Kampioenschap Light Verse Emmen (28 oktober café Groothuis, € 15,-)

Een volle zaal, ongemakkelijke houten terrasstoeltjes, tien dichters (acht wedstrijddeelnemers en twee presentatoren), een liedjeszanger die maar blijft puberen: kortom een prachtmiddag. Özcan Akyol had zonder kennis van zaken bij DWDD opgemerkt dat het light verse zo goed als dood was. Deze middag bewijst het tegendeel. Natuurlijk, in de literatuurgeschiedenis en literatuurkritiek bestaat Light Verse marginaal, net als korfballen in de sport. Opvallend, en weer net als in het korfbal: bijna alle acht deelnemers vanmiddag komen uit plattelandsregio’s. Bekende namen uit de oude en dode doos zijn: Kees Stip, Drs. P en Driek van Wissen. Nog levende light-verse mastodonten: Lévi Weemoedt, Ko de Laat en Kees Torn. In Drenthe hebben we het illustere viertal Boudestein, Hoogland, Peters en Omvlee.

Vorm- en klankvastheid zijn bij light verse net zo belangrijk als regelgeving bij subsidieaanvragen. Om het voor de jury gemakkelijker te maken worden er deze middag ‘performance’ en ‘actualiteit’ aan toegevoegd. Houd je je bij Tachtiger Kloos’ definitie van poëzie als de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie dan red je het deze middag niet. Bij light verse wordt de emotie vervangen door de rekenliniaal. Zorgvuldig worden rijmschema’s toegepast en versvoeten en lettergrepen geteld. Lichtvoetigheid, niet per se gelijk aan humor, telt ook nadrukkelijk mee.

Melvin Bonnet

Van de 62 inzenders haalden acht de finale. Ieder krijgt zes minuten de tijd om werk voor te dragen. Twee doen dat uit het hoofd. Liedjeszanger Melvin Bonnet mag maar liefst vijf keer zijn zorgelijke, ironische, sarcastische, puberale, dwarse, confronterende, leuke gedachtenspinsels met ons delen: over een depressie, zijn ex-vriendin, zijn liefde voor lelijke vrouwen, de complexe zorg voor zijn pielemuisje en meer. Kortom: <in zijn woorden> ‘kutmuziek voor een kutpubliek’.

Terug naar de acht finalisten:

Wim Meyles (1949), oud-docent Engels uit Sint Pancras start met drie sonnetten en enkele filosofiertjes. Onderwerpen die voorbijkomen: de tijgermug, de Hollandse fauna en grafschriften.

Dan Inge Boulonois (1945), ex-stadsdichter van Heerhugowaard die met een fluwelen stem over minister Bruno Bruins, haar niet bestaande X-benen en een hete hooimaand schrijft.

Nog een ex-stadsdichter, Arjan Keene (1963) uit Ede die ooit goed scoorde in de Turing- en Willem Wilmink-wedstrijden. Keene trekt de aandacht met Vijftig Tinten Drenthe.

Dan titelhouder, leraar, cabaretier Machiel Pomp (1968) uit Posterholt: legerkistjes, een guerillabroek en trui met hoodie. Mooie woordvondsten, een stem als een klok en alles uit het hoofd. Over performen gesproken!

Abbing

Christiaan Abbing (1984), vakleerkracht groep 5/6 uit Veenendaal komt het fraaist bij de actualiteit door een vers te verscheuren analoog aan het pas geveilde kunstwerk van Banksy.

Een thuiswedstrijd is het voor oud-onderwijzer Bertus Beltman (1941). Beltman,

Beltman

nestor in de groep gemeentedichters in Emmen, eert in zijn verzen Ben Feringa en FC Emmen en leest een ballade over ‘De laatste wil’ voor.

Uit Zaltbommel komt Marion van Rooij. Zij brengt Kees Stip in onze herinnering met enkele fraaie Trijntje Fops, bijvoorbeeld met ‘Op een kapoen’.

Niels Blomberg (1958) uit Almere vergelijkt de twee onlangs overleden zangers Aznavour en Koos Albers met elkaar en gaat via de Col du Vam, Track & Trace naar Trek in Trees. Ook alles uit het hoofd!

Dan beraadt de jury zich even en krijgen Van Pamelen en Zinnemers de gelegenheid hun kunsten te vertonen. Eindstand: op drie Abbing, op twee Keene en als winnaar Pomp.

vlnr: winnaar Pomp, presentatorduo Zinnemers en Van Pamelen