Cataclysmisch, adipositas, triage, capibara

Op 130420 om 07.43 uur lees ik in een column van Sylvia Witteman het woord cataclysmisch. Ik denk veel woorden te kennen, maar dit? Van sommige woorden kan ik me precies herinneren wanneer ik het voor het eerst hoorde. Het woord adipositas kende ik tot 270320 niet. Dat leerde ik van Diederik Gommers die meedeelde dat de meeste ic-patiënten daaraan lijden: zwaarlijvigheid. Nog een woord dat je nu geregeld hoort en waarvan ik het leermoment nog precies weet: triage en triëren. Ik ken het sinds mijn 60,47e jaar. Ik voelde al een week een pijntje in de onderbuik. Als mannen spreken van de onderbuik, bedoelen ze de omgeving van de pielemuis. Daar waar de onderbuik overgaat in het scrotum zat een gevoelige verdikking; zacht als dikke pap, dik als een gekneusde duim en pijnlijk als een ontstoken oor. Was het vocht, een bultje, een opgezette spier? Na een week negeren werd het vrijdags erger. In een wielrenboek had ik net gelezen over een derde bal. Wijs geworden door familieontwikkelingen werden vlekjes vlekken bobbeltjes verdikkingen bulten tumoren. De telefoniste startte het triëren. Zij wilde precies weten wat ik voelde voordat ik mijn broek voor haar jonge collega, een aio van 26 met bladderende lipstick, donshaar op d’r kaken in het zonlicht, paardenstaart, een aandoenlijke door een hockeystick afgebroken voortand, dichtgegroeide neuspiercinggaatjes, op de knie gescheurde skinny jeans en een krokodiltattoo die zijn staart onder de mouw uitstak als een pissebed zijn kontje onder een slecht afgekitte voeg in een toiletruimte, mocht laten zakken. Ik was getrieerd: gewogen en zwaar genoeg bevonden en mocht komen. Onmiddellijk verhevigden mijn klachten zich want ze werden al op afstand erkend. De aio gaapte even na de begroeting, bleef zitten als de moeder van een jengelend kind dat een gescheurde nagel laat zien, verschoof haar rijdende bureaustoel mijn kant op en richtte een felle lamp op een wegschietend zilvervisje en vervolgens op mijn apparaat als een detective een zaklamp op bloedsporen op een plaats delict. Met blauw gehandschoende vingers betastte, bekneep en bevoelde ze mijn, eh, onderbuik- en scrotumvel, aarzelde bij een oud en verweerd litteken, schoof achteruit, trok geroutineerd de handschoenen uit, waste d’r handen, beet een gescheurde nagel af, schreef een nota en checkte d’r facebook. Als 90% van de kwalen: gaat vanzelf over. Laatste woordnieuws: vanmorgen wil de OnzeTaal-rebus als oplossing capibara zien.