Reitemakersrijge 24

Udo Jürgens bezingt het lot van de oudere jongere gloedvol in ‘Mit 66 Jahren’. Hij overtreft met verve het nerveuze Route 66 van de The Rolling-snuivers-Stones. Op je 66e verjaardag een theepot krijgen en een fles alcoholvrije wijn met een jeugdfoto in plaats van jenever of een neushaartrimmer is natuurlijk al een godsgeschenk. Vervolgens als eerste door twee Tinekes en de mannenkledingwinkel gefeliciteerd worden, heerlijk attent. Maar het mooiste present, op een vergesprek over boulderen met zoon II en een artikel over orgels in Noord-Nederland van zoon I na, was toen ik de krant opensloeg en zag dat er een roman is geschreven over het meest verguisde en onbegrepen dier in Nederland: de duif¹.

Zowel nature als nurture boosteren mijn neiging het altijd voor de underdog op te nemen. [En de immer bovendrijvende upperdogs Carola, Alexandra, Sigrid, Agnes, Fleur, Esther, Sylvana]. Kristusziele, waarom bestaan er geen doortastende PvdA-vrouwen op topposities?

Heerlijk gevoel. Ja, ik beken, ik ken de man – en inmiddels vrij goed -, die stiekem de stadsduiven voert. Hij slentert in een sleetse ouwemannenjas door de stad. Op de plek waar je een grijze groezelige pet met vettige randen zou verwachten, steekt een brutaal volle springerige kuif alle kanten op. Zijn nek is omzwachteld met de mooist denkbare sjaal ter wereld: wijd vallend, gehaakt, met kleurige blokjes uit de beste schilderwerken van Gerhard Richter uit de periode dat hij nog dacht dat geometrie gelijk stond aan Duitse landschappen.

De man, hobby: wandelen en wereldraadselen oplossen, is eigenzinnig en eigenwijs als een Moslim met druk op de borst die ja zegt tegen een varkenshart of een minister die de eed [dat ferklearje en ûnthjit ik] in het Fries aflegt. Hij neuriet ‘Jesu meine Freude’, FC Emmens clublied ‘Het is stil daar aan de overkant’ of fluit constant een iets te snelle versie van ‘Aus Liebe will mein Heiland sterben’. Hij onderdrukt <met moeite> de lust om in de lucht te dirigeren. Strooit af en toe een handjevol duifvoer rond. Daarna kijkt hij schielijk achterom. ‘Goddomme, duiven voeren is verboden,’ hoor ik schuimbekkende duifhaters gnuivend smiespelen. Fluiten en neuriën wordt prevelen: ‘Duifje, duifje’. Ogen twinkelen. Zielsvol geluksgevoel stroomt bij het zien van door elkaar kroelende gevleugelde vrienden.

¹’Dorus de doffer’ van Rense Sinkgraven

Reitemakersrijge 23

Vanaf de Reitemakersrijge is er veel te zien. Kleuren trekken aan mij als idée fixes aan praattafeleconomen die de weg kwijt zijn en vaccinatiemijding aan pluimvee-industriëlen. Elke morgen kijk ik of hij er staat, de gele reiziger aan de overkant van de A. Tegenover ons een glazen huis. Block House staat er in het groen. Geen Blokhuis, Blokkendoos of Blokhoes. Een ingenieuze onbegrijpelijke pijl wil naar het voormalige kolossale KPN-gebouw naast ons wijzen, maar weet niet hoe. Een appartementencomplex met 200 vierkante krokodillentandjes als brievenbussen. Veelal bestemd voor studenten van ver buiten Nederland. Het is een groot gebouw met aan de Reitemakersrijge en de Schuitemakersstraat een doorgang naar een  binnenplaats. Op de binnenplaats een goudkleurige blokkendoos boordevol met wooneenheden als een uitvergroot schoenendozenmagazijn uit het duurdere segment.

Het mooiste aan het gebouw is een ronde Florentijnse toren met een groen dak. Vanaf het dakterras van het Forum is het bij helder weer goed te zien: een hoedje van een staatsbosbeheerminister. Het lelijkst aan het gebouw en zijn omgeving is de fietsencollectie die het verhoogde grasveld aan de Reitemakersrijge bedekt. Er gaan geruchten dat er nog gewerkt wordt aan een fietsenkelder. Zou mooi zijn.

Dagelijks horen we Spaans, Italiaans en Chinees voorbijkomen. De bewoners telefoneren met het thuisfront. Allen stellen hun moeder gerust dat het Ikeabed goed ligt, dat er van aardbevingen weinig te zien is, dat er hier supermarkten zijn die geld verdienen aan longkanker en dat de Nederlandse politici echte generalisten zijn die geen vakministerdiploma nodig hebben, iets wat slechts het Telegraaf lezende deel van de twitterintelligentsia bevreemdt. Zonder uitzondering zijn de Blockhousers vriendelijke gasten. Ze laten onze plantenbakken ongemoeid. Zelfs de uitdagend neergelegde opvallende kalebassen blijven onaangeroerd.

Vanaf onze binnentuin gezien, zie je vier verdiepingen met nieuwe kozijnen in de 60 cm dikke muren. Soms klinkt muziek, zowel alledaagse, jeuzelende, naargeestige 3FM-muziek met als dieptepunt infantiele raps, als indringend uitheemse, meer onbekende, gemaakt op snaarinstrumenten die vanwege de van geitendarmen gemaakte snaren bij de Partij van de Dieren op de zwarte lijst staan. Een enkele Blockhouser houdt de ramen dag-en-nacht wijd open alsof de verwarming op hol is geslagen.

Reitemakersrijge 22

Bij de koop van ons huis aan de Reitemakersrijge heb ik extra veel belangstelling voor de isolatie van het huis. De bezonning, ligging, kleuren, indeling, vraagprijs, staat van onderhoud laat ik graag aan vrouw I over, maar de muurisolatie is mijn focus. We zijn niet bang voor straat- of burengeluiden, we vinden het prima af en toe leven naast ons te horen. Nee, het tegenovergestelde speelt een rol: bij vlagen ben ik een enthousiast (project)koorzanger en ik wil de buren geen overlast bezorgen. Mijn muzikale smaak is niet breed. Naast liedjes van Ede Staal, Joop Visser, Meindert Talma, Willem Wilmink en passiemuziek heeft kerstmuziek mijn voorkeur. En mijn muzikaal vermogen is niet bijzonder groot, ik moet het, net als mijn fietstempo op peil houden, vrouwen doorgronden, geduld oefenen, het bedrijf ASML volgen, Spaans en Gronings studeren, hebben van dagelijkse observaties omzetten in studiedoelen. Vanaf half september tot begin december studeer ik dagelijks op ruim twintig carols, traditionals en vierstemmige decemberevergreens. Sommige stukken, bijna alle gearrangeerd door Etty van der Mei, zijn taai. De verrekt moeilijke inzet van ‘For unto us a child is born’, het straffe ritme van ‘The royal line’, het voor mij nog wat onbekende ‘O du Fröhliche’, het heerlijk uitbundige fortissimo van ‘Gloria’ in ‘Born is the light’ en de mars ‘Transeamus’. Voor een hard-core atheïst zijn bij dit repertoire de teksten van minder belang. Kippenvel en ondersteuning krijg ik van maandelijkse repetities met het Grootkoor dat met 70 sopranen, 60 alten, twaalf bassen en elf tenoren een interessante bezetting heeft. Geluksgevoel verwarmt me [grote woorden voor een Fries, maar ik houd me nog in]. Groningen is nieuw voor me en ik maak graag kennis met sopranen Bertha uit Onderdendam, Moniek uit Haren, Anneke uit Beilen, en Hans, Gait (Gerrit), Sietske en Geeske uit Groningen. Beide laatsten doen vanwege hun specifieke stemkwaliteiten mee met de tenoren. Heerlijk die stemvastheid waarop ik graag leun als een wankele CDA’er op koersvaste Hugo. Bij de sopranen doet een ‘Senior Voice’-winnares mee. Ik onderdruk een vloek als ik hoor dat het concert in de Martinikerk niet doorgaat. Maar ik begrijp het, net als ik gelaten alle coronamaatregelen begrijp en accepteer. Nog harder vloek ik als ik hoor dat het optreden in het Concertgebouw wordt afgelast. Maar ook hiervoor heb ik, anders dan toen ik de inmiddels beroemde foto van een rokende Carola Schouten zag, begrip. Nu richt ik mijn hoop op een koorconcert in weer het Amsterdamse Concertgebouw april 2022. Met als gastzangers Tania Kross en Henk Poort.

De muren van mijn werk- en studeerkamer vertonen barstjes en witsel schilfert als kiertjes in oude, opgewarmde, gesuikerde oliebollen, maar de isolatiewaarde is uitstekend.

Reitemakersrijge 21

We hebben een huisarts, een favoriet eethuisje, een bieb, parkeerplaats, filmhuis, een tandarts, een fietsenmaker, een installateur, schilder, aannemer, pedicure, een organist en sportschooljongens onder wie een masseur.  En een foute [want nog steeds schaamteloos kankerverwekkende producten verkopende] supermarkt. Genoeg zorg dus. Een paar dingen vallen op. De boosterprikrij is aan de lange kant. De griepprikrij was korter. Waarom lukt het gisse huisartsen in Oss en Helden-Panningen wel op grote schaal boosterprikken te gaan zetten en die in Groningen niet? Iedereen zag toch aankomen dat wat boosteraccelleratie handig zou zijn. Te druk? Mocht het al dan? Het is een verschil in denken. Of je probeert vooraf je kaartenbak zo gezond mogelijk te houden, of je reageert achteraf op regelgeving.

Toch overheerst na bijna een half jaar Groningen een gevoel van tevredenheid. Of kerst daar iets mee te maken heeft? Corona dan? Terwijl we mijmerend rondscharrelen in het onvolprezen A-Kwartier werken gemeentemannen, bijgestaan door een stadsarcheoloog, aan een nieuw bankje aan het grasperkje naast het A-bordes. En niemand die protesteert! Dat toont de vrije geest van de binnenstadsbewoner.

Lockdown impliceert dat de wereld gesloten is. Tegelijk biedt een lockdown kansen. Nieuwe openingen. Fietstochten. Wandelingen. Ontmoetingen. Mooie veranderingen. Grootscheepse verjaardagspartijen horen gelukkig tot het verleden, spelletjes raken in, online vergaderen levert een immense tijdwinst op en wandelaars kijken meer om zich heen. Van de Reitemakersrijge richting Zuiderdiep, dan passeer je de modernistische school van de Architectuur…

Aan Gedempte Zuiderdiep 132 is, wie weet, het kleinste museum ter wereld gevestigd. Het Pitcairn Museum, open 24/7, gratis. Vier keer per jaar een nieuwe expositie. Geen Mystery-Spot, geen Ames-kamer: meer een vitrine, een kijkdoos. Blijf ervoor staan en verwonder je. Een museumzaal met een oppervlakte van 60 x 40 ongeveer. Centimeters. Na lang kijken zie je referentiepunten die je op weg helpen: de hoogte van het bankje, de plinten, de houtnerven in de vloer. Suderdaip 132 heet ook wel het glazen torentje. Vijf woonlagen, de bovenste een unieke B & B, zijn gevat in een stalen constructie waarvan een groot deel zichtbaar is. Een bijzonder gebouw.

kerstgroet voor Klaastaallezers

Beste Klaastaallezers in Aduard, Ambt Delden, Amsterdam, Arnhem, Assen, Beilen, Bladel, Bolzano, Den Bosch, Brussels, Burgh Haamstede, Diemen, Dodewaard, Dreumel, Duivendrecht, Echt, Emmen, Enschede, Giessenburg, Groningen, The Hague, Harlingen, Haulerwijk, Hillegom, Klazienaveen, Kollum, Lieshout, Maastricht, New York, Nieuwerkerk aan de IJssel, Nieuw-Vennep, Odoorn, Oosterhesselen, Rotterdam, Schaijk, Sommelsdijk, Stiens, Uden, Utrecht, Veenendaal, Vught, De Westereen, Winsum, enz.

Vraagt de ene m/v/x herder uit de bekendste Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever eind 2  0  2   1 aan Jozef: gast, wat is al tijden uit ons beeld, tot straks verpakt, verstopt, wat wordt er van ons weggehouden? Zijn het de mannenbroeders Hoekstra & Van Lienden, poeniepics jagende Ivens, warhoofd Baudet, kronenjongen Alex? Zijn het de slappe toeslagrechters, de antivaxxers uit de bedden bezettende bible belt, die enge retro farmers, de mest- of witteschoolfraudeurs, de logge ongeschoolde paarden  koemanbommelboerseedorfcocudavidsbastengullitstam die maar geen ruiters willen worden, kompasloze dubbelepettendragers vermomd als fiscaal juristen, jagers op agressieve konijntjes, de mocromaffia, het TagiWeskibondje of toch gewoon de arme tot prinses gemaakten, de ladenlichters van de ABN met zwarte Guernseylijnen, de roomse angst voor Benedetta’s staafje van de pleziergoederenboer, het hossend stadionpubliek, de nieuwshypochonders onder de twitterintelligentsia, de tabaks- lachgas- en farmaceutenindustrie?

 

Ah nee, mirre- goud- en wierook- dealer m/v/x, die shit gaan we jinxen; verstopt zijn Fleur de wegenbouwer, het zijn wat bossen geveltuinenblommen in de knop, Carola die de boeren wijze niet begrepen lessen leert, het onversaagde trio Huug, Jaap, Mark, een glaasje zelf gewonnen bessensap, supersub Alexandra, oude ploggers op zondagmorgen, Silvana, godin Minnesma, Carmen Mola die toch drie mannen is, wat fietsersvriendschap, dekselse Bojan & Gretha, onverjaarde broederliefde, een duinenwandeling, een warme hand, een moers- of streektaalkus, wat extra aandacht, de guilty pleasure van een dwarsgedachte, held Josh Cavallo, een ultravrije laatste wil, fijne herinneringen, een handvol weggesneden laatmaarzorg, voetbalplezier van 020 en Wergea United, een minibieb, wat Wilmink, Talma, Staal-cultuur, een shotje molnupiravir, de Omtzigtrenaissance, meerstemmig koorgezang, verstilde kunst, een gehaakte blokjessjaal, trombones zonder dirigent, een parkje aan de A, wat zeg ik? Puur ontknoopt geluk in  2   0   2   2 !

K l a a s  e n  I n g e

 

(Reitemakersrijge 18, 9711 HT Groningen)

Max

‘Wat een mooie pet, jongen,’ hoor je van kermismeisjes

De kleurige grote klep  maakt je weer twaalf, je kart pruttelt

Tata’s staal en rode stieren menen dat je kracht uitstraalt

Maar zweet parelt op zijden donshaartjes op je bovenlip

Wijd open neusgaten als Franse ventielen en huid vol

Plakplaatjes waar Picasso en Giacometti van wegkijken

Geil zeggen pikdragende tweedeautobezitters

Je jongensogen spreken vertwijfeling, verlies beloert je

Je verzint excuses in oliestaatjes waar sjeiks zich afvragen

Of F1 een sport is of dat het curling op banden blijft,

Een derderangs materialen- en assistentenstrijd

Waarbij er grote kans blijft op struikel- of verstappen

Omdat de baan niet door je hulpen was geveegd

Op van die kekke Pirelli antislipschoentjes rem en gas je

Met de vaart waarmee Shell zijn hielen licht

Bidden de sponsoren: moge de duurste materialen

De wereld en kerosine verslindend winnen

Boven geasfalteerde boomkikkers en hagedissen

En partijvoordedierenmeisjes die net zo sneu

Kijken als jij na je verlies van beschaving

Reitemakersrijge 20

Aan de Reitemakersrijge staan geen auto’s geparkeerd. Wel is er een ondergrondse commerciële parking. Daarover zo meteen meer. Wat is het parkeerbeleid? Groningen doet als een Agrarisch Onderwijs Centrum: het ontmoedigt de studenten om met de New Holland, Fendt of John Deere (of opa’s Mc Cormick met hef, grondbakje en aftakas) naar school te komen maar biedt hun wel het naast de school gelegen sporterrein als parkeerplaats aan.

Paradox: de ruimte voor auto’s in de binnenstad van Groningen is beperkt. Toch is het beleid gericht op een warm welkom voor de auto; alsof je spuiters en slikkers, die je eigenlijk wilt weren, op elke straathoek een verwarmde picknicktafel aanbiedt. Groningen is met een kwart studenten meer een voetgangers- en fietsersstad dan een autostad. Waarom er dan zoveel parkeerruimte voor auto’s wordt gereserveerd is een raadsel. Voorbeeld: De kade aan de Pottebakkersrijge is voor 75% gereserveerd voor auto’s, waaronder enkele long-stay-karretjes. Direct achter Pottebakkersrijge is parkeergarage Westerhaven.

Je hoort klagers en critici vaak zeggen dat parkeren in de binnenstad extreem duur is en onbereikbaar voor de modale autobezitter. Wat is duur? Eens kijken, reken mee: binnen de Diepenring kunnen bewoners één parkeervergunning aanvragen voor nog geen 90 cent per dag, de prijs van twee sigaretten of kauwgumballen. Ter vergelijk: de wegenbelasting kost voor een vuile diesel € 5,21 p.d. en de verzekering <met hoge no-claim-korting> € 1,-. Buiten de diepenring kan zelfs ook nog een bezoekersvergunning worden aangevraagd. Wil je het karretje per se onder dak stallen, dan is er de buurtstalling: per dag € 2,40. De hele dag in een parking voor de prijs van één ijsbolletje. Voor beide is een wachtlijst van circa drie maanden. Gun je je kar gedurende de wachtperiode een roestvrij onderkomen, sommige autojongens verwennen hun vierwieler als een vrouw haar schoenencollectie, dan kan je terecht in een particuliere ondergrondse parking. Kosten € 5,- per dag. Voor de moeilijke beslisser is er nog een vierde mogelijkheid: een particuliere openluchtstalling: zo’n € 3,20 per dag. Kan je wel naast het museum staan.

Reitemakersrijge 19

Lopen door de binnenstad inspireert. We proberen rond te kijken met de ogen van oplossingdenkers. We stellen elkaar vragen. Waarom zaten de Baarsma-economen zo naast de langeretermijnvoorspellingen van de corona-effecten? Waarom vinden de praattafelhosts open vragen stellen ingewikkeld? Wat is er lastig aan een aso even aan te spreken of te triëren bij een zieknhuispoort? Hoe het nijpend woningtekort op te lossen?

Op het oog typisch Nederlandse uitvindingen als de Zeeuwse waterkering, de roetveegpiet, het ollebolleke¹, de klapschaats en het fietsknooppuntennetwerk zijn meer dan geslaagd. Dat kun je van de kurkvloer, gekleurde kerstboomverlichting, de ligfiets en zwarte Piet niet bepaald zeggen. Toch zijn ze alle, oplossingen en mislukkingen, ooit begonnen bij een vraag. Sommige vraagstukken vragen om ingewikkelde, andere om eenvoudige oplossingen. Een bezoek aan de Dutch Design Week in Eindhoven of een open dag bij Minerva geeft weifelmoedigen hoop.

We zien werkstukken van Minerva-studenten, van wie een klein deel moeite heeft met de Smoke-Free-Area tekst naast de voordeur. Artistieke gasten. Een enkele Willy Wortel. Een lerares tekenen-in-de-dop leidt ons rond op de open dag. Vanuit ons huis hebben we zicht op de studio’s waar toekomstige beeldend-kunstenaars en een handvol aanstaande trouwfotografen zich voorbereidt op een werkend bestaan.

Om de techniek onder de knie te krijgen worden Rietveldstoelen gekopieerd. In de Groninger kunstacademie wordt nog driftig geschilderd. Op de diploma-uitreiking van de Koninklijke Academie Beeldende Kunsten in den Haag zien we slechts 2% kwastvaardigen. Wel veel concepten, installaties en fotografie.

Maak het voor binnenstadswinkeliers aantrekkelijk hun permanent leegstaande bovendverdiepingen te verhuren aan kamer- of woningzoekenden. Doe niet moeilijk over permanent bewoonde recreatiehuisjes. Stop met het korten op de AOW als senioren willen samenwonen. Soms zijn oplossingen zo eenvoudig dat ze over het hoofd worden gezien.

 

¹Het ollebolleke wordt ten onrechte toegeschreven aan Drs P die de rijmvorm voor het eerst in 1974 gebruikte. In het Engelse taalgebied was de evenknie, de Double Dactyl, al sinds 1951 in gebruik.

Gezienus Omvlee Licht over Nederland (€ 14,- Uitg. Ter Verpoozing)

Dat Omvlee voor de omslag niet koos voor het veenlijk uit Yde maar voor een zedige schets en profil van de mysterieuze, elders ook wel sensueel afgebeelde Mata Hari komt denkelijk door zijn (partiële) Friese roots en zijn marketing-technisch inzicht. Het is een schitterende bundel geworden met zeer mooie illustraties van schoonzus Hanneke. Bij e l k  vers maar liefst. Wat kan dat mens tekenen zeg. Treffend en raak, soms humoristisch, altijd verduidelijkend, met als beste die bij ‘2004 Moord op Van Gogh’.

In de categorie Light verse, plezierdichten, staat Gezienus Omvlee in een rijke rij met Drs P, Torn, Weemoedt, Beltman, Stip, Rawie, Dorrestijn, De laat, De Wijs, Van Wissen; er zijn mindere rijtjes denkbaar.

De jaartallen hebben bij ‘Licht over Nederland’ de functie van paginanummers. Aan de titel herken je de grefo invloeden uit auteurs jeugd. En wat een leuke lamp laat broeder Omvlee schijnen over de donkerte. Als een straatmaker die ingewikkelde geometrische vormen in een stoepje slaat, als een ICT’er die ritmisch bits en bytes placeert, zo is Omvlee in de weer geweest met bloemrijke al dan niet beklemtoonde woorden, zinnen met verrassende wendingen, interessante betekenisverschuivingen, originele vondsten; kortom woorden en zinnen die samen een beeld vormen, dat de lezer een lach om de lippen doet krullen, hem/haar na de eerste lezing die 35 minuten duurt, nog een keer laat lezen & kijken en bovenal elke keer doet verwonderen en zacht laat smiespelen: godver, hoe flikt hij ’t toch steeds weer. Dat het onderwerp geschiedenis is, een onderwerp dat niet bepaald tot de dagelijkse levensbehoeften van de dichter behoort, ach wie maalt daarom? De pijn van het onpoëtische onderwerp wordt immers meer dan vergoed door de illustraties van Hanneke.

2004 Moord op van Gogh

101, nee, bij hertelling 102 strak georkestreerde of gekorsetteerde verzen, het is alsof je achterin een auto zit en naar buiten kijkt en steeds de ritmische tik van een iets verdikte middenstreep voelt, die dan weer eens ferm en dan weer licht klinkt en voelt. Ollebollekes, sonnetten, pantoumen en meer  tonen dat Omvlee het hand- en hersenwerk beheerst. Omvlee begint vanaf 300.000 voor Chr. en eindigt in 2018. Hij botst van grote naar kleine, van internationale via geopolitieke naar nationale en regionale en van bekende naar onbekende historische namen en gebeurtenissen, bijna altijd met een twist, een slag, een draai.

Goed moment ook voor deze publicatie. Op de achterflap gaat marketeer Omvlee door met: Stikvol geschiedenis / Kostelijk bundeltje / Prachtig cadeau / Ook voor als men verjaart / Blijft door de inhoud en / Materiaalkeuze / Ook antiquarisch / De aanschafprijs waard. En zo is het!

IN MEMORIAM Bertus Tiems

De ouwe reus is overleden. De boom is geveld. Met dit verschil dat bomen met een keiharde klap neerkomen en Bertus Tiems na een kort ziekbed zacht is geland, rustig uit het leven gegleden, oet de tied kommen. Bertus kwam in de tied in 1935. Een imposante verschijning met een hart van goud dat ook nog een keer op de goede plaats zat. Recht door zee en hulpvaardig. Wij waren buren van 2000 – 2012. Sleen heeft markante en bekende inwoners. Een internationaal befaamde kunstenaar. Een regionaal cabaretduo. Een dichteres. Een expansionistische zakenvrouw. En Bertus Tiems. Wij hadden koormaten kunnen zijn. In zijn jeugd was Bertus lid van de gemengde zangvereniging Sleen en ik werd het later. Twintig jaren voorkwamen dat we, terugfietsend van een koorrepetitie, samen een duet vormden dat De Mooiste meid van Slien of De Jongbloedvaart zong.

Bertus had een ijzeren gestel en een stalen leefritme: ’s avonds met de kippen op stok en vroeg opstaan. Zeg je Bertus, zeg je vrijheid. Wonen aan de rand van Sleen, wat scharrelen op het eigen erf, de tuin bijhouden en die later beetje bij beetje saneren, in de herfst de bladeren harken, de paarden van Jan Zeewuster in de gaten houden.

De dood van broer Jo begin 2014 was een zwaar gelag voor Bertus. Plotseling was de onafscheidelijke broederband gebroken. Thuiszorg, Tafeltje Dekje, en paardenman Jan sleepten Bertus erdoor. In mijn herinnering zie ik Bertus op zijn best als ik, achterom lopend, na drie keer kloppen en luidruchtig ‘Volluk!’roepend, zijn keuken binnenkwam en ik hem zag staan achter het gasstel met daarop een grote koekenpan boordevol gesneden ui. De geur van in vet smorende uien was bedwelmend lekker.

Bertus was wars van zweverigheden en verzinsels. Wensgedachten over een leven na de dood en  godsdienstige praatjes waren niet aan hem besteed. Jehovah’s Getuigen werden bruut de deur gewezen. Bertus leek met weinig tevreden te zijn. De laatste jaren bracht hij vaak door op zijn stoel voor de buitendeur. Hij observeerde de komende en gaande mens. In de laatste jaren had hij een groot dekkleed paraat waarmee hij de stoel uit de regen hield. Duurde de bui niet al te lang dan bleef hij zitten en trok het dekkleed over zich heen en wachtte het eind van de bui af, zijn hoedje net buiten de rand uitstekend. In het onderhouden van vriendschappelijke banden met buren was Bertus eigengereid en eigenzinnig. Een keer een groet niet beantwoorden kon op een levenslange verwijdering rekenen.

De mooiste actie van Bertus was dat hij samen met broer Jo starter was bij de Pieterom Run in 2012.

Waren er vrouwen in Bertus leven? Zeker. Er waren vrouwen die meer dan belangrijk voor hem waren. Op de eerste plaats natuurlijk zuster Jantje. Als ze kwam, zaten ze ’s middags gezellig in de tuin thee te drinken. Nooit zagen we Bertus gelukkiger, een eeuwigdurende glimlach op zijn lippen en een vrolijke oogopslag. Femmie van Jan, een supermantelzorgster. Oud-buurvrouwen Lidia die zijn 80e verjaardag regisseerde en Inge van wie hij de hand bij een felicitatie net iets langer vasthield. Lenie de pedicure, door Bertus steevast hoefsmid of bekapster genoemd. En dan Bertus’ allergrootste liefde: oud-huisarts Nicolette. Die kon een potje breken. Vergeleken met haar waren de mannelijke huisartsen stoethaspelende houten klazen die er maar weinig van bakten.

De laatste jaren zagen we Bertus wat veranderen, hij werd gevoeliger. En onhandiger. In de keuken vatte zijn bloes vlam en hij lag weken in het brandwondencentrum in Groningen. Een paar jaren later viel hij van een ladder. Hij wilde een duif verjagen uit de bijkeuken. Hij brak zijn enkel en een langdurig herstel volgde. Drie weken resideerde hij in De Horst met medepatiënten die hem de oren van de kop kletsten.

Bertus, rust in vrede!