JOURNAAL week 45 (2026)

ZONDAG De splinternieuwe wandelgroep A-Kwartier passeert de Oosterparkwijk en ziet een beeld dat een (voetballend) familie-elftal symboliseert. Prachtig, stoer, eigenwijs, rank. In de verte doet het me denken aan Spaanse wedstrijden waarbij stadswijken proberen zo hoog mogelijke menselijke torens te bouwen door op elkaars schouders te klimmen. Dichtbij gooit het me terug naar 1972, voetbalvereniging VV Kollum. Met trainer Jan Boer organiseren we een excursie naar het Groningse VGAV, met Piet van Dijk en mijn idool Tonnie van Leeuwen. Tonnie en ik beiden keepers. We bezoeken een training van Ron Groenewoud.

MAANDAG Soms leiden onverwachte ontmoetingen naar interessante ervaringen. Ik lees een thriller van Bregje Rebergen die we in de boekenwinkel ontmoetten. Wat een leuk gesprekje al niet vermag. Maarre, eerlijk is eerlijk, de eerste hoofdstukken vallen niet mee. Het verhaal met een officier van justitie als hoofpersoon in en om Almere in een Quote-500-ish milieu en is niet geheel clichévrij. Maar al verder lezend ontvouwen zich interessante verhaallijnen die de moeite zeer waard zijn. Ik hoop het boek ingezogen te worden en guess what, dat lukt. Goed gedaan Bregje.

DINSDAG Het WEC (zeehondencentrum) te Lauwersoog staat op springen, het Kunstcentrum De Ploeg in Wehe den Hoorn vecht tegen sluiting, het universiteitsmuseum(pje) wordt de nek omgedraaid en hoe het Groninger Museum ervoor staat is onduidelijk. En dan spreken we nog niet over de managementperikelen in het Drents Museum. Het universiteitsmuseum biedt een collectie op de unihistorie en een terugblik op midden jaren 80 vorige eeuw. Leuk!

WOENSDAG RTV-Noord belt en wil meer weten over het wijkstandpunt in museumplannen. Vrijdag is er een bijeenkomst van Lets Gro in Forum. Hoe mooi we het ontwerp ook vinden, we hikken aan tegen de verwaarlozing van klimatologische effecten. Er is een dak gepland van aluminium losanges, glad, strak, mooi. Maar desastreus als het om weren van hittestress gaat. Een groen (sedum)dak zou te duur en te zwaar zijn. We zijn beducht voor bloedrode vlekken op beelden van hitte camera’s. De vergelijking met boeren die zich niets aantrekken van de stikstofproblematiek dient zich aan. Het komt aan op kiezen en financiën verdelen. Ik wil meer weten over dakconstructies. Mijn aannemer praat me bij.

DONDERDAG Cabaretier Max van den Burg, met ‘Maxikozi’ in Hoogezand, houdt de bezoeker permanent spiegels voor met schitterende herkenbare persiflages van de moderne vrouw en man. De ene keer de met een airfryer, pantoffels en afstandsbediening verwende saaie man als huisvader en dan weer de nerveuze naar zekerheid hakende vrouw in de sportschool en op de yogamat op zoek naar de perfecte bodylijn onder de troostrijke klankschalengeluidjes die èn de lucht èn de billen optimaal laten trillen en drillen. M/V met een geregeld leven maar zonder avontuur. Heerlijk. En ja, heel herkenbaar.

VRIJDAG Eerst een straatinterviewtje voor het MADA in de Schuitemakersstraat met de belangrijkste vraag of wij denken dat er no iets veranderd kan worden aan de hoge donkere muur. Bij de  publiekspresentatie in het Forum blijkt dat de architect geen toelichting wil geven op het klimaatonvriendelijke, binnenstedelijke hittestress bevorderende aluminium dak. https://www.rtvnoord.nl/cultuur/1450303/dit-wordt-het-nieuwe-museum-aan-de-a-in-stad.

JOURNAAL week 44 (2026)

MAANDAG Peter Middendorp is een meester van de ironie en sarcasme. Ik herlees het autobiografische ‘Vertrouwd voordelig’ over de verwikkelingen van een jongen in Emmen wiens vader een Blokker bestiert. Gevoelig, hard, komisch, tragisch, humoristisch, echt, kortom een zwarte komedie, een heerlijk boek over een zestienjarige die twee keer van school wordt gestuurd en te werk wordt gesteld in de Blokker van zijn ouders. Alle beschreven plaatsen in Emmens centrum herken ik.

DINSDAG Met familiedagfotoboekjes bezoek ik een neef en zijn vrouw in Leek op mijn Giant Defy. Deze week wordt het een week van vierdegraads familie. Veel ontmoetingen voeren naar mijn jeugd. Ik merk dat mijn geheugen graag samenwerkt met de zestiger jaren van de vorige eeuw.

WOENSDAG In Oudwoude hoor ik dat de neef die zo’n 35 jaar geleden is overleden, leed aan een melanoom, een agressieve huidkanker, die zich had uitgezaaid. Uitzaaien heeft in de plantenwereld een positieve betekenis maar in de medische wereld niet bepaald. Mijn beide melanomen (-noompjes) die vorig jaar bij mij zijn weggesneden, waren niet uitgezaaid. Elke dag deze week denk ik er even aan en voel me een geluksvogel.

DONDERDAG Als ik de buitendeur open zie ik een grote Ikea-tas liggen. Iets verder, voor onze geveltuin is een papieren kunstwerkje geposteerd op enkele encyclopedieën. Heel mooi. Ik maak een foto en vervolg mijn weg naar de buurtsuper. Als ik terugkom staat er een groepje Minerva-studenten uit Zuid- en Noord-Amerika voor ons huis, van wie één, een meisje uit Minnesota, vertelt het kunstwerk te hebben gemaakt, ‘a contribution to this peaceful spot’. Ja, denk ik, zo kan je er ook naar kijken: een geveltuintje met een blauw bankje en een minibieb aan de muur. Kleurrijk de stenen vlakte doorbrekend. Vriendelijk, vredig, biodivers in miniatuur, uitnodigend tot verpozing. De verderop op de schooloprit zich klein en bijna onzichtbaar makende, achter de geparkeerde auto’s weggedoken stiekem rokende conciërges contrasteren.

VRIJDAG Met een nicht en haar geen dag zonder Bach levende man bezoeken we een intiem want zeer kleinschalig (Allerzielen)concert in de Nieuwe Kerk in Groningen van de Nieuwe Philharmonie uit Utrecht. Op het programma werk van Vivaldi en Bach. Topstukken: ‘Ich freue mich meinen Tod’, Ich habe genug’ en ‘Schlummert ein ihr matten Augen’ van Bach klinken, uitstekend gezongen door Stefanie True, en aangevoerd door de ononderbroken streng kijkende Johannes Leertouwer, geweldig. We zitten op de derde rij en luisteren en kijken vol aandacht. We proberen ons, met enige inspanning, niet te storen aan de wereldvreemde teksten die de dood verheerlijken en we observeren de interactie tussen de negen in 35 tinten zwart gestoken serieus kijkende musici, die met uitzondering van de sopraan, hun ogen hebben vastgekleefd aan de bladmuziek.

ZATERDAG Mensen hebben niet het eeuwige leven en auto’s evenmin. Ons deelautoproject, ooit met bevriende buren opgericht toen een buuf een Clio erfde, gaat na bijna vijf jaar afstand doen van Clio want er wordt weer een vierwieler uit een erfenis aangeboden, een vijf jaar jongere en veel grotere Scenic. We voelen ons er goed bij, één van onze deelnemers is een gezin van vijf personen die bijna twee meter lang zijn of worden. De nieuwe deelauto is goedkoop (het zal uitkomen op zo’n 3K per deelnemer) en misschien ook wel eco-vriendelijk. Zou het niet tijd worden binnensteden enkel voor deelauto’s toegankelijk te maken?

JOURNAAL week 43 (2026)

ZONDAG Eerst mijn zondagochtendritueel (60 kms met SpaakMasters richting Hogeland) en dan ’s middags een geveltuinenwandeling gevolgd door een lustrumpartijtje ter ere van onze vijfde goudenschepjeuitreiking voor de fraaiste geveltuin in het A-kwartier. Het achterzaaltje van de Wolthoorn raakt vol. Een lange diagonaal door de ruimte gespannen lijn buigt door van het gewicht van 27 grootformaatfoto’s. Gasten kunnen met groene stickers de winnaars bepalen. Binnenstadswethouder en eerste loco Wijnja heeft zich even van haar professionele verplichtingen rondom de beveiliging van Groningen – Ajax losgerukt en reikt de prijzen uit. Feestelijk, druk, gezellig en dat allemaal vanwege onze wens de binnenstad te verfraaien, te vergroenen, biodiverser te maken. Een gedeelde eerste prijs voor Sledemennerstraat 13/13a en Noorderhaven 1022. Noorderhavenbewoner Chris Vogt is te zien op https://youtu.be/2xt1c6Q-JtE?si=O_AVySBgZ2wnGrA9. Dit filmpje ging viraal en daar werd het volgende item over gemaakt: https://youtu.be/4jJz8LTV-aU?si=ams0EWxXe7dcdysT”

MAANDAG, MAROKKO I Een tweedegraads familielid is in Marokko voor een hardlooptraining. De temperatuur en de hoogte in Marokkaanse bergen trekken goed opgeleide lopers die aan een Oostenrijkse, Zwitserse of Tsjechische heuvelrug niet genoeg hebben. De mannen vliegen naar het land waar persvrijheid en mensenrechten onder druk staan, waar gezondheidszorg niet voor ieder is weggelegd, waar 700 jongeren nog vast zitten na een demonstratie, waar kritiek op de koning niet wordt toegestaan, waar trouwen met je verkrachter een echt vrouwenrecht is, waar zoveel godsdienstvrijheid is dat 99 % moslims zijn, kortom een milde maar niet minder nare vorm van staatsrepressie. Een koninkrijk met politieke gevangenen, gemuilkorfde journalisten dat door jongeren (o.a. vanwege een torenhoge jeugdwerkloosheid) massaal, zelfs zwemmend, de rug wordt toegekeerd. Maar wel met prachtige looproutes ver van de gewone Marokkaan.

DINSDAG Ik lees ‘De Overbodige’ van Herman Koch, een bijzondere misdaadroman (met acht drukken t/m juli ’26). Het boek verwijst naar van t.v. bekende speurneuzen. Met een hoge dosis sarcasme wordt het recht van de sterkste verheerlijkt door de hoofdpersoon, de Nobelprijs voor biologie (sic) winnende man, die met zijn vrouw en een bevriend echtpaar op wandeling is in Schotland. Een echte Koch. Liefhebbers hebben twee daagjes heerlijk leesplezier met een exquise mix van suspense, manipulatie, verrassing en een sausje cynisme.

WOENSDAG In museum MoreTwickel te Delden, de 3e MORE-vestiging, zien we veel werk van Mankes en kunstenaars die op zeer  eigen wijze de natuur verbeelden. More heet het grootste modernrealismemuseum in Europa te zijn. Nog een plus: kleinschalig. De Twickel-vestiging doe je in ruim een half uur, dan nog een half uur in het museumcafé (mèt kunstblomme) en je hebt een mooie middag. De slechts dertig jaar geworden Jan Mankes komt hier uitstekend tot zijn recht. Alleen al de twee portretten doen me lang stilstaan en indringend kijken. Wat een techniek! En ook de natuur op de eerste verdieping mag er zijn.

DONDERDAG Wil je de studie van een (streek)taal serieus nemen, dan hoort daar ook studie van de taalkunde bij. Ik lees REKER ‘Groninger Spelling, een handleiding voor het lezen en schrijven van Groninger teksten’ (1984) en kom tot het ruwe besef dat mijn hersens meer willen dan er aan opslagcapaciteit is. Met mijn sparring-partner C discussieer ik over poëtische struikelblokken, vertaalproblemen, prachtige vondsten en het fenomeen hyper-Gronings waar ik (soms) wel en zij minder aan lijdt. Bij twijfel consulteer ik de RUG-gespreksgroep die me binnen 30 minuten antwoorden geeft waar ik iets aan heb.

VRIJDAG MAROKKO II Ik wil meer van Marokko weten en lees ‘De geschiedenis van as’ van mensenrechtenactivist /  hoogleraar Khadija Marouazi over hoe het activisten eind vorige eeuw verging in de staatsgevangenissen. Het boek valt niet mee. Breedsprakig. Droog. Wijdlopig. Omslachtig.

ZATERDAG Terwijl het aantal vestigingen in het land afneemt tot nu zeven, groeit Grootkoor Groningen. Ik schat tegen de 200 zangers, waaronder 19 tenoren en 15 bassen. De repetitie doet me soms denken aan ‘community singing’ in Engelse stadions. We studeren 20 nummers in, waaronder drie stukken uit de Messiah van Händel. Met Erna, Johan, Lycke en Rogier houden we het overzichtelijk. Het concert in december gaat specta worden met een brassband erbij.  ’s Middags op de Grote Markt doe ik me aan een demonstratie tegen het barbaarse provinciale voornemen zogenaamde verwilderde duiven af te schieten. ’s Avonds een feestje in Sleen: muziek, buffet, een gladde dansvloer en leuke gesprekken met mensen van vroeger waaronder Marinus, Joyce en Julia, de leukste oud-leerlingen ooit!

THINKING HANDS in NIEMEYER (sept/okt 2026)

In het Niemeyergebouw is een bijzondere expositie van Noorderlicht. Voor de prijs van een portie kibbelingen (mèt ravigottesaus) ligt een ruimte van 3.000 m² voor je open met merendeels foto’s naast een enkele installatie, een video of een beeld(je). Het is een meer dan bijzonder geheel. Een supergoede handleiding krijg je er gratis bij. Ik vermaak me zeer en ga voorbij aan mijn (en veler) vooroordeel dat digitaal gemaakte objecten en fotografie geen kunst zou zijn. Dure camera(bril) kopen, gestimuleerd door een paddootje op een knopje drukken, bewerkingsprogrammaatje met AI downloaden, fotoshop laten zweten en dan idioot grote afdrukken op alu (door een fabriekje) laten maken.

Ik stel mijn aannames graag bij. Wat is me bijgebleven? Wat haakt aan mijn fantasie? Wat prikkelt mijn brein? Waarvan smullen mijn oud-collega’s, de docenten vormgeving en handvaardigheid die wel buiten de schoolmuren durven treden? Het is herfstvakantie. Hopelijk wordt de expo volgende week overstroomd door gillende en rennende schoolklassen uit Hoogkerk, Stad, Uithuizen en Winsum, begeleid door nerveuze panikerende overblijfouders en enkele zelfbewuste leraren die ook een keer nee durven zeggen. Ik zoom in op vier werken waarbij ik de naar inspiratie smachtende docent in gedachten houd.

‘Requiem for an exit’: een supergrote bewegende onheilspellend ogende levensechte maar toch complexe robotkop die in een duistere ruimte (eens per uur) met een AI-gegenereerde stem spreekt over genocide en ontheemding. Indringend en tegelijk Halloweenesk.

Met losse alledaagse objecten een hoofd samenstellen en dan fotograferen. Het ziet eruit als een portret maar is eigenlijk een precies samengesteld stilleven. Van dichtbij zie je plastic stripjes, een plakbandhouder en verfkwast die wenkbrauwen worden, een perforator een bovenlip en zo meer.

Van planking naar staan. Je ziet iemand relaxed gestrekt op een strijkplank liggen. Iets beter kijkend ontwaar je aan de voeten gekleefd een opstapje. Kantel het beeld en je ziet een staand mens dat tegen een strijkplank leunt. Hier zou VMBO-3TL of HAVO-5 (met een begeesterde docent die niet benauwd is voor wat klassenruis natuurlijk) wel raad mee weten.

Maak van vierkante lapjes stof een joekel van een 21-cents postzegel van Bophuthatswana met erop afgebeeld een vliegtuig. De pixels bestaan uit de lapjes stof. Het geheel wordt pas duidelijk vanaf enige afstand. Digitaal in een handomdraai gefixt, maar met mens- en vooral handkracht een uitdagend (groeps)project.

Is alles vitaal, uitdagend, energiek en artistiek? Nee, enkele zwart-witte video’s slagen er niet in me te boeien. Een videomevrouw die op de huishoudbeurs lijkt te staan pakt keukenobjecten op en roept iets te luid de benaming. Enkele drie-D-geprinte beeldjes en een door een fijne stem bezongen smeltende gletsjer, en zwart-witte gesticulerende (sprekende) handen halen mijn eindstreep niet.

Bijzonder opvallend is dat de algemeen en artistiek directeur van Noorderlicht Roosje Klap in een begeleidend schrijven ook de vrijwilligers een plaats geeft, nog voor de sponsoren zelfs. Wat goed!

JOURNAAL week 41 (2026) zeven keer A-Kwartier

Ik ken in het A-Kwartier maar zo drie topfotografen: André Oosterhuis, Han Santing en ALKO SCHOENMAKER, die ook huismeester in de Akerk is. Van hem is deze mistige prent van de Akerk. Zou me verbazen als we deze niet voor de kerstkaart gaan gebruiken.

Onze BUURTVERENIGING heeft een paar honderd leden en een zeskoppig bestuur: 2 mannen en 4 vrouwen. We organiseren maandelijks een activiteit, overleggen met andere binnenstadswijken en de gemeente over een keur aan onderwerpen. We geven een buurtkrant uit en communiceren via een website. Mijn taak: secretariaat (minus Gmailaccount), website, columns, wandelgroep en vertegenwoordiger. Als er overdag iets is georganiseerd, ga ik er vaak op af en bereik zo mijn aanvankelijke doel: snel veel mensen in Stad leren kennen.

 WANDELEN Mijn oproep wie mee wil doen met een wandelgroepje levert 17 reacties op. Niet gek. In het begin zal ik initiatieven ontplooien maar hoop dat na verloop van tijd iedereen dat zal gaan doen. Vrijdag wandelden we naar de Kempkensberg. Zondag deden we een rondje Diepenring van, 5,2 kms. Ook haal en breng ik hond Percy lopend. Edgar du Perronlaan. ’s Morgens 7 kms en ’s avonds idem. En natuurlijk mijn SpaakMasters-rit, 62 kms à 28,6. Lekker beweegdagje dus, met 7 uur in touw.

GEVELTUINEN De jury van de geveltuincommissie heeft 27 tuintjes genomineerd voor de geveltuinprijs, het gouden schepje. Dat wordt dit jaar, ons lustrum, uitgereikt door de binnenstadswethouder op 18 oktober in de Wolthoorn. Goudenschepjeuitreiking, vergeveltuinisering, mooie woorden ontstaan ondertussen. Wij van het A-Kwartier vinden meer groen, hoe kleinschalig ook, in de binnenstad zeer belangrijk.

Voor een FILMCLUB maken A-Kwartierders nog graag een uitstapje naar de Ludemafilmclub. Deze week zien we in Forum de film Downtown met een goed uitgepakte parallel Aids- en HIV <-> corona. Prachtige Nederlandse film met een schitterende uitdieping van de promiscue homo-scene midden jaren 80. Starring Hans Kesting.

 COLUMNISTEN In Sleen en in Emmen was ik in een columnistepool actief, (dus) en nu in het A-Kwartier ook. Al vijf jaar lang schrijft een zestal (3M en 3V) columns die om de twee weken op de wijkwebsite verschijnen. Jaarlijks, op Internationale Vrouwendag, steken de amateurauteurs de koppen bij elkaar in De Sigaar en dit jaar voor het eerst was er een soort intervisie.

DE VISSERBRUG Dit is alweer het derde jaar dat de Vissserbrug kaduuk is. De noodbrug inmiddels ook. In 2027 verwachten we d enieuwe. Voor de columnisten aanleiding om er een tekst van 100 woorden over te schrijven. De mijne: ‘Complotdenkers menen dat het herstel van de Visserbrug opzettelijk wordt getraineerd,’ zegt ze, mij in een wolk van Issey Miyake in verwarring latend. ‘De noodbrug gaat er nu ook een maand uit. Waar hebben we het over?’ Ik kijk haar bewonderend aan. ‘Fietsers en wandelaars hoeven maar tweehonderd meter om te lopen en de fossiele vierwieljakkeraar op zijn verst een kilometer. Toch?’ Heerlijk, denk ik, ga door. ‘De wethouder is een echte visionair. Wat een goede truc om fossielen te laten wennen aan autovrijheid in het stadscentrum.’ Zichzelf in optima forma reflecterend verzucht ze: ‘Maakt deze gedacht mij een complotdenker?’

HET ATHEATER viert haar honderdjarig bestaan met een ramvol programma. Op vrijdagmiddag een receptie met een jubileummagazine, toespraken van de voorzitter en binnenstadswethouder, hapjes, muziek, drankjes, interviewtjes en meer. ’s Avonds een doordacht programma. Spreekstalmeester is Bas van der Heide, die, zo realiseren we ons geschrokken, meer liefde uitstraalt voor het Hooghaarlemmerdijks dan het Gronings. Verder een mooie eenakter van Waark ‘Sound of Verona’, filmpjes over Buurman Bolhuis, een soort André-van-Duynachtige sketches, compleet met een oudere heer die zich als een vrouw in witte legging uitdost en toch wijdbeens overal gaat zitten. Opvallend dat hij onverbloemd zeker zes keer luidkeels godverdomme roept. Is dat Gronings? Dan Topact van zanger Jan Henk de Groot op gitaar en poiano. Wat een stem. Wat een gitaarmuziek. Wat een humor. Groots!

Journaal week 40 (2026) met Lucie Horsch, Jos Rietveld en Wilfried de Jong

Lucie Horsch in Oosterpoort (27 09 26)

ZONDAG Het DvhN spreekt van fenomeen Lucie Horsch. The BBC Music Magazine zegt: Fearsome virtuosity and superb technique’, De Volkskrant spreekt van haar ‘frenetieke fluitspel en haar warme stem’. Wij zeggen: poepoe, wat een buitengewoon goede zang en fluitspel van een 27-jarige met talent overgoten vrouw. We zijn in de Oosterpoort en luisteren naar een steengoed concert met Horsch en het Luthers Bach Ensemble met een Kleinkoor van 22 zangers en een Barokorkest met twaalf musici. En vergeet dirigent Tymen-Jan Bronda niet, vandaag in topvorm. Excellente akoestiek. Een goed gevulde zaal. Gratis pauzedrankje. Iets te weinig programmaboekjes. Horsch, gestoken in een hippe petrol plisséjumpsuit, straalt. Alsof ’t haar geen moeite kost, fluit en zingt ze en betrekt de andere musici, vooral Elise Dupont, aanvoerder van het orkest, bij haar interpretaties van Bach, Händel, Buxtehude, Telemann, Vivaldi. Ook licht ze het concert spontaan, vlot en duidelijk toe. Bewonderenswaardig en verbazingwekkend hoe divers de zes lettergepen van ‘Kyrie eleison’ worden uitgevoerd. Saai? Nee hoor! Vrolijk, gevarieerd, energiek, snel en virtuoos. En wow, wat is het kleinkoor – nog niet als Horsch alles uit het hoofd zingend helaas, maar toch – op dreef vandaag, uit-de-kunst. En, de snaren kunnen immers niet altijd gespannen zijn, een heerlijke humoristische act van een violoncellospeelster die deed alsof ze haar instrument van achter het podium had vergeten mee te nemen, lachen! Het meer dan terechte minutenlange applaus, aangevuld met enkele  snerpende tonen van een vingerfluiter, in de grote Oosterpoortzaal wordt afgebroken door ongeduldig en aanhoudend claxonnerende  buschauffeurs die bezoekers komen ophalen en nu wegens tijdoverschrijding een boete riskeren. Nooit eerder meegemaakt.

DINSDAG Op mijn oude school, het Esdal College in Emmen, was een strak antirookbeleid. Rokende leerlingen werden ver van de school gehouden. Rokende collega’s waren paria’s, was er eens een verslaafde gespot kreeg-ie een extra functioneringsgesprek. Iedereen kende de gevaren van tabak: per jaar 20.000 longkankerdoden. Maar nu. Tegenover ons: Kunstacademie Minerva met veel rokertjes. Veel internationals ook, èn personeelsleden. Geregeld spreek ik ze aan. Reacties variëren: ‘My apologies’ en ‘Mind your own business’. De schoolleiding kijkt lekker de andere kant op en hanteert een zachter dan zacht handhavingsbeleid. Op het schoolerf rokende conciërges en bij een opening paffende bestuurders. On-ge-lo-fe-lijk. Dat schiet niet op vanzelf. Als ik hun wijs op het strakke RUG-beleid is men ‘not amused’.

WOENSDAG De Nieuwe Kerk in Stad zit met de zevende Ubbo-Emmius-lezing ramvol. Niks over verzonnen goden deze keer maar twee instant-dominees: fietsliefhebbers annex -deskundigen: Jos Rietveld over Fongers, ooit één, wellicht de beste, van de Groningse fietsfabrikanten, en over Stad als tweede fietsstad van Nederland en Wilfried de Jong met anekdotes, filmfragmenten en boekflarden over zijn liefde voor de fiets. Beiden, sprekend voor de kolossale kansel, boeien de bezoekers. Een antieke Fongers-fiets toont de doordachte en nauwelijks veranderde fietsconstructie. Voor mij is de grootste vraag waarom De Jong zo blijft vasthouden aan zijn oude stalen racefiets en niet wil genieten van de vooruitgang in fietsproductieland met lichtere en comfortabeler materialen. Het is zijn romantische inslag, zijn gesprekken met en pure liefde voor de historische handgemaakte tweewieler met de unieke zadelpen. Wilfried illustreert zijn verhaal met filmbeelden over Frederico Bahamontes, Gino Bartali, Rini Wagtmans en de tocht naar Roubaix. En een mannenverhaal over een massage door de oude Lisa dat net even anders afloopt dan de kerkbezoekers denken. Dat het verhaal over de aangereden meerkoet, door de fietser hardhandig en primitief uit zijn lijden verlost, de luisteraars minder bekoort blijkt uit het slappe applaus van de fietsaanbidders-dierenliefhebbers op de harde banken. Strava-vrije De Jong toont zich een rasverteller, origineel fabulerend, spits vertellend, liefdevol de fiets omarmend, die de aanwezige mannen toont dat er niets mis is met de wens het mooiste pak van de avond te dragen. De Jongs slotadvies: koester je stalen ros en neem ‘m vannacht mee onder de lakens klinkt na zijn verhalen als een bijna logische afsluiting en even magisch-sprookjesachtig als de teksten die hier zondags een miniem publiek worden voorgehouden. Ik op mijn Gazelle Orange C8 tuffen mijn tweelingbroer en ik Stad in.  

DONDERDAG Ooit was ik een veellezer, nu een gewone. Na de lezing van het duo De Jong en Rietveld gisteravond checkte ik mijn boekenkast. Niets van De Jong. Snel een oproep in WhatsAppgroepjes en de 2nd hand van Van der Velde en Marktplaats bezoeken. Heb er nu zes. ‘k Begin met ‘De man en zijn fiets’ denkend dat het over mij gaat. Mooie verhalen en columns.

JOURNAAL week 39 (2026)

MAANDAG De wereld om me heen kijkt weer wat minder agressief naar duiven, denk ik. In de VK een prachtstuk over jongeren en wedstrijdduiven, in mijn vorige woonplaats Sleen het initiatief om de door ons gebouwde duiventil te restaureren en opnieuw duiven te houden, lees hier maar mee en op de leestafel de twee meer dan interessante boeken over duiven: Jon Day – De weg terug en Irwan Droog – Duif.

DINSDAGmorgen Het woord inspraak zal ik als oud-docent maatschappijleer veel hebben gebruikt. Zelf inspreken deed ik niet, nog niet. Nu bereid ik me voor op mijn maiden-inspraak bij de gemeenteraad van Groningen tomorrow over de transitie van Scheepvaartmuseum naar Museum aan de A. De griffier biedt broodjes en 7,5 minuten spreektijd aan en fluistert me in medestanders te ronselen, opdat de woorden worden gesteund. En passant verlekkert hij zijn lokroep door te onthullen dat er nadien geen vergaderingen zijn zodat informeel napraten wellicht mogelijk is. Maar wat precies te zeggen naast de 570 woorden in onze brief? Vrouw I adviseert me niet lollig te doen, niet te beginnen over duiven en niet te katten dat de scheepvaartmuseuminhoud het altijd aflegde tegen Sneek.

DINSDAGmiddag Van T en C krijg ik vier boeken over Kollum, het dorp van mijn jeugd. T’s vader bracht daar een tijd in de oorlog door. Auteursnamen als Hogendorp, Douma, Bosgraaf, Ozinga klinken me bekend in de oren, zullen de vaders of ooms van klasgenoten zijn geweest. Lekker om weer even in mijn jeugd te zwemmen.

WOENSDAG Op naar het stadhuis. In de Anda Kerkhovenzaal worden we voor zessen hartelijk ontvangen. Er zijn ongeveer tien raadsleden en acht geïnteresseerde buurtbewoners. En een stadsverslaggever van het DvhN. Ik krijg een microfoon en doe mijn verhaal. Dat lukt nipt binnen de 7,5 minuten. Daarna stellen de Stadspartij, Pro, Student en Stad,  PvdD en D’66 nog vragen en praat ik met enkele fractievoorzitters. De journalist vraagt mij de tekst te sturen. Of mijn woordkeus, met dieselfetisjist, sexy lijnenspel, fossiele directiebolides, uitstapjes naar buurprovinciehoofdsteden die iets beter dan Stad doen of deden, Shanghai-Noord voor de krant objectief genoeg is?

DONDERDAG Onze columnistepool met mijn matties E, M, H, Tj en Tr gaat na vijf jaar aan intervisie doen. Ieder wordt gevraagd een tekst van max 100 woorden te schrijven. Die leveren we in en dan gaan we kijken of we elkaar schrijfproducten herkennen. Onderwerp: de Visserbrug (niet alleen het origineel, ook de noodbrug is nu kaduuk en gaat eruit).

VRIJDAG Graffiti is en blijft een hot topic in Stad. Veel geweeklaag. Is ook niet leuk natuurlijk. Geveltuintjes en mooie muurschilderingen werken goed als tegengif. Overschilderen ook. In Lutkenieuwstraat zie ik kordate, zwijgende vaklui aan het werk. Welke verf wordt gebruikt? Wegenverf. Uiterst effectief. Twee m² graffiti kost een uurtje werk. Incl. verf € 100,- schat ik.

ZATERDAG Emmen verrast ons met de – gratis toegankelijke – expositie LUX in Kunstruimte Diep in het vroegere Biochron in de oude dierentuin. Negen kunstenaars, bijna alle uit het buitenland, laten zien wat met licht te doen is. Schitterende installaties zien we. Verrassend. Bijzonder. By far de mooiste èn kwetsbaarste is Double Feature: op draden geprojecteerd licht. We mogen (nog) door strak gespannen draadjespaadjes wandelen. Of dat lang zal worden toegestaan? In het oude haaienbassin werk van Strijbos: aan de wand bevestigde bewegende transparante paneeltjes die ritmisch nieuwe beelden vormen. Dan een magische op de vloer geprojecteerde wiebelige cirkel, een supergroot rood (stop)licht boven het eronder in het waterbassin weerspiegelde licht….en meer, veel meer….

JOURNAAL week 38 (2026)

 

 

ZONDAG  We bezoeken beeldend kunstenaar Annuska ’t Hart die feestviert vanwege het tienjarig bestaan van haar galerie Noes. ’t Hart maakt figuratief/realistisch werk. Schilderijen en beelden. Topstuk: twee rivaliserende rammelaars die naar de gunsten van een vrouwtje dingen.

MAANDAG Bij galerie Peter ter Braak bekijken we werk van Action painter Marian Tappel, o.a. de serie Trash-Works. Lees hier meer over ’t Hart en Tappel. Beiden studeerden aan Minerva.

DINSDAG Het Museum aan de A heeft de ver(nieuw)bouwplannen gepresenteerd. Van Scheepvaartmuseum naar Regionaal Historisch Museum. Inhoudelijk kan het alleen maar beter worden. Vergeleken met het swingende Scheepvaartmuseum in Sneek was Groningen maar zozo. Als buurtvereniging horen we dat er zorgen en vragen over de ingreep zijn. We schrijven een brief aan de gemeenteraad en B&W waarna we worden uitgenodigd die aanstaande woensdag te komen toelichten in een inspreekuur voor de raad. Ga ik doen. Voor alles een eerste keer.

WOENSDAG Een van de leukste klussen in deze periode is mijn schrijverij voor de Pervinzioale Grunneger Schriefwedstried over het thema ‘tijd’. Vanwege mijn lage schrijftempo – een gedicht schrijven kost me maanden -slaag ik er niet in nieuw werk te fiksen en de deadline is al 30 september. Mijn aanpak: ik neem vier bestaande verzen, grotendeels over het onderwerp ‘tijd’ waar ik tevreden over was, ben en denkelijk blijf. Die vertaal ik. Als niet-native speaker- is dat een heidense klus. Aan de 1.278 pagina’s van de Grote ‘Ter Laan’ heb ik niet heel veel want die beste man is blijven steken in Gronings – Nederlands. Aan mijn aangetrouwde opa Jan Boer heb ik ietsiepietsie, want ik heb veel van zijn werk gelezen.

Dan kom ik al snel uit bij mijn netwerk. Vriendinnen en kennissen en een groepje deskundigen, verbonden aan de uni. Twee deelnemers zijn bezig zijn aan promotieonderzoek streektalen, ik meen Nedersaksische regiotalen, dus inclusief Gronings. Eén van deze groep is ook jurylid van de schrijfwedstrijd en dat maakt me voorzichtig.

Waar ik tegenaan loop is dat mijn in het Gronings vertaalde zinnen niet Gronings klinken. Z uit Zuidlaren raadt me aan veel te gaan lezen van Hölsker om zo mijn natuurlijk-Gronings op te krikken. Mijn Paterswoldse vriendin C zegt: ‘Klaas, krieg hier wel wat kromme tonen van, klinkt mie apmoal veuls te Olands.’ Iemand van de RUG-werkgroep helpt me bij het woord ‘kosten overschrijdend’ maar voegt er voor mij onheilspellend aan toe ‘als ik het al zou gebruiken.’ Huh? Denk ik dan, als je voor je werk over bouwend Onderdendam in het Gronings rapporteert aan de gemeenteraad, gebruik je die woorden toch ook in de doeltaal? De streektaal heeft toch niet een beperkte thematiek?

Mijn eigenwijze ik argumenteert: van iemand voor wie Gronings de zoveelste taal is, moet toch geaccepteerd worden dat zijn werk- schrijf- en denkniveau anders is dan de eigenheimers uit de provincie? Schrijvers uit welke regio dan ook zijn toch altijd al vertaald, dus inclusief de eigenheden uit de oorspronkelijk (bron)taal? Of dat nou Friesland, de Peloponnesos, de Falklands / Malvinas, De Peel of Shanghai-noord is?

VRIJDAG Over een week komt Lucie Horsch weer in Stad. Drie jaar geleden trad ze op met Anne-Gäelle Chanon in de A-kerk, nu in Cultuurcentrum Oosterpoort, in 2029 in Euroborg? Wat een talent! Superieure zang en blokfluitmuziek die klinkt als een Timpe, een Hinz, een Schnitger.

ZATERDAG Ons museumweekend begint aan de Westerhavenstraat 14, bij ARTisBOOK met Groningen Hopstad 2026. Vanaf eind maart zijn hopstekken uitgedeeld met de bedoeling die te laten groeien en aan het eind van het seizoen de bloemen (bellen, klokjes) te oogsten. De vloer is in een cirkelvorm bezaaid met de klokjes. Gek, maar mijn stekken vonden geen vruchtbare grond en ik oogstte dan ook geen bloemen.

Countertenor Albert Guiñon Fort & Tymen Jan Bronda in Lutherse kerk op 12 september 2026

Het kerkje loopt lekker vol met openmonumentendagbezoekers en vrienden, vrijwilligers en begunstigers van het Luthers Bach Ensemble. Oude rot Tymen Jan Bronda begeleidt de piepjonge (van 2003) countertenor Fort.

Deze gast komt er wel. Wat een zanger! H e e r l i j k. Het publiek heeft plezier. Vanaf de kraak bekeken hebben we een goed overzicht en genieten we optimaal van de akoestiek. Ook zien we een stuk of vier gasten aldoor facebook checken of de nieuwste recepten van AH, naast mij een fotograaf met een oude camera die herrie maakt als een drukregelaar in een versleten CV, maar ja het is wel Monumentendag!

Op het programma: Bach, Vivaldi, Händel en Glück. Bronda en Fort laten ook de passiemuziek nog horen. De Matthäus Passion-evergreen Buβ und Reu (in het nagesprekje bij de borrel – deze keer met een, jaja, Tripel biertje -en hapjes hoorde ik een wat hardhorende bezoeker zeggen dat ze toch duidelijk ‘Boer zoekt vrouw’ had gehoord) moet het met de vleugel doen. Bronda is als een Groningse herenboer die twee eerstepremiefokhengsten heeft maar toch een aftandse bleke pony voor de sjees spant als hij met twee majestueuze orgels in huis kiest voor het eenvoudige vleugeltje! Maar goed dat hij ‘t op ’t orgel compenseert als hij nog even lekker solo losgaat met Bachs Praeludium und Fuga (met Fort als registrant).

In dit fijne muziekuur gaat het om de zang en de muziek. Vergeet gerust de tekstinhoud. De meeste bezoekers kunnen nog wel iets met ‘Geist und Seele wird verwirret, wenn sie dich mein Gott betracht’ dat ze negen keer gezongen horen. Als onze Catalaanse zanger bij Händel uit het hoofd gaat zingen, horen we de ware muziek, het ‘Lascia ch’io pianga’, – van DuoLingo weet ik nog dat het ‘Laat me huilen’ betekent -, klinkt alsof Fort echt heeft geleden. Veel klassieke muziek is nu eenmaal meer van de pure smartlap over lijden, tranen en ellende dan van dijenkletsen. En sja, horen we verderop niet iets van ‘Tropfen meiner Zähren’ en het tragische ‘Che faro’ en ‘Dove andro’? Beide musici hebben zich, jammer jammer, in hun beste zwart gestoken. Zo blijft het natuurlijk wel wat sombertjes. Ik kan niet laten naar Anna Lapwood te kijken en te verwijzen die met een iets uitbundiger stijl ramvolle zalen trekt.

Het vandaag bijgeleverde programmaboekje stelt de luisteraars op de proef. Duitse teksten worden in het Nederlands vertaald maar de Italiaans blijven steken in het Engels.

Genoeg gezever, het LBE presenteert zich in deze tijd weer met recht als een soort Gronings Podium Klassiek met kippenvelmuziek van rookies als vaste kracht Kemler, binnenkort Horsch en vandaag topper Fort. En Tymen Jan Bronda wordt dan vanzelf een soort Floris Kortie.

 

 

Burgemeester en wethouders op bezoek in het A-Kwartier

We ontvangen het college van B&W nu (8 september 2026) voor de derde keer in ruim vijf jaar. Twee keer met burgemeester Schuiling en nu met Kamminga. Het zijn steeds nuttige en openhartige ontmoetingen. Wij tonen lastige situaties in het A-Kwartier en zaken waar we trots op zijn.

Graag denk ik terug aan mijn tweede vergadering met de bestuursmatties van het A-Kwartier, ergens in 2021. Ik stelde voor de burgemeester een keer uit te nodigen om kennis te komen maken met de wijk en ons. In mijn vorige woonplaats E, zo wist ik, was B, vaak samen met W, gewend aan wijkbezoekjes. Tot mijn verbazing was de zuinige reactie van onze toenmalige voorzitter: “Klaas, Groningen is E niet, hè, W&B hebben volle agenda’s en het is zeer de vraag of daar een wijkbezoek in past.

En de rest is history.

Het stadsbestuur vergadert ’s ochtends in de conferentiezaal van LUHU aan Munnekeholm. LUHU is een ontbijt- en lunchcafé gerund door doven en zeer slecht horenden. Uitbaters Engelien en Dennis hebben bedongen de werkwijze van Luhu te kunnen toelichten aan het bezoek. Daarna is er een lunch waarbij ambtenaren en wijkvertegenwoordigers aanschuiven. Tot slot wandelen we met zijn twintigen door de wijk waarbij complexe meerjarige dossiers die tijdens de lunch zijn aangestipt inzichtelijk worden. Ook tonen we graag ontwikkelingen waar we trots op zijn en weerbarstige problemen. Vier wijkbestuurders lichten de wijkonderwerpen toe.

Wat komt zoal voorbij?

  • De complexe meerjarige dossiers: De ja-of-nee-verhuizing van het Harmoniecomplex en wat er mogelijk voor in de plaats komt, de Visserbrug en noodbrug, de MADA-vernieuwbouw;
  • Plussen: Een uiterst actieve vereniging met 10 commissies en werkgroepen, veel verbindende activiteiten, de samenwerking met Albertus Magnus en de goede relatie met de gemeente, de aandacht voor en groei van aantallen geveltuinen (zie detailfoto van André Oosterhuis), eerste prijs Kunstopstraatprijs;
  • Problemen en hete hangijzers: toename hittestress naast vergroening van het centrum, bierboten en wildplassers, verslaafde druktemakers, lawaaioverlast, parkeertekorten, graffiti.

Na afloop is nog een korte nabespreking en bedanken we elkaar voor de ontmoeting. Zijn we duidelijk en open geweest of was het toch een ‘koek-en-ei’-bijeenkomst? Tijdens de gesprekken maken we er geen geheim van dat binnen het bestuur verschillen van inzichten bestaan. Toch proberen we met één mond te spreken.