Noordbarge, het verhaal van zien bewoners

Noordbarge, het verhaal van zien bewoners is een kloek boek geworden, 1.700 gram papier voor € 24,50. De omslag met mooie foto’s, omvat in een stijlvolle kleur, geeft goed de sfeer van het boek weer. De redactiegroep heeft er een kleine vijftien jaar aan gewerkt. Mijn eerste reactie: ik heb genoten. Mijn tweede: toch mis ik nog wat.

Ik ben nieuwsgierig naar de inhoud. Wat ik verwacht? Een inventarisatie van Noordbarges bewoners, hun huizen, hun geschiedenissen, dit alles weergegeven in een maatschappelijke context. Omdat ik niet bij de presentatie kan zijn, maak ik op mijn vakantieadres een lijstje van wat ik hoop tegen te komen. Verderop kom ik hierop terug. Wel lees ik tijdens mijn vakantie alvast het interview dat Horstman van het DvhN enkele HC-mastodonten afnam. Het viel me toen op dat de helft van de ondervraagden niet in Noordbarge woont maar hun heil elders heeft gezocht. Moet kunnen natuurlijk. Ik hoop en verwacht een boek te kunnen gaan lezen met oude en hedendaagse geschiedenis. Hopelijk verantwoordt men zijn taakopvatting en gaan we lezen over demografische ontwikkelingen, de relatie Historische Commissie <-> Plaatselijk Belang, de mate van historiciteit (blijft het amateurswerk of heeft een beroepshistoricus meegekeken?), hoe kijkt oud aan tegen nieuw en omgekeerd.

Enkele middagen ben ik niet aanspreekbaar. Ik laat het tafel afruimen wachten, kijk niet naar DWDD of het Journaal, maar ben verdiept in Noordbarge. Dit boek houdt me letterlijk uren en uren van de straat. Ik lees dat de wielrenner Gert Jakobs een Noordbarger is en dat Gerrit Kiers een boot achter zijn huis heeft gerestaureerd . Ik kom namen tegen die ik uit mijn Sleense en vroeg-Emmense periode ken. Er staat heel veel in over boerenbedrijfjes uit de vorige eeuw en als je in je jeugd veel tijd op een boerderij hebt doorgebracht, leest dat heerlijk weg. De grote hoeveelheid zwart-wit foto’s passen prachtig bij de verhalen. Ik zie historische families, grote gezinnen, mannen en vrouwen met schitterende kuiven en oren als schoteltjes, gereformeerde, in het zwart geklede mannenbroeders met ernstige koppen, moderne luchtfoto’s: chapeau!

Ook is er heel veel aandacht voor huizen, de bouw, verbouw en meer. In elke straat ken ik mensen van wie ik meer wil lezen en lees ik over onbekenden die voor mij gaan leven. De bulk van het boek wordt gevormd door de beschrijving van maar liefst 1500 bewoners in 331 huizen. Wat een heerlijk uitgebreid overzicht en wat veel. Dat dit jarenlang noeste arbeid heeft gekost, het verbaast me niets. Het boek werkt ook perfect als naslagwerk, wil je even een naam checken dan kan dat, zolang je de straat en huisnummer weet. Ik wed dat elke lezer snel even naar zijn eigen straat bladert. Het is mooi om te zien hoe vaak huizen nieuwe bewoners hebben gekregen. En wat is er veel ge- en verbouwd. Dat de architectuur in Noordbarge stilgestaan lijkt te hebben past bij een dorp. Dat bij sommige adressen slechts één familienaam staat is uitzonderlijk. Ik leer gelijk iets, want ik meende altijd dat Hooggoorns en Nieuw-Amsterdamsestraat ook bij Noordbarge hoorden. Niet dus, of zijn beide straten afwezig vanwege het gemis van bewoners? Daartegenover lees ik wel over de Zandzoom, de Sleenerstroom en de ruilverkaveling. Een speciaal onderdeel vormt de opsomming van vervallen adressen; terecht worden die met dit boek in leven gehouden. Wel wordt nu eens te meer duidelijk dat de Boerhoorn bij Noordbarge hoort en niet bij de Bargeres, zoals je soms weleens ergens hoort 😊. Leuke anekdotes (een sleutelende mevrouw Hidding, interessante geschiedenissen (de moord op een nachtwaker en de bevrijding van Noordbarge) en persoonlijke geschiedenissen (een interview met Berend Garming) zijn gemarkeerd met een grijze achtergrond.

Het feit dat de helft van de kopij het niet gehaald heeft moet rot zijn voor de auteurs. Tegelijk heeft het iets troostends, wellicht heeft wat ik mis de selectie niet gehaald en komt het later alsnog ergens aan de oppervlakte. De auteurs zeggen gevoeligheden als familievetes en de nasleep van W.O.II opzettelijk te hebben weggelaten. Deze opvatting is begrijpelijk en tegelijkertijd jammer. Historie is natuurlijk meer dan een goednieuwsshow. Wel in een halve pagina het bevrijdingsmonument beschrijven maar verder W.O. II zo goed als onbeschreven laten is natuurlijk bijzonder jammer. Hoe zat het met de oververtegenwoordiging van NSB’ers in Drenthe? Waarom zo weinig over de grote gemeenschap Jehovah’s? Dat het O.M. deze naar binnen gekeerde religieuze organisatie onderzoekt vanwege vermeend kindermisbruik zou een reden te meer moeten zijn om er uitgebreid aandacht aan te besteden, per slot van rekening zijn het bewoners van Noordbarge. Waarom niets over de soms stroeve relatie met Plaatselijk belang? Waar blijft het verschijnsel ‘boze witte man’? Partners (vrouwen, inderdaad) van bewoners ontbreken veelal in de Index. In het boek geen aandacht voor het interessante fenomeen ‘import’. Nieuwe bewoners brengen soms nieuwe visies in en niet zelden zorgt dat voor ongemakkelijke toestanden; dorpen lijken soms op kippenhokken; nieuwe en oude kipjes en haantjes kunnen zeer onverdraagzaam zijn. Dit overziend lijkt het alsof de ’historie’ is bekeken met een roze bril, alsof alles wat kwestieus of discutabel of gewoon lastig is, werd overgeslagen of er een mat, roze cellofaantje werd overheen getrokken. Een gemiste kans, lijkt mij.

Dan nog iets over het taalgebruik. Er zijn provincies waar je <terecht> wordt gekielhaald als je de streektaal overslaat; het enige Drents in dit boek is het woordje ‘zien’ in de titel, waarom het Drents niet gebruikt? Na het lezen van pagina V, de Verantwoording, houd ik mijn hart vast: zeker zes fouten tel ik, waaronder een schrijffout in de naam van de voorzitter van PBNB. Hierna wordt het stukken beter gelukkig. Niet van alle vaktermen wordt voor de leek een betekenis gegeven (celtic fields op p VI). Het eerste hoofdstuk heet Verantwoording, maar ik mis een verantwoording van de historiciteit van het boek. Waar begint de historie en waar eindigt die?

Het is jammer dat de boekinhoud niet ook 100 % digitaal wordt aangeboden: missers en omissies zouden in een handomdraai aangevuld kunnen worden en aanvullen zou eenvoudig zijn geweest. Maar misschien dat de boekinhoud alsnog ergens digitaal kan worden aangeboden? Als digitale aanvulling zou de naam van de beschrijver van de hedendaagse Noordbarger geschiedenis (www.noordbarge.info) niet misstaan hebben, natuurlijk.

Al met al: toch een prachtig boek, boordevol wetenswaardigheden over Noordbarge en de meeste van zien bewoners.

 

Vloeken in het stadion, van GVD via Knieschijf, Kutscheids naar HOMO!

Ik heb een seizoenskaart van FC Emmen. Samen met twee ouwe pikken, kameraden voor het leven, bezoek ik zoveel mogelijk thuiswedstrijden van oeze FC. Beide vrienden genoten een roomse opvoeding. De een is nog (zij het stuiptrekkend) praktizerend en de ander is los van het houtje maar dankzij een partner in het christelijk onderwijs nog wel verlijmd aan een dun geloofslijntje, een beetje als een cokesnuiver die nu zogenaamd genoeg heeft aan paddo’s. Zelf ben ik, voorbij het stadium van agnost, ietsist en ietsiepietsist avant la lettre al decennia atheïst, maar als ik weet dat gristenen meelezen voeg ik er vaak aan toe: met een C-waarde (¹) van 50. Als je in Noordoost-Friesland bent opgegroeid met Calvijn, een pragmatische grefo-vader en een doopsgezinde moeder, zondagsschool, catechisatie, bijbellezen na de warme maaltijd, één keer per week naar de kerk, christelijke scholen, dan krijg je een simpele vloek als godverdomme maar moeilijk over je lippen. De hoofdmeester vertelde dat het g-woord eigenlijk een gebed is tot zelfdestructie. Mwaaaah.

Achter ons zit een groepje Drentse mannen. Onder hen een installateur die op zondagmiddag dienst heeft (“Ja, in de meterkast linksboven de knop omdraaien, dat is de hoofdschakelaar en dan kun je XXXX bellen die straks nog even langskomt….”). Vanaf de wedstrijd tegen AZ klinkt achter ons veelvuldig GODVERDOMME, vanaf nu het G-woord, KNIESCHIJF, KUTSCHEIDS en vooral H O M O. Van deze vier stoort ons het ge-HOMO het meest. Na afloop, als we nog even de dyslexieperoblematiek van de Brigata Fanatico bespreken (ze maken in twee woorden evenveel fouten als de Hells Angels in hun naam), overleggen we wat we kunnen doen. Omdraaien en verontwaardigd “Ho ho,” brullen wordt het niet. Een principediscussie aangaan onder de wedstrijd ook niet. Kwaad worden zal hoogstens een fluim in de nek opleveren vrezen we en we hebben nog een hele competitie te gaan. Voorafgaand aan de wedstrijd tegen PEC Zwolle zegt mijn (nog) roomse kameraad: ”Ik heb het even nagezocht op de website van oeze FC: kwetsende spreekkoren zijn verboden. Als we het HOMO-geroep kwalificeren als uitlokking tot het beginnen van kwetsende spreekkoren, dan zijn we er.” De vriend met een vrouw in het christelijk MBO knikt instemmend en we praten verder over de effecten van het racefietsen op de kansen opa te worden.

Pas bij Emmen – NAC, bij Emmen – Fortuna was de installateur absent, draai ik me om en zeg, het is immers de week van de transgenderdiscussie, dat onderzoek heeft uitgewezen dat LHBT-jongeren zich hoogst onprettig en zelfs onveilig voelen bij LHBT-onvriendelijke uitroepen. En, voeg ik eraan toe, “Ik overweeg de laatste tijd zelf ook om homo te worden, enne …” Guess what? Het werkt. De volgende wedstrijden is het rustig. Als Feyenoord op bezoek is vraagt de installateur: “Mag ik nog één keer homo roepen?”

 

(¹) Tien jaar geleden presenteerde Trouw een Calvijn-test met behulp waarvan je je C-waarde distilleerde; vulde je alle gezondverstandvragen met gezond verstand in dan kwam je vanzelf op 50.

De Ploeg 4: Hendrik Werkman The next Call / Alexandra Berends / 21 januari 2018 / Museum Brands Nieuw Dordrecht € 5,- (1 consumptie gratis). Luisteraars: 50

Zondagmorgen, het is hartje winter. Als een vetlaagje op een groentesoep dat door opwarming vloeibaar wordt, zo smelt de zon een lichte rijp tot waterdruppels die onregelmatig van boomtakken vallen als de tikken uit een oud uurwerk. Op naar een van de twee interessantste musea van (Zuidoost-) Drenthe: Museum Collectie Brands*. Wat was die Brands een verzamelaar! Het museum bergt 70.000 voorwerpen, waaronder 50.000 boeken. Terwijl De Ploeg vanmiddag de feestelijke start beleeft van het ivoren jubileumjaar, staat in Nieuw-Dordrecht een lezing van Alexandra Berends over het tijdschrift The Next Call van Hendrik Werkman op het programma. Berends is 21 jaar (!) en studeert kunstgeschiedenis. Ze is als werkstudent medewerker bij Collectie Brands. Haar vervolgtraject is architectuur. Op de tafels en aan de muur Werkmans Chassidische Legenden.

In twee keer een half uur vertelt Alexandra Berends in het auditorium van Museum Brands over het kleinschalige Kunsttijdschrift The Next Call. Werkman was wel van de tijdschriften. Voor The Next Call (1923 – 1926) maakte hij Blad voor de Kunst (vanaf 1921) en later, in de jaren dertig Pierement. Van 41 – 44 werkte Werkman intensief mee aan Uitgeverscollectief De Blauwe Schuit, goed voor ca. veertig uitgaven. Werkman was een veelzijdig mens: (boek)drukker, typograaf, fotograaf, schrijver, uitgever: in alles beeldend kunstenaar. Op zijn hoogtepunt had hij twintig medewerkers in dienst. Werkman was lid van kunstenaarsvereniging De Ploeg en hij maakte affiches, uitnodigingen en catalogi voor De Ploeg. In 1941 verschenen de Chassidische Legenden, twintig zeer mooie ‘druksels’. In 1945 werd hij gearresteerd en gefusilleerd in Bakkeveen.

Werkman sprak van druksels in plaats van uitgaven. De eerste twee nummers van The Next Call verschenen in 1923, in 1924 verschenen vier nummers, en 1925 één en in1926 nog twee. Er werd veel in rood en zwart gewerkt en minder in geel. Je ziet geometrische figuren, letters, enkele veiligheidsspelden en een grote variatie in (letter)tekens. The Next Call bevat teksten in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. Aan de inhoud kan je goed zien dat Werkman werd beïnvloed door Russische constructivisten, het dadaïsme, Bauhaus en De Stijl. Werkman vond dat De Ploeg te weinig verjeugdigde. Te veel portretten, te veel stadsaanzichten en landschappen en weinig vernieuwing. Sommige teksten zijn dadaïstisch/absurdistisch**. Met The Next Call (van 1923 – 1926) had hij een internationale uitstraling voor ogen. Er verschenen (slechts) negen druksels, elk in een oplage van dertig. Museum Collectie Brands beschikt over een oorspronkelijk exemplaar van The Next Call en Pierement.                                                                                                                                                                                                                                 

Berends gaat dieper in op het meest interessante nummer van The Next Call, namelijk nummer zeven. Uitgevouwen lees je vier teksten over serienummers A, B, C en D: vier menstypen, zeg maar de braven, de slechteriken, de onaangepasten en de geciviliseerden***. Nummer zeven toont ook een kunstwerk dat gebaseerd zou zijn op de plattegrond van het Bauhaus. Via H. J. Prakke, die aan de basis stond van het Drents Genootschap kwam Brands aan de bijzondere uitgaven.

Na beantwoording van enkele vragen sluit Alexandra Berends binnen de aangekondigde tijd de lezing af. De via een beamer geprojecteerde illustraties bij het verhaal vormden een welkome toelichting. Als ik naar huis rijd tel ik jonge berkenbomen; ik stop bij het veelbelovende getal eenentwintig.

(*Een tweede Zuidoost-Drents prachtmuseum is Thijnhof in Coevorden).

(**”Als antwoord op den vraag van H.H. Redakteuren en Journalisten of de sokken door den heer Theo van Doesburg op de DADA Soireéés in Holland gedragen WI T  W A R E N kunnen wij mededeelen dat thans als zeker kan worden vastgesteld dat DEZE SOKKEN NIET WIT WAREN maar …. (enzovoort)).

(***In de huidige tijd zouden de teksten moeiteloos in te passen zijn in de programma’s van Arjen Lubach).

 

Eerste vrouw

Na Willinge, Oldenhuis Tonckens, Tijmes, Meijer, Van der Wal,
Kootstra, Bouma, Best, Zegering Hadders, Gaarlandt,
Beusekamp, Ouwerkerk, Lensen, Van der Velden,
Allen man, wit, vijftigplussers, denk ik bij het horen van
De liefdevol uitgesproken naam van Cees Bijl enkel nog aan
Een powervrouw op de bellijst van de kommesaris:
Je zal het zien: verdomhoek wordt behoorlijk bestuur,
Emmen wordt Maastricht, Rome, Helmond, Eemsmond;
Negeren wordt aanbidden, onvriendelijk wordt liefdevol.

Sharon Gesthuizen: proef haar zoete klanken,
Wilma Mansveld: wie keek er plichtsgetrouwer,
Marga Kool de watervrouw, Agnes Kant de wetenschapper,
Sabine Uitslag, Fleur Agema de kunstenares,
Pia Dijkstra, Carola Schouten, geef de tijd aan
Anouchka van Miltenburg, Khadija Arib: scherper dan scherp,
Roelie Lubbers of Sylvia – what’s in a name – Witteman

Moge Allah, de gemeentelijke bestuurswet, God en
Tichelaar met hart, historisch besef, elan,
Ziel, verstand, kloten en vooral…..liefde
Ons behoeden voor een baan in ruil voor bewezen diensten
Een goedgedragbonus voor het werknet vol old boys:
Co, Frans, Jos, Fred, Ivo of Ard
Maar geef ons heden een samensmelting van
Antoinette, Sylvana en famke Femke …………..

M A X I M A

Liefdevol swipe ik je tevoorschijn met een veeg over je wang
Volg de lijnen van je wenkbrauwen, luister naar je gruizige
Stem met dat lichte, buitenlandse accent, dat aan je kleeft
Als eierzoekimpuls aan Friezen, als kauwgum aan een teenslipper
Jij en ik… we ontliepen elkaar, ik miste je bij de opening van
De brave, wilde landen; kou, zwijgende Bartjes
Wachtten; arme, witte hokjesmannen en blauwe neuzen
Met waterdruppels; ijzige ogen, stijfstramme leden
In thermo-onderbroeken juichten mateloos, vlooiden en
Begroetten je man zonder muziek, highfiveden in lucht
Zonder vlagvertoon kwam de zwarte auto, zonder feest,
Zonder warmte want zonder jou, en dus geen tango voor mij
Met jou langs de Drentse bavianen en de lijpe, ontdooide ijsberen
Je straalt en lacht en gulzig zingend blaas je zachtjes in mijn oren
Ik veeg je met mijn jongenshand naar de rand van mijn hart

Pasen in Sleen (2013)

‘t Is zondag, we wandelen, paniek slaat toe,
waar zijn de kids gebleven die net nog naast
ons struinden, vraag ik m’n oude lief verhaast;
ik kijk in ’t ronde, en gil luid: ‘joehoe joehoe’.

De rust van hof, van strekse stenen onder mos,
een drielinggraf, de lelies nog in volle, struise bloei,
is gauw vergaan, verstoord en dood
en even denk ik niet aan vrouwenbloot.

Dan, opgelucht zie ik ver weg een gele
jas: dat is vast één, bedenk ik, rustig nu,
en uit een kuil, een droge sloot, zo’n hele
diepe, kruipt nummer twee, ik dank de hemel, sodeju!

Terzelfder tijd klinkt verderop, vanuit de pastorie,
een opgewonden predikantenstem : ‘kijkaan, kijkaan’,
zeg vrouw, het lijkt wel Pasen potjandrie,
er zijn alweer twee doden opgestaan.

Raadhuisplein

Buikelings liggen we naast de zilveren half-pipes,
Ik verbind me langs de geur van koninginnengras
Met een afdruk van mijn twaalfjarige ik.
Naast mij zie ik oogleden onzichtbaar trillen,
Kieren worden spleetjes worden openingen;
En grijze haartjes veranderen in nieuwe.
Geluiden worden horenderoren minder,
Knopen lossen op, ik roetsj de jarentrappen af
En land voor het vooruitzicht van een
Ruikbare schooltas met een wereld vol
Onmetelijke tijd; polsstok springend jachten we naar
Waar eieren petten met kleppen doen bollen.
We voetballen met de mannen na de schoolbel,
Duwen een vlot door de sloot naar de Trekvaart.

Je hand wijst naar een dak waar straks
Misschien moet worden gemaaid; ik zie enkel
Een tepelvrije dwarsdoorsnede van cup E.
In de betonnen sloot, recht als een gevallen
Kerktoren bestaan slakken, schrijvertjes;
Pantserjuffers beklimmen gifgroen riet tot ze,
moe, hun harde overjassen als miniaturen
Van krokodillen lossen en achterlaten.
De wereld lijkt vernieuwd, maar de tijd bevriest en
Alles wat verandert blijft gelijk en
Jouw lippen willen proeven, almaar proeven
Van mij en gesmolten kaas die nochtans niet druipt,
Maar blikkert en vlamt als een gedachte aan
Wat wil worden herinnerd.

Bavianenman

De toppen zijn voor u niet hoog genoeg,
Men komt u gretig vlooien, aaien, luizen
Een rauwe sneer voor wie zich niet gedroeg
Wie u hier treft wil enkel maar verhuizen

bij u wordt ieder automatisch onderdaan
Regeren, heersen, is u aangeboren
en wie uw wensen wilde misverstaan
wordt en public gewassen en geschoren

u fronst uw ogen, spitst vol achterdocht de oren
uw harde handen jeuken permanent
uw opponent heeft al vooraf verloren
druipt af, bindt in, staat stil, voelt zich ontkend.

Maar als u staat, valt iedereen snel op:
uw trotse stok: niet langer dan een vingertop;
• Een mini-apparaat, al staat hij fier rechtop;
• Uw mannending is zelfs rechtop een fletse flop;
• Uw pielemuis: een rozerode speldenknop;
• Uw speeltoestel verliest het van een spinnenkop;
• Verzuipt uw korte joystick in een vinger sop?

De koepel

Veel koepels staan op lome, lege kerken
Of zijn de daken van een nor of lik
Maar echte koepels staan op markten, pleinen
Zo weten jan en alleman en ik

Daar wordt gedanst, gedroomd, gemusiceerd
Getapt, gepraat, gedronken, gejongleerd
Gezoend, gebikt, gelikt, gediscussieerd,
Gecopuleerd, heel soms geürineerd
En vanaf nu, vandaag, gedeclameerd.

De nieuwe koepel op de markt in Emmen
Wordt bruisend, schuimend, centrum van cultuur,
Van fluisterende, hese jongensstemmen
Met in de verte geur van de frituur
Voor zieners, blinden, dansers, clowns, jongleurs
Voor profi’s, semi’s, hele amateurs

Hier arriveerden meer dan twintig sinten
Verdeelden snoepgoed, al te veel cadeaus,
Hier trouwden lesbo’s, homo’s, hetero’s.
Er wordt gezwaaid met lange, luie linten,
Met vaandels, soms drijft er één ‘n oude hoepel.
Kijk nu: riet nieuw, en verf in zachte tinten
Maak dat hij slijt: die mooie,nieuwe KOEPEL

Zuidoost-Drentse Franse goden

De luchtballon blijft rustig verder varen
Wanneer zij Zuidoost-Drenthe hoog passeert;
De piloot, ja zo heet hij echt, opteert
Voor rust en blijft wat glazig naar de wolken staren.

Ver onder hen loopt doodgemoedereerd
Een verre neef van Ellert luid te zingen
Bedwelmd door iets anders dan seringen
Klinkt in de wolken hier zijn stem gesmeerd

Op aarde zien we rare varkens die
stinkend hun best doen om een hond te worden
niets is hier wat het is: een koe die ganzenbordde
de waarheid botst hier met de fantasie

in deze streken wordt op grote schaal
de cannabis sativaplant verbouwd
en al wat leeft en van een blowtje houdt
leeft hier als Franse God: fenomenaal!