Salomon Levy II, over echte ‘Salomonnen’ en meer

plaggenhut (een in de buurt van Zwaagwesteinde veel voorkomende woonvorm in de 18e eeuw)

(Getriggerd door het aangekondigde muziekspektakel ‘Het Kollumer Oproer’ over Salomon Levy <van 4 t/m 8 juli 2019 in Kollum>; met Syb van der Ploeg als Salomon Levy, ben ik even in mijn familiehistorie gaan kijken). Hoe zagen mijn voorouders van moeders kant eruit? Wordt dat ook beschreven door De Haan in Salomon Levy? Hoe zag de Noordoost-Friese wereld eruit eind 1700? Bij De Haan lezen we dat Zwaagwesteinde, een ventersdorp in de overgang van boerendorp naar heidedorp, zo’n 110 huizen ‘met een belastbare schoorsteen’ telde, waarvan 77 betaalvrijstelling hadden. In 1749 bestond de (beroeps)bevolking uit 17 arbeiders, 13 boeren, 5 weduwen, 4 karakteristieke heidelui, 4 handelslui, 3 schippers, 2 onbekende oude mensen, 1 spinbaas, 1 winkelier en 1 matroos. Slechts zes van de eenenvijftig huishoudens ontkwam aan de armoede (aldus H. De Haan in Salomon Levy). De Haan wordt na de secce beschrijving van gedocumenteerde informatie wat overmoedig als hij zich waagt aan subjectieve waarnemingen. Dat geeft hij ook zelf wel toe met: “….het is dansen op het slappe koord, maar laten we het proberen…” De Haan vervolgt met het inventariseren van Salomons eigenschappen: actief, vrijmoedig, intelligent, handelsgeest, spreekvaardigheid, toneeltalent, niet overmatig eerlijk, aanpassingsvermogen en zwerflust. Als Salomonachtige (sic!) beroepen worden, rekening houdende met de invloed van ingetrouwde partners,  genoemd: kooplieden, intellectuelen (gesproken wordt over een onderwijzeres, gemeentesecretaris en een dominee), politici, geldmagnaten, toneelspelers, enz. Het gaat nog verder.  Na een relativerend statement: ‘Zijn de afstammelingen van Salomon op het hoogtepunt van hun ontwikkeling (4e en 5e generatie) echte Salomonnen?’ De Haan durft het zelfs aan Salomons invloed op het uiterlijk van de Westereintsjers te beschrijven. De Sikkema’s (K. Sikkema sr. en K. Sikkema jr. in ‘Zwaagwesteinde, het ventersdorp op de Friese heide’) citerend, zegt hij: ‘Door vermenging van Salomons Joodse bloed met dat van de destijds al aanwezige zwerversbevolking zou een typisch ‘meng-ras’ zijn ontstaan.’ Het verenigt kenmerken van de Joodse koopman met die van de aan ontberingen gewende zwever. Let op, nu komt het: ‘Grote, forsgebouwde mensen treft men in Zwaagwesteinde niet aan, het haar is donker, soms zelfs rossig en donker is ook de huidskleur.’ De Sikkema’s: ‘… men herkent in de bruinogige krullebollen vaak nog onmiskenbaar de invloed van het volk van Israël.’ De kinderen van Salomon zouden zich vanwege hun bruine huidskleur ‘Bruinsma’ en later ook ‘De Bruin’ genoemd hebben.’ De Haan concludeert zonder op tegenspraak te rekenen: ‘Men kin dit sûnder mear oannimme.’