Reitemakersrijge 19

Lopen door de binnenstad inspireert. We proberen rond te kijken met de ogen van oplossingdenkers. We stellen elkaar vragen. Waarom zaten de Baarsma-economen zo naast de langeretermijnvoorspellingen van de corona-effecten? Waarom vinden de praattafelhosts open vragen stellen ingewikkeld? Wat is er lastig aan een aso even aan te spreken of te triëren bij een zieknhuispoort? Hoe het nijpend woningtekort op te lossen?

Op het oog typisch Nederlandse uitvindingen als de Zeeuwse waterkering, de roetveegpiet, het ollebolleke¹, de klapschaats en het fietsknooppuntennetwerk zijn meer dan geslaagd. Dat kun je van de kurkvloer, gekleurde kerstboomverlichting, de ligfiets en zwarte Piet niet bepaald zeggen. Toch zijn ze alle, oplossingen en mislukkingen, ooit begonnen bij een vraag. Sommige vraagstukken vragen om ingewikkelde, andere om eenvoudige oplossingen. Een bezoek aan de Dutch Design Week in Eindhoven of een open dag bij Minerva geeft weifelmoedigen hoop.

We zien werkstukken van Minerva-studenten, van wie een klein deel moeite heeft met de Smoke-Free-Area tekst naast de voordeur. Artistieke gasten. Een enkele Willy Wortel. Een lerares tekenen-in-de-dop leidt ons rond op de open dag. Vanuit ons huis hebben we zicht op de studio’s waar toekomstige beeldend-kunstenaars en een handvol aanstaande trouwfotografen zich voorbereidt op een werkend bestaan.

Om de techniek onder de knie te krijgen worden Rietveldstoelen gekopieerd. In de Groninger kunstacademie wordt nog driftig geschilderd. Op de diploma-uitreiking van de Koninklijke Academie Beeldende Kunsten in den Haag zien we slechts 2% kwastvaardigen. Wel veel concepten, installaties en fotografie.

Maak het voor binnenstadswinkeliers aantrekkelijk hun permanent leegstaande bovendverdiepingen te verhuren aan kamer- of woningzoekenden. Doe niet moeilijk over permanent bewoonde recreatiehuisjes. Stop met het korten op de AOW als senioren willen samenwonen. Soms zijn oplossingen zo eenvoudig dat ze over het hoofd worden gezien.

 

¹Het ollebolleke wordt ten onrechte toegeschreven aan Drs P die de rijmvorm voor het eerst in 1974 gebruikte. In het Engelse taalgebied was de evenknie, de Double Dactyl, al sinds 1951 in gebruik.

Gezienus Omvlee Licht over Nederland (€ 14,- Uitg. Ter Verpoozing)

Dat Omvlee voor de omslag niet koos voor het veenlijk uit Yde maar voor een zedige schets en profil van de mysterieuze, elders ook wel sensueel afgebeelde Mata Hari komt denkelijk door zijn (partiële) Friese roots en zijn marketing-technisch inzicht. Het is een schitterende bundel geworden met zeer mooie illustraties van schoonzus Hanneke. Bij e l k  vers maar liefst. Wat kan dat mens tekenen zeg. Treffend en raak, soms humoristisch, altijd verduidelijkend, met als beste die bij ‘2004 Moord op Van Gogh’.

In de categorie Light verse, plezierdichten, staat Gezienus Omvlee in een rijke rij met Drs P, Torn, Weemoedt, Beltman, Stip, Rawie, Dorrestijn, De laat, De Wijs, Van Wissen; er zijn mindere rijtjes denkbaar.

De jaartallen hebben bij ‘Licht over Nederland’ de functie van paginanummers. Aan de titel herken je de grefo invloeden uit auteurs jeugd. En wat een leuke lamp laat broeder Omvlee schijnen over de donkerte. Als een straatmaker die ingewikkelde geometrische vormen in een stoepje slaat, als een ICT’er die ritmisch bits en bytes placeert, zo is Omvlee in de weer geweest met bloemrijke al dan niet beklemtoonde woorden, zinnen met verrassende wendingen, interessante betekenisverschuivingen, originele vondsten; kortom woorden en zinnen die samen een beeld vormen, dat de lezer een lach om de lippen doet krullen, hem/haar na de eerste lezing die 35 minuten duurt, nog een keer laat lezen & kijken en bovenal elke keer doet verwonderen en zacht laat smiespelen: godver, hoe flikt hij ’t toch steeds weer. Dat het onderwerp geschiedenis is, een onderwerp dat niet bepaald tot de dagelijkse levensbehoeften van de dichter behoort, ach wie maalt daarom? De pijn van het onpoëtische onderwerp wordt immers meer dan vergoed door de illustraties van Hanneke.

2004 Moord op van Gogh

101, nee, bij hertelling 102 strak georkestreerde of gekorsetteerde verzen, het is alsof je achterin een auto zit en naar buiten kijkt en steeds de ritmische tik van een iets verdikte middenstreep voelt, die dan weer eens ferm en dan weer licht klinkt en voelt. Ollebollekes, sonnetten, pantoumen en meer  tonen dat Omvlee het hand- en hersenwerk beheerst. Omvlee begint vanaf 300.000 voor Chr. en eindigt in 2018. Hij botst van grote naar kleine, van internationale via geopolitieke naar nationale en regionale en van bekende naar onbekende historische namen en gebeurtenissen, bijna altijd met een twist, een slag, een draai.

Goed moment ook voor deze publicatie. Op de achterflap gaat marketeer Omvlee door met: Stikvol geschiedenis / Kostelijk bundeltje / Prachtig cadeau / Ook voor als men verjaart / Blijft door de inhoud en / Materiaalkeuze / Ook antiquarisch / De aanschafprijs waard. En zo is het!

IN MEMORIAM Bertus Tiems

De ouwe reus is overleden. De boom is geveld. Met dit verschil dat bomen met een keiharde klap neerkomen en Bertus Tiems na een kort ziekbed zacht is geland, rustig uit het leven gegleden, oet de tied kommen. Bertus kwam in de tied in 1935. Een imposante verschijning met een hart van goud dat ook nog een keer op de goede plaats zat. Recht door zee en hulpvaardig. Wij waren buren van 2000 – 2012. Sleen heeft markante en bekende inwoners. Een internationaal befaamde kunstenaar. Een regionaal cabaretduo. Een dichteres. Een expansionistische zakenvrouw. En Bertus Tiems. Wij hadden koormaten kunnen zijn. In zijn jeugd was Bertus lid van de gemengde zangvereniging Sleen en ik werd het later. Twintig jaren voorkwamen dat we, terugfietsend van een koorrepetitie, samen een duet vormden dat De Mooiste meid van Slien of De Jongbloedvaart zong.

Bertus had een ijzeren gestel en een stalen leefritme: ’s avonds met de kippen op stok en vroeg opstaan. Zeg je Bertus, zeg je vrijheid. Wonen aan de rand van Sleen, wat scharrelen op het eigen erf, de tuin bijhouden en die later beetje bij beetje saneren, in de herfst de bladeren harken, de paarden van Jan Zeewuster in de gaten houden.

De dood van broer Jo begin 2014 was een zwaar gelag voor Bertus. Plotseling was de onafscheidelijke broederband gebroken. Thuiszorg, Tafeltje Dekje, en paardenman Jan sleepten Bertus erdoor. In mijn herinnering zie ik Bertus op zijn best als ik, achterom lopend, na drie keer kloppen en luidruchtig ‘Volluk!’roepend, zijn keuken binnenkwam en ik hem zag staan achter het gasstel met daarop een grote koekenpan boordevol gesneden ui. De geur van in vet smorende uien was bedwelmend lekker.

Bertus was wars van zweverigheden en verzinsels. Wensgedachten over een leven na de dood en  godsdienstige praatjes waren niet aan hem besteed. Jehovah’s Getuigen werden bruut de deur gewezen. Bertus leek met weinig tevreden te zijn. De laatste jaren bracht hij vaak door op zijn stoel voor de buitendeur. Hij observeerde de komende en gaande mens. In de laatste jaren had hij een groot dekkleed paraat waarmee hij de stoel uit de regen hield. Duurde de bui niet al te lang dan bleef hij zitten en trok het dekkleed over zich heen en wachtte het eind van de bui af, zijn hoedje net buiten de rand uitstekend. In het onderhouden van vriendschappelijke banden met buren was Bertus eigengereid en eigenzinnig. Een keer een groet niet beantwoorden kon op een levenslange verwijdering rekenen.

De mooiste actie van Bertus was dat hij samen met broer Jo starter was bij de Pieterom Run in 2012.

Waren er vrouwen in Bertus leven? Zeker. Er waren vrouwen die meer dan belangrijk voor hem waren. Op de eerste plaats natuurlijk zuster Jantje. Als ze kwam, zaten ze ’s middags gezellig in de tuin thee te drinken. Nooit zagen we Bertus gelukkiger, een eeuwigdurende glimlach op zijn lippen en een vrolijke oogopslag. Femmie van Jan, een supermantelzorgster. Oud-buurvrouwen Lidia die zijn 80e verjaardag regisseerde en Inge van wie hij de hand bij een felicitatie net iets langer vasthield. Lenie de pedicure, door Bertus steevast hoefsmid of bekapster genoemd. En dan Bertus’ allergrootste liefde: oud-huisarts Nicolette. Die kon een potje breken. Vergeleken met haar waren de mannelijke huisartsen stoethaspelende houten klazen die er maar weinig van bakten.

De laatste jaren zagen we Bertus wat veranderen, hij werd gevoeliger. En onhandiger. In de keuken vatte zijn bloes vlam en hij lag weken in het brandwondencentrum in Groningen. Een paar jaren later viel hij van een ladder. Hij wilde een duif verjagen uit de bijkeuken. Hij brak zijn enkel en een langdurig herstel volgde. Drie weken resideerde hij in De Horst met medepatiënten die hem de oren van de kop kletsten.

Bertus, rust in vrede!

Reitemakersrijge 18

De Reitemakersrijge wordt opnieuw bestraat. Een lekker gevoel, een beetje alsof het doorgezakte matras wordt vervangen. De vale oude gele klinkers worden quasi liefdevol met ongevoelige blikkerende metalen tanden van een 100% elektrische gele KnikMops 180 van Avitec Infra & Milieu opgelicht, met een brute touch, maar met beleid geschud als een goudzoeker die zandkorrels zeeft, en in een Gjaltema container gedumpt met het geluid van tien drummers die les krijgen in een betonnen ruimte met slechte akoestiek. Met een gelijkmatige piep rijdt de KnikMops achteruit en herhaalt het kunstje. Er zit ritme in. Een trage maat. Opgenomen en versneld afgespeeld zou het de beat van Afro-Cuban jazz kunnen zijn met Coltrane invloeden uit de tijd dat Coltrane nog aan de oostkust musiceerde.

Een ploeg mannen werkt gestaag door. Glundere koppen. Vriendelijke praats. Waar zijn de vrouwen nu, hè? Hè? De baan wordt uitgevlakt, een enkele draad gespannen en dan volgt het vlijen van nieuwe gele steentjes. Als een Drentse ollebollekeschrijver die woorden en zinnen weegt, meet en past, worden de nieuwe paden gemaakt. Verderop worden de groffe straatklinkers opnieuw gelegd, niet vlak maar met een lichte bolling, bijna perfect als de buik van een vijfenzestigjarige racefietser die een beginnend buikje aanspant, en profil voor de spiegel in de badkamer staand net voor de binnenkomst van vrouw I: pure kunst.

Trottoirbanden worden door twee mannen met een ingenieuze grijptang opgetild, schoon geborsteld en na een paar uurtjes rust weer langs een lijn gelegd. Strak als de kolommen van witwasfraude opsporende ABN-accountmanagers. Een paar roeken, wat gebeurt hier in vredesnaam denkend, klapwieken voorbij. Duiven knikken met hun wiebelige nekjes. Onrustig. Vrouwen met te felgeel gekleurde regenjassen en zogenaamd voor alle jaargetijden geschikte rode Annymolilaarsjes blijven, de spiermassa’s bewonderend en stiekem fotograferend, onhoorbaar kreetjes slakend, staan.

Een klinkersnijder komt overeind. Zijn bijnaam: de man met rubberen meniscussen. Meer dan een uur zit hij onafgebroken naast een machientje dat met een druk op de knop klinkers splijt of op de millimeter nauwkeurig inkort. Geroutineerd klopt hij zand van zijn met rubberen kappen bedekte knieën, schudt de spieren los, draait een peuk en negeert lokkend geroep van aangrenzende studentes kunstmatige intelligentie op zoek naar een weekendklusje en dwingende whatsappjes van zijn nieuwste vriendin. Wacht, daar is de trilplaatjongen, wie kan fijner trillen dan hij? Heerlijk kabaal stuitert van de Minervamuren langs het glaswerk van de Blockhouseparkeerterrein-uitgang naar onze gevel.

‘Ede Aans’ in Grote kerk cultureel Emmen (31 oktober 2021, € 14,50)

Je kijkt en luistert naar vier vocalisten en je hoort een Groninger zanger, dichter, leraar maatschappijleer die in zijn moerstaal zingt. Eenvoudige teksten en mooie muzieklijnen. Doe je ogen dicht en je ziet hem. Wat maakt dat de liedjes van Ede Staal 35 jaar na zijn dood, nog steeds volk trekt? Maar liefst 90 bezoekers zijn bij de Drentse première in Emmen. ‘Termunterziel’, ‘Vrouger’, ‘Aans as Aans’ en ‘’t Zel weer veujaor worden’ komen voorbij. ‘Mien toentje’, ‘’t Het nog noeit zo donker west’. En ‘Koekoek’ en ‘Mien Hogelaand’.

Vier puike zangers, een uitstekende organist en een tekstlezer die het Gronings tot in zijn vezels beheerst. Orgelimprovisaties en door het orgel begeleide zang houden Emmens koopzondag op afstand. In dik een uur kunnen de bezoekers het Groninger deel van hun harde schijf laten updaten met de muziek die de meeste mensen uit Noord-Nederland in hun geheugen geëtst hebben staan als sinterklaasliedjes, Eurosongfestival nummers en door Bach getoonzette psalmen.

We maken kennis met Ede de romanticus in ‘Zastoe altied bie mie blieven’, Ede de religieduider in ‘Ik geleuf ’t aal’ en Ede de filosoof in ‘Credo, mien bestoan’. In de inleiding verwoordt Siebesma Staals muziek als muziek die luisteraars in het hart kan raken met weinig woorden. De combinatie Staal – orgel is een onalledaagse, maar wat een passende en originele! De kerk heeft een lekkere akoestiek waar de organist en zangers wel weg mee weten; op overtuigende wijze wordt de verstilde en vrolijke sfeer van Staal vertolkt.

Organist Peter Siebesma is op zijn best als de registers open gaan. Hij maakt gebruik van een heel eigen, fijne registratie en improviseert erop los. Het publiek krijgt wat ze verwacht. Waar je kijkt zie je vrolijke gezichten, deinende schoenen, in de maat knikkende hoofden en hoor je ingehouden geneurie. Het Roelf Meijer orgel leent zich bij uitstek voor deze muziek. Pas aan het eind van het zeer gevarieerde concert mag er worden meegezongen. Sommigen kunnen het niet laten en zingen uit volle borst.

Reitemakersrijge 17

De Amerikaanse architect Hejduk (1929 – 2001) tekende ooit een appartemententoren voor de Reitemakersrijge. Het project ging niet door. Ook ontwierp hij 25 huizen, waarvan er slechts één werd gebouwd. In Groningen. Hejduk is als de filmer die 25 films maakt waarvan er maar één in de bioscoop komt.

WALL HOUSE #2. In 1973 getekend. Gebouwd aan de Hoornse Plas in 2001. Wat betekent het dat van Hejduks 25 ontwerpen, er slechts één werd uitgevoerd? Het is ongeschikt als woonhuis, als bedrijf. Resteert: vergader-, expositie- en kinderfeestlocatie. Bijkantoor van het Groninger Museum. 10 uur per week geopend met, schat ik, twee bezoekers per uur. Moderne architectuur liefhebbende likkebaardende oude mannen met te kleurige pantalons. ‘Waar is de lift?’ roepende vrouwen. Zich dagelijks verwonderende buren. Depressief rondfladderende duiven.

We zien een schitterend gebouw. Een eyecatcher tussen nieuwbouw in crème & witte schimmel. Een grote betonnen muur. Hier drie op elkaar gestapelde mild gekleurde golvende taartjes. Ertussen afstandhouders opdat de slagroom niet aan de erboven liggende bodem plakt. Daar een lange gang met een smalle trap. Ongeschikt voor bezoekers met engtevrees. Alles in beton. Roestende en scherpe dieronvriendelijke hekconstructies zeggen: voor duiven verboden.

Rondom een supermooi uitzicht op de Hoornse plas en grasveldjes. Geëxposeerde kunst van regionalo’s. Ismaël Lotz, Sabine Liedtke, Gabrielle Kroese en Gea Schenk, maar het is niet duidelijk of Schenk als kunstenaar wordt gepresenteerd of als fotograferende museummedewerker. Een zeer vriendelijke suppoost heeft alle tijd van de wereld en probeert op te zoeken wat de kosten van het gebouw indertijd waren. Lastig met uit alle hoeken stromende subsidies. Hij komt op ruim een miljoen. Guldens. Hij praat ons bij en doet ons uitgebreid uitgeleide.

Grootst gemene deler van de kunstenaars is kwantiteit en elektronica. We zien een modernekunsttrend. Maak veel van een eenvoudig product. Gebruik Engelse titels. Kroese toont vijf grote beschilderde kamerplantenfoto’s met blauwe (bodemloos blauw dixit de folder) stippen; Covid_Blue. Lotz filmde een paar honderd zwijgend in de camera kijkende mensen; Are You Now. Liedtke filmde spreeuwengroepen en tekende losse spreeuwen op geschept papier; Murmurations. Schenk fotografeerde buren en plakt de 150 pics op een muur.

Bij Liedtke en Kroese herkennen we een maatschappelijke inbedding. Vogelvriend Liedtke kraakt zelfs een harde noot. Het artistieke handwerk van Lotz en Schenk beperkt zich tot apparaatbediening: op de ontspanner drukken. Goede hardware levert de gewenste scherptediepte. Liedtke gaat verder en verwerkt gefilmde spreeuwen in artistiek tekenwerk en is daarmee in deze groep, by far, de overblijvende beeldend kunstenaar.

Reitemakersrijge 16

Snel door naar een shot beeldende kunst van Dik Breunis, een senior die kortgeleden tot de Ploeg toetrad. Blikvanger is Kim Yung Un. De megalomane dictator, die zijn land kort en klein en slank houdt als hedendaagse triathlontrainers hun pupillen, is statig , bollig en buikig in hout vormgegeven. We zien Bolke-de-Beer-proporties terwijl Breunis de anekdotiek juist wil vermijden. In Breunis’ atelier wordt gewerkt aan een sober uitgevoerde kerk op een terp. Associaties met einde-der-tijden verhalen komen op, waarbij de laatste overlevers natuurlijk onverschrokken goddeloze vrije Friezen op een terp zijn. Breunis gaat de Ploeg versterken.

Rondwandelend in het atelier van Harriët Geertjes zien we veel portretten en bomen in herfsttooi, door manen uitgelicht als lingerie-etalages in kersttijd. Waar je ook kijkt: portretten. Meest vrouwen, veel met geloken ogen of devoot naar elders kijkend. Brave of lieve libido killing vrouwen die hier gerust met het vreselijke woord dames mogen worden aangeduid, maar, denk ik hoopvol, schijn kan bedriegen, daar hebben we Paul Verhoevens Benedetta niet voor nodig: een op het oog vrome vrouw die aan een vriendin en een, in een bijbel verstopte, houten fallus nog niet genoeg had. Voor kunstliefhebbers is op het verkeerde been worden gezet een conditio sine qua non. We zien Hedy d’Ancona, maar zij is hier, dixit de schilder, iemand anders. Dan een treffend zelfportret van Geertjes die bewijst dat schoonheid vergankelijk is zonder dat het lelijkheid wordt: een stoere vrouw met een begeesterde, fronsende, ongepolijste, geconcentreerde blik.

In Thesinge vertonen drie oudere jongeren, Reinier van den Berg, Marten van Holten en Huib van der Stelt onder de naam NOORDGANGERS in expoboerderij B4 hun kunsten. Mooie kunsten. Van Holten verbaast de kijker omdat hij zowaar minimalistische beeldelementjes toevoegt aan de lange en brede waddenvlakten waaraan hij verslaafd leek. Een miniem kerkje met een rood dakje bijvoorbeeld, waarschijnlijk de steeds kleinere rollen vervullende religies symboliserend. Huib van der Stelt lijkt geobsedeerd door het landschap dat bij vlagen zinderende vergezichten toont als symbool van de opwarmende aarde. De opgetaste stropakjes vliegen net niet in de fik. Reinier van den Berg biedt variatie met in hectische kleuren beschilderde en secuur gezaagde supermultiplexen panelen.

De mannen presenteren een mooi vormgegeven folder met jongehondenpraat als ‘aan de kaak stellen, dat het nou eens anders moet, dynamischer, kunst als belevenis, initiëren, bruisen op het land, eigenzinnige kunstenaars, buiten het ‘gewone’. De lezer wordt al wat warm. Maar dan… De woorden lijken te contrasteren met de brave terminologie als ‘schoonheid van het landschap, hoe mooi de natuur is, landschappen in expressionistische stijl.’ Je vraagt je af wat er gebeurt als ze eens gedurende een jaar alle landschappelijke elementen (en mensen en dieren) elimineren. Maar toch: wat een mooie expositie in een chipwood kathedraal die als geen andere de wauwfactor verdient. De Noordgangers slaan een zijpad van de Ploeg in. Zouden dit nieuwe wegen kunnen zijn? Wie weet naar welke horizon.

Reitemakersrijge 15

Van de Reitemakersrijge naar de Martinikerk is een hanenstap. Maar nog even langs het Forum. Doet mee aan een contest voor beste bibliotheken ter wereld. Het Forum zit bij de laatste vijf. Een schitterend gebouw, uit welke hoek je er ook naar kijkt. Maar toch. Er is iets. Mijn stelling is dat met platen beplakte gevels geen stand houden. Ze komen een keer naar beneden. Hier is het niet anders; ik zie dat van een hoge plaat een brok mist. Naar beneden geflikkerd als reputatieschilfers van VVD-ministers. Groningen wentelt zich in cultuur als een tot prinses gemaakte in koninklijke toelages. Vanaf Reitemakersrijge is alles bewandelbaar. Het weekend zit propvol kunst.

Dat een twaalfkoppige zanggroep (met drie Ashby-zusjes) het best zonder dirigent kan bewijst Stile Antico in de Martinikerk op 17 oktober 2021. Onderdeel van het Schnitgerfestival. Alles is goed, alles klopt en dat is voor Groningen een mirakel. Toporgelmuziek door Jürgen Essl afwisselend met geweldige meerstemmigheid van 12 zangers. Superstemmen. Waar heb je begeleiding, of een dirigent voor nodig als je zo zingt. Mooier dan dit kan haast niet. Religieuze muziek. Minimale rebusteksten, soms zelfs bestaat een lied uit maar enkele bezwerende woorden uit de tijd maar net voorbij de periode dat religies even belangrijk waren als heksenverbranding, lijfstraffen en builenpest. Champions League zang, af en toe raak vergezeld van hedendaagse geluiden van buiten, uit de hoek van de bij vlagen gure Vindicatreuk.

Twee dagen eerder was een Schnitgerfestivalavond met, ondanks de veelbelovende naamgeving, slechts één Schnitgerorgel-bijdrage. Tja, zo kan het ook. In de A-kerk op vrijdagavond. Puike muziek o.l.v. maestro Havinga, maar de organisatie haperde als een aan drukval of vocht lijdend orgel. De kachel stond op 10. Bij de entree werd zoveel papier uitgereikt dat het publiek bleef ritselen en bladeren. Twee solisten hadden het lastig met vijf blazers. En met het publiek. Beide zangers stonden dan ook tegenover elkaar en niet naar de luisteraars gericht. Microfoonloze tussendoorse aankondiging. Onhandig gepruts en gefriemel aan oorapparaatjes tot gevolg. Pauzethee vanaf één plaats uit retrokannen.

Èn de Martinikerk èn de A-kerk èn het stichtingsbestuur zouden er goed aan doen flink te investeren in beamers met daarop de teksten geprojecteerd, zodat compulsief-obsessieve leesclubmeelezers die niet genoeg aan de muziek hebben hun leesuurtje met opgeheven hoofd & knispervrij kunnen vervolgen. Het mag dan oude muziek zijn, de uitvoering en organisatie schreeuwen om een hedendaagse setting. En een flesje bier of glaasje jus of wijn in de pauze. Lekkerder, eenvoudiger en voor de penningenmeester interessanter.

Reitemakersrijge 14

Een keer tweede op de Groningse Vier Mijl en deelnemer aan Sterren op het Doek; en toch is het met haar nog goed gekomen. Beeldend kunstenaar Silvia Benniks in de Oosterpoort. Haar werk kenmerkt zich door meticuleuze precisie. We zien een meisjeshoofd dat samensmelt met een vogel. Op de achtergrond een oosters aandoend lijnenspel als de Stravaroute van een door hallucinogenen aangedreven hardloper. Ogen die verraden dat er wordt nagedacht over de kooktijd van een centraal afgebeeld kievitsei. Dat Benniks nog meer kan bewijst een schitterend portret van een vrouw. Ze wordt afgebeeld voor de Kalender van Boerenzonen die Campina de rug hebben toegekeerd, de tot ethisch inkeer gekomen Fiscaal Juristen of over hun rol in de slaventijd piekerende protestanten.

Elke plaats, wijk, stad, is vanuit zichzelf bekeken het centrum van de wereld. Dat geldt zeker voor de Reitemakersrijge op een zonnige zondag in oktober. Een dixie in de straat, schriklinten en extra verkeersborden voor buitenwijkbewoners versterken dat gevoel. Houd je niet van zweetgeur, voorbij stampende lopers van wie sommigen er een eer in stellen ongetraind aan de viermijlsloop mee te wandelen, dan is de openatelierdag van de Ploeg een mooi alternatief. Alleen voor vrienden en leden, dat dan weer wel. Hardlopers en Filistijnen houden ze bij de Ploeg deze keer, als bij een paaldansclubreünie die enkel oud-medewerkers en vaste klanten van het Hooge Laand toelaat, het liefst buiten de deur.

Op naar Gommer. De schilderijen van Annelies Gommer verbergen een mysterie. Ik doe mijn best schaars verlichte mistige steegjes en garages te zien. Maar ik zie een stokoude lerares algebra die ’s avonds tegen alle goed bedoelde adviezen in haar poedel uitlaat in een door motregen en flikkerende straatlantaarns versterkte schemering. Het diffuse vervreemdende schijnsel trekt scooterrijders aan die denken dat ze de moeder van een kroongetuigen verdedigende advocaat is. Jagend op een zilveren halsketting zijn ze van plan haar voor hetzelfde geld te doen, dat is met een Umarex Smith & Wesson waarvan de loop is ingekort om te leggen. Gommer relativeert mijn gedachten met een samenvattend: ‘Spanning, rust, verstilling, verhalen bij een dramatische lichtval.’

Ondertussen doet Groningen als een overjarige Steradenttablet zijn best te bruisen. Publiek wil renners en als postbodes sjokkende Frenkie de Jongs (in Spanje heet hij al El Tejero) aanmoedigen. Toekijken op terrassen. We zien zelfs hardlopers bier drinken. Mobiele AED’s slijten op deze middag meer dan na jaren hangen in na 17.00 uur gesloten buurthuizen en voetbalkantines. Het aardige van hardloopfestijnen, heel anders dan festivals of Vindicatfeestjes, is dat vuilnisbakken worden gebruikt.

Op de fiets naar Aduard, waar Reinier van den Berg zijn veelzijdigheid aan elke zijde van het dorp etaleert als een zonaanbidster haar lijf aan de zon. Na een gepimpte fietsenstalling bij Aduard-zuid nu ook RVS-banken in noord en oost. In zijn atelier: met water uitgezaagde platen multiplex die ‘adem’ in alle verschijningsvormen belichten. Van den Berg zoekt en vindt industriële toepassingen. Een schitterend vormgegeven bidbook moet de ‘ademserie’ de weg wijzen. Dat gaat, wed ik, wie weet in Den Bosch, lukken.

Reitemakersrijge 13

Van de ene provinciestad naar de andere verhuizen kent het gevaar dat je alles met elkaar vergelijkt. Dat levert plussen en minnen op. Oppassen dus dat je in een blik beperkende vlaag van romantiserende geschiedvervalsing, waar vele senioren, naast brokkelige kalknagels, piekende neusharen, extra oorsmeer, verminderend libido, en vet- en alcoholzucht aan lijden, je vorige woonplaats niet alle credits geeft. Op voetbaltrainersfatsoen, wijkbestuur, ruimtelijkheid, winterse zoutstrooiroutes en kennis van het Drents wint Emmen het. By far. Wat culturele voorzieningen, stadse vaarroutes, het ‘Ik-vertrek-sentiment’ en fietsenstallingproblematiek aangaat, staat Groningen bovenaan. Dat stadjers geen boeken zouden lezen herroep ik, na een gezellige sessie met stadjers die allen (allen? Ja, allen!) Lale Gul achter de kiezen hadden en ooit hadden geroken aan W. F. Hermans.

Ons huizenblok heeft een VVE die zich uitsluitend met het beheer van de binnentuin bezighoudt. Dus geen gekrakeel over lekkende dakgoten, de verfdruppen morsende winterschilder en baksteenonderhoud, maar enkel onderwerpen als tot hoever de vlier moet worden teruggesnoeid, of zevenblad onkruid, soepgroente of een bodembedekker is, die het ook nog eens goed doet in de thee en of bij de jaarlijkse barbecue alcoholvrije wijn moet worden geschonken.

Het wijkbestuur in Groningen staat vergeleken bij Emmen in de kinderschoenen, als je al over schoenen mag praten. Emmen is strak georganiseerd in 35 Erkende Overleg Partners die alle jaarlijks een gemeentelijk budget ontvangen. Die autonoom plannen mogen ontwikkelen. En, gesteund door het stadhuis, mogen uitvoeren. De burgemeester is portefeuillehouder en bezoekt elke EOP eenmaal per jaar. Mijn oude wijkbestuur in Noordbarge telde 9 leden, waarvan vijf vrouw en vier onder de veertig. Bij het jaarlijkse wijkbewonersontbijt komen circa 100 personen. Ik geef toe: de Noordbargegetallen zijn voor de hele gemeente Emmen niet representatief.

In Groningen maak ik kennis met Buurtvereniging A-kwartier.