Spanje 2; In de klauw van Klotinden

Probeer maar eens bij een Spaanse rijwielhersteller in je nieuwste Spaans uit te leggen dat de schijfremmen van je mountainbike een naar metalig geluid maken. En dat het dan toch lukt, kijk dat gevoel heb ik graag. Vale, mira, bij de sympa bakkersvrouw vragen om een multicereal i.p.v. een witte plakbaguette die je darmen verkleeft en verstopt als een reparatieplug een buitenband van een drietonner, dat gaat, gesteund door glimlachjes en heen en weer schietende pupillen al heel aardig.

Ik wil een evenwicht zien te vinden in mijn beeld van Spanje en zoek daarom naar een uitgebalanceerde mix van Spaanse pros en cons. Dus èn constateren dat de situatiekaart van de camping je verneukt door te suggereren dat achter de heg het strand al begint èn vaststellen dat de jeugdwerkloosheid in enkele jaren van boven de 35 naar 15 % is gedaald. Constateren dat de verstikkende greep van het katholicisme, het koningshuis en Franco de Spanjaarden onder de dikke debiliserende duim hebben proberen te houden, maar ja, bij alle drie was/is de keus aan de Spanjaarden zelf naturalmente, naast oog hebben voor een welhaast aangeboren houding open te staan voor grensoverschrijders. En daarvan zijn er veel.

In het voorjaar is Spanje het land van de geknotte en uitbottende acacia, waarvan de nieuwe loten naar buiten willen spuiten als ontsnappende lucht na een bloeddrukmeting, uitbundig bloeiende krentenbomen, de prunus japonica, die in geteelde toestand in de verte doet denken aan groepjes aan anorexia lijdende synchroonzwemsters die hun roze beentjes schuin omhoog boven de waterlijn naar de zon priemen en dat nog synchroon ook, hoerige bougainvillea’s en overschatte uit Nederland geïmporteerde voetballers.

Gelukkige Slaven van Tom Lanoye, De meeste mensen deugen van Rutger Bregman, 21 lessen voor de 21e eeuw van Yuval Harari en In de klauw van Klotinden van Piet Oly vullen de leemten van wifi-gerelateerde bezigheden en onvolgbaar nieuws over de nieuwe plagen: overstromingen, sprinkhanen en virussen die maar niet de vaart van muizenexplosies willen evenaren en de effecten waarvan maar niet in de schaduw kunnen staan van de 20.000 jaarlijkse doden die de door de Nederlandse staat gestimuleerde tabaksindustrie eist.

Spanje 1; No es lo que hay

Zoals Martinus Nijhoff het ver in de vorige eeuw al zei: ‘Lees maar er staat niet wat er staat,’ zo zegt de Spaanse Nederlander Vincent Werner ‘No es lo que hay’ of in de titel van zijn e-book ‘It is not what it is, the real (S)pain of Europe’. Werner bekritiseert Spanje, maar dat doet hij uit liefde, hij werkt en woont al bijna 20 jaar in Barcelona. Zijn boek is bedoeld als een wake-up-call, hij wil Spanje een spiegel voorhouden. Als ervaringsdeskundige heeft hij nogal wat kritische noten gedistilleerd: de traagheid, bureaucratie, slappe arbeidsmoraal, gebrekkige talenkennis, vriendjespolitiek, financieel wanbeleid en ga maar door. Tegelijkertijd heeft Werner oog voor de positieve kanten van Spanje en roemt de vriendelijke Spaanse mensen, het schitterende klimaat, de kansen die het land heeft om uit te munten. Spanjaarden reageerden op Werner als kritische familieleden die elkaars falen en feilen en horkerigheden maar al te goed kennen en herkennen, maar het niet dulden wanneer derden daar een mening over verkondigen.

Werners boek is in 2018 uitgegeven als een e-boek en dat is voor de papierenboekverslinders meer dan jammer. In mijn omgeving worden die alleen maar gelezen door oude dametjes die ze zwart lezen omdat ze de boeken illegaal want zonder te betalen met elkaar uitruilen als puberjongens dat in de vorige eeuw in schoolfietsenhokken deden met seksboekjes.

We gaan op onderzoek. Via een onlinetalencursus bekwaam ik me in het Spaans. Dat valt voor een middenzestiger met meer dan gemiddelde belangstelling voor talen nog niet mee. Vierenzestig jaar oude geheugens werken soms als gootsteenfilters: natuurlijk blijft er wel eens iets achter, maar het meeste vliegt er ongehinderd door. De tweehonderd minilesjes, per dag ongeveer 15 minuten, leveren een redelijke, zij het voornamelijk passieve kennis van de taal op, maar de actieve component blijft ver en ver achter. Naast het doornemen van het ingenieus opgezette cursusmateriaal lees ik een Spaans boek: Intemperie van Jesús Carrasco met daarnaast de vertaling (De Vlucht) en weer daarnaast twee Prisma woordenboeken. Spaans zou een niet moeilijke taal zijn, hoor je veel mensen zeggen die ooit ergens hebben gelezen dat persoonlijke voornaamwoorden veelal achterwege blijven of dat de Spaanse werkwoorden op -ir, – ar en -er op dezelfde manier vervoegd worden in de futuro. Dat haal je de koekoek. Valencia, vamos!

Micksart Collectief, opening op 16 februari 2020

Op het industrieterrein, zo’n beetje naast Het Goed, Automobielberdijf Misker & zonen, een industrieel seksbedrijf en een sloopbedrijf zit MICKSART COLLECTIEF. Een grote productiehal herbergt een expositieruimte, open ateliers en een koffiehoek. Zondagmiddag 16 februari is de officiële opening. Het is beredruk. Duidelijk is dat het publiek Eric Knegt, centrale spil van Micksart, kan vinden.

Er is een keur aan kunstwerken aan de witte wanden en op al dan niet draaiende tableaus.

De officiële opening wordt verricht door Herman Idema, directeur van ondernemingsvereniging VPB. Hij gaat kort in op de rol van kunst (“kunst brengt liefde”) en licht de achtergrond van de overgang van het Rensenpark naar de Kapitein Grantstraat toe. Eric Knegt heeft een grote gunfactor en dat is mooi. Idema dicht Micksart Collectief een grote naamsbekendheid toe. Micksart is gericht op workshops, samenwerking, alles ondersteund door een hechte vriendengroep. Tijdens Idema’s toespraak gaat de website www.micksart.com de lucht in.

Vervolgens is het de beurt aan Eric Knegt die de medewerkers in het zonnetje zet. Hij licht het concept van de open ateliers toe. Helga Bijl, Johan Smid en Maita Augustin laten in hun ateliers het wordingsproces van kunstwerken zien. Ook is er tijd en ruimte voor muziek en zijn er vergaderruimtes. “Veel is mogelijk,” is ongeveer Knegts mantra. Onder leiding van Annigje, B-Silk en Sandra worden er workshops georganiseerd. Met Annie Sturing heeft Knegt MI&ANN opgezet, ook wel Designers from the North, een kleurrijk label dat jeans een tweede en nieuw leven belooft. Annigjes tassen gaan inmddels de hele wereld over.

Exposities: Micksart exposeert werk van de kunstenaars Patty Aalbersberg, Tinus D., Theo Leering, Pauline Luiten, Ina Marcus, Erik Neijmeijer, Nohablalogica, Jacques Tange, Themocrazy, Ramon Velema, Joost Vink, Daniël ter Waarbeek en Jack Zweers.

Na alle openingswoorden is het tijd voor muziek, overheerlijke hapjes en bier uit Oosterhesselen.

‘Toekomstdenken’, Drentse kunstenaars in De Fabriek

Bestaat er zoiets als Groninger plattelandkunst, Hofstadkunst, ex-mijnbouwregiokunst, krimpregiokunst; kunst waarvan de kern te herleiden is naar de streek waar het gemaakt is?

In 2019 bezoeken we de afstudeerdag van de Haagse Kunstacademie, ingeleid met een toespraak van burgemeester Krikke. De schellen vallen me van de ogen bij een rondgang langs afstudeerwerkstukken of – projecten. Elke student krijgt een (deel van) een ruimte toebedeeld en presenteert daar zijn werk. Opvallend: schilderkunst maakt ongeveer 0,05 % van het geheel uit.

In het CBK Emmen presenteren 87 kunstenaars zich met 117 kunstwerken (ik schat 80% schilderwerk) rondom het thema ‘toekomstdenken’. Nu is ‘toekomstdenken’ evenmin een bestaand woord als ‘verledenduiken’ of ‘hedenstofzuigen’, dus de taalliefhebbers zijn getriggerd. De uitnodiging gaat vergezeld van een zwarte foto met een speeltuinattribuut. De psycholoog, gevraagd naar de diagnose van de patiënt die in een psychologisch onderzoek op de vraag hoe zij/hij de toekomst zou willen tekenen een inktzwarte schets inlevert waarop een metalen speelterreinattribuut te zien is, schaars zilverachtig oplichtend in een lichtschijnsel waarvan de lichtbron op terminale batterijen werkzaam is, geeft een mistroostig inkijkje in een getormenteerde ziel van een bijkans suïcidale patiënt. Als dit het ‘toekomstdenken’ (sic) is van hedendaagse beeldendkunstenaars in Drenthe is mijn belangstelling direct gewekt, als een hospicemedewerker bij een stervende. Vanwaar deze pikzwarte donkerte als het om ‘toekomstdenken’ gaat? Ik ga op zoek naar onvindbare antwoorden.

Om genoeg subsidies binnen te kunnen krijgen is er een samenwerking opgezet tussen Hengelo en Emmen, tussen Overijssel en Drenthe. Kunstenaars willen graag grenzen overschrijden, maar de overkant moet natuurlijk wel zichtbaar blijven, dus niet buiten de veilige familiegrenzen: krimpende oostelijke regio’s begrijpen elkaar natuurlijk gemakkelijker dan een krimpende regio en een grote stad. Dat is wat me door mijn hoofd spookt: wat zou er geworden zijn van een samenwerking tussen Emmen en Den Haag?

‘Toekomstdenken’ is als een sterk gesubsidieerd onderwijsproject, een soort talentontwikkelingsprogramma met verdiepingsdagen, evaluatiemomenten, inspiratiedagen en masterclasses. En vandaag een soort (groot)ouder- en kinddag. Boegbeelden, zeg maar een soort hoofdonderwijzers gidsen de aangemelde kunstenaars door het kunstlandschap en leggen uit wat kunst precies is en hoe je dat het best concipieert. Er worden rapporten uitgedeeld en de beste leerlingen krijgen extra lessen, masterclasses genaamd. Niet door landelijk bekende beroepskunstenaars maar door regionale boegbeelden. Soortgelijke ontwikkelingen zie je in de literatuur. Veel beginnende schrijvers leren liever aan de hand van doorgebroken auteurs schrijven dan dat ze zelf het vak leren door gewoon veel te lezen. Beelden kunstenaars groeien beter van veel kunst kijken dan dat iemand zegt hoe je je penseel het best vasthoudt. In het publiek scharrelt de verantwoordelijk ambtenaar, teamleider sport en cultuur. Hij houdt scherp in de gaten of er niet stiekem alcohol wordt geschonken en of de kunstwerken niet op de kop hangen.

Matthäus Passion

De adem van de Matthäus Passion fluistert door mijn hoofd als een herinnering aan een bloedmooie jeugdvriendin. Het is het seizoen van winterstormen, voorjaarsbloemen en de MP. Hoe een verstokte atheïst, ver voorbij het agnosticisme, ietsisme, ietsiepietsisme, waar reguliere geloofverlaters zich aan vast klampen als slakken aan een slablad, toch een verwoed Matthäus Passion-fan is, wordt of blijft, verbaast mezelf ook. Even graven. Opgegroeid in een christelijk nest met een grefovader en een doopsgezinde moeder wordt je het geloof met een gesuikerde paplepel zonder nadenken ingegoten. Ik deed vrolijk mee. Een christelijke basisschool, zondagsschool, een niet rigide kerkgang in combi met een redelijk vrije opvoeding deden de rest. Ik had altijd een sterke belangstelling voor het majestueuze orgel.

Godver, wat werd er bij ons aan de eettafel gediscussieerd en wat waren we volgzaam. Mijn vader was zo vol van cijfertjes en grote getallen dat al mijn broers dachten dat ze dat voorbeeld moesten volgen en zonder nadenken econoom werden. Mijn moeder, voorzitter van de vrouwenvereniging, maakte dat mijn zussen en ik het zochten in psychologie, pedagogiek en talen. Thuis was een l.p. van Feike Asma, die Bach bij ons naar binnen bracht als de arbeiders van boer Benedictus de zakken aardappelen. Bachs Jesu bleibet meine Freude zit in mijn hoofd gekleefd en gebeiteld als bijbelteksten op grafstenen.

Bij de heropening van de Maartenskerk werden de jongens van de lagere school gerecruteerd en zongen al lopend een speciale tekst op de melodie van Jesu bleibt enz.; mijn tweelingbroeder en ik met gewassen snoet en in korte broek voorop met de statenbijbel op onze vooruitgestoken ijzeren knuisten. Op zondag naast mijn moeder zittend zongen we als lijsters voor en na de preek. Met mijn vader bezocht ik concerten van het Frysk Orkest dat subsidiërende gemeenten bezocht en daar voor minder bezoekers dan orkestleden hun verplichte programma’s, met ik geloof altijd een flinter Bach, speelden. Gevraagd door mijn voetbaltrainer Jan Boer, deed ik mee met de zondagsschool en gevraagd door schoolmeester Meindertsma werd ik lid van de jeugddienstcommissie. Dit was de basis.

Op mijn 17e, 18e ging ik de wereld om me heen wat beter bekijken en werd de kiem voor de latere atheïst in mij in het ontwikkelbad gestopt als foto’s in donkere kamers van blanco papier tot de mooiste platen werden. Ik zag dat religies de wereld er niet bepaald beter op maakten, realiseerde me dat het inhoudelijk de grootst mogelijke verzonnen kul is en alleen geschikt voor geboren twijfelaars, gelukszoekers, strohalmklampers en retrodenkers en ik hield het zonder wrok voor gezien. Wat mij betreft houden verstokte gelovers de religie binnenshuis, tot de voordeur. Geen religies op straat, in wachtkamers, ziekenhuizen, rechtszalen, laat staan in het onderwijs. Laten we jongeren tot hun 18e de indoctrinatie van het geloof besparen en laat ze daarna kiezen wat ze willen. Onderzoek wijst uit dat negen van de tien gelovigen de religie van hun ouders erven.

Ergens midden 40 werd ik weer gevangen door de betoverende muziek van Bach en groeide de belangstelling voor de MP. Zo dus.

Winterfiets Elfstedentocht 12 en laatste

Week 6

Het is volbracht, we hebben de 205 kms afgelegd in bijna 10 fietsuren, 8 regenuren, ½ strakkewinduur op een dag van 03.45 – 23.30 uur. Van de 1.200 deelnemers waren wij ongeveer de enigen op een atb. Eigenlijk viel de tocht mee en dat komt door het uitblijven van harde tegenwind en gemene kou; desalniettemin zijn 200 deelnemers onderweg afgehaakt. Weervoorspellers zaten er naast als een over het klimaat twitterende Baudet. In de Elfstedenhal heb ik, als enige, lekker en uit volle borst mee kunnen zingen met het Fryske Folksliet, op de trompettonen naast Wennemars. Dan voel ik me Frieser dan Fries, als een Turk in Almere.

Tussen IJlst en Sloten spreek ik Kemal uit Turkije en Jan uit Berlikum op een Batavus met ligstuur. Op mijn standaardvraag aan Kemal en alle Turken die ik waar dan ook ontmoet of hij een Gülenist is of een AK-partijaanhanger, relativeert hij mijn tunnelblik door ‘geen van beide’ te antwoorden. Hij is een Koerd en zowel Gülen als Erdogan hebben de Koerden slecht behandeld. In Bolsward zie ik een verpleegster die later gewoon echtgenote blijkt te zijn die een senior fietser een droge kous aantrekt terwijl ze zijn schonkige, lijkwitte en blauwdooraderde knieën masseert. Buiten vraagt ze hem liefdevol: ‘Moet het eten links in je fietstas en het drinken ernaast of omgekeerd?’ Op de groepsapp lees ik dat er een fietser onderweg een acute hartstilstand heeft gekregen en in kritieke toestand naar een ziekenhuis is gejakkerd. Ik hoop dat het de kousenman niet is.

Ondanks de zes lagen kleding over mijn torso krijg ik een koude buik. Mijn benen doen het, met slechts één kledinglaagje goed. Vanaf Stavoren hebben we ruggensteun van de wind als boeren met een opkoopregeling, asbestsaneringssubsidie, verduurzamingsgelden, of de reguliere EU-miljarden. De  verwarmde wanten lopen vol water als lekkende kruipruimtes en ik krijg ze moeilijk uit en aan; kristusziele, elektrocutie zal met lithiumbatterijen toch niet zo’n vaart lopen? Een EHBO’ster in Stiens ziet me worstelen en tovert mijn knipkaart behendig tevoorschijn als een Lidl-kassière de portemonnee van een kind en vraagt of ze mijn jack op de cv zal leggen. Later komt ze een praatje maken en checkt, vanwege mijn gestuntel of is het gewoon professionele liefde op het eerste gezicht? of ik niet onderkoeld ben. Ik wil haar kussen. Haar bezorgdheid is weldadig.

In Dokkum, bijna mijn hometown natuurlijk, zitten er in de Posthoorn meer dan zes bevroren medewerkers achter een eiken tafel als Stalinistische gerechtsdeurwaarders in Omsk. Eén wil wel even een knipje in mijn kaart doen. De 12 kms van Dokkum naar Aldtsjerk zijn de ergste. De bepijling hapert, amper straatverlichting en waar ze zijn doet de helft het niet. Dat is de schuld van die verrekte Farmers Defence Force-boeren denk ik zeker te weten totdat ik sleuven zie waar Rinsumageester sleuvengravers glasvezelkabels hebben toegedekt en aangestampt als Turken Armeense genocideverhalen of plattelandsburgemeesters door rekenkamers onthuld financieel wanbeheer.

Frans, door vermoeidheid openhartig als een gewaterboarde Guantanamo Bay-inmate, bekent dat hij de melodie van het Friese Volkslied hoog op het repertoire wil zetten van een nog op te richten amateurensemble van fagot- en hobotoeteraars. Dan nog het laatste stempel en een, sorry, superlelijk, kruisje in de Blokhuispoort, het lekkerst denkbare familiebier en op naar de parkeergarage waar ik de schuurplekjes in mijn schaamstreek bestudeer in de alles vergrotende spiegel van een Tesla in aangenaam t.l.-licht.Onderweg naar huis neurie ik de melodie van

Frysk bloed tsjoch op! Wol no ris brûze en siede,
En bûnzje troch ús ieren om!
Flean op! Wy sjonge it bêste lân fan d’ierde,
It Fryske lân fol eare en rom.

Winterfiets Elfstedentocht 11

Week 5

Nog even een openneertje naar Gramsbergen en wij denken dat we klaar zijn voor de winterse elfstedentocht. We bestuderen weersontwikkelingen als virologen het coronavirus. Soms krijgen we een knoop in de maag, maar paniek en angst leggen het af tegen enthousiasme en de wil mee te doen. Deze week wordt er een van middagdutjes, luisteren naar muziek van The Royal Wind Music, een bezoekje aan de fysio, pastapestomaaltijden, beetje schrijven, dagelijks kip en rodebietensap. Ik lees De Vlucht van Carrasco en Camino van Simsion en Buist. Waar komt een vluchtende eenling uit en waarom willen mensen 1.100 km wandelen naar Santiago de Compostella? Of, mijmer ik, meedoen aan een koor van 1.000 man dat gaat concerteren in het Concertgebouw of Albinoni op hobo leren spelen? Ik leg het aan Frans voor, maar beiden vinden we psychologiseren meer iets voor zorgzoekers dan voor fietsers. Ik blijf fietsend nadenken. Waarom gaan ruiters niet massaal over op hoefschoenen en bitloos mennen? Waarom wordt er bij de OZB niet secuurder naar marktwaarde gekeken? waarom blijft bij weldenkend Nederland AH de winkel van de plofkipliefhebbers en de nicotinelobby en de ABN de bank van de zwartgeldmachinerie? Waarom gaat Rutte bij de herdenking van oorlogsslachtoffers een keppeltje dragen? Wat betekent windkracht W 4 of W 5 in Friesland? Het land is uitgestrekt als de Drentse weerzin tegen nee-zeggen en vlak als de hersenen van PSV-hooligans die menen dat trainers wisselen helpt tegen verliezen. Op zich is de geest van Grutte Pier aan wie de heldhaftige woorden ‘Leaver deas as slaef’ kleven als wagensmeer aan fietskettingen, die door Zuidoost-Friesland waait als de winnaarsmentaliteit door het stadion van FC Emmen, voldoende voor ons. Wy sille sjen, fergeemje!

Gemeentedichters Emmen starten week van de poëzie

Drie gemeentedichters (gemdi’s) traden zondagmiddag op in de bieb. De 35 luisteraars die FC Emmen niet naar Arnhem zijn nagereisd, kerkbezoek mijden als oorwurmen open ruimtes en de koopjeklaarzondag laten voor wat het is, luisteren vriendelijk en met aandacht. Men verbaast zich over het verzoek mobieltjes op stil te zetten terwijl de jonge cateraar luidruchtig een spaan aandacht meepikt.

Het is de eerste dag van de poëzieweek. Ik had net Arjan Peters’ artikel (Hoe dicht de dichter?) in de Volkskrant gelezen waarin Peters (sinds jaar en dag literair criticus in de VK) de werkwijze van drie dichters (Rosa Schogt, Asha Karami en Erik Jan Harmens) tegen het licht houdt. Ik zie levensgrote verschillen met de gemdi’s. Het grootste: de landelijke bekende dichters maken niet, nauwelijks, of per ongeluk gebruik van rijm. Schogt: “Ik geef de voorkeur aan klankrijm boven nadruk op het rijm. Het moet aanvoelen alsof het bijna per ongeluk rijmt.” Karami: “Ik schrijf geen klassieke vormen, maar schep een eigen orde, hier zonder hoofdletters of punten.” Harmens: “De taal mag een beetje mishandeld worden. Ik ging scherpe regels schrijven. Uitgebeend.”

Bertus Beltman

De drie vanmiddag gehoorde gemdi’s rijmen als Ajax scoort: veel. Bertus Beltman hanteert strakke vormen, ijzeren (zo lijkt het) schema’s, als garagisten die cilinders op een honderdste millimeter uitboren. Eddie Zinnemers is wat losser, maar zou hij stoppen voor het rijmwoord en het publiek vragen het volgende woord te scanderen, er werden weinig fouten gemaakt. Hetzelfde geldt voor Gähler. Gähler ontpopt zich als relatie- en zorgdeskundige. Ik mis vanmiddag Anna Sophie Bakker, Eva Broekmann en Peter Veen. Van Veen lees ik de laatste tijd veel, eeh, ready-mades, bijvoorbeeld een behangplakhandleiding vermomd als gedicht. Bakker en Broekmann komen met hun wat vrije poëzie wellicht het dichtst bij de klassieke opvatting (van Kloos) dat poëzie de allerindividueelste expressie is van de allerindividueelste emotie.

We horen vanmiddag thematiek die je verwacht te horen bij dichters. Over tijd van leven, digitale doofheid, over verleden en toekomst, de bevrijding, vriendschap en zorg. Beltman filosofeert over de te snelle komst van de toekomst: “Was het nog maar gisteren.” En: “Het is nooit te laat om kind te zijn.” Millennial Gähler, een zelfverklaard ‘achterafgenieter’ start met een vers over genieten, waarin the male chauvinist pig in mij al snel het verlangen naar een orgasme herkent en vervolgt met het dilemma van wel of niet een oordeel geven. Zinnemers is de luchtigste van de drie en etaleert zijn kwaliteit als sneldichter, nou ja, snelrijmer, als hij de uitslag van FC Emmen tegen Vitesse in twee regels beschrijft. Verder komt in zijn werk alledaags nieuws als pandaporno, Badr Hari, stikstof en de Brexit voor. Hij vloekt de farmers for defence, de klimaatontkenners, de idiotie van kickboksen, mallotige media-aandacht voor neukende panda’s en de knettergekke Boris J. niet stijf, maar spaart de kool en de geit wanneer hij uitkomt bij zijn eigen keuzeloosheid in allervriendelijkste en vrolijke liedjes en verzen.

Als ik even wegdommel hoor ik zangeres Lisa Ploeger (18) ‘here we go again in 1973’ zingen, maar had gemist dat het niet haar eigen tekst maar een cover was. Zij begeleidt zichzelf op een akoestisch gitaar en doet dat heel goed. Ze heeft een mooie stem, vooral wanneer ze de hoogte ingaat en vooral als ze even lekker uithaalt. Haar beste tekst deze middag is het gewaagde en superassertieve “I’m better than ever (when I stopped running in circles and crying in my sleep).” Vooral dat I’m better than ever deed ’t hem.

Na de pauze laat Beltman ons genieten van zijn strakke versvormen, stapt Gähler van het podium en op het publiek af en demonstreert Zinnemers hoe liedteksten en cabaret verschillen van poëzie. Als entr’acte treedt Rudolf Kuko op die Emmens schoonheid à capella bezingt.

Winterfiets Elfstedentocht 10

Week 4

Dat DWDD-sidekick Erben Wennemars, die van ledigheid i.c. terugblikken op en praatjesmaken over de alleen in Nederland serieus beoefende schaatssport zijn werk heeft gemaakt, meefietst zegt me niks. Net zolang wachten met inschrijven totdat je op Buienradar ziet dat je pielemuis er waarschijnlijk niet af zal vriezen is een heldendaad als bungeejumpen in een boulderhal. Vandaag gaan we noordwaarts, richting Groningse steppen en permafrost, tegen de wind in. Namen als Mussel- en Stadskanaal hebben een aantrekkingskracht op ons als vette opkoopregelingen op varkensboeren. Onze bovenbenen, inmiddels cilinderzuigers uit een antieke sleep- of duwboot, willen weerstand voelen, druk en pressie als registeraccountants die boekencontrole doen bij makelaars en legeschuurverhuurders in Brabant. Het plan is 80 kms relaxed fietsen. Het klinkt als een contradictio in terminis, maar wij weten beter. Na de slopende heenreis zullen we halverwege een matig windje in de rug voelen die ons huiswaarts zal stuwen en duwen als vrouwenhanden mannenruggen bij de ingang van zwangerschapsgymnastiek. De vermoede tegenkrachten voeden ons, maken ons sterk. We gaan elkaar aankijken en om het hardst roepen: “Godver, wat lekker, hier doen we het voor.” Adrenaline en endorfine zullen onze aderen doorspuiten en opschonen als vegers schoorstenen en onze knieën en kuiten zullen aanspannen en ontspannen als sluitspieren van zenuwachtige kickboksers op evenemententoiletten zonder slot op de deur. We hebben er zin in en kijken uit naar twee februari als hazewindhonden naar konijnen. We zijn nog geen vijf minuten weg of de vloer van de Siebrandsbrug haalt ons onderuit als klimaatontkenners discussianten met zinnige argumenten. Een uur pauzeren dicteert Frans. En weer is hij de verstandigste. Dan Buinerveen: 72 kms, gefietst op bolle weggetjes, onder regenbogen en even schitterende als overbodige, dreigende zwerken, indachtig Zoetemelks motto: de tour winnen doe je in bed. Uitgerust komen we thuis. Op zaterdag heeft Frans wat anders te doen, hij oefent hobo voor een gastrol bij het NNO. Ik ben erg gemotiveerd en wil zien wat mijn lijf doet bij een wat langere afstand. Ik rond Hasselt en Zwartsluis en weersta tien x de verleiding vroegtijdig af te buigen naar Meppel.  Mijn lijf accepteert deze extra inspanning als agenten overwerken om Farmers for Defence binnen de lijnen te houden. Op het eind van de tocht sijpelt moeheid langzaam en bijna ongemerkt naar binnen als condens tussen twee lagen glas in een geïsoleerd raam. Ik finish na 160 kms in 7 fietsuren met 2 pauzes. Janke Lysbert benoem ik, zeker voor een jaar, misschien wel langer tot allerliefste nicht omdat ze aanbiedt in Leeuwarden pannenkoekjes te komen brengen. Week 4: 72 + 160 = 232 kms.

Winterfiets Elfstedentocht 9

Week 3

Als ik deze week wakker word van een vlagerige harde wind die om het huis jankt als een wolvenkind op zoek naar een moedertepel of scharrelschapenbloed met ecokeurmerk, lijkt mij finishen op 2 februari verder weg dan introductie van het homohuwelijk onder priesters of een genderneutrale CDA-fractieleidster. Ik leg me er deemoediglijk bij neer en vlucht in dromen en fantasieën en de veertiendaagse voorspelling van Buienradar die over twee weken 7⁰ en windkracht W 4 voorspelt. Misschien moet ik mijn ambitie bijstellen van ‘juichend over de eindstreep komen’ naar, eeh, ‘gewoon meedoen en maar kijken waar het schip strandt’. Afgelopen zondag met Frans in Coevorden was een betonrichel naast het fietspad al te hoog voor mijn bijgestelde ambitie en reactievermogen. Godver! Vertelt Frans, pillendraaier, zanger, hoboïst, echtgenoot, racefietser, net over een ingewikkelde hobodag op één februari, sommige mensen doen ook echt alles, flikkeren we op de grond. Een ruwe val op de betonklinkers herinnert me aan onze sterfelijkheid. Zo’n 120 jaar aan man verpakt in zo’n 160 kilo’s ligt uitgeteld in twee delen op de koude grond luisterend zich af te vragen waaraan Coevorden de duizenden kraaien op de elektriciteitslijnen te danken heeft. Even houd ik mijn ogen gesloten en ga alle vijf vitale lijfonderdelen langs. Dan is het tijd voor flarden Hitchcock, Coevordense kofferbakmoorden, Armageddon, ganzenhoedsters, de symboliek van een aangekoekt randje op een ketchupfles als symbool van vergankelijkheid in de hedendaagse beeldende kunst, organiste Zhukova en haar bloedstollende rode dress; mijn breinflitsen maken overuren. Een onbewust tot in de puntjes beheerste valtechniek, een ijzeren conditie en het rotsvaste gevoel dat Lieve Heren evenmin bestaan als royals met een fatsoenlijke belastingmoraal houden ons en beide fietsen schadevrij. Nulnadanienteneat mankeert ons vieren! Fluitend en om de vijf minuten hondsgelukkig terugblikkend op dit ‘Mirakel van Coevern’ <binnenkort in theater de Hofpoort> ronden we Slagharen, Hoogeveen en Westerbork. Na 93 kms volgt een blauweplekkenonderzoek in warm badwater. Verlangend kijk ik uit naar een rustweekje: beetje mantelzorgen, Spaans studeren, tuin opknappen en Buienradar volgen. Zuidoost-Drenthe: 93 kms. Naschrift: breaking njewzz: vandaag, 19/1, weer onderuit, nu op Siebrandsbrug Emmen. De kunststof planken, gevoerd met dwarse snorretjes die er stroef uitzien, trokken aan ons als Citrixgaten aan Poetineske hackers. We moeten in 2 weken tijd onze naïeve argeloosheid zien kwijt te raken.