Het Groot Dictee der Nederlandse Taal

Winnaars: Thérèse Major (links) en Dirkje Scholten (rechts)

Emmen, 15 december 2018. In Nederland zijn er 21 plaatsen waar met het Groot Dictee wordt meegeschreven in openbare bibliotheken. Emmen is de enige plaats in Drenthe waar die mogelijkheid wordt geboden aan wie maar wil. Zeven helden willen dat wel. De bibliotheek biedt een zaaltje aan met een uitstekende radio- en t.v.-verbinding. De landelijke uitzending met dicteevoorlezer Philip Freriks en dicteeschrijver Wim Daniëls wordt gestreamd. Juryvoorzitter Klaas van der Meulen, die de tekst vooraf heeft kunnen bestuderen, stelt de deelnemers gerust. “Dit gaat een revolutionaire aflevering worden,” stelt hij met enige overdrijving vast, “jullie verlaten dit pand straks met een goed gevoel.” Daniëls heeft deze week bij Pauw aangekondigd dat hij een trendbreuk gaat veroorzaken: weg met de pedanterie van de moeilijke woorden en op naar een gewoon dictee. Maakten de winnaars tot dit jaar gemakkelijk 7, 8 of 9 fouten, nu is het teruggebracht tot een schamele twee. Landelijk winnaar is Pieter van Diepen. Bij de nabespreking wordt duidelijk dat de vraag of woorden al dan niet aaneen worden geschreven (lente-uitjes naast coderoodwaarschuwingen, hiernaartoe naast gaan ervan uit) een lastige lastig blijft.  In Emmen zijn er

Jongste deelnemers: Babette Hilbrands en Chanel Menzen

twee deelnemers met slechts 12 fouten: Thérèse Major en Dirkje Scholten. Na een shoot-out wint Thérèse Major. Ter vergelijking: beiden maken vijf fouten minder dan Volkskrantredacteur Jean Pierre Geelen die zich 17 keer vergiste. Opvallend is dat er in Emmen twee jongeren meedoen: Babette Hilbrands (16) en Chanel Menzen (20). Ik durf te wedden dat het aantal deelnemers in Emmen volgend jaar zal zijn verdubbeld.

 

 

De dicteetekst: Een klimaatmaat

1
2018 is nog niet ten einde, maar gaat, wat er tot eind december ook gebeurt, sowieso diverse weerrecords breken.

2
Er was deze zomer een hittegolf die lokaal naar verluidt 29 dagen aanhield, een on-Nederlandse toestand, en in juni werd ’s nachts op de Veluwse vliegbasis Deelen, vlak bij Arnhem, een nachtrecord gemeten van 24,4 graden Celsius; zo’n temperatuur houdt je wakker, was de veelgehoorde klacht.

3
Uit de meteorologische trukendoos kwamen in juli tezamen circa 314 zonuren tevoorschijn, waartegenover een schamele 10 millimeter neerslag stond; de minuscule aardappels van dit jaar zijn er de wrange souvenirtjes van.

 

4
Sommigen ervaren de toegenomen warmte als een cadeautje, en gaan ervan uit dat er te zijner tijd met Kerstmis al krokussen en lente-uitjes zullen zijn en dat carnaval enigszins subtropisch wordt.

 

5
Anderen voorzien een flinke toename van het aantal coderoodwaarschuwingen, waarvan de betekenis meestal is: hoed u voor het weer; ze vrezen voor een klimaatdebacle, een sterk vergrote kans op catastrofes, met bijvoorbeeld tekortschietende dijken als het langdurig gehoosd heeft.

 

6
Een ongeruste weerhobbyist heeft onlangs op een A4’tje voor me uitgetekend, en ik geloof niet dat het nattevingerwerk was, wat er van de polen over zal blijven als de opwarming van de aarde doorgaat; en met die polen bedoelde hij niet de Polen die velen van ons kennen van hun schilder- en stukadoorwerk.

 

7
Iets van het Middellandse Zeeklimaat mag wat mij betreft gerust hiernaartoe komen, maar ik hoop toch ook nog weleens ‘It giet oan’ vanuit Friesland te mogen horen, waar ze naast het skûtsjesilen en het fierljeppen graag ook de Elfstedentocht in ere willen houden.

8
We lijken nochtans alleen nog ooit en masse naar Leeuwarden te kunnen afreizen voor het alom geprezen natuurijsfestijn als we beseffen dat het klimaat, in dit specifieke geval Koning Winter, ons alleen ter wille kan zijn als wij van onze kant het klimaat tegemoetkomen door een goede maat van het klimaat te worden, een klimaatmaat.

 

 

Nieuwjaarswens ‘Nog veertig treden naar 2019’

Nog veertig treden naar 2019

 

Na roetveegpiet, blokkades, Friezen uit de bocht is het weer tijd

Voor oldskool kersemis met piek en kind, Maria van de mirre,

Een zootje vaste rituelen; het nieuwe jaar beukt op de deur.

De man maakt snel de dakgoot schoon, bepeinst het dividend

op hoge idealen, toekomstdroom en overdenkt het afgelegde spoor

In zwart en wit en geur en kleur.

De boze witte man heeft afgedaan; de nieuwe helden komen

bovendrijven: Sylvana, Lubach, Sint en Stint,

Een heel klein beetje Pia, mooie Carola, veel Minnesma enne

FC Emmen, dat met een zanderig verleden geen weet heeft

Van wat komen gaat: spreekkoor, zang of treur.

Waar we vandaan komen weten we onderhand nou wel,

Maar waar we heen gaan . . . . ? we doen maar als Mondriaan

En beschouwen de hoogte vanuit een relaxte witte hoek

En kiezen een ruime, weidse blik op wat gaat komen; nog veertig treden

naar 2019 en verder, veel verder als het even kan………………………..

 

Klaas en Inge

Groei van AKE in CBK Emmen (6 december 2018 – 20 januari 2019)

Stijn aan het werk

Wethouder Robert Kleine, tentoonstellingmaker Joost Slijpen, AKE-voorzitter Cora Lameris, gitarist Gerard Rolink, mondharmonicaïst Chris Vrijbloed, communicatieofficier Suze van der Ster, vrijwilligers Petra Folkertsma, Roelie Overvoorde, Nelleke van den Berg en Inge Bousema: allemaal leuk en aardig, maar het ging vanavond natuurlijk om de twee jongste AKE-leden STIJN Weekamp (2004) en TEUN van Dijk (2002). Beiden zijn al enkele jaren lid van Amateur Kunstenaars Emmen. Zijn jongeren in de sport een natuurverschijnsel, in cultureel angehauchte clubs bepaald niet, daar zijn ze zo zeldzaam als roetveegpieten op het platteland. Met verve stonden Stijn en Teun geconcentreerd te arbeiden voor in de zaal.

Teun (voor) Stijn (achter)

In zowat alle openingswoorden werd dit tweetal aangehaald. Wat doen twee jonge kerels bij het vergrijsde AKE? Teun (Emmerhout, 5e klas VWO):”Ik houd van tekenen en schilderen. Dat artistieke komt nog in de familie voor, de internationaal bekende kunstenaar Adrie de Fluiter is namelijk een oom van mijn vader. De kwaliteit van de kunstlessen op school is, eh, wat oppervlakkig, er is ook weinig tijd voor. Bij AKE oriënteer ik me op kunst en leer ik de basisvaardigheden. Het is een belangrijke hobby voor mij. Over tien jaar? Dan ben ik architect.” Stijn (Parcival College Groningen, h/v): “Op school krijgen we slechts een blokuur tekenen, voor mij wat te weinig. Bij AKE ontwikkel ik mijn tekenvaardigheden.”

De Emmense amateurkunstenaars exposeren al sinds jaar en dag bij het CBK Emmen. In de afgelopen periode scoorde AKE goed met een expositie in het Rensenpark. Meer dan 5.000 bezoekers bezochten de groepsexpo. Voorzitter Cora meldt dat deze expositie voor een vijftig nieuwe leden heeft gezorgd.

Mariola Bekel: sieraden

Wethouder Robert Kleine heeft de wanden van zijn kantoor permanent ter beschikking gesteld van AKE-leden.

Jan Liewes: Koolzaad

Op deze manier is hij verzekerd van een verse aanvoer van landschappen, bloemen, planten, een prachtig expressionistisch lammetje, enz. waar hij geen omkijken naar heeft. Hij roemt de samenwerking AKE – CBK. Samen met Stijn en Teun opent hij de expositie. Joost Slijpen is trots en blij en prijst deze expo als een fantastische en noemt, vanwege de drukte, vandaag een Black Thursday, parallel aan de in Amerika superdrukke Black Friday. Cora Lameris gaat in op de laagdrempeligheid van AKE.

Meer dan tachtig werkstukken worden in ‘Groei’ getoond. Keramiek, sieraden, installaties, collages,

Janny Eising: Lammetje

houtskooltekeningen, aquarellen, natuursteen, olieverven en meer. Eyecatcher is natuurlijk een mooie fontein.

Nadja Kerkmeer, Bart Mol: Installatie

Wethouder Kleine verklaart stellig dat dit kunstwerk nu net niet op zijn werkkamer een plaats krijgt, vanwege een mogelijk te sterke plasreflex. Natuurlijk zie je veel kwaliteitsverschil, maar het plezier dat van de getoonde werken afspat is overduidelijk. En dan die lekkere muziek op de begane grond…

Chris en Gerard

Film Het oneindige zoeken over M. C. Escher (29 november 2018 CBK Emmen € 3,-)

In de mobiele bios Locacinema van Emmens Filmhuis kijken zo’n honderd gasten in de grote zaal van het CBK-gebouw, zonder verduisterende gordijnen maar met gitzwarte raampartijen, naar een film over Escher, die de meesten nog van vroeger kennen van de grote stapels onverkoopbare ramsj bij wat destijds De Slegte heette. We zien een kwetsbaar kind uit Leeuwarden dat naar Toscane moet verhuizen om aan te sterken, en zich ontwikkelt tot een succesvol kunstenaar met wiskundige inslag die trouwt met een vrouw die aanleg heeft voor psychische problemen met wie hij twee zoons krijgt van wie er een later korte tijd achter de Italiaanse fascisten aanloopt. Eschers vrouw ontwikkelt wat ‘mental problems’, Escher zelf op latere leeftijd darmkanker. Escher is iemand die zijn hele leven twijfelt aan zichzelf en zich steeds minder begrepen en daardoor eenzaam voelt. Commerciële gasten in Amerika vergrijpen zich aan zijn werk door orgastisch- psychedelisch kleuren te rammen in de sobere grijs- wit- en zwarttinten en deze piraterij dan voor te veel geld illegaal verkopen.

Escher over zichzelf: “Ik ben niet een kunstenaar, ik ben een wiskundige.” In de film volgen we hem op zijn reizen naar Spanje en Italië. Hij vestigt zich in Rome. Het is een schitterende film. Dat er af en toe een kleine hapering in de projectie is neemt iedereen voor lief. De sympa entreeprijs, de gratis koffie en thee vooraf, geschonken door de vriendelijkste gezichten die je maar kan wensen, maken alles goed. De film geeft een zeer compleet beeld van leven en werk van deze imponerende kunstenaar. Escher raakt geïnspireerd door geometrische vormen op eenvoudig ogende tegeltjes die hij tegenkomt in het Alhambra in Granada. Ook de muziek van Bach stimuleert en inspireert Escher. Het mathematische, het dwingende ritme, de herhaalde cadans in deze muziek doen het. Later beïnvloedt Escher popmuzikanten. Graham Nash, Mick Jagger en vele anderen roemen zijn werk. Jagger vraagt Escher een hoes voor hem te ontwerpen. Dat weigert hij.

Als je Eschers werk bekijkt verbaast het dat hij is begonnen met modellen en landschappen, veelal houtsnedes. Schitterend komen de prachtige, soms gemetamorfoseerde beelden voorbij van eindeloze trappen, vlinders, reptielen, vogels en vissen die in elkaar overgaan. Het wiskundige in zijn werk noemt hij het resultaat van eindeloos zoekend systematiseren en weer vraagt hij zichzelf af of het wel kunst is wat hij maakt.

Heidi Benneckenstein: Een Duits Meisje en Baukje Prins: Gemengde Gevoelens

Twee boeken over de geschiedenis: Heidi Benneckenstein: Een Duits Meisje (2018)  en Baukje Prins: Gemengde Gevoelens (2014). Allebei non-fictie, geschreven door een vrouw en eyeopeners. Vijftien kilometer verderop is een land waar (op kleine schaal) kinderen worden opgevoed op paramilitaire wijze; ‘völkisch’ en in nazistijl. Een Duits meisje klinkt gewoon maar is het niet. Een schitterend boek over de desastreuze gevolgen van opvoeders die hun kinderen het rechts-extremisme als de rechte weg voorhouden: zo recent, zo dichtbij, zo wijdverbreid. Een Duits meisje probeert zich te ontworstelen aan de nationaalsocialistische ideologie waarin ze gedrenkt is.

Gemengde Gevoelens klinkt alledaags, maar is het niet. Het beschrijft de situatie van zo’n 400  ontheemde, misleide Molukkers die in 1951 neerstrijken in kampen in de Friese veengebieden in de buurt van Oosterwolde en Appelscha. Schrijnende, schrale situaties worden beschreven door de ogen van onbevangen lagereschoolkinderen. Over barakken, identiteit, cultuur, taal, grote gezinnen, verzuiling, burgemeestersvrouwen met de beste bedoelingen, schoolmeesters toegerust met liniaaltjes, gijzelingen, treinkapingen en hoe tegen de klippen op wordt geïntegreerd: zo recent, zo dichtbij en zo toe- en afgedekt.

 

De Lijst van Rob Stoker

Rob Stoker

Een oud-collega die een roman schrijft, dat maak je hoogstzelden mee. Mijn oude school is plaats van handeling, dus zit ik op het puntje van de stoel. Met veel interesse en plezier heb ik De Lijst gelezen.  Het  gaat niet over ‘de boekenlijst’ maar over een wraaklijst van een gefrustreerde leraar muziek met een nogal traditionele kijk op vrouwen. Muziek is niet het belangrijkste schoolvak en daar lijdt hoofdpersoon Tim van Galen bovenmatig onder. Hij is het mikpunt van spot van enkele collega’s en zijn vrouw. Tim besluit een lijst aan te leggen van collega’s die hem zieken: des te hoger het aantal punten, des te ruwer zijn wraakactie zal zijn.

Hier openbaart zich gelijk een zwakte in het boek. Een wraakactie eindigt in een ongeloofwaardige situatie: een beroerte na een hevige schrik is te veel van het goede. Hierdoor wordt het boek meer een thriller voor de jeugd dan een roman voor de volwassen lezer. De door cynisme verteerde Tim van Galen gaat te luchtigjes voorbij aan het verwoestende effect van zijn wraakactie; de totale paniek en innerlijke ontreddering duren maar heel even.

In Stokers boek herken ik brokstukjes van rafels van randen van schaduwen van oud-collega’s en uitvergrote stereotyperingen van schoolse werkelijkheden in de leraarskamer, bij rapportenvergaderingen, bij oudergesprekken (hoewel Van Galen ook hier wat cynischer aandoet dan goed voor de geloofwaardigheid van het boek is), de communis opinio over de uitzonderlijke positie van gym, de kerstmaaltijdhorreur, de cursusziekte in het onderwijs, het cijfersysteem Magister, de jaarlijkse grote avond, chantabele collega’s, gehannes met wachtwoorden, inloggegevens en mobieltjes, enzovoort en zo verder.

Tegenover de frustratie en ontevredenheid met zijn leven en vooral zijn relatie met zijn vrouw Wilma staat het vlammetje van een ontluikende verliefdheid op een leerling. Die verliefdheid is wederzijds en dat doet een gelukkig eind vermoeden. Stoker slaagt erin de hoofdpersoon dermate klunzig te laten opereren dat door de op elkaar gestapelde fouten hij uiteindelijk terecht komt onder de uitkomst biedende touwen in de gymzaal. Maar omdat daadkracht hier ontbreekt eindigt Tim van Galen schlemielig als een campingmuzikant in Frankrijk. Dat hij hier onvindbaar zou zijn is een van de vele ongerijmdheden.

Sterke spanningscomponenten in De Lijst maken dat je blijft lezen. Een vergeten leesbril, stiekem met een mobieltje gemaakte foto’s, een parfumgeurtje, een door de schooldirecteur (die zich aan het eind van het boek ontpopt als een bekwaam rechercheur) over het hoofd geziene aanwijzing in de vorm van een G-muzieksleutel, een autoportierraam als brievenbus, maken het boek een sterk jeugdboek. Vier sterren.

En de namen in het boek, geven die nog een link naar de werkelijkheid? Niet dat ik weet. Natuurlijk geven de namen persoonsinfo, je heet niet voor niets Henk Baas of Wekema. Ook hier ligt weer het cliché op de loer: Thomas Müller is natuurlijk de gymdocent en je hoeft niet te raden wie een creamuts is. Ook de liedtekstwoorden (What have I done?) spreken voor zich. Dat schrijver Stoker niet van gisteren is bewijst het taalgebruik van Sem.

Na Stokers debuut Dertig messteken is De Lijst een mooie start op weg naar meer. De omnipresentie van de schrijver geeft de lezer concrete beelden vanuit elke persoon. Ik zou zeggen: verfilmen met vooral ontelbare close-ups van flesjes en doosjes op de trap. (En ach die vier of vijf taalfoutjes: soit, die worden er bij de 2e druk wel uitgefilterd.)

Wie is er bang voor Virginia Woolf?; De Lege Ruimte, Beilen (vrijwillige bijdrage)

Beilen, vrijdagavond 9 november 2018. Slordig geparkeerde auto’s en fietsen voor de deur. Door de dichte gordijnen sijpelt licht.  In de keuken is het voorprogramma: in een bench vertonen negen labradoodles hun onschuldige kunstjes. In de tot theater omgetoverde huiskamer proeven zo’n vijfentwintig toeschouwers een heel wat minder onschuldig theater.

Martha en George

Op de pick-up een plaat met Sweet Valentine. Een echtpaar van middelbare leeftijd zegt elkaar lachend de waarheid. Steken onder water veranderen fluks in steken boven water. Dat George kotsmisselijk van haar is. Dat Martha hem een zak vindt, een lul. De toon slaat om in vriendelijkheid wanneer een jonger echtpaar, Nick en

Martha, Honey, Nick George

Honey, op bezoek komt. Het is drie uur in de ochtend en de drank vloeit rijkelijk. Er wordt geflirt, gescholden, toegedekt en onthuld, gezopen en gekotst. George en Martha zijn tot elkaar veroordeeld. Ze slingeren heen en weer tussen elkaar vasthouden en elkaar verwensen. Dat auteur Albee tot de ‘angry young men’ gerekend wordt verbaast niemand.

Twee keer wordt het meesterlijke spel onderbroken door een pauze van een kwartier. Het publiek is onder de indruk. We zien amateurs vermomd als profi’s in een huiskamerzetting. Vooral Dick van Veen (George) imponeert. Van anderhalve meter zien we zijn sprekende kop. Nu eens lachend, dan weer grimmig en vilein als een rat. Ook als de spelers niet spreken, zijn ze duidelijk. De lichaamstaal is veelzeggend, even veelzeggend is het neurotisch krabben aan een drankflesetiket van Honey die symbolisch tot de kern wil doordringen. Een opgetrokken wenkbrauw, een gekrulde lip, een klakkende tong, een geile zoen, trillende neusvleugels, barstjes in lipstick: onze ogen zijn als inzoomende alles registrerende camera’s.

George, Honey, Nick Martha

Door de drie bedrijven heen wordt de sfeer openlijk vijandiger. Er wordt gekwetst, gevloekt, getierd, gepest en geschreeuwd. We maken kennis met een academisch milieu dat schaamteloos ontluisterend, theatraal beklemmend en agressief destructief is. Met humor gelukkig, zodat de schaduwen van de rafels van de randen iets herkenbaars krijgen. Maar mild wordt het nergens. In het derde bedrijf worden perverse spelvoorstellen gedaan als gastheertje vernederen, gastvrouwtje dekken en gastje grijpen. Een omarming wordt de totale oorlog genoemd.   Er moeten heel wat verhullende, maskerende laagjes worden weggekrabd vooraleer we de menselijke laag van verdriet en vertwijfeling herkennen, interpreteren en daarna proberen te begrijpen.

Na de voorstelling kan er worden nagepraat met de spelers, genoten van de gastvrij klaarstaande hapjes, drankjes en hondjes.

Dick van Veen – George, Suzanne Groote – Martha, Sonja Speelman – Honey, en Helmar Rouwenhorst – Nick spelen, geregisseerd door Jos Visscher, voor de twaalfde keer Wie is er bang voor Virginia Woolf. Na vanavond nog achttien keer te gaan. Deze productie van De Lege Ruimte kwam tot stand met subsidies van de provincie Drenthe en de gemeente Assen. Aanleiding was de expositie The American Dream (http://klaastaal.nl/the-american-dream-amerikaans-realisme-1945-2017-in-assen-en-emden/)

 

 

 

 

De Ploeg 9: Galerie Van Strien (4 november – 27 december 2018) 100 Jaar De Ploeg

Thomas Dijkstra

Belangstellend gadegeslagen door Van der Valks verre toekan tonen maar liefst elf Ploegschilders hun werk bij galerie Van Strien in Nieuw-Amsterdam: Marjan Cornelius, Willem Corsius, Thomas Dijkstra, Harriët Geertjes, Annelies Gommer, Arien de Groot, Marten van Holten, Geert Schreuder, Mary Velthoen, Aly van der Wal en Janny van der Woude.  Historie en vooruitgang komen hier bij elkaar aan de periferie van Nederland. Aan Duitse zijde overzien van vooruitgang getuigende windturbines de streek die ooit werd gedomineerd door turfstekers, illegale jeneverstokers en heideplaggers. Godzijdank werd de regio aan de vergetelheid onttrokken door Vincent van Gogh en Max Liebermann die hier eind negentiende eeuw ronddoolden en artistieke sporen nalieten. Nieuw-Amsterdam begint met een splinternieuwe kade aan de Vaart Zuidzijde Friese watersportallure te krijgen en het verderop gelegen Erica en Weiteveen hebben al voldoende allure met resp. bard Daniël Lohues en een door de koning geopende schaapskooi.

Willem Corsius is de eerste die het spreekgestoelte bestijgt. Hij maakt reclame voor twee interessante Ploegpublicaties. Daarna betreedt Peter van Strien de zeepkist. Hij verhaalt van een protestgroepje Groninger kunstenaars dat protesteert tegen de aandacht voor De Ploeg. Schertsend spreekt hij van tegenacties in de vorm van ‘een schop onder de kont’ en ‘met een knokPloeg eropaf’.

Een voor een stelt hij de Ploegkunstenaars voor aan de ca. vijftig aanwezigen die gedurende zijn woorden zichtbaar moeite doen de alvast uitgestalde hapjes en drankjes even te laten voor wat ze zijn.

De toespraken bieden ampel gelegenheid om door de ramen naar buiten spiedend even weg te dromen. We zien grijze Drentse landschappen langzaam oplossen in een aarzelende nevelige schemer. Van Strien wil gezegd hebben dat De Ploeg meer is dan landschappen & ploegen die strakke voren trekken en memoreert:

  • detail Marjan Cornelius

    de kleurige feestmutsen van Marjan Cornelius en glaswerk in houtskool en potlood;

  • de strakke Waddenlijnen van Marten van Holten;
  • digimateriaal en driedimensionaal werk van Willem Corsius;
  • de geheimzinnig dreigende parkeergarages van Annelies Gommer;

    Annelies Gommer

  • de landschappen van de geest van Arien de Groot;
  • de liefde en fascinatie voor en de worsteling met de dingen die voorbijgaan en de schoonheid van verval van Geert Schreuder;
  • Aly van der Wal die erin slaagt het land, water en de lucht bijeen te brengen met het licht als de grote tovenaar;
  • Harriët Geertjes die in haar zoektocht beeld en intentie doet samenvallen;
  • Janny van der Woude die twee ‘plein-airtjes’ toont;
  • de mevrouw in het zwembad van Mary Velthoen die de worsteling van de mens (= wij) om het hoofd boven water te houden, toont;
  • en tenslotte Thomas Dijkstra die een thuiswedstrijd speelt en evenwicht in de expositie brengt met wat groter werk, o.a. een grote dame die vlakbij de entree de bezoekers welkom heet.

Na een liefdevol ingepakt overheerlijk augurkje en een glaasje witte wijn zien we zowaar een van kou rillende toekan goedkeurend knipogen.

Najaarsconcert Toonkunstkoor Emmen 3 november 2018 (€ 27,50)

Prima koor, uitstekend orkest, heel goede solisten, vakkundige dirigent, aangename akoestiek, redelijke stoelen, matige catering¹, povere publieksorganisatie², professioneel programmaboekje en ge-wel-di-ge muziek. De balans tussen het orkest en het zestigkoppige koor is stevig als een duwbootconstructie op een rivier. Bij de start houd ik mijn hart vast: we tellen slechts vijftien mannen. Maar het gaat (net) goed. Binnenkort bestaat het koor 75 jaar, als die verrekte griep zich maar gedeisd houdt …

Het koor is in drie rijen verdeeld. Dat zouden, gezien de curieuze breedte van de zaal (de G. H. kerk te Emmen) ook twee hebben kunnen zijn. Voor het publiek is het jammer dat sommige koorleden bij de meest simpele teksten naar de bladmuziek blijven turen als koningskinderen naar hun belastingvrijstellingen.

Toonkunstkoor Emmen met v.l.n.r. Van Heel, Janssen, Ziegler en Raykov

Klinkt de start van Bachs Magnificat nog wat onzeker, gaandeweg het concert, zeg maar vanaf het Fecit Potentiam en vooral bij Suscepit Israel, wordt het echt muziek. Vooral de sopranen spetteren en laten de systeemplafondplaten trillen. De muziek leidt me helemaal af van de bestudering van de op een tattoo gelijkende, met glittertjes ingezette mouweinden van soliste Helena Van Heels robe. En wow wat hebben de solisten Henrieke Janssen, Evelyn Ziegler, Daniël Vecht die stevig op Sven Kramer lijkt  en Mattijs Hoogendijk een goede inbreng, een beetje als de teamleiders in een schoolorganisatie.

In Vivaldi’s Gloria hoor je goed dat Bach net wat meer noten nodig had voor zijn meesterwerken dan deze Italiaan en later ook Mozart met zijn Krönungsmesse. De start met Gloria in exelsis Deo belooft wat: lekker weinig tekst en een goede koorpresentatie. De mannen zijn zelfs heerlijk bezig in het Qui tollis peccata mundi. Dirigent Iassen Raykov heeft soms maar minimale handbewegingen nodig om het koor te leiden naar wat de componisten bedoelden.

Er is wat verwarring na afloop van het eerste deel, mag er nu wel of niet geklapt worden. Deze klapkramp veroorzaakt een koddig tafereel wanneer het publiek applaudisseert als de solisten al halverwege de koffiekamer zijn. Brrr.  Klassiekemuziekuitvoeringen zouden nog leuker worden als de musici niet steeds zouden doen alsof hun concentratie bij het minste of geringste applaus zou oplossen als publieksdorst bij het gemis van een lekker pauzedrankje.

Dan de Krönungsmesse van Mozart. Er wordt van harte gemusiceerd, het koor zingt bij vlagen voluit en ongeremd en in een prachtige combi met de solisten. Een krakende stoel, papiergeritsel, onverstaanbare teksten, wie maalt daarom bij het horen van het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei: prachtig, prachtig.

 

¹Koffie en thee voor € 1,- uit kannen schenken in de pauze kan eigenlijk niet meer. Inruilen voor flesjes fris, bier en glaasjes wijn.

²Stoelen vrij houden voor sponsoren, brrr. Op de eerste rij heb je dan twaalf lege plaatsen voor typen die betalen om maar niet te hoeven komen.

Kampioenschap Light Verse Emmen (28 oktober café Groothuis, € 15,-)

Een volle zaal, ongemakkelijke houten terrasstoeltjes, tien dichters (acht wedstrijddeelnemers en twee presentatoren), een liedjeszanger die maar blijft puberen: kortom een prachtmiddag. Özcan Akyol had zonder kennis van zaken bij DWDD opgemerkt dat het light verse zo goed als dood was. Deze middag bewijst het tegendeel. Natuurlijk, in de literatuurgeschiedenis en literatuurkritiek bestaat Light Verse marginaal, net als korfballen in de sport. Opvallend, en weer net als in het korfbal: bijna alle acht deelnemers vanmiddag komen uit plattelandsregio’s. Bekende namen uit de oude en dode doos zijn: Kees Stip, Drs. P en Driek van Wissen. Nog levende light-verse mastodonten: Lévi Weemoedt, Ko de Laat en Kees Torn. In Drenthe hebben we het illustere viertal Boudestein, Hoogland, Peters en Omvlee.

Vorm- en klankvastheid zijn bij light verse net zo belangrijk als regelgeving bij subsidieaanvragen. Om het voor de jury gemakkelijker te maken worden er deze middag ‘performance’ en ‘actualiteit’ aan toegevoegd. Houd je je bij Tachtiger Kloos’ definitie van poëzie als de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie dan red je het deze middag niet. Bij light verse wordt de emotie vervangen door de rekenliniaal. Zorgvuldig worden rijmschema’s toegepast en versvoeten en lettergrepen geteld. Lichtvoetigheid, niet per se gelijk aan humor, telt ook nadrukkelijk mee.

Melvin Bonnet

Van de 62 inzenders haalden acht de finale. Ieder krijgt zes minuten de tijd om werk voor te dragen. Twee doen dat uit het hoofd. Liedjeszanger Melvin Bonnet mag maar liefst vijf keer zijn zorgelijke, ironische, sarcastische, puberale, dwarse, confronterende, leuke gedachtenspinsels met ons delen: over een depressie, zijn ex-vriendin, zijn liefde voor lelijke vrouwen, de complexe zorg voor zijn pielemuisje en meer. Kortom: <in zijn woorden> ‘kutmuziek voor een kutpubliek’.

Terug naar de acht finalisten:

Wim Meyles (1949), oud-docent Engels uit Sint Pancras start met drie sonnetten en enkele filosofiertjes. Onderwerpen die voorbijkomen: de tijgermug, de Hollandse fauna en grafschriften.

Dan Inge Boulonois (1945), ex-stadsdichter van Heerhugowaard die met een fluwelen stem over minister Bruno Bruins, haar niet bestaande X-benen en een hete hooimaand schrijft.

Nog een ex-stadsdichter, Arjan Keene (1963) uit Ede die ooit goed scoorde in de Turing- en Willem Wilmink-wedstrijden. Keene trekt de aandacht met Vijftig Tinten Drenthe.

Dan titelhouder, leraar, cabaretier Machiel Pomp (1968) uit Posterholt: legerkistjes, een guerillabroek en trui met hoodie. Mooie woordvondsten, een stem als een klok en alles uit het hoofd. Over performen gesproken!

Abbing

Christiaan Abbing (1984), vakleerkracht groep 5/6 uit Veenendaal komt het fraaist bij de actualiteit door een vers te verscheuren analoog aan het pas geveilde kunstwerk van Banksy.

Een thuiswedstrijd is het voor oud-onderwijzer Bertus Beltman (1941). Beltman,

Beltman

nestor in de groep gemeentedichters in Emmen, eert in zijn verzen Ben Feringa en FC Emmen en leest een ballade over ‘De laatste wil’ voor.

Uit Zaltbommel komt Marion van Rooij. Zij brengt Kees Stip in onze herinnering met enkele fraaie Trijntje Fops, bijvoorbeeld met ‘Op een kapoen’.

Niels Blomberg (1958) uit Almere vergelijkt de twee onlangs overleden zangers Aznavour en Koos Albers met elkaar en gaat via de Col du Vam, Track & Trace naar Trek in Trees. Ook alles uit het hoofd!

Dan beraadt de jury zich even en krijgen Van Pamelen en Zinnemers de gelegenheid hun kunsten te vertonen. Eindstand: op drie Abbing, op twee Keene en als winnaar Pomp.

vlnr: winnaar Pomp, presentatorduo Zinnemers en Van Pamelen