De Toorn van Thunaer (€ 27,50)

Tegen de achtergrond van pikzwarte luchten, heen en weer vliegende uilen en vleermuizen en een heldere maan tussen schitterende sterren, ontvouwde zich het spektakelstuk De Toorn van Thunaer. Prachtig locatietheater, met 120 spelers uit de regio en 60 orkestleden. Het programmaboekje vermeldt een meer dan indrukwekkende lijst medewerkers. Na meer dan 40 jaar in Drenthe gewoond te hebben ben ik ervan overtuigd: dit kan alleen in de zuidoosthoek, in het gebied rondom Oosterhesselen, Zweeloo en vooral Sleen met als drijvende krachten Kruimink, Hegen en maestro Harm Dijkstra. 

Dijkstra tekende voor het script en de 24 (!) liedteksten en Kruimink voor de muziek die door Pijnappel werd gearrangeerd voor fanfareorkest Excelsior. De organisatie, er is zo’n drie jaar aan gewerkt, was perfect. Verlichte parkeerterreinen, een cafétent met voldoende medewerkers, en, niet helemaal onbelangrijk: prima licht en geluid. En zoveel medewerkers, zowel spelend en musicerend voor als vrijwilligers achter de coulissen: er zullen weinig Zuidoost-Drenthen zijn die niet iemand kennen met Thunaerbanden: chapeau!

De soms wat lastig te volgen historie is op zich niet spectaculair: niet al te slimme, bijgelovige roofridders die een streek belagen, een boerenbevolking die voordat ze verpletterd wordt door machtsspelletjes doorkrijgt dat samenwerken handiger is dan soleren, dorpen die elkaar bekampen met als inzet de hoogte van hun kerken, een wat naïeve clerus die grossiert in tegeltjeswijsheden en meer. En alles doorspekt met humorvolle vondsten waarbij de underdog en de liefde en de gisse plattelander het winnen van het kwaad, de overheerser en de bazen. 

Op een breed graspodium aan de overzijde van de Boksloot is veel te zien: prachtig geënsceneerde wasvrouwen die behalve de was gelijk hun voeten wassen, een gebochelde tollenaar die redeneert als de moderne fiscus, voorbij varende vissers, in de verte schapen- en geitenhoeders en vooral veel dorpelingen die niet voor één gat te vangen zijn. En niet te vergeten de witte wieven die als een soort deus ex machina de schreeuwerige Thunari verjagen.

Tijdens deze premièreavond wordt het publiek in bescherming genomen door meewerkende weergoden: slechts een miniem buitje en een magere temperatuur bewijzen de kwetsbaarheid van buitentheater. En dan is ruim drie uur theater, onderbroken door 24 liedjes en een pauze, een hele zit. De ruime afstand tot de speelvloer, het grote koor staat zeker op vijftig meter van de achterste publieksrij en het verre orkest maken dat de toeschouwers hun best moeten doen de lijnen vast te houden. Met het grote aantal spelers duurt het soms even voordat je door hebt waar de spreker staat. Op het moment dat de spelers tot voor de sloot, of erin zoals Hazarman de Heilige (Gerard Aalderink) komen, merken we het verschil en slaan echte vonken over.

Het enthousiasme van de spelers vergoedt veel, ook dat lang niet alle zang loepzuiver klinkt. De vele zangers, figuranten, Sliener, Zweeler en Hesseler dorpsbewoners zorgen voor een levendig tableau. Het is moeilijk slechts vijf bij naam te noemen, maar vooruit: Wemmie Eggens als boerin Gé, Mia Dijkstra als kruidenvrouw, Robert Braam als Kwiebes, Jeroen Rienties als troubadour Quintus Querido en Marieke Meijerink als Hillegonda de jonkvrouw moeten genoemd worden. En natuurlijk Daan Pastoor als dorpsjongen.

Het spel begint en eindigt met vier hedendaagse dorpsmeiden die gek genoeg blowen als de beste, maar geen schermverslaving tonen en niet praten over het leenstelsel, kamernood, Netflix en de prijs van XTC. En een beetje letterlijke onderbroekenlol, Kwiebes’ verwijfde trekjes en dat je stotteraars helpt met een tik? Soit!

Het Thunaerverhaal is educatief ingebed in een project met zeven basisscholen. Wil je nog een vervolg op de Thunaerflow: er zijn fiets- en wandelroutes langs de historische locaties.