Geboortetieken ARIANE & WILLEM

Sleen, 15-04-07

Intied dat moeke Maxima drok doende was om aal parsend nummer drie ’t levenslocht te laoten anschouwen (omreden zie zo lange deden over ’t oetfigelieren van een koppel veur- en bijnaomen, kunnen wij mit de naomgeving ok niet wieder) en Holleeder liever een hart- en nieroperasie undergung dan een fair trial (zwienenieren doen ’t aans ok vaok goed in mèensenlieven, las ik argens) waren oeze beide dwarggeiten in’e wèer um zuch klaor te maoken veur heur eerste wörp, deur hinneweer te drentelen, deur dan weer ies te gaon liggen, um zuch vortdaolijk daornao wieder op te richten, deur gespannen of quasi interesseerd op een strochie te kauweln, deur een zichtbaor verlet om, zeg maor algemien concentrasievermogen, dat zag je geliek, zie wusten ’t niet, ze begrepen niet waor de lichaomlike veraanderings die mit de dag anmeerderden, opan gungen, van jongen kriegen haden zie nog nimmer heurd, baren zat niet in hun systeem.

Maor dat zul non niet lange meer duren, dat bewies de volle uier, de koegelronde boek en de glimmende sliemdraod die as ‘n vliegersteert over de strobodem sliertte.

De geiten waoren zo rond worden dat ze maor amper deur ’t passantenloek kunnen dak tussen twie stallen foesterd har; op dizze wieze zul ik beide dames van menaer kunnen ofzondern ast grote moment daor was, non dus.

Wonsdag 11 april tweedoezendenzeuven. De witbroene vun 5 maond minus 5 dagen genog en wierp een naokommeling op de wereld, maor ien dag te laot, maor so what; op dunnerdag volgde de zwaartwitte; beiden mussen ’t doen mit ’n gehiel broen geitenkind (bij de iene annevuld mit ’n zwarte strepe over de rogge en bie de aander mit ’n witte vlek op de kop), maor beiden van ’n oetzunderlike, bij mien weten in gien enkel haandboek, bij mijn weten in geen enkel handboek, noch op de 1416, via Google in 0,16 sec. gevonden hits, noch in een ander door mij geraadpleegde informatiebron (om me voor te bereiden op mijn nieuwe rol lees ik me suf) geëvenaarde schoonheid en zachtheid en aandoenlijkheid.

De start was niet eenvoudig. De moedergeiten moesten duidelijk wennen aan hun nieuwe rol; de zwartwitte dolde vlak na de geboorte met de boreling door haar bruusk, overjolig, onwennig en onbesuisd-vrijmoedig op de horens te nemen. Ook probeerde ze haar kroost door het passantenluik te duwen zonder het luik eerst even door de boer te laten openen. Reeds binnen enkele uren had haar moedergevoel zich voldoende ontwikkeld om de beschermende aard boven te laten drijven.

De jonge geiten hebben eerst nog moeite de speen te vinden en dat is ook niet gemakkelijk wanneer er naast de twee goed ontwikkelde volle spenen nog twee neppe exemplaren bij bungelen die beter bij de mondmaat van het nieuwe grut passen; en heb je wel eens geprobeerd, zonder gebruik te maken van je tanden, met je lippen een tuitje vast te houden aan een met water gevulde plastieken zak, barstensvol, zacht, stevig, warm?

De boer is almaar ongerust is of ze niet verstoten worden (het begrip ‘verstoten’ komt onbegrijpelijkerwijze zelfs in ‘Geiten Houden als Liefhebberij’ van Inge Walraven en Bart Edel niet voor, maar wel een overbodige paragraaf over het ontsmetten van de navelstreng, terwijl de moedergeit dat veel beter kan dan een tube Betadine), of ze wel willen drinken, en of ze wel worden droog en schoon gelikt. Gek, maar dat had de boer ook bij de geboorte van het veulen 3 jaar geleden. En daarvoor, bij de geboorte van zijn eigen zoons, resp. 12 en 16 jaren her.

Waar komt die onberedeneerbare angst of ongerustheid toch vandaan? Zal het Folkert, mijn tweelingbroeder eens vragen. Waarom was ik de enige hier thuis die zich echt zorgen maakte? Dat zit toch niet in de mannennatuur? Inge had aan minder dan een halve seconde genoeg om als een ervaren boerin [of spreekt hier de moederkloek?] te constateren dat de natuur deed wat er van haar werd verwacht en stapte zonder omkijken in de automobiel naar d’r werk. Ook Jans Kelder, ervaringsdeskundige bij uitstek, stelde me telefonisch gerust.

Heb nu ook gezien dat de moedergeit de eerste kleverige, zwarte, zachte jongegeitenpoep opeet. Had ik dat niet ook bij merelmoeders gezien? Zou Maxima, als even niemand kijkt, en Willem-A. zich vergenoegd wentelt in de media-aandacht, dat ook doen? En wat een geruststelling toen de eerstgeborene echt begon te drinken. Was het in alle haast gekochte flesje niet nodig. Wel had ik, voor de zekerheid, je kon immers niet weten, een halve fles vol gemolken. Zie dat eens voor je: een lange slungelachtige vijftigplusser die, zittend op een veel te krap voetenbankje in de geitenstal, de rug tegen de kriebelborstel, de dwerggeit melkt, totdat hij een hardrood Tupperware lunchboxdeksel vol bij elkaar geknepen heeft. Ook Mees oefent zich in melken.

En de vaderbok? De vader is na 6 weken met beide geiten gespeeld te hebben, eind vorig jaar weer teruggekeerd naar Holties in Emmen. En niemand die nu nog naar hem taalt of om hem maalt. Het enige wat nog aan hem doet denken is de kastanjebruine kleur van Willem en Ariane.

De dag na hun geboorte kunnen W en A al naar buiten. Campingkinderen staan in de rij om de geitjes zo lang mogelijk op de schoot vast te houden. Ik ontdek zelfs een verdwaalde senior in de rij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.