Matthäus Passion in Sleen

Matthäus Passion in Dorpskerk Sleen

Op zondag 5 april vanaf 15.00 uur wordt de Matthäus Passion van Bach uitgevoerd in de Dorpskerk in Sleen. Deze volledige uitvoering is in handen van Collegium Musicum Traiectum uit Utrecht. De kaartverkoop (kaarten à € 25,-) bij Coevordens theater de Hofpoort start nu.

De mooiste uitvoeringen van de Matthäus zijn de niet-alledaagse. Of een Friese, of een met Tango Extremo (aangevuurd door Jan Rot), een meezing-MP, of in 2020 in Sleen met Collegium Musicum Traiectum.

Collegium Musicum Traiectum is een Utrechts projectensemble voor jongvolwassen amateurmusici die een interesse hebben in het uitvoeren van vocaal-instrumentaal repertoire. Het gezelschap bestaat uit een koor en orkest en is bedoeld voor onlangs afgestudeerden en jong werkenden die hun studentenmuziekgezelschap hebben moeten verlaten en toe zijn aan een nieuwe uitdaging op muzikaal gebied.

Omdat de repetitieperiode kort en het repertoire uitdagend is, studeren de leden voorafgaand aan de repetities zelfstandig de partij in. Het ensemble is gespecialiseerd in werken uit de barok- en klassieke periode. De dirigent is Gilles Michels;  zanger Michiel Meijer en violist Paulien Kostense begeleiden het ensemble. Er zijn zo’n vijftig uitvoerenden, van wie de helft orkestleden zijn. De andere leden vormen twee koren.

Het initiatief van deze uitvoering komt van Thomas Hendriksen die samen met Hans Hordijk en Klaas van der Meulen, allen met nauwe banden in Zuidoost-Drenthe Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld oprichtte.  De Dorpskerk in Sleen  is er uitermate geschikt voor.

Matthaus passion

“Het uit 1727 daterende stuk, voor velen het beste stuk dat Johannes Sebastiaan Bach ooit componeerde, combineert het indringende lijdensverhaal van Jezus Christus met een onovertroffen oratorium, een totaal zangstuk met orkest. Het volume van de groep past goed bij de akoestiek van de kerk uit de vijftiende eeuw. Bachs dierbaarste werk is geniaal, meeslepend en vol dramatiek en is in april te horen in Sleen.

Vanaf heden zijn toegangskaarten te koop. Daarvoor is samenwerking gezocht met Theater Hofpoort in Coevorden. De kaarten à 25 euro zijn te bestellen via de website van het theater. Later in het jaar worden voor belangstellenden diner- en verblijfsarrangementen aangeboden.

 

Grootkoor

Het Grootkoor is een bedrijf en een verzamelnaam voor 15 grote koren in Nederland die projectmatig werken. Op elke locatie wordt vijf keer gerepeteerd en dan volgt in december een concert in een theater. In Drenthe zijn de repetities in Westerbork en is de finale in theater De Nieuwe Kolk te Assen op dertien december. Aan het concert werkt diva Karin Bloemen mee. Een beetje dus als Coevordense Boys dat getraind door Ronald Koeman, bijgestaan door spelverdeler Frankie de Jong speelt in De Kuip. Deelnemende zangers betalen € 60,- voor de muziek en € 18,- voor een strikje dat bij de uitvoering wordt voorgeschreven. Een kaart voor een belangstellende (arme partners moeten wel weer mee natuurlijk) kost € 22,50. In Westerbork doen er, schat ik, ruim 200 zangers mee. Landelijk zou dat neerkomen op 3.000.

Als je zingen leuk vindt, vind je zingen met een koor van meer dan tweehonderd man ook leuk. Denk ik. Na één repetitie heb ik de smaak te pakken. We zingen voor vier stemmen gearrangeerde kerstmuziek. Ongelijk aan veel mechanische, steriele pop en rap zijn de melodieën vaak dikke prima en puik en, gelijk aan het merendeel van de pop en alle rap, de teksten vaak afgezaagd, pover en schamel.

Dirigent Etty van der Mei beheerst haar vak als geen ander. Een soort vriendelijke Louis van Gaal. Van 19.15 uur tot 22.00 uur wordt er gezongen; thuis oefen ik dagelijks. Anders dan bij reguliere koren wordt er geen tijd gemorst. We studeren, met een oefen-cd, 22 nummers in. Iedereen is gemotiveerd en gedreven, als middelbareschoolleerlingen voor de Grote Avond. Natuurlijk is ook bij het Drentse grootkoor het aantal mannen in de minderheid. Ver! Bij de mannen ben ik denk ik de jongste. Bij de vrouwen zie je een handvol millenials tussen veertigers, vijftigers en grijze kuiven.

Wat maakt het vierstemmig zingen leuk? Met een groep onbekenden, mijn zangmaten en ik kennen bijna niemand, in relatief korte tijd geconcentreerd brokstukken muziek instuderen die daarna als een puzzel een geheel vormen en bijna allemaal goed klinken. Dat we in december Edison-, Pisuisse-, Annie M. G. Schmidt- en Gouden-Harp-prijswinnares La Bloemen ontmoeten speelt niet mee. Dat we in een volle bak met uitstekende akoestiek optreden wel.

Grootkoor Projecten organiseert naast kerstprojecten nog koorreizen. Jaarlijks wordt in het Concertgebouw een koorproject voor, schrik niet, duizend zangers georganiseerd. Dit concert is, bijna standaard, uitverkocht.

Gert van Hoef, 18 juli 2019 in de Jozefkerk in Assen (€ 10,-)

25 jaar en meer dan 56.000 You Tube-abonnees, dat belooft wat. Het zomeravondconcert in de Jozefkerk in Assen trekt in aantal zo’n 1,5‰ van die abonnees. Niet gehinderd door wat straatruis van het inpakken van enkele gepimpte raceauto’s speelt Van Hoef een lekker gevarieerd programma, van Bach tot Van Hoef en van Asma tot Händel via weer Van Hoef. Het mooiste moment was toen ik de tune van de kinderfilm Babe hoorde in het slotstuk van Saint Saëns. Van Hoef balanceert gedurfd tussen eigen werk, bewerkingen van geestelijke liederen en ijzeren klassiek repertoire. Daarvan is de Passacaglia en Fuga van Bach wel ongeveer het toppunt, direct gevolgd door Griegs In the hall of the Mountain King uit de Peer Gynt Suite: kort, vrolijk en grappig. De lage tonen uit de Passacaglia komen lekker in je middenrif binnen en zorgen voor een prettige mix van opwinding en rust; dit werk werd zeker vijftien minuten uitgesponnen. Ongeveer 40 keer hoorde ik het thema, onberispelijk gespeeld, in allerlei muzikale tinten voorbijkomen. Het Allegro con brio uit Sonate I van Mailly viel een beetje tegen. Het aangekondigde vuurwerk waarbij alle registers open zouden gaan bleef wat bleekjes. De opening met een liedbewerking van God is getrouw, enz. zette de toon: schitterende orgelmuziek van een Frankie de Jong van de orgelmuziek, of nou ja… Van Hoefs eigen stuk Trumpet Tune, een mooi trompetdeuntje, maar voor mij te weinig trompet, deed me aan een middeleeuwse melodie denken. Heel sensitief en meditatief vond ik de improv van Nearer my God to thee, waarvan ik hoop dat het bij mijn en wat mij betreft bij ieders crematie gespeeld zal worden, schit-te-rend.

Voor een orgelconcert trekt Van Hoef een aardige pluk publiek. Zou hij de relilijn wat loslaten en bijvoorbeeld de Aria over Psalm 121 van Propitius en Asma’s Verlosser, vriend, gij hoop en lust inruilen voor Flight of the bumblebee of, nog beter een eigen bewerking van, pak ‘m beet Bella CiaoSpace Oddity van David Bowie of iets uit het vroege werk van Crossby, Stills, Nash & Young en een sexy bewerking van de Champions League Hymne, dan zou je een breder = jonger publiek bereiken. Het hoeft geen Ali B te worden, maar het mag nog wel wat wilder, sexyer en hipper. Nog even terug naar Saint Saëns: een heerlijke inzet die naadloos naar de Babe-melodie overgaat: kippenvel, douze points. Mijn metgezel, grossierster in understatements, mompelde, voor haar doen in overcomplimenteuze bewoordingen: ‘Dit vind ik wèl leuk.’

Met de rug naar het orgel zitten is nooit heel fijn, maar deze organisatorische imperfectie werd goedgemaakt door enkele <bescheiden> tv-schermen, die de hand- en vingerposities en de registermanipulaties van Gerts assistent mooi toonden. En voor diegenen die af en toe even wegsoesden was het prettig dat het repertoire werd beschreven in beeld.

Motette, Bach en Gothics in Leipzig,

Drie concerten in twee dagen, dat is in Leipzig een makkie. In het weekend worden er in de Thomaskirche en de Nicolai Kirche allerlei concerten georganiseerd. Eintrittspreise zijn vaak € 2,- maar dan moet je ook een prevelement van een Pfarrer(in) voor lief nemen. Die van de Nicolai Kirche gaf desgevraagd als reden dat men op zeker moment meer waar voor het geld wilde bieden.  In het pinksterweekend wordt Leipzig overspoeld door duizenden verkleden die Gothicje spelen. Het ‘Wave Gotik Treffen’ trekt liefhebbers uit alle hoeken en gaten uit Duitsland en ver daarbuiten. We zien zwaar opgemaakte amateurpolitici van de Grünen, boerinnen uit de Harz, leraressen algebra en Duits uit München en makelaars en ambtenaren uit het Rijnland. Eerst veronderstelde ik nog dat het woord ‘schwarz’ zou duiden op de zwarte kousen die elkaar met Pinksteren zouden komen opwekken en opladen als een accukabel een tot op de draad versleten accu, maar nee, schwarz is de kleur van de make-up, de steeds buitenissiger gewaden en attributen van de ware liefhebbers. 

Pfarrerin Britta Taddiken had met d’r lange zwarte toga alles van een onversneden Gothic Witch, maar was het niet. Ze opende de muzieksessies in Bachs Thomaskirche met een verwijzing naar de ontmoeting tussen Queen E. en Donald T. De tweede sessie op zaterdag was aangekondigd als Bachs Motette, maar deze tekst moet men maar nemen als bijbelteksten, homeopatische recepten of vennootschapsbelastingaangiften van Shell: geloof ze of onderzoek ze. Maar ze komt ermee weg. Natuurlijk leggen Bartholdy, Brahms, Altnikol, Eccard en Thomas het af tegen Johan Sebastian Bach, van wie de eerste drie Coro-regels alle Leipzigse Gothicmuziek wegblazen als een fabrieksventilator Tata Steels fijnstof. Op vrijdag zitten er 300 en op zaterdag 500 toeschouwers in de kerkruimte. Stijfjes, de blikken gericht op de plafonds en de vloertegels en niet zelden de ogen gesloten als de pre-orgastische fase op het aanrechtblad in het weekend. Schitterende muziek. Bijna zeventig jongens en jonge mannen, zingen, in toom gehouden door cantor <what’s in a name> Gotthold Schwarz, met een klasse, een ingetogen gratie en een expressieve uitbundigheid als Friese eerstepremiepaarden rennen op Amelandse dijken.  De oude Johan Sebastian, geplet onder een met bloemen overladen zerk buiten, geniet mee, weten wij.

Een week nadat we Arjan Lubach in zijn nieuwste show aandacht horen besteden aan orgelmuziek, zitten we in Leipzig op de eerste rang. Maria Wolfsberger speelt op zaterdag in de Nicolai Kirche op het Ladegast-Eule orgel (met meer dan 8.600 pijpen het grootste orgel in Sachsen) stukken van Buxtehude, Scheidt, Bach, Messiaen, Reger en Noetzel. De Drei Variationen Choralbearbeiting über <<Veni Creaotor spiritus>> komen het best uit de verf. Het lichtroze en het mint van de pilaren en de plafonds doen prettig profaan aan, evenals een handvol Gothics die de maagdelijk witte kerkbanken sieren.

Duitsland: stuur de jongens van het Thomanerchor naar het EurovisieSongFestival en hark met gemak en een jeugdig-brute brille de douze points van alle landen binnen als Frans Timmermans stemmen van liberalen.

Gijs Boelen, de Donny van de Beek van de orgelmuziek

Als Bach een combi van Pele, Cruijff en Messi in één is, dan is Gijs Boelen de Donny van de Beek van het orgel. Boelen speelt Bach, Händel, Franck en Boelen. Omgezet in een persoonlijke lijst wordt dat: I: Bach, II: Boelen en Händel en Franck gedeeld op III. Zeer jammer dat Boelens eigen compositie Moto Ostinato niet te beluisteren is op YouTube; via Google kom je bij Petr Eben i.p.v. bij Boelen. Ook zijn Arabische Dans vind ik, na 43 seconden zoeken <en dat is voor internetsurfers verrekte lang> niet terug, ook niet op Boelens eigen website [waarop wel fragmenten van ander, ook lang niet misselijk werk, bijvoorbeeld van Einaudi, zijn te beluisteren]¹. Mijn Donny-van-de-Beek-vergelijking vindt onder de concertbezoekers geen weerklank behalve glazige ogen; dit is een bewijs van wat ik de orgelmuziekbubbel noem. Terug naar de muziek. Bach = een combi van Pele, Cruijff en Messi: de uniciteit en de kwaliteiten zijn ongeëvenaard. Boelen is een jonge organist, een allround middenvelder met zowel aanvallende als defensieve kwaliteiten, een veelzijdige voor wie wat op een exceptioneel complex muziekinstrument beuken en timmeren en vlijen en zoekend tasten en strelen en aaien en uitdagend masseren niet genoeg is, nee, hij componeert zelf. Daarmee ontstijgt hij het leger van uitvoerende musici en wordt een, eh kunstenaar. Niet een uitvoerder of namaker maar een maker. 

Terug naar het concert (op 29 mei ’19 in Coevorden, entree € 9,-). Waarom Boelen met Bach begint is een raadsel, maar daarmee zijn de verwachtingen gelijk hoog gespannen. Na de eerste seconden hoor je het al: hier speelt een topper, Ajax-waardig. Soms inhouden, pingelen, diep over links of rechts, een schijnbeweginkje, een verrassend schot op doel maar nooit schwalbes, overtredingen en shirtjetrekken. Bij een onverwachte situatie, een tweede bal op het veld: gewoon rustig opnieuw beginnen. We slaan Händel en Franck maar even over, the usual suspects zeg maar, prachtmuziek daar niet van en gaan naar Boelens eigen werk: Moto Ostinato. Veelvuldig herhaalde thema’s, ik noteer vier +’jes. Ik verbeeld me zelfs dat het swingt. Geen wonder. In de bijsluiter noemt Boelen invloeden van de symfonische rock en de jazz. En de Arabische dans brengt je naar de allermooiste stegen van de verlokkelijkste Marokkaanse kasbahs, je ruikt de kruiden, de hashiesh, je voelt de zinnenprikkelende zon en de verleidelijke blikken onder halve sluiers en als je niet oplet word je gebeten door een muzikale slang die zich uitrekt om de dansmuziek te horen en net als je een biljet van € 10,- onder een riempje om een snel bewegende buik van een sensueel dansende schone wil steken, is het voorbij.

En waarom dan toch maar een veertig bezoekers? De orgelmuziek moet uit haar zelfgecreëerde bubbel komen. De deuren open. Orgels staan vaak in slecht toegankelijke kerkgebouwen. Het lijkt erop dat de belangstelling voor orgelmuziek gelijke tred houdt met leegloop bij de gastheer. Net zoals Cruyff Foundation met Cruyff courts in stadswijken de jeugd barrièrevrij aan het voetballen krijgt moeten de Boelens van deze tijd orgels op platte karren monteren, de Champions League Hymne bewerken, Ed Sheeran, Duncan Laurence, Franse en Amerikaanse (en vooruit) Nederlandse rappers en zich op markten, sta(t)(d)ionspleinen, op festivals enz. enz. vertonen. Als de bliksem, nu het nog kan.

 

¹Herstel: een fragment van Arabische Dans staat wel op Boelens website. Ik vind het na 2.14 minuten zoeken.

Ramses 85 in de Grote kerk Emmen 28 februari 2019 (€, 27,50)

Met aanjagers/zangers Anne de Blok en Stephan Peters waait er een muzikale wind door de Grote Kerk in Emmen die de bezoekers vrolijk stemt. De band Shaffy 85 speelt de witkalk van de muren en de antieke kroonluchters vibreren zichtbaar, een beetje als het ingetogen publiek dat staand het slotnummer meezingt. Expressief, enthousiast, opzwepend, speels, beweeglijk, inventief, gevoelig, spontaan en vooral muzikaal tot op het bot zijn ze alle vijf: zangeres, actrice, sing&songwriter, theatermaakster en presentatrice Anne de Blok, zanger Stephan Peters (studeerde cum laude af aan het conservatorium), pianist Jochem le Cointre (studeerde aan de New York Piano Academy), bassist (¡Broeia!- en Doppler Trio-lid) Floris Jan van den Berg en drummer Tim Hennekes (21, winnaar van Outstanding Talent Award).

Twee uitstekende keuzen had Rotary Emmen gemaakt met Shelterbox als goed doel en als muzikale act Shaffy 85. De soms toch wat stoffige muziek van chansonnier Shaffy en List kreeg met deze vijf jonge gasten een push up, een boost, een extra vibe. En in de pauze was er voldoende tijd om even naar de kunst aan de muren te kijken, bij te praten over skioorden, de aftrekbaarheid van voorjaarsvakantiekosten voor burn-outlijders, op te scheppen over de kinderen, de nieuwe leasebak of de beste tijd op de Col-du-Vam, en te genieten van een drankje en de retrohapjes leverworst, salamischijfjes, minibifiworstjes, droge worst en komkommerschijfjes: Rotary Emmen -never a dull moment.

Het best zijn de zangers als de beide markante barkrukken worden gelaten voor wat ze zijn zodat Anne en Stephan de zaal kunnen betoveren met een superstrak dansje voor het podium en hun aanstekelijk vrolijke zang. De nummers Houd van mij als de wind, het schitterende, meer dan 100 jaar oude Mens durf te leven (van Dirk Witte), De een wil de ander, Zo triest (om een vrouw), het tijdloze An en Jan en veel meer werden afgewisseld met goede instrumentale solo’s: een schitterend jazzy uitgewerkt Laat me van pianist Le Cointre (die op afstand iets wegheeft van een juveniele  uitvoering van Guy Verhofstadt) en een langzaam startende en opzwepend eindigende drumsolo van Hennekes vervoerden het publiek, dat met zo’n 170 koppen de zaal zo goed als vulde. Het overbekende Sammy werd graag, zij het bij vlagen nogal a-ritmisch en tegen het valse aan, meegezongen, evenals het overbekende, bijna religieuze Zing, bid, huil, lach, werk enzovoort.

 

 

Euwe en Sybolt de Jong Kerst in Contrast (Martinikerk Groningen 22 december 2018): orgel en kofferharmoniums

Het gaat bij Kerst in Contrast om de herkenning van de muziek en om het sentiment van Kerst. We  worden verrast met de mooist denkbare muziek die van alle kanten naar het centrale podium stroomt waarna de twee viermans koren in wisselende opstellingen hun loepzuivere zang ten gehore brengen. Het grote kerkorgel, twee koffer- of kistorgels, een alt-viool en een sax completeren het geheel. Heb je de vorige edities van het De Jong & De Jong-kerstspektakel bijgewoond dan zijn het herkenbare melodieën en enkele verrassingen. Kerst is: gekieteld worden met fijne muziek. De in een zijbeuk opgestelde foeilelijke kerstboom benadrukt de kwaliteit van de muziek. De teksten zijn van minder belang. Had het publiek na afloop te horen gekregen dat driekwart van de teksten was vervangen door in het Catalaans, het Latijn en Middelnederlands vertaalde teksten uit de Allerhandefolder, niemand had het gemerkt.  Vooral het zeventiende-eeuwse Catalaanse Fum Fum Fum illustreert deze stelling. 

Je ziet de twee broers die passievol, nauwgezet en meer dan vakkundig musiceren en anderen successen gunnen met, het kan niet genoeg worden gezegd: zeldzaam mooie muziek. Zeldzaam goed uitgevoerd ook. Zeker twee derde van de in een carré om het podium klaarstaande stoelen is verkocht. De prijzen variëren van € 20,- tot € 35,-. In tijden dat de kerken hun uiterste best doen gasten uit de kerken weg te jagen en er weg te houden, is deze publieke belangstelling een prestatie. Zat zeker 75 % van de bezoekers tot vorig jaar bij orgelconcerten op een slechte plaats, nu is met de carrévorm het ei van Columbus uitgebroed. Niet meer buiten in de kou wachten, niet meer rennen om een pilaarvrije plaats; deze opzet biedt alom vrij zicht.

Terugkijkend op het concert kost het moeite niet in elke zin de overtreffende trap te gebruiken. Prachtige jonge stemmen, prachtige kistorgeltjes, een uitmuntende, bijna geile, jazzy sax en een koele, smeltende, altviool. Zelfs afleidende geluiden als een lelijk hoestje, een uit de handen vallende telefoon, een opgevoerde, knetterende Aprilia SRV850 op straat achter de ongeïsoleerde kerkraampjes zorgden eerder voor een glimlach, een beetje als de opluchtende darmontluchtinkjes van een stokoude, dove tante na een copieus kerstmaal, dan voor overlast. De gewone wereld is niet ver, denk je dan even. Eindelijk wordt de kerk gebruikt waar zij het geschiktst voor is. Nu de galmende stemmen van door mensen uitgevonden en uitgemolken religies in het slop zitten, wordt de kerkruimte te gelde gemaakt met verrekt goede muziek.

Heel soms bekruipt me de angst dat de musici te veel willen. Maar dat valt mee, de ambities worden waargemaakt. Het meest interessant is The Lamb, waarbij sopraan Lette Vos een stuk van Tavener in zeven noten zingt waarbij de countertenor in spiegelbeeld antwoordt. Dankzij de toelichting herkennen we de complicaties en ruilen we ‘vloekend’ in voor ‘razendknap’. Het grootste compliment is wellicht dat mijn muziekmaat, iemand die, understatement van het jaar, niet gek is op kerkorgelmuziek, haar zelfs voor aanstichters van misofonie houdt, zeg maar mijn heilige Maria die kan vloeken als een bootwerker en wier muzikale smaak stopt bij Edje Sheeran, The Pointer Sisters en U2, niet in slaap dommelt maar na afloop enthou haar plaats boven de zerkencollectie verlaat. En dat komt geheel op het conto van de broers Euwe en Sybolt, die kunnen spelen alsof ze één zijn. Deze keer hebben ze zichzelf bij de uitvoering een bescheiden plaats toebedeeld. Martini’s huisorgel wordt helaas slechts enkele malen bespeeld. De harmoniums, centraal op het podium opgesteld iets vaker, maar de meeste aandacht gaat, terecht, uit naar de acht superstemmen. Euwe lijkt de organisator en Sybolt de rechter hand Bachs. Meer dan 100 arrangementen maakte hij van de geluidskunstenaar.

De presentatie was deze keer in handen van Annette Timmer. Zij vertelde met fluwelen stem, godzijdank rekening houdend met de akoestiek en aldus woorden in lettergrepen verdelend als een juf voor groep één allerlei faits divers, o.a. dat het Schnitger/Hinsz-orgel maar liefst 3500 pijpen telt en 35 registers en dat Euwe de Jongs O Magnum Mysterium echt mysterieus is. De bijzin dat als je alle pijpen achter elkaar legt je een deel van de Randje-Drenthe fietsroute kan beleggen, denk ik er zelf maar achteraan. Een schitterende muziekavond. Volgend jaar weer!

Najaarsconcert Toonkunstkoor Emmen 3 november 2018 (€ 27,50)

Prima koor, uitstekend orkest, heel goede solisten, vakkundige dirigent, aangename akoestiek, redelijke stoelen, matige catering¹, povere publieksorganisatie², professioneel programmaboekje en ge-wel-di-ge muziek. De balans tussen het orkest en het zestigkoppige koor is stevig als een duwbootconstructie op een rivier. Bij de start houd ik mijn hart vast: we tellen slechts vijftien mannen. Maar het gaat (net) goed. Binnenkort bestaat het koor 75 jaar, als die verrekte griep zich maar gedeisd houdt …

Het koor is in drie rijen verdeeld. Dat zouden, gezien de curieuze breedte van de zaal (de G. H. kerk te Emmen) ook twee hebben kunnen zijn. Voor het publiek is het jammer dat sommige koorleden bij de meest simpele teksten naar de bladmuziek blijven turen als koningskinderen naar hun belastingvrijstellingen.

Toonkunstkoor Emmen met v.l.n.r. Van Heel, Janssen, Ziegler en Raykov

Klinkt de start van Bachs Magnificat nog wat onzeker, gaandeweg het concert, zeg maar vanaf het Fecit Potentiam en vooral bij Suscepit Israel, wordt het echt muziek. Vooral de sopranen spetteren en laten de systeemplafondplaten trillen. De muziek leidt me helemaal af van de bestudering van de op een tattoo gelijkende, met glittertjes ingezette mouweinden van soliste Helena Van Heels robe. En wow wat hebben de solisten Henrieke Janssen, Evelyn Ziegler, Daniël Vecht die stevig op Sven Kramer lijkt  en Mattijs Hoogendijk een goede inbreng, een beetje als de teamleiders in een schoolorganisatie.

In Vivaldi’s Gloria hoor je goed dat Bach net wat meer noten nodig had voor zijn meesterwerken dan deze Italiaan en later ook Mozart met zijn Krönungsmesse. De start met Gloria in exelsis Deo belooft wat: lekker weinig tekst en een goede koorpresentatie. De mannen zijn zelfs heerlijk bezig in het Qui tollis peccata mundi. Dirigent Iassen Raykov heeft soms maar minimale handbewegingen nodig om het koor te leiden naar wat de componisten bedoelden.

Er is wat verwarring na afloop van het eerste deel, mag er nu wel of niet geklapt worden. Deze klapkramp veroorzaakt een koddig tafereel wanneer het publiek applaudisseert als de solisten al halverwege de koffiekamer zijn. Brrr.  Klassiekemuziekuitvoeringen zouden nog leuker worden als de musici niet steeds zouden doen alsof hun concentratie bij het minste of geringste applaus zou oplossen als publieksdorst bij het gemis van een lekker pauzedrankje.

Dan de Krönungsmesse van Mozart. Er wordt van harte gemusiceerd, het koor zingt bij vlagen voluit en ongeremd en in een prachtige combi met de solisten. Een krakende stoel, papiergeritsel, onverstaanbare teksten, wie maalt daarom bij het horen van het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei: prachtig, prachtig.

 

¹Koffie en thee voor € 1,- uit kannen schenken in de pauze kan eigenlijk niet meer. Inruilen voor flesjes fris, bier en glaasjes wijn.

²Stoelen vrij houden voor sponsoren, brrr. Op de eerste rij heb je dan twaalf lege plaatsen voor typen die betalen om maar niet te hoeven komen.

Orgelconcert Eeuwe Zijlstra Hervormde Kerk Coevorden 1 augustus 2018 (€ 9,-)

Heeft master organist Zijlstra de volgorde van zijn muziek veranderd met als gevolg dat hij al buigend het applaus staat te ontvangen terwijl het publiek nog niet begonnen is met klappen? Een prachtmuziekavond is het met kalknagels in wittig uitgeslagen museale sandalen, zweetplekken van oksels tot ellebogen, natte matjes, harige mannenkuiten onder een stoere driekwarter, sexy spatadertjes onder zomerjurkjes en windvlagen door de kerkruimte. Ik denk echt even dat die worden veroorzaakt door Eeuwe’s intense spel, per slot van rekening zijn orgels blaasinstrumenten, maar het zijn slechts de vier plafondventilators in combinatie met de twee bevroren bazuinblazers op het orgel. Zijlstra activeert registers, pijpen, tongwerken en windlades die lang onder het stof lagen en waarvan ik het bestaan amper vermoedde. Bij orgelconcerten heb je de kijkers en de luisteraars. Ik hoor tot beide. Eeuwe zwiert met zijn linkerarm als Rieu op het Plein van de Hemelse Vrede terwijl hij met rechts een flitsende fluittoon produceert. Hij kromt zijn rug als Epke na een Gaylord II en ontspant vervolgens als een paaldanser na een personeelsuitje bij de Franse Alliantie. Mijn avond was toch al goed begonnen. ‘Út Damwâld, ik wenne tsjinoer Eeuwe, ik ha wol mei him boarte,’ zei de eerste concertbezoekster toen ik vroeg waarvandaan ze kwam. ‘Ik spylje oargel by Eeuwe.’ ‘Mar giest dan ek yn Dokkum nei skoalle?’ ‘Jawis.’ Mijn hersenen begonnen te tollen. Had ik haar in mijn jeugdige verlegenheid ooit over het hoofd gezien? Ik dacht dat ik alle meiden uit de Friese wouden wel kende. ‘Hoe âld bisto, ik bedoel fan hokker jier bist?’ ‘Ik bin seisenfyftich,’ antwoordde ze met een alles verzengende lach. Haar leeftijd en het feit dat ze gymnasiaste was, verklaarden waarom ik haar eind jaren zestig in de fietsenkelder naast de Dokkumer Ee had gemist, daar waar alles gebeurde wat rector Heukels, stoker Brouwer en onzelieveheer verboden hadden. Als ik de bijsluiter bij het concert lees, zie ik dat Zijlstra als alle organisten lijdt aan de hoofdletterziekte. Er hoeft maar een diploma voorbij te komen, of, bij andere muzikanten, een snoepreisje naar Dresden, Kampen of Montpellier, of de hoofdletters dansen over het papier als afzwaaiers van Huntelaar of Serena Williams in het stadion. Na een hogeschoolvertolking van Post, Bach, Andriessen, Langlais, Cocker en Gárdonyi staat Zijlstra op en buigt. Bovenste beste humor vanaf de kraak. Ondertussen pijnig ik mijn hersens met Goaitske, Eabeltsje, Engeltje, Hemke, Hendrikje, Geertje, Tetje, Neeltje…..

Inloopconcert Henk Stekelenburg en Janet Emmelkamp 21 juli 2018 Grote Kerk Emmen

Als je Where e’er you walk kent en je hoort daarna bij een inloopconcert op een bloedhete zaterdag in juli 2018 in de Grote kerk te Emmen Janet Emmelkamp, begeleid door organist Henk Stekelenburg dit stuk van Händel zingen, beluisterd door een 140 luisteraars en bekeken door portretten van Ellen Kroeze, onder meer van een zeer strenge, misschien geschrokken kijkende, fronsende vrouw, dan denk je: prachtig gedaan Stekelenburg, Emmelkamp en Kroeze en je verwondert je des te meer over de muziek die je kent van counter-tenors Andreas Scholl en Philippe Jaroussky.

Voor de rest staat er deze middag uitsluitend Engelse orgelmuziek op het programma van mannen als Walton, Campion, Dowland, Purcell, Camidge, Wesley, West en Quilter. Typisch van de Engelse orgeltraditie is dat er gespeeld werd op klavierorgels die geen pedalen hadden. Als gevolg van de brexit van de katholieke kerk in Engeland en de take-over van de Anglicaanse werden er nogal wat kerken omgetoverd in ruïnes en kerkinterieurs kort en klein geslagen. Later kwam er een revival van de orgelmuziek.

In tijden dat de meeste kerken door multifunctioneel te worden het vege lijf kunnen redden, ongeveer als belastingkantoren voor leden van de koninklijke familie, zet de Grote Kerk te Emmen de toon met een combi van beeldende kunst, orgel- en pianomuziek met niet-alledaags kwalitatieve zang. En het werkt en hoe. Deze middag moeten er zelfs stoelen worden bijgezet en aanstaande maandag staat er een goddelijke biertap en worden er uitstekende wijnen geschonken . . . .

Stekelenburg is een uitstekend organist die met Passacaglia van John E. West, de Introduction and aria cantabile van Samuel Wesley en Händels Where e’er you walk op zijn best is. Het draaiorgelintro van Matthew Camidge in ‘Con Fuoco’ (‘met vuur’) mag er ook zijn.

Het concert wordt besloten met My lady greensleeves en Drink to me only with thine eyes en nee, dit laatste nummer is geen drank- maar wel een liefdeslied. Beide nummers ken ik door en door, want ze stonden ooit op het repertoire van het koor in Sleen (waarin ik van 1995 – 2005 zong). Stekelenburg begeleidt Janet Ekkelkamp op de piano en ze vormen een uitstekend team. Als we de kerkruimte verlaten denk ik alvast aan de presentatie van de Gouden Pijl die hier aanstaande maandag zal plaatsvinden met

de kuiten van Kjeld Nuis

gasten als Kjeld Nuis, die behalve een sympathieke uitstraling, een puntige sik gestroomlijnde kuiten heeft. Good old Hennie Kuiper is er dan ook bij. In drie dagen twee keer naar de kerk. Mijn moeder zou zich, knipogend en glimlachend, in haar graf omdraaien.