Hoe word je Ploegvriend?

Veel liefdes en voorkeuren ontstaan in je jeugd. Ik was 24, zat van onder tot boven vol testosteron en had net de leukste vrouw van Groningen en ver daarbuiten, laat ik haar V noemen, gescoord. Na een maand of vier ging V’s opa dood: Jan Boer, een in Groningen vermaarde dichter. Bij de crematie, waar ik een verschrikkelijke, want verknipte, Grunninger Bouk-representant trof die het bestond V te verwijten dat zij d’r opa had verwaarloosd toen ze tien was, leerde ik over de relatie die de vers overledene onderhield met Ploegschilders. Even dacht ik dat het landbouwmachinespuiters waren maar allengs kreeg ik visioenen van kunstenmakers. Jan Boer kende Ploegleden van het eerste uur. Hoe gaat dat met kunstenmakers in de provincie, ze prijzen elkaars vrouw, vlam of verovering, drinken een glas wijn te veel en wisselen werk uit. Boer schreef een kwatrijn of een sonnet en Altink illustreerde de geboortekaart van zijn dochter en schilderde later haar portret. V’s oma, de eerste partner van Jan Boer, woonde in een appartement in Haren en later in Zuidhorn. Haar woonkamer hing bomvol schilderijen van Ploegleden. Ik zag een schilderij van Werkman waarop een sneeuwschepper voor een blinde muur weinig stond uit te voeren. Veel grijzen, zwarten en witten. Intrigerend, noemde ik het, spannend ook wel, maar niet een werk dat mijn hart sneller deed kloppen. Dat deden de ogen, mond en lippen van V wel. Iets verderop hing een Altink, een schitterend, vrolijk, licht voorjaarsbeeld van een vervallen boerderij. “Blauwborgje,” lichtte oma mij in, toen ze mijn grote ogen het schilderij zag bewonderen. Steeds als oma mij een derde glas thee wilde inschenken zei V gewiekst: “Misschien heeft Klaas liever een flesje bier?” Omdat oma mij een goede partij voor V leek weigerde ze mij, ook al was de vraag ogenschijnlijk buiten mij om gesteld, nooit iets. “Pak zölf maar een flesje mien jong,” zei ze lief. In de gangkast vond ik twee lauwe pijpjes verschaald bier en onder een wit, gescheurd laken stonden schilderijen als enveloppen in een brievenstaander. In de gangkast!! Allemaal Ploegwerk…. Zo dus.

Corona en herdenken

Het wordt bijna straattheater, met bijrollen voor Maxima in piratenkledij met vleermuisdetails, Mark met een dikke bos haar, Femke die niet in de gaten heeft dat camera’s op afstand feilloos registreren dat haar ogen steeds naar rechts flitsen omdat ze ziet dat Willem A’s broek in zijn bilnaad kruipt en een uit het stratego-spel weggelopen schout-bij-nacht die Willems tekstboekje moet torsen. De sprekers staan bij de 4-meiherdenking voor 6 miljoen televisiekijkers op een multiplexspreekgestoelte. Theater: er is immers geen live publiek dat men het zicht op zijn facie wil vergemakkelijken. Het is dus overbodiger dan overbodig. Grunberg houdt een uitstekende toespraak. Hij zegt terecht dat het bij herdenken aankomt op details. Kennis bestaat uit details. Detail: op De Dam is geen zigeunermuziek te horen. Wel christelijke liederen. Dat moet een klap in het gezicht zijn geweest voor familieleden van vermoorde Sinti en Roma, naast Joden slachtoffers van de nazi’s. Wegkijken en zwijgen was immers de houding van kerken in oorlogstijd. En om dan de meest christelijke tekst, het Onzevader te laten zingen voor een steeds a-religieuzer publiek is niet bepaald hoffelijk. De NPO wordt hier gelijk aan de EO. Of moeten we dit als een bewuste provocatie van onze Moslimbroeders opvatten, ook een groep die voor het gemak bij de herdenking wordt overgeslagen? Kerkleiders (protestants, katholiek of orthodox) kwamen nazi-Duitsland eerder tegemoet dan dat ze zich verzetten. Individueel of op mesoniveau werd er wel verzet gepleegd. Het overwegend protestantse Drentse dorp Nieuwlande bijvoorbeeld bood onderdak aan meer dan driehonderd Joodse onderduikers. Hopelijk dat de achterkleinkinderen van Gerdi Verbeet, voorzitter van het ‘nationaal comité 4 en 5 mei’ ooit hun overgrootmoeder over de ontbrekende zigeunermuziek zullen kapittelen en een postume oorvijg verkopen. Het aanspreken van familieleden op ongepast gedrag is een precaire actie, dat weet iedereen die familie heeft. Willem A durft na drie generaties zijn overgrootmoeder een veeg uit de pan te geven, maar relativeert het onmiddellijk weer door iets positiefs te noemen. En twee bovenstebraafste Drentse scouts als kranssjouwers inhuren is leuk bedoeld, maar was het niet vele malen avontuurlijker om hiervoor twee straatschoffies met gebontkraagde hoodie te vragen die net hun taakstraf erop hebben zitten en berouw hebben getoond voor scooterroof, het belagen van homoseksuelen of het scanderen van antisemitische leuzen in Amsterdam-centrum? Een paar aanpassingen in de detaillering en de nationale dodenherdenking wordt voor heel Nederland dragelijk.

Coronodagboek in elf vragen

April 2020. Vrouw I en ik kennen elkaar veertig jaar. Ik was 24, zij al wat ouder. Ik stelde op koninginnedag 1980 voor naar Amsterdam te gaan. Niet dat ik een reljongen was, maar ik wilde zijn waar geschiedenis werd gemaakt en pronken met haar naast mij in mijn tweedehands vlekkerig rode Saab. Misschien op de terugweg nog even bier drinken in Maastricht. Ik kende daar een hotelletje waar je geen paspoort hoefde in te leveren. Zij voelde meer voor eten bij Emmens eerste pizzeria en als toetje mij lekker lang langzaam (“Klaas, rustig aan,” is wel bijna een mantra geworden in ons huwelijk) leren zoenen in de portiek van mijn flatje in Emmerhout. Gisteren zag ze eindelijk het door mij gebonsaide hart in het buxusblok voor ons huis. Aah, romantiek is voor een Friese jongen als Engels voor Fransen: moeilijk, maar met veel oefenen kom je een heel eind. Als ik de tuin eens niet had. Massale sterfte onder (pimpel)mezen verklaart dat in onze tuin de mussen de boventoon voeren als Denk-talkshowgasten bij Jinek. Een Vlaamse gaai en een ekster spelen Peter R. de Vries en Jort Kelder. Niets mooier dan drie al wat oudere doffers, duikelaars zelfs, die ’s middags wat rondvliegen. Fretten kunnen C overdragen lees ik. Ik besef hoeveel er nog onduidelijk is. Welke rol speelt onze dierenindustrie? Gaan de verdieners aan C, de online-shops en bezorgbedrijven, supermarkten, computerwinkels, drogisterijen, verf- en doehetzelfverkopers, fietsenwinkels, plexiglasmakers, stoepkrijt- en legpuzzelfabrikanten en farmaceuten straks coronabelasting betalen? Zijn er al besmette katten bij zorgmedewerkers? Hoe zat het alweer met Q-koorts? Er worden nieuw oplaaiende C-uitbraken voorspeld. Wil ik volgend jaar weer een seizoenkaart bij FC Emmen? Waarom willen mensen die zich nu vrijwillig onthouden van sociale interactie toch een riskante stadionplek kopen? Clubliefde? Russische roulette? Valse sentimenten haat ik, maar het ontgaat me niet dat vrouw I voor het eerst in ons huwelijk ossenstaartstoof kookt terwijl ik de ramen lap en de was opvouw. Het was afgelopen week mooi weer en languit zonnebadend lees ik het schitterende boekenweekgeschenk van Van der Zijl, Lichter dan ik van Michielsen en herlees de Geheime dagboeken van Hans Warren, schrijf, fiets, wandel, tuinier en denk na. Als ik zie dat de zon zijn best gaat doen doe ik snel mijn sportbroekje uit en laat de zon bij een gevoelig plekje op mijn linker bil. Zouden die verrekte antivaxxers ook het C-vaccin weigeren? Wat te doen als we zelf besmet raken? Vrouw I en ik bespreken het na de avondmaaltijd voordat Boer zoekt Vrouw begint: wie besmet is verkast twee weken naar boven. Boeken mee, de wifi checken en hopen dat het niet tot een ic-opname komt; rot natuurlijk, maar twee weken onbelemmerd je eigen muziek beluisteren compenseert iets van het leed. Op mijn buik op de tuinstretcher liggend val ik in slaap. Van onze Noorse overbuurvrouw leren we dat we ook rustig met ziekte en dood om kunnen gaan; ziektes & dood horen bij het leven als wachtrijen bij de belastingtelefoon of ruzies bij 50Plus. Waarom zou iedereen ouder dan tachtig moeten worden?

Wopke, Mark, Hugo, Wouter en Klaas

Dankzij Wopke, Hugo en Mark, Wouter en Klaas, gecontroleerd door Jesse, Esther en vooruit Fleur en Laura en Kathalijne, Pia, Stieneke, Attje, Renske, Lilian, Sadet en Khadija, word ik niet onrustig van 92 miljard in de min en een staatsschuld van 65% van het bbp. Maar god, wat mis ik hier de vrouwen aan de teugels. Carola zit tot d’r nek in de PAS en de PFAS en Monica wordt door de grefomannen overruled en onder de duim gehouden. Gek, maar terwijl in Nederland de zorg voor 85% in de handen van vrouwen en een oprukkende e-health is, komt de regie als vanouds van mannenborden: Mark, Hugo en Jaap. Ze doen het goed, is alom de door links en rechts gedeelde opvatting. Toch presteren internationaal vrouwen beter, kijk maar naar Taiwan, Finland, Noorwegen, Denemarken, Duitsland. Je zou hopen dat ook KLM wordt geregeerd door vrouwen. Het masculiene gejank om staatssteun van zetbazen Elbers en Air France’ Smith en tegelijk schaamteloos naar bonussen graaien (en geen belasting op kerosine en geen btw op tickets en 10% van de piloten die met buitenlandse adresjes de belasting omzeilen als Noord-Italiaanse grootverdieners) schreeuwt om vrouwelijke relativering. Misschien dat we nu, met aan het roer Urgenda’s Marjan Minnesma, de klimaatdoelen gaan halen.

De laatste tijd denk ik dagelijks aan Wanda de Kanter en Pauline Dekker, twee door het KWF uitgekotste longartsen van TabakNee die zouden willen dat kanker de coronasterfte zou benaderen. CBS: Kanker is (als ziektegroep) de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. In 2018 stierven in Nederland 44.739 personen (24.344 mannen en 20.395 vrouwen) met kanker als onderliggende doodsoorzaak. 23 % hiervan (10.289) betrof longkanker.’

Dus: terwijl Nederland, aangevoerd door Mark, Hugo, Jaap en Wopke al anderhalve maand in de ban is van Covid-19 verdient de Staat der Nederlanden door accijns en btw op tabaksproducten aan de sterfte door longkanker, nee, gekker, stimuleert het hyperverslavende tabaksproducten door de verkoop schaamteloos te stimuleren.

En dan, onder het mom van ‘never waste a good crisis’ hoopvolle ontwikkelingen in de gezondheidszorg: veel zorg kan en gaat digitaal. Patiënten die voorafgaand aan een huisartsbezoek op een formulier mogen aankruisen komen er vanzelf achter dat lage rugpijn, vergeetachtigheid of hoofdpijn pas na vier weken een bezoekje aan de wachtkamer waard zijn. Er zijn nu al huisartsen die klagen over het 90%-fenomeen, het verschijnsel dat patiënten doorkrijgen dat 90 % van de gezondheidsklachten vanzelf verdwijnt. En er wordt efficiënter gewerkt in de zorg. Het RadboudUMC heeft zelfs een ‘beterlatenlijst’ opgesteld van geld, tijd en leed besparende overbodige en soms zelfs schadelijke ‘verpleegkundige’ handelingen.

Cataclysmisch, adipositas, triage, capibara

Op 130420 om 07.43 uur lees ik in een column van Sylvia Witteman het woord cataclysmisch. Ik denk veel woorden te kennen, maar dit? Van sommige woorden kan ik me precies herinneren wanneer ik het voor het eerst hoorde. Het woord adipositas kende ik tot 270320 niet. Dat leerde ik van Diederik Gommers die meedeelde dat de meeste ic-patiënten daaraan lijden: zwaarlijvigheid. Nog een woord dat je nu geregeld hoort en waarvan ik het leermoment nog precies weet: triage en triëren. Ik ken het sinds mijn 60,47e jaar. Ik voelde al een week een pijntje in de onderbuik. Als mannen spreken van de onderbuik, bedoelen ze de omgeving van de pielemuis. Daar waar de onderbuik overgaat in het scrotum zat een gevoelige verdikking; zacht als dikke pap, dik als een gekneusde duim en pijnlijk als een ontstoken oor. Was het vocht, een bultje, een opgezette spier? Na een week negeren werd het vrijdags erger. In een wielrenboek had ik net gelezen over een derde bal. Wijs geworden door familieontwikkelingen werden vlekjes vlekken bobbeltjes verdikkingen bulten tumoren. De telefoniste startte het triëren. Zij wilde precies weten wat ik voelde voordat ik mijn broek voor haar jonge collega, een aio van 26 met bladderende lipstick, donshaar op d’r kaken in het zonlicht, paardenstaart, een aandoenlijke door een hockeystick afgebroken voortand, dichtgegroeide neuspiercinggaatjes, op de knie gescheurde skinny jeans en een krokodiltattoo die zijn staart onder de mouw uitstak als een pissebed zijn kontje onder een slecht afgekitte voeg in een toiletruimte, mocht laten zakken. Ik was getrieerd: gewogen en zwaar genoeg bevonden en mocht komen. Onmiddellijk verhevigden mijn klachten zich want ze werden al op afstand erkend. De aio gaapte even na de begroeting, bleef zitten als de moeder van een jengelend kind dat een gescheurde nagel laat zien, verschoof haar rijdende bureaustoel mijn kant op en richtte een felle lamp op een wegschietend zilvervisje en vervolgens op mijn apparaat als een detective een zaklamp op bloedsporen op een plaats delict. Met blauw gehandschoende vingers betastte, bekneep en bevoelde ze mijn, eh, onderbuik- en scrotumvel, aarzelde bij een oud en verweerd litteken, schoof achteruit, trok geroutineerd de handschoenen uit, waste d’r handen, beet een gescheurde nagel af, schreef een nota en checkte d’r facebook. Als 90% van de kwalen: gaat vanzelf over. Laatste woordnieuws: vanmorgen wil de OnzeTaal-rebus als oplossing capibara zien.

De kerktelefoon


Voor het eerst luister ik, op afstand, mee met een rouwdienst. Het betreft een derdegraads familielid. Nee, preciezer: een tante. De organist speelt gezang veertien. Corona bespaart me een rit naar de rand van het land en ontsteelt me de mogelijkheid van een hernieuwde ontmoeting met verre familie. Geconcentreerd blijven luisteren valt me niet mee. Het luisterritueel doet me denken aan een luistertoets op school. Er zijn afleidingen te over. Zo probeer ik me een voorstelling te maken van de uitvaartleider of predikant: haar stem houdt het midden tussen de zakelijk/informatieve van een belastingtelefoonmedewerkster en de invoelende van een sociaal werkster. Het geluid kon beter en ik mis de beelden heel erg en de mogelijkheid lekker mee te zingen. Al multitaskend googel ik wat tijdens de saaie stukken en zo leer ik dat de architect van de kerk Ploeg-kunstenaar Reitsma was. Zijn kerkarchitectuur geldt als een belangrijk voorbeeld van de regionale vertaling van de expressionistische architectuur van de Amsterdamse School.

De overledene is al oud en hoge ouderdom maakt mijn verdriet lichter zoals het whisky lekkerder maakt. Wat me ontroert: de verhalen van enkele kleinkinderen. Deze tante was één van mijn zes tantes. Was ze mijn favoriete? Zij was een speciale tante. Ze was groot. Ze droeg lange, strakke rokken waarvan het zijritsje altijd op springen stond en crèmekleurige schoenen met een halfhoog hakje. Haar boezem deed me denken aan de billen van Asterix. Ze trok me wel eens op haar schoot en ik herinner me dat ik de harde jarretellesclips door de dunne stof van de rok voelde. Of me dat opwond weet ik niet meer. Wel had het mijn interesse. Tante verschoof onrustig op de stoel en had mijn belangstelling feilloos geregistreerd, voelde ik. Veel later, ik was ongeveer tienenhalf en zat bij de verspugers op school in de hoogste regionen en mijn inwonende oom had me al door de neus leren boeren, feliciteerde tante me. Ze had een kunstje verzonnen. De rijksdaalder had ze ingepakt. Een strak stuk plakband hield het papier bij elkaar. Ze droeg me, blijf bij mij heer neuriënd, op het geschenk met één hand uit te pakken. Ze wilde mij bezighouden, puur om mijn moeder te ontlasten. Die had genoeg drukte aan haar hoofd op een kinderverjaardag. Tante lachte samenzweerderig naar me. Terwijl mijn rechterhand bezig was de onmogelijke klus te klaren, vlijde ze mijn linkerhand op haar bovenbeen en wreef een beetje heen en weer totdat mijn hand de ijzeren clip voelde. Ze knipoogde onzichtbaar. Mijn tweelingbroer kon al wat blokfluiten en zette welgemoed De heer is mijn herder in.

Covid I tm VI

I Wopke Hoekstra is de gebeten hond want hij spreekt, na Jeroen Dijsselbloem enkele jaren geleden, de Italianen en Spanjaarden aan op hun onvermogen financiële buffers te fixen. Hij heeft het grootste gelijk van de wereld, dat weet iedereen. Dat hij toch binnen 24 uur zijn woorden bijstelt, “ach, als je zoveel weerwoord krijgt, betekent dat dat je andere woorden had moeten kiezen,” zal iedereen herkennen, ik ook. Soms blijft de woordontvanger liever nog wat doofjes; Wopke stijgt op mijn virtuele ladder. Op termijn zullen zijn harde woorden contraproductief blijken te zijn: kritische noten dreunen tien keer langer door dan positieve feedback.

II Het is zeven uur in de ochtend en ik denk aan jullie, oude en nieuwe lezers in Houten, Huizen, Heemstede, Oude Pekela en nog verder. Ik ga over op elke week zes observaties. Besparen op postzegels ga ik, met deze postzegelloze brieven. Naar buiten kijkend hoor ik vogels die de kou trotseren als Friezen openstaande bruggen, zie ik de krachtige magnolia die op het punt staat de witte kaarsen te doen ontsteken en ontroerend-lieve paarsblauwe violen die de grauwe grijze tuinbodem doen oplichten en vrolijk maken als lipstick mijn buurvrouws toet.

III Even een levensteken in deze vreemde en interessante tijd, waarin voor het eerst dagelijks Covid-slachtoffers worden bijgehouden in taart- en staafdiagrammen, doden voortleven in Op1-discussies, landen worden vergeleken op gezondheidszorgefficiency en huisartsen, onder wie een aantal duimen draaiend en de dagelijkse bezoekersstromen door een telefoonlijn persend, die zich afvragen waar de klachten over plasproblemen, lage rugpijn, verstuikte enkels en huidschilfers blijven. Zelfs mensen met nieuwe knobbeltjes en hartlijders blijven in de kast en stellen opname uit.

IV C en deze keer bedoel ik niet Cruijff, Christus of chihuahua is verschrikkelijk. We tellen onder de dodelijke slachtoffers merendeels aan adipostas lijdende 80-plussers met onderliggende ziektes, lees ik en dat maakt het voor mij draaglijker. Mijn ouders stierven toen ze 67 en 73 waren en dat, zo kan ik je verzekeren, relativeert sterftecijfers en mortaliteitsstatistieken enorm.

V Ik kan het niet laten en vergelijk de aantallen Coronadoden met de 20.000 jaarlijkse tabaksslachtoffers (nieuwtje: Albert Heyn die maar doorgaat met het verdienmodel op de verkoop van tabaksproducten wordt nu op NS-stations verboden deze producten aan te bieden) en de bijna 10.000 doden ten gevolge van de griep in 2017/18. Met filosoof/medicus Marli Huijer, ex-denker des vaderlands, zeg ik: waar hebben we het over?

VI Een ketting- of piramidebrief bezorgt me elke morgen een verse stroom gedichten en verzen van uiteenlopende namen als Vasalis, Toon, The Cure, Zwagerman, Jan Kal, Soepboer, Hettinga, De Vries, en meer. Ik lees over ziekenhuizen die nog steeds deep-down elkaars concurrent zijn en de kaarten van vrije IC-kamers voor de borst houden, Duitsland waar 15.000 IC-bedden klaar staan, elkaar beconcurrerende laboratoria als HuisartsLab, Certe en Izore en bevraag mezelf driemaal daags hoe het komt dat de heere der heerscharen de bible belt bepaald niet spaart van deze pijnbank. Je hoort al mensen spreken over een parallelle wereld die na C meer duurzaam zal zijn en vrij van intensieve veeteelt, carnaval, overbodige reizen naar het einde van de wereld om daar op klompen de loop van een riviertje te bestuderen of in oude auto’s of op veel te hoge bergschoenen interessante bergpassen in den vreemde te vervuilen en goudenkettingverkopers te vernederen door 100% fooi te geven.

Spanje 5: Intemperie

Den Uyl

Jesús Carrasco’s Intemperie verhaalt van een vluchtende dorpsjongen. Een vlucht wil ik het niet noemen, maar een soort uittocht is het zeker wanneer we op zondag 15 maart noordwaarts kachelen in een stoet van campers, enkele caravans en een zootje ongeregelde Poolse en Roemeense minivrachtwagentjes. De zon schijnt en de temperatuur en dieselprijzen wisselen als seksuele contacten van plattelandsmeisjes die voor het eerst in Salou zijn. De lange weg naar Lyon rijdend krijg ik visioenen van een premier die een verstandige toespraak zal gaan houden die me voor hem zal innemen. Verdomme, ik zal toch geen VVD’er worden? Ik vergelijk Ruttes toespraak met die van Den Uyl in december 1973; allebei getuigend van ferm en fier staatsmanschap. Vergeleken daarmee is de sprekende koning een sneue ledenpop. Al rijdend tast ik mijn geheugen af. Na afloop van Den Uyls rede sprak mijn moeder in een evaluerend gesprekje met mijn vader met bedroefde stem en vooruitziende blik de historische woorden: “Dizze man haldt ús bern út de tsjerke, Anne”¹ en ze onderdrukte een traan terwijl ze de kuiven van de beide Benjamins gladstreek met een likje spuug. Mijn vader die Den Uyl met zijn VAD²-plannen wel kon wurgen keek haar eens aan en mompelde iets als: “Dat sil mei ús Jaap Boersma³ neist dizze

Boersma

úfretter toch wol in slagje meifolle, Sjoukje,” stak een filterloze Golden Fiction op, legde het sigarettendoosje met die adembenemende zilveren band op tafel, inhaleerde inhalig, peuterde een stukje droge worst tussen de kiezen vandaan, bestudeerde dat als grefo’s de geschriften van Luther, droogde zijn vingers aan de binnenkant van zijn sokken, nam zijn kunstgebit in de handen en liep vervolgens naar de keuken om onder de keukenkraan zijn gebit, met wat Vim op de afwaskwast, schoon te boenen boven de gootsteen waarin net een door een buurman geslachte kip was schoongeboend. Wie kon toen bevroeden dat mem met vijfenhalf van de zeven kinderen die zouden uittreden, gelijk zou krijgen?

Spanje scherpt, voorgegaan door Duitsland de reisadviezen aan. Ze zijn als een soort uiterste houdbaarheidsdata. Men gaat er rekkelijk of precies mee om. Duitse inreisverboden wakkeren onze verplaatsingsdrift aan als zandstormen bedoeïenen. In Valencia worden de feesten van Las Fallas afgeblazen. Las Fallas doet me aan carnaval denken. In Nederland was het carnaval een brandhaard. Dat het carnaval een feest is met de wortels in de religie bewijst ook nu onomstotelijk dat godsdienstuitwassen niet bepaald bevorderlijk zijn voor de volksgezondheid: alles achter de voordeur houden ware beter.

Spanje 4; Un asunto serio

Dat onze Spanjetrip anders gaat worden is duidelijk. We volgen de ontwikkelingen in Nederland via de NOS-app en als ik mezelf wil frustreren via de ultimas noticias van El Pais; de datos actualizados zijn eenvoudiger te interpreteren. We ontmoeten Nederlanders die zich hebben uitgeput met vijf maanden rustig aan doen aan de costa’s. In El Campello, acht kilometers van Alicante vraag ik mijn buren: “Hoe fiets je het best naar Alicante?” “Ach, ik heb het geprobeerd maar die fietspaden hier zijn verschrikkelijk, ik heb het opgegeven.” Naar Alicante fietsend, begrijp ik hun antwoord steeds beter. Onaffe straten, onbegrijpelijke wegafsluitingen, afval en gebroken glas op plaatsen waar beter afvalbakken pasten. De algemene organisatiegraad in Spanje is lager dan die in Nederland. Ik bedenk een televisieformat waarbij mensen aan de Spaanse kusten tiny houses plaatsen zonder de autoriteiten te verwittigen. Mijn oudste broer waarschuwt me voor de gebrekkige Spaanse zorg. Ambulances zijn vaak slecht toegerust. Hygiëne laat te wensen over.

Als bewust facebookloze heb ik tijd. Psychiater Witte Hoogendijk meent in de Volkskrant dat rationalisten het het gemakkelijkst hebben in deze tijd. Dat herken ik. Ik blijf 20.000 Nederlandse tabaksslachtoffers per jaar in Nederland afzetten tegen de nieuwste aantallen Coronadoden. Het wil maar niet erg worden. Hoogendijk, ook een liefhebber van inkoppertjes natuurlijk, constateert dat je beter serieus nieuws kan volgen dan social media.

Als het woord lockdown in het Spaans en Nederlands wil binnendringen als spermatozoïden in, nou ja ik bedoel virussen in mannenlijven wordt het un asunto serio. Als derden mijn bewegingsvrijheid willen bepalen, hoe goed bedoeld ook, dan word ik onrustig. Terrassen en restaurants worden gesloten. Stranden no go areas. Supermarkten blijven het goed doen. De Lidl wil maar geen lege schappen vertonen. Frankrijk gaat grenzen in de gaten houden als overblijfmoeders schoolpleinen. Nederlandse verslaggevers blijven hardnekkig hun in de studio voorbereide antwoorden via gesloten vragen ontlokken aan vriendelijke Madrilenen. Camping sanitair wordt vaker geboend en gespoeld met bruistabletten. Het werkt. Blauwig wc-water stelt gerust als blauwe latex handschoenen aan zorgpersoneelhanden. Met pijn in het hart neem ik afscheid van katoenen zakdoeken en besef hoe smerig handen schudden en met schoenen huiskamers betreden eigenlijk is. Een schoonzus was de tijd ver vooruit door al jaren geen echte begroetingszoenen meer te geven maar kunstig met bijpassende plofgeluidjes samenvallende luchtverplaatsinkjes in de vorm van klapzoentjes.

Op afstand bepalen twee seniore muziekpikken en ik dat de Matthäus Passion, waarvoor we speciaal een stichtinkje hebben opgericht zal moeten worden afgelast. Godver, wat zal ik het openingskoor, het supermooie en uitgerekte Mache dich mein Herze rein en de vrolijke melodie van Gebt mir meinen Jesu wieder of Können Tränen meiner Wangen en het eindeloos repeterende en door een schitterende cello ondersteunde mantra van Komm süsses Kreuz so will ich sagen in de Sleense akoestiek missen op 5 april. Nog eentje dan: Mache dich, mein Herze, rein. Gelukkig word ik als Vrouw I me vraagt wanneer we de Matthäus-cd’s gaan afspelen.

Spanje 3; klimmuurtje, Bregman en rijstvelden

In Valencia fietsen we door de stad en stuiteren tegen te hoge stoepranden als balletjes tegen geluidsranden in flipperkasten, maar wat is dat gaaf. Spanjaarden zijn in dubio: ze waarderen je fietslef maar ze haten het door jou veroorzaakte oponthoud. Op zondagmorgen met dik duizend man naar een recital in het Palau de les Arts Reina Sofia en daarna een drankje in het park. Mouwen opgestroopt en randen van de korte broek tot in de liezen omhoog geduwd om geen zonnestraaltje te missen. Op weg naar de haven en naar het strand in de opkomende wijk Nazaret passeren we een muur die het uitzicht belemmert. Halverwege een ingelast klimmuurtje. Ik vraag een passerende mevrouw, Luna, ernaar en ze vertelt me dat achter de muur een parkproject van 85 ha wordt ontwikkeld en dat een Institución des Deportes voor het klimmuurtje heeft gezorgd.

In de Jardín del Turia, het door Valencia meanderende park, wordt op zondag gewandeld, gefietst, gevolleybald, gejogd, gestept, gerugbyd, getai-chied, gevoetbald en gebaseballd dat het een lust is. Flatgebouwen, musea en koepelkerken kijken goedkeurend over de afscheidende muurtjes en houden toezicht als giraffen over dierentuinhekken. We pakken een boek en als luisteraars op poëzieavonden suffen wat weg  in bedachte werkelijkheden van Mark Haddon of Piet Oly.

Wil ik eens lekker schaterlachen dan pak ik Rutger Bregmans De meeste mensen deugen erbij en lees ik over gefileerde psychologische onderzoeken. Deze schrijver deugt. We wisten natuurlijk al dat in de sociale psychologie zo’n 50 % niet repliceerbare onderzoeken als normaal en, godbetert, acceptabel wordt beschouwd. Maar dat hij psychologie ergens vermakelijk straattoneel of volkstheater noemt en daarvoor naar mijn weten (nog) niet vervolgd wordt, geeft te denken over de beroepsgroep. Manipulaties, betaalde en/of vooraf geïnstrueerde proefpersonen, gebrekkig toezicht, het lijkt wel op hedendaags bankentoezicht. Bregman is een nieuwsgierige, interessante denker en goede vragensteller. Hij spant de kroon in het hoofdstuk over het mysterie van Paaseiland. Hij ontrafelt het raadsel van de supergrote beelden op een eiland waar geen bomen groeien. Kannibalisme, een stammenoorlog tussen de Lang-oren en de Kort-oren en een soort beeldenstorm completeren de ellende. Wetenschappers (archeologen, geologen, filosofen) bijten hun tanden erop stuk en publiceren de ene onzinanalyse na de andere. Maar dan maakt RB kennis met de naar Bach-cantates luisterende bloemetjesoverhemden dragende Jan Boersema (milieubioloog, met belangstelling voor geschiedenis en filosofie), die het logboek van de kapitein Roggeveen die in 1721 Paaseiland herontdekt had, even had gelezen en alle wetenschappelijke opvattingen die tot dan toe als waarheid waren beschouwd, op de kop zette.

Rood geverfde en van een middellijn voorziene fietspaden leiden ons langs smalle stranden naar Pinedo, zuidelijk van Valencia. Bamboestruiken filteren het zicht op slordige volkstuinen. Plastic stroken wapperen in de wind. In de verte containerschepen als kleurige dobbers. Strakblauwe lucht. We zien steeds vaker mountainbikers met zakdoeken voor de mond. Op de camping lezen we over Corona en de Amerikaanse battle van de bleached dentures, waarin Biden op overleven afstevent als een in plastic netten verstrikte zeehondenopa.

De OESO rapporteert dat Spanjaarden zowat de hoogste levensverwachting hebben. Daarnaast dat In Spanje de minste moorden worden gepleegd en dat er veel sociale ongelijkheid en armoe is.

We komen én fietsverhuurders tegen die geen puf hebben even een lekke band in goed geoutilleerde werkplaatsen te fixen, of natuurlijk de juiste binnenband ontberen, of, ‘lo siento, no tengo tiempo’ het is bijna 13.30 uur én een rijstboer. Alfonso Garçia legt ons graag de irrigatie van de rijstvelden uit en brengt ons, onder werktijd, naar het binnenmeer Albufera alwaar we kunnen zien hoe de schuiven werken die de waterlopen leiden en controleren. Alfonso begrijpt, gracias a dios, mijn krakkemikkige Spaans. Hij moet lachen als ik van een verhoging spring en enkeldiep wegzink in de vette, natte klei waarmee hij dijkjes maakt. Mijn fancy sneakers worden werkschoenen.