Catechisatie

‘Doordat je de voorhuid over de eikel trekt en het dan weer snel terug schuift, ontstaat een prettig gevoel. Als je dat lang en snel genoeg volhoudt, ontstaat een ontlading, ook wel orgasme of klaarkomen genoemd. Maar als je besneden bent, is er wat van de voorhuid, zie plaatje 6c in § 4, weggesneden en als dat rafelig is afgewerkt, wordt aftrekken lastig, maar het kan nog wel hoor. De chirurg of vroeger de medicijnman, neemt de penis in zijn linkerhand, de zuster of dorpsoudste schuift de voorhuid iets op en knip, met de schaar of een scherpe steen wordt een stukje van de voorhuid weggesneden.’ Klas 1g van het Oostergo Lyceum in Dokkum luistert ademloos naar hun biologieleraar, meneer Germs, voor de Kollumers Harley-Frits. Meneer Germs vervolgt zijn route over lastig masturberen na de besnijdenis met informatie over de heilzame werking van vaseline of uierzalf die, mits niet te uitbundig aangewend, uitkomst biedt. De meisjes in de klas kijken met bewondering naar de jongens, die, zonder uitzondering, hun friemelende handen heel ver in de diepe broekzakken hebben verstopt. Meisjesbesnijdenissen werden nog niet genoemd in het biologieboek. En hup, daar gaat meneer Germs al weer verder met ejaculatio praecox en geslachtsziekten van a tot z in § 5.

De meesten van ons gingen vanaf hun twaalfde, net na de lagere school en na de laatste keer zondagsschool naar catechisatie. Op dinsdagavond zeven uur tot net voor achten in de consistoriekamer, achter de hervormde Maartenskerk aan de Voorstraat. Waar het precies goed voor was, wisten we niet. Onze ouders stelden er prijs op en het duurde maar zes maanden per jaar. Uiteindelijk, als je niet oppaste, leidde het tot belijdeniscathechisatie, maar zover is het niet gekomen. Dominee Dijkmeijer en zijn opvolger dominee Breeuwsma hadden de taak ons bij te praten over de Heidelbergse catechismus en gewoon over bijbelse en kerkelijke aangelegenheden. In feite was catechisatie een vervolg van de jongelingenvereniging. Dat was een club, vroeg in de avond, waar je, begeleid door vlotte vaders die ook voetbalden, kon knutselen, waar je uitbundig sinterklaas vierde en bij je kameraden een muis als cadeau bestelde en waar je leerde roken. Eenmaal per jaar gingen we met de jongelingenvereniging op kamp naar Ameland of Sellingen om kennis te maken met seksboekjes als Candy en Chick. De leiders van de jongelingenvereniging, naast voetballende vaders, vaak meesters van de lagere school, hadden, in samenspraak met enkele ouders, aangedrongen op een meer moderne aanpak van de catechisatie. Dat leidde ertoe dat we altijd vragen mochten stellen over dingen die ons bezig hielden. Vooral veel discussiëren over levensvragen was de bedoeling, dat zou de geesten scherpen. Vol vuur spraken we over Israel en kibboetsen; waarom god het beloofde land in zo’n dorre streek had gepland en niet in noordoost-Friesland; wat het verschil was tussen gereformeerd en christelijk gereformeerd; of je zwemmend in de Dode Zee niet op onsportieve manier aan je zwemdiploma kwam; waarom wel een gebod: eert uw vader en uw moeder, maar niet: eert uw kinderen; waarom in de bijbel, het boek van liefde, toch zoveel wordt gemoord, afgeslacht, gespietst, verbrijzeld, met de pest geslagen; of tongzoenen ook onkuis was; of het niet jaren zou duren als de ark van Noach echt met van alle dieren een tweetal gevuld werd; of Johnson een oorlogsmoordenaar genoemd mocht worden, rector Heukels en leraar Engels, meneer Van de Peppel van het Christelijk Lyceum in Dokkum hadden er immers schande van gesproken; of twee keer masturberen per dag was toegestaan; of er voor die arme katholieken een speciaal kamertje was aan de rand van de hemel omdat zij immers de brede weg bewandelden met die on-Bijbelse Mariaverering, een paus als opvolger van Petrus, en, het moest niet gekker worden, plaatsvervanger van JC, en dan ook nog allerlei gesneden beelden aanbaden; en hoe het toch kwam dat er, volgens de leraar maatschappijleer, geen grote Nederlandse schrijvers waren die zich christelijk noemden, tenminste volgens een radioreportage van de V.P.R.O.?

Op de fiets terug van Dokkum naar Kollum hadden we het besproken. Wietse, Andries, Anton uit Veenklooster, Johannes uit Westergeest, Rudi, Folkert en ik waren het erover eens. We zouden die suffe catechisatielessen wel eens opschudden en dominees kennis van besnijdenis testen. De meiden, inclusief Atsje, over wie ik later nog een gedicht zou schrijven, lieten we buiten het complot.

‘Dominee, in de bijbel staat dat jongens en mannen werden besneden, maar wat is dat eigenlijk? Bent u ook besneden? Waarom worden wij niet besneden? Worden vrouwen ook besneden? Is de bijslaap na besnijdenis nog wel lekker? Als je besneden bent en een kapotje gebruikt, voel je dan nog wel wat? De dominee begroef zijn handen diep in zijn broekzakken.