Als je moeder doodgaat

Je moeders tijd is bijna op en ik zoek troost voor jou

In woorden op digitaal papier en ontvouw de tijd;

Handenvol gedachten worden zichtbaar. Onophoudelijk

Transeamus neuriënd ga jij door je jeugd op zoek naar het begin.

 

Daar is je vader al, je broers en zussen, je moeder houdt

De wacht, bewaker van geluk, gezin en droomt van

Voorspoed boven oppervlakkigheid. Je voelt je oude straat,

De roomse school, de geur van wijn, beloften van geloven.

 

Je rent wat rond en wandelt, schrijft en zingt Tolite hostias.

Je rekt de tijd tot lijnen naar geluk in Weesp; je harddisk

Mixt een diep dolor met gloria gloria gloria als tussenstation

Naar stof en gruis. Vervloekt de tijd van gaan die komt.

 

Zijdezachte herinneringen worden kaal, jong gras nu steen.

Godver vriend, de tijd is op, wees blij en zing een lied.

 

 

 

Rob Stoker Verslagen vriendschap (roman, € 18,50)

Bij de presentatie van Rob Stokers derde boek werd even gesteggeld over de vraag hoe je Verslagen Vriendschap moet noemen: een roman, een literaire of psychologische thriller? Waarom de, excusez le mot, luie uitgevers (het boek bevat nogal wat taalfouten (¹)) niet gewoon op ‘jeugdboek’ of zelfs ‘jongensboek’ kwamen is een raadsel.

Verslagen Vriendschap is een spannend, filmisch geschreven jeugdboek. Felix en Leon zijn twee zestienjarigen die in een slaperig houtzagersstadje wonen. Leon is een enigszins onzekere jongen uit een gewoon gezin die blij is vriendschap met Felix te kunnen sluiten en kennis maakt met Felix’ aantrekkelijke tante Lynn. Felix woont bij zijn tante in een pension en zit vol geheimen en geheimzinnigheden. Beide jongens zitten voor het schoolexamen en werken graag in de houtzagerij.

Tegenover deze twee staat een trio anti-helden: Mike, Joshua en Peter, ook wel de ratjes of huftertjes genoemd. Bij een vervelende confrontatie pakt Felix met zijn klauw Mike even bij de pols tot het kraakt. Later chanteert hij de ratjes met foto’s waarop ze masturberend zijn afgebeeld. Het verhaal is dooraderd met geheimen en leugens en stoere jongensdingen. Dat alles zorgt voor een onheilspellende sfeer.

Vanaf het begin komen geheimzinnige zaken aan de oppervlakte. Een geblindeerde zwarte Audi staat her en der in het stadje geparkeerd. Van de chauffeur heeft niemand het gezicht ooit gezien. Waarom zou een jongen zijn vader in de brand steken? Felix heeft een jaar in een jeugddetentie-inrichting gezeten. Langzaam wordt de verhaallijn ontpeld. Halverwege het boek vallen zaken op hun plaats en wordt duidelijk wat er zich vroeger heeft afgespeeld. De spanning wordt niet aangetast, integendeel.

De door Stoker gepresenteerde wereld doet gedateerd aan. Roken is nog stoer, je kunt zelfs stoer sigaretten uit pakjes toveren, vrouwen runnen pensions, het huishouden of een koffiepunt en mannen zagen hout, zijn boswachter, advocaat, alcoholist of psycholoog. Die psycholoog is een gekke Henkie wiens therapie door patiënten wordt gesaboteerd. Stoere houtzagers noemen een schuchtere jongen ‘homootje’, ogen spuwen vuur en staren alsof ze water zien branden. Stoker hanteert het taalgebruik van een VMBO-leraar: niet te lange zinnen in een klare taal; het enige vreemde woord is parameters.

Literaire beeldspraak of metaforen zijn zo goed als afwezig. Wat het jeugdboekgevoel vergroot is dat Stoker achternamen vaak achterwege laat. De advocaat heet Tom, de psycholoog Robin en de boswachter Tim. Een vader die zijn handen niet van zijn dochter kan afhouden geeft het boek een moderne impuls. Verder in het boek blijkt ook hier dat de leugen zwaarder weegt dan het vermeende misbruik.

Het boek is kunstig geconstrueerd en verdeeld in hoofdstukken die alle het woord ‘onheil’ bevatten: Het jaar van het onheil, Het jaar voor het onheil, Vijf jaar na het onheil en meer. De plaats van handeling wordt niet nader aangeduid maar je voelt op elke bladzijde Amerika. Het betreft een provinciestadje waardoorheen een rivier loopt. Het landschap is heuvelachtig met naaldboombossen. Alle personen hebben Engelstalige namen. Omdat Stokers vertelperspectief dat van de alwetende is weet de lezer veel meer dan de personages en dat staat soms de geloofwaardigheid in de weg. Voor een filmscript is dat natuurlijk ideaal; de filmlocatie lijkt, afgaande op de omslagfoto, al bekend.

(¹) 9 bleef iets langer bleef hangen / 12 Felix gezicht, 163 Felix verklaring / p 26 aan het eind van dag / 39 deze gezicht / halfopgerookte?? / 42 ofzo / 44 een vent hebt / 65 Anna = Anne / 77 binnen korte termijn?/ 103 herinnerde hij / 106 behalve (met) wiskunde / 108 in het pension en liepen we / 128 dat ze echt in paniek in raakte / 129 muziek te luisteren / 133 die slipje / 152 gelijk hoog /p180 mili-eutechnische/

Het groot Dictee der Nederlandse Taal in Emmen

29 jaar na het eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal met het inmiddels beroemde ‘przewalskipaard’ van Kees Fens waagden op twee november 2019 negen personen zich aan het meeschrijven met het Nationaal Dictee in de bibliotheek in Emmen. Dat is twee meer dan vorig jaar. Via een narrowcasting-systeem konden de deelnemers de landelijke uitzending in Zutphen volgen. Voorlezer dit jaar is Gerdi Verbeet en Wim Daniëls heeft het dictee geschreven. Daniëls brak vorig jaar met de vanaf het begin breed gedragen traditie het dictee te vullen met woorden die enkel door trouwe lezers van het Groene Boekje gekend werden. Dat het dictee daardoor nu heel eenvoudig werd, nou nee.

Dit jaar was er een actueel thema: de agrariër. Ook nu weer was er het obstakel van het verbindingsstreepje in bijvoorbeeld tafeltje-dek-je en eau-de-colognegeur en de inmiddels beruchte ‘driewoordenwoorden’ als ‘vollegrondteelt’ en ‘warmemelkdrinkers’.

Het landelijk gefilmde dictee, met celebrity’s als Jan Siebelink, Kader Benali, minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven, Oscar Hammerstein en Ingmar Heytze duurde ongeveer drie kwartier. Heytze zei: “Mijn idee is dat het goed te maken is terwijl dat niet zo is.”

In Emmen deden mee: Margreet Joling, Riet Lina, Thérèse Major, Aly Schirring, Jenny Scholte, Elly Schutten, Leidy Veldman, Joke Voss en Dini Wagelaar. Winnaar met slechts vijftien foutjes: Aly Schirring. Zij ging naar huis met de Taalkalender 2020 van Onze Taal. Ter vergelijking: bij de prominenten maakte kinderboekenschrijver Gideon Samson twaalf fouten. Van alle deelnemers in Zutphen presteerde Niels de Jonge het beste met zes fout. In Emmen was er voor alle deelnemers Winterbloei van Jan Wolkers.

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal 2019:

 Boeren, burgers en buitenlui

1. ‘Het móét me van het hart: we worden beschimpt en geschandaliseerd, terwijl we nota bene ’s lands belangrijkste maaltijdbezorgers zijn’, zei een boer uit een Zuidoost-Noord-Brabants dorp geagiteerd tegen me.

2. ‘Daarenboven hebben we een kolossale bijdrage geleverd aan het Nederlandse vocabulaire’, brieste hij voort. 

3. Inderdaad zijn duizend-en-een woorden dankzij de boerenstand in de Nederlandse taal terechtgekomen, bijvoorbeeld: tractor, boerenperziken, gewasbesproeiing, vollegrondteelt,
rood- en zwartbont en mond-en-klauwzeer.

 4. Daarbovenop heb je tientallen boerenzegswijzen, waaronderop z’n janboerenfluitjes’ in de betekenis ‘langzaamaan, rustig aan’, en ‘de boer zijn hemd’ voor het vel op gekookte melk, dat sommige warmemelkdrinkers zo fraai over de balustrade van hun melkmok weten te draperen.

 5.  Velen wijzen heden ten dage naar de boeren als degenen door wie de biodiversiteit teloorgaat en ook als de ultieme stankverspreiders, terwijl er geen punt wordt gemaakt van dreumesen die ongegeneerd hun wegwerpluiers volpoepen, noch van notoire schetenlaters en evenmin van goedgekapte jongeren en bejaarden met hun verstikkende eau-de-colognegeur.

 6. Het is wrang dat een beroepsgroep die dagelijks tafeltje-dek-je mogelijk maakt zo verguisd wordt, terwijl we allemaal tijdenlang boer zijn geweest toen we van jagers-verzamelaars evolueerden in landbouwers met een huisje-boompje-beestje-ideaal.

 7. Anderzijds valt niet te loochenen dat anno nu vooral de intensieve veehouderij, al dan niet in de vorm van bio-industrie, het milieu schade berokkent.

 8. Maar toch: hoedt u zich voor al te veel gejeremieer over boeren.

 9. Wij allen zorgen voor milieuschade, als carnivoor, automobilist, motorrijder, vliegende globetrotter, afsteker van vuurwerk op oudjaarsavond en in de nieuwjaarsnacht, enzovoort.

10. Om de milieuproblemen het hoofd te bieden, moeten we gezamenlijk onze verantwoordelijkheid nemen en vooral één ding doen: ons boerenverstand gebruiken.

 

 

 

Stanza zingt en speelt Wilmink (26 oktober 2019, de Deel, € 13,50)

Een kwartet mannen bespeelt samen een muziekinstrument of twaalf (piano, kazoo, basgitaar, akoestisch gitaar, saxofoon, ukelele, dwarsfluit, tig soorten percussie, mondharmonica, accordeon). Liefdevol zingen ze Willem Wilmink tot leven.

De sfeer in De Deel is die van haardvuur achter micaruitjes: gerieflijke stoelen aan grote tafels, koffie, thee en krakelingen, warm licht, een bitterbal, nootjes naast glazen bier of grenadine. Dit alles in een volle zaal en bij thuiskomst de klok verzetten naar wintertijd.

Vier Brabanders zingen met kunde, inzet en liefde de mooist denkbare teksten van Willem Wilmink. Mooie muziek, goede stemmen. Wilmink, over wie vorig jaar de biografie ‘In de man zit nog een jongen’ verscheen van Elsbeth Etty, wordt in Sleen nog iets onsterfelijker. Tuurlijk was hij voor zijn naasten een soms onuitstaanbare, tirannieke, gefrustreerde hork, grillig en zich miskend voelend en dronk hij meer dan goed voor zijn levensduur was, maar tegelijk was hij een taalvirtuoos, vertaler, veelschrijver, literatuurkenner: één van Nederlands beste dichters.

Het publiek bestaat vanavond uit liefhebbers. De eerste noten klinken nog niet of iedereen begint ‘deze vuist op deze vuist’ te zingzeggen, maar dat, zo verordonneert keyboardspeler Erik van Dijk, is niet de bedoeling. 

De tot muziek getransformeerde gedichten van Wilmink zijn vanavond nostalgische liefdesliedjes, levenswijsheden en filosofische protestliederen. Ze worden gesteund door kunstig gefabriekte collages van foto’s, films, cartoons: beelden die achter de muziek worden geprojecteerd. Wat maakte Wilmink toch zo speciaal, waarover schreef hij? We horen over de blinde Sander, de nostalgie van de geur, een café zonder een w.c. voor dames apart, soldaten die onder kruisen zijn begraven maar voortleven als kraanvogels. Ach heer, hoe moet dat nou met een op oudere leeftijd verliefd geworden vrouw? Het is gevoelig zonder sentimenteel te worden, raak maar nooit hard, zeggend maar nergens schreeuwend: kortom poëtisch.

De muziek, ah, de muziek klinkt als een klok en is op zijn mooist als het keyboard even een Hammondorgel wil zijn, wanneer de saxofoon bescheiden uithaalt en de basgitaar de akoestische steunt zoals Wobke Willem op het spoor hield, de accordeon mee het publiek in mag en wanneer drie mannenstemmen klinken als een kozakkenkoortje. En vergeet vooral niet de uitsmijter met troost voor mannen met rotkoppen die de mooiste vrouwen krijgen: Wilminkiaans, want een mooi contrast met het eerder gehoorde verhaal van een kniezende ex-man die in psycho-analyse moet. Dwaze moeders die over de hele wereld tegen onrecht strijden, de oude school, de Javastraat, en Ben Ali Libi ……. En meer.

Binnenkort weer hier in de buurt.

Noordbarge, het verhaal van zien bewoners

Noordbarge, het verhaal van zien bewoners is een kloek boek geworden, 1.700 gram papier voor € 24,50. De omslag met mooie foto’s, omvat in een stijlvolle kleur, geeft goed de sfeer van het boek weer. De redactiegroep heeft er een kleine vijftien jaar aan gewerkt. Mijn eerste reactie: ik heb genoten. Mijn tweede: toch mis ik nog wat.

Ik ben nieuwsgierig naar de inhoud. Wat ik verwacht? Een inventarisatie van Noordbarges bewoners, hun huizen, hun geschiedenissen, dit alles weergegeven in een maatschappelijke context. Omdat ik niet bij de presentatie kan zijn, maak ik op mijn vakantieadres een lijstje van wat ik hoop tegen te komen. Verderop kom ik hierop terug. Wel lees ik tijdens mijn vakantie alvast het interview dat Horstman van het DvhN enkele HC-mastodonten afnam. Het viel me toen op dat de helft van de ondervraagden niet in Noordbarge woont maar hun heil elders heeft gezocht. Moet kunnen natuurlijk. Ik hoop en verwacht een boek te kunnen gaan lezen met oude en hedendaagse geschiedenis. Hopelijk verantwoordt men zijn taakopvatting en gaan we lezen over demografische ontwikkelingen, de relatie Historische Commissie <-> Plaatselijk Belang, de mate van historiciteit (blijft het amateurswerk of heeft een beroepshistoricus meegekeken?), hoe kijkt oud aan tegen nieuw en omgekeerd.

Enkele middagen ben ik niet aanspreekbaar. Ik laat het tafel afruimen wachten, kijk niet naar DWDD of het Journaal, maar ben verdiept in Noordbarge. Dit boek houdt me letterlijk uren en uren van de straat. Ik lees dat de wielrenner Gert Jakobs een Noordbarger is en dat Gerrit Kiers een boot achter zijn huis heeft gerestaureerd . Ik kom namen tegen die ik uit mijn Sleense en vroeg-Emmense periode ken. Er staat heel veel in over boerenbedrijfjes uit de vorige eeuw en als je in je jeugd veel tijd op een boerderij hebt doorgebracht, leest dat heerlijk weg. De grote hoeveelheid zwart-wit foto’s passen prachtig bij de verhalen. Ik zie historische families, grote gezinnen, mannen en vrouwen met schitterende kuiven en oren als schoteltjes, gereformeerde, in het zwart geklede mannenbroeders met ernstige koppen, moderne luchtfoto’s: chapeau!

Ook is er heel veel aandacht voor huizen, de bouw, verbouw en meer. In elke straat ken ik mensen van wie ik meer wil lezen en lees ik over onbekenden die voor mij gaan leven. De bulk van het boek wordt gevormd door de beschrijving van maar liefst 1500 bewoners in 331 huizen. Wat een heerlijk uitgebreid overzicht en wat veel. Dat dit jarenlang noeste arbeid heeft gekost, het verbaast me niets. Het boek werkt ook perfect als naslagwerk, wil je even een naam checken dan kan dat, zolang je de straat en huisnummer weet. Ik wed dat elke lezer snel even naar zijn eigen straat bladert. Het is mooi om te zien hoe vaak huizen nieuwe bewoners hebben gekregen. En wat is er veel ge- en verbouwd. Dat de architectuur in Noordbarge stilgestaan lijkt te hebben past bij een dorp. Dat bij sommige adressen slechts één familienaam staat is uitzonderlijk. Ik leer gelijk iets, want ik meende altijd dat Hooggoorns en Nieuw-Amsterdamsestraat ook bij Noordbarge hoorden. Niet dus, of zijn beide straten afwezig vanwege het gemis van bewoners? Daartegenover lees ik wel over de Zandzoom, de Sleenerstroom en de ruilverkaveling. Een speciaal onderdeel vormt de opsomming van vervallen adressen; terecht worden die met dit boek in leven gehouden. Wel wordt nu eens te meer duidelijk dat de Boerhoorn bij Noordbarge hoort en niet bij de Bargeres, zoals je soms weleens ergens hoort 😊. Leuke anekdotes (een sleutelende mevrouw Hidding, interessante geschiedenissen (de moord op een nachtwaker en de bevrijding van Noordbarge) en persoonlijke geschiedenissen (een interview met Berend Garming) zijn gemarkeerd met een grijze achtergrond.

Het feit dat de helft van de kopij het niet gehaald heeft moet rot zijn voor de auteurs. Tegelijk heeft het iets troostends, wellicht heeft wat ik mis de selectie niet gehaald en komt het later alsnog ergens aan de oppervlakte. De auteurs zeggen gevoeligheden als familievetes en de nasleep van W.O.II opzettelijk te hebben weggelaten. Deze opvatting is begrijpelijk en tegelijkertijd jammer. Historie is natuurlijk meer dan een goednieuwsshow. Wel in een halve pagina het bevrijdingsmonument beschrijven maar verder W.O. II zo goed als onbeschreven laten is natuurlijk bijzonder jammer. Hoe zat het met de oververtegenwoordiging van NSB’ers in Drenthe? Waarom zo weinig over de grote gemeenschap Jehovah’s? Dat het O.M. deze naar binnen gekeerde religieuze organisatie onderzoekt vanwege vermeend kindermisbruik zou een reden te meer moeten zijn om er uitgebreid aandacht aan te besteden, per slot van rekening zijn het bewoners van Noordbarge. Waarom niets over de soms stroeve relatie met Plaatselijk belang? Waar blijft het verschijnsel ‘boze witte man’? Partners (vrouwen, inderdaad) van bewoners ontbreken veelal in de Index. In het boek geen aandacht voor het interessante fenomeen ‘import’. Nieuwe bewoners brengen soms nieuwe visies in en niet zelden zorgt dat voor ongemakkelijke toestanden; dorpen lijken soms op kippenhokken; nieuwe en oude kipjes en haantjes kunnen zeer onverdraagzaam zijn. Dit overziend lijkt het alsof de ’historie’ is bekeken met een roze bril, alsof alles wat kwestieus of discutabel of gewoon lastig is, werd overgeslagen of er een mat, roze cellofaantje werd overheen getrokken. Een gemiste kans, lijkt mij.

Dan nog iets over het taalgebruik. Er zijn provincies waar je <terecht> wordt gekielhaald als je de streektaal overslaat; het enige Drents in dit boek is het woordje ‘zien’ in de titel, waarom het Drents niet gebruikt? Na het lezen van pagina V, de Verantwoording, houd ik mijn hart vast: zeker zes fouten tel ik, waaronder een schrijffout in de naam van de voorzitter van PBNB. Hierna wordt het stukken beter gelukkig. Niet van alle vaktermen wordt voor de leek een betekenis gegeven (celtic fields op p VI). Het eerste hoofdstuk heet Verantwoording, maar ik mis een verantwoording van de historiciteit van het boek. Waar begint de historie en waar eindigt die?

Het is jammer dat de boekinhoud niet ook 100 % digitaal wordt aangeboden: missers en omissies zouden in een handomdraai aangevuld kunnen worden en aanvullen zou eenvoudig zijn geweest. Maar misschien dat de boekinhoud alsnog ergens digitaal kan worden aangeboden? Als digitale aanvulling zou de naam van de beschrijver van de hedendaagse Noordbarger geschiedenis (www.noordbarge.info) niet misstaan hebben, natuurlijk.

Al met al: toch een prachtig boek, boordevol wetenswaardigheden over Noordbarge en de meeste van zien bewoners.

 

Valencia 2

Hoewel er enkele prima fietslaantjes zijn aangelegd biedt Valencia nog veel te weinig ruimte aan fietsers. Vanaf de achtste etage van El Mirador del Ateneo kijk je neer op Plaza Ayuntamiento: voor alle verkeersdeelnemers zijn er hulplijnen maar fietsers lijken niet te bestaan. Er zijn meer milieuslagen te maken: de stad is niet bepaald autoluw, de bussen zijn bijna allemaal diesels en stoplichten staan voor voetgangers korter op groen dan voor auto’s.

Op zondagmiddag zijn er matineeconcerten in het Palacia de les Artes Reina Sofia. Vandaag doet het Palacia moeite op een kreeft te lijken. Het concert is zo goed als uitverkocht. Tickets kosten slechts € 5,-. De 1.400 toeschouwers, toeristen, kinderen, Valencianen, allen muziekliefhebbers genieten van Dvořák en Montsalvatge. De ticketcontrole is extreem effectief zodat de plaatsen snel worden ingenomen. De akoestiek is excellent. De violisten van het Kamerorkest van de gemeente Valencia spelen staand. Dat maakt de sfeer minder statisch. De muziek klinkt prachtig.

Bussen en trams rijden tot vlakbij het strand. Het zand is fijn als straatmakersvulzand. Half oktober is het nog 27 graden. Toeristen en locals liggen op te kleine handdoeken te zonnen, te lezen of elkaar in te smeren. Door je oogharen zie je moderne varianten van taferelen van Jongkind en Israels. In de verte doen Spaanse vissers hun best om de aanvoer voor de Mercato Central veilig te stellen.

Op nationale feestdagen zijn musea in Spanje gratis. Niet dat dat direct een run oplevert, bepaald niet; we zien met knuppels (!) uitgeruste zaalwachters die urenlang staan te tinderen of facebook bijwerken. Het relatief kleine Museu de Belles Arts de Valencia heeft zalen middeleeuws tot modern werk. Picasso contrasteert met oude meesters als Valencia’s Ciutat Vella met Ciutat de les Arts & Les Ciènces. Museum IVAM heeft prachtige toiletten, Nederlandse schilders (Ket, Wilmink, Toorop) uit het interbellum en ruim geëxposeerde moderne kunst waar zaalwachters van gaan gapen. 

Valencia, la ciudad de la luz

Het is 17.00 uur maandagmiddag zeven oktober 2019. De voordelen van een extra taal leren worden breed uitgemeten op straat. Een paar honderd mensen zitten stil te luisteren. Een TedTalk houdt voorbijgangers op de banken. Voertalen zijn Engels en Spaans. Behalve dat een extra taal de communicatie in stand kan houden en verbeteren, houdt het ook Alzheimer op afstand. Locatie is de wijk El Carmen. Hier is ook het mooie Centre del Carme, een cultuurpaleisje in een voormalig klooster. Dit museum bewijst dat bomvolle muren niet altijd een pre zijn, ze leiden maar af van het prachtige gebouw met de witte ruimtes die je automatisch tot contempleren brengen.

Valencia noemt zich evenals Sittard, Florence, Parijs, Hindeloopen en Brugge de stad van het licht. In het najaar kan nazomerlicht een brokkelige stenen muur in goud veranderen. Daarnaast is de agglomeratie V de stad van 1.8 miljoen mensen, een onneembare hoeveelheid wijken met honderden pleintjes en een kleine duizend straten en straatjes, sommige te klein voor haastige cartografen. Prima openbaar vervoer, een schone historische binnenstad, een interessante horeca en een aparte, twaalf kilometer lange tuin, Turia Jardin, die vroeger een rivier was en nu de stad in tweeën deelt. De gecultiveerde rivierbedding werd, na een overstroming in 1957, omgetoverd in een stedelijke oase, bedoeld voor sporters, recreanten, wandelaars, bejaarden, kinderen, hondeneigenaren en vooral toeristen die, betaald, in groepsverband een fietstochtje maken van een uur of drie en daarbij ongeveer 15 km kopstaart fietsen.

Het eindpunt van de fietstocht, net voor de haven, is de Stad van kunsten en wetenschappen, Ciutat de les arts y les Ciències, met bouwwerken van Calatrava, een waar hoogtepunt. Bruggenbouwer/architect Calatrava en Valencia werden samen beroemd door het operagebouw Palau de les arts Reina Sofia. Dit gebouw heeft evenveel bijnamen als Nederlandse adjectieven die dierenmishandeling aanduiden.

Niet alleen voor mensen die neigen naar het flexitarisme is stierenrennen in Spaanse straten een nare en wrede vertoning. Middeleeuws bijna. Ik begrijp het niet en wil met een open blik er een vinger achter krijgen waarom een beschaafd land, dat er wel in geslaagd is van Franco af te komen, dit soort vertier toestaat. Het is een wrede mix van traditie, plezier maken ten koste van dieren, opwinding, inspanning en machismo. De ogen ervoor sluiten is net zo effectief als het ontkennen van stikstofgevaren. In het Valenciaanse provinciestadje Lliria worden stieren vol overgave achterna gezeten. Stieren zitten opgesloten en worden dol gemaakt door vuurwerk dat achter hun trailer wordt afgestoken. Een paar honderd mannen staan de stier op te wachten en uit te dagen als klimaatontkenners Greta Thunberg. Zij hebben de kans door stalen spijlen een veilig heenkomen te zoeken. De stier doet zijn stinkende best er één te grazen te nemen. Je hoopt uit alle macht dat het hem lukt. Heel soms wordt een man doodgetrapt. Vrouwen, kinderen en ambulancemedewerkers kijken toe. Applaus klinkt als de stier bijna iemand aan de hoorns spiest. Jaarlijks miljoenen pasgeboren haantjes shredderen, melkkoeien na 5,5 jaar uitmelken naar het slachthuis leiden, stierkalfjes tot worst vermalen, plezierjacht en  vissen faciliteren is natuurlijk heel wat anders.

In de avondoptocht van La dia de la Comunidad in Valencia zie je nog rode banieren die herinneren aan de tijd van Marcus Bakker, Mao Zedong en Ina Brouwer: in Spanje zijn nog communisten. Muziek, buikdanseressen, een versierde wagen met Muzelmannen, antifascisten, extreemrechtse feestverstierders, een stoet communisten, LHBT’ers, regionalisten, veel pelotons ME’ers, lokale politie, nationalisten, populisten, hordes gezagsdragers en veel toeristen maken er een waar carnaval van. Zeker, er zijn overdag enkele spanningen, maar de politie weet door de demonstranten te scheiden, erger te voorkomen.

Valencia heeft uitstekend openbaar vervoer, taxi’s zijn niet idioot duur en fietsen is in opkomst. Stations hebben behalve ticketautomaten, vaak van mahoniehouten lambriseringen voorziene, loketten, waarachter goedgeluimd personeel zit. Aarzelend als opkomend verzet tegen stierenmishandeling, worden fietsroutes aangelegd, soms zelfs met terechte snelheidsbeperkende maatregelen voor snelverkeer. In elke straat lijkt een fietsverhuurder te zitten. Er is een zeer uitgebreid metronetwerk dat tot ver voorbij Valencia’s centrum gaat. Noordwestelijk tot zelfs 25 km.

 

 

Matthäus Passion in Sleen

Matthäus Passion in Dorpskerk Sleen

Op zondag 5 april vanaf 15.00 uur wordt de Matthäus Passion van Bach uitgevoerd in de Dorpskerk in Sleen. Deze volledige uitvoering is in handen van Collegium Musicum Traiectum uit Utrecht. De kaartverkoop (kaarten à € 25,-) bij Coevordens theater de Hofpoort start nu.

De mooiste uitvoeringen van de Matthäus zijn de niet-alledaagse. Of een Friese, of een met Tango Extremo (aangevuurd door Jan Rot), een meezing-MP, of in 2020 in Sleen met Collegium Musicum Traiectum.

Collegium Musicum Traiectum is een Utrechts projectensemble voor jongvolwassen amateurmusici die een interesse hebben in het uitvoeren van vocaal-instrumentaal repertoire. Het gezelschap bestaat uit een koor en orkest en is bedoeld voor onlangs afgestudeerden en jong werkenden die hun studentenmuziekgezelschap hebben moeten verlaten en toe zijn aan een nieuwe uitdaging op muzikaal gebied.

Omdat de repetitieperiode kort en het repertoire uitdagend is, studeren de leden voorafgaand aan de repetities zelfstandig de partij in. Het ensemble is gespecialiseerd in werken uit de barok- en klassieke periode. De dirigent is Gilles Michels;  zanger Michiel Meijer en violist Paulien Kostense begeleiden het ensemble. Er zijn zo’n vijftig uitvoerenden, van wie de helft orkestleden zijn. De andere leden vormen twee koren.

Het initiatief van deze uitvoering komt van Thomas Hendriksen die samen met Hans Hordijk en Klaas van der Meulen, allen met nauwe banden in Zuidoost-Drenthe Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld oprichtte.  De Dorpskerk in Sleen  is er uitermate geschikt voor.

Matthaus passion

“Het uit 1727 daterende stuk, voor velen het beste stuk dat Johannes Sebastiaan Bach ooit componeerde, combineert het indringende lijdensverhaal van Jezus Christus met een onovertroffen oratorium, een totaal zangstuk met orkest. Het volume van de groep past goed bij de akoestiek van de kerk uit de vijftiende eeuw. Bachs dierbaarste werk is geniaal, meeslepend en vol dramatiek en is in april te horen in Sleen.

Vanaf heden zijn toegangskaarten te koop. Daarvoor is samenwerking gezocht met Theater Hofpoort in Coevorden. De kaarten à 25 euro zijn te bestellen via de website van het theater. Later in het jaar worden voor belangstellenden diner- en verblijfsarrangementen aangeboden.

 

Grootkoor

Het Grootkoor is een bedrijf en een verzamelnaam voor 15 grote koren in Nederland die projectmatig werken. Op elke locatie wordt vijf keer gerepeteerd en dan volgt in december een concert in een theater. In Drenthe zijn de repetities in Westerbork en is de finale in theater De Nieuwe Kolk te Assen op dertien december. Aan het concert werkt diva Karin Bloemen mee. Een beetje dus als Coevordense Boys dat getraind door Ronald Koeman, bijgestaan door spelverdeler Frankie de Jong speelt in De Kuip. Deelnemende zangers betalen € 60,- voor de muziek en € 18,- voor een strikje dat bij de uitvoering wordt voorgeschreven. Een kaart voor een belangstellende (arme partners moeten wel weer mee natuurlijk) kost € 22,50. In Westerbork doen er, schat ik, ruim 200 zangers mee. Landelijk zou dat neerkomen op 3.000.

Als je zingen leuk vindt, vind je zingen met een koor van meer dan tweehonderd man ook leuk. Denk ik. Na één repetitie heb ik de smaak te pakken. We zingen voor vier stemmen gearrangeerde kerstmuziek. Ongelijk aan veel mechanische, steriele pop en rap zijn de melodieën vaak dikke prima en puik en, gelijk aan het merendeel van de pop en alle rap, de teksten vaak afgezaagd, pover en schamel.

Dirigent Etty van der Mei beheerst haar vak als geen ander. Een soort vriendelijke Louis van Gaal. Van 19.15 uur tot 22.00 uur wordt er gezongen; thuis oefen ik dagelijks. Anders dan bij reguliere koren wordt er geen tijd gemorst. We studeren, met een oefen-cd, 22 nummers in. Iedereen is gemotiveerd en gedreven, als middelbareschoolleerlingen voor de Grote Avond. Natuurlijk is ook bij het Drentse grootkoor het aantal mannen in de minderheid. Ver! Bij de mannen ben ik denk ik de jongste. Bij de vrouwen zie je een handvol millenials tussen veertigers, vijftigers en grijze kuiven.

Wat maakt het vierstemmig zingen leuk? Met een groep onbekenden, mijn zangmaten en ik kennen bijna niemand, in relatief korte tijd geconcentreerd brokstukken muziek instuderen die daarna als een puzzel een geheel vormen en bijna allemaal goed klinken. Dat we in december Edison-, Pisuisse-, Annie M. G. Schmidt- en Gouden-Harp-prijswinnares La Bloemen ontmoeten speelt niet mee. Dat we in een volle bak met uitstekende akoestiek optreden wel.

Grootkoor Projecten organiseert naast kerstprojecten nog koorreizen. Jaarlijks wordt in het Concertgebouw een koorproject voor, schrik niet, duizend zangers georganiseerd. Dit concert is, bijna standaard, uitverkocht.

Özcan Akyol in Coevorden (€ 7,50)

Het bibliotheekzaaltje is met zestig stoelen vol. Vrijwilligers, biebmedewerkers, leesgroepleden en twee pubers. 85 % vrouw. Geroutineerd vertelt bestsellerauteur Akyol, BMI van 25, sjoemel-Audi, polootje, lichte jeans, blote voeten in sneakers en charmant plukkend aan een onzichtbare broeksriem onder een afwezig buikje, zijn verhaal over zijn Turkse achtergrond, zijn jeugd in Deventer. Veel vooroordelen over cultuurarme Turkse immigranten worden bevestigd: ouders die niet of nauwelijks Nederlands (willen) leren spreken, jongeren die met geritselde Armanishirts een straatuniform creëren, een wijk die Ankara aan de IJssel heet, Turkse werknemers die zo snel mogelijk een uitkering binnenharken en jeugd die knoeit met studiefinanciering. En natuurlijk een Nederlandse omgeving die zich niet bekommert om integratie, gepersonaliseerd in het cliché van een lagereschooljuf die een slimme gast een te laag schooladvies geeft. De schaamteloze openhartigheid over de zich misdragende en naar de criminaliteit afglijdende jongere is weldadig. Het is een EO-verhaal in optima forma. Akyol, de kansarme crimineel wordt de bekeerde predikant die op tijd het licht kreeg aangereikt door een (detail: Surinaamse) cipier die zijn brave inborst, studiezin en leesgierigheid ziet en hem Rozemarijntje, stripboeken, Baantjer, ’t Hart, Goethe en Céline geeft. Eus, de autobiografie, past over Özcans leven als een niets verhullend cellofaantje over een doos frikandellen. Akyol, opgegroeid in een vrijzinnig Alevitisch nest, zeg maar de ietsisten in de Islam, journalistiek gestudeerd aan het christelijke Windesheim in Zwolle en gesjeesd aan de gereformeerde VU in Amsterdam, is op zijn sterkst wanneer hij voorbij de sappige details treedt van een bierdrinkende vader en een moeder die niet weet wat scheiden is en verhaalt van de magische sensatie die het lezen en nu dus schrijven hem geeft en de invloed van literatuur, van taal, van veel lezen op zijn persoonlijke ontwikkeling tot een volledig mens. Akyol, bedankt!