Dagboek Gouden Pijl 2017, winnaar Bauke Mollema

Het is 2017. Kranten melden in januari dat in de Tour de France van 2015 twaalf renners rondfietsten met een motortje in hun fiets. Zegt Verdy (¹). Deze mededeling heeft de bewijskracht van een spons in een emmer sop. Er zou al drie of vier jaar gebruik worden gemaakt van mechanische doping in de Tour. De fietser moet dan wel een gram of 800 extra voor lief nemen. Nieuwe woorden als zadelpenmotortje en versnellingsmagnetisme lijken het woordenboek te gaan halen.
De Gouden Pijl-organisatie zal, zo speculeer ik, in juni 2017 op de slotdag van de Giro d’Italia, als Tom Dumoulin als Giro-winnaar Italië aan zijn voeten werpt, in spoedberaad zijn bijeengekomen, met als enige agendapunt: hoe krijgen we Dumoulin in Emmen? In de pers wordt gesproken over de eerste Nederlandse Giro-winnaar. Maar de pers ziet vier over het hoofd. Het moet zijn: voor de vijfde keer een Nederlandse winnaar in de Giro: na Marianne Vos (drie keer) en Anna van der Breggen (2015) eindelijk eens een man. Ik bezoek in een weekend zeven plaatselijke cafés (research voor een boek als dit vraagt nu eenmaal nogal wat) en overal is Dumoulin als gewenste deelnemer aan de GP binnen vijf minuten het gespreksonderwerp. Als Limburgse Tom mee gaat doen dan is de winnaar voorspelbaar als de kleuren van een pasgeboren pandabeer. Op 30 juni lees ik dat Steenwijk hem heeft gecontracteerd. Emmen gaat het niet worden. Op de dag van de GP rijdt Dumoulin in Voorburg de tweede etappe in de BinckBank Tour. Wat Emmen wel heeft is een opperste vorm van materiaalfetisjisme: de roze fiets van Dumoulin staat als een heilig relikwie opgesteld in een partytent bij het VIP-dorp, als de voetbalschoenen van Johan Cruijff in het Cambuurstadion. De GP-bestuursstress zal op 16 juli verder oplopen als Bauke Mollema een Touretappe wint na dertig kilometer soleren. Je zal maar Gouden-Pijlbestuurslid zijn. In Noord-Nederland ontstaat nog enige discussie als Bauke’s pake (opa) zijn regionaliteit betwist en hem tot de Friezen wil rekenen. Het Dagblad van het Noorden betrekt geen stellingen, maar laat het eindbesluit aan haar lezers en besluit het discours met de uitslag van een onder Groningers en Drenten gehouden enquête, nou dan weet je het wel. In het Spektakel van Steenwijk wint Dumoulin voor Mollema. Dagblad van het Noorden-verslaggever Pomp ontfutselt Mollema de gouden quote: “Mijn kans in Nederland komt nog wel. Misschien tijdens de Gouden Pijl in Emmen.” Een noordelijk marketingbureau verzint een list: fans mogen aanmoedigende kreten inzenden die dan met reflecterende verf op het wegdek worden geschilderd. Als dit een trend wordt, weet ik nog wel iets bij [tot nu toe] femininefobe burgemeestersbenoemingen in Emmen. Als speciale gasten worden Jan Jansen, Joop

(¹) Jean-Pierre Verdy, voormalig directeur van het Franse dopingagentschap

Zoetemelk en Hennie Kuiper uitgenodigd die door ‘niemand minder dan’ Evert ten Napel in het middagprogramma zullen worden doorgezaagd over hun sportieve prestaties in het verleden. Weer geen lossehandenrace voor zestigplussers lees ik, maar een dikkebandenrace voor kinderen, een ‘Bike Trial Demo’ en een dernyrace voor oud-profrenners. Roelie Lubbers: “We hebben genoeg leuke oud-profrenners en verwachten een mooi spektakel in het centrum van Emmen.”

Even een kleine terugblik. In 2003 kreeg DvhN-verslaggever Harm Vonk de woede van Michael Boogerd over zich heen toen hij suggereerde dat uitslagen van criteriums vaak afgesproken werk zijn. Ik noemde de onduidelijkheid hieromtrent de mythe van de Gouden Pijl. Het lot van mythes is vaak dat ze op zeker moment worden ontmythologiseerd, denk maar aan de mythe van de Hof van Eden, de zondvloed, de Arke Noachs, Sinterklaas, enzovoorts. Hoe de publiciteitsmores in nog geen drie handvol jaren kan veranderen blijkt uit het feit dat er in 2017 in de krant (DvhN) openlijk wordt gediscussieerd over uitslagafspraken bij criteriums in de rubriek Forum. Een viertal deskundigen, onder wie GP-voorzitter Roelie Lubbers, geeft voorzichtig zijn mening over een andere aanpak bij het criterium de Draai van Kaai in Roosendaal. Daar wil men een echte koers en geen afgesproken winnaar. Lubbers laat zich niet uit de tent lokken en zegt: “Je moet mee met de tijd, maar we gaan pas na de GP evalueren en nadenken over de toekomst.” En wat vindt Bauke Mollema ervan? “Als die criteriums te zwaar worden, hebben de renners er geen zin meer in. Het grote publiek ziet de toppers ook liever, denk ik.”

In het middagprogramma voor genodigden bevraagt Ten Napel vier dernyrijders: Maarten den Bakker, Theo de Rooy, Bart Voskamp en Peter Möhlmann. Dit viertal is het voorprogramma voor de historische terugblikken met Kuiper, Zoetemelk en Janssen. Mooie wielerverhalen passeren de revue tegen een achtergrond van historische foto’s uit de GP-archieven.

Het lijkt ’s avonds in Emmen rustiger te zijn dan anders. Ik probeer het aantal snacktentjes en drankverkooppunten te tellen. Het zijn er veel. Bijna alles wordt met muntjes betaald: € 3,- voor één munt; € 300,- voor 200 muntjes. Er is een viertal muziekpodia, waar een gezellige sfeer heerst. Je hoort overal muziekflarden; routebordjes zijn overbodig. Er is zelfs sprake van ingestudeerde samenzang; we mogen ‘I Know’ meezingen bij een prachtig nummer van CCR, gezongen door de coverband 5th Wheel. De muziek in Emmens centrum varieert van rock (Elvis, CCR), via Nederlandstalige tot Duitse schlagers. De hardste muziek Komt van Marktplatz Oktoberfest. Burgemeester Van Oosterhout heeft hier het eerste biervat aangeslagen. Mocht je jodelen verwachten, krijg je musici in lederhosen en dirndlmeisjes die kortgerokt op hoge tafels mogen dansen. Geluidsinstallaties van twee keer drie m³doen hun best mijn muziekreceptoren te prikkelen: fibrerende oorspieren activeren mijn ruggengraat en via een ingenieus neurofysiologisch stelsel gaat de geluidsroute via enkele bilspieren langs de bovenbenen en de kuiten naar de voetzolen, die – vergeefs – ritmisch pompom en hiphop willen doen. Van een vriendelijke beveiligingsmedewerker hoor ik dat er veertig man is ingezet. De politie eerst met tien man en later met twintig. Vorig jaar waren er wat ongeregeldheden. Het is nog vroeg, maar het voelt goed. Het lijkt minder druk dan voorgaande jaren, maar het is gezellig. Plastic glazen en plastic flesjes zoeken wanhopig prullenbakken zoals papieren op mijn schrijftafel archiefmappen. Op het Raadhuisplein is Radio Continu on Tour. Weer samenzang, nu iets als SHELA-SHELA. Soms kost het moeite vast te stellen of het om Nederlands- of Duitstalige muziek gaat, maar het klinkt goed en de gelijkenis met een projectkoor is snel gemaakt. Voordat ik er erg in heb zing ik mee. Als je omhoog kijkt zie je flatbewoners de avond van hun leven hebben, een enkeling experimenteert met lichteffecten. Ik realiseer me dat zeventig inderdaad het nieuwe vijftig is. De luxaflex gaat in de maat open of dicht. Flikkerende t.l.-buizen geven een psychedelisch effect. De al jaren dode Annie M. G. Schmidt kijkt mee in een cabaretreclame vanaf de tijdig gerepareerde flatscreen aan de gevel van Atlas; paddo’s, festivalbier of ayahuascathee zijn hier echt overbodig. Ik ga in gedachten terug naar vanmiddag en vraag me af of ik droomde toen ik Emmens burgemeester en Jan Janssen ridderlijk op hun knieën zag gaan om het hesje van een gastdame op te pakken dat zij kort daarvoor quasi-onopzettelijk had laten vallen. Ik hoor de spreekstalmeester roepen dat Mollema op vijf rondes voor het einde plat op zijn machine ligt en we besluiten terug te keren naar de wedstrijd. De rijders draaien onvermoeibaar om de kerk, als zand-Drenten om meningsverschillen.