Goadinne Suzette

Sa’t mem wat sneinse kleantsjes naait

it bern yn muoikes snobguod graait

De swarte kat de hûn syn rechje aait

Gjin man de hjittens fan de hoer van Babel daait

En pake Jan oan kekke knoppen draait

De skildersfaem oer ’t flierkleed klaait

It kealtsje molke fan de buorfrou snaait

Bepaalt, beskriuwt goadin Suzette at en

faaks ek hoe it deistich wyntsje waait

(Godin Suzette / Zoals moeder wat zondagse kleertjes naait / het kind in tantes snoepgoed graait / de zwarte kat het ruggetje van de hond aait / geen man de hitte van de hoer van Babylon verdraagt / en opa Jan aan kekke knoppen draait / de schildersmeid over het vloerkleed knoeit / het kalfje melk van de buurvrouw snaait / bepaalt godin Suzette of en vaak ook hoe het dagelijkse windje waait) 

www.suzettebousema.nl

Schneeflocke wird Schneemann

Je Spaans is beter dan je zachte hart en zonder sokken lijk je stoer

En hip: een stierloze stierenvechter, als de Spaanse fiscale recherche

Jagend op de Messias, maar luister bro, luister naar oervrouw

Bartina en verbeter je stijl van leven, word trots, verdom te buigen voor

De Argentijn en los hem op de vuilnisbelt, weersta het volksoproer

En kijk terug als een gegroeide Sneeuwvlok en vermorzel het gekners; je

Gouden schoen zoekt doelgericht naar nieuwe mannen, kom, ontvouw

Wat je graag ziet en vergeet je drabbig gestuntel in je trainerskarrespoor

Begin opnieuw na ontsporingen in Valencia, Southampton, Everton,

Met Benfica, PSV, AZ, 010, Vitesse, 020; je leert van faillissementen

zeggen ze, maar je plakhaar vlekkend op je kraag zegt iets anders, je staat

in koplamplicht: getransformeerd tot een breekbaar overstekend hert

Bartina heeft de oplossing: verkoop dat Argentijnse kreng en dat

Bijtgrage Uruguyaanse lor dat ooit begon in de groene kathedraal

En al die would-be kameraden en koop je klaar aan amateurs

En word een Duitse Computer-Übungsleiter mit Ausdauer und Intensität

Ach manneke

Ach manneke, terwijl Fabio ligt te herstellen

Van Groenewegens gebeuk in uitlokkend

Polen dat de finish lekker bergafwaarts plande

Om de risicogunfactor te vergroten in het land

Waar rechters net zo duur zijn als bruinkool

Zat jouw mondkapje zo strak dat je vergat

Te gassen en je vierwielig door een driebander

Tot de reclame van Jumbozeepjes werd veroordeeld

En nu een taakstraf oploopt in het asiel

Voor platgereden salamanders en brokken

Uitgevlakte kikkerlijven; en maar denken dat

Gekochte pk’s sport opleveren, haha,

De bandjes zijn stroeve sjoelstenen

Had je maar opgelet bij Frans waar wijlen

Meneer Steenbergen je inpeperde dat

La vitesse n’est pas une épreuve de virilité

De enkel van Robben

De pizza’s smaken beter met wat ananas

En wurgseks, ook al is het maar voor even

brengt Drentse vrouwen weer tot leven;

mijn voet bleef haken in het gras

De NAM mengt graag wat extra frisse lucht door gas

Herinneringen blijven soepel zweven

En vormen een gekleurd stilleven

Van tenen vastgelijmd in gras

Het boerenhoofd is als een lege kalebas

De denkprocessen stoppen om half zeven

green socks matter zo staat geschreven

Een enkel vastgeklemd in gras

Pasgemaaide velden zijn vaak niet waterpas

Was ik nou maar in München thuis gebleven

Wordt zijn hoofd, hart, kruis ingewreven

wat is dat toch, dat hoge gras

(N.a.v. een citaat uit het Het Dagblad van het Noorden): Robben ging ook nog even in op zijn afwezigheid tijdens de eerste training van FC Groningen. De enkel van de aanvaller bleef vrijdag tijdens een training hangen in het gras. Dat leverde lichte klachten op, maar niets waarover we ons grote zorgen hoeven maken, verzekerde hij.

37 jaren afrodisiacum

Jij hebt het zeer met mij getroffen,

zo peins ik elke dag drie maal.

Ik ben niet dik, niet dom, niet kaal

en ga niet naar de hoeren in de stad.

 

Heel af en toe neem ik een tuiltje

blommen voor je mee. Ik doe de tuin,

ik rook mijn vingers niet geelbruin

en noem je regelmatig lieve schat.

 

Ik draag geen instapschoenen, buideltas

of witte das; ik boks of tennis niet,

ik help je altoos in of uit je jas;

 

waarom breng jij mij dan in diskrediet

als ik, mijn lief, al sinds ons trouwen

des nachts mijn sokken aan wil houden?

Gemeentedichters Emmen starten week van de poëzie

Drie gemeentedichters (gemdi’s) traden zondagmiddag op in de bieb. De 35 luisteraars die FC Emmen niet naar Arnhem zijn nagereisd, kerkbezoek mijden als oorwurmen open ruimtes en de koopjeklaarzondag laten voor wat het is, luisteren vriendelijk en met aandacht. Men verbaast zich over het verzoek mobieltjes op stil te zetten terwijl de jonge cateraar luidruchtig een spaan aandacht meepikt.

Het is de eerste dag van de poëzieweek. Ik had net Arjan Peters’ artikel (Hoe dicht de dichter?) in de Volkskrant gelezen waarin Peters (sinds jaar en dag literair criticus in de VK) de werkwijze van drie dichters (Rosa Schogt, Asha Karami en Erik Jan Harmens) tegen het licht houdt. Ik zie levensgrote verschillen met de gemdi’s. Het grootste: de landelijke bekende dichters maken niet, nauwelijks, of per ongeluk gebruik van rijm. Schogt: “Ik geef de voorkeur aan klankrijm boven nadruk op het rijm. Het moet aanvoelen alsof het bijna per ongeluk rijmt.” Karami: “Ik schrijf geen klassieke vormen, maar schep een eigen orde, hier zonder hoofdletters of punten.” Harmens: “De taal mag een beetje mishandeld worden. Ik ging scherpe regels schrijven. Uitgebeend.”

Bertus Beltman

De drie vanmiddag gehoorde gemdi’s rijmen als Ajax scoort: veel. Bertus Beltman hanteert strakke vormen, ijzeren (zo lijkt het) schema’s, als garagisten die cilinders op een honderdste millimeter uitboren. Eddie Zinnemers is wat losser, maar zou hij stoppen voor het rijmwoord en het publiek vragen het volgende woord te scanderen, er werden weinig fouten gemaakt. Hetzelfde geldt voor Gähler. Gähler ontpopt zich als relatie- en zorgdeskundige. Ik mis vanmiddag Anna Sophie Bakker, Eva Broekmann en Peter Veen. Van Veen lees ik de laatste tijd veel, eeh, ready-mades, bijvoorbeeld een behangplakhandleiding vermomd als gedicht. Bakker en Broekmann komen met hun wat vrije poëzie wellicht het dichtst bij de klassieke opvatting (van Kloos) dat poëzie de allerindividueelste expressie is van de allerindividueelste emotie.

We horen vanmiddag thematiek die je verwacht te horen bij dichters. Over tijd van leven, digitale doofheid, over verleden en toekomst, de bevrijding, vriendschap en zorg. Beltman filosofeert over de te snelle komst van de toekomst: “Was het nog maar gisteren.” En: “Het is nooit te laat om kind te zijn.” Millennial Gähler, een zelfverklaard ‘achterafgenieter’ start met een vers over genieten, waarin the male chauvinist pig in mij al snel het verlangen naar een orgasme herkent en vervolgt met het dilemma van wel of niet een oordeel geven. Zinnemers is de luchtigste van de drie en etaleert zijn kwaliteit als sneldichter, nou ja, snelrijmer, als hij de uitslag van FC Emmen tegen Vitesse in twee regels beschrijft. Verder komt in zijn werk alledaags nieuws als pandaporno, Badr Hari, stikstof en de Brexit voor. Hij vloekt de farmers for defence, de klimaatontkenners, de idiotie van kickboksen, mallotige media-aandacht voor neukende panda’s en de knettergekke Boris J. niet stijf, maar spaart de kool en de geit wanneer hij uitkomt bij zijn eigen keuzeloosheid in allervriendelijkste en vrolijke liedjes en verzen.

Als ik even wegdommel hoor ik zangeres Lisa Ploeger (18) ‘here we go again in 1973’ zingen, maar had gemist dat het niet haar eigen tekst maar een cover was. Zij begeleidt zichzelf op een akoestisch gitaar en doet dat heel goed. Ze heeft een mooie stem, vooral wanneer ze de hoogte ingaat en vooral als ze even lekker uithaalt. Haar beste tekst deze middag is het gewaagde en superassertieve “I’m better than ever (when I stopped running in circles and crying in my sleep).” Vooral dat I’m better than ever deed ’t hem.

Na de pauze laat Beltman ons genieten van zijn strakke versvormen, stapt Gähler van het podium en op het publiek af en demonstreert Zinnemers hoe liedteksten en cabaret verschillen van poëzie. Als entr’acte treedt Rudolf Kuko op die Emmens schoonheid à capella bezingt.

Als je moeder doodgaat

Je moeders tijd is bijna op en ik zoek troost voor jou

In woorden op digitaal papier en ontvouw de tijd;

Handenvol gedachten worden zichtbaar. Onophoudelijk

Transeamus neuriënd ga jij door je jeugd op zoek naar het begin.

 

Daar is je vader al, je broers en zussen, je moeder houdt

De wacht, bewaker van geluk, gezin en droomt van

Voorspoed boven oppervlakkigheid. Je voelt je oude straat,

De roomse school, de geur van wijn, beloften van geloven.

 

Je rent wat rond en wandelt, schrijft en zingt Tolite hostias.

Je rekt de tijd tot lijnen naar geluk in Weesp; je harddisk

Mixt een diep dolor met gloria gloria gloria als tussenstation

Naar stof en gruis. Vervloekt de tijd van gaan die komt.

 

Zijdezachte herinneringen worden kaal, jong gras nu steen.

Godver vriend, de tijd is op, wees blij en zing een lied.

 

 

 

Nieuwjaarswens ‘Nog veertig treden naar 2019’

Nog veertig treden naar 2019

 

Na roetveegpiet, blokkades, Friezen uit de bocht is het weer tijd

Voor oldskool kersemis met piek en kind, Maria van de mirre,

Een zootje vaste rituelen; het nieuwe jaar beukt op de deur.

De man maakt snel de dakgoot schoon, bepeinst het dividend

op hoge idealen, toekomstdroom en overdenkt het afgelegde spoor

In zwart en wit en geur en kleur.

De boze witte man heeft afgedaan; de nieuwe helden komen

bovendrijven: Sylvana, Lubach, Sint en Stint,

Een heel klein beetje Pia, mooie Carola, veel Minnesma enne

FC Emmen, dat met een zanderig verleden geen weet heeft

Van wat komen gaat: spreekkoor, zang of treur.

Waar we vandaan komen weten we onderhand nou wel,

Maar waar we heen gaan . . . . ? we doen maar als Mondriaan

En beschouwen de hoogte vanuit een relaxte witte hoek

En kiezen een ruime, weidse blik op wat gaat komen; nog veertig treden

naar 2019 en verder, veel verder als het even kan………………………..

 

Klaas en Inge

Kampioenschap Light Verse Emmen (28 oktober café Groothuis, € 15,-)

Een volle zaal, ongemakkelijke houten terrasstoeltjes, tien dichters (acht wedstrijddeelnemers en twee presentatoren), een liedjeszanger die maar blijft puberen: kortom een prachtmiddag. Özcan Akyol had zonder kennis van zaken bij DWDD opgemerkt dat het light verse zo goed als dood was. Deze middag bewijst het tegendeel. Natuurlijk, in de literatuurgeschiedenis en literatuurkritiek bestaat Light Verse marginaal, net als korfballen in de sport. Opvallend, en weer net als in het korfbal: bijna alle acht deelnemers vanmiddag komen uit plattelandsregio’s. Bekende namen uit de oude en dode doos zijn: Kees Stip, Drs. P en Driek van Wissen. Nog levende light-verse mastodonten: Lévi Weemoedt, Ko de Laat en Kees Torn. In Drenthe hebben we het illustere viertal Boudestein, Hoogland, Peters en Omvlee.

Vorm- en klankvastheid zijn bij light verse net zo belangrijk als regelgeving bij subsidieaanvragen. Om het voor de jury gemakkelijker te maken worden er deze middag ‘performance’ en ‘actualiteit’ aan toegevoegd. Houd je je bij Tachtiger Kloos’ definitie van poëzie als de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie dan red je het deze middag niet. Bij light verse wordt de emotie vervangen door de rekenliniaal. Zorgvuldig worden rijmschema’s toegepast en versvoeten en lettergrepen geteld. Lichtvoetigheid, niet per se gelijk aan humor, telt ook nadrukkelijk mee.

Melvin Bonnet

Van de 62 inzenders haalden acht de finale. Ieder krijgt zes minuten de tijd om werk voor te dragen. Twee doen dat uit het hoofd. Liedjeszanger Melvin Bonnet mag maar liefst vijf keer zijn zorgelijke, ironische, sarcastische, puberale, dwarse, confronterende, leuke gedachtenspinsels met ons delen: over een depressie, zijn ex-vriendin, zijn liefde voor lelijke vrouwen, de complexe zorg voor zijn pielemuisje en meer. Kortom: <in zijn woorden> ‘kutmuziek voor een kutpubliek’.

Terug naar de acht finalisten:

Wim Meyles (1949), oud-docent Engels uit Sint Pancras start met drie sonnetten en enkele filosofiertjes. Onderwerpen die voorbijkomen: de tijgermug, de Hollandse fauna en grafschriften.

Dan Inge Boulonois (1945), ex-stadsdichter van Heerhugowaard die met een fluwelen stem over minister Bruno Bruins, haar niet bestaande X-benen en een hete hooimaand schrijft.

Nog een ex-stadsdichter, Arjan Keene (1963) uit Ede die ooit goed scoorde in de Turing- en Willem Wilmink-wedstrijden. Keene trekt de aandacht met Vijftig Tinten Drenthe.

Dan titelhouder, leraar, cabaretier Machiel Pomp (1968) uit Posterholt: legerkistjes, een guerillabroek en trui met hoodie. Mooie woordvondsten, een stem als een klok en alles uit het hoofd. Over performen gesproken!

Abbing

Christiaan Abbing (1984), vakleerkracht groep 5/6 uit Veenendaal komt het fraaist bij de actualiteit door een vers te verscheuren analoog aan het pas geveilde kunstwerk van Banksy.

Een thuiswedstrijd is het voor oud-onderwijzer Bertus Beltman (1941). Beltman,

Beltman

nestor in de groep gemeentedichters in Emmen, eert in zijn verzen Ben Feringa en FC Emmen en leest een ballade over ‘De laatste wil’ voor.

Uit Zaltbommel komt Marion van Rooij. Zij brengt Kees Stip in onze herinnering met enkele fraaie Trijntje Fops, bijvoorbeeld met ‘Op een kapoen’.

Niels Blomberg (1958) uit Almere vergelijkt de twee onlangs overleden zangers Aznavour en Koos Albers met elkaar en gaat via de Col du Vam, Track & Trace naar Trek in Trees. Ook alles uit het hoofd!

Dan beraadt de jury zich even en krijgen Van Pamelen en Zinnemers de gelegenheid hun kunsten te vertonen. Eindstand: op drie Abbing, op twee Keene en als winnaar Pomp.

vlnr: winnaar Pomp, presentatorduo Zinnemers en Van Pamelen

 

 

De stim fan wetter

De einetael van memme-ein en lytse pykjes
Draegt helder oer de romme feart
Sy boartsje op it wetter

Sjoch dêr, een kikkert kweaket lûd
En weaget syn kans op proai
Hy dreamt fan letter: grouer, fetter

In boer stapt neist de boat en flokt en sweart
Syn frou sjocht op, har eagen speie fjûr
In frommes’ lûd heart altyd better

In fisker stoarret nei de strakke tried
Is bliid en núndert seft in sangkje
Mei alles om him hinne: de stim fan wetter