Spanje 1; No es lo que hay

Zoals Martinus Nijhoff het ver in de vorige eeuw al zei: ‘Lees maar er staat niet wat er staat,’ zo zegt de Spaanse Nederlander Vincent Werner ‘No es lo que hay’ of in de titel van zijn e-book ‘It is not what it is, the real (S)pain of Europe’. Werner bekritiseert Spanje, maar dat doet hij uit liefde, hij werkt en woont al bijna 20 jaar in Barcelona. Zijn boek is bedoeld als een wake-up-call, hij wil Spanje een spiegel voorhouden. Als ervaringsdeskundige heeft hij nogal wat kritische noten gedistilleerd: de traagheid, bureaucratie, slappe arbeidsmoraal, gebrekkige talenkennis, vriendjespolitiek, financieel wanbeleid en ga maar door. Tegelijkertijd heeft Werner oog voor de positieve kanten van Spanje en roemt de vriendelijke Spaanse mensen, het schitterende klimaat, de kansen die het land heeft om uit te munten. Spanjaarden reageerden op Werner als kritische familieleden die elkaars falen en feilen en horkerigheden maar al te goed kennen en herkennen, maar het niet dulden wanneer derden daar een mening over verkondigen.

Werners boek is in 2018 uitgegeven als een e-boek en dat is voor de papierenboekverslinders meer dan jammer. In mijn omgeving worden die alleen maar gelezen door oude dametjes die ze zwart lezen omdat ze de boeken illegaal want zonder te betalen met elkaar uitruilen als puberjongens dat in de vorige eeuw in schoolfietsenhokken deden met seksboekjes.

We gaan op onderzoek. Via een onlinetalencursus bekwaam ik me in het Spaans. Dat valt voor een middenzestiger met meer dan gemiddelde belangstelling voor talen nog niet mee. Vierenzestig jaar oude geheugens werken soms als gootsteenfilters: natuurlijk blijft er wel eens iets achter, maar het meeste vliegt er ongehinderd door. De tweehonderd minilesjes, per dag ongeveer 15 minuten, leveren een redelijke, zij het voornamelijk passieve kennis van de taal op, maar de actieve component blijft ver en ver achter. Naast het doornemen van het ingenieus opgezette cursusmateriaal lees ik een Spaans boek: Intemperie van Jesús Carrasco met daarnaast de vertaling (De Vlucht) en weer daarnaast twee Prisma woordenboeken. Spaans zou een niet moeilijke taal zijn, hoor je veel mensen zeggen die ooit ergens hebben gelezen dat persoonlijke voornaamwoorden veelal achterwege blijven of dat de Spaanse werkwoorden op -ir, – ar en -er op dezelfde manier vervoegd worden in de futuro. Dat haal je de koekoek. Valencia, vamos!