EDE STAAL ANDERS

PERSBERICHT

Première  EDE   STAAL   ANDERS

MUZIEK EDE STAAL IN MIX VAN ORGELIMPROVISATIE, ZANG EN TEKST

Grote Kerk Emmen, Zondag 25 oktober 16.00 uur

Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld is erin geslaagd de muziek van Ede Staal naar Emmen te halen en wel op Zondag 25 oktober om 16.00 uur in de Grote Kerk van Emmen. Het programma bevat orgelimprovisaties, vocale kwartetten en teksten.

Organist Peter Siebesma licht het werk van Ede Staal toe en improviseert op het orgel Ede’s muziek. Daarnaast zingen vier vocalisten liedjes van Staal, begeleid op piano en worden teksten van Staal gelezen. Het vocaal kwartet bestaat uit: Hanneke van den Berg, sopraan; Marjanca Koetsier, alt; Taco van den Berg, tenor; Reinder van de Molen, bas.  De laatste tekent voor de extra teksten.

Bekend tot in Japan

De te vroeg gestorven Groninger streektaalzanger Ede Staal (1941 – 1986) is in Noord-Nederland een begrip. Wie kent niet zijn fameuze liedjes, als Mien Toentje, ’t Zel weer veujoar worden, of ’t Het nog noeit zo donker west. Zijn liedjes werden vertaald in het Limburgs, Japans en Fries. Tien jaar na zijn dood stond een dubbel-CD As ’t boeten störmt veertigste in de landelijke top-honderd. In 2004 verscheen de biografie ‘Geef mie de Nacht, Ede Staal’. Er zullen in Noord-Nederland weinig (amateur)koren zijn die geen werk van Staal op het repertoire hebben.

Peter Siebesma

Geen introductie nodig. Hij is een bekend en hoogwaardig musicus, componist en organist. Hij heeft in 2018 improvisaties van elf liedjes van Ede Staal op negen verschillende Noord-Groningse kerkorgels gespeeld en ook op cd uitgebracht. Hij laat daarmee zien dat een orgel ook ánders is in te zetten dan alleen als instrument voor religieuze of klassieke muziek. Een bijzonder puntje: Siebesma en Ede groeiden vlak bij elkaar op in Kruisweg en Leens. Siebesma heeft ook een boek over Leens geschreven met de titel De weg van Lains noar Klooster, een verhalenbundel over het Groningse dorpsleven van de jaren 1950/60.

Coronaproof en kaarten bestellen

Vanwege corona staan de stoelen op anderhalve meter. Een beperkt aantal liefhebbers zal deze eerste uitvoering kunnen bijwonen. Grote Kerk Emmen, (Noorderplein 101) Aanvang: 16.00 uur. Entree: € 14,50. Kaartverkoop start vandaag via zuidenveldcultureel@gmail.com

 

__Einde persbericht_________________________________

14 september 2020, Info bij: Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld;

Open brief aan Peter van Dijk: Keer om alstublieft!

Geachte heer Van Dijk, beste Peter,

Bij het woord projectontwikkelaar werd in mijn jeugd meesmuilend geschamperd bij het koffieapparaat in de pauzes. Ik beken: ik deed mee. Mooi oud werd lelijk nieuw en massaliteit verpulverde het individuele. Bij de naam Peter van Dijk zag je de slopershamer al en vlak daarna de archiefladekastarchitectuur. Mijn beeld van het begrip Peter van Dijk kantelde enkele jaren geleden. Ik bezocht een nieuwjaars- alias Emmenpromobijeenkomst in het Atlas. Gelikte filmpjes van bekende Emmenaren kwamen voorbij. Ik maakte kennis met een sympathieke, lachgrage kop uit ik meen Klazienaveen die vertelde dat hij veel aan deze streek te danken had gehad en graag iets wilde terugdoen. Ik geloofde hem en liet mijn cynische Vormeinung varen. Een nadere kennismaking met Van Dijk volgde op reclameborden bij oeze FC en in artikelen over een heuse skyscraper, de verbouw van een foeilelijk geel gebouw dat Drukkerij heet waar geen supermarkt naartoe wilde en successtory’s over ultrasnelle verhuur van appartementen aan de Flintstraat. Sindsdien heette hij voor mij en mijn voetbalkameraden De Dijk.

In mijn hometown Noordbarge werd een schoolterrein verkocht aan De Dijk in samenwerking met Bemog uit Zwolle. Een religieuze groep die onder de loupe van het O.M. ligt viste achter het net, terwijl, zo wil het stamtafelverhaal, de kerk veel meer bood dan De Dijk. De Dijk kwam met plannen, ruwe schetsen waarop vijf boerderettes en zeven schuurhuizen te zien zijn tussen bomenrijen die ogen als plastic Legostukken die te lang in de zon hebben gelegen. Een stuk of twaalf behuizingen met glazen serres als etalages van zitmaaierverkopers, we gaan hier niet twisten over smaak, moeten ‘import’ naar Noordbarge trekken als eikenprocessierupsen naar eikenstammen.

De bestuursleden van het parlement van Noordbarge, Plaatselijk Belang, waren in hun nopjes. Metoo, al schuurde ergens iets. En zoals meningen en opvattingen kunnen groeien en veranderen als hersenen in puberhoofden, kantelde bij mij het beeld en doemde het vroegere beeld van de projectontwikkelaar weer op met meer dollartekens dan maatschappelijk gevoel op zijn harde schijf.

Als Van Dijk echt iets voor Emmen wil betekenen, herziet hij de plannen stante pede en neemt hij een voorbeeld aan Oosterhesselen waar een collegaprojectontwikkelaar in een even rurale omgeving (op advies van Hesselers) betaalbare rijtjeswoningen projecteert naast vrijstaande huizen.

We zien in Noordbarge al meer naar binnen gekeerde eilandjes voorzien van stalen, elektronisch bediende hekwerken om huizen dan ons lief is. Kom op Peter van Dijk, bouw geen gated community waar uitstallen van prijzige eenvormigheid (het plan kent slechts twee smaken) doorgaat voor vooruitgang. In Nederland is een schreeuwend tekort aan betaalbare koop- en huurwoningen. Noordbarge is een fijne woonstee omdat er diversiteit is. Groot staat gebroederlijk naast klein, foeilelijk naast te pruimen of zelfs ronduit mooi en goedkoop naast onbetaalbaar. Waarom die eenheid uit zijn verband rukken en kiezen voor gelijkvormige onbetaalbaarheid met alle sociale misvorming van dien?

Veel mensen in Noordbarge denken, uitgaande van een misplaatst verlangen naar gelijkheid, dat de wijk gebaat is bij puntdaken, het liefst nog met riet gedekt. En dat terwijl de vier mooiste, d.w.z meest markante en architectonisch interessantste bouwsels geen puntdak hebben: hotel ten Cate, de Lidl, de Vrije School en de witte bungalow aan het begin van de Oude Zuidbargerstraat.

Veel Noordbargers koesteren een landelijke, Orveltiaanse retro-uitstraling, maar zodra die landelijkheid dichtbij komt groeit de NIMBY-reflex, het mag overal maar niet naast mij (een speelterreintje naast je huis, een haan bij de buren, een asfaltweg die wordt omgetoverd in een dorpse klinkerstraat) en komen de protesten bovendrijven als vetogen op grootmoeders groentesoep.

Geachte heer Van Dijk, beste Peter: laat zien dat u de naam De Dijk waard bent, keer het tij, het is nog niet te laat. Laat één van de boerderettepercelen vervallen en ontwikkel daar vijf tiny houses, of, nog beter: skip drie schuurwoningen en creëer daar een knarrenhofje voor 15 belangstellenden. Financieel meer dan haalbaar wanneer de villa’s een kleine prijsverhoging krijgen.

Noordbarge, de geschiedenis in ontwikkeling en woningzoekers zullen u dankbaar zijn.

Goadinne Suzette

Sa’t mem wat sneinse kleantsjes naait

it bern yn muoikes snobguod graait

De swarte kat de hûn syn rechje aait

Gjin man de hjittens fan de hoer van Babel daait

En pake Jan oan kekke knoppen draait

De skildersfaem oer ’t flierkleed klaait

It kealtsje molke fan de buorfrou snaait

Bepaalt, beskriuwt goadin Suzette at en

faaks ek hoe it deistich wyntsje waait

(Godin Suzette / Zoals moeder wat zondagse kleertjes naait / het kind in tantes snoepgoed graait / de zwarte kat het ruggetje van de hond aait / geen man de hitte van de hoer van Babylon verdraagt / en opa Jan aan kekke knoppen draait / de schildersmeid over het vloerkleed knoeit / het kalfje melk van de buurvrouw snaait / bepaalt godin Suzette of en vaak ook hoe het dagelijkse windje waait) 

www.suzettebousema.nl

Een hedendaagse parabel  

Mooi hoor, zo’n onwillige dood die nog wat hapert, hort en hakkelt als een sopraan na een nachtje doorsnuiven met een bronstige amant, dacht ik na jouw verhaal over je oom die opleefde na zijn ontslag uit het streekziekenhuis aan de rand van het industrieterrein van een provinciestadje. Je gunt iedereen een oud familielid dat met zijn ziekte bij de dokter komt, wie weet een op het tandvlees lopende aio, zo’n overwerkte met afgetrapte schoenen, vochtkringen onder de oksels als pisresten in een vakantieonderbroek, een tweedehands stethoscoop, nog fris liefdesverdriet en koffieadem, die haar/zijn baas in het weekend verving, en dat oom of tante dan de overvolle familiezak medicijnen laat staan en daarmee een ernstige medicatietoxicatie voorkomt en een soort wederopstanding bewerkstelligt.

De parabel van de allemerkengaragist aan de rand van het industrieterrein van een provinciestadje

“Het ouwe barrel, een Italiaanse brik uit de vorige eeuw, een echte Legno Arido, heeft zijn langste tijd gehad. Van dit soort zijn maar weinig nog rijdende exemplaren bekend. Je herkent ze aan de fijne belijning van de bollende motorkap, het wat ouderwetse motorgeluid en een speciale, heel sonoor klinkende toeter. De snelheid is er uit, hazewindhond werd slak; de uitlaat, ventielen en kleppen lijken verstopt, en de lak is flets en dof. Het koetswerk is licht gebutst.

In een allemerkengarage aan de rand van het industriegebied in het provinciestadje zegt de garagist, een haastige snorremans met een vochtige peuk in de mondhoek, na een vluchtige inspectie waarbij hij onophoudelijk op zijn nepgouden klokje kijkt: ach mevrouwtje, rijd hem maar naar huis en geniet nog even van de klassieke lijnen, de authentieke stoffige bekleding en zijn laatste geprutttel. Gebruik hem alleen nog voor wat kleine boodschapjes in de buurt; hij kan elk moment de geest geven. Dan kan-ie daarna zo naar de sloop voor demontage. Misschien, zit er een hergebruiksverklaring voor nog bruikbare onderdelen bij, kijk even goed in het handschoenenvakje op het dashboard. O ja, en teken hier even voor de nota, die geef ik straks gelijk mee.

Eenmaal thuis op de oprit, wat uit de zon en beschut tegen de herfstregens wordt het beestje vertroeteld. Een dekentje over de cabrio-soft-top, een stevige keg achter de wielen tegen wegglijden en de ronde motorkap met die nog glimmende grille wordt met liefde en olijfolie opgewreven. De bandenspanning wordt wat verlaagd en aan de brandstof wordt geen kerosine of bio-ethanol meer toegevoegd. Want waarom zou je immers het oudje op toeren jagen en de kleppen en distributieriem tot het maximum tergen.

En zie: de koppige zescilinder hoest en kraakt maar begint, aanvankelijk nog hortend en stotend als een verkouden Przewalskipaardje, weer te lopen; stationair op zijn best weliswaar, maar hij doet het! Het lijkt verdomd alsof hij er weer zin in begint te krijgen. Hij gebruikt wat extra olie, zeker, maar lekken doet hij amper. Van heinde en verre stromen kenners en bekenden toe en kijken blij en bewonderend toe.”

Schneeflocke wird Schneemann

Je Spaans is beter dan je zachte hart en zonder sokken lijk je stoer

En hip: een stierloze stierenvechter, als de Spaanse fiscale recherche

Jagend op de Messias, maar luister bro, luister naar oervrouw

Bartina en verbeter je stijl van leven, word trots, verdom te buigen voor

De Argentijn en los hem op de vuilnisbelt, weersta het volksoproer

En kijk terug als een gegroeide Sneeuwvlok en vermorzel het gekners; je

Gouden schoen zoekt doelgericht naar nieuwe mannen, kom, ontvouw

Wat je graag ziet en vergeet je drabbig gestuntel in je trainerskarrespoor

Begin opnieuw na ontsporingen in Valencia, Southampton, Everton,

Met Benfica, PSV, AZ, 010, Vitesse, 020; je leert van faillissementen

zeggen ze, maar je plakhaar vlekkend op je kraag zegt iets anders, je staat

in koplamplicht: getransformeerd tot een breekbaar overstekend hert

Bartina heeft de oplossing: verkoop dat Argentijnse kreng en dat

Bijtgrage Uruguyaanse lor dat ooit begon in de groene kathedraal

En al die would-be kameraden en koop je klaar aan amateurs

En word een Duitse Computer-Übungsleiter mit Ausdauer und Intensität

Haperende dood

Je vrouw krijgt een appje van haar tante dat haar oom uitbehandeld is. Het ziekenhuis geeft hem de keus: lekker thuis sterven of lijden in het ziekenhuis. In beide gevallen zou morfine bijstand kunnen geven en zorgen voor een rustig, pijnvrij wegglijden als op sokken roetsjen op een gietvloer. Er zit zoveel vocht achter de longen dat operatief ingrijpen fataal zal zijn. Of je vrouws oom en tante ook gelijk jouw oom en tante zijn is je niet helemaal duidelijk. Officieel wel maar gevoelsmatig niet. ‘We zetten een bed in de kamer en dan kan het bezoek om hem heen zitten,’ besluit tante besluitvaardig. Wij overleggen. Als we hem nog willen spreken kunnen we maar beter snel zijn. ‘Is er op de maandag nog een gaatje?’ vraagt je vrouw.

Na vier dode familieleden sinds afgelopen maart zeg, denk en schrijf je geregeld dat de dood bij het leven hoort als fiscale zwendel bij VVD-kopstukken of zwartgeld bij strafrechtadvocaten.

Wat scheelt: deze oom heeft humor. Ik heb wel schrijfsels met hem uitgewisseld waar de ironie vanaf droop als plakkend zweet van buikplooien in zomers. Het werd oprecht gezellig. De gespreksonderwerpen stuiterden door de kamer als knikkers op marmer. We praatten over vroeger, over de snelle, zwarte Mercedes Benz SLK Kompressor cabrio uit 1998 met 305.000 echte kilometers op de teller die zo lekker in natte bochten kon driften, van de ook aanwezige neef. We gingen verder over je vrouws opa/ooms vader die dichter in Groningen was en op wiens begrafenis jij oom voor het eerst ontmoette, over het verlies van smaak en zin in wijn in de terminale fase, over hoe moe je werd van al dat vocht achter de longen, over de springerige jonge rode kat met de mooist denkbare jongensnaam, over ziektegeschiedenissen en hospitaalervaringen met rafelige randjes als een afgedragen trui gebreid met de gerstekorrelsteek, over muziek van Mozart en Brahms en speciaal Brahms Liebeslieder waar je twee of drie van kende, waaronder het schitterende, bliksemsnelle Am Gesteine rauscht die Flut en over sûkerbôle.

En over een door sommige mensen tegen beter weten in in stand gehouden zelf verzonnen, opgeblazen idee van een leven na de dood en de onmogelijkheden betreffende dit idee fixe. En over hoe oom, al proevend en smakend zich een pad door drie religies had geworsteld, als een jongleur door brandende hoepels, zonder restschade en hoe het in godsnaam mogelijk was over te stappen van de Doopsgezinden naar de Jehovah’s naar het Boeddhisme, als een vakantieganger die  de stadia doorliep van vakanties naar Tilburg-Noord, Singapore of de bossen van Appelscha.

Oom had geen spijt van zijn zoektocht. Hij was geëindigd als agnost. Je vergelijking met het Ietsiepietsisme viel in het niets vanwege een aangereikte schaal met dunne plakken cake, waar je twee van mocht nemen onder de woest opgetrokken wenkbrauwen van je vrouw. Agnost of niet, oom kon niet laten om tegen je vrouw te zeggen dat hij straks zijn zus/haar moeder zou groeten, daarbij veelbetekenend naar boven wijzend.

Twee weken later: de dood gedraagt zich als een hoofdstedelijke installateur of  de belastingdienst in de toeslagenaffaire: onwillig en te laat, hij verrekt het om te komen. Klaarblijkelijk slinkt het vocht in ooms lijf als de grondwaterstand op de Hondsrug in de zomer. Oom stuurt een mail dat we welkom zijn bij de volgende poging dood te gaan.

mentor worden?

Deze oproep hoorde ik vanaf mijn 22e in het voortgezet onderwijs en vanaf mijn 60e als vroeg gepensioneerde, energieke, multitaskende vrijwilliger in een spotje van de Stichting Mentorschap. Op beide leeftijden heb ik aan deze oproep gehoor gegeven.

WWW.MENTORSCHAP.NL, met vertakkingen in alle windstreken, zoekt mentoren: mensen, die cliënten bijstaan op het vlak van de zorg. Daarnaast wordt van mentoren verwacht dat ze eens per drie weken hun cliënt bezoeken. Mentoren krijgen cliënten onder hun hoede met een geestelijke en/of lichamelijke beperking die zelf niet een vangnet vol mantelzorgers om zich heen hebben staan die voor hen de best mogelijke zorg uit het vuur slepen. Ik probeer voor mijn cliënt die zorg te krijgen die ik mijn zoons ook zou toewensen. Mentoren worden aangesteld door de rechtbank en ze moeten vooraf en vervolgens jaarlijks voldoen aan een aantal scholingseisen. Alle mentoren worden begeleid door coördinatoren van Stichting Mentorzorg. Iedere 1,5 jaar toetst de rechtbank de inzet van de mentoren. Cliënten betalen maandelijks circa € 100,- aan de overkoepelende stichting en de mentor kan er voor kiezen al dan niet € 25,- per maand als onkostenvergoeding te ontvangen.

Sinds drie jaar ben ik mentor. Met veel plezier. Ik bezoek mijn cliënt en heb geregeld contact met de zorginstelling onder wier paraplu mijn cliënt staat. Die contacten bestaan uit incidenteel overleg met de ‘persoonlijk begeleider’ en jaarlijks overleg over het zorgplan. Daarnaast kan er contact zijn met derden, zoals bewindvoerders, een huishoudelijke hulp, een arts of een gedragswetenschapper van de zorginstelling, de huisarts, medewerkers van de dagopvang, enz.

De zorg die mijn cliënt van de zorginstelling krijgt is goed. Uitstekend zelfs. Als oud-docent denk ik al snel aan het cijfer 9. Waarom geen 10? Dat heeft te maken met mijn ideeën en gedachten als opvoeder, als vader. Mijn systeem van waarden en normen kunnen bijdragen aan of conflicteren met de dienende, ondersteunende en vooral luisterende taak van de mentor.

De zorginstelling biedt mijn cliënt huisvesting, hulp bij lichamelijke verzorging, maaltijden, en verder alle mogelijke zorg. Er is eerder een overvloed aan zorg dan een tekort. Soms denk ik: de zorginstelling zou ook wel een aantal eisen aan de cliënten kunnen stellen op het gebied van leefstijl. Eisen die wij als ouders ook aan onze zoons stelden toen ze nog bij ons woonden. Ik denk hierbij aan een maximum stellen aan het energiegebruik en het aantal huisdieren, het stimuleren van meer bewegen, tegengaan van overgewicht en meer huishoudelijke taken verrichten. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik mijn normen en waarden niet aan anderen mag opleggen. Deze leefstijlverbeteringen vragen extra begeleiding en, belangrijker nog, druisen misschien in tegen de persoonlijke individuele vrijheid. Aan mij de taak om na te gaan of leefstijlverbeteringen deel uitmaken van zorgverbetering.

Ach manneke

Ach manneke, terwijl Fabio ligt te herstellen

Van Groenewegens gebeuk in uitlokkend

Polen dat de finish lekker bergafwaarts plande

Om de risicogunfactor te vergroten in het land

Waar rechters net zo duur zijn als bruinkool

Zat jouw mondkapje zo strak dat je vergat

Te gassen en je vierwielig door een driebander

Tot de reclame van Jumbozeepjes werd veroordeeld

En nu een taakstraf oploopt in het asiel

Voor platgereden salamanders en brokken

Uitgevlakte kikkerlijven; en maar denken dat

Gekochte pk’s sport opleveren, haha,

De bandjes zijn stroeve sjoelstenen

Had je maar opgelet bij Frans waar wijlen

Meneer Steenbergen je inpeperde dat

La vitesse n’est pas une épreuve de virilité

De enkel van Robben

De pizza’s smaken beter met wat ananas

En wurgseks, ook al is het maar voor even

brengt Drentse vrouwen weer tot leven;

mijn voet bleef haken in het gras

De NAM mengt graag wat extra frisse lucht door gas

Herinneringen blijven soepel zweven

En vormen een gekleurd stilleven

Van tenen vastgelijmd in gras

Het boerenhoofd is als een lege kalebas

De denkprocessen stoppen om half zeven

green socks matter zo staat geschreven

Een enkel vastgeklemd in gras

Pasgemaaide velden zijn vaak niet waterpas

Was ik nou maar in München thuis gebleven

Wordt zijn hoofd, hart, kruis ingewreven

wat is dat toch, dat hoge gras

(N.a.v. een citaat uit het Het Dagblad van het Noorden): Robben ging ook nog even in op zijn afwezigheid tijdens de eerste training van FC Groningen. De enkel van de aanvaller bleef vrijdag tijdens een training hangen in het gras. Dat leverde lichte klachten op, maar niets waarover we ons grote zorgen hoeven maken, verzekerde hij.

Museum De Pont, Tilburg

De expositie ‘De route wordt opnieuw berekend’ is een goede naam voor starre kijkers. We zijn in Brabant, het land van industriële varkensfokkerijen, leegstaande kloosters die nu vaak wietplantages zijn, verlopen kerken en nertsenbedrijven die onder het toeziend oog van meneer pastoor op het punt staan geruimd te worden. Maar nu Tilburg. Bereid je voor op een heroriëntatie, kijk nog eens en dan anders, stel je zelf lastige vragen over wat, hoe en waarom en stap dan binnen in De Pont. Een goed uur, dan ben je al een heel eind. Voor museumhaters of beginners op het museumvlak is De Pont in Tilburg ideaal. Het heeft alles, maar dan op kleine schaal. Een schitterend gerecycled gebouw: een industrieel pand uit de textielbranche, maar dan zonder spinnewielen, foto’s uit het verleden van moeilijk kijkende bazen en arbeiders en geen belerende tableaus met historische teksten die niemand leest. Het hart van het museum is een open ruimte waarin de stalen dakconstructies zichtbaar zijn. Aan de lange zijde kleine kamertjes die aan een gevangenis doen denken en verder open ruimtes voor kleinere exhibities.

Ook hier moderne kunst die meer modern dan kunst is: veel kleine kunst-fotografie, een op de vloer uitgespreide, rechthoekige baan van steenkolen, we zitten wel vlakbij de voormalige steenkolenindustrie, en een met klokken gevuld afgesloten kamertje (Job Koelewijn) dat nutteloos heen en weer wiegt. De aan- en uitknoppen aan de zijkant schreeuwen om publieksbediening maar dat vindt de zaalwacht die niet houdt van participerend publiek  weer niet goed. Toppunt van confronterende ledigheid: een met jutte bespannen lat waarop een veeg witte verf (Raoul De Keyser).

Echt een museum voor kinderen. In de centrale ruimte is een collectie miniatuurautootjes (Rosemarie Trockel) opgesteld die meer plezier uitstralen dan de volledige crew van Verstappen na weer een netnietoverwinning. Ook prachtig voor jong en oud de indringende schilderwerken (modern èn kunst) van Marlene Dumas, mooie koppen en, de gewaagdste,  schitterend gepenseelde vulva’s van voorover gebogen vrouwen die pesterige wijsneuzige kinderstemmen uitlokken die aan de derde vriendin van pa vragen: ‘Heey Susan, ben jij dat?’ Een plaatselijke grootheid Marc Mulders die als geen ander (pioen)rozen schildert in dikke kwakken olieverf die op de plant snap app onvindbaar zijn maar binnenkort in de betere behangwinkel hopelijk voor alle Tilburgers verkrijgbaar.

Voor zestigplussers die zo nodig samen op de foto willen voor de eerstvolgende en wie weet allerlaatste kerstkaart is er een gebogen stuk staal dat liever glas was (Anish Kapoor) en de wonderlijkste spiegeleffecten als onderdoorkijkpassages biedt die bij goed kijken en een herberekening van de route er niet zijn. Philip Vandenberg die een meer dan interessant beeld van de koning geeft die naakt rennend (‘Susan, is dat Willem Alexander?’) zijn aambeien en pielemuis aan wolven offreert. Kinderen, neem je ouders mee! En dan nog het mooiste museumrestaurant & een intieme binnentuin met stapels niet opgeruimd vuil serviesgoed die bewijzen dat corona de publieksstroom, al dan niet herberekend, niet heeft afgebroken. Mooi zo.