Spanje 5: Intemperie

Den Uyl

Jesús Carrasco’s Intemperie verhaalt van een vluchtende dorpsjongen. Een vlucht wil ik het niet noemen, maar een soort uittocht is het zeker wanneer we op zondag 15 maart noordwaarts kachelen in een stoet van campers, enkele caravans en een zootje ongeregelde Poolse en Roemeense minivrachtwagentjes. De zon schijnt en de temperatuur en dieselprijzen wisselen als seksuele contacten van plattelandsmeisjes die voor het eerst in Salou zijn. De lange weg naar Lyon rijdend krijg ik visioenen van een premier die een verstandige toespraak zal gaan houden die me voor hem zal innemen. Verdomme, ik zal toch geen VVD’er worden? Ik vergelijk Ruttes toespraak met die van Den Uyl in december 1973; allebei getuigend van ferm en fier staatsmanschap. Vergeleken daarmee is de sprekende koning een sneue ledenpop. Al rijdend tast ik mijn geheugen af. Na afloop van Den Uyls rede sprak mijn moeder in een evaluerend gesprekje met mijn vader met bedroefde stem en vooruitziende blik de historische woorden: “Dizze man haldt ús bern út de tsjerke, Anne”¹ en ze onderdrukte een traan terwijl ze de kuiven van de beide Benjamins gladstreek met een likje spuug. Mijn vader die Den Uyl met zijn VAD²-plannen wel kon wurgen keek haar eens aan en mompelde iets als: “Dat sil mei ús Jaap Boersma³ neist dizze

Boersma

úfretter toch wol in slagje meifolle, Sjoukje,” stak een filterloze Golden Fiction op, legde het sigarettendoosje met die adembenemende zilveren band op tafel, inhaleerde inhalig, peuterde een stukje droge worst tussen de kiezen vandaan, bestudeerde dat als grefo’s de geschriften van Luther, droogde zijn vingers aan de binnenkant van zijn sokken, nam zijn kunstgebit in de handen en liep vervolgens naar de keuken om onder de keukenkraan zijn gebit, met wat Vim op de afwaskwast, schoon te boenen boven de gootsteen waarin net een door een buurman geslachte kip was schoongeboend. Wie kon toen bevroeden dat mem met vijfenhalf van de zeven kinderen die zouden uittreden, gelijk zou krijgen?

Spanje scherpt, voorgegaan door Duitsland de reisadviezen aan. Ze zijn als een soort uiterste houdbaarheidsdata. Men gaat er rekkelijk of precies mee om. Duitse inreisverboden wakkeren onze verplaatsingsdrift aan als zandstormen bedoeïenen. In Valencia worden de feesten van Las Fallas afgeblazen. Las Fallas doet me aan carnaval denken. In Nederland was het carnaval een brandhaard. Dat het carnaval een feest is met de wortels in de religie bewijst ook nu onomstotelijk dat godsdienstuitwassen niet bepaald bevorderlijk zijn voor de volksgezondheid: alles achter de voordeur houden ware beter.