Salomon Levy (1750 – 1798)

plaggenhut (een in de buurt van Zwaagwesteinde veel voorkomende woonvorm in de 18e eeuw)

Salomon Levy  klinkt als een langharige, oudtestamentische baarddrager op versleten, rafelige sandalen die, gehuld in een witte jurk, als een transgender avant-la-lettre, op een platte steen ergens in een paradijselijke oase aan de rand van de woestijn, uitpuft na een jonge geit geslacht te hebben. De werkelijkheid is prozaïscher dan het zondagsschoolflanelbordbeeld van bijbelacteurs dat sinds mijn jeugd op mijn harde schijf is geëtst. S. Levy was een Hessische Jood die, via Paderborn, Münster, en enkele plaatsen in de provincie Groningen, in het Friese Zwaagwesteinde (nu: De Westereen) belandde en van wie de kop in 1798 werd afgehakt vanwege zijn rol bij het Kollumer Oproer. Dat ik (bijgezet onder lemma A1093d in Salomon Levy van H. de Haan) van hem afstam geeft een goed gevoel; wie wil nou niet van een ondernemende oproerleider met principes afstammen? Salomon Levy was getrouwd met Fokje Theunis uit Burum. In 1788 werd zoon Theunis geboren en het gezin verhuisde naar Zwaagwesteinde. Levy was van beroep slager en handelaar. In zijn vrije tijd stal hij eens enkele schapen. Tot een veroordeling leidde dit vergrijp niet. In 1795 werd hij veroordeeld tot een jaar tuchthuis wegens diefstal van ’51 ellen doek’.

Ondertussen zuchtten de Friezen onder het Franse juk als renpaarden onder berijders met obesitas en ‘Oranje boven’ roepen kon leiden tot een arrestatie. Dat overkwam boerenknecht Abele Reitses. Reitses werd opgesloten in het Rechthuis in Kollum.

Het rechthuis (rechts, foto: Sake Beerstra)

(In mijn Kollumer periode was in dit pand aan de Trekvaart een kruidenier gevestigd). Levy voerde een groep aan die Reitses wilde ontzetten. Hij zette een juridisch diender een degen op de borst en omdat hij slager was en dus precisiesnijder, wist hij wat deze actie kon lijden: Abel Reitses werd vrijgelaten. De volgende dag dwong Salomon Levy Kollumerzwagers zich aan te sluiten bij zijn groep ‘dreigende hun anders de kop te zullen kloven’ (dixit De Haan). Vanwege deze strapatsen werd Levy veroordeeld door het Leeuwarder Hof tot ‘van het leven ter dood gebracht te worden’. Zijn vrouw Fokje, nu weduwe, hertrouwde met arbeider Jacob Tjibbes de Haan en zij werd winkelierster. Zij overleed in 1839 in huis nr. 100 te Zwaagwesteinde.