Spanje 5: Intemperie

Den Uyl

Jesús Carrasco’s Intemperie verhaalt van een vluchtende dorpsjongen. Een vlucht wil ik het niet noemen, maar een soort uittocht is het zeker wanneer we op zondag 15 maart noordwaarts kachelen in een stoet van campers, enkele caravans en een zootje ongeregelde Poolse en Roemeense minivrachtwagentjes. De zon schijnt en de temperatuur en dieselprijzen wisselen als seksuele contacten van plattelandsmeisjes die voor het eerst in Salou zijn. De lange weg naar Lyon rijdend krijg ik visioenen van een premier die een verstandige toespraak zal gaan houden die me voor hem zal innemen. Verdomme, ik zal toch geen VVD’er worden? Ik vergelijk Ruttes toespraak met die van Den Uyl in december 1973; allebei getuigend van ferm en fier staatsmanschap. Vergeleken daarmee is de sprekende koning een sneue ledenpop. Al rijdend tast ik mijn geheugen af. Na afloop van Den Uyls rede sprak mijn moeder in een evaluerend gesprekje met mijn vader met bedroefde stem en vooruitziende blik de historische woorden: “Dizze man haldt ús bern út de tsjerke, Anne”¹ en ze onderdrukte een traan terwijl ze de kuiven van de beide Benjamins gladstreek met een likje spuug. Mijn vader die Den Uyl met zijn VAD²-plannen wel kon wurgen keek haar eens aan en mompelde iets als: “Dat sil mei ús Jaap Boersma³ neist dizze

Boersma

úfretter toch wol in slagje meifolle, Sjoukje,” stak een filterloze Golden Fiction op, legde het sigarettendoosje met die adembenemende zilveren band op tafel, inhaleerde inhalig, peuterde een stukje droge worst tussen de kiezen vandaan, bestudeerde dat als grefo’s de geschriften van Luther, droogde zijn vingers aan de binnenkant van zijn sokken, nam zijn kunstgebit in de handen en liep vervolgens naar de keuken om onder de keukenkraan zijn gebit, met wat Vim op de afwaskwast, schoon te boenen boven de gootsteen waarin net een door een buurman geslachte kip was schoongeboend. Wie kon toen bevroeden dat mem met vijfenhalf van de zeven kinderen die zouden uittreden, gelijk zou krijgen?

Spanje scherpt, voorgegaan door Duitsland de reisadviezen aan. Ze zijn als een soort uiterste houdbaarheidsdata. Men gaat er rekkelijk of precies mee om. Duitse inreisverboden wakkeren onze verplaatsingsdrift aan als zandstormen bedoeïenen. In Valencia worden de feesten van Las Fallas afgeblazen. Las Fallas doet me aan carnaval denken. In Nederland was het carnaval een brandhaard. Dat het carnaval een feest is met de wortels in de religie bewijst ook nu onomstotelijk dat godsdienstuitwassen niet bepaald bevorderlijk zijn voor de volksgezondheid: alles achter de voordeur houden ware beter.

Spanje 4; Un asunto serio

Dat onze Spanjetrip anders gaat worden is duidelijk. We volgen de ontwikkelingen in Nederland via de NOS-app en als ik mezelf wil frustreren via de ultimas noticias van El Pais; de datos actualizados zijn eenvoudiger te interpreteren. We ontmoeten Nederlanders die zich hebben uitgeput met vijf maanden rustig aan doen aan de costa’s. In El Campello, acht kilometers van Alicante vraag ik mijn buren: “Hoe fiets je het best naar Alicante?” “Ach, ik heb het geprobeerd maar die fietspaden hier zijn verschrikkelijk, ik heb het opgegeven.” Naar Alicante fietsend, begrijp ik hun antwoord steeds beter. Onaffe straten, onbegrijpelijke wegafsluitingen, afval en gebroken glas op plaatsen waar beter afvalbakken pasten. De algemene organisatiegraad in Spanje is lager dan die in Nederland. Ik bedenk een televisieformat waarbij mensen aan de Spaanse kusten tiny houses plaatsen zonder de autoriteiten te verwittigen. Mijn oudste broer waarschuwt me voor de gebrekkige Spaanse zorg. Ambulances zijn vaak slecht toegerust. Hygiëne laat te wensen over.

Als bewust facebookloze heb ik tijd. Psychiater Witte Hoogendijk meent in de Volkskrant dat rationalisten het het gemakkelijkst hebben in deze tijd. Dat herken ik. Ik blijf 20.000 Nederlandse tabaksslachtoffers per jaar in Nederland afzetten tegen de nieuwste aantallen Coronadoden. Het wil maar niet erg worden. Hoogendijk, ook een liefhebber van inkoppertjes natuurlijk, constateert dat je beter serieus nieuws kan volgen dan social media.

Als het woord lockdown in het Spaans en Nederlands wil binnendringen als spermatozoïden in, nou ja ik bedoel virussen in mannenlijven wordt het un asunto serio. Als derden mijn bewegingsvrijheid willen bepalen, hoe goed bedoeld ook, dan word ik onrustig. Terrassen en restaurants worden gesloten. Stranden no go areas. Supermarkten blijven het goed doen. De Lidl wil maar geen lege schappen vertonen. Frankrijk gaat grenzen in de gaten houden als overblijfmoeders schoolpleinen. Nederlandse verslaggevers blijven hardnekkig hun in de studio voorbereide antwoorden via gesloten vragen ontlokken aan vriendelijke Madrilenen. Camping sanitair wordt vaker geboend en gespoeld met bruistabletten. Het werkt. Blauwig wc-water stelt gerust als blauwe latex handschoenen aan zorgpersoneelhanden. Met pijn in het hart neem ik afscheid van katoenen zakdoeken en besef hoe smerig handen schudden en met schoenen huiskamers betreden eigenlijk is. Een schoonzus was de tijd ver vooruit door al jaren geen echte begroetingszoenen meer te geven maar kunstig met bijpassende plofgeluidjes samenvallende luchtverplaatsinkjes in de vorm van klapzoentjes.

Op afstand bepalen twee seniore muziekpikken en ik dat de Matthäus Passion, waarvoor we speciaal een stichtinkje hebben opgericht zal moeten worden afgelast. Godver, wat zal ik het openingskoor, het supermooie en uitgerekte Mache dich mein Herze rein en de vrolijke melodie van Gebt mir meinen Jesu wieder of Können Tränen meiner Wangen en het eindeloos repeterende en door een schitterende cello ondersteunde mantra van Komm süsses Kreuz so will ich sagen in de Sleense akoestiek missen op 5 april. Nog eentje dan: Mache dich, mein Herze, rein. Gelukkig word ik als Vrouw I me vraagt wanneer we de Matthäus-cd’s gaan afspelen.

Spanje 3; klimmuurtje, Bregman en rijstvelden

In Valencia fietsen we door de stad en stuiteren tegen te hoge stoepranden als balletjes tegen geluidsranden in flipperkasten, maar wat is dat gaaf. Spanjaarden zijn in dubio: ze waarderen je fietslef maar ze haten het door jou veroorzaakte oponthoud. Op zondagmorgen met dik duizend man naar een recital in het Palau de les Arts Reina Sofia en daarna een drankje in het park. Mouwen opgestroopt en randen van de korte broek tot in de liezen omhoog geduwd om geen zonnestraaltje te missen. Op weg naar de haven en naar het strand in de opkomende wijk Nazaret passeren we een muur die het uitzicht belemmert. Halverwege een ingelast klimmuurtje. Ik vraag een passerende mevrouw, Luna, ernaar en ze vertelt me dat achter de muur een parkproject van 85 ha wordt ontwikkeld en dat een Institución des Deportes voor het klimmuurtje heeft gezorgd.

In de Jardín del Turia, het door Valencia meanderende park, wordt op zondag gewandeld, gefietst, gevolleybald, gejogd, gestept, gerugbyd, getai-chied, gevoetbald en gebaseballd dat het een lust is. Flatgebouwen, musea en koepelkerken kijken goedkeurend over de afscheidende muurtjes en houden toezicht als giraffen over dierentuinhekken. We pakken een boek en als luisteraars op poëzieavonden suffen wat weg  in bedachte werkelijkheden van Mark Haddon of Piet Oly.

Wil ik eens lekker schaterlachen dan pak ik Rutger Bregmans De meeste mensen deugen erbij en lees ik over gefileerde psychologische onderzoeken. Deze schrijver deugt. We wisten natuurlijk al dat in de sociale psychologie zo’n 50 % niet repliceerbare onderzoeken als normaal en, godbetert, acceptabel wordt beschouwd. Maar dat hij psychologie ergens vermakelijk straattoneel of volkstheater noemt en daarvoor naar mijn weten (nog) niet vervolgd wordt, geeft te denken over de beroepsgroep. Manipulaties, betaalde en/of vooraf geïnstrueerde proefpersonen, gebrekkig toezicht, het lijkt wel op hedendaags bankentoezicht. Bregman is een nieuwsgierige, interessante denker en goede vragensteller. Hij spant de kroon in het hoofdstuk over het mysterie van Paaseiland. Hij ontrafelt het raadsel van de supergrote beelden op een eiland waar geen bomen groeien. Kannibalisme, een stammenoorlog tussen de Lang-oren en de Kort-oren en een soort beeldenstorm completeren de ellende. Wetenschappers (archeologen, geologen, filosofen) bijten hun tanden erop stuk en publiceren de ene onzinanalyse na de andere. Maar dan maakt RB kennis met de naar Bach-cantates luisterende bloemetjesoverhemden dragende Jan Boersema (milieubioloog, met belangstelling voor geschiedenis en filosofie), die het logboek van de kapitein Roggeveen die in 1721 Paaseiland herontdekt had, even had gelezen en alle wetenschappelijke opvattingen die tot dan toe als waarheid waren beschouwd, op de kop zette.

Rood geverfde en van een middellijn voorziene fietspaden leiden ons langs smalle stranden naar Pinedo, zuidelijk van Valencia. Bamboestruiken filteren het zicht op slordige volkstuinen. Plastic stroken wapperen in de wind. In de verte containerschepen als kleurige dobbers. Strakblauwe lucht. We zien steeds vaker mountainbikers met zakdoeken voor de mond. Op de camping lezen we over Corona en de Amerikaanse battle van de bleached dentures, waarin Biden op overleven afstevent als een in plastic netten verstrikte zeehondenopa.

De OESO rapporteert dat Spanjaarden zowat de hoogste levensverwachting hebben. Daarnaast dat In Spanje de minste moorden worden gepleegd en dat er veel sociale ongelijkheid en armoe is.

We komen én fietsverhuurders tegen die geen puf hebben even een lekke band in goed geoutilleerde werkplaatsen te fixen, of natuurlijk de juiste binnenband ontberen, of, ‘lo siento, no tengo tiempo’ het is bijna 13.30 uur én een rijstboer. Alfonso Garçia legt ons graag de irrigatie van de rijstvelden uit en brengt ons, onder werktijd, naar het binnenmeer Albufera alwaar we kunnen zien hoe de schuiven werken die de waterlopen leiden en controleren. Alfonso begrijpt, gracias a dios, mijn krakkemikkige Spaans. Hij moet lachen als ik van een verhoging spring en enkeldiep wegzink in de vette, natte klei waarmee hij dijkjes maakt. Mijn fancy sneakers worden werkschoenen.

Spanje 2; In de klauw van Klotinden

Probeer maar eens bij een Spaanse rijwielhersteller in je nieuwste Spaans uit te leggen dat de schijfremmen van je mountainbike een naar metalig geluid maken. En dat het dan toch lukt, kijk dat gevoel heb ik graag. Vale, mira, bij de sympa bakkersvrouw vragen om een multicereal i.p.v. een witte plakbaguette die je darmen verkleeft en verstopt als een reparatieplug een buitenband van een drietonner, dat gaat, gesteund door glimlachjes en heen en weer schietende pupillen al heel aardig.

Ik wil een evenwicht zien te vinden in mijn beeld van Spanje en zoek daarom naar een uitgebalanceerde mix van Spaanse pros en cons. Dus èn constateren dat de situatiekaart van de camping je verneukt door te suggereren dat achter de heg het strand al begint èn vaststellen dat de jeugdwerkloosheid in enkele jaren van boven de 35 naar 15 % is gedaald. Constateren dat de verstikkende greep van het katholicisme, het koningshuis en Franco de Spanjaarden onder de dikke debiliserende duim hebben proberen te houden, maar ja, bij alle drie was/is de keus aan de Spanjaarden zelf naturalmente, naast oog hebben voor een welhaast aangeboren houding open te staan voor grensoverschrijders. En daarvan zijn er veel.

In het voorjaar is Spanje het land van de geknotte en uitbottende acacia, waarvan de nieuwe loten naar buiten willen spuiten als ontsnappende lucht na een bloeddrukmeting, uitbundig bloeiende krentenbomen, de prunus japonica, die in geteelde toestand in de verte doet denken aan groepjes aan anorexia lijdende synchroonzwemsters die hun roze beentjes schuin omhoog boven de waterlijn naar de zon priemen en dat nog synchroon ook, hoerige bougainvillea’s en overschatte uit Nederland geïmporteerde voetballers.

Gelukkige Slaven van Tom Lanoye, De meeste mensen deugen van Rutger Bregman, 21 lessen voor de 21e eeuw van Yuval Harari en In de klauw van Klotinden van Piet Oly vullen de leemten van wifi-gerelateerde bezigheden en onvolgbaar nieuws over de nieuwe plagen: overstromingen, sprinkhanen en virussen die maar niet de vaart van muizenexplosies willen evenaren en de effecten waarvan maar niet in de schaduw kunnen staan van de 20.000 jaarlijkse doden die de door de Nederlandse staat gestimuleerde tabaksindustrie eist.

Spanje 1; No es lo que hay

Zoals Martinus Nijhoff het ver in de vorige eeuw al zei: ‘Lees maar er staat niet wat er staat,’ zo zegt de Spaanse Nederlander Vincent Werner ‘No es lo que hay’ of in de titel van zijn e-book ‘It is not what it is, the real (S)pain of Europe’. Werner bekritiseert Spanje, maar dat doet hij uit liefde, hij werkt en woont al bijna 20 jaar in Barcelona. Zijn boek is bedoeld als een wake-up-call, hij wil Spanje een spiegel voorhouden. Als ervaringsdeskundige heeft hij nogal wat kritische noten gedistilleerd: de traagheid, bureaucratie, slappe arbeidsmoraal, gebrekkige talenkennis, vriendjespolitiek, financieel wanbeleid en ga maar door. Tegelijkertijd heeft Werner oog voor de positieve kanten van Spanje en roemt de vriendelijke Spaanse mensen, het schitterende klimaat, de kansen die het land heeft om uit te munten. Spanjaarden reageerden op Werner als kritische familieleden die elkaars falen en feilen en horkerigheden maar al te goed kennen en herkennen, maar het niet dulden wanneer derden daar een mening over verkondigen.

Werners boek is in 2018 uitgegeven als een e-boek en dat is voor de papierenboekverslinders meer dan jammer. In mijn omgeving worden die alleen maar gelezen door oude dametjes die ze zwart lezen omdat ze de boeken illegaal want zonder te betalen met elkaar uitruilen als puberjongens dat in de vorige eeuw in schoolfietsenhokken deden met seksboekjes.

We gaan op onderzoek. Via een onlinetalencursus bekwaam ik me in het Spaans. Dat valt voor een middenzestiger met meer dan gemiddelde belangstelling voor talen nog niet mee. Vierenzestig jaar oude geheugens werken soms als gootsteenfilters: natuurlijk blijft er wel eens iets achter, maar het meeste vliegt er ongehinderd door. De tweehonderd minilesjes, per dag ongeveer 15 minuten, leveren een redelijke, zij het voornamelijk passieve kennis van de taal op, maar de actieve component blijft ver en ver achter. Naast het doornemen van het ingenieus opgezette cursusmateriaal lees ik een Spaans boek: Intemperie van Jesús Carrasco met daarnaast de vertaling (De Vlucht) en weer daarnaast twee Prisma woordenboeken. Spaans zou een niet moeilijke taal zijn, hoor je veel mensen zeggen die ooit ergens hebben gelezen dat persoonlijke voornaamwoorden veelal achterwege blijven of dat de Spaanse werkwoorden op -ir, – ar en -er op dezelfde manier vervoegd worden in de futuro. Dat haal je de koekoek. Valencia, vamos!

Valencia 2

Hoewel er enkele prima fietslaantjes zijn aangelegd biedt Valencia nog veel te weinig ruimte aan fietsers. Vanaf de achtste etage van El Mirador del Ateneo kijk je neer op Plaza Ayuntamiento: voor alle verkeersdeelnemers zijn er hulplijnen maar fietsers lijken niet te bestaan. Er zijn meer milieuslagen te maken: de stad is niet bepaald autoluw, de bussen zijn bijna allemaal diesels en stoplichten staan voor voetgangers korter op groen dan voor auto’s.

Op zondagmiddag zijn er matineeconcerten in het Palacia de les Artes Reina Sofia. Vandaag doet het Palacia moeite op een kreeft te lijken. Het concert is zo goed als uitverkocht. Tickets kosten slechts € 5,-. De 1.400 toeschouwers, toeristen, kinderen, Valencianen, allen muziekliefhebbers genieten van Dvořák en Montsalvatge. De ticketcontrole is extreem effectief zodat de plaatsen snel worden ingenomen. De akoestiek is excellent. De violisten van het Kamerorkest van de gemeente Valencia spelen staand. Dat maakt de sfeer minder statisch. De muziek klinkt prachtig.

Bussen en trams rijden tot vlakbij het strand. Het zand is fijn als straatmakersvulzand. Half oktober is het nog 27 graden. Toeristen en locals liggen op te kleine handdoeken te zonnen, te lezen of elkaar in te smeren. Door je oogharen zie je moderne varianten van taferelen van Jongkind en Israels. In de verte doen Spaanse vissers hun best om de aanvoer voor de Mercato Central veilig te stellen.

Op nationale feestdagen zijn musea in Spanje gratis. Niet dat dat direct een run oplevert, bepaald niet; we zien met knuppels (!) uitgeruste zaalwachters die urenlang staan te tinderen of facebook bijwerken. Het relatief kleine Museu de Belles Arts de Valencia heeft zalen middeleeuws tot modern werk. Picasso contrasteert met oude meesters als Valencia’s Ciutat Vella met Ciutat de les Arts & Les Ciènces. Museum IVAM heeft prachtige toiletten, Nederlandse schilders (Ket, Wilmink, Toorop) uit het interbellum en ruim geëxposeerde moderne kunst waar zaalwachters van gaan gapen. 

Valencia, la ciudad de la luz

Het is 17.00 uur maandagmiddag zeven oktober 2019. De voordelen van een extra taal leren worden breed uitgemeten op straat. Een paar honderd mensen zitten stil te luisteren. Een TedTalk houdt voorbijgangers op de banken. Voertalen zijn Engels en Spaans. Behalve dat een extra taal de communicatie in stand kan houden en verbeteren, houdt het ook Alzheimer op afstand. Locatie is de wijk El Carmen. Hier is ook het mooie Centre del Carme, een cultuurpaleisje in een voormalig klooster. Dit museum bewijst dat bomvolle muren niet altijd een pre zijn, ze leiden maar af van het prachtige gebouw met de witte ruimtes die je automatisch tot contempleren brengen.

Valencia noemt zich evenals Sittard, Florence, Parijs, Hindeloopen en Brugge de stad van het licht. In het najaar kan nazomerlicht een brokkelige stenen muur in goud veranderen. Daarnaast is de agglomeratie V de stad van 1.8 miljoen mensen, een onneembare hoeveelheid wijken met honderden pleintjes en een kleine duizend straten en straatjes, sommige te klein voor haastige cartografen. Prima openbaar vervoer, een schone historische binnenstad, een interessante horeca en een aparte, twaalf kilometer lange tuin, Turia Jardin, die vroeger een rivier was en nu de stad in tweeën deelt. De gecultiveerde rivierbedding werd, na een overstroming in 1957, omgetoverd in een stedelijke oase, bedoeld voor sporters, recreanten, wandelaars, bejaarden, kinderen, hondeneigenaren en vooral toeristen die, betaald, in groepsverband een fietstochtje maken van een uur of drie en daarbij ongeveer 15 km kopstaart fietsen.

Het eindpunt van de fietstocht, net voor de haven, is de Stad van kunsten en wetenschappen, Ciutat de les arts y les Ciències, met bouwwerken van Calatrava, een waar hoogtepunt. Bruggenbouwer/architect Calatrava en Valencia werden samen beroemd door het operagebouw Palau de les arts Reina Sofia. Dit gebouw heeft evenveel bijnamen als Nederlandse adjectieven die dierenmishandeling aanduiden.

Niet alleen voor mensen die neigen naar het flexitarisme is stierenrennen in Spaanse straten een nare en wrede vertoning. Middeleeuws bijna. Ik begrijp het niet en wil met een open blik er een vinger achter krijgen waarom een beschaafd land, dat er wel in geslaagd is van Franco af te komen, dit soort vertier toestaat. Het is een wrede mix van traditie, plezier maken ten koste van dieren, opwinding, inspanning en machismo. De ogen ervoor sluiten is net zo effectief als het ontkennen van stikstofgevaren. In het Valenciaanse provinciestadje Lliria worden stieren vol overgave achterna gezeten. Stieren zitten opgesloten en worden dol gemaakt door vuurwerk dat achter hun trailer wordt afgestoken. Een paar honderd mannen staan de stier op te wachten en uit te dagen als klimaatontkenners Greta Thunberg. Zij hebben de kans door stalen spijlen een veilig heenkomen te zoeken. De stier doet zijn stinkende best er één te grazen te nemen. Je hoopt uit alle macht dat het hem lukt. Heel soms wordt een man doodgetrapt. Vrouwen, kinderen en ambulancemedewerkers kijken toe. Applaus klinkt als de stier bijna iemand aan de hoorns spiest. Jaarlijks miljoenen pasgeboren haantjes shredderen, melkkoeien na 5,5 jaar uitmelken naar het slachthuis leiden, stierkalfjes tot worst vermalen, plezierjacht en  vissen faciliteren is natuurlijk heel wat anders.

In de avondoptocht van La dia de la Comunidad in Valencia zie je nog rode banieren die herinneren aan de tijd van Marcus Bakker, Mao Zedong en Ina Brouwer: in Spanje zijn nog communisten. Muziek, buikdanseressen, een versierde wagen met Muzelmannen, antifascisten, extreemrechtse feestverstierders, een stoet communisten, LHBT’ers, regionalisten, veel pelotons ME’ers, lokale politie, nationalisten, populisten, hordes gezagsdragers en veel toeristen maken er een waar carnaval van. Zeker, er zijn overdag enkele spanningen, maar de politie weet door de demonstranten te scheiden, erger te voorkomen.

Valencia heeft uitstekend openbaar vervoer, taxi’s zijn niet idioot duur en fietsen is in opkomst. Stations hebben behalve ticketautomaten, vaak van mahoniehouten lambriseringen voorziene, loketten, waarachter goedgeluimd personeel zit. Aarzelend als opkomend verzet tegen stierenmishandeling, worden fietsroutes aangelegd, soms zelfs met terechte snelheidsbeperkende maatregelen voor snelverkeer. In elke straat lijkt een fietsverhuurder te zitten. Er is een zeer uitgebreid metronetwerk dat tot ver voorbij Valencia’s centrum gaat. Noordwestelijk tot zelfs 25 km.

 

 

San Sebastian / Donostia

Aan de uiterste westzijde van de baai in San Sebastian zijn drie stalen sculpturen tegen de rotsen geprikt als punaises op een planbord. Of ze symbool staan voor de Euro’s die Spanje binnenstromen, vraag ik een Spaanse meneer in mijn tussen A1 en A2 zwevende Spaans. Eerst begrijpt hij me niet. Even later stapt hij op me af en zegt verrast nu de gelijkenis met het € – teken te zien. Hier vlakbij een interessant soort Land Art (of Wind Art). Door vijf buizen die op een pleintje uitkomen wordt op onverwachte momenten harde wind geblazen, veroorzaakt door verhoogde luchtdruk die ontstaat door tegen de rotsen beukende golven. Vrouwen met pit gaan er wijdbeens boven staan en laten de wind doen wat ooit Marilyn Monroe hen op een foto voordeed. San Sebastian of Donostia is een heel mooie stad. Net voorbij de Pyreneeën met zijn harde, gemene uitlopers die racefietsers kunnen plagen, prikken en kwellen als Palestijnse humor rabbijnen. Aan de Atlantische Oceaan met de Kontxa Baai zijn zachtgouden stranden waar een parasol € 18,- per dag doet. Tussen 11.00  en 14.00 uur is hier een interessant verschijnsel te zien. Duizenden mensen lopen als mieren of beter pinguïns of nog beter de laatste katholieken in een soort mars, colonne of processie langs de waterkant. Van oost naar west en van west naar oost, zorgvuldig beide lichaamszijden beurtelings aan de zon gunnend. Rustig maar niet slenterend, opgewekt maar niet schaterlachend, ongeordend maar niet chaotisch, overduidelijk met een door niemand betwiste bedoeling maar nooit blindelings. Het lijkt wel automatisch, bijna een natuurverschijnsel. Op de kaart bekeken loopt de rivier Urumea de stad uit als de pisbuis uit een mannenlijf. Grote parken vormen de groene longen. Een schitterende fietsbaan, de caril rojo, brengt de fietser waar hij maar wil zijn. Natuurlijk is er een handvol musea, maar er is ook het Tabakalera, een Internationaal Centrum van Hedendaagse Cultuur. Een groot en mooi gebouw aan de Urumea en vlak naast de spoorlijn. Op het plein ervoor wordt de bezoeker strak voorbijgekeken door een prachtgraffito van een traditioneel geklede, serieus kijkende Afrikaanse vrouw. Het Tabakalera is geen museum. Desalniettemin zijn er interessante exposities. Nu een overzicht van Filmische Fotografie van Eloy de la Iglesia, Oscuro Objeto de deseo (obscure gewenste objecten). Indringende foto’s. Een kolossaal en een hele muur dominerend jongensportret zoals elke man zich graag herinnert, compleet met navelpluis. Iets verder een bloedstollende injectienaald die mannen nachtmerries bezorgt. Om de hoek een vrolijk makende binnenhuis graffito op een bont beschilderde ateliervloer die bij kijkers glimlachen tevoorschijn tovert als  de afschaffing van dividendbelasting bij ceo’s. 

28 x Andalusië, 22 – 28 MALAGA

Martes, seis marzo. Malaga heeft in zijn eentje wat Cordoba, Torremolinos en Antequera samen hebben. En nog wat meer. Een grote, flitsende, open, mooie, cultuurrijke stad. Schitterend aan het water, de Alboránzee, gelegen. Met ondertussen een autovrije of -luwe binnenstad. De laatste twintig jaar is er op dat vlak veel ten goede veranderd. We doen mee aan een ‘free city tour’ van drie uren. Gids Alejandro vertelt met enthousiasme & deskundigheid over de gezellige, ruime pleinen, fraaie straten met de talloze musea en kerken.  Picasso liet hier zijn sporen na als een pas ontdekte Van Gogh in de TEFAF-brochure. Plaza de la Constitucion, Plaza de la Merced zijn je van het. Straatmuziek, met oog voor detail beschilderde schuttingen, lustig betegelde straten, overal is met zorg en oog aandacht aan besteed. Joáo en Breixo doen het even rustig aan. Ze komen uit Portugal en Joao, de muzikant wordt verteerd door liefdesverdriet en ligt het doel van het leven te overdenken. Breixo (23)  is vrolijker. Als hij zijn schoolcarrière beschrijft maakt hij het gebaar van een door de golven laverend schip dat hier en daar een haventje aandoet en alle tijd heeft om het einddoel te bereiken. Ze slapen op het strand. Ik probeer wat voor de mannen te tokkelen op het eenvoudig geconstrueerde instrument. Een strakke staaldraad als een boog gespannen en op het eind een uitgeharde, open kalebas als trommel.

Miércoles siete marzo. De zon beschijnt de daken tegenover ons als een te felle bouwlamp op gipsplaten in een nieuwbouwhuis. Malaga telt zo’n 28 musea. Nou ja, musea, daar zitten dan ook musea bij over Malagese wijn, Andalusische kostuums, het bisschoppelijk paleis en zo meer. De kathedraal, hier bekend als La Manquita, de eenarmige, telt hier zelfs dubbel: èn als museum èn als kathedraal. Dat is een beetje als een ijssalon bij de KvK meetellen als melkverwerkend bedrijf en als genotshuis. Toen we van Antequera naar Malaga reden staken we wel zestien keer een miezerig stroompje over, de Rio Guadalmedina. Tegenover ons appartement is het uitgegroeid tot een betonnen goot die meestal droog staat en waar Malagezen hun honden uitlaten. Heel soms gaat ergens een schuif open en kolkt er een bruine, licht onwelriekende stroom voorbij, zoals, stel ik me voor, op Twitter na een Forum voor Democratie-discussie.

We bezoeken het CAC, het Centre de Arte Contemporáneo. Een mooi gebouw en een schitterende expositie. Deze maand krijgen Secundino Hernández en de Duitser Stephan Balkenhol de ruimte. Balkenhol toont houten sculpturen. Mannen en vrouwen in erg grote of juist kleine uitvoeringen, los staand in de vrije ruimte of aan de wand gespijkerd. In de vaste collectie zit werk van Norberto Gil, Peter Halley e.v.a. Na een uurtje in de onderbroek liggen en lezen op het strand gaan we de stad weer in. Ik laat mijn schoenen poetsen en we zien grote en voor deze keer uitzonderlijk goed uitgevoerde graffiti.

Jueves ocho marzo. We dwalen wat door de stad. Bij warenhuis El Corte Inglés is het rustig. Bij Victoria’s Secret demonstreren meisjes, vrouwen en enkele jongens voor de expansie van het feminisme. Ze roepen en zingen vrolijke leuzen, o.a. dat ze vandaag een koopstaking houden. Als het rumoer aanzwelt zien we ze vanuit de verte met bh’s zwaaien als cowboytje spelende jongens met lasso’s. We zijn bijna een maand in Spanje en dan valt je weleens wat op. Als je meer dan zestig jaar in Noord-Nederland hebt gewoond, dan is Spanje een schok. Waar zijn de boodschappentassen,  fietsen, zonnepanelen, brievenbussen, stadse geveltuintjes, rollators, snackbars en wekenlange wolkenluchten? Het weer, de vrouwen, het eten, the way of life, allemaal anders. En de infra. Zet de Drentse keienweggetjes, bolle, kierende Groninger klinkerwegen, brokkelige Coevorder stadsvloer met breuklijnen als in kapot abriglas, eens naast de glimmende blokken graniet en zonbeschenen marmerplaten in voetgangersgebieden in Spaanse steden, dan zie je de verschillen. Het Stendhal-syndroom ligt op de loer als verkoudheid in september.

Viernes, nueve marzo. Heel traag klimt de zon omhoog op de muren als ik naar de bakker op de hoek loop. Ik koop hetzelfde als gisteren en eergisteren en betaal drie keer een ander bedrag. Het winkelmeisje en ik verbazen ons er niet over. Ze vindt het vreemd dat ik haar plastic tasje afwijs. Voor Spanjegangers staat altijd wel een markt op het menu, als kikkers voor reigers. Wij bezoeken Mercado de Atarazanas in het oude deel van Malaga. Vlees, vis en vers gestapelde aardbeien. Buiten zit een geduldig wachtende koopvrouw met fresia’s. We eten liefdeloze tapas op een plein en bezoeken dan het museum van Malaga’s beroemdste inwoner, de uitvinder van het kubisme: Picasso, de beste kunstenaar van de 20e eeuw? Het overzichtelijke museum toont alle zijden van Picasso: (zelf)portretten, vrouwen, geometrische werken, sculpturen van mensen, stieren en duiven. Na dit bezoek zie je allerlei Picassoësque invloeden, waar je ook kijkt. We maken een uitstapje naar Rincon de la Victoria. Als we ooit nog eens in Spanje gaan wonen, dan hier. Op fietsafstand van Malaga, gelegen naast de zee en minder druk dan Torremolinos. We spreken   Sergio Santamaría, oud-speler bij FC Barcelona en nu werkzaam als inmobilario. Hij vertelt gespeeld te hebben met De Boer, Kluivert sr. en getraind onder Van Gaal. Als ik hem niet gelovend aankijk zegt hij: ‘Google me.’

Sábado diez marzo. Bewolking trekt over Malaga. De wereld lijkt somber, als de toekomst van ontmaskerde kalver- en mestfraudeurs. Toch trekt de stad ons weer aan. Het worden vandaag winkels en overdekte mercado’s. Mijn bewondering voor marktkooplui, meestal profi’s en soms losvaste amateurs, is groot. Met liefde voor je product asperges uitgestald in een kruiwagen: klasse! Boekhandels hebben wel de stokoude El Ciclista van Krabbé maar de nieuwste van Vincent Werner niet. Goede schoenen, een paraplu en een lichte regenjas zorgen ervoor dat we de straten zowat voor ons alleen hebben. Een fraaie graffito met een schildpad en een donna hebben op ons hetzelfde effect als een rap: als je herkent dat er meer tijd aan is besteed dan vijf minuten infantiel, seksistisch gebroddel met bier en een pilletje of twee, vallen ze vaak mee. Deze vitale schildpad lijkt weg te zwemmen uit een door GreenPeace bewaakte, want ultraschone, rioolbuis terwijl moeder Maria er wat weer-, hulpe- en hopeloos bij staat met geloken ogen. Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht zie ik een poster van de Partij voor de dieren voor mij, starring Marianne Thieme als Maria. Net even buiten oud-Malaga vind je moderne kantoorgebouwen die je ook in Düsseldorf, Gent of  Almere-zuid aantreft.

Domingo, once marzo. Vandaag blijft de temperatuur wat achter en zijn er buien voorspeld. Via Carreteria en Alamos slenteren we de stad in. Tegelijk met de zon arriveren we op Plaza de la Merced. Daarna steken we door naar het Centre Pompidou Málaga. We bekijken enkel de vaste collectie en die valt niet mee. Langs Muelle 1 naar de Playa, waar we licht lunchen met een handvol sardienen en een watertje. Daarna bezoeken we de onneembaar lijkende vesting La Alcazaba en het Teatro Romano. La Alcazaba, een van oorsprong Moorse burcht, werd uiteindelijk door de christenen na een lang beleg, overgenomen. De geschiedenis toont aan dat door de eeuwen heen, religies een garantie waren voor kamp, strijd en agressie.

Lunes, doce marzo. De zon is slapjes ingekapseld tussen grijze en donkere wolken, als de CDA-principes tussen wat Buma kan en wat hij wil. Torrox en Nerja staan op de reislijst. Uiteindelijk halen we Nerja niet, maar Torrox, Torrox Costa en Lagos wel. Torrox ligt tegen een heuvelrug geplakt. Voetgangers die de nauwe straatjes ingaan nemen beter een kompas mee. Ook met harde wind bekoort de kust. De zon kruipt uit zijn schulp en koestert ons.

Martes, trece marzo. Boven de 18, 19, 20 graden verandert het straatbeeld. Er zijn aanmerkelijk meer straatmuzikanten. De kwaliteit van de muziek wisselt nogal. We beluisteren een gitarist die na een half Beatlesnummer met zijn gitaar rondgaat, een zanger van operamuziek met een versterker, een cellist die zijn muziekstudie op straat praktiseert, en enkele begenadigde gitaristen die, gadegeslagen door Maassluise vertegenwoordigers van de ‘red hat society’ (“Er kunnen enkel vrouwen lid worden; we komen maandelijks bij elkaar en onze stelregel is: we zeuren, klagen en roddelen niet en iedereen draagt iets paars en een rode hoed,”), prachtige Spaanse flamencomuziek spelen. Als we even niet kijken groeit de groep van twee naar drie spelers.

28 x Andalusië, 15 – 21 ANTEQUERA

strijdperk

Martes veintesiete febrero. Antequera ligt op 575 hoogte, 55 km boven Malaga. Het is een Andalusisch provinciestadje van ca 40.000 inwoners en heeft een arena voor stierengevechten. Stieren opjagen, in een hoekje drijven en dan gefaseerd doodsteken onder luid handgeklap vinden Spanjaarden net zo gewoon als Nederlanders vissen, kievitseieren rapen, kistkalveren slachten, haantjes shredderen, bokken kelen en op weerloze dieren jagen.  Het enige verschil: stieren willen uit pure wraakzucht de belagers nog weleens te grazen nemen. Met Drenthe heeft de Antequera regio gemeen dat er vroeger Hunnen woonden.

vlag van Andalusië

Miércoles veintiocho febrero. Dia de Andalucia, dag van Andalusië. Op deze dag wordt herdacht dat de regio Andalusië, met als hoofdplaats Sevilla, op 28 februari 1980 als autonome regio werd erkend door de Spaanse regering. De scholen zijn gesloten en de winkels hebben aangepaste winkeltijden. Veel musea zijn op deze dag gratis toegankelijk.

Antequera, amandelboom en zware luchten

Jueves uno marzo. Hoewel archeologische opgravingen en steenklompen zoals hunebedden op ons doorgaans de aantrekkingskracht hebben als Staphorster klederdracht op een lingeriefetisjist, bekijken we toch de folder over dolmens in Antequera aandachtig. De folder en de regen slagen erin ons vandaag thuis te laten blijven. Het wordt een dagje lezen en later de stad bewandelen. We zien conventen met gesloten deuren, prachtig betegelde halletjes, door amandelbloesem begeleide vergezichten en fitnessapparaten in de vrije ruimte. Die zie je in deze regio alom.

 

(detail) M. Sánchez

Viernes dos marzo. Voor het eerst een paraplu gekocht in Andalusië, dus op naar het MAD,

marmerijs

het prachtige, maar bijna uitgestorven Museo de Arte de la Diputación. Naast een vaste collectie, met o.a. werk van Leoncio Talavera met het ontroerende doek Niño con cisne (jongen met zwaan), Antonio Reyna Manescau, José Navarrete Oppelt, Enrique Symonet y Lombardo, Adolfo Ocón, en folkloristische, ontwapenend onnozele,

M. Sánchez – La nave de los locos

stierenvechters van José Denis Belgrano is er recent werk te zien van Juan Miguel Quiñones: kleine marmeren sculpturen van taartjes en ijsjes. En van Matías Sánchez: grote verhalende doeken met duidelijke middeleeuwse invloeden. Vooral voor de grote doeken van Sánchez kom je gemakkelijk op (en erover) de zes seconden die museumbezoekers gemiddeld stilstaan om een werk te bekijken.

La Nave de los locos van Sánchez = Het Narrenschip van Jeroen Bosch.

bibliotheek Antequera

Sábado tres marzo. We bezoeken de openbare bibliotheek in Antequera, gevestigd

naambord bieb

in een prachtig gebouw met een stijlvol binnenplein. Het doet me aan een klooster denken. Bovenop het torentje een nestelende ooievaar. De bieb werd geopend in 2004. Er is een gedeelte voor kinderen en op de eerste verdieping voor volwassenen. Het is zaterdag en er wordt goed gebruik gemaakt van de lees- en studiezaal. De donkerhouten kasten en het hoge gebogen plafond geven de ruimte de grandeur die je in films van Harry Potter ziet en in moderne leeszalen mist. Waar vind je nog echte encyclopedieën? Nou, hier.

Alejandro y Javier

Er zijn relatief veel jongeren, sommigen met een laptop, allen met smartphones en velen met grote schrijfblocs. Naast elkaar aan een grote leestafel zitten Javier Peral Aguilar en Alejandro Rodríguez Terrones. Beiden zijn zestien jaar. Ze zitten hier geregeld te studeren, bijna elke zaterdag en vandaag de hele dag. Alejandro vertelt dat hij aanstaande maandag een toets heeft, vandaar zijn studiezin. Javier leest een boek voor de literatuurlijst. Terwijl ik hen fluisterend spreek is het verder doodstil. Een meisje verderop, druk bezig met het maken van aantekeningen voor een geschiedeniswerkstuk, kijkt me al eens wat bozig aan en na vijf minuten komt de bibliothecaresse ons tot stilte manen. Met een optimistisch gevoel over Spanjes toekomst, vertrek ik.

Hee, waar hoorde en zag ik de naam Aguilar eerder? In Cordoba zag ik een borstbeeld van Monsénor Antonio Gómez Aguilar (1927 – 1993). Familie van Javier Peral?

strak, strakker, strakst

Antequera bezoeken zonder een blik op de dolmens geworpen te hebben gaat eigenlijk niet. In 2016 kwam de internationale erkenning, waar elke hunebeddenshow naar hunkert, van de werelderfgoedlijst van de Unesco en dat is te zien. Een heuse receptie met een videopresentatie in het Spaans, het Spaans en het Spaans, een indrukwekkende, strakke toegangspoort en een ruime parking. Te zien zijn grote stenen blokken die kamers vormen waarvan de daken bestaan uit lateien of valse

twee x profiel

koepels. De drie tombes die begraven lagen onder de originele aarden grafheuvels behoren tot de meest opmerkelijke architecturale bouwwerken van de Europese prehistorie. Maar het mooist van al is een in de verte zichtbaar profiel van een kop die, als Beatrix’ contouren op een postzegel, in het beton op de voorgrond wordt gespiegeld.

afwatering

Domingo cuatro marzo. Zon en regen wisselen elkaar vandaag af als winst en verlies bij Ajax. Er oefent een goed klinkende tenor in ons trappenhuis. De akoestiek is perfect. De open ruimte nodigt hem uit om tussen de strakke toonladders door te roken. In het paleisachtige stadsmuseum, Museo de la ciudad de Antequero, mag je niet fotograferen, zie ik helaas te laat. De suppoost met wapenstok knipoogt. Op de museumwebsite stopt de programmeringsinfo bij 2015. Bij regen klateren vier fikse waterstralen uit de geopende slangenbekken aan de gooteinden op de binnenplaats. Bij het horen en zien ervan gaan vele oudere señores onmiddellijk met mij naar de aseos om daar broederlijk naast elkaar staand, benen wat uit elkaar, kont iets naar achteren, de blik bestuderend gericht op interessant afbladderend stucwerk dertig centimeter voor ons, met een groot gevoel voor timbre, lichter klaterende stralen te produceren. En vooral de concentratie niet verliezen!

Op de begane grond de verplichte, misbare, archeologische brokken, scherven en stukken. Op de eerste verdieping

saaie, want te bont geborduurde, overgooiers als werkkleding voor pastoors, kardinalen en bisschoppen. Verder geestelijke parafernalia van zilver en vormloze, kleurrijke, joekels van schilderijen van dimensieloze, blijde bijbelse taferelen die in hun eenzijdigheid, de gruwelen van de eerste vijf Bijbelboeken zijn hier niet te zien, de afgebeelde ongeloofwaardigheden slechts versterken.

 

Gehangende

Weer iets hoger José Maria Fernandez (1881 – 1947) en bovenin, het dichtst bij de hemel en de water spuwende slangenbekken, Cristóbal Toral (1940). Fernandez, een tijdgenoot van Edward Munch, wekt de indruk Munchs werk (De schreeuw) te kennen (zie de gezichtsuitdrukking van de gehangende).

De zaal met Toral maakt ons bezoek de moeite waard. Fijn en realistisch geschilderde, verweesd en eenzaam rondkijkende vrouwen op bedranden, een dode emigrant naast zijn schamele bezittingen, heel veel troosteloos en treurniswekkende collecties dozen, opgestapelde meubels en kastjes. Ze willen je een verhaal vertellen dat veel verder gaat dan dat van de obligate kerkvaderen twee verdiepingen lager.  De verwijzing naar de spullen die na deportaties van vele Joden in WOII overbleven, is glashelder. Toral klaagt de terroristische barbarij aan en noemt daarbij Daesh oftewel I S bij naam.

Wolfgang

Lunes, cinco marzo. Aan de grootste en drukste winkelstraat in Antequera, de Calle Infante Don Fernando, die de stad doorsnijdt van het kasteel naar de stierenvechtersarena, zie ik Wolfgang zitten, een vriendelijke meneer met een wit sikje en een paardenstaart onder een pet. Voor hem een bakje met wat muntgeld. Ik schiet hem aan met mijn vaker gestelde vraag: “Habla usted Inglès?” en tot mijn verbazing antwoord hij – in het Engels – bevestigend. Mooi dat scheelt alvast. Inge loopt even door en wacht verderop in de straat. Ik wil weten hoe hij in het straatleven verzeild raakte en vraag hem of ik hem enkele vragen mag stellen en of ik hem mag fotograferen.  “Of course,” is het snelle antwoord. Wolfgang is negenenvijftig jaar oud, afkomstig uit Duitsland, hij is niet getrouwd en heeft twee dochters van 34 en 25 jaar oud. Hij heeft geen contact met zijn dochters en hun moeder, dus hij weet niet hoe het hun gaat en of er kleinkinderen zijn. Duitsland heeft echt voor hem afgedaan. Hij heeft geen vast adres. Als ik hem vraag wat er gebeurt als hij een keer ziek wordt, houdt hij zich op de vlakte.

Zijn beroep is ‘Steinmeister’. Heel af en toe heeft hij losse klussen bij particulieren. Een keer helpen bij de verbouw van een huis, een schoorsteen metselen, dat werk. Of het leven op straat hem bevalt? “Zeker, ik ben helemaal vrij. Ik heb nu alle tijd.  ’s Morgens ga ik hier zitten, op mijn in plastic zakken verpakte twee slaapzakken. Dit is alles wat ik heb. ’s Middags om ongeveer drie uur, krijg ik een warme maaltijd van een heel aardige Braziliaanse vrouw. Ik slaap op straat, dat wil zeggen bij de overkapte entree van een gerechtsgebouw, je weet wel, zo’n straatje waarlangs ze verdachten naar binnen brengen.” Terwijl we doorpraten verander ik van houding en ga even op de tegels zitten. Ik wil niets romantiseren, maar Wolfgang maakt bepaald geen zielige indruk. Terwijl ik met hem praat, worden er geen munten in het voor hem staande doosje geworpen. “Spanje bevalt me heel goed, het weer is prima. Nee, ik heb geen computer. Ik had een mobieltje, maar dat is kapot. Spanje heeft geen sociaal vangnet voor mensen als ik. Wel kun je per week drie warme maaltijden krijgen in steden als Antequera. Als ik me wil douchen, neem ik voor een nacht een kamer in een hostel, voor ongeveer € 15,-.” Zonder het te merken zijn we overgegaan van het Engels op het Duits. Wolfgang: “Ik spreek vijf talen: Spaans, Duits natuurlijk, Engels, Portugees en een heel klein beetje Nederlands.” Als ik wegga en hem groet geef ik hem mijn kaartje met (website)adres, kan hij het nog een keer nalezen. Ik besef dat ik hem in gedachten niet een bedelaar zou noemen, maar, eeh, een vrije dakloze. “Wolfgang, alles gute!”