Randje Drenthe 255 km

Randje Drenthe, 255 km (https://opfietseindrenthe.nl/publicaties/is-randje-drenthe-jouw-uitdaging/

De fietsroute langs de randen van Drenthe lijkt op een gelijkbenige driehoek: de stukken Groningen – Meppel, Meppel – Nieuw-Schoonebeek, Nieuw-Schoonebeek – Groningen zijn ongeveer even lang, een kilometer of tachtig. Drenthe heeft zijn image veranderd. Was het voorheen Magisch Drenthe, nu is het Oer-Drenthe. De woorden oer, toer, stoer hebben qua klank en inhoud met elkaar te maken. Proef de naam Bourtanger Moor eens en je weet wat wordt bedoeld. In oerprovincie Drenthe is het verrekte stoer om op één dag een toer van 255 kilometer te fietsen. Of verspreid over meer dagen natuurlijk, dat kan ook. Een fietsroute van 255 kilometer dat is geen kattenpis. Ter vergelijking: de Elfstedentocht is per schaats een kleine 200 en per fiets zo’n 235 kilometer; daar gaat Drenthe even behoorlijk overheen.

In een ver verleden dacht men van de aarde af te vallen als je te dicht aan de rand kwam. Nog zijn er mensen die onrustig worden als ze het centrum niet meer kunnen zien. Vakantiegangers krijgen het Spaans benauwd als ze bij Parijs over de ringweg, de Boulevard Péripherique, rijden. Maar stoere reizigers geeft het een kik. Rijden langs de marges, de limieten, de periferie: de randen bieden altijd interessante inkijkjes in het leven achter de voordeuren en de aangeharkte tuinen. Denk aan reizen met de trein: wat is het leukste aan de lange ritten? Precies: als je net bent vertrokken en dan bij de rafelranden van de stad langs komt, de uiteinden van Zwolle, Berlijn, Beilen, Assen: scoutingterreintjes, boomhutten in achtertuinen, zandpaden, campings met bonte waslijnen, interessante tiny house-projecten: er is altijd veel te zien. Kortom: de randen van Drenthe zijn stoer. En nu de praktijk.

We starten in Drenthe’s industriële hart, Emmen. Fiets je vanuit Emmen oostwaarts, dan kom je bij Barger-Compascuum op de Limietweg, dit is dan ook echt de limiet, dichter bij de grens langs fietsen lukt niet. Racefietsers mijden deze weg vaak. De weg is te rond en er zitten kieren tussen de klinkers. Dat is ook de reden waarom ik eerder naar het noorden afbuig. Barger Compascuum gaat bijna naadloos over in Emmer Compascuum en dat zit bijna vast aan Roswinkel, dat vroeger deel was van de verdedigingslinie in het Bourtangermoeras. Nu is er een Fort voor het water, een kunstwerk omgeven door wallen. Het is te hopen dat je op de Drentse Mondenweg de wind mee hebt, tegenwind is killing. Langs Gasselternijveen, Gasselterboerveen en Gieterveen, Eexterveen, Nieuw-Annerveen, dan vraag je je niet meer af over welke grondsoort je fietst. Pseudopsychologen in en buiten Drenthe menen de volksaard aan de grondsoort te kunnen aflezen, waarbij zand gelijk is aan gemoedelijk en veen aan balsturig. In deze streek zie je geregeld spandoeken met de tegenpolen JA en NEE erop. Dat heeft niet zozeer met een regionale weifelmoedigheid te maken als wel met de plaatsing van windmolens: Ja staat hier voor duurzaam en Nee voor windmolens. Onder het Zuidlaardermeer langs, stukje west en dan noordnoordwest. Zou je vanuit een vliegtuig de grens van Drenthe volgen dan zie je een (motor)fietser, of een over een lessenaar gebogen klerk. Van Zuidlaren naar Eelde-Paterswolde zit je ongeveer in zijn nekhaar.

Via Peize naar Roden, Drenthe’s vijfde plaats in grootte. De plattelandsrust gaat hier over in bedrijvigheid, het verkeer wordt een tikkeltje drukker, maar nooit te. Zou je hier trajectcontroles houden dan ontdek je dat racefietsers hier al snel auto’s bijhouden. Fietsers prijzen zich gelukkig dat routemakers niet de grillige loop van beekjes en diepen volgen.  Speciale fietspaden van asfalt of beton wisselen landbouwweggetjes af. Met geluk heb je vrij baan. Al te roekeloze, vaak erg jonge tractorchauffeurs willen nog wel eens het alleenrecht voor deze wegen opeisen zodat fietsers door de berm mogen rijden, maar vaak gaat het goed. De route gaat getand verder via Norg en Veenhuizen naar Assen. Assen heeft veel allure, maar is ook bekend met hoofdstedelijke problemen. Is het protest tegen een pontificaal kunstwerk geluwd, dan ontstaat het rondom hangjongeren, een enorme outlet, een lawaaisportcentrum met internationale uitstraling, een commissaris des konings die een faux pas begaat en zo verder. Never a dull moment, kortom. We rijden vlot door naar de rechtlijnige rust in Smilde, een soort Drentse Mondenweg maar dan net weer iets anders.

Dan passeer je in een ruk Wateren, Vledder, Frederiksoord, Havelte en Nijeveen om bij weer zo’n mooie stad uit te komen, iets kleiner dan Assen maar een even mooi: Meppel. Een historische binnenstad, grachten, een theater en een drukkerijmuseum. Van Meppel zetten we in een zo goed als rechte streep van zeventig kilometer oostwaarts koers naar Nieuw-Schoonebeek, met onderweg als grootste pleisterplaatsen De Wijk, Zuidwolde, Kerkenveld, Elim, Coevorden en Schoonebeek. Het eerste stuk hiervan is de uitloper van de bible belt en dus zal niemand je vreemd aankijken als je, gebogen over je racestuur in een bui van euforie luidkeels een psalm zingt, fluit of neuriet. Eens even afstappen en rondkijken is hier bepaald geen straf. Als je in de verte de middelhoge windturbines in Duitsland ziet opdoemen weet je dat je een duurzame toekomst en Coevorden nadert, alweer zo’n mooi stadje. Nog even doortrappen richting Duitsland en dan op naar Klazienaveen en Barger Compascuum.

  • * *  *  *

Randje Drenthe 255 km

Emmer compascuum / Munsterscheveld / li ri Roswinkel / li ri Nieuw Weerdinge / re ri Eerste Exloërmond / li ri Gasselternijveen / re ri Gasselterboerveen, Torenveen, Bonnerveen, Gieterveen, De Hilte, Eexterveen, Nieuw Annerveen, Spijkerboor, re/li Oud Annerveen / Zuidlaarderveen / li ri De Groeve / Zuidlaren / re ri De Punt / li/re ri Paterswolde / li Boterdijk / over Eelderdiep / Peize / Roden / Roderes, Steenbergen / Een / Norg / Westervelde / ri Veenhuizen / ri Huis ter Heide, langs Norgervaart, langs Kloosterveen / Assen langs Asserbos, De Haar / Laaghalerveen / re ri Smilde / li Hijkersmilde / in Hoogersmilde re op Bosweg / li Oude Willem (hier in Friesland??) / re Houtvester Jansenlaan, Schaapdrift, Huenderweg, / Doldersum / Vledder / Frederiksoord / langs Het Schier, Havelte / langs Eursinge, Veendijk / Nijeveen / li Meppel / Schiphorst / De Wijk / Veeningen / Zuidwolde / Kerkenveld / Nieuw Moscou / Elim / Dalerpeel / Nieuwe Krim / Klooster / Coevorden / Pikveld / Wijerswold / Vlieghuis / Schoonebeek / Nieuw Schoonebeek / Weiteveen / Barger Oosterveen / Klazienaveen / Zwartemeer / Barger Compascuum / Emmer Compascuum /

Randje Drenthe

Zoals Groningen de provincie van het Groninger trekpaard is, Friesland van de Elfstedentocht uit de geschiedenisboekjes, zo ontpopt Drenthe zich als de moeder aller fietsprovincies. De internationale overkoepelende wielerbond UCI (Union Cycliste Internationale) deelt speciale Bike Region Labels uit, een soort keurmerk voor regio’s die ernaar streven en daarenboven erin slagen fietsen te promoten. Drenthe is de eerste UCI Bike Region ter wereld. Drenthe wordt aangeprezen als een toonbeeld van een regio waar veel in fietsen wordt geïnvesteerd. De wielercultuur zit diep in Drenthe verankerd, als de olie onder Schoonebeek. Ook bij het Landelijk Fietsplatform scoort Drenthe vijf sterren. Mooie evenementen dragen bij aan de Drentse status als fietsprovincie, maar ook het uitstekende fietspadennetwerk van meer dan 2100 kilometer. Met de breed gedragen erkenning op zak, maakt de provincie zich op om het WK wielrennen in 2023 binnen te halen. De ambitielat ligt hoog. Dat is in Drenthe weleens anders geweest. Op diverse terreinen wordt gewerkt aan een nog betere inzet van fietsen. Gedeputeerde Henk Brink, met de portefeuilles verkeer en vervoer, economie en vrijetijdseconomie is trots op de koppositie die Drenthe inneemt. 

Voorbeelden van oude en recente fietsprojecten in Drenthe:

  • De Ronde van Drenthe, een monument van bijna zestig jaar oud;
  • Drenthe 200, een ultramarathon voor mountainbikers, fatbikers, cyclocrossers;
  • Een keur aan nieuwe fietsroutes: drenthe.nl/fietsen;
  • De inmiddels veertig jaar oude Gouden Pijl (men leze ‘Veertig Gouden Pijlen’ 2017);
  • Een nieuw fietstracé op de VAM-berg in Wijster, binnenkort uit de ontwikkelfase als een tweejarige uit de luiers, met hellingen van 8 – 13 % inclusief kasseienstrook;
  • Randje Drenthe, tien routes van ca 60 km, twee gekoppelde routes van 135 en 170 en de ultieme tocht van 255 km: fietssport.nl;
  • Cycling Valley, het fietsmekka van Noord-Nederland wordt ontwikkeld in Roden;
  • Para-Cycling World Cup, na 2017, dit jaar in juli en in 2019 de wereldkampioenschappen te Emmen;

Voor meer informatie: www.opfietseindrenthe.nl;

Dagboek Gouden Pijl 2017, winnaar Bauke Mollema

Het is 2017. Kranten melden in januari dat in de Tour de France van 2015 twaalf renners rondfietsten met een motortje in hun fiets. Zegt Verdy (¹). Deze mededeling heeft de bewijskracht van een spons in een emmer sop. Er zou al drie of vier jaar gebruik worden gemaakt van mechanische doping in de Tour. De fietser moet dan wel een gram of 800 extra voor lief nemen. Nieuwe woorden als zadelpenmotortje en versnellingsmagnetisme lijken het woordenboek te gaan halen.
De Gouden Pijl-organisatie zal, zo speculeer ik, in juni 2017 op de slotdag van de Giro d’Italia, als Tom Dumoulin als Giro-winnaar Italië aan zijn voeten werpt, in spoedberaad zijn bijeengekomen, met als enige agendapunt: hoe krijgen we Dumoulin in Emmen? In de pers wordt gesproken over de eerste Nederlandse Giro-winnaar. Maar de pers ziet vier over het hoofd. Het moet zijn: voor de vijfde keer een Nederlandse winnaar in de Giro: na Marianne Vos (drie keer) en Anna van der Breggen (2015) eindelijk eens een man. Ik bezoek in een weekend zeven plaatselijke cafés (research voor een boek als dit vraagt nu eenmaal nogal wat) en overal is Dumoulin als gewenste deelnemer aan de GP binnen vijf minuten het gespreksonderwerp. Als Limburgse Tom mee gaat doen dan is de winnaar voorspelbaar als de kleuren van een pasgeboren pandabeer. Op 30 juni lees ik dat Steenwijk hem heeft gecontracteerd. Emmen gaat het niet worden. Op de dag van de GP rijdt Dumoulin in Voorburg de tweede etappe in de BinckBank Tour. Wat Emmen wel heeft is een opperste vorm van materiaalfetisjisme: de roze fiets van Dumoulin staat als een heilig relikwie opgesteld in een partytent bij het VIP-dorp, als de voetbalschoenen van Johan Cruijff in het Cambuurstadion. De GP-bestuursstress zal op 16 juli verder oplopen als Bauke Mollema een Touretappe wint na dertig kilometer soleren. Je zal maar Gouden-Pijlbestuurslid zijn. In Noord-Nederland ontstaat nog enige discussie als Bauke’s pake (opa) zijn regionaliteit betwist en hem tot de Friezen wil rekenen. Het Dagblad van het Noorden betrekt geen stellingen, maar laat het eindbesluit aan haar lezers en besluit het discours met de uitslag van een onder Groningers en Drenten gehouden enquête, nou dan weet je het wel. In het Spektakel van Steenwijk wint Dumoulin voor Mollema. Dagblad van het Noorden-verslaggever Pomp ontfutselt Mollema de gouden quote: “Mijn kans in Nederland komt nog wel. Misschien tijdens de Gouden Pijl in Emmen.” Een noordelijk marketingbureau verzint een list: fans mogen aanmoedigende kreten inzenden die dan met reflecterende verf op het wegdek worden geschilderd. Als dit een trend wordt, weet ik nog wel iets bij [tot nu toe] femininefobe burgemeestersbenoemingen in Emmen. Als speciale gasten worden Jan Jansen, Joop

(¹) Jean-Pierre Verdy, voormalig directeur van het Franse dopingagentschap

Zoetemelk en Hennie Kuiper uitgenodigd die door ‘niemand minder dan’ Evert ten Napel in het middagprogramma zullen worden doorgezaagd over hun sportieve prestaties in het verleden. Weer geen lossehandenrace voor zestigplussers lees ik, maar een dikkebandenrace voor kinderen, een ‘Bike Trial Demo’ en een dernyrace voor oud-profrenners. Roelie Lubbers: “We hebben genoeg leuke oud-profrenners en verwachten een mooi spektakel in het centrum van Emmen.”

Even een kleine terugblik. In 2003 kreeg DvhN-verslaggever Harm Vonk de woede van Michael Boogerd over zich heen toen hij suggereerde dat uitslagen van criteriums vaak afgesproken werk zijn. Ik noemde de onduidelijkheid hieromtrent de mythe van de Gouden Pijl. Het lot van mythes is vaak dat ze op zeker moment worden ontmythologiseerd, denk maar aan de mythe van de Hof van Eden, de zondvloed, de Arke Noachs, Sinterklaas, enzovoorts. Hoe de publiciteitsmores in nog geen drie handvol jaren kan veranderen blijkt uit het feit dat er in 2017 in de krant (DvhN) openlijk wordt gediscussieerd over uitslagafspraken bij criteriums in de rubriek Forum. Een viertal deskundigen, onder wie GP-voorzitter Roelie Lubbers, geeft voorzichtig zijn mening over een andere aanpak bij het criterium de Draai van Kaai in Roosendaal. Daar wil men een echte koers en geen afgesproken winnaar. Lubbers laat zich niet uit de tent lokken en zegt: “Je moet mee met de tijd, maar we gaan pas na de GP evalueren en nadenken over de toekomst.” En wat vindt Bauke Mollema ervan? “Als die criteriums te zwaar worden, hebben de renners er geen zin meer in. Het grote publiek ziet de toppers ook liever, denk ik.”

In het middagprogramma voor genodigden bevraagt Ten Napel vier dernyrijders: Maarten den Bakker, Theo de Rooy, Bart Voskamp en Peter Möhlmann. Dit viertal is het voorprogramma voor de historische terugblikken met Kuiper, Zoetemelk en Janssen. Mooie wielerverhalen passeren de revue tegen een achtergrond van historische foto’s uit de GP-archieven.

Het lijkt ’s avonds in Emmen rustiger te zijn dan anders. Ik probeer het aantal snacktentjes en drankverkooppunten te tellen. Het zijn er veel. Bijna alles wordt met muntjes betaald: € 3,- voor één munt; € 300,- voor 200 muntjes. Er is een viertal muziekpodia, waar een gezellige sfeer heerst. Je hoort overal muziekflarden; routebordjes zijn overbodig. Er is zelfs sprake van ingestudeerde samenzang; we mogen ‘I Know’ meezingen bij een prachtig nummer van CCR, gezongen door de coverband 5th Wheel. De muziek in Emmens centrum varieert van rock (Elvis, CCR), via Nederlandstalige tot Duitse schlagers. De hardste muziek Komt van Marktplatz Oktoberfest. Burgemeester Van Oosterhout heeft hier het eerste biervat aangeslagen. Mocht je jodelen verwachten, krijg je musici in lederhosen en dirndlmeisjes die kortgerokt op hoge tafels mogen dansen. Geluidsinstallaties van twee keer drie m³doen hun best mijn muziekreceptoren te prikkelen: fibrerende oorspieren activeren mijn ruggengraat en via een ingenieus neurofysiologisch stelsel gaat de geluidsroute via enkele bilspieren langs de bovenbenen en de kuiten naar de voetzolen, die – vergeefs – ritmisch pompom en hiphop willen doen. Van een vriendelijke beveiligingsmedewerker hoor ik dat er veertig man is ingezet. De politie eerst met tien man en later met twintig. Vorig jaar waren er wat ongeregeldheden. Het is nog vroeg, maar het voelt goed. Het lijkt minder druk dan voorgaande jaren, maar het is gezellig. Plastic glazen en plastic flesjes zoeken wanhopig prullenbakken zoals papieren op mijn schrijftafel archiefmappen. Op het Raadhuisplein is Radio Continu on Tour. Weer samenzang, nu iets als SHELA-SHELA. Soms kost het moeite vast te stellen of het om Nederlands- of Duitstalige muziek gaat, maar het klinkt goed en de gelijkenis met een projectkoor is snel gemaakt. Voordat ik er erg in heb zing ik mee. Als je omhoog kijkt zie je flatbewoners de avond van hun leven hebben, een enkeling experimenteert met lichteffecten. Ik realiseer me dat zeventig inderdaad het nieuwe vijftig is. De luxaflex gaat in de maat open of dicht. Flikkerende t.l.-buizen geven een psychedelisch effect. De al jaren dode Annie M. G. Schmidt kijkt mee in een cabaretreclame vanaf de tijdig gerepareerde flatscreen aan de gevel van Atlas; paddo’s, festivalbier of ayahuascathee zijn hier echt overbodig. Ik ga in gedachten terug naar vanmiddag en vraag me af of ik droomde toen ik Emmens burgemeester en Jan Janssen ridderlijk op hun knieën zag gaan om het hesje van een gastdame op te pakken dat zij kort daarvoor quasi-onopzettelijk had laten vallen. Ik hoor de spreekstalmeester roepen dat Mollema op vijf rondes voor het einde plat op zijn machine ligt en we besluiten terug te keren naar de wedstrijd. De rijders draaien onvermoeibaar om de kerk, als zand-Drenten om meningsverschillen.

DAGBOEK Gouden Pijl 2016

Een dag voor de Pijl wandel ik door Emmen en praat met enkele mensen over fietsen. Ik luister en noteer. Het is de tijd van e-bikes. We zien in de krant reclames voor dit type fietsen voorbijkomen met Joop Zoetemelk en televisiedier Anita Witzier. Voor reclames voor zadelpenmotortjes lijkt het nog wat te vroeg. Het is de tijd van Olympische Spelen, de Gouden Pijl zit ingeklemd tussen de wegwedstrijd en de tijdrit als een deur in een klemmende sponning. Zou Bauke Mollema op tijd terug zijn uit Rio? Het zijn ook spannende tijden voor het Gouden Pijl-bestuur met voorzitter Roelie – we houden niet van vergaderen – Lubbers. In een interview met het Dagblad van het Noorden vertelt ze: “Ik doe het nu sinds 2010. Het is echt leuk om naast mijn baan te doen. Ik houd van leuke evenementen organiseren en laat me niet leiden door enige wielerkennis, haha. Ik vind het juist goed dat niet het hele bestuur uit wielermensen bestaat.”
2016. Het is de tijd van een achttienjarige amateur die in Neuss (Duitsland) een criterium wint voor profi’s als Fränk Schleck, Emanuel Buchmann en Nikias Arndt. Gert Jakobs zegt hierover: “Die drie profs die daar aan de leiding reden, waren een stel klunzen. Zij hadden in de laatste tien rondes de gashendel moeten opendraaien, zodat die jongen er nooit bij kon komen. Ik vind het mooi dat die jongen wint, maar in onze tijd was dat nooit gebeurd.”
Terug naar Mollema, Ik heb iets met Mollema. Zoals Mollema vroeger van Zuidhorn naar Groningen fietste, reed ik van Kollum naar Dokkum. Zoals Mollema quasi argeloos volwassen kerels voorbij jakkerde, twee vingers in de neus, zo probeerden wij (eind jaren zestig, op het traject Kollum – Dokkum) de aftandse Harley van biologieleraar Germs bij te houden en (in mijn verbeelding) in te halen. En zo probeer ik nu als zestigplusser met losse handen twintigers fietsend in de stad voor te blijven. In de Tour heeft Mollema al aangegeven graag in de GP te rijden. Hij wordt dé publiekstrekker op negen augustus in Emmen. Tot zijn val in de Tour is hij de grote uitdager van winnaar Christopher Froome (waar was Froome trouwens zonder zijn helpers in de Olympische Spelen?)(*) Uiteindelijk wordt Mollema 11e in Parijs. Koersdirecteur Anne Knol: “Noordelijke renners mogen altijd bij ons starten.” Na contacten met Managementbureau Cycling Service, dat de contracten regelt, wordt duidelijk wie nog meer in Emmen komen rijden. Na de valpartij van Mollema had de Groningse hoogleraar Bert Otten gesuggereerd dat een slipcursus en een lesje in herkenning van gladde stukken asfalt geen slechte zaak zou zijn voor ‘de noordelijke berggeit’. Volgens Mollema is dat overbodig. “Een slipcursus, wat moet ik daar nou mee? We gaan straks eerst naar Rio en daarna gaan we evalueren wat er goed en fout is gegaan in deze Tour, al is dat laatste wel duidelijk denk ik.”
Toch denk ik dat een wetenschappelijke benadering van technische vaardigheden (in grote vaart van een helling afdalen, bochten rijden, vallen) nut kan hebben in de wielersport. De aanpak van dit soort vaardigheden is nog een ondergeschoven kindje in de wielrennerij. Vergelijk het eens met de wetenschappelijke aanpak van de materialen: pakken, helmen, fietsen worden met de grootst mogelijke precisie gefabriceerd en aangepast na steeds opnieuw testen en opnieuw onderzoeken in laboratoriumachtige opstellingen, door wetenschappers. Te vaak worden allerlei verantwoordelijkheden in de wielrennerij op het bord gelegd van ploegleiders, heel vaak renners die in die positie worden gemanoeuvreerd, zonder adequate scholing en voorbereiding. Was het niet Co Adriaanse die over het gemis aan kwaliteiten bij ex-profvoetballers die trainer wilden worden al zei: een goed paard maakt nog geen goede ruiter? Nog wat Mollema-nieuws: Bauke gaat in Monaco wonen (maar waarom zou hij dat nou doen?) en fietst met Froome en Weening in Surhuisterveen. Mooi dat Greipel (winnaar slotetappe Tour de France met als bijnamen ‘de gorilla’, sprintkanon, topsprinter), er in Emmen bij is.

Aan tafel bij de middagetappe bespreken we de relatie sport en commercie. Dat de Rabobank de Gouden Pijl sponsort: dikke prima. Maar een middelbare school die een voetbalclub subsidieert : no way, daar zijn mijn tafelgenoten het over eens. De bank zegt zelfs trots te zijn om tussen de krant en de gemeente te staan als hoofdsponsor. Kijk, denk ik, dan doe je het als GP-organisatie goed, als je sponsoren het zo zeggen.
Rob Harmeling wordt door dagvoorzitter Henk ten Oever geïnterviewd over winnen en over de mythe van wielrennen en meer specifiek: criteriums. Als ik zijn verhaal beluister moet ik weer aan wat ik noem de mythe van de GP denken. “Elke periode kent zijn geheimen. In mijn periode was het zo dat de Tourwinnaar ook de criteriums moest winnen en niet een lokale renner. Er werden afspraken gemaakt, slagen genoemd. Soms waren er wel vier of vijf slagen. Wielrenners raakten ervan in de war. Wielrennen is een mix van vertrouwen en wantrouwen. Wielrennen is een spiegel van het leven, sport liegt niet en is keihard. In het bedrijfsleven gaat het er zachter aan toe. Wat levert ons kikkerlandje de laatste tijden een kwaliteit aan fietsers. Vergelijk dat eens met Frankrijk dat na Hinault eigenlijk niks meer heeft gehad.”
Peter Ouwerkerk, journalist en sportschrijver, noemt wielrennen: “Straattheater, opera, ballet, kunst, literatuur. Wielrennen staat gelijk aan veel verhalen, waarin fictie, factie en frictie door elkaar lopen.” Hij toont een foto waarop prominenten als Relus ter Beek gebroederlijk naast Ruud Lubbers aan de Gouden Pijl-start staan. Those were the days.
Renate Groenewold vertelt dat voor € 15.000.000,- het WK wielrennen in 2020 naar Drenthe en Groningen kan komen. “Als er voldoende fondsen van overheid en bedrijven bij elkaar geharkt kunnen worden, wordt er in december 2016 een bidbook aangeboden bij de UCI. De provincies Drenthe en Groningen en de gemeenten Emmen, Assen en Groningen doen mee. Als het breder getrokken kan worden, met meer bedrijven en meer evenementen erbij, waarom zou het dan niet lukken?”
Terug naar de Gouden Pijl. Wat maakt de Gouden Pijl de Gouden Pijl? Ik ga het vragen aan een vijftiental ervaringsdeskundigen. Jolanda de Vries: “De GP heeft een plekje in mijn hart. Mijn vader stuurde indertijd een werkgroep bij de GP aan, samen met Peter van Putten. Als kind heb ik van alles voor de Pijl gedaan en ik liep stage bij de Emmer Courant. Nu zijn we sponsor en ik ben een wielerliefhebber.” Mariële de Wind: “Ik woon in Emmen en ben hier met een vriendin. We komen voor de gezelligheid en de leuke sfeer.” Mevr. A. Pleiter: “We wonen nog niet zo lang in Emmen. We gaan met vrienden de stad in. Mijn man is een verwoed fietser en ik vind het altijd leuk met hem mee te gaan, wielrenners ken ik niet, het is gewoon gezellig.” José Koster: “Ik werd uitgenodigd door deze meneer naast mij, Peter Koster en mijn werkgever Mieke Prins, ik ben intercedent bij een uitzendbureau. Wat de Pijl oplevert? Nieuwe netwerken, we zijn een jong bedrijf en we zijn op zoek naar een nieuw publiek en nieuwe klanten.” Lisa Pintus: “Ik ben hier met mijn beste vriendin. De GP is een feest met vrienden, het is gezellig en we houden van de livemuziek. Bauke Mollema gaat winnen, hoor.” Hassna Benimalek: “Ik werk bij WildLands en ben hier op uitnodiging van de bank. Het is voor mij de eerste keer. Het is een mooi evenement, maar een echte relatie met wielrennen heb ik niet, het is bij uitstek een gelegenheid om te netwerken.” Daniëlle Hugen: “Wij zijn sponsor van de Pijl. Het is prachtig de sport zo van dichtbij mee te maken. Bauke Mollema gaat winnen want die heeft hier nog niet gewonnen. Waarom hij naar Monaco is verhuisd? Vanwege het lekkere weer en de fiscale voordelen?” Johanna Kelder: “Samen met mijn man Jans (die in zijn vrije tijd landgeiten fokt) zijn we voor de eerste keer bij de GP. Ik ben gepensioneerd gymlerares. Ooit waren we ook een keer bij een criterium in Boxmeer, ik volg het wielrennen in de Tour de France wel hoor.” Kim de Vries: “De GP is een heel goede plek om mensen te spreken en te genieten van de renners die in Emmen een fantastische wedstrijd laten zien. Emmen wordt zo goed naar buiten gebracht. Mijn favorieten zijn Kjeld Nuis en Bauke Mollema. Geraldine Otter: “We zijn hier op uitnodiging van onze bank. Volgende week komen we, vanuit Sleen, in Emmen wonen. Mijn man is fotograaf. De GP is erg leuk, ook mooi vanwege de link Olympische Spelen en wielrennen. Nu zie ik van dichtbij hoe hard ze eigenlijk gaan. Het is leuk erbij te zijn, het zakelijke is niet direct de insteek.” Rosa Kuilder: “Ik heb twintig jaar in Emmen gewoond, nu woon ik in Groningen en ik kom elk jaar naar de GP. Ik heb geen zakelijke relatie met de Pijl, maar mijn vader had die wel gedurende zestien jaar. Ik heb het altijd al leuk gevonden en sinds een jaar ben ik zelf wielrenner, ik maak tochtjes van 40 à 50 kilometer en haal dan zo’n 25 km/u. O ja, en ik was negen jaar geleden zelf rondemiss!” Steintje Hamstra: “De laatste tijd lees ik veel over het verschijnsel ‘Mamilf’(**) en ik wil nu weleens in het echt de jongere variant van deze mannensoort zien.” Heleen Klein: “Mijn man kreeg een uitnodiging voor de Pijl via zijn werk in Tynaarlo, ik ben hier dus via via. Het is voor mij de eerste keer. Leuk om Bauke te zien.”
Rondemissen Ellen Boskma en Dagmar von Pickartz Ik vraag hun of het niet eens tijd wordt om, net als in 2009, naast een rondemiss een rondemister aan te stellen: “Goed idee, leuk voor het jubileum volgend jaar. We hebben weleens gehoord van misterverkiezingen, jongens zouden het waarschijnlijk leuk vinden. Het is traditie dat Miss Emmen rondemiss bij de Gouden Pijl is. Het is één van de leukste dingen die verbonden zijn aan het rondemiss zijn. Je bent dan een jaar lang verantwoordelijk voor allerlei activiteiten in Emmen en na een jaar is er weer een ander. Ja, een rondemister: goed plan.” Zo, nu hoort u het ook eens van iemand anders. Begin 2017, bij de vrouwenwedstrijd van de Amstel Gold Race worden ook rondemisters ingezet . Uit 15.000 aanmeldingen worden twee rondemisters geselecteerd. Aan de voorwaarde dat ze moeten meefietsen in de toerversie van de AG-Race hebben ze voldaan. Bruno Bobbink en Ingo Douwma krijgen de gelegenheid en de eer winnaars Anna van der Breggen, Puck Moonen en Ellen van Dijk op het podium te kussen. Maar laten we vooral niet vergeten dat in de Gouden Pijl van 2009 ook een rondemister actief was: Miroslav Koncalovic.
Hé, daar is Bauke Mollema: “Bauke, waarom bent u naar Monaco geëmigreerd?” Na de lange sessie met RTV-Drenthe maakt hij het nu wat korter: “Waarom niet? Ik moet toch ergens wonen, hè?” Mollema, een voorbeeld van verfijnde nuchterheid. Zou me niks verbazen als hij Touretappes gaat winnen.
(*)In de wegwedstrijd op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro wordt Froome twaalfde, op bijna 3 minuten van winnaar Greg Van Avermaet. Vier dagen later rijdt Froome als een van de favorieten de individuele tijdrit. Hier behaalt hij, net als in 2012, de bronzen medaille. Hij eindigt één minuut en twee seconden achter winnaar Fabian Cancellara en vijftien seconden achter de nummer twee Tom Dumoulin.

(**)Middle Aged Men In Licra Fibres

Dagboekaantekeningen Gouden Pijl 2015, over Kuiper, Zoetemelk en meer

Dit wordt mijn eerste, volledige, Gouden Pijl. In voorgaande jaren kom ik, als alles meezit, naar de wedstrijd van de profs, maar vaak genoeg zijn we op vakantie of heb ik andere, nog dringender, dingen te doen. Op maandagmorgen 10 augustus 2015 ga ik alvast kijken bij de voorbereidingen. Ik ga even zitten bij het Insulinde Plantsoen met achter mij de begraafplaats. Ik kijk rond en denk na over de dood en organisatorische zaken als: afzettingen, banieren, cateringbedrijven, doorlooproutes, dranghekken, draaiboeken, evenementsbierpompen, fietsenrekken, genodigdenpasjes, hangjongeren, illuminaties, kilometers kabels, langeafstandslopers, motoragenten, neo-profs, ontheffingen inzake de drank- en horecawet, oranje jassen met reflectorstrepen, podia, quads, rondemissen, statafels, spandoeken, schriklinten, tv-schermen, tribunes, toiletwagens, urineafvoer, VIPs & vrijwilligers, werkplannen, en zweetplekken.
Ik zie en hoor een geoliede organisatie; alles grijpt in elkaar als de ketting op de tandwielen van een gesmeerde derailleur. Een soort kermisopbouw maar dan vele malen groter. Praktische zaken dienen zich aan: waar laat je de urine die je verzamelt in een toiletwagen? Weg laten lopen in een rioolput is geen optie. Direct laten verdampen en de zouten opvangen kost te veel tijd. De oplossing: pompen naar een groot vat. Wat gebeurt er als het regent? Bij een wolkbreuk? De plantsoenmedewerker op de begraafplaats vraag ik of zijn werkzaamheden met de Pijl te maken hebben. Zijn ‘Nee,’ verbaast me enigszins.
De route van het parcours volg ik. De bochten in de buurt van de markt maken het voor toeschouwers interessant. Sommige terrassen bieden een eersterangs zicht. Ik stel me dilemma’s voor. Wel of niet rijden over de oude markt? Wel of niet de bierprijzen verhogen? Wel of niet over het nieuwe plein? Kunnen de nieuwe, ijzeren sierroosters rond de bomen een grote publiekstoeloop aan? Is de koepel niet een ideale plaats voor de speaker? Voor de huldiging? Hoe worden verkeersdrempels getackeld? Blijven de winkels open? Wordt dat met vergunningen geregeld? Wie controleert het kanon waarmee het startschot wordt gegeven? De pagina’s ‘Veiligheid’ in het draaiboek stellen me gerust. Ik lees dat zelfs rijbewijzen van karavaanrijders worden gecheckt en de mededeling ‘Geen gevaarlijke auto’s in de karavaan’ stelt me gerust. Niemand zit te wachten op monstertrucks die het publiek inrijden.
Op dinsdag, D-day, mag ik Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper oppikken, ze zijn vandaag eregasten. Beiden zien er goed uit, bijna afgetrainde lijven. De gezichten en de stemmen herinner ik me goed. Wat een sympathieke, vriendelijke mannen. Hennie Kuiper is er als Rabo-medewerker, gastheer, lees ik ergens. Hij vertelt over zijn eerste ervaringen met de Gouden Pijl. En dat hij klanten van de bank begeleidde bij bezoeken aan wedstrijden. “De GP is altijd een heel goede ronde en dat komt vanwege het rennersveld. Vaak bepalen de financiën het rennersveld, anders komen ze gewoon niet. Renners verdienen hun geld op drie manieren: hun jaarcontract bij de ploeg, wedstrijdpremies en presentiegelden bij criteriums.” Later krijgt Kuiper een adviserende rol tussen organisatoren en renners. Kuiper kent de fietswereld van haver tot gort. En nu? Kuiper: “Ik leef gezond en ik fiets. Ik doe niet aan andere sporten. Fietsen is mijn lust en mijn leven. Jaarlijks fiets ik tussen de 5.000 en 7.000 km. Ik kom elk jaar in Emmen. Ik zet me in voor groene energie, windmolens en dergelijke. Als fietser weet je wat wind voor je kan betekenen: pure power, eerlijke energie en dat zo gezond als goud, zonder bijwerkingen.” Ik vergeet helemaal te vragen wat hij van e-bikes en ligfietsen vindt en of hij zijn benen nog scheert. Ik realiseer me dat ik met een Olympische Kampioen praat en winnaar van de wereldtitel bij de profs in 1975. Twaalf keer heeft hij meegedaan in de Tour de France, hij was ploegleider in Duitsland en de Verenigde Staten, hij was ooit ploegleider van Lance Armstrong, now we’re talking!
Vervolgens komt Zoetemelk erbij, fris na een douche. In zijn kielzog handtekeningenjagers. Zoetemelk volgt de Tour op de voet, maar de andere wedstrijden niet zo erg. Nieuws over criteriums sijpelt niet door tot in Frankrijk. Nog even theedrinken met de heren en dan naar het middagprogramma in een groot restaurant. Gerben Karstens en Gert Jakobs zijn wel aangekondigd, maar ontbreken. Ondertussen leer ik iets over de woorden zoetemelk en zoetemelks. Dagvoorzitter Herbert Dijkstra ondervraagt iedereen op milde wijze. Aan het woord komen wethouder Bouke Arends, Roelie Lubbers van de GP, Ron Klitsie van de Rabo, Joop Zoetemelk, Renate Groenewold en anderen.
Een van de gespreksonderwerpen is sponsorgelden. Ik pak een bierviltje en reken even een beetje mee. We horen dat de gemeente € 20.000,- doneert (ongeveer 18 cent per inwoner van de gemeente) en de provincie € 10.000,- (twee cent per Drent). Hoeveel zou de Rabobank doneren? Ineens herinner ik me een passage uit het Gouden Pijlarchief, ergens uit 1999, opgeslagen in het gemeentelijk archief. Daarin zegt de toenmalige bankdirecteur een sponsorbijdrage toe van ƒ 22.500,- met de toezegging dat bedrag in 2000 en 2001 met ƒ 2.500,- te verhogen. Ik reken snel uit dat als dat bedrag jaarlijks (en, geheel tegen de bancaire modus in, niet geïndexeerd) wordt toegevoegd, je in 2015 zit op ƒ 62.500,- : 2,2 = € 28.409,-. Ik neem me voor de Rabodirecteur daar eens naar te vragen.
Renate Groenewold beschrijft de verschillen en overeenkomsten in het fysiek van schaatsers en wielrenners; ik had, kijkend naar imposante bovenbenen, ook al iets gezien op dit vlak. Ze heeft een aantrekkelijk plan over de begeleiding van profrenners na hun actieve wielercarrière. Niet dat ze allemaal in een zwart gat duvelen maar hier zijn kansen en hoor ik niet ergens het toverwoord winwinsituatie? Ik bekijk Wout Poels en Bauke Mollema. Poeh, wat zouden die schoon aan de haak wegen? Aardige kerels, stuk voor stuk. Naar Bauke is al een wielertoertocht genoemd, waarvan een deel van de opbrengst naar een goed doel gaat. Na een wandeling langs de uitgebreide buffetten lopen we naar het Gouden Pijldorp. Daar wordt me duidelijk dat netwerken meer een werkwoord dan een zelfstandig naamwoord is.
De reclamekaravaan trekt voorbij. Ik heb net ergens geleerd dat reclame is afgeleid van reclamare, Latijn voor herhaaldelijk roepen. De reclame makende bedrijven vormen de basis van de Gouden Pijl. Mooie old- en newtimers roepen hun boodschappen het publiek in. Dranghekken zijn inmiddels zo vormgegeven dat toeschouwers wat worden weggehouden van wat er op het parcours gebeurt. De speakers, de jongste praat als een veilingmeester op de bloemenveiling bij afslag, wisselen elkaar af en spieken op lijsten met sponsornamen. Beeldschermen brengen de koers achter de horizon dichtbij. Enkele meerijdende auto’s demonstreren in één moeite door de vroemfactor van de uitlaatsystemen, per slot van rekening staan hier merendeels mannen, potentiële autokopers. Hier worden, voel je, deals gesloten, afspraken gemaakt, plannen gesmeed, herinneringen opgehaald, terugblikken gememoreerd, toekomstvisies ontvouwd, onenigheden gladgestreken, concurrenten een loer gedraaid, vakanties in toptienen afgezet, mkb- en vakbondsacties verguisd of opgehemeld en natuurlijk glazen geledigd en hapjes genuttigd. Heel af en toe kijken de mannen op, als stokstaartjes bij naderende reuring, bijvoorbeeld als vier hooggehakte meisjes, gehuld in vuurrode, ultrakorte, engelpakjes, compleet met scharlakenrood geverfde vleugeltjes van veren, het netwerkdorp betreden.
Hennie Kuiper en Joop Zoetemelk doen hier waar ze goed in zijn: praten met volwassen fans en met hen op de foto gaan, als profvoetballers op een open dag. Ik leer dat selfies maken niet aan pubers is voorbehouden. Joop Zoetemelk vertelt met graagte over zijn tijd in de Tour de France en hoe belangrijk criteriums voor renners zijn en omgekeerd.
Dan de wedstrijd. Opvallend is dat de rangorde in het peloton per ronde flink kan verschillen, behalve in de staart. Daar zien we vrolijk koutende renners, alsof ze hun vakanties doornemen, maar wel doorrijdend met een dikke 40 km gemiddeld per uur. Dat betekent dat ze met topspeed bij het begin van de tunnel gemakkelijk de zestig halen. Het systeem van premies is van de kant af moeilijk te doorgronden. We zien in de jurybus enkele ervaren, serieuze mevrouwen met kunstige knotten, die spelersnamen proberen in te prenten als leerlingen onregelmatige Franse werkwoorden en die de standen in de gaten houden als onderwijzeressen de laatkomers op maandagmorgen. Nauwkeurig wordt er geschreven en gestreept en gevinkt en gepotlood opdat de renners krijgen wat hun toekomt: premies, gladiolen, of…
Bij de gehaalde snelheden valt me ook iets op. In een stapel Strava-uitdraaien, ontdek ik iets opmerkelijks. De profwedstrijd noteert een gemiddelde van ruim 40 km per uur bij een parcourslengte van ruim 90 km. Even ter vergelijking: toen Van Poppel in de Eneco Toer 2015 sprintte voor de eindstreep kwam hij op een topspeed van 73 km en hij reed gemiddeld 44,6, over een parcours van 183 km. Meer dan 90 km fietsen op een warme zomeravond op een parcours met de nodige bochten, en dan 40 gemiddeld aanhouden is natuurlijk een prestatie. Die prestatie wordt opvallend genoeg geëvenaard door de vrouwen/amateurs; het gemiddelde van Marijn de Vries (24e bij de vrouwen) is bijna 40 km/u. Maar, en dit is natuurlijk opvallend, verbazingwekkend, om niet te zeggen verbluffend: de beloftes draaien bijna 44 km/u, dus ruim drie km sneller dan de profs. Er zijn speculatieve verklaringen mogelijk voor dit fenomeen. In tal van takken van sport zie je dat de reserves zich meer inspannen dan de selectie, het A-team. Nu is de afstand ook iets korter (profs: 91 km en de beloften/amateurs 79,8 km) en dus kunnen ze meer power overhouden om sneller te koersen. Ter vergelijking: ons mannenfietsgroepje op zondagochtend met een gemiddelde leeftijd van 62,5 jaar, rijdt gemiddeld 28,8. De snelste hardloper komt op 18,1 km/u.
En wist ik dat de Gouden Pijl altijd op de derde dinsdag na de Tour de France wordt verreden en dat de Pijl (met Boxmeer) het enige criterium is dat geen entree vraagt? Nee.