Jeroen Stekelenburg, de grote geslotenvragenkoning II

Daar zitten ze: Jeroen Stekelenburg, NOS-verslaggever Studio Sport en Andries Noppert. Stekelenburg draait al wat langer mee en keeper Noppert is nieuw in het Nederlands elftal. Stekelenburg interviewt Noppert. Je verwacht een kennismakingsgesprek met open vragen. Maar dan … Als een aan tunnelvisie lijdende politieman die een verdachte in een verhoorkamer tot bekentenissen wil persen lardeert hij de vragen met zijn eigen opvattingen. Ook geeft Stekelenburg alvast (delen van) een antwoord cadeau, misschien denkend dat deze Friese jongen niet zelf op een antwoord kan komen. Ongegeneerd. Neerbuigend. Ongepast. Doet Stekelenburg, voorbijgaand aan de lichaamstaal van zijn gesprekspartner, let op de gepijnigde gelaatsuitdrukking, hier een poging geslotenvragenkoning Twan Huys  (https://klaastaal.nl/twan-huys-de-grote-geslotenvragenkoning/) te evenaren of zelfs te overtreffen? De vragen, integraal overgenomen uit het interview op NOS-sport op 211122:

“Ja, hoe is het om je debuut te maken op het WK, want dat hebben niet velen jou voor gedaan. Maar droomde jij dit, want was het niet te ver weg om te dromen? Jij hebt een band met hem hè, ik zag jullie net na de wedstrijd, er is iets, hij vindt jou wel een geinige gozer volgens mij. Maar even serieus, hoe lijk jij op Van Gaal dan? Maar dezelfde humor, is dat dan dat clipje dat naar buiten kwam en dat je dan een soort teken moest maken dat hij dan dubbel ligt? Hoe is deze week geweest, hoe was vanavond voor je, maar met name deze week want er komt een moment voor dat je voelt van ik kan wel eens basisspeler gaan worden. Dus je hoorde het van Frans Hoek, in eerste instantie, Van Gaal vertelde inderdaad, dat … dat Frans Hoek het jou verteld had en dat hij ook jou zelf nog even bij zich had geroepen, wat geeft hij jou dan mee? Tegen mij zei hij: de keeper moet gewoon ballen tegen houden. Maar maken we het dan niet te simpel, want er zit ook een risico aan, om iemand, ja jij hebt ook nog nooit een grote Europese wedstrijd gespeeld of zo, het is nog al wat. Hoe bedoel je, te zeiken? Ja, weet ik niet, zit het je dan dwars? Maar vind jij het eigenlijk dan logisch dat je gewoon de kans krijgt? Vrijdag hoor je dat je speelt, hoe zijn dan die twee dagen, ben je dan heel gespannen? Ja en dan winnen jullie, dat is natuurlijk heel belangrijk, dat zei je net ook al, geloofde je er nog in richting het eind van de wedstrijd? Ja, dat is heel belangrijk, beginnen met een overwinning, wat is jou meegegeven als je het goed zou doen, als je levert, zoals in de termen van de bondscoach, dan blijf je neem ik aan gewoon staan. Nee, want je droomde als jongetje van, van keepen in het Nederlands elftal, dus, kennelijk, waar droom je dan nu van, want nu is het wat dichterbij, nu kan je dromen van ver komen op het WK.”

Journaal 20 november 2022

De vergelijking tussen zelf een foamroller < een soort deegroller die je over gevoelige spieren rolt > gebruiken en de handen van een fysiotherapeut valt natuurlijk uit in het voordeel van de fysio. Maar er zijn huisartsen genoeg die geen verschil in effect zien. Mijn fysio kan heel goed vier dingen tegelijk doen. Zij masseert, vertroetelt en pijnigt mijn linker hamstring en praat me bij over mortaliteitsvoorspellingen op basis van bovenbeenspierkracht. Nee vijf: ze spoort me aan ook zelf te oefenen en de foamroller te gebruiken. Ik overdenk het fietsend, als ik na Odoorn linksaf sla richting Musselkanaal en me, mijn 22  kerstmuziekteksten repeterend, verbaas over de slechte fietspadstaat richting Stadskanaal.

Had nog nooit gehoord van zanger Ruben Block van popgroep Triggerfinger. Tot 17 november 2022. Hij treedt op met het Noord Nederlands Orkest. Overal op het podium ledlichtjes, snoeren en versterkers. Dirigent Dirk Brossé (tevens muziekprofessor, componist en arrangeur van alle muziek deze avond) is gekleed in een zwart jurkje. De orkestleden hebben een hippe outfit niet aangedurfd, die houden het op vorige-eeuws stemmig zwart. Voor beide partijen een goed effect: de popmuziek ziet in dat je ook zonder oordoppen een heel eind komt en krijgt een muzikale impuls en de klassieke een volkse.

Het repertoire meldt bekende popformaties: Roxy Music. Spinvis ken ik. Van naam. Triggerfinger, Devo, The Cars, Split Enz, Hank Williams, Peter Gabriel zijn nieuw voor me. Blocks stem doet me aan Brian Ferry denken. Zijn teksten veelal onverstaanbaar, we horen flarden povere rijmelarij, daarin schuilt de overeenkomst met kerstmuziek. So what, denk ik, to hell with the lyrics; het is de muziek die ’t hem doet. De combi met een klassiek orkest is erg goed. Ze spelen zowat de sterren van  de hemel. Het swingt bijna. De zaal vibreert als gevoelige spieruiteinden op massagetafels. Mijn hamstring geniet.

Mooi-boy Block zingt, ingetogen en soepel dansend alsof hij geëlektrificeerd is. Hij klinkt als een klok. Zelfbewust bespeelt hij de zaal. In het begin plukt hij veel aan zijn weggeschoren bakkebaarden en aan zijn bovenbenen, alsof zijn boxer-short te strak zit. Vergeleken met hem zijn de orkestmusici sullige, op zijn best glimlachende, bladmuziekklevers. Helaas blijven ze zich aan de muziekreceptuur vastklampen als Brabantse boeren aan mestfraudeverleidingen. Wat zou er gebeuren als ze zich eens lieten gaan en hun comfortzone verlieten? De koperjongens zijn ijzersterk. De ritmesecties ook. De violen blijven soms hangen in zijige filmmuziek. Brossé lijkt het goed te vinden. Hij blijft met een gelukzalige lach stralen in de discolampen.

Neverneanietnooit

Verhuizen van het ruime, landelijke Zuidoost-Drenthe naar een kleine provinciehoofdstad in het hoogste noorden doet wat met mensen. Met ons. Met mij. Je laat dingen, gewoonten, opvattingen, principes los en je vergaart nieuwe. Een zware diesel wordt een lichte, kleine benzineauto. Een deelauto ook nog. Je wijst de gemeente op de mogelijkheid mensen met deelauto’s een preferente parking te geven. De camper gaat eruit. We nemen een treinabonnement en zijn zeer tevreden over de binnenstad, het openbaar vervoer van NS en bussen.

We voelen ons prettig zonder grote vriezer, broodmachine, droger, open haard, maar met zonnepanelen, een herbruikbare houten kerstboom, de Turkse kleermaker die de ouwe jas van nieuwe jaszakken voorziet en supergeïsoleerd glas. Vegetarisch eten en afstand doen van de elektrische tandenborstel, vaatwasmachine, papieren krant, en scheerapparaat blijft lastig. De energienota daalt harder dan de thermostaat. Van het een komt het ander. Niet meer drie grote afvalcontainers op de oprit. Zero-waste gaat ons neverneanietnooit lukken, maar papier en glas scheiden en jagen op een minimale afvalzak is het streven. We introduceren de Bojan-Slats-doctrine: proberen zo weinig mogelijk te kopen dat later, in minuscule plasticdeeltjes, in Slats’ netten en zeven komt. Dus zo goed als geen in plastic voorverpakt brood, fruit en groente. We kopen wasmiddel in karton. De buurtmarkt biedt de mogelijkheid met meegebrachte potjes, dozen, linnen zakken, van alles mee te nemen.

Onderzoeken wijzen uit dat mensen veel en vaak kleding kopen. Ik schrok van gemiddeld 20 stuks per jaar voor mannen en vrouwen 60, zegge en schrijve zestig. Daar zitten we ruim onder. Ik neem me voor na een jaar op 0 uit te komen. Ik kom er eind 2023  hier op terug.

Vliegen, cryptomunten, met een overdaad aan pesticiden snijblommen telen, Farmers for Defence, twitteren en verwarmde terrassen zijn funest voor het klimaat. Je kunt je er aan blijven ergeren en je er veroordelend over opwinden. Zelf stappen in de goede richting maken is beter maar lastig, we zijn en blijven verstokte eters van Amerikaanse pinda’s. Loop rode terrasheaters en openstaande winkeldeuren voorbij en zeg nee tegen uit Zuid-Afrika ingevlogen bosbessen en Guatemalteekse avocado’s. Vlieg niet meer naar Zuid-Spaanse, of Portugese oorden. Eind november en december komt er een energietegemoetkoming van € 190,-. Als je altijd betweterig zegt dat dat soort vergoedingen niet gepast zijn voor iedereen, kun je er ook naar handelen. Zeg ja tegen de voedselbank. Kom op en doe mee!

In Memoriam Gezienus Omvlee

Elf augustus spreken we elkaar nog uitgebreid en maak ik wat foto’s van je. Je ziekte zit je glimlach en pretogen niet in de weg. Het is een mooie zomerse dag. Een vriend bericht me dat je uit de tijd bent gekomen. Ik heb het wel verwacht, maar toch verrast en bedroeft het mij. Mijn droefenis bestrijd ik door in mijn geheugen te gaan graven om na te gaan hoe lang we elkaar kennen. Het zal de tijd van door STEM georganiseerde taaltheaternachten in de Muzeval in Emmen zijn geweest, een kleine 25 jaar geleden. Later zitten we beiden in het STEM-bestuur.

We ontmoetten elkaar op het vlak van de schrijverij. Of we zielsgenoten waren? Ja en nee. We delen veel interesses: belangstelling voor de regio, schrijven, lezen, organiseren, sporten. Jij Drent, ik Fries, maar beiden Duitse voorouders. Jij gereformeerde jeugd, ik hervormd. Jij flexibel en meeverend, ik star en vasthoudend. Jij Trouw, ik Volkskrant. In de typologie van Drenthekenner Harm Dijkstra ben jij een typische exponent van de zand-Drenth. Ik bewonder je om je gemakkelijke instelling. Als ik merk dat de organisator van een groot literair evenement in Drenthe knoeit met toeschouwersaantallen zet ik mijn hakken in het zand terwijl jij wil toedekken en verder gaan. Er volgt een korte periode van verwijdering, maar daarna zoeken we elkaar weer op. Vrienden.

Met heel veel plezier kijk ik terug op gezamenlijke projecten. Het schrijven van ‘Drenthe, Middelpunt der aarde’, samen met Willem – God of de Duivel hebbe zijn ziel – Koopmans en handboekdrukker Peter Bekker. Ik herinner me dat je op een zondagmorgen in Sleen langs komt, jij in een ultrakorte hardloopbroek, bovenbenen en kuiten van staal, bezig met een rondje, je was een duurloper meen ik. We nemen even wat laatste dingetjes door en je drinkt een liter water. We organiseren een literaire middag op Emmens hoogste punt, de oude vuilnisberg aan de Schansstraat waaraan zoveel deelnemers meedoen dat het goed bezocht lijkt. Een culturele avond met Zuidbargers en familieleden van jou (tot in Noorwegen toe) die ik mag presenteren. Taaltheaternachten in de Grote kerk in Emmen met regionale en landelijke schrijvers en onalledaagse entr’actes. Jij trekt mij vaak mee. Organiseer jij Taal an Taofel in Sleen, dan nodig je mij uit als deelnemer. We lezen voor uit eigen werk tijdens een avond van ’t Aole Volk.

Je bent lid van de Drentse Schrievers Kring, een club die zo graag boekjes wil produceren dat ze soms in de gauwigheid vergeten elkaars inzendingen even op taalfouten te controleren. Je bent de laatste solo-gemeentedichter, later wordt het een collectief, bijeen gehouden door een met slaapmutsen gevulde stichting die vergeet jouw naam op je gemeentedichterbundel te vermelden. Het deert je niet. Tijdens een literaire avond in de bieb haal ik voor jou je gram. Je duikt in het verleden van de in Sleen met een buste vereerde Naarding en schrijft erover in Roet. Je krijgt een mooie plaats in Nijkeuters literaire bijbel.

Samen met een bent oudere jongeren schrijf je light verse bij de vleet. Met de regelmaat van een haperende klok publiceer je in Roet. Door jou neem ik weer een abonnement. Dan schrijf je de mooie bundel ‘Licht over Nederland’. In je laatste levensperiode stuur je wekelijks verzen de wereld in. De facebooklozen van deze aarde vergeet je niet. Vaak tover je een glimlach op mijn gezicht, heel soms ben ik het met je oneens, wanneer je het voor Khadija Arib opneemt en ik haar verguis. Met Ted en (heel even) Tineke beginnen we een brievencyclus. In een paar jaar tijd wisselen we meer dan zestig brieven uit. Wat een plezier maken we. Nu herlees ik je brieven en geniet van jouw observaties.

Ik herinner me je zestigste verjaardag. Een mooie zomerse dag in jullie achtertuin in Zuidbarge. Verderop de meul van je bruur. Hoewel Zuudbarge je past als een ouwe hier wel en daar niet verstelde jas, Omvlee is daar een begrip, geloof ik, verhuizen jullie naar Odoorn, waar je het met Erna en de jongens ook erg naar de zin hebt. Boekenkastje naast de oprit. Elke dag een – zelfde – wandeling. Rust, regelmaat. De laatste keer dat ik je spreek vertel je van je finale project: het beschrijven van de laatste rustplaats van Drentse schrievers.

Gezienus jongen, ik ga jou en je zondagse verzen missen.  Ik denk aan Erna, Ellen, Maarten, Jan en je verdere familieleden en wens hun sterkte; dat je ruste in vrede.

1000 Stemmen: het plezier spat ervan af

Duizend mensen die muziek maken waar 1.500 mensen naar komen luisteren in een gebouw met misschien de beste akoestiek ter wereld. Het Concertgebouw. Twee topsolisten. Gouden componistennamen waar je maar kijkt. Geschilderde dirigenten. Daar ruil ik graag wat voor in. Bijna dagelijks studeren. Ik voel me een esperantist met dyslexie. Een Friese-Boys-speler in het Ajaxstadion. Nan en Etty worden Schreuder en Ten Hag, beiden wat vleziger. De handen, ogen, wenkbrauwen en mond van de dirigent vertellen me de lengte van de noten. Dankzij mijn fietsersconditie koste het me geen moeite. Mijn innerlijke drive zegt dat ik mijn stinkende best wil doen. Graag. Ik voel mijn verantwoordelijkheid.

Henk Poort en Tania Kross doen mee. Ze lijken superrelaxed bij de generale. Poort hand in de zakken. Tania een en al gulle lach. Toch hoor ik aarzelingen, missertjes en zie twijfels. Ook topspelers moeten trainen. Etty spreekt ze vriendelijk maar beslist toe, leidt, wijst en spoort aan, temporiseert, corrigeert. Wat een expressieve kop. Powervrouw. Ik geniet met volle teugen en span me lekker in. Zingen heeft iets van racefietsen: sprinten, freewheelen, remmen en aanzetten. Er zouden 68 tenoren zijn. Een zelfde koppeltje bassen. Dat betekent meer dan 430 sopranen naast me. Wow! Kristusziele! Het is geen wedstrijd maar ik wil niet worden weggeblazen.

Voor de sier houd ik mijn koorboek omhoog en fixeer eroverheen de dirigent. De teksten ken ik zo goed als uit het hoofd. Een vergeten lettergreep is eenvoudig te compenseren. Een inzet of lengtenoot niet. Mijn liefde voor orgelmuziek groeit als Martin Mans het orgel bepotelt, de vloer dreunt, mijn schoenneuzen willen onophoudelijk tikken, mijn bostkas beukt, mijn hart fibreert: dit is muziek, een feest, puur geluk! Anders dan bij hiphop, metal rock en dance-events heeft niemand oordoppen in. Dankzij mijn frontpositie met twee vleugels vlak voor me, kan ik onzichtbaar fotograferen.

Natuurlijk, er is wel eens iets wat ‘delay’ wordt genoemd, een split-second tussen instrument en zang, maar ik doe alsof het zo hoort. Van mijn fanclub in de zaal hoor ik dat bij het Operafantoom de mannen ondersneeuwen, maar dat het Ombra mai fu weer loepzuiver en verstaanbaar is voor hen die het Italiaans machtig zijn. Zelfs het moeilijke ‘The lost chord’ klinkt, vooral dankzij de tenoren, als een dijk. 1000 stemmen, h e e r l i j k…. het plezier spat ervan af. Voor meer foto’s: Concertgebouw 2022 – Grootkoor

Rif aan Akerkhof

Midden vijftig schat ik, ze lijkt op Arib; vals en sexy. Als ik een lichte toets Riffijns, gemengd met een zuiver Gronings accent hoor, smelt ik bijna. Een prachtige bos haar en laarzen die haar langer doen lijken. Ik wil de kaart naar mijn één na laatste tante in de brievenbus naast Appie gooien. Ik zie een spleetje tussen haar boventanden. Zonder krachtsinspanning spuugt ze een kwak speeksel precies op een leeg Camelpakje. Dan steekt Khadija van wal.

‘Vijf  Albert-Heynwinkels in het centrum en geen Lidl te bekennen. Westerkade, Zuiderdiep, Brugstraat, Oude Ebbinge, Nieuwe Ebbinge, Akerkhof.’ Ik bewonder haar om haar stratenkennis. ‘En overal worden nog tabakswaren verkocht,’ vervolgt ze. Behalve in precisiespugen is ze in fulmineren een kei. Soms spatten gesprekken alle kanten op als kraanwater in gladde gootstenen. Ik post de kaart en hoor het getingeltangel van de postgleuftandjes.

Mij aankijkend wijst ze op de peuken op het trottoir. ‘Weet u hoeveel kankerpatiënten er jaarlijks bij komen? Longkanker dan, hè? En hoeveel er jaarlijks aan sterven?’ Nu zijn cijfertjes toevallig wel mijn ding, dus ik begin: ‘Mevrouw het zijn er niet vijf maar zelfs zes Appies. Jaarlijks zijn er 125.000 kankerpatiënten waarvan ongeveer 10 % met longkanker…’ Ze valt me bruusk in de rede: ‘Ja en geen Lidl te bekennen, hè! Lidl won maar liefst tien keer achter elkaar de prijs voor het beste fruit en groente. En tabakswaren al lang uitgebannen.’ Hoe mooi ze het woord uitgebannen staccato uitspreekt: uit-ge-ban-nen.

Ze steekt haar wijsvinger op. Ik zie gouden ringen, een prachtige armband en gepolitoerde, felrode nagels. Het gerinkel klinkt melodieus. Het orgel in de Lutherse kerk heeft een instrumentonderdeel dat net zo klinkt. Ik deel de kritiek volhartig. Inderdaad een godvergeten schande: tabakswaren in supermarkten.

Ze kijkt naar koerende duiven. Ik zie de pracht van haar scherpe wenkbrauwen: als onmiskenbaar Marokkaanse Word-invoegtekens: scherp, hoekig, helder.  ‘Dat de gemeente ooit zo stom is geweest om het korenbeursgebouw te verkopen aan die grootgrutter! Groningen, fakking shame on you!’ Ze klinkt nu als een prediker van verzonnen goden en ik moet aan mijn tante denken die spugende vrouwen verafschuwde.

Irisscopist

De hele buurt kwam vroeger op consult;

hij las de toekomst in een open haring,

dewelke hij met eindeloos geduld

besnuffelde: des vissers tekstverklaring.

 

Vervolgens ging hij over op urine

en menigeen bracht hoopvol een staal pis.

Hij rook wat, proefde en zei heel gewis:

“Een aangetaste lever, een ruïne.”

 

Als hij zijn handen had gespoeld in gelig

sop, keek hij je droevig aan, en wachtte lang

voordat hij zei: “U hebt nog lang te leven.”

 

Voor de patiënt klonk hij nu zeer fluwelig,

die waande zich voor de duvel nog niet bang;

de angst kwam pas toen de nota was geschreven.

IVF

Het pas gekochte blad ligt klaar op zeven

En je sluit het gordijn tot op een kier.

Vervolgens wrik je als een gondelier

En brengt je apparaat met flair tot leven.

 

Je fantasie wordt door het blad gedreven

En drijft dan krachten naar de slappe slak

Die nu – op ’t oog – met meer dan groot gemak

Zijn kop verheft; hij gaat het weer beleven!

 

Je linkerhand pakt nu de zaadcontainer

(terwijl de rechter het orgasme nog wat rekt)

En zonder bijstand ener hulpverlener

Mik je de oogst in ’t glas met veel effect.

 

Je deed dit alles met veel plichtsbesef

als eerste fase van de ie – ve – ef.

Fleboloog

Gelijk een haring en Gods woord naar binnen

gaan bij elke zwartgerokte predikant,

zo voelde ik zijn warme rubberhand

een lange diepe tocht in mij beginnen.

 

‘Ontspant u zich,’ hoor ik hem zalvend spreken,

‘en buig uw knieën, spreid uw stramme benen.’

Terwijl zijn blikken priemend in mij steken

bied ik hem zicht op mijn belaagde venen.

 

Nog is het ergste leed lang niet geleden:

een struise zuster treedt behoedzaam aan

en zonder enig acht op mij te slaan

vangt zij aan mijn achterham te kneden.

 

Nooit voelde ik zozeer mijn sterf’lijkheid

als in dit helse uur van eenzaamheid.

Antirimpelcrème 

In een week tijd komen drie keer royals voorbij, waarbij de verzonnen werkelijkheid de als echt ervaren werkelijkheid inhaalt, verslaat. Drama. Satire. Humor. Alles van de bovenste plank. Schrijvers hebben altijd gelijk, bewijst Herman Koch. Op het moment dat de Engelse koningin door touwtrekkende verklede rugbyers het graf in wordt getrokken lees ik over een potje gestolen rimpelcrème.

Koch is lekker bezig in ‘Het Koninklijk Huis’. De hele bespottelijke santekraam van tegen beter weten in maar in zichzelf blijven gelovende trits koninklijke paladijnen komt voorbij. De namen van de romanpersonages kunnen één op één op bestaande personen worden gelegd. Een kleptomaan koninklijkhuislid steelt een potje antirimpelcrème. Met kramp in de kaken leg ik het boek even weg en kijk naar buiten waar de werkelijkheid door het raam van de verrekijk binnenkomt.

Ik zie de Nederlandse koning, de tot koningin gemaakte en hun dochter. Ze laten zich, dieptriest en schaamteloos tegelijk, lachend op de koetskussentjes beschimpen en uitfluiten. Landverraders wordt geroepen. Een raar woord voor wereldvreemde in bubbels levende zakkenvullers. Koch vertelt verder, de ware literatuurliefhebber leest over een geile overspelige tot koningin gemaakte die hunkert naar een zachte aanraking.

De oranjes in het boek zijn in de war. Is  de diep gevoelde liefde echt of is het voor de bühne, een maskerade? Waar begint de schaamlap, het masker en waar is de echtheid? Familierelaties hebben valse ondertonen. Passief agressief is normaal. Bedrog en eerlijkheid verworden tot een cynische mix. Domme maatschappijvreemdheid viert hoogtij. Mentale problemen worden gefaket om overspel te faciliteren.

Ik lees verder en zie een romanwerkelijkheid samensmelten met een Engelse kermisbegrafenis en een infantiele glazen koets. We herkennen een tot koningin gemaakte verlangen naar een mannenhand in een Zeeuws vakantiehuisje terwijl ze compleet verijsd en verkrampt naar publiek en haar man lacht.

Liplezers lezen het door alle drie glazenkoetsgasten onophoudelijk gefluisterde: ‘Nukubu’s zijn het, allemaal.’ Net wanneer ik hoor dat plattelanders ‘landverrader’ roepen en de koninklijke familie uitfluiten, lees ik op Kochs achterflap het maanden eerder geschreven ‘Het zou niet zo zijn dat het gepeupel met hooivorken en dorsvlegels naar de hekken van het paleis zou oprukken,…’