Schuld, verantwoordelijkheid en kleur

De enige extra kleur die ik tijdens mijn middelbareschooltijd zag waren de vuurrode wangen van lerenbroekdraagster mevrouw Nagel toen brutale hond Sake Ozinga uit Twijzelerheide haar vroeg ‘Hebt u ook leren pijpen?’ En natuurlijk zij die in mijn geheugen als Zwartrokje gegrift staat toen ze mij steels en bijna gratis een drie centimeter brede blik op haar zwarte slipje toonde bij het beklimmen van de trappen naar het scheikundelokaal. Mijn zussen droegen geen slipjes maar dubbelkatoenen witte onderbroeken met Bambiopdrukken en met pijpen die zelfs onder driekwart sportbroeken uitkierden.

Mooi: Van Agt heeft het CDA de rug toegekeerd en stemt nu GRNLNKS, Bayer gaat grootschalig schikken bij Roundupclaims, rechtbanken stoppen met altijd de meervoudige kamer in te zetten en ziekenhuizen  elimineren overbodige zorg door het elimineren van de productieprikkel. Het onderwijs, dat onder broeder Slobs knikkende knieën bepaald geen heldenrol heeft gespeeld in coronatijd, gaat weer helemaal open. Welke rol speelt het onderwijs in de Black Lives Matter-discussie? Een grote. Antiracisme begint in de opvoeding, schoolboeken en jeugdliteratuur. Leg leerlingen uit wat kleur betekent en toon ze de kleuren. Figuurlijk maar ook letterlijk. Mijn oude school, het Esdal College in Oosterhesselen heeft een ‘taalklas’ met leerlingen uit het AZC. Wat waren we trots als een taalklasleerling, soms al binnen enkele jaren, overstapte naar het reguliere onderwijs. Wat was ik fier op een Singaporese collega. Wat haatte ik gesodemieter op het plein. De randvoorwaarden: een kleine school op het platteland waren uitdagender dan ideaal. Omdat het een openbare school was zetten we de deuren open voor alle gezindten en alle kleuren. En dat terwijl het openbare Esdal College een grefo ouderling als algemeen directeur heeft en bij interimmers een voorkeur aan de dag legt voor dominees (Piet Post www.pietpost.com en René Peters www.renepetersoss.com, inmiddels nr. 3 op de CDA-lijst). Kooistra, Post en Peters, mannen dat dan weer wel, kozen vol overtuiging voor open, openbaar onderwijs  en niet voor (algemeen)bijzonder onderwijs als protestants, Montessori, katholiek, Dalton, reformatorisch, Vrije School-, of Jena. Hier begint het stuivertje-wisselen van schuld en verantwoordelijkheid. Ouders zouden om zich heen moeten kijken en zich afvragen wanneer hun kinderen voor het eerst kennis maakten met kleuren en hoeveel gekleurde klasgenoten ze hebben. En hoe dat zo komt. Niet verwijten en veroordelen maar vragen stellen. Open vragen. En dan actie ondernemen en praten; word van medeplichtig medeverantwoordelijk. Dus naar de hel met louter witte scholen in Amsterdam-Zuid, de Utrechtse binnenstad of villawijken aan de rand van Assen. In actie komen vergt moed, inzet, doorzettingsvermogen en een goed functionerende medezeggenschapsraad. Elkaar aanspreken is niet altijd gemakkelijk, dat weet ieder met collega’s die meer van de teamleidster dan van de rechte weg houden, vijfentwintigstegraads familieleden die de roeispanen steeds net omgekeerd vasthouden, buurtbewoners die verkeerd vlaggen, kennissen die gemaakt zijn voor de slachtofferrol en klagen tot een tweede natuur hebben gemaakt.

Dat moet het brommerprotest zijn geweest, mijn eerste demonstratie. Rector Heukels had verordonneerd dat de brommers op het plein i.p.v. in de fietsenkelder gestald moesten worden. Van het schemerduister, waar alles gebeurde wat tot hel, verdoemenis en een levenslange fascinatie voor mooie lingerie leidden, naar het TL-licht van het plein. We blokkeerden de toerit naar school en het rectoraat stond schuimbekkend, rokend en kokend achter glas. Mijn tweede demo was in Leeuwarden: nog hoor ik ons fietsend het ‘Weg met Pa-Pa-Do-Pou-Los’ scanderen over de Nieuwstad. Geen voetballer maar een Griekse dictator. Veel en veel later werden het de demonstraties tegen opslag van kernafval in Gasselte, de neutronenbom in Amsterdam en bevriezing van lerarensalarissen en andere snode kabinetsplannen in Den Haag. Wat maakte dat ik meedeed aan demonstraties? Van mijn ouders heb ik het niet geleerd; mijn moeder zou me begrijpend hebben toegelachen en mijn vader vond alles goed. Door het lezen van boeken, geloof ik. Of het nu mijn toenmalige kameraden Multatuli, De Vries, Wadman, Brouwers, ‘t Hart, Wolkers, Biesheuvel, Aletrino, Cremer, waren of juist de stapels (verplichte) poëzie; er ging een wereld voor me open. In de buitenwereld stonden mannen als Den Uyl, Boersma, Aantjes klaar die me wezen dat de wereld maakbaar was.

En dan die BML-demo in Emmen. Is er in ZO-Drenthe sprake van institutioneel racisme? Systemisch? Er is een verschil tussen een racist zijn en licht racistische gedraginkjes. Eerder noemde ik het in zelfbedacht postmodernistisch sociologenjargon systemisch wit-sektarisch regionaal-urbaan soft-racisme waaraan ik mezelf ongetwijfeld ook wel eens zal hebben bezondigd. Kijk eens rond en denk hardop aan mevr. Simons, Akwasi, basisscholen (Utrechtse bijvoorbeeld) die de voorinschrijvingstermijn opzettelijk vervroegen zodat ze vanzelf wit worden, kleurloze politieke partijen, koren, economische fora,  wijken, museale bezoekersstromen, begraafplaatsen, bedrijfstoppen. En Volvocabriogezelschappen natuurlijk. Het komt aan op bewustwording, niet wegkijken en de knop omzetten, U-turns maken in vaste denkpatronen. Zwarte Piet heeft zijn langste tijd gehad, hopelijk ook op mijn Esdal College.