenren soleerde. Toch komen er minieme barstjes in ons optimisme. Ik besef dat 15 km tegenwind in Drenthe iets anders is dan 80 km tegenwind op de Friese ijsvlakte.

Even iets over de spullen. Sinds kort mag ik mijn fietsen, een definitieve keuze voor 2 februari is nog steeds niet gemaakt, binnenshuis stallen. Als je 36 jaar getrouwd bent, dan gaat zoiets gemakkelijk, bijna vanzelf. Tien jaar geleden nog zou ik dit voor gods- allahonmogelijk hebben gehouden, maar nu staan de beide Bulls (een rode Desert Falcon en een witte Copperhead 1) in mijn werkkamer. In de warmte de ketting checken: geluk! De racefiets raakt met het voorwiel De heilige Rita van Tommy Wieringa en met het achterwiel wordt de poëziecollectie, gedrukt door handboekdrukker Peter Bekker, licht geschampt. Na elke rit hang ik de fiets aan twee plafondhaken en controleer en poets en smeer ik als koorzangers hun kelen voor een kerstoptreden. Ik houd scherp in de gaten geen olievlekken en bandensporen te maken.

Ik heb me op een nieuw zadel op de Bulls Desert Falcon getrakteerd. En dan mijn verdere, oude (textiele) uitrusting: een hemd met korte mouwen, een fietsbroek, lange sokken, oversokken, hemd met lange mouwen, thermohemd en – lange onderbroek, lange fietsbroek, fietsjasje, dichte motorkraag, reflecterend jasje, lange katoenen kraag, ijsmuts, helm, wollen handschoenen, overhandschoenen, schoenen, overschoenen en de Volkskrant van gisteren die mijn buik en borst beschermt tegen kou. Deze week Emmen/Hoogeveen: 80 km. 2x Ellertsveldroute à 55. totaal 190 kms.

Winterfiets Elfstedentocht 3

Week 49

Om je goed voor te bereiden moet je veel kilometers maken en goed eten. Het komt vooral aan op herstellen, zeggen wijsneuzige deskundigen. Kou op de maag en hongerklop is funest voor het resultaat, als weldenkendheid en redelijkheid voor goede Forum voor Democratie-verkiezingsuitslagen. Houd maar eens sportdrankjes vorstvrij, spookt door mijn hoofd. Ik weet nu hoe je bijna bevroren bananen onderweg moet eten. Het is een belangrijk ritueel dat oefening vergt. Het gaat erom dat je je maag niet aan onvermoede koude blootstelt. Met je gehandschoende hand pak je de banaan uit je rugzakje, bijt, te beginnen bij de door vorst versteende steel, de vrucht open en neemt een kleine hap. Je kauwt alles langdurig fijn tot een banaanbrei, een gestaafmixte olvaritachtige substantie, ontstaat. Je onderdrukt de slikreflex en blijft de drab tussen je tanden en kiezen doorduwen en persen als draderige lijm door een te smalle want dichtgeslibde tubekier. Net voordat je het doorslikt laat je het als peristaltische darmbewegingen, een soort kunstmatig kokhalsen, in je mond terugkomen, en als het kan nog een keer en nog eens, tot het warm is als zalvige babypoep en dan volgt de heerlijke omgekeerde ontlading, het uitgestelde, verwachte genotssummum en je voelt het naar binnen glijden als een gevaseliniseerde gummivinger van een aantrekkelijke verpleegkundige bij een prostaatonderzoek op vrijdagmiddag voor sluitingstijd.

Nog even wat rekenwerk: de uiterste finishtijd is 22.00 uur lees ik. Ah, mooi. Van 07.00 – 22.00 = 15 fietsuren maximaal. Dat is redelijk en moet doable zijn. Dat betekent wel dat ik naast mijn verdikte stuurlint, behalve ruimte voor een bel, spiegeltje, ligstuur, telefoonhouder nog plaats moet vinden voor een lamp.

Er kunnen 1.500 deelnemers starten. De snelste inschrijvers mogen om 07.00 uur vertrekken. Daar zitten wij bij, schat ik. Ik ben begonnen met de inname van sportdrankjes met sinaasappelsmaak. Per 50 km klok ik 0,5 l weg. Daarnaast houd ik mijn dieet in de gaten, maar gezond eten vond ik toch al nooit een straf. En alcohol? Door de week nul en in het weekend twee flesjes bier. Bij speciale ontmoetingen, feestjes of etentjes accepteert de fietser in mij een zonde als een moslim katenspek, een katholiek veelwijverij of een protestant bordeelbezoek op kerstavond. Deze week ervaar ik kou en mist: Emmen – staatsbossen 55; Emmen – Noordseschut 65: totaal 120 km.