Barbara Henkes, Lieuwe Jongsma en Margriet Fokken – Sporen van het slavernijverleden in Groningen

Vierde, herziene druk. Met één wandel- en vier fietsroutes. Voor de leesgrage hobbyfietser een mooi boek. En een eyeopener. Die brave plattelandsprovincie met de vetste klei, dat mooie accent en de op één na mooiste regiotaal, ontpopte zich als een vuige grootverdiener aan de handel in mensen. Gefortuneerde Groningers hadden ook privé tot slaaf gemaakten. Die waren bediende, deden zwaar werk en waren een bezienswaardig statussymbool. Een uitstapje naar Museum Het Loo in Apeldoorn leert dat tot op vandaag sommige musea de geschiedenis zonder nadere toelichting schaamteloos tonen.

Kijk, deze kant van de stad Groningen, de Pekela’s en meer specifiek Reitemakersrijge, misschien de fijnste en zeker de mooiste straat in Groningens centrum, kende ik nog niet. Ons brave buurtje lag aan de rand van de wijk waar optimaal werd geprofiteerd van de slavenhandel: Reitemakersrijge heette West-Indische Opslag. Geografisch ver van bekende, notoire slavenhandelprofiteurs als Vlissingen, Amsterdam, Middelburg, Den Haag en Veere wisten de kooplieden, investeerder en bestuurders, zeg maar de Groninger elite wat goed voor haar was: verdienen aan tot slaaf gemaakten.

Dr. Lieuwe Jongsma wrijft het zijn toehoorders bij zijn lezing op 25 februari in het Museum aan de A er nog maar een keer in. Van de 24 prachtige borgen zijn er maar liefst 21 die op de een of andere manier zijn verbonden aan de mensenhandel. In Stad waren het de scheepswerven, verkopers van levensmiddelen, bierbrouwers en smederijen die floreerden door de slavenhandel. Een aparte categorie bedrijven was die van de banken en verzekeringsmaatschappijen. Ook academici profiteerden van de multinationale business en dan te bedenken dat ook toen al anti-slavernijbewegingen opkwamen, zowel met een liberale als christelijke signatuur. Afschaffen moest echter wel gecompenseerd worden. In 1863 liep dat op tot 10% van de rijksuitgaven. Bevrijde slaven mochten nog 10 jaar voor een hongerloontje op de plantages blijven werken.

Alleen al de wandeling door Stad levert een schat aan sporen van de WIC en verbindingsdraden met de slavenhandel: het academiegebouw aan de Broerestraat, Petrus Camper, Woortman, herenhuizen aan de Oude Boteringestraat, de Harmonie, het Universiteitsmuseum, de Nieuwe Kerk, het doveninstituut aan het Guyotplein en ga zo maar door.  De Martinikerk, het Feithhuis, het Sichtermanhuis, enz. enz. Het Stadhuis, hotel De Doelen.