Strepen

Of je hem een strepenfetisjist kan noemen is onbekend. Wel dat hij van strepen houdt. Hij twijfelt nog over zijn hipsterbaardje, wel of geen voren. Op een camping nabij Bilbao schiet hij ’s morgens in zijn blauwe Adidas sportbroek. De broek is veel te ruim. Tot ongeveer tien jaar geleden kocht hij, vitale zestiger, alles een maat te groot. Zijn vrouw, die lang in de psychiatrie heeft gewerkt, begrijpt hem nu eindelijk. Erboven een wat verschoten Adidas hemd. De strepen van het hemd lopen bijna door in die van de broek. Zijn zoon had hem weleens de suggestie gedaan zijn benen af te plakken met afplakband dat schilders zo graag gebruiken om zo een verticale natuurlijke en van schouder tot voet doorlopende belijning te maken. Scherts natuurlijk. Op de ongemakkelijke tafel voor hem ligt een bijna twee weken oude El País. Zijn Spaans stokt. Gulzig drinkt hij twee koffie. Op weg naar het toiletgebouw draagt hij fier zijn toilettas en een schone nieuwe onderbroek in zijn linkerhand en de bandhanddoek in de rechter. De onderbroek zoals altijd onder de toilettas. Ook houdt hij met de rechter de koordjes vast die uit de broeksband bungelen. Omdat ze straks toch weer los moeten kan ik ze net zo goed even vasthouden, is zijn idee. Behendig en met twee tegelijk neemt hij de traptreden. Zijn bovenbenen doen hun werk als cilinderzuigers. Wie dat niet gelooft mag ze betasten. Net voorbij de deurloze opening van de chemische stort, wordt hij aangeroepen door een vrouw. Het is een bloedmooie plattelands Française. Hij schat haar eind vijftig. Terwijl hij die schatting maakt realiseert hij zich dat ze dan waarschijnlijk eind zestig is. Of hij de uitgang naar la plage weet. Bij de receptie had ze wel een plattegrond gekregen, maar dit soort dingen haalt ze altijd door elkaar, vooral de laatste tijd. Iets in haar maakt dat hij haar wantrouwt. Hoe stom kan je zijn? Je ziet in de verte de schuimkoppen van de oceaan die wanhopig opgewonden en doelloos de scheiding tussen vloed en eb proberen te markeren. Wat is Frans toch een gemakkelijke taal. Gewoon even prendre vervoegen, dan een strategische keus maken tussen tu en vous en de r een beetje laten rollen. En vooral niet vergeten aan het eind van de zin je stem wat omhoog te laten gaan. Bij het woord links maakt hij zijn standaardgrap ‘de plaats waar het hart zit’. Ze kijkt hem niet begrijpend aan. Zeker iemand uit het noordoosten, denkt hij, die verstaan schoolfrans slecht. Omdat zijn sluitspier ongeduldig wordt neemt hij de handdoek over van rechts naar links en wijst naar de zee. Vol begrip en mededogen kijkt ze naar beneden waar de strepen van zijn afgegleden sportbroekje zonder effect naadloos proberen samen te smelten met de kleurige horizontalen van de Effio-sokken.

San Sebastian / Donostia

Aan de uiterste westzijde van de baai in San Sebastian zijn drie stalen sculpturen tegen de rotsen geprikt als punaises op een planbord. Of ze symbool staan voor de Euro’s die Spanje binnenstromen, vraag ik een Spaanse meneer in mijn tussen A1 en A2 zwevende Spaans. Eerst begrijpt hij me niet. Even later stapt hij op me af en zegt verrast nu de gelijkenis met het € – teken te zien. Hier vlakbij een interessant soort Land Art (of Wind Art). Door vijf buizen die op een pleintje uitkomen wordt op onverwachte momenten harde wind geblazen, veroorzaakt door verhoogde luchtdruk die ontstaat door tegen de rotsen beukende golven. Vrouwen met pit gaan er wijdbeens boven staan en laten de wind doen wat ooit Marilyn Monroe hen op een foto voordeed. San Sebastian of Donostia is een heel mooie stad. Net voorbij de Pyreneeën met zijn harde, gemene uitlopers die racefietsers kunnen plagen, prikken en kwellen als Palestijnse humor rabbijnen. Aan de Atlantische Oceaan met de Kontxa Baai zijn zachtgouden stranden waar een parasol € 18,- per dag doet. Tussen 11.00  en 14.00 uur is hier een interessant verschijnsel te zien. Duizenden mensen lopen als mieren of beter pinguïns of nog beter de laatste katholieken in een soort mars, colonne of processie langs de waterkant. Van oost naar west en van west naar oost, zorgvuldig beide lichaamszijden beurtelings aan de zon gunnend. Rustig maar niet slenterend, opgewekt maar niet schaterlachend, ongeordend maar niet chaotisch, overduidelijk met een door niemand betwiste bedoeling maar nooit blindelings. Het lijkt wel automatisch, bijna een natuurverschijnsel. Op de kaart bekeken loopt de rivier Urumea de stad uit als de pisbuis uit een mannenlijf. Grote parken vormen de groene longen. Een schitterende fietsbaan, de caril rojo, brengt de fietser waar hij maar wil zijn. Natuurlijk is er een handvol musea, maar er is ook het Tabakalera, een Internationaal Centrum van Hedendaagse Cultuur. Een groot en mooi gebouw aan de Urumea en vlak naast de spoorlijn. Op het plein ervoor wordt de bezoeker strak voorbijgekeken door een prachtgraffito van een traditioneel geklede, serieus kijkende Afrikaanse vrouw. Het Tabakalera is geen museum. Desalniettemin zijn er interessante exposities. Nu een overzicht van Filmische Fotografie van Eloy de la Iglesia, Oscuro Objeto de deseo (obscure gewenste objecten). Indringende foto’s. Een kolossaal en een hele muur dominerend jongensportret zoals elke man zich graag herinnert, compleet met navelpluis. Iets verder een bloedstollende injectienaald die mannen nachtmerries bezorgt. Om de hoek een vrolijk makende binnenhuis graffito op een bont beschilderde ateliervloer die bij kijkers glimlachen tevoorschijn tovert als  de afschaffing van dividendbelasting bij ceo’s. 

Turk in Almere-zuid over Friese fonteinen en meer

Zoals de Turk in een Almeerse buitenwijk streeds Turkser wordt zo word ik in Emmen steeds Friezer. Woorden als cultuur, vooruitgang, moedertaal, hafabra, kerkorgels, schaatsen, kaatsen, zeilen, paarden, zelfredzaam, windenergie, betaaldvoetbal, eigenzinnig, eiland, infrastructuur, gemeenschapszin, kaas, artistiek, literatuur, kunnen niet voorbijkomen of ik maak de uitstap naar de moeder aller provinciën: F. Natuurlijk moesten we de elf fonteinen zien. In het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad (voor Maastricht, voor Groningen en voor Haarlem) delen ook de andere tien steden mee in de winst. In elke stad, behalve Dokkum, want Dokkum is wat traag, wordt een fontein geïnstalleerd. Mooie dingen hoor die fonteinen, daar niet van. In één woord kwetsbaar, origineel, bijbels, over-the-top, artistiek, decoratief, duur, vergankelijk, sober, prachtig, allemaal tegelijk. In IJlst een boeket blommen op een zwarte tol, in Stavoren een Jonas; ongelijk de bijbelse variant is deze via een permanent openstaande bek te betreden: mensen wordt in ruil voor een nat pak toegestaan op de tong te gaan zitten en een Jonaëske ervaring op te doen.

Voorbij Hindeloopen, net voor Workum kijk je even naar links. Zonder na te denken rijd je door, totdat je beseft wat je ziet: een opdekoppe boerderij. Hoe ‘oarsom tinke ‘oarsom bouwe’ wordt. Kijk zelf en verbaas je met mij….

Te koop vlinderstrikjes

model: Riekeltsje

Vanaf nu in de rubriek TE KOOP: vlinderstrikjes gemaakt van metaal.

Er zijn acht modellen, elk met een eigen naam. De dassen zijn handgemaakt en daardoor dus uniek. Volgens mannenmodegoeroe Arno Kantelberg hoeft de Nederlandse man nooit bang te zijn overdressed te zijn. Vlinderdasjes van ijzerdraad zijn apart, nieuw, hip en sexy. En goedkoop. Alle modellen kosten € 39,95,- en dat is inclusief geschenkdoos en naar inzicht van mij: verzending of bezorging. Nog een noviteit: door de even simpele als effectieve als exclusieve sluiting onder de boord, kan de drager zichzelf redden.

een paar keer draaien en klaar

Dus geen gestress met vrouwenhanden voor slecht verlichte spiegels in hallen, walk-in-closets of een obscure hoek in de slaapkamer. Een met kunststof gecoate stalen kern wordt enkele keren om elkaar gedraaid en klaar! Bestellingen via: info@klaastaal.nl.

Verkoopadressen:

Van Nelleke, Conceptstore, Wilhelminastraat 77 Emmen;

Galerie Micksart, Hoofdstraat 20, Emmen.

model Grutte Pier

8 modellen

Red Dot Design museum, Essen (D) € 9,-

Ga voor het indrukwekkende Ruhrgebied met het meer dan schitterend industrieel complex dat een compleet beeld schetst van de Duitse kolenindustrie in de vorige eeuwen, inmiddels Unesco-werelderfgoed. Verwonder je over de vernuftige kolossale industriële ijzeren installaties in gebouwen van donker baksteen met immense stalen deuren en ijzeren kozijnconstructies met middeleeuwse isolatiewaarden. En zie designs van fietshelmen, bestek, rugzakken, telefoons, klemmetjes, sportkleding, mountainbikes, kookplaten, kunststof kozijnen die in de EBI in Vught niet zouden misstaan, een gyrocopter, en meer. Badkuipen, elektrische ramen, pennen, laptops en wastafels waarvan de schoonmaker die in elk mens huist kan zien dat gebruik ervan een dag lang spatvlekkenpoetsen zal vergen. Maar toch is weer niet zo veel te zien als de verwende bezoeker van de jaarlijkse Eindhoven Design Academy verwacht. Tuurlijk, Duitsland, dan zeg je Grohe kranen en Gardenaslangenhaspels en Hiltie apparatentuig, en een Audi aluminium body opgehangen aan het plafond als een kroonluchter in de Keulse dom, maar waar zijn Benz, Porsche en VW? Veel uitgestalde waar mag je aanraken, maar na verloop van tijd ontdek je steeds vaker de irritante ‘nicht berühren’ bordjes en het gemis van productinformatie (materialen, prijzen, datering). Naarmate je dichter bij het dak komt, stijgt de temperatuur als in de nok van een zorgcomplex of wietkwekerij. In dit museum, nou ja, museum: geen airco. Wel soort van zwevende loopbruggen van staal en beton, die na het drama in Genua onheilspellend hoorbaar kraken en meegeven. 2000 voorwerpen uit 45 landen. Echt? Bij de uitgang denk ik meer aan 750 stuks, gemakkelijk te doen in een uur. Buiten, ha frisse lucht, volgt de ene verwondering op de andere als regeringsperioden van Die Angela: wilde vlinderstruiken en gulden roede in een kunstig vormgegeven en licht aangetast industrieel geheel met in cement verzonken spoorlijntjes, reuzenraderwerken, oneindig lijkende roltrappen, overal buiten zittend rokend personeel en een informatie-Ecke met twintig centimeter dikke betonnen muren. Twee verbeterpunten: maak alles interactief en aanraakbaar en maak een ruimte waarin elk jaar twaalf eindexamenwerkstukken van de designacademie te zien (en aan te raken) zijn.

Orgelconcert Eeuwe Zijlstra Hervormde Kerk Coevorden 1 augustus 2018 (€ 9,-)

Heeft master organist Zijlstra de volgorde van zijn muziek veranderd met als gevolg dat hij al buigend het applaus staat te ontvangen terwijl het publiek nog niet begonnen is met klappen? Een prachtmuziekavond is het met kalknagels in wittig uitgeslagen museale sandalen, zweetplekken van oksels tot ellebogen, natte matjes, harige mannenkuiten onder een stoere driekwarter, sexy spatadertjes onder zomerjurkjes en windvlagen door de kerkruimte. Ik denk echt even dat die worden veroorzaakt door Eeuwe’s intense spel, per slot van rekening zijn orgels blaasinstrumenten, maar het zijn slechts de vier plafondventilators in combinatie met de twee bevroren bazuinblazers op het orgel. Zijlstra activeert registers, pijpen, tongwerken en windlades die lang onder het stof lagen en waarvan ik het bestaan amper vermoedde. Bij orgelconcerten heb je de kijkers en de luisteraars. Ik hoor tot beide. Eeuwe zwiert met zijn linkerarm als Rieu op het Plein van de Hemelse Vrede terwijl hij met rechts een flitsende fluittoon produceert. Hij kromt zijn rug als Epke na een Gaylord II en ontspant vervolgens als een paaldanser na een personeelsuitje bij de Franse Alliantie. Mijn avond was toch al goed begonnen. ‘Út Damwâld, ik wenne tsjinoer Eeuwe, ik ha wol mei him boarte,’ zei de eerste concertbezoekster toen ik vroeg waarvandaan ze kwam. ‘Ik spylje oargel by Eeuwe.’ ‘Mar giest dan ek yn Dokkum nei skoalle?’ ‘Jawis.’ Mijn hersenen begonnen te tollen. Had ik haar in mijn jeugdige verlegenheid ooit over het hoofd gezien? Ik dacht dat ik alle meiden uit de Friese wouden wel kende. ‘Hoe âld bisto, ik bedoel fan hokker jier bist?’ ‘Ik bin seisenfyftich,’ antwoordde ze met een alles verzengende lach. Haar leeftijd en het feit dat ze gymnasiaste was, verklaarden waarom ik haar eind jaren zestig in de fietsenkelder naast de Dokkumer Ee had gemist, daar waar alles gebeurde wat rector Heukels, stoker Brouwer en onzelieveheer verboden hadden. Als ik de bijsluiter bij het concert lees, zie ik dat Zijlstra als alle organisten lijdt aan de hoofdletterziekte. Er hoeft maar een diploma voorbij te komen, of, bij andere muzikanten, een snoepreisje naar Dresden, Kampen of Montpellier, of de hoofdletters dansen over het papier als afzwaaiers van Huntelaar of Serena Williams in het stadion. Na een hogeschoolvertolking van Post, Bach, Andriessen, Langlais, Cocker en Gárdonyi staat Zijlstra op en buigt. Bovenste beste humor vanaf de kraak. Ondertussen pijnig ik mijn hersens met Goaitske, Eabeltsje, Engeltje, Hemke, Hendrikje, Geertje, Tetje, Neeltje…..

Beeldentuin Clingenbosch, Wassenaar, rondleiding € 20,-

Clingenbosch is een topper onder de meer dan zeventig beeldentuinen in Nederland. Eigenaar, initiator, mecenas Van Caldenborgh werd rijk in de chemie. Dat woord heeft niet voor iedereen een gunstige bijklank. Ik associeer het met paars en oranje uitgeslagen sloten en bermen die ik in mijn jeugd, op weg naar school fietsend, tussen Oudwoude en Westergeest passeerde. Lekkende vaten, penetrante luchtjes en gezondheidsrisico’s. Tegelijkertijd heeft iedereen wel een zus of broer van wie het levenseinde met hulp van ‘chemo’s’ iets werd uitgesteld. Over Van Caldenborgh lees ik geen schandalen. Quote schat zijn vermogen op 400 miljoen. Het verschil met voetballers, wietkwekers en koninklijke hoogheden is dat hij niet zijn leven in het teken van belastingontwijking (Ronaldo, Messi, de Oranjes) stelt maar in dat van de moderne kunst. Hij verzamelt alles wat hij leuk vindt. Omdat daar niet echt een lijn in te ontdekken is maar het toch een naam moet hebben, een leuke bovendien, heet het eclectisch. Eclectisme is een mooi woord voor diversiteit. Als paella, als een zomerkermis, een beetje van dit en een beetje van dat. Dit gebrek aan dogma’s leverde tot nu toe verrekt mooie collecties op, binnenshuis (museum Voorlinden, Wassenaar) en buitenshuis (beeldentuin Clingenbosch, id.).

Van Caldenborgh wil, als exhibitionistisch angehauchte particulieren die met een beeld van Willem Kind in de voortuin hun goede of slechte smaak etaleren en dat willen delen met voetgangers, honden en steenmartertjes, als plattelands tuineigenaren aangesloten bij ‘Groei en Bloei’ die bezoekers in de tuin lokken, zijn rijkdom delen met belangstellenden. Museum Voorlinden is het hele jaar geopend (entree € 15,- museumjaarkaart geldt hier niet). Op donderdagmiddag worden er rondleidingen georganiseerd in beeldentuin Clingenbosch. Die duren van 15.00 – 18.00 uur, met vooraf een kopje thee en achteraf een glaasje wijn, water of limonade. Per middag kunnen maximaal 75 personen meedoen, die dan in vier of vijf groepen worden verdeeld. Een (zeer) deskundige gids, wij hadden gids Coby, vertelt iets bij elk gepasseerd kunstobject; jammer dat ze de fallussymboliek in de ‘mushrooms’ onvermeld laat; kijk die fiere stammen eens, die schitterende eikels net onder de hoedrand, het gestileerde scrotum, pfff. De ontvangst is buitengewoon gastvrij. In 2018 zijn de rondleidingen uitverkocht.

Wie is de artiest? De uitvoerder of bedenker? De meeste objecten worden door de kunstenaars zelf gemaakt. Een klein deel wordt uitbesteed aan derden, die de opdracht voor de kunstenaar uitvoeren. Je kunt en moet je afvragen wie de kunstenaar is wanneer het idee om zo’n veertig glazen borsten fabrieksmatig te produceren wordt uitbesteed aan de plaatselijke ambachtelijke aannemer of glazenier. Over groei en bloei gesproken: paddenstoelen, aalbessen en rode appeltjes doen het goed in Clingenbosch.

Mushrooms, fiberglas/autolak, Sylvie Fleury 2005

 

Don, aluminium, Don Brown, 1998

Caldenhok, Chrysler met aanhanger, Atelier Van Lieshout, 2001 – 2002

 

Lost in Lead, lood, arduin en brons, Berlinde de Bruyckere, 2008 – 2011

 

Huis, gemengde techniek, Expo Henk 1994

 

Maria Roosen

 

Blessed, brons, keramiek 2001, Anya Gallaccio

 

Inloopconcert Henk Stekelenburg en Janet Emmelkamp 21 juli 2018 Grote Kerk Emmen

Als je Where e’er you walk kent en je hoort daarna bij een inloopconcert op een bloedhete zaterdag in juli 2018 in de Grote kerk te Emmen Janet Emmelkamp, begeleid door organist Henk Stekelenburg dit stuk van Händel zingen, beluisterd door een 140 luisteraars en bekeken door portretten van Ellen Kroeze, onder meer van een zeer strenge, misschien geschrokken kijkende, fronsende vrouw, dan denk je: prachtig gedaan Stekelenburg, Emmelkamp en Kroeze en je verwondert je des te meer over de muziek die je kent van counter-tenors Andreas Scholl en Philippe Jaroussky.

Voor de rest staat er deze middag uitsluitend Engelse orgelmuziek op het programma van mannen als Walton, Campion, Dowland, Purcell, Camidge, Wesley, West en Quilter. Typisch van de Engelse orgeltraditie is dat er gespeeld werd op klavierorgels die geen pedalen hadden. Als gevolg van de brexit van de katholieke kerk in Engeland en de take-over van de Anglicaanse werden er nogal wat kerken omgetoverd in ruïnes en kerkinterieurs kort en klein geslagen. Later kwam er een revival van de orgelmuziek.

In tijden dat de meeste kerken door multifunctioneel te worden het vege lijf kunnen redden, ongeveer als belastingkantoren voor leden van de koninklijke familie, zet de Grote Kerk te Emmen de toon met een combi van beeldende kunst, orgel- en pianomuziek met niet-alledaags kwalitatieve zang. En het werkt en hoe. Deze middag moeten er zelfs stoelen worden bijgezet en aanstaande maandag staat er een goddelijke biertap en worden er uitstekende wijnen geschonken . . . .

Stekelenburg is een uitstekend organist die met Passacaglia van John E. West, de Introduction and aria cantabile van Samuel Wesley en Händels Where e’er you walk op zijn best is. Het draaiorgelintro van Matthew Camidge in ‘Con Fuoco’ (‘met vuur’) mag er ook zijn.

Het concert wordt besloten met My lady greensleeves en Drink to me only with thine eyes en nee, dit laatste nummer is geen drank- maar wel een liefdeslied. Beide nummers ken ik door en door, want ze stonden ooit op het repertoire van het koor in Sleen (waarin ik van 1995 – 2005 zong). Stekelenburg begeleidt Janet Ekkelkamp op de piano en ze vormen een uitstekend team. Als we de kerkruimte verlaten denk ik alvast aan de presentatie van de Gouden Pijl die hier aanstaande maandag zal plaatsvinden met

de kuiten van Kjeld Nuis

gasten als Kjeld Nuis, die behalve een sympathieke uitstraling, een puntige sik gestroomlijnde kuiten heeft. Good old Hennie Kuiper is er dan ook bij. In drie dagen twee keer naar de kerk. Mijn moeder zou zich, knipogend en glimlachend, in haar graf omdraaien.

Minne Veldman Bachconcert 11 juli NH kerk Coevorden (€ 9,-)

Waarom organisten liever Bach spelen dan The Beatles is een eenvoudige vraag. Veldman speelt Bach alsof hij niet anders doet en dat doet hij wel. Zijn jaarprogramma van ruim veertig concerten telt maar twee Bachspecials. Veldman is de eerste organist die ik in Coevorden hoor spelen die zijn merchandising op orde heeft met een meterslang rek met bladmuziek en c.d.’s in de verkoop; incl. een bordje ‘pinnen mag’ en een verkoopmedewerker (die tegelijk registrant is). De winkel is compleet met een twee meter hoge poster die zijn orgelspel aanprijst. In 2019 viert Minne zijn zilveren organistenjubileum met een tour door steden als Rotterdam, Den Haag, Maassluis, Groningen, Kampen en… Parijs. Deze man weet wat hij wil en wat hij kan. De tijd dat commercie zure reacties opriep ligt achter ons.

Uit Bachs kolossale orgeloeuvre van 250 stukken heeft Veldman een goede keus gemaakt. Als amateurluisteraar geniet ik van zijn spel dat begint met een soort première, het Praeludium et Fuga A-dur BWV 536 staat voor de eerste keer op het programma. Veldman speelt dit jeugdwerk van Bach met flair, de warming up is goed gelukt. Op mijn telefoon waarmee ik een foto maak, zie ik dat Treppier Engeland op 1-0 zet als Veldman de eerste toets aanslaat. Sommigen noemen dit de voorzienigheid. Dan voor mijn gevoel een stuk of twintig

Minne Veldman (fotografie Carel Dicke)

variatiemelodieën in Sei gegrußet, Jesu gütig, (gek, Veldmans bijgesloten info houdt het op elf variaties), stuk voor vrolijke melodielijnen. De zon volgt Veldmans rug als een langzame volgspot. Een meesterstuk voor elke organist heet het drietal Sonates 4 e-moll. Dat Bach een heethoofd was, een obstinate conflictzoeker, een opvliegende stijfkop, het zij zo. Er zijn kenners die menen te kunnen horen dat Bach zelf organist was. Zou kunnen. Wat opvalt is dat hij na 1708 niet meer als organist in functie was en toch de beste orgelmuziek componeerde. Terug naar Veldman die Vivaldiëske stukken speelt, Concerto a-Moll: Bachs bewerkingen voor orgel van Vivaldi’s concerten voor strijkers. Als je dat van tevoren weet of leest dan hoor je vanzelf Italië doorklinken in de muziek. Ook Veldman doet het: het mooiste bewaren voor het laatst: Passacaglia et Fuga c-moll: alweer een vroeg fluwelen jeugdwerk; door M. ’t Hart een weergaloze wondercompositie genoemd en wij weten: ’t Hart liegt nooit.  De muziek omhelst het publiek als een oude vriend zijn kameraden op een reünie. Zestig luisteraars zien en horen Veldman met gemak het WK voetbal verslaan.

 

King Lear William Shakespeare, Shakespeare theater Diever, 7 juli 2018 try-out € 13,50

Hans Jansen verzorgt vooraf een inleiding over Koning Lear, een stuk dat niet bekend staat als het meest publieksvriendelijke. Shakespearespecialist Jan Kott noemt het stuk ‘een reusachtige berg die door velen bewonderd maar door weinigen beklommen kan worden’. Jansen vergelijkt de rol van de hofnar met de rol van Rutte die Trump tegensprak. Alleen de nar mag de koning tegenspreken. De eerste grap is gemaakt en er golft een lach door het publiek dat, met de voeten in het zand, aan weerszijden tegenover het toneel zit. De stap van de nar naar Rutte, van Koning Lear naar Trump maakt duidelijk dat valse onderdanigheid, bastaardkinderen, hoog- en overmoed, verraad, liefde, haat, wetteloosheid, van alle tijden zijn.

Dick van Veen als Lear

Tijdens het spel denk ik na over hoe het komt dat gesubsidieerd theater het moeilijk had, heeft en als er niets verandert, zal houden en het ongesubsidieerde Shakespeare (openlucht) Theater te Diever dat per jaar meer dan 23.000 enthousiaste bezoekers trekt, floreert als bereklauwen in wegbermen.  Een nadeel is dat je kans maakt naast een clubje leesgroeplezeressen komt te zitten dat luidruchtig harde worst kauwt, bespreekt of de nieuwste Van Rooijen meer iets voor vader- dan wel moederdag is en olijven- en kersenpitten tussen natte vingers wegschiet en ploppend een Chablis ontkurkt. In de verte hoor je kwinkelerende merels en hard tikkende spechten die het opnemen tegen opgevoerde brommers die van zuipkeet naar zuipkeet sjakkeren.

Het komt hierdoor: Diever probeert al jarenlang het publiek naar de zin maken met onbeschaamde kwaliteit en enthousiasme verpakt in een aantrekkelijke jas. Gedreven toneelspelers, schitterende decors, fantastische kostuums, een rustgevend gebrek aan kakkinositeit en modernistische aanstelleritis, een sympa entreeprijs en eenvoudig ogende maar geniaal gefabriceerde rekwisieten doen de rest. En een klassiek stuk natuurlijk van good-old Shake, gebaseerd op een verhaal uit omstreeks 1200, verpakt in een stijlvolle, moderne jas. Met een vleug humor; dat kan je wel overlaten aan vertaler/regisseur Nieborg. Veelschrijver Shakespeare presteerde het om in een kort leven (hij werd maar 52) meer dan 1000 pagina’s (dundruk) tekst te schrijven; dit aantal wordt hedentendage alleen door Herman Brusselmans overtroffen. Dankzij het Shakespeare theater blijven de zevenendertig meer dan 400 jaar oude toneelstukken levend als de koran in Krommenie. 

We zien vormvolle vorm en inhoudsvolle inhoud in een unieke entourage, totaaltheater met een regionale touch, goed licht en geluid, een gepassioneerde organisatie met meer dan goede randvoorwaarden: in plaats van te dure, te zoute Sligroknabbels in de pauze, puike rookworst van de scouts, prima (Vollkunststoff) banken die de gemiddelde houten kerkbank met herniaopwekkende rugleuningen ver achter zich laten. Een puike lezing vooraf, drinkbare kannenkoffie, parkeerruimte om de hoek. Wat wil je nog meer?

Om met de nar te spreken: ‘Have more than thou showest / Speak less than thou knowest / Lend less than thou owest / Ride more than thou goest / … / Leave thy drink and thy whore / And keep in-a-door’.

Kijken!