Spanje 3; klimmuurtje, Bregman en rijstvelden

In Valencia fietsen we door de stad en stuiteren tegen te hoge stoepranden als balletjes tegen geluidsranden in flipperkasten, maar wat is dat gaaf. Spanjaarden zijn in dubio: ze waarderen je fietslef maar ze haten het door jou veroorzaakte oponthoud. Op zondagmorgen met dik duizend man naar een recital in het Palau de les Arts Reina Sofia en daarna een drankje in het park. Mouwen opgestroopt en randen van de korte broek tot in de liezen omhoog geduwd om geen zonnestraaltje te missen. Op weg naar de haven en naar het strand in de opkomende wijk Nazaret passeren we een muur die het uitzicht belemmert. Halverwege een ingelast klimmuurtje. Ik vraag een passerende mevrouw, Luna, ernaar en ze vertelt me dat achter de muur een parkproject van 85 ha wordt ontwikkeld en dat een Institución des Deportes voor het klimmuurtje heeft gezorgd.

In de Jardín del Turia, het door Valencia meanderende park, wordt op zondag gewandeld, gefietst, gevolleybald, gejogd, gestept, gerugbyd, getai-chied, gevoetbald en gebaseballd dat het een lust is. Flatgebouwen, musea en koepelkerken kijken goedkeurend over de afscheidende muurtjes en houden toezicht als giraffen over dierentuinhekken. We pakken een boek en als luisteraars op poëzieavonden suffen wat weg  in bedachte werkelijkheden van Mark Haddon of Piet Oly.

Wil ik eens lekker schaterlachen dan pak ik Rutger Bregmans De meeste mensen deugen erbij en lees ik over gefileerde psychologische onderzoeken. Deze schrijver deugt. We wisten natuurlijk al dat in de sociale psychologie zo’n 50 % niet repliceerbare onderzoeken als normaal en, godbetert, acceptabel wordt beschouwd. Maar dat hij psychologie ergens vermakelijk straattoneel of volkstheater noemt en daarvoor naar mijn weten (nog) niet vervolgd wordt, geeft te denken over de beroepsgroep. Manipulaties, betaalde en/of vooraf geïnstrueerde proefpersonen, gebrekkig toezicht, het lijkt wel op hedendaags bankentoezicht. Bregman is een nieuwsgierige, interessante denker en goede vragensteller. Hij spant de kroon in het hoofdstuk over het mysterie van Paaseiland. Hij ontrafelt het raadsel van de supergrote beelden op een eiland waar geen bomen groeien. Kannibalisme, een stammenoorlog tussen de Lang-oren en de Kort-oren en een soort beeldenstorm completeren de ellende. Wetenschappers (archeologen, geologen, filosofen) bijten hun tanden erop stuk en publiceren de ene onzinanalyse na de andere. Maar dan maakt RB kennis met de naar Bach-cantates luisterende bloemetjesoverhemden dragende Jan Boersema (milieubioloog, met belangstelling voor geschiedenis en filosofie), die het logboek van de kapitein Roggeveen die in 1721 Paaseiland herontdekt had, even had gelezen en alle wetenschappelijke opvattingen die tot dan toe als waarheid waren beschouwd, op de kop zette.

Rood geverfde en van een middellijn voorziene fietspaden leiden ons langs smalle stranden naar Pinedo, zuidelijk van Valencia. Bamboestruiken filteren het zicht op slordige volkstuinen. Plastic stroken wapperen in de wind. In de verte containerschepen als kleurige dobbers. Strakblauwe lucht. We zien steeds vaker mountainbikers met zakdoeken voor de mond. Op de camping lezen we over Corona en de Amerikaanse battle van de bleached dentures, waarin Biden op overleven afstevent als een in plastic netten verstrikte zeehondenopa.

De OESO rapporteert dat Spanjaarden zowat de hoogste levensverwachting hebben. Daarnaast dat In Spanje de minste moorden worden gepleegd en dat er veel sociale ongelijkheid en armoe is.

We komen én fietsverhuurders tegen die geen puf hebben even een lekke band in goed geoutilleerde werkplaatsen te fixen, of natuurlijk de juiste binnenband ontberen, of, ‘lo siento, no tengo tiempo’ het is bijna 13.30 uur én een rijstboer. Alfonso Garçia legt ons graag de irrigatie van de rijstvelden uit en brengt ons, onder werktijd, naar het binnenmeer Albufera alwaar we kunnen zien hoe de schuiven werken die de waterlopen leiden en controleren. Alfonso begrijpt, gracias a dios, mijn krakkemikkige Spaans. Hij moet lachen als ik van een verhoging spring en enkeldiep wegzink in de vette, natte klei waarmee hij dijkjes maakt. Mijn fancy sneakers worden werkschoenen.