“Mooi ja…”

Met een krant gaat hij naar het terras aan de A. Kleurige Effio-sokken zichtbaar onder niet te lange broekspijpen. Het hippe buurtcafé met keurige zitjes aan het water heeft alles om zijn favoriet te worden. Maar dat gaat niet lukken. Studenten, ambtenaren en morsige accountmanagers in de zorgsector plakken aan stoelen als bierschuimresten aan snorren. Buurtgenoten wachten niet graag op een buurtcaféterrasstoel. Het is nog vroeg. Hij heeft geluk. Naast hem een blonde vijftigplusster uit Winschoten-noord. Haar springerige kuif, Groningse accent, minieme scheurtjes in d’r red-hot-pepper-lipstick met een fijne gloss doen het goed in de zon en verwarmen hem. ‘Woont u hier in de buurt?’ vraagt ze hem als hij naast haar neerstrijkt. Ze glimlacht terwijl ze liefdevol naar twee duiven kijkt. De man kijkt haar vrijmoedig aan met een u in jij veranderende blik. Ondertussen vraagt hij zich af wat het verschil tussen een legging en skinny jeans is. Zij: ‘Je ziet er niet uit als een duivenhater.’ ‘Nee,’ antwoordt hij berekenend. Waarom zou je een mooie vrouw ook tegenspreken. ‘Ik heb zelf lang duiven gehad, het zijn lieve vogels.’ ‘Mooi ja,’ zegt ze, zijn kant opschuivend. In de ene hand een glas wijn, met de andere schuift ze een lange lok achter haar oor met glimmertjes. Een beetje samenzweerderig gaat ze verder: ‘Maar de meeste mensen moeten van duiven niets hebben.’ ‘Sja, er zijn er die het ‘vliegende ratten’ noemen,’ antwoordt hij, na enig nadenken. Ze pakt een handjevol duivenvoer uit d’r broekzak en strooit het rond. ‘Duiven hebben een superscherp zicht,’ vervolgt ze geduldig. ‘Wist je dat duiven zijn ingezet bij borstkankeronderzoek? Ze zijn na twee weken training in staat tumoren op mammogrammen te herkennen.’ Zijn mond valt open. ‘Is dat zo?’ probeert hij quasi-verbaasd te klinken. ‘Ja, duiven kunnen dat beter dan getrainde wittejasdragers. Google maar eens.’ Haar aandacht voor haar gelegenheidsbuurman ebt plotseling weg. Ze fixeert nu een man aan de overkant van de A. Stuntelig, sullig type. Rode ribbroek met slijtlekken op de billen. Ongelezen NRC onder de arm. Ze gaat staan en zwaait, wat onwennig. Hij zwaait terug.

Passiemuziek en Sleen

Na het overdonderende kermisgeweld van het Eurovisie Songfestival op zaterdag is het concert ‘A German Passion’ van het Margaretha Consort zondagmiddag 15 mei een verademing. Hogeschoolmuziek in een verstilde zetting. Een zon beschenen middag in de Sleense dorpskerk onder Drenthes hoogste kerktoren. In haar welkomstwoord refereert bandleider Broekroelofs even aan Oekraïne. Zou ze weten dat de pkn-kerk iets verderop wordt ingericht voor Oekraïense vluchtelingen en dat Syrische gevluchten nog even moeten wachten? We luisteren naar intense muziek van dertien musici en vocalisten, aangevoerd door Marit Broekroelofs. Als je je niets aantrekt van de weinig verrassende, antieke, onoriginele teksten over lijdende verzonnen goden, nee niet over graancirkelmakers of flat-earth-theorie-aanhangers, dan heb je een heel prettige middag. Een centraal opgestelde dirigent is er niet, wel een supergoed klinkend kistorgel; af en toe zie je tenor Kevin Skelton bescheiden en met kleine gebaren, mond- en wenkbrauwbeweginkjes leiding geven aan de oplettende zangers en spelers en alzo bewijzen dat bombastisch dirigeren passé is als varkens slachten op boerenerven. Inzetten, tempi, volume: zo goed als niets is er op aan te merken.

Ik droom weg naar de tijd dat we in Sleen woonden. Als je hier meer dan vijftien jaar hebt gewoond, gaat het dorp in je systeem zitten en blijf je ermee verbonden als cookies aan websitebezoekers. Je hebt er vrienden met wie je eetafspraken blijft maken, je zoons gingen er naar school en hebben er nog contacten, je volgt bij vlagen de dorpswebsite, je bezoekt er een verjaardag, begrafenis of een jubileum. Je zong in een koor, deed mee aan de Zuidenveldoptocht, versierde en verlichtte je tuin, schreef er poëzie en een vers dat het koorrepertoire haalde, deed mee met de oudpapierophaal, deed er een streektaalcursus, schreef columns, waaronder enkele in de streektaal en je vrijwilligde er als vlaghijser en bestuurslid en begon er een bedrijfje dat bloeide als brem langs de Jongbloedvaart.

De muziek, zeventiende-eeuws, Noordduits, is barokker dan barok. Voorbij komen Bachs leermeester Buxtehude, Weckmann, Hassler, Tunder en meer. Johann Sebastian Bachs oudoom Johann Michael en Nicolaus Vetter tekenden voor het prachtige Jesu meine Freude, later drong de melodie door tot de  Matthäus Passion. Ik laat me betoveren door de prachtige muziek, maar vervoering en ontroering blijven uit als spelinzicht bij FC Groningen. Zou dat wel zijn gebeurd als Jezus Zelensky heette en in Buxtehudes ‘Herzzlich lieb hab ich dich o Herr, Satan Poetin?  En, vraag ik me af, wat zou er gebeuren als de musici en vocalisten doen wat op elke koorclinic wordt geoefend: bij één nummer het papier de lucht in gooien en vanuit het hart en soms de tenen zingen?

Terug naar Sleen. Je herinnert je dat je lijstjes bijhield van de mooiste paardenkarroutes en interessantste vrouwen en je keek wel link uit dat je hun het hof maakte. Je verbaasde je over oneerlijke boedelverdelingen na scheidingen, over de Drentse onwil nee of opzouten te zeggen en het met elkaar stevig oneens te zijn, over twee naast elkaar staande basisscholen, de ene met een god en de andere met een goed werkende medezeggenschapsraad. Je vraagt je af waarom Naardings borstbeeld voor de kerk en gedenktekens van oorlogsslachtoffers achter de kerk staan, waarom de haven nog steeds niet aan open water ligt en waarom het duofietsproject hier beter loopt dan waar dan ook.

De zangers wisselen regelmatig van plaats. Het ver achterin het koor gezongen Christ lag in Todesbanden wint aan kijk- en klankkracht. Hier en daar sijpelt kleur door in de kleding van de musici. Gelukkig, het begin is er. We zien een scherp paarse jurk en stropdas en een wat valer paarse dress en bij een enkeling fel rood gestifte lippen. En verder zwaar somber zwart in vele tinten. Met de voeten de maat lekker meetikken kan hier ongestraft en ongestoord, want de zerken zijn met een dikke vloerbedekking bedekt, iets wat de akoestiek en rust van de overledenen ten goede komt. Ik span onophoudelijk mijn bil- en rugspieren om de oude rieten stoel niet te laten kraken en onderdruk mijn aangeboren neiging de econoom uit te hangen. Natuurlijk kan het, zoals eens per twee jaar oesters eten, uit!

Journaal 15 mei 2022

Jeroen Brouwers is dood. Hij overleed afgelopen week, op 11 mei 2022.  Voor schrijvers is een dode schrijver een aanleiding tot schrijven. Tom Lanoye noemt Brouwers ‘de auteur die het populairst is bij andere auteurs’. Klopt. Ook bij mij stond Brouwers fier op één. Precies een jaar geleden schreef ik op www.klaastaal.nl:

“Jeroen Brouwers heeft met Cliënt E. Busken de Libris Literatuur Prijs 2021 gewonnen. Hèhè, die miste onze grootmeester nog. Even kijken, wie waren de andere genomineerden? Bekono, Blees, De Boer, Mortier en Rijneveld. Van dit vijftal gaat zeker jonkie Rijneveld in de toekomst met deze prijs aan de haal. Brouwers heeft sinds ik een verwoed lezer en compulsief obsessief lijstjesmaker werd altijd bovenaan in mijn top tien gestaan. Of het nou kerkorgels in Noord-Nederland (aangevoerd door de Martinikerk in Groningen), vrouwen in Sleen (houd ik nog even voor me), verderfelijke gebruiken in religieland (Joodse vrouwen die kaalgeschoren en gepruikt door het leven moeten), meerstemmige koormuziek (Hallelujah van Leonard Cohen of toch, ik kan niet kiezen: Sebben, crudele van Antonio Caldera?), dichters (Vasalis), prozaïsten (Brouwers), frauduleuze financiële instellingen (ABN), overbodige medische ingrepen (dotteren bij etalagebenen), onderbelichte groenprojecten (geveltuinen in steden), ongepaste plattelandsgebruiken (zuipketen voor volwassenen), racefietsen (Giant), zijn, ik weeg, rubriceer, wik, selecteer en rangschik. In mijn auteurs-top-tien moeten minimaal twee vrouwen zitten, een Fries, een veelbelovende jongere, een Belg en een korteverhalenschrijver. In mijn geval voldoet Lize Spit aan drie van deze eisen. Brouwers voert mijn lijst aan vanwege zijn veelzijdigheid in zowel vorm, sfeer, gevoel als inhoud. Hij is romancier, brievenschrijver, zelfmoordonderzoeker, pamflettist, necrologieënschrijver, journalist, anekdotist, essayist, vertaler, toneelschrijver, bloemlezer, feuilletonist, polemist, redacteur en ga maar door. Brouwers is een superieur stilist. Een veelschrijver. Oeuvrebouwer. Taalpurist. Prijzenpakker. Veel indruk op mij maakten: ’t Hout, Winterlicht, Kroniek van een karakter, De laatste deur, Bezonken rood. Themata in zijn werk: de nasleep van de oorlog met de jappenkampen, de destructieve effecten van het katholicisme, zelfmoord, eenzaamheid, dood, de zin van het leven.”

Hier laat ik het bij. Nederlands grootste schrijver, Jeroen Brouwers, is dood.

Journaal 8 mei 2022

Beter worden in een koor vergt inspanning. Met zeven tenoren stand houden naast veertig sopranen vereist inzet, volharding, discipline, fitheid en doorzettingsvermogen. Sneller worden op de racefiets ook. Je twee uren inspannen om je tijd met enkele seconden te verbeteren betekent enkele keren verrekte diep gaan. Fietsen is dan louter lijden. Bovenbeenspieren schreeuwen om rust. Knieën verhitten als radiateurs in retro convertibles. Bij een kruising of talud moeten lossen en dan met pijn in de benen weer aanhaken en heel even aan opgeven denken maar dan toch doorgaan en beloond worden met het geluksgevoel dat je weer aanhaakt als een D’66’er die de slip van Kaag even kwijt was, daarvoor doe ik het. Pijn in de musculus vastus lateralis wisselt stuivertje met pijn in de medialis en de intermedius. Zou intensief sporten echt stofjes vrijmaken die maken dat je voelt dat je niet zonder kan, als een jonge boer die verslaafd raakt aan het infuus van subsidiestromen naast almaar stijgende melkprijzen?

Een fietsafspraak maken is soms moeilijk bij volle agenda’s; ik stel onbesuisd 06.00 uur voor. Fietsmaat zegt na wegen en wikken ja. Ik verheug me er een hele dag op. Fietsmaat die ik eerder oneerbiedig El Obrero noemde is een tweede Bauke Mollema. Ons gezamenlijke max is 30,7. Fietsmaat zit solo op 33-plus. Om zo hard te rijden moet je tegen de wind een kleine 30 doen en voor de wind zo’n 38. Bochten, filerijdend stadsverkeer, grind dat van aannemersaanhangers af is geflikkerd, giertanksporen, valangst, paardenpoep en ongeveegde landbouwweggetjes stagneren als ‘echt Frans’ Groninger stokbrood in maagdarmkanalen. Om vijf uur verwarm ik de beenspieren, rek en strek geconcentreerd, ontbijt en lees een gedicht van Peter Theunynck.  Licht obsessief-compulsief werk ik nauwgezet mijn ochtendrituelen af als moslims het tafeldekproces voor het suikerfeest.

Tegen zessen maakt koude plaats voor frisheid, schemering voor diffuus licht en stilte voor merelgeluiden. De drie uit Emmen meegevlogen tuimelaars scharrelen voor de deur en knikken me stimulerend en goedkeurend toe. Het wordt een rondje Zuidlaardermeer maar dan wel met een uitstulping langs Vries en Winde. Een meeuw langs Waterhuizen wijst ons de weg. Sereen wit fluitekruid, lichtblauwe seringen en diepgeel koolzaad bloeien als verzet in de Donbas. Het resultaat mag er zijn. Van 30,7 naar 31. Per uur. Een nieuw record.

Mannes Hofsink Koningsdagconcert

Voor een atheïstische republikein wordt het een interessante middag. Oranjegekleurde muziek in een kerk. Als een elektrischeautoverkoper die alle snufjes wil tonen showt Mannes Hofsink de Timpe-mogelijkheden. Hij aait, masseert, timmert, drumt en vleit (op) het Timpe-orgel in de Nieuwe Kerk in Groningen op koningsdag met muziekstukken waar het woord koning of koningin in voorkomt. De muziek tovert, kom, ik zeg het in één woord: vrolijkheid. Ik zie ineens lachende gezichten om me heen en da’s niet van de kerkbanken. Ik herken een hoog meezingverlangengehalte. Dat wordt beloond bij het stuk van Zwart ‘Fantasie alla Marcia over het Wilhelmus’. Het eerste couplet gaat nog, goed zelfs, maar bij het tweede (of zesde? Of vijftiende?) sta ik erbij als de eerste de beste Nederlandselftalvoetballer.

Begonnen bij Händels ‘Arrival of the Queen of Sheba’ komen we na het Wilhelmus uit bij Rinck: Heil dir im Siegerkranz/God save the Queen. De tekst mag dan Engels zijn, voor de muzikale oorsprong moest Engeland, net als voor kwaliteitstrainers in The Premier League, even de grens over. De tuil chrysanten voor me spreidt uit puur genot spontaan bloemblaadjes open als in een versneld afgespeelde tekenfilm. Net als ik denk dat het ‘Allegro Vivace’ van Widor me niet bekoort komt het krachtige slot voorbij en herzie ik mijn mening als Kaag de hare in de Van-Drimmelendiscussie. Kalkschilfers dwarrelen neer, glas spant in sponningen, vaal oranje wordt felrood, vloerplanken vibreren. We gedenken de arme koning die in het roomse Maastricht de populariteitsval probeert te keren door de naam van zijn biermakker Poetin te noemen.

‘Sieben Variationen’ van Happy Birthday meldt het programma, maar voor mijn gevoel waren het er minstens 22. Register voor register wordt door Hofsink opengepeuterd en er ontstaat een heerlijk muziekkleurenpalet dat de laatste stofrestjes uit de verste orgelpijpen blaast en kleuren uit bloemetjesjurken doet versterken. Voorjaarsmuziek, Parijse draaiorgels, pure poëzie, hippe terrassen, voluptueuze blauwedruifblommen, zingende merels en meer hoor en zie ik. Maar goed dat Hofsink van dat door Heidrich genoemde Streichquartett zich niets aantrekt; niks strijken, maar Timpe eens flink onder  handen nemen. Prachtig.

En dan nog de crème brûlée onder de desserts: Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ uit 1975, voor de oudere jongeren een oorstrelend muziekstuk: sexy, rauw, rockend, verfijnd, lieflijk spinnend en bruut ontroerend allemaal gelijk. Die Freddy Mercury was dan geen koning misschien, maar een muziekprins zeker. Het orgel herbergt een complete rockband. Heftig! Mannes jongen, je rolt mijn topdrie binnen.

Journaal 24 april 2022

In de tandenartsstoel kijk ik langs de Zeiss naar buiten en zie een stukje lucht achter een berk met magnoliatrekjes die maar niet wil uitbotten en denk aan Sicilië. Vervolgens aan zes Groningse economen die in een artikel van duizendplus woorden economische problematieken schetsen. Verscholen in twee regels worden met zes boterzachte pennetjes de belangrijkste oplossingen gepresenteerd: bedrijven meer belasting laten betalen en vermogens aanpakken. Bescheiden jongens, alsof ze zich generen voor de waarheid. Wat een verschil met Piketty en Schimmelpenninck. Na wat geslijp krijg ik een piranhagevoel en via het visualiseren van de lastigste passages in The Lost Chord kom ik in het ritme van de voorjaarsklassieker Groningen-Appingedam-Groningen en probeer te analyseren wat me tot steeds snellere tijden drijft. Dankzij mijn fietsmaat zitten we nu op 30,7 (GSM-tijd, want mijn Sigma zit er 3% boven). De estheet in mij weerhoudt me van het benen scheren. Het zou, volgens sommige filmpjes die onder racefietsers rondgaan als Pieter-Omtzigt-stenigingsfilmpjes onder CDA’ers in de paastijd 7% tijdwinst op kunnen leveren. Ik vraag advies aan een rekenwonder in de familie. Hij maakt gehakt van de semiwetenschappelijke test. Zouden de ragfijne haartjes op de 50 cm beenruimte tussen de bovenkant sok en de zoom van mijn fietsbroek wat uitmaken? Als er drie paar ogen, tandenarts Joppe krijgt behalve van Zeiss hulp van Alieke en interviserende collega Roosmarijn, mijn tandvlees en gehemelte inspecteren, herinner ik me dat Händels Ombra Mai Fu ook door Andreas Scholl wordt gezongen. Als vanzelf ontspan ik. Onhoorbaar probeer ik mijn tenorpartij boven het snerpen van de diamantboor uit, in te prenten. Vanbinnenuit klinkt het als een scheepswerfje in een bunker. Het boren dan. Terug naar de muziek. Toch zou polyglot Floor Jansen, die opera, screaming & grunting combineert als Ilja Pfeiffer proza, poëzie en praattafelconversaties, met haar drieoctavenbereik het geluid kunnen overstemmen. Als over Ajax dromende voetballertjes onder 17 koppel ik Floors uitvoering van Phantom Of The Opera aan ons massale optreden in het Concertgebouw. Nog 26 weken. Maar eerst de Siciliaanse berk achter de Zeiss nog even bekijken.

Havinga – Bach – Lutherse kerk – Groningen

Demonstratief de handen naast zich bungelend en dan toch met de voeten muziek maken als Barcelonese topvoetballers een rondootje tikkietakkiën, dat is Havinga ten top. Waxinelichtjes voor de voeten, een drankje na afloop en een entreekaartje op de pof. Goed geregeld allemaal in de Lutherse kerk. Luther mag dan een antisemiet zijn geweest, als naamgever voor een in Nederland minuscuul uit Duitsland geïmporteerd geloofje dat in een Groningse kerkparel verstopt is in de binnenstad, kan hij er mee door. De geboortedag van Bach is het, 21 maart.  Dat de spreekstalmeester wil laten zien dat hij ooit een negen op Duitse spreekvaardigheid kreeg en vergeet de microfoon aan te zetten en het publiek te beleefd is om dat te zeggen, mwaaah. De Kraak is goed gevuld. Slim om de mensen naar boven te dirigeren met een goede kijk op de musicus en de beganegrondvloer leeg te laten. En donders wat een verrekt goede muziek. De primitieve, middeleeuws harde kerkbanken voel je niet meer. Soms swingt het zelfs. Net als ik denk: ik hoorde recent een draaiorgel met Bachmuziek, laat Havinga een metalen molenwiekmechaniekje rondtollen bovenaan het orgel dat een vrolijk tingeltangelgeluid produceert. Nooit eerder gezien nog. Puur geluk! Het naast me zittende publiek veert naar voren als in een te bruusk remmende bus voor een onbewaakte overweg bij Winsum-noord en slaakt wel zicht- maar onhoorbare ah’s en oh’s; je ziet het alleen aan de monden die open en dicht gaan en wenkbrauwen die tot en voorbij de hoofdhaargrens worden opgetrokken. Na afloop praten we nog even gezellig na over de vraag waarom de Volkskrant liever drie pagina’s grachtengordeltekst produceert over een D’66 mannenhand op een vrouwenbil dan over FC Emmens promotie naar de eredivisie, over huisartsen die verslaafd lijken aan het voorschrijven van maagzuurremmers en liever klachten behandelen die voor 90 % vanzelf verdwijnen dan streng leefstijlverbetering voorschrijven en over de vraag hoe het mogelijk is dat Nederland nog steeds stijf bovenaan staat in de English Proficiency Index en of het wenselijk is dat 66-jarigen gemiddeld boven de 30,7 km/u willen moeten kunnen fietsen.

Emmen – Groningen: drie nul

Verhuizen is een soort scheiden. Je levert een oude woonplaatspartner in voor een (vaak veel jongere) nieuwe en je hoopt dat de verandering een verbetering is. Jullie waren uitgekeken op elkaar, de spanning was weg, ze deed geen moeite meer voor je en beiden had je elkaars gevoelige plekjes vergeten. Na een jaar maak je de balans op. Je kijkt met je hart naar je ex en je gaat na of de scheiding zo leuk is als je had gehoopt.

Het antwoord is ja. Maar er zijn, als je goed kijkt, haarscheurtjes zichtbaar, waaronder één grote, een scheur als een aardbevingsspleet.

Groningen. Het ergst is het oer- en foeilelijke stadshart, de Grote Markt in Groningen. Kaal, onverzorgd en goedkoop ogend met een aan afkeer grenzende onverschilligheid voor bezoekers. Bedorven geuren zelfs. Keien die als basaltblokken zijn gelegd: struikelstenen. Waar je ook kijkt: lelijkheid. Zelfs nieuwbouw is akelig en schraal als de huid van een Russin die zich zonder thermo-ondergoed heeft blootgesteld aan de permafrost in Omsk-Zuid. Guur. Koud. Grijs. Stadsbussen omcirkelen het plein als panikerende aardbevingsslachtoffers in gebreke blijvende hoogwaardigheidsbekleders. Energiek tortelende duiven worden weggejaagd met een agressie die omgekeerd evenredig is aan de vermeende overlast. Het enige lichtpunt is het door een nauwe kier zichtbare Forum en, nou ja, de Martinitoren.

Emmen. Wend nu je blik naar het Raadhuisplein in Emmen. Vriendelijke, gerieflijke, luxe hardhouten banken. Chic verlicht. Bomen en planten die doen denken aan de wulpse plantsoenen van Piet Oudolf bij museum Voorlinden in Wassenaar. Waterpartijen. Niet een schrale fontein die een beetje in het wilde weg druppelt als een impotente Amsterdamse wethouder die denkt dat vrouwelijke ambtenaren snakken naar zijn hand op hun billen. Nee, kleurig verlichte, verrassend fier spuitende stralen. Verderop een langgerekte watergoot voor badderende kinderen en hun opa’s. Meanderende grindpaden. Terrassen. Gerecyclede appartementenbouw. Een superieur geel kunstwerk van Nick Ervink. Nergens snelverkeer te zien dan in de aanvoerroute naar de tunnelbuis onder het plein door. Voor de jongeren die elders als paria’s met de nek worden aangekeken een supermooie skatebaan. Hip. Sexy. Tolerantie en variatie ten top. Groningen, laat je inspireren! Pak me in, verleid me.

Geluk in Coevorden

Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?

Lijstjesmensen hebben het zwaar vandaag. Welk deel van de Matthäus Passion geeft me het meeste kippenvel? Ik vind haast alles even mooi. De solisten krijgen ook een presentje: Inge en haar vriendinnen op de eerste rij. Interessante vrouwen van net vijftigplus met extra oogschaduw, lipstick met eroverheen wat doorschijnende lipgloss, wenkbrauwextensies, zijn natuurlijk fijn om naar te kijken. Voor de evangelist wellicht wat te ver weg, maar de Christus en de Viola-da-gambaïst fixeren de meisjes één voor één, als Vlaamse Gaaien gepelde noten in voorjaarstuinen.

We zitten pal achter de dirigent. Eke, Hanneke en Geertje trekken de knieën in om maar niet steeds contact met zijn knieholten te maken. Ze wijzen op een randje rode voering dat uit zijn colbertje kiert. Opzet, schat ik, hij begrijpt de impact van een extra vurig kleurtje. Ik zit ernaast en krijg een andere bonus: naast luisteren kan ik meelezen met de aantekeningen van de dirigent in zijn partituur: een extraatje als vers sap in de muesli. Ik lees op gekleurde post-its: Anne-Fleur jarig; zijn Hubert-Gijs’ manchetten schoon? Martijns inzetten; hohoho Joost-Bas; Eva-Lies niet wiebelen met de stok, versnellinkje bij hout; komopkomop bassen!; (en een pagina voor het einde van deel I) en nu koffie!

Als Afrikaanse fietsers die fietsranglijsten penetreren vliegt deze CMT-uitvoering gelijk mijn topdrie in: Leusink en het NNO hebben het nakijken. De tangoversie met Jan Rot en de Friese MP destijds in Drachten dreigen naar plaats twee en drie te zakken. Jeugdigheid, vrolijkheid naast ingetogenheid, enthousiasme en dan de locatie in Coevorden: wow! Gelukkig gaat er in de pauze iets mis met de thee, houden we iets over in de evaluatie. Nou vooruit twee dingetjes dan: waarom, waarom gekleed in het saaist denkbare uniforme zwart? En waarom niet drie koralen zonder partituur gezongen en gemusiceerd en de kans gegeven aan de wilde vrijheid die in elke musicus schuilt?

1000 stemmen I

Stel je eens voor: twee raspaarden in de amateurkoormuziek doen wat ze het liefste doen: zingen & muziek maken. En dan het liefst met anderen. En als uitvinders die hun nieuw model slaapzak aan de man willen brengen in de provincie, rollen ze hun muzikaal bedrijfsmodel uit over het hele land. In elke provincie een koor. De tijd van verenigingskoren, met eens per week in zwakverlichte achterafzalen oefenen met een dirigent die liever flirt met de groepachtonderwijzeres op de eerste sopranenrij en pauzekoffie uit kannen van vorige week is passé.

In elke provincie wordt een groot koor gestart, die dan voor het gemak Grootkoor worden genoemd. Per koor worden vijf repetities gepland. Vinden koorleden ideaal: zelf thuis gedisciplineerd aan de bak met MP3-bestanden. Dan nog een cd voor in de auto en dagelijks oefenen op zelfgekozen tijden.

De lat wordt wat hoger gelegd. Samen aan het werk voor een kerstconcert in een uitverkocht (ja, altijd!) provinciehoofdstedelijk theater met Karin Bloemen is natuurlijk leuk. Maar als FC Emmen dat naar de eredivisie lonkt worden ambities bijgesteld. Het Concertgebouw in Amsterdam komt in zicht. Maar dan wel met 1000 zangers. En met landelijk bekende coryfeeën. Bariton Henk Poort met die serieuze voorhoofdplooien. Mezzosopraan Tania Kross met die gulle lach en die Curacaose krullen. Kom, doe we er nog twee virtuoze vleugelmannen bij, een organist, een paukenist en brassband uit Engeland.

Terug naar Groningen. We repeteren als gekken. Vijf bassen. Acht tenoren. Vijftig sopranen en veertig alten. Händel, Mascagni, Webber (met The Phantom of the Opera: kristusziele wat een lekker koorstuk. Ik denk even niet aan de Matthäus Passion die we zondag in Coevorden organiseren. Ik negeer gedachten over huisartsen die verslaafd zijn aan het voorschrijven van maagzuurremmers (maar liefst negen van de tien blijken overbodig te zijn). Verder met een stuk van Bernstein, Sullivan, Sibelius, Dvorak. Dan nog wat Ierse traditionals en tot slot good old Goemans. H e e r l i j k.

Zingen is je zinnen verzetten. Met ruim 100 man geconcentreerd samenspannen tot een harmonieuze klank. Kippenvel. Je inspannen en ontspannen tegelijk. Racefietsen, Neven van Middendorp lezen, langeafstandwandelen, een Sloveense student Nederlands leren, een sonnet proberen te schrijven, buurtvergaderingen notuleren,  Een twee uren durend orgasme is het natuurlijk niet, maar verrekte lekker: zeker. Op naar 23 oktober 2022. Kaarten € 50,-. Via mij 10 % korting. Amsterdam here we come.