Na corona

Dat de nertsfokkerij versneld wordt opgedoekt, dat de intensieve dierindustrie tegen het licht wordt gehouden, dat een hygiënische revolutie als prettige bijvangst het scherp verminderen van kwalen als diarree en onduidelijke buikklachten oplevert: allemaal positief nieuws na enkele maanden coronaleed. Besmettinghotspots staan vanaf nu in een kwade reuk en moeten bezoekersstromen wat gaan reguleren: vergaderzalen, callcenters, gevangenissen, koorrepetities, familieverjaardagen, slachthuizen, overdekte marktplaatsen, kerken, winkelcentra, uitvaartbedrijven en indoorcarnaval. En fitnesscentra natuurlijk. Drugsbazen hebben moeite zwartgeldstromen te kanaliseren en dat deel van de politie dat geen lijntjes met de onderwereld heeft, doet goede zaken. De lucht wordt schoner want er is minder nutteloos auto- en vliegverkeer. Nog maar kortgeleden vonden we het heel gewoon dat mensen naar Australië of de Andes reisden om daar maanden te gaan rondreizen en nu zijn het de paria’s van de toerisme-industrie. Nu nog wat meer onderzoek naar de rol van aerosolen in binnen- en buitenlucht en we zijn klaar voor een vergelijking met de griep van 2017/2018; tot nu toe staat corona nog met een paar duizend overledenen achter. Nieuwe woorden als ondersterfte poppen up. In weken 21 en 22 was er minder sterfte dan in 2019. Misschien dat de zorg nu aan een inhaalslag toekomt. De eerstelijnszorg gaat tijd overhouden als de implicaties van de stelling dat 90% van de kwalen zichzelf oplost duidelijk worden. We gaan stoppen met de geperverteerde tandartsenij dat voor een grof vermogen nutteloze kosmetische ingrepen declareert. Wat betekent het dat we het gewoon zijn gaan vinden dat kerngezonde klanten twee x per jaar hun gebit lieten checken en dan ook nog juichten als er niets te doen was voor de witte jas? Huisartsen kunnen zich eindelijk gaan bezighouden met wat ze zouden moeten doen: preventie en leefstijlverbetering. Rokende en tonronde dokters krijgen een omscholing tot verkeersregelaar. De huisartsenij gaat eindelijk serieus de strijd aan tegen overgewicht, diabetes II en roken. Ze worden vanaf nu niet meer per behandelde patiënt of verkochte medicatie beloond, maar, na een uitgebreide nulmeting, per percentage gezonde cliënten. In een populair t.v.-programma hebben we jaren kunnen zien dat verstandige mensen net zo snel en vakkundig een diagnose kunnen stellen als een huisarts en dat gaat tijd opleveren. Cliënten met w.o.- of een hbo-opleiding krijgen overbodige vragen en tijdrovende klachten niet meer vergoed. Elke kilo boven of onder het groenste BMI gaat de klant 1% zorgpremie kosten. Rokers betalen 100% extra. Elke verminderde diabetes II, elke kilogram gewichtafname per klant en elke met roken gestopte cliënt levert de huisarts bonussen op. Wekelijks publiceert de NOS-app succesregio’s en voortgangpercentages in alle regenboogkleuren en de best presterende huisdokter per gewest. Natuurlijk zijn er allerlei mitsen en maren maar met een brede inzet van AI, gemonitord door enkele handenvol biotechnerds, onder supervisie van gutmensch Bregman, gaan we de goede kant op: naar begrenzing van de zorgkosten en meer gezonde mensen.

Hoe word je Ploegvriend?

Veel liefdes en voorkeuren ontstaan in je jeugd. Ik was 24, zat van onder tot boven vol testosteron en had net de leukste vrouw van Groningen en ver daarbuiten, laat ik haar V noemen, gescoord. Na een maand of vier ging V’s opa dood: Jan Boer, een in Groningen vermaarde dichter. Bij de crematie, waar ik een verschrikkelijke, want verknipte, Grunninger Bouk-representant trof die het bestond V te verwijten dat zij d’r opa had verwaarloosd toen ze tien was, leerde ik over de relatie die de vers overledene onderhield met Ploegschilders. Even dacht ik dat het landbouwmachinespuiters waren maar allengs kreeg ik visioenen van kunstenmakers. Jan Boer kende Ploegleden van het eerste uur. Hoe gaat dat met kunstenmakers in de provincie, ze prijzen elkaars vrouw, vlam of verovering, drinken een glas wijn te veel en wisselen werk uit. Boer schreef een kwatrijn of een sonnet en Altink illustreerde de geboortekaart van zijn dochter en schilderde later haar portret. V’s oma, de eerste partner van Jan Boer, woonde in een appartement in Haren en later in Zuidhorn. Haar woonkamer hing bomvol schilderijen van Ploegleden. Ik zag een schilderij van Werkman waarop een sneeuwschepper voor een blinde muur weinig stond uit te voeren. Veel grijzen, zwarten en witten. Intrigerend, noemde ik het, spannend ook wel, maar niet een werk dat mijn hart sneller deed kloppen. Dat deden de ogen, mond en lippen van V wel. Iets verderop hing een Altink, een schitterend, vrolijk, licht voorjaarsbeeld van een vervallen boerderij. “Blauwborgje,” lichtte oma mij in, toen ze mijn grote ogen het schilderij zag bewonderen. Steeds als oma mij een derde glas thee wilde inschenken zei V gewiekst: “Misschien heeft Klaas liever een flesje bier?” Omdat oma mij een goede partij voor V leek weigerde ze mij, ook al was de vraag ogenschijnlijk buiten mij om gesteld, nooit iets. “Pak zölf maar een flesje mien jong,” zei ze lief. In de gangkast vond ik twee lauwe pijpjes verschaald bier en onder een wit, gescheurd laken stonden schilderijen als enveloppen in een brievenstaander. In de gangkast!! Allemaal Ploegwerk…. Zo dus.

Corona en herdenken

Het wordt bijna straattheater, met bijrollen voor Maxima in piratenkledij met vleermuisdetails, Mark met een dikke bos haar, Femke die niet in de gaten heeft dat camera’s op afstand feilloos registreren dat haar ogen steeds naar rechts flitsen omdat ze ziet dat Willem A’s broek in zijn bilnaad kruipt en een uit het stratego-spel weggelopen schout-bij-nacht die Willems tekstboekje moet torsen. De sprekers staan bij de 4-meiherdenking voor 6 miljoen televisiekijkers op een multiplexspreekgestoelte. Theater: er is immers geen live publiek dat men het zicht op zijn facie wil vergemakkelijken. Het is dus overbodiger dan overbodig. Grunberg houdt een uitstekende toespraak. Hij zegt terecht dat het bij herdenken aankomt op details. Kennis bestaat uit details. Detail: op De Dam is geen zigeunermuziek te horen. Wel christelijke liederen. Dat moet een klap in het gezicht zijn geweest voor familieleden van vermoorde Sinti en Roma, naast Joden slachtoffers van de nazi’s. Wegkijken en zwijgen was immers de houding van kerken in oorlogstijd. En om dan de meest christelijke tekst, het Onzevader te laten zingen voor een steeds a-religieuzer publiek is niet bepaald hoffelijk. De NPO wordt hier gelijk aan de EO. Of moeten we dit als een bewuste provocatie van onze Moslimbroeders opvatten, ook een groep die voor het gemak bij de herdenking wordt overgeslagen? Kerkleiders (protestants, katholiek of orthodox) kwamen nazi-Duitsland eerder tegemoet dan dat ze zich verzetten. Individueel of op mesoniveau werd er wel verzet gepleegd. Het overwegend protestantse Drentse dorp Nieuwlande bijvoorbeeld bood onderdak aan meer dan driehonderd Joodse onderduikers. Hopelijk dat de achterkleinkinderen van Gerdi Verbeet, voorzitter van het ‘nationaal comité 4 en 5 mei’ ooit hun overgrootmoeder over de ontbrekende zigeunermuziek zullen kapittelen en een postume oorvijg verkopen. Het aanspreken van familieleden op ongepast gedrag is een precaire actie, dat weet iedereen die familie heeft. Willem A durft na drie generaties zijn overgrootmoeder een veeg uit de pan te geven, maar relativeert het onmiddellijk weer door iets positiefs te noemen. En twee bovenstebraafste Drentse scouts als kranssjouwers inhuren is leuk bedoeld, maar was het niet vele malen avontuurlijker om hiervoor twee straatschoffies met gebontkraagde hoodie te vragen die net hun taakstraf erop hebben zitten en berouw hebben getoond voor scooterroof, het belagen van homoseksuelen of het scanderen van antisemitische leuzen in Amsterdam-centrum? Een paar aanpassingen in de detaillering en de nationale dodenherdenking wordt voor heel Nederland dragelijk.

Wopke, Mark, Hugo, Wouter en Klaas

Dankzij Wopke, Hugo en Mark, Wouter en Klaas, gecontroleerd door Jesse, Esther en vooruit Fleur en Laura en Kathalijne, Pia, Stieneke, Attje, Renske, Lilian, Sadet en Khadija, word ik niet onrustig van 92 miljard in de min en een staatsschuld van 65% van het bbp. Maar god, wat mis ik hier de vrouwen aan de teugels. Carola zit tot d’r nek in de PAS en de PFAS en Monica wordt door de grefomannen overruled en onder de duim gehouden. Gek, maar terwijl in Nederland de zorg voor 85% in de handen van vrouwen en een oprukkende e-health is, komt de regie als vanouds van mannenborden: Mark, Hugo en Jaap. Ze doen het goed, is alom de door links en rechts gedeelde opvatting. Toch presteren internationaal vrouwen beter, kijk maar naar Taiwan, Finland, Noorwegen, Denemarken, Duitsland. Je zou hopen dat ook KLM wordt geregeerd door vrouwen. Het masculiene gejank om staatssteun van zetbazen Elbers en Air France’ Smith en tegelijk schaamteloos naar bonussen graaien (en geen belasting op kerosine en geen btw op tickets en 10% van de piloten die met buitenlandse adresjes de belasting omzeilen als Noord-Italiaanse grootverdieners) schreeuwt om vrouwelijke relativering. Misschien dat we nu, met aan het roer Urgenda’s Marjan Minnesma, de klimaatdoelen gaan halen.

De laatste tijd denk ik dagelijks aan Wanda de Kanter en Pauline Dekker, twee door het KWF uitgekotste longartsen van TabakNee die zouden willen dat kanker de coronasterfte zou benaderen. CBS: Kanker is (als ziektegroep) de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. In 2018 stierven in Nederland 44.739 personen (24.344 mannen en 20.395 vrouwen) met kanker als onderliggende doodsoorzaak. 23 % hiervan (10.289) betrof longkanker.’

Dus: terwijl Nederland, aangevoerd door Mark, Hugo, Jaap en Wopke al anderhalve maand in de ban is van Covid-19 verdient de Staat der Nederlanden door accijns en btw op tabaksproducten aan de sterfte door longkanker, nee, gekker, stimuleert het hyperverslavende tabaksproducten door de verkoop schaamteloos te stimuleren.

En dan, onder het mom van ‘never waste a good crisis’ hoopvolle ontwikkelingen in de gezondheidszorg: veel zorg kan en gaat digitaal. Patiënten die voorafgaand aan een huisartsbezoek op een formulier mogen aankruisen komen er vanzelf achter dat lage rugpijn, vergeetachtigheid of hoofdpijn pas na vier weken een bezoekje aan de wachtkamer waard zijn. Er zijn nu al huisartsen die klagen over het 90%-fenomeen, het verschijnsel dat patiënten doorkrijgen dat 90 % van de gezondheidsklachten vanzelf verdwijnt. En er wordt efficiënter gewerkt in de zorg. Het RadboudUMC heeft zelfs een ‘beterlatenlijst’ opgesteld van geld, tijd en leed besparende overbodige en soms zelfs schadelijke ‘verpleegkundige’ handelingen.

Cataclysmisch, adipositas, triage, capibara

Op 130420 om 07.43 uur lees ik in een column van Sylvia Witteman het woord cataclysmisch. Ik denk veel woorden te kennen, maar dit? Van sommige woorden kan ik me precies herinneren wanneer ik het voor het eerst hoorde. Het woord adipositas kende ik tot 270320 niet. Dat leerde ik van Diederik Gommers die meedeelde dat de meeste ic-patiënten daaraan lijden: zwaarlijvigheid. Nog een woord dat je nu geregeld hoort en waarvan ik het leermoment nog precies weet: triage en triëren. Ik ken het sinds mijn 60,47e jaar. Ik voelde al een week een pijntje in de onderbuik. Als mannen spreken van de onderbuik, bedoelen ze de omgeving van de pielemuis. Daar waar de onderbuik overgaat in het scrotum zat een gevoelige verdikking; zacht als dikke pap, dik als een gekneusde duim en pijnlijk als een ontstoken oor. Was het vocht, een bultje, een opgezette spier? Na een week negeren werd het vrijdags erger. In een wielrenboek had ik net gelezen over een derde bal. Wijs geworden door familieontwikkelingen werden vlekjes vlekken bobbeltjes verdikkingen bulten tumoren. De telefoniste startte het triëren. Zij wilde precies weten wat ik voelde voordat ik mijn broek voor haar jonge collega, een aio van 26 met bladderende lipstick, donshaar op d’r kaken in het zonlicht, paardenstaart, een aandoenlijke door een hockeystick afgebroken voortand, dichtgegroeide neuspiercinggaatjes, op de knie gescheurde skinny jeans en een krokodiltattoo die zijn staart onder de mouw uitstak als een pissebed zijn kontje onder een slecht afgekitte voeg in een toiletruimte, mocht laten zakken. Ik was getrieerd: gewogen en zwaar genoeg bevonden en mocht komen. Onmiddellijk verhevigden mijn klachten zich want ze werden al op afstand erkend. De aio gaapte even na de begroeting, bleef zitten als de moeder van een jengelend kind dat een gescheurde nagel laat zien, verschoof haar rijdende bureaustoel mijn kant op en richtte een felle lamp op een wegschietend zilvervisje en vervolgens op mijn apparaat als een detective een zaklamp op bloedsporen op een plaats delict. Met blauw gehandschoende vingers betastte, bekneep en bevoelde ze mijn, eh, onderbuik- en scrotumvel, aarzelde bij een oud en verweerd litteken, schoof achteruit, trok geroutineerd de handschoenen uit, waste d’r handen, beet een gescheurde nagel af, schreef een nota en checkte d’r facebook. Als 90% van de kwalen: gaat vanzelf over. Laatste woordnieuws: vanmorgen wil de OnzeTaal-rebus als oplossing capibara zien.

Grootkoor

Het Grootkoor is een bedrijf en een verzamelnaam voor 15 grote koren in Nederland die projectmatig werken. Op elke locatie wordt vijf keer gerepeteerd en dan volgt in december een concert in een theater. In Drenthe zijn de repetities in Westerbork en is de finale in theater De Nieuwe Kolk te Assen op dertien december. Aan het concert werkt diva Karin Bloemen mee. Een beetje dus als Coevordense Boys dat getraind door Ronald Koeman, bijgestaan door spelverdeler Frankie de Jong speelt in De Kuip. Deelnemende zangers betalen € 60,- voor de muziek en € 18,- voor een strikje dat bij de uitvoering wordt voorgeschreven. Een kaart voor een belangstellende (arme partners moeten wel weer mee natuurlijk) kost € 22,50. In Westerbork doen er, schat ik, ruim 200 zangers mee. Landelijk zou dat neerkomen op 3.000.

Als je zingen leuk vindt, vind je zingen met een koor van meer dan tweehonderd man ook leuk. Denk ik. Na één repetitie heb ik de smaak te pakken. We zingen voor vier stemmen gearrangeerde kerstmuziek. Ongelijk aan veel mechanische, steriele pop en rap zijn de melodieën vaak dikke prima en puik en, gelijk aan het merendeel van de pop en alle rap, de teksten vaak afgezaagd, pover en schamel.

Dirigent Etty van der Mei beheerst haar vak als geen ander. Een soort vriendelijke Louis van Gaal. Van 19.15 uur tot 22.00 uur wordt er gezongen; thuis oefen ik dagelijks. Anders dan bij reguliere koren wordt er geen tijd gemorst. We studeren, met een oefen-cd, 22 nummers in. Iedereen is gemotiveerd en gedreven, als middelbareschoolleerlingen voor de Grote Avond. Natuurlijk is ook bij het Drentse grootkoor het aantal mannen in de minderheid. Ver! Bij de mannen ben ik denk ik de jongste. Bij de vrouwen zie je een handvol millenials tussen veertigers, vijftigers en grijze kuiven.

Wat maakt het vierstemmig zingen leuk? Met een groep onbekenden, mijn zangmaten en ik kennen bijna niemand, in relatief korte tijd geconcentreerd brokstukken muziek instuderen die daarna als een puzzel een geheel vormen en bijna allemaal goed klinken. Dat we in december Edison-, Pisuisse-, Annie M. G. Schmidt- en Gouden-Harp-prijswinnares La Bloemen ontmoeten speelt niet mee. Dat we in een volle bak met uitstekende akoestiek optreden wel.

Grootkoor Projecten organiseert naast kerstprojecten nog koorreizen. Jaarlijks wordt in het Concertgebouw een koorproject voor, schrik niet, duizend zangers georganiseerd. Dit concert is, bijna standaard, uitverkocht.

Özcan Akyol in Coevorden (€ 7,50)

Het bibliotheekzaaltje is met zestig stoelen vol. Vrijwilligers, biebmedewerkers, leesgroepleden en twee pubers. 85 % vrouw. Geroutineerd vertelt bestsellerauteur Akyol, BMI van 25, sjoemel-Audi, polootje, lichte jeans, blote voeten in sneakers en charmant plukkend aan een onzichtbare broeksriem onder een afwezig buikje, zijn verhaal over zijn Turkse achtergrond, zijn jeugd in Deventer. Veel vooroordelen over cultuurarme Turkse immigranten worden bevestigd: ouders die niet of nauwelijks Nederlands (willen) leren spreken, jongeren die met geritselde Armanishirts een straatuniform creëren, een wijk die Ankara aan de IJssel heet, Turkse werknemers die zo snel mogelijk een uitkering binnenharken en jeugd die knoeit met studiefinanciering. En natuurlijk een Nederlandse omgeving die zich niet bekommert om integratie, gepersonaliseerd in het cliché van een lagereschooljuf die een slimme gast een te laag schooladvies geeft. De schaamteloze openhartigheid over de zich misdragende en naar de criminaliteit afglijdende jongere is weldadig. Het is een EO-verhaal in optima forma. Akyol, de kansarme crimineel wordt de bekeerde predikant die op tijd het licht kreeg aangereikt door een (detail: Surinaamse) cipier die zijn brave inborst, studiezin en leesgierigheid ziet en hem Rozemarijntje, stripboeken, Baantjer, ’t Hart, Goethe en Céline geeft. Eus, de autobiografie, past over Özcans leven als een niets verhullend cellofaantje over een doos frikandellen. Akyol, opgegroeid in een vrijzinnig Alevitisch nest, zeg maar de ietsisten in de Islam, journalistiek gestudeerd aan het christelijke Windesheim in Zwolle en gesjeesd aan de gereformeerde VU in Amsterdam, is op zijn sterkst wanneer hij voorbij de sappige details treedt van een bierdrinkende vader en een moeder die niet weet wat scheiden is en verhaalt van de magische sensatie die het lezen en nu dus schrijven hem geeft en de invloed van literatuur, van taal, van veel lezen op zijn persoonlijke ontwikkeling tot een volledig mens. Akyol, bedankt!

Bauke Mollema-tocht in contrast

Met 2.500 toerfietsers jakkeren we harmonieus door het Groningse platteland. We snuiven onze longen vol. De tocht wordt, bekeken door plaatselijke zevendedagadventisten, een makkie door zonnestralen, de geur van hooi, gemaaid gras en stimuli als adrenaline, erotonine, oxytocine en dopamine die door onze lijven spuiten als Tesla’s door tunnels onder toekomstige Groningse ringwegen. Vergeleken met andere toertochten zien we veel vrouwen. Dat maakt ons oudjes rustig en zeker. Zodra we een paardenstaart zien denken we: als we de jagers niet kunnen bijhouden, kunnen we altijd achter de wasverzachtersgeuren blijven. Bauke komt ons speciaal uitzwaaien op de Vismarkt. De verzorging onderweg is goed. We worden volgestopt met bananen, reepjes en dorstlessers als verwaarloosde pinken in verafgelegen, hooilanden. Anders dan in voetbalstadions, bij koningsdagevenementen en in stadsparken op zonnige dagen wordt er geen rotzooi achtergelaten. De wereld om ons heen oogt helder, zacht, schoon en vriendelijk. Niemand die deze dag verstoort door gitzwarte gedachten over slechte luchtkwaliteit. Nog geen drie dagen later zal Groningen verworden tot het Armageddon van de vervuildestedendivisie door superhoog te scoren in de Air Quality Index. Hoog betekent slecht. Stad Groningen ondervindt zoveel last van smog dat het onderontwikkelde steden als Calcutta, New Delhi en Peking verslaat. Amsterdam en Rotterdam scoren 100 % beter dan Groningen. Luchtvervuiling kan via COPD, astma en longkanker dodelijk zijn. Toeval of niet, maar Zomergast Wanda de Kanter, geëxcommuniceerd door het knieënslappe KWF, roept ’s avonds op vriendelijke toon in de VPRO-woestijn hoe schadelijk nicotinedealer AH en rookgevolgen kunnen zijn. Ik word 21e bij de 85 kilometer.

ABN AMRO witwasfabriek

Knoeiende scholen krijgen de inspectie op hun dak met of zonder minaret. Boeren die zich vergissen met fipronil, kalvergeboorteregistraties, mestboekhouding, glyfosaat, veetransporten, veekeuringen, kippenruimtes, varkensziekten, q-koorts, pesticiden in lelieteelt en die dan gewasbeschermers noemen en stalbranden worden liefdevol belerend door Carola Schouten toegesproken. Blunderende banken mogen eerst hun eigen afval onzichtbaar maken als leprozen hun wondpleisters. De Nederlandse Bank verplicht ABN vijf miljoen rekeningen te checken op verdachte transacties. Het pad naar de gallemiezen of de ratsmodee leidt Van Rijkman Groenink via Zalm naar Van Dijkhuizen. De schoonmaak van de semi-staatsbank begint bij de president van de Nederlandse Bank, Klaas Knot. Klaas + Knot + Hoogeveen (is er een betere optelsom voor onverdachte kwaliteit dan dit namentrio?) wil de maatregel niet toelichten. Concreet: de bank heeft de administratie niet op orde. Dat klinkt als: schilders verwarren verfverdunners met urine; katholieken zoeken Lourdesroute in de koran; administrateurs gebruiken rad van avontuur naast computer. Een boete zit in het vat. Maakt zo’n maatregel de bank tot een criminele organisatie en rekeninghouders medeplichtig? Nee. Tot een fraude faciliterende ambtelijke witwasfabriek? Zeker, maar gedeeltelijk. Er zal ongetwijfeld een aantal rekeninghouders zijn met propere bedoelingen. Die weten heus wel dat belastingontduiking illegaal is, maar ook dat belastingontwijking dat niet is. De smoking gun zet Knot in beweging. Knots zwakte ligt erin dat hij de bank voorlopig zijn eigen vleesafval laat keuren. ABN AMRO-rekeninghouders bevragen zich vanaf nu driemaal daags en ’s nachts: houd ik mijn rekening bij dit gajes?

Gouden Pijl, de toertocht

Wij doen de 100 km. Om Wildlands op de kaart te zetten gaat de eerste km langs de savanne. Slaperige leeuwen verlustigen zich aan gespierde fietsersbenen. Mijn fietsmaat heeft tanige kuiten als een Spaanse huis-aan-huis-verkoopster. ‘We maken er een rustig fietsdagje van,’ liegt de een de ander voor. Dat lukt tot Weiteveen. Daar spotten we het peloton: dertigers en veertigers die gemiddelden van 35 draaien. Met de vingers in de neus. We zien fietsen van 0,85 tot 10+ K. Na de pauze jakkeren we naar Wezuperbrug via kleine wegen. Klinkers, gescheurd asfalt, grind, oude fietspaden, alles zit erbij. Ik zie een bekende kop: Gert Jakobs. In de tour heette hij de super- of meesterknecht. Een bonk spieren. Zelfs zijn imposante bilpartij gaat niet blubberen op oneffen weggedeelten. Ik hoor hem uit over hoge velgen, stuurmanskunst, carbonfietsen, isotone dorstlessers en meer. En ik blijf naast hem fietsen. ‘Hoe classificeer jij dit tempo?’ vraag ik nog snel voordat hij zich laat afzakken naar de volgauto. “Dit peloton rijdt hard.” Om een gemiddelde van 35 te halen moeten de kopmannen boven de veertig komen als ze voor een bocht tot 28 zijn gezakt. Ik zie shirtopschriften als ‘Derrrannn’, ‘Marmotte’ en ‘Klaas-Jan Terwisga fietsenherstelbedrijf’. De stoempers, sjorders en sleurders hebben geen zadeltasje dat hangt te bungelen als het scrotum van een stier maar een extra bidon met reparatiemateriaal. Ik ben de enige met een spiegeltje, bel en ligstuur. Op de kasseien voorbij Wezuperbrug ga ik eindelijk kapot. Gesloopt. Gelukkig.