Grootkoor

Het Grootkoor is een bedrijf en een verzamelnaam voor 15 grote koren in Nederland die projectmatig werken. Op elke locatie wordt vijf keer gerepeteerd en dan volgt in december een concert in een theater. In Drenthe zijn de repetities in Westerbork en is de finale in theater De Nieuwe Kolk te Assen op dertien december. Aan het concert werkt diva Karin Bloemen mee. Een beetje dus als Coevordense Boys dat getraind door Ronald Koeman, bijgestaan door spelverdeler Frankie de Jong speelt in De Kuip. Deelnemende zangers betalen € 60,- voor de muziek en € 18,- voor een strikje dat bij de uitvoering wordt voorgeschreven. Een kaart voor een belangstellende (arme partners moeten wel weer mee natuurlijk) kost € 22,50. In Westerbork doen er, schat ik, ruim 200 zangers mee. Landelijk zou dat neerkomen op 3.000.

Als je zingen leuk vindt, vind je zingen met een koor van meer dan tweehonderd man ook leuk. Denk ik. Na één repetitie heb ik de smaak te pakken. We zingen voor vier stemmen gearrangeerde kerstmuziek. Ongelijk aan veel mechanische, steriele pop en rap zijn de melodieën vaak dikke prima en puik en, gelijk aan het merendeel van de pop en alle rap, de teksten vaak afgezaagd, pover en schamel.

Dirigent Etty van der Mei beheerst haar vak als geen ander. Een soort vriendelijke Louis van Gaal. Van 19.15 uur tot 22.00 uur wordt er gezongen; thuis oefen ik dagelijks. Anders dan bij reguliere koren wordt er geen tijd gemorst. We studeren, met een oefen-cd, 22 nummers in. Iedereen is gemotiveerd en gedreven, als middelbareschoolleerlingen voor de Grote Avond. Natuurlijk is ook bij het Drentse grootkoor het aantal mannen in de minderheid. Ver! Bij de mannen ben ik denk ik de jongste. Bij de vrouwen zie je een handvol millenials tussen veertigers, vijftigers en grijze kuiven.

Wat maakt het vierstemmig zingen leuk? Met een groep onbekenden, mijn zangmaten en ik kennen bijna niemand, in relatief korte tijd geconcentreerd brokstukken muziek instuderen die daarna als een puzzel een geheel vormen en bijna allemaal goed klinken. Dat we in december Edison-, Pisuisse-, Annie M. G. Schmidt- en Gouden-Harp-prijswinnares La Bloemen ontmoeten speelt niet mee. Dat we in een volle bak met uitstekende akoestiek optreden wel.

Grootkoor Projecten organiseert naast kerstprojecten nog koorreizen. Jaarlijks wordt in het Concertgebouw een koorproject voor, schrik niet, duizend zangers georganiseerd. Dit concert is, bijna standaard, uitverkocht.

Özcan Akyol in Coevorden (€ 7,50)

Het bibliotheekzaaltje is met zestig stoelen vol. Vrijwilligers, biebmedewerkers, leesgroepleden en twee pubers. 85 % vrouw. Geroutineerd vertelt bestsellerauteur Akyol, BMI van 25, sjoemel-Audi, polootje, lichte jeans, blote voeten in sneakers en charmant plukkend aan een onzichtbare broeksriem onder een afwezig buikje, zijn verhaal over zijn Turkse achtergrond, zijn jeugd in Deventer. Veel vooroordelen over cultuurarme Turkse immigranten worden bevestigd: ouders die niet of nauwelijks Nederlands (willen) leren spreken, jongeren die met geritselde Armanishirts een straatuniform creëren, een wijk die Ankara aan de IJssel heet, Turkse werknemers die zo snel mogelijk een uitkering binnenharken en jeugd die knoeit met studiefinanciering. En natuurlijk een Nederlandse omgeving die zich niet bekommert om integratie, gepersonaliseerd in het cliché van een lagereschooljuf die een slimme gast een te laag schooladvies geeft. De schaamteloze openhartigheid over de zich misdragende en naar de criminaliteit afglijdende jongere is weldadig. Het is een EO-verhaal in optima forma. Akyol, de kansarme crimineel wordt de bekeerde predikant die op tijd het licht kreeg aangereikt door een (detail: Surinaamse) cipier die zijn brave inborst, studiezin en leesgierigheid ziet en hem Rozemarijntje, stripboeken, Baantjer, ’t Hart, Goethe en Céline geeft. Eus, de autobiografie, past over Özcans leven als een niets verhullend cellofaantje over een doos frikandellen. Akyol, opgegroeid in een vrijzinnig Alevitisch nest, zeg maar de ietsisten in de Islam, journalistiek gestudeerd aan het christelijke Windesheim in Zwolle en gesjeesd aan de gereformeerde VU in Amsterdam, is op zijn sterkst wanneer hij voorbij de sappige details treedt van een bierdrinkende vader en een moeder die niet weet wat scheiden is en verhaalt van de magische sensatie die het lezen en nu dus schrijven hem geeft en de invloed van literatuur, van taal, van veel lezen op zijn persoonlijke ontwikkeling tot een volledig mens. Akyol, bedankt!

Bauke Mollema-tocht in contrast

Met 2.500 toerfietsers jakkeren we harmonieus door het Groningse platteland. We snuiven onze longen vol. De tocht wordt, bekeken door plaatselijke zevendedagadventisten, een makkie door zonnestralen, de geur van hooi, gemaaid gras en stimuli als adrenaline, erotonine, oxytocine en dopamine die door onze lijven spuiten als Tesla’s door tunnels onder toekomstige Groningse ringwegen. Vergeleken met andere toertochten zien we veel vrouwen. Dat maakt ons oudjes rustig en zeker. Zodra we een paardenstaart zien denken we: als we de jagers niet kunnen bijhouden, kunnen we altijd achter de wasverzachtersgeuren blijven. Bauke komt ons speciaal uitzwaaien op de Vismarkt. De verzorging onderweg is goed. We worden volgestopt met bananen, reepjes en dorstlessers als verwaarloosde pinken in verafgelegen, hooilanden. Anders dan in voetbalstadions, bij koningsdagevenementen en in stadsparken op zonnige dagen wordt er geen rotzooi achtergelaten. De wereld om ons heen oogt helder, zacht, schoon en vriendelijk. Niemand die deze dag verstoort door gitzwarte gedachten over slechte luchtkwaliteit. Nog geen drie dagen later zal Groningen verworden tot het Armageddon van de vervuildestedendivisie door superhoog te scoren in de Air Quality Index. Hoog betekent slecht. Stad Groningen ondervindt zoveel last van smog dat het onderontwikkelde steden als Calcutta, New Delhi en Peking verslaat. Amsterdam en Rotterdam scoren 100 % beter dan Groningen. Luchtvervuiling kan via COPD, astma en longkanker dodelijk zijn. Toeval of niet, maar Zomergast Wanda de Kanter, geëxcommuniceerd door het knieënslappe KWF, roept ’s avonds op vriendelijke toon in de VPRO-woestijn hoe schadelijk nicotinedealer AH en rookgevolgen kunnen zijn. Ik word 21e bij de 85 kilometer.

ABN AMRO witwasfabriek

Knoeiende scholen krijgen de inspectie op hun dak met of zonder minaret. Boeren die zich vergissen met fipronil, kalvergeboorteregistraties, mestboekhouding, glyfosaat, veetransporten, veekeuringen, kippenruimtes, varkensziekten, q-koorts, pesticiden in lelieteelt en die dan gewasbeschermers noemen en stalbranden worden liefdevol belerend door Carola Schouten toegesproken. Blunderende banken mogen eerst hun eigen afval onzichtbaar maken als leprozen hun wondpleisters. De Nederlandse Bank verplicht ABN vijf miljoen rekeningen te checken op verdachte transacties. Het pad naar de gallemiezen of de ratsmodee leidt Van Rijkman Groenink via Zalm naar Van Dijkhuizen. De schoonmaak van de semi-staatsbank begint bij de president van de Nederlandse Bank, Klaas Knot. Klaas + Knot + Hoogeveen (is er een betere optelsom voor onverdachte kwaliteit dan dit namentrio?) wil de maatregel niet toelichten. Concreet: de bank heeft de administratie niet op orde. Dat klinkt als: schilders verwarren verfverdunners met urine; katholieken zoeken Lourdesroute in de koran; administrateurs gebruiken rad van avontuur naast computer. Een boete zit in het vat. Maakt zo’n maatregel de bank tot een criminele organisatie en rekeninghouders medeplichtig? Nee. Tot een fraude faciliterende ambtelijke witwasfabriek? Zeker, maar gedeeltelijk. Er zal ongetwijfeld een aantal rekeninghouders zijn met propere bedoelingen. Die weten heus wel dat belastingontduiking illegaal is, maar ook dat belastingontwijking dat niet is. De smoking gun zet Knot in beweging. Knots zwakte ligt erin dat hij de bank voorlopig zijn eigen vleesafval laat keuren. ABN AMRO-rekeninghouders bevragen zich vanaf nu driemaal daags en ’s nachts: houd ik mijn rekening bij dit gajes?

Gouden Pijl, de toertocht

Wij doen de 100 km. Om Wildlands op de kaart te zetten gaat de eerste km langs de savanne. Slaperige leeuwen verlustigen zich aan gespierde fietsersbenen. Mijn fietsmaat heeft tanige kuiten als een Spaanse huis-aan-huis-verkoopster. ‘We maken er een rustig fietsdagje van,’ liegt de een de ander voor. Dat lukt tot Weiteveen. Daar spotten we het peloton: dertigers en veertigers die gemiddelden van 35 draaien. Met de vingers in de neus. We zien fietsen van 0,85 tot 10+ K. Na de pauze jakkeren we naar Wezuperbrug via kleine wegen. Klinkers, gescheurd asfalt, grind, oude fietspaden, alles zit erbij. Ik zie een bekende kop: Gert Jakobs. In de tour heette hij de super- of meesterknecht. Een bonk spieren. Zelfs zijn imposante bilpartij gaat niet blubberen op oneffen weggedeelten. Ik hoor hem uit over hoge velgen, stuurmanskunst, carbonfietsen, isotone dorstlessers en meer. En ik blijf naast hem fietsen. ‘Hoe classificeer jij dit tempo?’ vraag ik nog snel voordat hij zich laat afzakken naar de volgauto. “Dit peloton rijdt hard.” Om een gemiddelde van 35 te halen moeten de kopmannen boven de veertig komen als ze voor een bocht tot 28 zijn gezakt. Ik zie shirtopschriften als ‘Derrrannn’, ‘Marmotte’ en ‘Klaas-Jan Terwisga fietsenherstelbedrijf’. De stoempers, sjorders en sleurders hebben geen zadeltasje dat hangt te bungelen als het scrotum van een stier maar een extra bidon met reparatiemateriaal. Ik ben de enige met een spiegeltje, bel en ligstuur. Op de kasseien voorbij Wezuperbrug ga ik eindelijk kapot. Gesloopt. Gelukkig.

Bert Wagendorp ‘Fictie moet de sport redden’ (Kees Fens-lezing)

Zoals Dolberg na een fraaie actie juichend naar de trainer loopt, zo haakt Bert Wagendorp na een geslaagde grap graag aan bij de lach van zijn hoofdredacteur Philippe Remarque (dankzij Volkskrant-columnist Silvia Witteman bij mij beter bekend als Huisgenoot P) en literatuurrecensent Arjan Peters, zeg maar de Louis van Gaal van de VK. Beide mannen zitten pal voor mij. De een met schreeuwende happy socks en de ander met saaie zwarte kniekousen. Zou Sylvia zijn was doen, vraag ik me af. “Is uw vrouw hier, ik ben een fan van haar,” fluister ik Remarque in zijn oor. “Nee, ze houdt niet van sport,” is zijn zwakke excuus, alsof het onderwerp er iets toe doet. Nee, maar ze houdt wel van literatuur en de lezing gaat over beide, denk ik. Hij buigt zich voorover en toont de rimpels bij de slecht afgewerkte mouwinzet van zijn colbert. Heerlijk, zo’n doordeweeks dagje Amsterdam. Een gratis lezing van Wagendorp, stercolumnist bij de VK, vooral nadat NRC-hoofdredacteur Vandermeersch een keer in de societyrubriek van DWDD verklaarde Wagendorp graag in de NRC-stal te zien. Met een Kruidvatkaartje met het spoor naar de hoofdstad. Opvallend dat tegenwoordig elke machinist in zijn toespraakje naast de overstapkansen ook het gemis aan vertragingsminuten noemt. En in navolging van de CDA-leus de taalfout in ‘een hele goede morgen’ etaleert.  De Rode Hoed is gevuld met senioren die het zich kunnen permitteren overdag gratis lezingen te bezoeken. Vintagejasjes, coltruien en extreem hoog opgetrokken broeken. De voorste rij stoelen is gereserveerd. Een grijze meneer knikkebolt nog voordat Wagendorp is begonnen. Een oude mevrouw gaat lekker op het bordje ‘gereserveerd’ zitten. Achter mij hoor ik een geprangde stem: “Hèhè, we gaan eindelijk weer eens uit onder leeftijdsgenoten,” en even verder gekweld: “Ik moest lessen Nederlands overnemen. Ach, wilde ik wel hoor, maar de bijgeleverde teksten zaten vol fouten.” De klaagzang stopt als Stijn Fens plaatsmaakt voor de spreker van dienst. Wagendorp houdt een schitterend betoog over sport (de belangrijkste bijzaak die bestaat) en Fens (ooit een rechtsbenige linkermiddenvelder). Sport wordt draaglijk door fictie. Buddingh, Krabbé, Mulder zijn de meestervertellers. En natuurlijk Fens en Wagendorp. Vanwege zijn steeds afzakkende bril oogt Wagendorp wat breekbaar. Zonder gene verheerlijkt hij Abe Lenstra, de beste voetballer ooit, en verguist hij Johan Cruyff dankzij wie wij twee wereldkampioenschappen zijn misgelopen. Wagendorp, humoristisch, op het cabareteske af, Groenloër met Friese roots, spaart Amsterdam en Ajax niet. Wagendorps tekst is al vooraf te koop voor € 5,- Ik vrees papiergeritsel met al die oudjes, zoals meelezers bij de Matheus Passion een extra roffeltje invoegen bij Jezus’ lijdensweg als het einde der pagina’s wordt bereikt, maar het valt mee. De Rode Hoed is niet uitverkocht en dat is jammer. Of regeert hier de wet van de gesponsorde stoelen waarbij vooraf bestelde stoelen niet bezet worden omdat de kaarteigenaar liever naar een paaldansclub verderop gaat?

Na afloop klinkt jengelmuziek. Hadden ze nu niet even Eeuwe Zijlstra kunnen inhuren om het indrukwekkend hoge orgel (een Flaes/Adema in een kast van Westerman) te bespelen? Als Huisgenoot P en Peters aanschuiven in de rij voor een handtekening, gaan wij de Jordaan in.