Winterfiets Elfstedentocht 3

Week 49

Om je goed voor te bereiden moet je veel kilometers maken en goed eten. Het komt vooral aan op herstellen, zeggen wijsneuzige deskundigen. Kou op de maag en hongerklop is funest voor het resultaat, als weldenkendheid en redelijkheid voor goede Forum voor Democratie-verkiezingsuitslagen. Houd maar eens sportdrankjes vorstvrij, spookt door mijn hoofd. Ik weet nu hoe je bijna bevroren bananen onderweg moet eten. Het is een belangrijk ritueel dat oefening vergt. Het gaat erom dat je je maag niet aan onvermoede koude blootstelt. Met je gehandschoende hand pak je de banaan uit je rugzakje, bijt, te beginnen bij de door vorst versteende steel, de vrucht open en neemt een kleine hap. Je kauwt alles langdurig fijn tot een banaanbrei, een gestaafmixte olvaritachtige substantie, ontstaat. Je onderdrukt de slikreflex en blijft de drab tussen je tanden en kiezen doorduwen en persen als draderige lijm door een te smalle want dichtgeslibde tubekier. Net voordat je het doorslikt laat je het als peristaltische darmbewegingen, een soort kunstmatig kokhalsen, in je mond terugkomen, en als het kan nog een keer en nog eens, tot het warm is als zalvige babypoep en dan volgt de heerlijke omgekeerde ontlading, het uitgestelde, verwachte genotssummum en je voelt het naar binnen glijden als een gevaseliniseerde gummivinger van een aantrekkelijke verpleegkundige bij een prostaatonderzoek op vrijdagmiddag voor sluitingstijd.

Nog even wat rekenwerk: de uiterste finishtijd is 22.00 uur lees ik. Ah, mooi. Van 07.00 – 22.00 = 15 fietsuren maximaal. Dat is redelijk en moet doable zijn. Dat betekent wel dat ik naast mijn verdikte stuurlint, behalve ruimte voor een bel, spiegeltje, ligstuur, telefoonhouder nog plaats moet vinden voor een lamp.

Er kunnen 1.500 deelnemers starten. De snelste inschrijvers mogen om 07.00 uur vertrekken. Daar zitten wij bij, schat ik. Ik ben begonnen met de inname van sportdrankjes met sinaasappelsmaak. Per 50 km klok ik 0,5 l weg. Daarnaast houd ik mijn dieet in de gaten, maar gezond eten vond ik toch al nooit een straf. En alcohol? Door de week nul en in het weekend twee flesjes bier. Bij speciale ontmoetingen, feestjes of etentjes accepteert de fietser in mij een zonde als een moslim katenspek, een katholiek veelwijverij of een protestant bordeelbezoek op kerstavond. Deze week ervaar ik kou en mist: Emmen – staatsbossen 55; Emmen – Noordseschut 65: totaal 120 km.

Winterfiets Elfstedentocht 2

Week 48

Mijn realiteitsgevoel groeit als hoop onder seizoenkaarthouders van FC Emmen of zelfvertrouwen onder Grootkoorleden die in december optreden met diva La Bloemen. Als ik hoor dat er in elke Friese stad een stempel binnengeharkt moet worden stel ik, enigszins verontrust, mijn rijtijdenschema bij als Carola de stikstofplanning. Tien keer een stempel halen met een korte onderbreking is al snel 150 minuten: een kleine 2,5 uur. Dat wordt op de racefiets dus minimaal 10,5 uur en op de atb of de Gazelle Chamonix met ligstuur uit 2008 12,5 uur. Zonder tegenslagen. Zou er een uiterste eindtijd zijn? Ook lees ik in blogs van deelnemers dat niet de hele route is uitgepijld. Blixems, dat gaat, zo weet ik uit ervaring, misverstanden, omleidingen en wegversperringen opleveren. Zou best een uurtje extra kunnen betekenen. En ergens lees ik dat de totale afstand niet 200 maar 205 km is. Dat brengt mijn nieuwste tijdprognose op: 200 km wordt 205, vermeerderd met 10 km omrijden en afronden naar boven: 220 km. Per atb met 20 km/u: 11 uur, plus 10 kwartier pauzes = 2,5 uur = totaal 13,5 uur. Bij een start om 07.30 wordt dat een eindtijd van 21.00 uur.

Ik laat mijn racefiets een beurt geven, het wordt een slechtnieuwsgesprek: nieuwe ketting, nieuwe tandwielcassette, revisie trapas, beurt, remblokken en het ongevraagde, maar gewaardeerde gratis advies om een nieuwe bike aan te schaffen.

Ik probeer bij de tourorganisatie antwoord te krijgen op vragen over verlichting, voeding, bepijling, eindtijd, en meer. Elk antwoord roept weer nieuwe vragen op, een beetje als bij een journalist die Dijkhoffs wachtgeldregeling uitpluist of Ruttes geheugen na zeventig oorlogsdoden. Het valt me op dat mijn zin in de tocht geen deuk oploopt. Voor een extra trainingsrondje offer ik graag een paar hoofdstukken over simulant, solist, aanvoerder, verkeersbrokkenpiloot, geldwolf, zenuwlijder, stervoetballer, intrigant, familyman, Spanjeman, schoolstaker Jopie Cruijff op. Week 48: twee keer Nieuw-Dordrecht/Exloo: 2 x 55 km en MM-Gramsbergen v.v. 65: totaal 175 km.

Winterfiets Elfstedentocht 1

Week 47

De elfstedentocht heeft iets magisch en manisch. Vanaf het moment dat fietsmaat Frans me een linkje stuurde over deze speciale winterfietseditie van de moeder aller tochten dacht ik: Yesss, gaan we doen. De term elfstedentocht heeft op mij dezelfde aantrekkingskracht als zeven maagden op een moslim, een witte trouwjurk op een bakvis of de Kaaimaneilanden, Lichtenstein en Guernsey op fiscalisten. Gelijk met het plan begon de voorbereiding. Maar waarop? Eerst even rekenen. Bij 200 km op de racefiets zit je al gauw aan 8 uur bij 25 km/u + 4 pauzes van een kwartier is samen 9 uur. Mocht de moutainbike of de Gazelle nodig zijn i.v.m. gladheid dan wordt het iets van 10 uur bij 20 km/u + 4 pauzes van een kwartier is samen 11 uur. Als we om 07.00 uur kunnen starten, zijn we of om 16.00 uur terug of om 18.00 uur. Onvoorziene gebeurtenissen of omstandigheden daargelaten. Hevige vorst kan voor een bevroren derailleur zorgen, langdurige sneeuw maakt koud, nat en zompig en een lekke band demoraliseert en geeft veel oponthoud. Mijn eerste aankoop is thermo-ondergoed bij de Hema. Vroeger heette dit een borstrok met lange onderbroek. Ik herinner me dat bejaardenhuisbewoners waar ik vroeger kwam als ventende medewerker van de groenteboer, lange onderbroeken droegen. Bij de gulp zag je gelige kringen die naar de buitenzijden als vloeistofdia’s of vochtkringen op eikenhouten tafelbladen uitwaaierden. Mijn zwarte Hema-exemplaar biedt comfort als handvatverwarming op een BMW 1100 RT en voelt aan als een tweede huid. De training kan beginnen. De tocht is in week vijf en nu zitten we in week 47. Nog negen weken voorbereiding dus. Dat moet genoeg zijn. Trainingsvoorschriften hebben zich in de afgelopen jaren gewijzigd als therapieaanpak in de psychiatrie. Het is als trainen voor de marathon of Spaans leren: veel en vaak is belangrijker dan hele marathons lopen. Wekelijks 200 km aan een stuk fietsen is niet nodig. Als de basisconditie in orde is, dan komt het eropaan om die in stand te houden en te verstevigen. Ik neem me voor niet meer naar weersverwachtingen te kijken en te luisteren maar vast te houden aan geplande tochtjes door weer en wind; op twee februari hebben we ook geen keus. En om het duuraspect inhoud te geven: niet meer halverwege bij Momerite in Gramsbergen koffie met appeltaart consumeren, maar zonder pauze doorfietsen. Deze week fietste ik twee keer Emmen/Gramsbergen v.v., Rijssen/Emmen, Rijssen/Holten: 270 km.

Bauke Mollema-tocht in contrast

Met 2.500 toerfietsers jakkeren we harmonieus door het Groningse platteland. We snuiven onze longen vol. De tocht wordt, bekeken door plaatselijke zevendedagadventisten, een makkie door zonnestralen, de geur van hooi, gemaaid gras en stimuli als adrenaline, erotonine, oxytocine en dopamine die door onze lijven spuiten als Tesla’s door tunnels onder toekomstige Groningse ringwegen. Vergeleken met andere toertochten zien we veel vrouwen. Dat maakt ons oudjes rustig en zeker. Zodra we een paardenstaart zien denken we: als we de jagers niet kunnen bijhouden, kunnen we altijd achter de wasverzachtersgeuren blijven. Bauke komt ons speciaal uitzwaaien op de Vismarkt. De verzorging onderweg is goed. We worden volgestopt met bananen, reepjes en dorstlessers als verwaarloosde pinken in verafgelegen, hooilanden. Anders dan in voetbalstadions, bij koningsdagevenementen en in stadsparken op zonnige dagen wordt er geen rotzooi achtergelaten. De wereld om ons heen oogt helder, zacht, schoon en vriendelijk. Niemand die deze dag verstoort door gitzwarte gedachten over slechte luchtkwaliteit. Nog geen drie dagen later zal Groningen verworden tot het Armageddon van de vervuildestedendivisie door superhoog te scoren in de Air Quality Index. Hoog betekent slecht. Stad Groningen ondervindt zoveel last van smog dat het onderontwikkelde steden als Calcutta, New Delhi en Peking verslaat. Amsterdam en Rotterdam scoren 100 % beter dan Groningen. Luchtvervuiling kan via COPD, astma en longkanker dodelijk zijn. Toeval of niet, maar Zomergast Wanda de Kanter, geëxcommuniceerd door het knieënslappe KWF, roept ’s avonds op vriendelijke toon in de VPRO-woestijn hoe schadelijk nicotinedealer AH en rookgevolgen kunnen zijn. Ik word 21e bij de 85 kilometer.

Gouden Pijl, de toertocht

Wij doen de 100 km. Om Wildlands op de kaart te zetten gaat de eerste km langs de savanne. Slaperige leeuwen verlustigen zich aan gespierde fietsersbenen. Mijn fietsmaat heeft tanige kuiten als een Spaanse huis-aan-huis-verkoopster. ‘We maken er een rustig fietsdagje van,’ liegt de een de ander voor. Dat lukt tot Weiteveen. Daar spotten we het peloton: dertigers en veertigers die gemiddelden van 35 draaien. Met de vingers in de neus. We zien fietsen van 0,85 tot 10+ K. Na de pauze jakkeren we naar Wezuperbrug via kleine wegen. Klinkers, gescheurd asfalt, grind, oude fietspaden, alles zit erbij. Ik zie een bekende kop: Gert Jakobs. In de tour heette hij de super- of meesterknecht. Een bonk spieren. Zelfs zijn imposante bilpartij gaat niet blubberen op oneffen weggedeelten. Ik hoor hem uit over hoge velgen, stuurmanskunst, carbonfietsen, isotone dorstlessers en meer. En ik blijf naast hem fietsen. ‘Hoe classificeer jij dit tempo?’ vraag ik nog snel voordat hij zich laat afzakken naar de volgauto. “Dit peloton rijdt hard.” Om een gemiddelde van 35 te halen moeten de kopmannen boven de veertig komen als ze voor een bocht tot 28 zijn gezakt. Ik zie shirtopschriften als ‘Derrrannn’, ‘Marmotte’ en ‘Klaas-Jan Terwisga fietsenherstelbedrijf’. De stoempers, sjorders en sleurders hebben geen zadeltasje dat hangt te bungelen als het scrotum van een stier maar een extra bidon met reparatiemateriaal. Ik ben de enige met een spiegeltje, bel en ligstuur. Op de kasseien voorbij Wezuperbrug ga ik eindelijk kapot. Gesloopt. Gelukkig.

Gouden Pijl – de voorbereiding

Ineke Stevens (Rensenpark Emmen)

Aschenputtel en Meeresluft

Het is Gouden-Pijl-tijd. In de voorbereiding op dit fietsevenement houdt onze fietsgroep zich gedeisd. We leven rustig als sluiswachters in Drenthe. We gaan vroeg naar bed. We herlezen 43 Wielerverhalen van Tim Krabbé en rusten tussen de middag als Grieken bij het belastingloket. We wandelen wat en houden de spieren soepel. We eten uitsluitend vis, kip en couscous en drinken niets dan rodebietensap, Radler en water. Elke dag vetten we de ketting in en checken we de derailleur en de stuurlinten. De poetslappendoos is als een make-upplank van Lindalezeressen: voor elk onderdeel een ander lapje. Sinds buik- en schaamhaar oncontroleerbaar door de fietskleding naar buiten steken zijn we maar gestopt met het scheren van de benen. Een week voor de GP jachten we nog even oostwaarts: de routecommissaris wil naar Meppen en Haren. Voor ons doen rijden we vlot. In Meppen pakken we de rijweg en tarten Audi’s met sjoemelsoftware door ons bij stoplichten voor hen op te stellen. Naast de Ems gaan we los. 28,5 wordt het. Hier geen Heiltjes 27 of Vertrouwen uit Urk of Grouw, maar binnenvaarttankers met in kleine letters BASF en namen als Aschenputtel en Meeresluft. Wanneer ik riet, bamboe en mais niet meer kan onderscheiden, kalmeren we en verlagen het tempo. De zonnebril maakt graslanden dorder dan in het echt. Maar toch nog groener dan in het voorjaar toen boeren met Round-up Koningsdag opleukten met meer oranje dan de feestelijkheden verdroegen. Wij blijven ons voorbereiden, als roomsen op het hiernamaals.

Randje Drenthe 255 km

Randje Drenthe, 255 km (https://opfietseindrenthe.nl/publicaties/is-randje-drenthe-jouw-uitdaging/

De fietsroute langs de randen van Drenthe lijkt op een gelijkbenige driehoek: de stukken Groningen – Meppel, Meppel – Nieuw-Schoonebeek, Nieuw-Schoonebeek – Groningen zijn ongeveer even lang, een kilometer of tachtig. Drenthe heeft zijn image veranderd. Was het voorheen Magisch Drenthe, nu is het Oer-Drenthe. De woorden oer, toer, stoer hebben qua klank en inhoud met elkaar te maken. Proef de naam Bourtanger Moor eens en je weet wat wordt bedoeld. In oerprovincie Drenthe is het verrekte stoer om op één dag een toer van 255 kilometer te fietsen. Of verspreid over meer dagen natuurlijk, dat kan ook. Een fietsroute van 255 kilometer dat is geen kattenpis. Ter vergelijking: de Elfstedentocht is per schaats een kleine 200 en per fiets zo’n 235 kilometer; daar gaat Drenthe even behoorlijk overheen.

In een ver verleden dacht men van de aarde af te vallen als je te dicht aan de rand kwam. Nog zijn er mensen die onrustig worden als ze het centrum niet meer kunnen zien. Vakantiegangers krijgen het Spaans benauwd als ze bij Parijs over de ringweg, de Boulevard Péripherique, rijden. Maar stoere reizigers geeft het een kik. Rijden langs de marges, de limieten, de periferie: de randen bieden altijd interessante inkijkjes in het leven achter de voordeuren en de aangeharkte tuinen. Denk aan reizen met de trein: wat is het leukste aan de lange ritten? Precies: als je net bent vertrokken en dan bij de rafelranden van de stad langs komt, de uiteinden van Zwolle, Berlijn, Beilen, Assen: scoutingterreintjes, boomhutten in achtertuinen, zandpaden, campings met bonte waslijnen, interessante tiny house-projecten: er is altijd veel te zien. Kortom: de randen van Drenthe zijn stoer. En nu de praktijk.

We starten in Drenthe’s industriële hart, Emmen. Fiets je vanuit Emmen oostwaarts, dan kom je bij Barger-Compascuum op de Limietweg, dit is dan ook echt de limiet, dichter bij de grens langs fietsen lukt niet. Racefietsers mijden deze weg vaak. De weg is te rond en er zitten kieren tussen de klinkers. Dat is ook de reden waarom ik eerder naar het noorden afbuig. Barger Compascuum gaat bijna naadloos over in Emmer Compascuum en dat zit bijna vast aan Roswinkel, dat vroeger deel was van de verdedigingslinie in het Bourtangermoeras. Nu is er een Fort voor het water, een kunstwerk omgeven door wallen. Het is te hopen dat je op de Drentse Mondenweg de wind mee hebt, tegenwind is killing. Langs Gasselternijveen, Gasselterboerveen en Gieterveen, Eexterveen, Nieuw-Annerveen, dan vraag je je niet meer af over welke grondsoort je fietst. Pseudopsychologen in en buiten Drenthe menen de volksaard aan de grondsoort te kunnen aflezen, waarbij zand gelijk is aan gemoedelijk en veen aan balsturig. In deze streek zie je geregeld spandoeken met de tegenpolen JA en NEE erop. Dat heeft niet zozeer met een regionale weifelmoedigheid te maken als wel met de plaatsing van windmolens: Ja staat hier voor duurzaam en Nee voor windmolens. Onder het Zuidlaardermeer langs, stukje west en dan noordnoordwest. Zou je vanuit een vliegtuig de grens van Drenthe volgen dan zie je een (motor)fietser, of een over een lessenaar gebogen klerk. Van Zuidlaren naar Eelde-Paterswolde zit je ongeveer in zijn nekhaar.

Via Peize naar Roden, Drenthe’s vijfde plaats in grootte. De plattelandsrust gaat hier over in bedrijvigheid, het verkeer wordt een tikkeltje drukker, maar nooit te. Zou je hier trajectcontroles houden dan ontdek je dat racefietsers hier al snel auto’s bijhouden. Fietsers prijzen zich gelukkig dat routemakers niet de grillige loop van beekjes en diepen volgen.  Speciale fietspaden van asfalt of beton wisselen landbouwweggetjes af. Met geluk heb je vrij baan. Al te roekeloze, vaak erg jonge tractorchauffeurs willen nog wel eens het alleenrecht voor deze wegen opeisen zodat fietsers door de berm mogen rijden, maar vaak gaat het goed. De route gaat getand verder via Norg en Veenhuizen naar Assen. Assen heeft veel allure, maar is ook bekend met hoofdstedelijke problemen. Is het protest tegen een pontificaal kunstwerk geluwd, dan ontstaat het rondom hangjongeren, een enorme outlet, een lawaaisportcentrum met internationale uitstraling, een commissaris des konings die een faux pas begaat en zo verder. Never a dull moment, kortom. We rijden vlot door naar de rechtlijnige rust in Smilde, een soort Drentse Mondenweg maar dan net weer iets anders.

Dan passeer je in een ruk Wateren, Vledder, Frederiksoord, Havelte en Nijeveen om bij weer zo’n mooie stad uit te komen, iets kleiner dan Assen maar een even mooi: Meppel. Een historische binnenstad, grachten, een theater en een drukkerijmuseum. Van Meppel zetten we in een zo goed als rechte streep van zeventig kilometer oostwaarts koers naar Nieuw-Schoonebeek, met onderweg als grootste pleisterplaatsen De Wijk, Zuidwolde, Kerkenveld, Elim, Coevorden en Schoonebeek. Het eerste stuk hiervan is de uitloper van de bible belt en dus zal niemand je vreemd aankijken als je, gebogen over je racestuur in een bui van euforie luidkeels een psalm zingt, fluit of neuriet. Eens even afstappen en rondkijken is hier bepaald geen straf. Als je in de verte de middelhoge windturbines in Duitsland ziet opdoemen weet je dat je een duurzame toekomst en Coevorden nadert, alweer zo’n mooi stadje. Nog even doortrappen richting Duitsland en dan op naar Klazienaveen en Barger Compascuum.

  • * *  *  *

Randje Drenthe 255 km

Emmer compascuum / Munsterscheveld / li ri Roswinkel / li ri Nieuw Weerdinge / re ri Eerste Exloërmond / li ri Gasselternijveen / re ri Gasselterboerveen, Torenveen, Bonnerveen, Gieterveen, De Hilte, Eexterveen, Nieuw Annerveen, Spijkerboor, re/li Oud Annerveen / Zuidlaarderveen / li ri De Groeve / Zuidlaren / re ri De Punt / li/re ri Paterswolde / li Boterdijk / over Eelderdiep / Peize / Roden / Roderes, Steenbergen / Een / Norg / Westervelde / ri Veenhuizen / ri Huis ter Heide, langs Norgervaart, langs Kloosterveen / Assen langs Asserbos, De Haar / Laaghalerveen / re ri Smilde / li Hijkersmilde / in Hoogersmilde re op Bosweg / li Oude Willem (hier in Friesland??) / re Houtvester Jansenlaan, Schaapdrift, Huenderweg, / Doldersum / Vledder / Frederiksoord / langs Het Schier, Havelte / langs Eursinge, Veendijk / Nijeveen / li Meppel / Schiphorst / De Wijk / Veeningen / Zuidwolde / Kerkenveld / Nieuw Moscou / Elim / Dalerpeel / Nieuwe Krim / Klooster / Coevorden / Pikveld / Wijerswold / Vlieghuis / Schoonebeek / Nieuw Schoonebeek / Weiteveen / Barger Oosterveen / Klazienaveen / Zwartemeer / Barger Compascuum / Emmer Compascuum /

Randje Drenthe

Zoals Groningen de provincie van het Groninger trekpaard is, Friesland van de Elfstedentocht uit de geschiedenisboekjes, zo ontpopt Drenthe zich als de moeder aller fietsprovincies. De internationale overkoepelende wielerbond UCI (Union Cycliste Internationale) deelt speciale Bike Region Labels uit, een soort keurmerk voor regio’s die ernaar streven en daarenboven erin slagen fietsen te promoten. Drenthe is de eerste UCI Bike Region ter wereld. Drenthe wordt aangeprezen als een toonbeeld van een regio waar veel in fietsen wordt geïnvesteerd. De wielercultuur zit diep in Drenthe verankerd, als de olie onder Schoonebeek. Ook bij het Landelijk Fietsplatform scoort Drenthe vijf sterren. Mooie evenementen dragen bij aan de Drentse status als fietsprovincie, maar ook het uitstekende fietspadennetwerk van meer dan 2100 kilometer. Met de breed gedragen erkenning op zak, maakt de provincie zich op om het WK wielrennen in 2023 binnen te halen. De ambitielat ligt hoog. Dat is in Drenthe weleens anders geweest. Op diverse terreinen wordt gewerkt aan een nog betere inzet van fietsen. Gedeputeerde Henk Brink, met de portefeuilles verkeer en vervoer, economie en vrijetijdseconomie is trots op de koppositie die Drenthe inneemt. 

Voorbeelden van oude en recente fietsprojecten in Drenthe:

  • De Ronde van Drenthe, een monument van bijna zestig jaar oud;
  • Drenthe 200, een ultramarathon voor mountainbikers, fatbikers, cyclocrossers;
  • Een keur aan nieuwe fietsroutes: drenthe.nl/fietsen;
  • De inmiddels veertig jaar oude Gouden Pijl (men leze ‘Veertig Gouden Pijlen’ 2017);
  • Een nieuw fietstracé op de VAM-berg in Wijster, binnenkort uit de ontwikkelfase als een tweejarige uit de luiers, met hellingen van 8 – 13 % inclusief kasseienstrook;
  • Randje Drenthe, tien routes van ca 60 km, twee gekoppelde routes van 135 en 170 en de ultieme tocht van 255 km: fietssport.nl;
  • Cycling Valley, het fietsmekka van Noord-Nederland wordt ontwikkeld in Roden;
  • Para-Cycling World Cup, na 2017, dit jaar in juli en in 2019 de wereldkampioenschappen te Emmen;

Voor meer informatie: www.opfietseindrenthe.nl;

Dagboek Gouden Pijl 2017, winnaar Bauke Mollema

Het is 2017. Kranten melden in januari dat in de Tour de France van 2015 twaalf renners rondfietsten met een motortje in hun fiets. Zegt Verdy (¹). Deze mededeling heeft de bewijskracht van een spons in een emmer sop. Er zou al drie of vier jaar gebruik worden gemaakt van mechanische doping in de Tour. De fietser moet dan wel een gram of 800 extra voor lief nemen. Nieuwe woorden als zadelpenmotortje en versnellingsmagnetisme lijken het woordenboek te gaan halen.
De Gouden Pijl-organisatie zal, zo speculeer ik, in juni 2017 op de slotdag van de Giro d’Italia, als Tom Dumoulin als Giro-winnaar Italië aan zijn voeten werpt, in spoedberaad zijn bijeengekomen, met als enige agendapunt: hoe krijgen we Dumoulin in Emmen? In de pers wordt gesproken over de eerste Nederlandse Giro-winnaar. Maar de pers ziet vier over het hoofd. Het moet zijn: voor de vijfde keer een Nederlandse winnaar in de Giro: na Marianne Vos (drie keer) en Anna van der Breggen (2015) eindelijk eens een man. Ik bezoek in een weekend zeven plaatselijke cafés (research voor een boek als dit vraagt nu eenmaal nogal wat) en overal is Dumoulin als gewenste deelnemer aan de GP binnen vijf minuten het gespreksonderwerp. Als Limburgse Tom mee gaat doen dan is de winnaar voorspelbaar als de kleuren van een pasgeboren pandabeer. Op 30 juni lees ik dat Steenwijk hem heeft gecontracteerd. Emmen gaat het niet worden. Op de dag van de GP rijdt Dumoulin in Voorburg de tweede etappe in de BinckBank Tour. Wat Emmen wel heeft is een opperste vorm van materiaalfetisjisme: de roze fiets van Dumoulin staat als een heilig relikwie opgesteld in een partytent bij het VIP-dorp, als de voetbalschoenen van Johan Cruijff in het Cambuurstadion. De GP-bestuursstress zal op 16 juli verder oplopen als Bauke Mollema een Touretappe wint na dertig kilometer soleren. Je zal maar Gouden-Pijlbestuurslid zijn. In Noord-Nederland ontstaat nog enige discussie als Bauke’s pake (opa) zijn regionaliteit betwist en hem tot de Friezen wil rekenen. Het Dagblad van het Noorden betrekt geen stellingen, maar laat het eindbesluit aan haar lezers en besluit het discours met de uitslag van een onder Groningers en Drenten gehouden enquête, nou dan weet je het wel. In het Spektakel van Steenwijk wint Dumoulin voor Mollema. Dagblad van het Noorden-verslaggever Pomp ontfutselt Mollema de gouden quote: “Mijn kans in Nederland komt nog wel. Misschien tijdens de Gouden Pijl in Emmen.” Een noordelijk marketingbureau verzint een list: fans mogen aanmoedigende kreten inzenden die dan met reflecterende verf op het wegdek worden geschilderd. Als dit een trend wordt, weet ik nog wel iets bij [tot nu toe] femininefobe burgemeestersbenoemingen in Emmen. Als speciale gasten worden Jan Jansen, Joop

(¹) Jean-Pierre Verdy, voormalig directeur van het Franse dopingagentschap

Zoetemelk en Hennie Kuiper uitgenodigd die door ‘niemand minder dan’ Evert ten Napel in het middagprogramma zullen worden doorgezaagd over hun sportieve prestaties in het verleden. Weer geen lossehandenrace voor zestigplussers lees ik, maar een dikkebandenrace voor kinderen, een ‘Bike Trial Demo’ en een dernyrace voor oud-profrenners. Roelie Lubbers: “We hebben genoeg leuke oud-profrenners en verwachten een mooi spektakel in het centrum van Emmen.”

Even een kleine terugblik. In 2003 kreeg DvhN-verslaggever Harm Vonk de woede van Michael Boogerd over zich heen toen hij suggereerde dat uitslagen van criteriums vaak afgesproken werk zijn. Ik noemde de onduidelijkheid hieromtrent de mythe van de Gouden Pijl. Het lot van mythes is vaak dat ze op zeker moment worden ontmythologiseerd, denk maar aan de mythe van de Hof van Eden, de zondvloed, de Arke Noachs, Sinterklaas, enzovoorts. Hoe de publiciteitsmores in nog geen drie handvol jaren kan veranderen blijkt uit het feit dat er in 2017 in de krant (DvhN) openlijk wordt gediscussieerd over uitslagafspraken bij criteriums in de rubriek Forum. Een viertal deskundigen, onder wie GP-voorzitter Roelie Lubbers, geeft voorzichtig zijn mening over een andere aanpak bij het criterium de Draai van Kaai in Roosendaal. Daar wil men een echte koers en geen afgesproken winnaar. Lubbers laat zich niet uit de tent lokken en zegt: “Je moet mee met de tijd, maar we gaan pas na de GP evalueren en nadenken over de toekomst.” En wat vindt Bauke Mollema ervan? “Als die criteriums te zwaar worden, hebben de renners er geen zin meer in. Het grote publiek ziet de toppers ook liever, denk ik.”

In het middagprogramma voor genodigden bevraagt Ten Napel vier dernyrijders: Maarten den Bakker, Theo de Rooy, Bart Voskamp en Peter Möhlmann. Dit viertal is het voorprogramma voor de historische terugblikken met Kuiper, Zoetemelk en Janssen. Mooie wielerverhalen passeren de revue tegen een achtergrond van historische foto’s uit de GP-archieven.

Het lijkt ’s avonds in Emmen rustiger te zijn dan anders. Ik probeer het aantal snacktentjes en drankverkooppunten te tellen. Het zijn er veel. Bijna alles wordt met muntjes betaald: € 3,- voor één munt; € 300,- voor 200 muntjes. Er is een viertal muziekpodia, waar een gezellige sfeer heerst. Je hoort overal muziekflarden; routebordjes zijn overbodig. Er is zelfs sprake van ingestudeerde samenzang; we mogen ‘I Know’ meezingen bij een prachtig nummer van CCR, gezongen door de coverband 5th Wheel. De muziek in Emmens centrum varieert van rock (Elvis, CCR), via Nederlandstalige tot Duitse schlagers. De hardste muziek Komt van Marktplatz Oktoberfest. Burgemeester Van Oosterhout heeft hier het eerste biervat aangeslagen. Mocht je jodelen verwachten, krijg je musici in lederhosen en dirndlmeisjes die kortgerokt op hoge tafels mogen dansen. Geluidsinstallaties van twee keer drie m³doen hun best mijn muziekreceptoren te prikkelen: fibrerende oorspieren activeren mijn ruggengraat en via een ingenieus neurofysiologisch stelsel gaat de geluidsroute via enkele bilspieren langs de bovenbenen en de kuiten naar de voetzolen, die – vergeefs – ritmisch pompom en hiphop willen doen. Van een vriendelijke beveiligingsmedewerker hoor ik dat er veertig man is ingezet. De politie eerst met tien man en later met twintig. Vorig jaar waren er wat ongeregeldheden. Het is nog vroeg, maar het voelt goed. Het lijkt minder druk dan voorgaande jaren, maar het is gezellig. Plastic glazen en plastic flesjes zoeken wanhopig prullenbakken zoals papieren op mijn schrijftafel archiefmappen. Op het Raadhuisplein is Radio Continu on Tour. Weer samenzang, nu iets als SHELA-SHELA. Soms kost het moeite vast te stellen of het om Nederlands- of Duitstalige muziek gaat, maar het klinkt goed en de gelijkenis met een projectkoor is snel gemaakt. Voordat ik er erg in heb zing ik mee. Als je omhoog kijkt zie je flatbewoners de avond van hun leven hebben, een enkeling experimenteert met lichteffecten. Ik realiseer me dat zeventig inderdaad het nieuwe vijftig is. De luxaflex gaat in de maat open of dicht. Flikkerende t.l.-buizen geven een psychedelisch effect. De al jaren dode Annie M. G. Schmidt kijkt mee in een cabaretreclame vanaf de tijdig gerepareerde flatscreen aan de gevel van Atlas; paddo’s, festivalbier of ayahuascathee zijn hier echt overbodig. Ik ga in gedachten terug naar vanmiddag en vraag me af of ik droomde toen ik Emmens burgemeester en Jan Janssen ridderlijk op hun knieën zag gaan om het hesje van een gastdame op te pakken dat zij kort daarvoor quasi-onopzettelijk had laten vallen. Ik hoor de spreekstalmeester roepen dat Mollema op vijf rondes voor het einde plat op zijn machine ligt en we besluiten terug te keren naar de wedstrijd. De rijders draaien onvermoeibaar om de kerk, als zand-Drenten om meningsverschillen.

DAGBOEK Gouden Pijl 2016

Een dag voor de Pijl wandel ik door Emmen en praat met enkele mensen over fietsen. Ik luister en noteer. Het is de tijd van e-bikes. We zien in de krant reclames voor dit type fietsen voorbijkomen met Joop Zoetemelk en televisiedier Anita Witzier. Voor reclames voor zadelpenmotortjes lijkt het nog wat te vroeg. Het is de tijd van Olympische Spelen, de Gouden Pijl zit ingeklemd tussen de wegwedstrijd en de tijdrit als een deur in een klemmende sponning. Zou Bauke Mollema op tijd terug zijn uit Rio? Het zijn ook spannende tijden voor het Gouden Pijl-bestuur met voorzitter Roelie – we houden niet van vergaderen – Lubbers. In een interview met het Dagblad van het Noorden vertelt ze: “Ik doe het nu sinds 2010. Het is echt leuk om naast mijn baan te doen. Ik houd van leuke evenementen organiseren en laat me niet leiden door enige wielerkennis, haha. Ik vind het juist goed dat niet het hele bestuur uit wielermensen bestaat.”
2016. Het is de tijd van een achttienjarige amateur die in Neuss (Duitsland) een criterium wint voor profi’s als Fränk Schleck, Emanuel Buchmann en Nikias Arndt. Gert Jakobs zegt hierover: “Die drie profs die daar aan de leiding reden, waren een stel klunzen. Zij hadden in de laatste tien rondes de gashendel moeten opendraaien, zodat die jongen er nooit bij kon komen. Ik vind het mooi dat die jongen wint, maar in onze tijd was dat nooit gebeurd.”
Terug naar Mollema, Ik heb iets met Mollema. Zoals Mollema vroeger van Zuidhorn naar Groningen fietste, reed ik van Kollum naar Dokkum. Zoals Mollema quasi argeloos volwassen kerels voorbij jakkerde, twee vingers in de neus, zo probeerden wij (eind jaren zestig, op het traject Kollum – Dokkum) de aftandse Harley van biologieleraar Germs bij te houden en (in mijn verbeelding) in te halen. En zo probeer ik nu als zestigplusser met losse handen twintigers fietsend in de stad voor te blijven. In de Tour heeft Mollema al aangegeven graag in de GP te rijden. Hij wordt dé publiekstrekker op negen augustus in Emmen. Tot zijn val in de Tour is hij de grote uitdager van winnaar Christopher Froome (waar was Froome trouwens zonder zijn helpers in de Olympische Spelen?)(*) Uiteindelijk wordt Mollema 11e in Parijs. Koersdirecteur Anne Knol: “Noordelijke renners mogen altijd bij ons starten.” Na contacten met Managementbureau Cycling Service, dat de contracten regelt, wordt duidelijk wie nog meer in Emmen komen rijden. Na de valpartij van Mollema had de Groningse hoogleraar Bert Otten gesuggereerd dat een slipcursus en een lesje in herkenning van gladde stukken asfalt geen slechte zaak zou zijn voor ‘de noordelijke berggeit’. Volgens Mollema is dat overbodig. “Een slipcursus, wat moet ik daar nou mee? We gaan straks eerst naar Rio en daarna gaan we evalueren wat er goed en fout is gegaan in deze Tour, al is dat laatste wel duidelijk denk ik.”
Toch denk ik dat een wetenschappelijke benadering van technische vaardigheden (in grote vaart van een helling afdalen, bochten rijden, vallen) nut kan hebben in de wielersport. De aanpak van dit soort vaardigheden is nog een ondergeschoven kindje in de wielrennerij. Vergelijk het eens met de wetenschappelijke aanpak van de materialen: pakken, helmen, fietsen worden met de grootst mogelijke precisie gefabriceerd en aangepast na steeds opnieuw testen en opnieuw onderzoeken in laboratoriumachtige opstellingen, door wetenschappers. Te vaak worden allerlei verantwoordelijkheden in de wielrennerij op het bord gelegd van ploegleiders, heel vaak renners die in die positie worden gemanoeuvreerd, zonder adequate scholing en voorbereiding. Was het niet Co Adriaanse die over het gemis aan kwaliteiten bij ex-profvoetballers die trainer wilden worden al zei: een goed paard maakt nog geen goede ruiter? Nog wat Mollema-nieuws: Bauke gaat in Monaco wonen (maar waarom zou hij dat nou doen?) en fietst met Froome en Weening in Surhuisterveen. Mooi dat Greipel (winnaar slotetappe Tour de France met als bijnamen ‘de gorilla’, sprintkanon, topsprinter), er in Emmen bij is.

Aan tafel bij de middagetappe bespreken we de relatie sport en commercie. Dat de Rabobank de Gouden Pijl sponsort: dikke prima. Maar een middelbare school die een voetbalclub subsidieert : no way, daar zijn mijn tafelgenoten het over eens. De bank zegt zelfs trots te zijn om tussen de krant en de gemeente te staan als hoofdsponsor. Kijk, denk ik, dan doe je het als GP-organisatie goed, als je sponsoren het zo zeggen.
Rob Harmeling wordt door dagvoorzitter Henk ten Oever geïnterviewd over winnen en over de mythe van wielrennen en meer specifiek: criteriums. Als ik zijn verhaal beluister moet ik weer aan wat ik noem de mythe van de GP denken. “Elke periode kent zijn geheimen. In mijn periode was het zo dat de Tourwinnaar ook de criteriums moest winnen en niet een lokale renner. Er werden afspraken gemaakt, slagen genoemd. Soms waren er wel vier of vijf slagen. Wielrenners raakten ervan in de war. Wielrennen is een mix van vertrouwen en wantrouwen. Wielrennen is een spiegel van het leven, sport liegt niet en is keihard. In het bedrijfsleven gaat het er zachter aan toe. Wat levert ons kikkerlandje de laatste tijden een kwaliteit aan fietsers. Vergelijk dat eens met Frankrijk dat na Hinault eigenlijk niks meer heeft gehad.”
Peter Ouwerkerk, journalist en sportschrijver, noemt wielrennen: “Straattheater, opera, ballet, kunst, literatuur. Wielrennen staat gelijk aan veel verhalen, waarin fictie, factie en frictie door elkaar lopen.” Hij toont een foto waarop prominenten als Relus ter Beek gebroederlijk naast Ruud Lubbers aan de Gouden Pijl-start staan. Those were the days.
Renate Groenewold vertelt dat voor € 15.000.000,- het WK wielrennen in 2020 naar Drenthe en Groningen kan komen. “Als er voldoende fondsen van overheid en bedrijven bij elkaar geharkt kunnen worden, wordt er in december 2016 een bidbook aangeboden bij de UCI. De provincies Drenthe en Groningen en de gemeenten Emmen, Assen en Groningen doen mee. Als het breder getrokken kan worden, met meer bedrijven en meer evenementen erbij, waarom zou het dan niet lukken?”
Terug naar de Gouden Pijl. Wat maakt de Gouden Pijl de Gouden Pijl? Ik ga het vragen aan een vijftiental ervaringsdeskundigen. Jolanda de Vries: “De GP heeft een plekje in mijn hart. Mijn vader stuurde indertijd een werkgroep bij de GP aan, samen met Peter van Putten. Als kind heb ik van alles voor de Pijl gedaan en ik liep stage bij de Emmer Courant. Nu zijn we sponsor en ik ben een wielerliefhebber.” Mariële de Wind: “Ik woon in Emmen en ben hier met een vriendin. We komen voor de gezelligheid en de leuke sfeer.” Mevr. A. Pleiter: “We wonen nog niet zo lang in Emmen. We gaan met vrienden de stad in. Mijn man is een verwoed fietser en ik vind het altijd leuk met hem mee te gaan, wielrenners ken ik niet, het is gewoon gezellig.” José Koster: “Ik werd uitgenodigd door deze meneer naast mij, Peter Koster en mijn werkgever Mieke Prins, ik ben intercedent bij een uitzendbureau. Wat de Pijl oplevert? Nieuwe netwerken, we zijn een jong bedrijf en we zijn op zoek naar een nieuw publiek en nieuwe klanten.” Lisa Pintus: “Ik ben hier met mijn beste vriendin. De GP is een feest met vrienden, het is gezellig en we houden van de livemuziek. Bauke Mollema gaat winnen, hoor.” Hassna Benimalek: “Ik werk bij WildLands en ben hier op uitnodiging van de bank. Het is voor mij de eerste keer. Het is een mooi evenement, maar een echte relatie met wielrennen heb ik niet, het is bij uitstek een gelegenheid om te netwerken.” Daniëlle Hugen: “Wij zijn sponsor van de Pijl. Het is prachtig de sport zo van dichtbij mee te maken. Bauke Mollema gaat winnen want die heeft hier nog niet gewonnen. Waarom hij naar Monaco is verhuisd? Vanwege het lekkere weer en de fiscale voordelen?” Johanna Kelder: “Samen met mijn man Jans (die in zijn vrije tijd landgeiten fokt) zijn we voor de eerste keer bij de GP. Ik ben gepensioneerd gymlerares. Ooit waren we ook een keer bij een criterium in Boxmeer, ik volg het wielrennen in de Tour de France wel hoor.” Kim de Vries: “De GP is een heel goede plek om mensen te spreken en te genieten van de renners die in Emmen een fantastische wedstrijd laten zien. Emmen wordt zo goed naar buiten gebracht. Mijn favorieten zijn Kjeld Nuis en Bauke Mollema. Geraldine Otter: “We zijn hier op uitnodiging van onze bank. Volgende week komen we, vanuit Sleen, in Emmen wonen. Mijn man is fotograaf. De GP is erg leuk, ook mooi vanwege de link Olympische Spelen en wielrennen. Nu zie ik van dichtbij hoe hard ze eigenlijk gaan. Het is leuk erbij te zijn, het zakelijke is niet direct de insteek.” Rosa Kuilder: “Ik heb twintig jaar in Emmen gewoond, nu woon ik in Groningen en ik kom elk jaar naar de GP. Ik heb geen zakelijke relatie met de Pijl, maar mijn vader had die wel gedurende zestien jaar. Ik heb het altijd al leuk gevonden en sinds een jaar ben ik zelf wielrenner, ik maak tochtjes van 40 à 50 kilometer en haal dan zo’n 25 km/u. O ja, en ik was negen jaar geleden zelf rondemiss!” Steintje Hamstra: “De laatste tijd lees ik veel over het verschijnsel ‘Mamilf’(**) en ik wil nu weleens in het echt de jongere variant van deze mannensoort zien.” Heleen Klein: “Mijn man kreeg een uitnodiging voor de Pijl via zijn werk in Tynaarlo, ik ben hier dus via via. Het is voor mij de eerste keer. Leuk om Bauke te zien.”
Rondemissen Ellen Boskma en Dagmar von Pickartz Ik vraag hun of het niet eens tijd wordt om, net als in 2009, naast een rondemiss een rondemister aan te stellen: “Goed idee, leuk voor het jubileum volgend jaar. We hebben weleens gehoord van misterverkiezingen, jongens zouden het waarschijnlijk leuk vinden. Het is traditie dat Miss Emmen rondemiss bij de Gouden Pijl is. Het is één van de leukste dingen die verbonden zijn aan het rondemiss zijn. Je bent dan een jaar lang verantwoordelijk voor allerlei activiteiten in Emmen en na een jaar is er weer een ander. Ja, een rondemister: goed plan.” Zo, nu hoort u het ook eens van iemand anders. Begin 2017, bij de vrouwenwedstrijd van de Amstel Gold Race worden ook rondemisters ingezet . Uit 15.000 aanmeldingen worden twee rondemisters geselecteerd. Aan de voorwaarde dat ze moeten meefietsen in de toerversie van de AG-Race hebben ze voldaan. Bruno Bobbink en Ingo Douwma krijgen de gelegenheid en de eer winnaars Anna van der Breggen, Puck Moonen en Ellen van Dijk op het podium te kussen. Maar laten we vooral niet vergeten dat in de Gouden Pijl van 2009 ook een rondemister actief was: Miroslav Koncalovic.
Hé, daar is Bauke Mollema: “Bauke, waarom bent u naar Monaco geëmigreerd?” Na de lange sessie met RTV-Drenthe maakt hij het nu wat korter: “Waarom niet? Ik moet toch ergens wonen, hè?” Mollema, een voorbeeld van verfijnde nuchterheid. Zou me niks verbazen als hij Touretappes gaat winnen.
(*)In de wegwedstrijd op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro wordt Froome twaalfde, op bijna 3 minuten van winnaar Greg Van Avermaet. Vier dagen later rijdt Froome als een van de favorieten de individuele tijdrit. Hier behaalt hij, net als in 2012, de bronzen medaille. Hij eindigt één minuut en twee seconden achter winnaar Fabian Cancellara en vijftien seconden achter de nummer twee Tom Dumoulin.

(**)Middle Aged Men In Licra Fibres