Ach manneke

Ach manneke, terwijl Fabio ligt te herstellen

Van Groenewegens gebeuk in uitlokkend

Polen dat de finish lekker bergafwaarts plande

Om de risicogunfactor te vergroten in het land

Waar rechters net zo duur zijn als bruinkool

Zat jouw mondkapje zo strak dat je vergat

Te gassen en je vierwielig door een driebander

Tot de reclame van Jumbozeepjes werd veroordeeld

En nu een taakstraf oploopt in het asiel

Voor platgereden salamanders en brokken

Uitgevlakte kikkerlijven; en maar denken dat

Gekochte pk’s sport opleveren, haha,

De bandjes zijn stroeve sjoelstenen

Had je maar opgelet bij Frans waar wijlen

Meneer Steenbergen je inpeperde dat

La vitesse n’est pas une épreuve de virilité

De enkel van Robben

De pizza’s smaken beter met wat ananas

En wurgseks, ook al is het maar voor even

brengt Drentse vrouwen weer tot leven;

mijn voet bleef haken in het gras

De NAM mengt graag wat extra frisse lucht door gas

Herinneringen blijven soepel zweven

En vormen een gekleurd stilleven

Van tenen vastgelijmd in gras

Het boerenhoofd is als een lege kalebas

De denkprocessen stoppen om half zeven

green socks matter zo staat geschreven

Een enkel vastgeklemd in gras

Pasgemaaide velden zijn vaak niet waterpas

Was ik nou maar in München thuis gebleven

Wordt zijn hoofd, hart, kruis ingewreven

wat is dat toch, dat hoge gras

(N.a.v. een citaat uit het Het Dagblad van het Noorden): Robben ging ook nog even in op zijn afwezigheid tijdens de eerste training van FC Groningen. De enkel van de aanvaller bleef vrijdag tijdens een training hangen in het gras. Dat leverde lichte klachten op, maar niets waarover we ons grote zorgen hoeven maken, verzekerde hij.

Museum De Pont, Tilburg

De expositie ‘De route wordt opnieuw berekend’ is een goede naam voor starre kijkers. We zijn in Brabant, het land van industriële varkensfokkerijen, leegstaande kloosters die nu vaak wietplantages zijn, verlopen kerken en nertsenbedrijven die onder het toeziend oog van meneer pastoor op het punt staan geruimd te worden. Maar nu Tilburg. Bereid je voor op een heroriëntatie, kijk nog eens en dan anders, stel je zelf lastige vragen over wat, hoe en waarom en stap dan binnen in De Pont. Een goed uur, dan ben je al een heel eind. Voor museumhaters of beginners op het museumvlak is De Pont in Tilburg ideaal. Het heeft alles, maar dan op kleine schaal. Een schitterend gerecycled gebouw: een industrieel pand uit de textielbranche, maar dan zonder spinnewielen, foto’s uit het verleden van moeilijk kijkende bazen en arbeiders en geen belerende tableaus met historische teksten die niemand leest. Het hart van het museum is een open ruimte waarin de stalen dakconstructies zichtbaar zijn. Aan de lange zijde kleine kamertjes die aan een gevangenis doen denken en verder open ruimtes voor kleinere exhibities.

Ook hier moderne kunst die meer modern dan kunst is: veel kleine kunst-fotografie, een op de vloer uitgespreide, rechthoekige baan van steenkolen, we zitten wel vlakbij de voormalige steenkolenindustrie, en een met klokken gevuld afgesloten kamertje (Job Koelewijn) dat nutteloos heen en weer wiegt. De aan- en uitknoppen aan de zijkant schreeuwen om publieksbediening maar dat vindt de zaalwacht die niet houdt van participerend publiek  weer niet goed. Toppunt van confronterende ledigheid: een met jutte bespannen lat waarop een veeg witte verf (Raoul De Keyser).

Echt een museum voor kinderen. In de centrale ruimte is een collectie miniatuurautootjes (Rosemarie Trockel) opgesteld die meer plezier uitstralen dan de volledige crew van Verstappen na weer een netnietoverwinning. Ook prachtig voor jong en oud de indringende schilderwerken (modern èn kunst) van Marlene Dumas, mooie koppen en, de gewaagdste,  schitterend gepenseelde vulva’s van voorover gebogen vrouwen die pesterige wijsneuzige kinderstemmen uitlokken die aan de derde vriendin van pa vragen: ‘Heey Susan, ben jij dat?’ Een plaatselijke grootheid Marc Mulders die als geen ander (pioen)rozen schildert in dikke kwakken olieverf die op de plant snap app onvindbaar zijn maar binnenkort in de betere behangwinkel hopelijk voor alle Tilburgers verkrijgbaar.

Voor zestigplussers die zo nodig samen op de foto willen voor de eerstvolgende en wie weet allerlaatste kerstkaart is er een gebogen stuk staal dat liever glas was (Anish Kapoor) en de wonderlijkste spiegeleffecten als onderdoorkijkpassages biedt die bij goed kijken en een herberekening van de route er niet zijn. Philip Vandenberg die een meer dan interessant beeld van de koning geeft die naakt rennend (‘Susan, is dat Willem Alexander?’) zijn aambeien en pielemuis aan wolven offreert. Kinderen, neem je ouders mee! En dan nog het mooiste museumrestaurant & een intieme binnentuin met stapels niet opgeruimd vuil serviesgoed die bewijzen dat corona de publieksstroom, al dan niet herberekend, niet heeft afgebroken. Mooi zo.

8 minuten en 46 seconden

Organist Wietse Meinardi speelt in Emmen Bach, Händel, Kee, Meinardi en Polak. Ik klok en droom na 8.46 minuten wat weg en kijk naar het kerkplafond. Vorige week was hier een partijtje van de gemeente met lintjeskrijgers. Deze kerk heeft zich aan de tijd aangepast en verhuurt zich aan verschoppelingen als musici, CDA-partijtijgers, godloze toneelspelers en economisten over winsttabellen van onroerendgoedjongens. In de hal stapeltjes folders van escortservices, taxi’s en allinclusivesnackbars naast die van voedselbanken en telefonische hulpdiensten. Meinardi vertolkt Bach als mijn fysio mijn rug: liefdevol, doortastend, hard waar hard en zacht waar zacht nodig is en niet duur: € 5,- voor een uur. Acht minuten en 46 seconden, de tijd die het een Amerikaanse politieman kostte om het leven uit George Floyd te persen kan lang duren. Ik herinner me een gesprekje met een jongen die aan de Blue Whale Challenge meedoet. De achtste uitdaging is met vrienden een beetje masturberen en orgasmeren op toastjes. Wie het laatst klaarkomt moet de koekjes opeten waarop kompanen hun kwakje hebben gemikt. Hij was uit vorm en zijn zwoegen duurde bijna negen minuten. Terug naar dat gemeentefeessie. Een duif slaagde er na ruim acht minuten in naar binnen te vliegen op zoek naar avondmaalsresten of de gemeentelijke catering. Dat wekte de agressie van de conciërge die hier cultuurkoster heet. Ook de burgemeester had liever een ezel met een luier over de vloer gehad dan deze duif. Händel is een feestje, en de duif feest mee in mijn gedachten. Dat een Emmense columnist duiven vliegende ratten noemt is erg. Zo praat je niet over dieren die medisch-specialistisch werk doen. Zou de onbelezen scribent medici die mammografieën beoordelen vliegende ratten hebben genoemd, de wereld was te klein. Ah, die Händel krijgt mijn handen wel op elkaar. Onder ‘Air’ denk ik natuurlijk aan Floyds luchttekort. Meinardi is op dreef: mijn knieën, enkels, handen, alles wil wiebelen, drenzen en deinen, maar de orgelmuziekbezoekersmores weerhoudt me. Hoe zat het alweer met die duiven? Na een relatief korte training kunnen duiven kanker herkennen in borstweefsel. De NOS zei: “Na 15 dagen training konden de duiven bij 85 procent van de afbeeldingen de juiste diagnose geven. Wanneer de diagnose werd gedaan op basis van de keuzes van vier duiven, was de kans zelfs 99 procent dat ‘ie juist was. Opvallend: opgeleide artsen komen niet verder dan 80 procent.” Verdomd, en nu komen Kee en Polak nog. Waar komt die agressie tegen dieren vandaan? Natuurlijk zijn er dieren die geen of weinig nut hebben. Denk aan teken, vlooien, pony’s, steekmuggen, steenmarters, eksters, mopshonden en naaktkatten. Maar duiven? In sommige culturen en religies, nee dat is niet hetzelfde, worden ze aanbeden als vredebrengers. Waren nertsen vredebrengers dan hadden Mark, Carola en Hugo de ruiming geheten miljoenenmoord wel voorkomen natuurlijk, maar ja, nertsen vallen niet onder de levenseindewet van D66, terwijl opgehokt in een klein kooitje wel een vorm van ondraaglijk lijden is.

Ik ben Kaepernick

Was knielen altijd een oefening in onderdanigheid, en dan maakte het nog wat uit of je eenbenig knielde of tweebenig, sinds Kaepernick is het een symbool van dwars respect. De aanstellerige flauwekul van mannen die hun vrouw knielend ten huwelijk vragen, daaraan heb ik niet meegedaan. Knielen voor zelfbedachte afgoden is ronduit stupide. De knielende americanfootballspeler Colin Kaepernick was heldhaftig en ik vroeg me af: wat zou ik hebben gedaan? Ook hij zal vrienden en familie hebben gehad die zijn actie niet ondersteunden of het naderhand doodzwegen. Als protest tegen bruut politiegeweld en stuitend racisme was het een mooi gebaar. Dat het zijn contractverlenging in de weg stond was jammer, maar Nike compenseerde dat door hem boegbeeld van de collectie maken. Trump schuimbekte als een steenmarter voor de rituele slacht in Wuhan. Megan Rapinoe, aanvoerster van Amerika’s vrouwenvoetbalelftal steunde Kaepernick. Het zijn nerveuze tijden. Opvattingen en houdingen kantelen als dominostenen in SBS-programma’s. Wie had een jaar geleden kunnen denken dat Hoogevener Klaas Knot van DNB het slavernijverleden van de bank zou gaan onderzoeken? Klaas! Knot!! Slavernijverleden!!! De Nederlandse Bank !!!! Was het ongepast dat Femke Halsema met een BLM-button op de Dam stond? Zelfs formule-1-rijders doen, nu ze erachter komen dat de F1 misschien helemaal geen sport is, hoogstens een soort jetskiën op wielen, aan zelfonderzoek. Max Verstappen is niet een man van de gebaren en blijft oncollegiaal staan bij  knielende kompanen. Ronald Koeman valt hem af. Koeman applaudisseert luidruchtig voor zijn voetbalmannen die kijkcijferkanon VI in de ban doen. Maar zelf een jaartje de VI-plopkap weigeren gaat ‘m weer net iets te ver: de KNVB heeft weer andere belangen, hè. Het Emmense gemeentebestuur schitterde door afwezigheid bij de blacklivesmaterdemo in Emmen op 21 juni 2020. Ik zag één raadslid van de PvdA. De (ex-)gemeentedichters waren wel goed vertegenwoordigd. Hoe zou dat komen?  Emmen hield de boot wat af met ruim 2 ‰ van de inwoners op het demonstratieplein. Jammer. Vaak zijn gebaren en daden veelzeggender dan woorden. 

Carola Schouten Zomeravondgast 2020

Een grefomeisje noem ik haar, maar ik weet bij god niet of ze gereformeerd is. Reformatorisch dan? Christelijk gereformeerd misschien? Gereformeerd vrijgemaakt? Nederlands gereformeerd? Oud gereformeerd? Hervormd niet, dat is te licht, doopsgezind ook niet, die zijn vrijzinnig. Misschien Hersteld Hervormd? Vrijzinnige geloofsgemeenschap: tuurlijk niet, veels te licht. Bij de protestantse geloven vallen de termen licht en zwaar samen met licht en donker. Protestantisme is een bijenkorf, er zijn meer subgeloven dan parlementaire splinterpartijtjes of blacklivesmatterafdelingen. Maar hemel, wat een aantrekkelijke vrouw. Kuiltjes in de wangen, lange blonde lokken, botoxvrije lippen, mooie rondingen maar nergens te, en, jammer dan, nooit een ordi decolleté, maar dat stimuleert de fantasie. Hoe komt ‘t dat een hardcore atheïst, één pur sang zeg maar, bijna geobsedeerd is door Carola Schouten. Nou moet ik erbij zeggen dat ik, gelukkig getrouwd, vaker mijn oog laat vallen op interessante powervrouwen (Pia Dijkstra, Celeste Plak, Angela Merkel, Noraly Beyer, Femke Halsema, Jetta Klijnsma, Agnes Kant, Heleen van Royen, Sylvia Witteman, Sylvana Simons; in mijn vorige woonplaats Sleen hield ik er zelfs een geheim tienleukstevrouwenlijstje op na). Ik hoor mijn kameraad alweer vragen: Klaas, waar komt dat bij jou vandaan? Daarmee suggererend dat alles in je jeugd besloten ligt en ik wreed lijd aan een Oedipuscomplex. Natuurlijk speelt mijn jeugd een rol. Carola is boerendochter en ik had een boerenzoon kunnen zijn en ter compensatie: ik ken enkele boerenzonen. Beiden zijn we plattelanders met een diepe liefde voor steden, we delen een zekere eigenwijsheid, hebben idealistische kantjes en belangstelling voor landbouw en veeteelt, we weten het vaak veel beter dan de egotrippende boeren, vinden waarheidsvinding belangrijker dan relaties voor de schijn, Carola werkte in een Kibboets en ik had als puber ook een (lichte) interesse in werken in een kibboets en we groeiden beiden op met Calvijn en (de antisemiet) Luther (Trouw in 2015: ‘Loopt er een rechte lijn van Luther naar Hitler?’), die allebei, net als ik en (hopelijk) Carola, weer antipapistisch zijn.

Schuld, verantwoordelijkheid en kleur

De enige extra kleur die ik tijdens mijn middelbareschooltijd zag waren de vuurrode wangen van lerenbroekdraagster mevrouw Nagel toen brutale hond Sake Ozinga uit Twijzelerheide haar vroeg ‘Hebt u ook leren pijpen?’ En natuurlijk zij die in mijn geheugen als Zwartrokje gegrift staat toen ze mij steels en bijna gratis een drie centimeter brede blik op haar zwarte slipje toonde bij het beklimmen van de trappen naar het scheikundelokaal. Mijn zussen droegen geen slipjes maar dubbelkatoenen witte onderbroeken met Bambiopdrukken en met pijpen die zelfs onder driekwart sportbroeken uitkierden.

Mooi: Van Agt heeft het CDA de rug toegekeerd en stemt nu GRNLNKS, Bayer gaat grootschalig schikken bij Roundupclaims, rechtbanken stoppen met altijd de meervoudige kamer in te zetten en ziekenhuizen  elimineren overbodige zorg door het elimineren van de productieprikkel. Het onderwijs, dat onder broeder Slobs knikkende knieën bepaald geen heldenrol heeft gespeeld in coronatijd, gaat weer helemaal open. Welke rol speelt het onderwijs in de Black Lives Matter-discussie? Een grote. Antiracisme begint in de opvoeding, schoolboeken en jeugdliteratuur. Leg leerlingen uit wat kleur betekent en toon ze de kleuren. Figuurlijk maar ook letterlijk. Mijn oude school, het Esdal College in Oosterhesselen heeft een ‘taalklas’ met leerlingen uit het AZC. Wat waren we trots als een taalklasleerling, soms al binnen enkele jaren, overstapte naar het reguliere onderwijs. Wat was ik fier op een Singaporese collega. Wat haatte ik gesodemieter op het plein. De randvoorwaarden: een kleine school op het platteland waren uitdagender dan ideaal. Omdat het een openbare school was zetten we de deuren open voor alle gezindten en alle kleuren. En dat terwijl het openbare Esdal College een grefo ouderling als algemeen directeur heeft en bij interimmers een voorkeur aan de dag legt voor dominees (Piet Post www.pietpost.com en René Peters www.renepetersoss.com, inmiddels nr. 3 op de CDA-lijst). Kooistra, Post en Peters, mannen dat dan weer wel, kozen vol overtuiging voor open, openbaar onderwijs  en niet voor (algemeen)bijzonder onderwijs als protestants, Montessori, katholiek, Dalton, reformatorisch, Vrije School-, of Jena. Hier begint het stuivertje-wisselen van schuld en verantwoordelijkheid. Ouders zouden om zich heen moeten kijken en zich afvragen wanneer hun kinderen voor het eerst kennis maakten met kleuren en hoeveel gekleurde klasgenoten ze hebben. En hoe dat zo komt. Niet verwijten en veroordelen maar vragen stellen. Open vragen. En dan actie ondernemen en praten; word van medeplichtig medeverantwoordelijk. Dus naar de hel met louter witte scholen in Amsterdam-Zuid, de Utrechtse binnenstad of villawijken aan de rand van Assen. In actie komen vergt moed, inzet, doorzettingsvermogen en een goed functionerende medezeggenschapsraad. Elkaar aanspreken is niet altijd gemakkelijk, dat weet ieder met collega’s die meer van de teamleidster dan van de rechte weg houden, vijfentwintigstegraads familieleden die de roeispanen steeds net omgekeerd vasthouden, buurtbewoners die verkeerd vlaggen, kennissen die gemaakt zijn voor de slachtofferrol en klagen tot een tweede natuur hebben gemaakt.

Dat moet het brommerprotest zijn geweest, mijn eerste demonstratie. Rector Heukels had verordonneerd dat de brommers op het plein i.p.v. in de fietsenkelder gestald moesten worden. Van het schemerduister, waar alles gebeurde wat tot hel, verdoemenis en een levenslange fascinatie voor mooie lingerie leidden, naar het TL-licht van het plein. We blokkeerden de toerit naar school en het rectoraat stond schuimbekkend, rokend en kokend achter glas. Mijn tweede demo was in Leeuwarden: nog hoor ik ons fietsend het ‘Weg met Pa-Pa-Do-Pou-Los’ scanderen over de Nieuwstad. Geen voetballer maar een Griekse dictator. Veel en veel later werden het de demonstraties tegen opslag van kernafval in Gasselte, de neutronenbom in Amsterdam en bevriezing van lerarensalarissen en andere snode kabinetsplannen in Den Haag. Wat maakte dat ik meedeed aan demonstraties? Van mijn ouders heb ik het niet geleerd; mijn moeder zou me begrijpend hebben toegelachen en mijn vader vond alles goed. Door het lezen van boeken, geloof ik. Of het nu mijn toenmalige kameraden Multatuli, De Vries, Wadman, Brouwers, ‘t Hart, Wolkers, Biesheuvel, Aletrino, Cremer, waren of juist de stapels (verplichte) poëzie; er ging een wereld voor me open. In de buitenwereld stonden mannen als Den Uyl, Boersma, Aantjes klaar die me wezen dat de wereld maakbaar was.

En dan die BML-demo in Emmen. Is er in ZO-Drenthe sprake van institutioneel racisme? Systemisch? Er is een verschil tussen een racist zijn en licht racistische gedraginkjes. Eerder noemde ik het in zelfbedacht postmodernistisch sociologenjargon systemisch wit-sektarisch regionaal-urbaan soft-racisme waaraan ik mezelf ongetwijfeld ook wel eens zal hebben bezondigd. Kijk eens rond en denk hardop aan mevr. Simons, Akwasi, basisscholen (Utrechtse bijvoorbeeld) die de voorinschrijvingstermijn opzettelijk vervroegen zodat ze vanzelf wit worden, kleurloze politieke partijen, koren, economische fora,  wijken, museale bezoekersstromen, begraafplaatsen, bedrijfstoppen. En Volvocabriogezelschappen natuurlijk. Het komt aan op bewustwording, niet wegkijken en de knop omzetten, U-turns maken in vaste denkpatronen. Zwarte Piet heeft zijn langste tijd gehad, hopelijk ook op mijn Esdal College.

It Paradyske

Zaterdags fietsten we met de hele klas naar het zwembad. De hel heette It Paradyske. Jarenlang probeerde badmeester Kalen ons te leren zwemmen. Onder de snelbinder een kokervormig zwemtasje met een koord met clipsluiting. De binnenkant van rubber, die de natheid van de zwembroek moest weerstaan. Deed je het tasje thuis open dan rook je keukenhandschoenen die te lang in het gootsteenkastje hadden gelegen. Badmeester Kalen had een harde stem, een strakke buik en kort donker haar. Brechje Bosma van de Johan Bogermanstraat zou voor hem vallen. Ze trouwden in de gereformeerde kerk terwijl iedereen wist dat badmeester Kalen een heiden was. We kleedden ons uit in halfopen kleedhokjes. Ruw beton schuurde je voeten. Ik had een rode zwembroek van geribbelde stof met een geelgroen riempje. In het water voelde die zwembroek als een loden vest dat je naar beneden trok. Als ik, voordat ik in het water ging, het riempje even opentrok en er lucht inliet en dan snel het riempje strak aantrok, dan kon ik bijna een halve minuut extra drijfvermogen opwekken. Mijn pikje zwom dan wanhopig in de zwembroek als een verdwaalde vastgebonden goudvis. Badmeester Kalen schreeuwde wat we moesten doen. De jongens moesten duiken, de meisjes met een plankje zwemmen en Goitske en ik bleven op de kant. We moesten buikelings op een bankje liggen, de armen en benen bewegend in de lucht. Was dit wat een parachutespringer voelde? Als het badmeester Kalen schikte keek hij even naar ons en blafte dat we de schoolslag moesten oefenen. Raar woord: schoolslag. Was er ook een kerkslag? Vanaf de overkant van het zwembad zag hij wat we niet goed deden. Goitske droeg een gebreid zwempakje, geel met bruine schouderbandjes. Als dat nat was trok de zwaartekracht ongenadig hard aan de stof. Soms kwam Oene langs, badmeester Kalens hulp, een stagiair van een sportopleiding. Hij bewoog mijn knieën naar buiten door hard tegen mijn voetzolen te duwen. Oene was sterk. Mijn handen moesten anders. Hij wilde van bovenaf mijn knokkels zien. Tegen Goitske deed hij nog wreder. Haar dijen en heupen deden pijn, zei ze als we na afloop terugliepen naar de kleedhokjes. Er waren zwemlessen dat we alleen droog mochten oefenen. Goitskes wangen rilden en waren dan blauwachtig. Na afloop van een droogzwemles moest ik altijd plassen. Mochten we wel te water dan probeerde ik een gele lijn achter mij te voorkomen. Dat had ik gehoord, dat als je in het water plaste, iedereen een gele lijn achter jou kon zien. Wat voelde dat lekker. Je ging even staan, opende de bovenkant van het zwembroekje en dan voelde je een warme traktatie je pikje omarmen. Op de terugweg door It Paradyske had ik weer praatjes voor tien.

(Illustraties: Jacco Olivier (1972) ‘Momentum’ (2019) in Voorlinden (juni 2020))

Keer om alstublieft, over zorg & de draai van Rutte

In ‘Na Corona’ schreef ik over een andere aanpak van de gezondheidszorg. Kern: meer preventie en het moet goedkoper. Na mijn stuk buitelen artikelen en commentaren in landelijke kranten over nutteloze en onbetaalbare zorg over elkaar. Waarom zou dat geen toeval kunnen zijn, zeg ik bescheiden. Ik noem ons systeem van overzorg geperverteerd en de kranten noemen het nutteloos. De V&VN noteert op haar homepage: ‘Verpleegkundigen en verzorgenden doen dagelijks best veel handelingen (soms wel 2/3 van de dagelijkse handelingen) waarvan het nut niet aangetoond is’. Er circuleren in ziekenhuizen (het Hagaziekenhuis) beterlatenlijsten waarop expliciet handelingen worden genoemd die beter kunnen worden gelaten. Leg dat maar eens uit aan iemand uit Ghana. Een dag na deze Klaastaalbijdrage over huisartsen die moeten stoppen met aandacht besteden aan ziektes en kwalen die zich vanzelf oplossen en serieus werk maken van mensen begeleiden bij het verbeteren van hun leefstijl, kwam de Volkskrant uit de kast met een soortgelijke oproep. De VK richtte zich meer op ziekenhuizen: ‘Twee verpleegkundigen kunnen op afstand 150 patiënten in de gaten houden onder supervisie van een medisch specialist. Maar het ziekenhuis krijgt pas geld als de specialist alsnog in actie moet komen.’ De reflex om spreekuren maar weer vol te plannen is dan groot. Met een transitie, een draai, een andere manier van kijken naar en denken over de zorg kunnen we een inhaalslag maken. Huisarts/columnist Danka Stuijver geeft het stokje door. Het lijkt dat de jonkies in huisartsland de verstofte en verstafte boel aan het opschudden zijn. Er is, zo blijkt keer op keer op keer nogal wat overbodige en daardoor kostbare zorg waar we zonder kunnen. Met haar zeg ik: Keer om alstublieft.

Een bekentenis: VVD’ers heb ik heel lang vreemd volk gevonden en ik nam ze zelden serieus. Liberalisme stond voor mij gelijk aan situationele vrijheid, platvloers opportunisme, berekenend economisme zonder poëzie. Ik werd keer op keer in mijn idee bevestigd door de schier eindeloze schandalen van schaamteloos slecht functionerende politici die moesten aftreden: Keizer, Van der Scheur, Van Rey, Weekers, Verheyen, Opstelten, Teeven, Van Miltenburg, Hermans, Albayrak, Zijlstra, enzovoort, enzovoort. De lijst van scandaleus liberaal personeel dat net niet hoefde af te treden maar de hand boven het hoofd werd gehouden en beschermd als een afvoerput onder een asbestdak is vele, vele malen langer.

Maar nu Rutte. Rutte opent mijn ogen. Twijfel penetreert mij als een wattenstaaf een neus. Rutte heeft de coronaperikelen onverwacht goed gemanaged met zoals hij zei: 100% maatregelen gebaseerd op 50% kennis. Rutte komt over als een fair-player, doortastend, openhartig en steunend op en luisterend naar een ploeg deskundigen achter hem. Hoewel de VVD nooit veel werk heeft gemaakt van actief optreden tegen onder- of bovenhuids racisme, werd in de afgelopen week een ommekeer zichtbaar. Rutte maakte een U-turn en keert zich eindelijk af van het zwartepietfenomeen, wow. Hij maakte net geen excuses maar zegt wel dat hij zich kon voorstellen dat mensen verdrietig werden van het racistische symbool.

Ik wil een lans breken voor de U-turn en mensen die zich in het verleden hebben vergist oproepen: Keer om alstublieft, volg Ruttes voorbeeld. Luister naar je innerlijke navigatiesysteem dat bij een reguliere ontwikkeling geweten heet. Een voorbeeld: een jaar geleden kon je niet op wittebubbelfeestjes komen of Sylvana Simons werd geattaqueerd. In Twittertaal: bespot, beschimpt, besmeurd en gekleineerd omdat ze zich kwetsbaar opstelde aan napraattafels en zich sterk maakte voor de zwarte zaak. Wit-Nederland voelde -terecht- een priemende vinger en er ontstond wat sociologen een vorm van ‘systemisch wit-sektarisch regionaal-urbaan soft-racisme’ gingen noemen. Op straat en op wat social media worden genoemd werd ze bespuugd maar in de met witte wijn besprenkelde huiskamercocons voor gek uitgemaakt. En nu de U-turn: doe als Rutte en spreek je uit. Ik roep iedereen op, vooral nog niet al te woke stedelijke plattelanders, die daaraan hebben meegedaan mevrouw Simons een doos bloemen per post te sturen met als boodschap: Sorry! Keer om…

Na corona

Dat de nertsfokkerij versneld wordt opgedoekt, dat de intensieve dierindustrie tegen het licht wordt gehouden, dat een hygiënische revolutie als prettige bijvangst het scherp verminderen van kwalen als diarree en onduidelijke buikklachten oplevert: allemaal positief nieuws na enkele maanden coronaleed. Besmettinghotspots staan vanaf nu in een kwade reuk en moeten bezoekersstromen wat gaan reguleren: vergaderzalen, callcenters, gevangenissen, koorrepetities, familieverjaardagen, slachthuizen, overdekte marktplaatsen, kerken, winkelcentra, uitvaartbedrijven en indoorcarnaval. En fitnesscentra natuurlijk. Drugsbazen hebben moeite zwartgeldstromen te kanaliseren en dat deel van de politie dat geen lijntjes met de onderwereld heeft, doet goede zaken. De lucht wordt schoner want er is minder nutteloos auto- en vliegverkeer. Nog maar kortgeleden vonden we het heel gewoon dat mensen naar Australië of de Andes reisden om daar maanden te gaan rondreizen en nu zijn het de paria’s van de toerisme-industrie. Nu nog wat meer onderzoek naar de rol van aerosolen in binnen- en buitenlucht en we zijn klaar voor een vergelijking met de griep van 2017/2018; tot nu toe staat corona nog met een paar duizend overledenen achter. Nieuwe woorden als ondersterfte poppen up. In weken 21 en 22 was er minder sterfte dan in 2019. Misschien dat de zorg nu aan een inhaalslag toekomt. De eerstelijnszorg gaat tijd overhouden als de implicaties van de stelling dat 90% van de kwalen zichzelf oplost duidelijk worden. We gaan stoppen met de geperverteerde tandartsenij dat voor een grof vermogen nutteloze kosmetische ingrepen declareert. Wat betekent het dat we het gewoon zijn gaan vinden dat kerngezonde klanten twee x per jaar hun gebit lieten checken en dan ook nog juichten als er niets te doen was voor de witte jas? Huisartsen kunnen zich eindelijk gaan bezighouden met wat ze zouden moeten doen: preventie en leefstijlverbetering. Rokende en tonronde dokters krijgen een omscholing tot verkeersregelaar. De huisartsenij gaat eindelijk serieus de strijd aan tegen overgewicht, diabetes II en roken. Ze worden vanaf nu niet meer per behandelde patiënt of verkochte medicatie beloond, maar, na een uitgebreide nulmeting, per percentage gezonde cliënten. In een populair t.v.-programma hebben we jaren kunnen zien dat verstandige mensen net zo snel en vakkundig een diagnose kunnen stellen als een huisarts en dat gaat tijd opleveren. Cliënten met w.o.- of een hbo-opleiding krijgen overbodige vragen en tijdrovende klachten niet meer vergoed. Elke kilo boven of onder het groenste BMI gaat de klant 1% zorgpremie kosten. Rokers betalen 100% extra. Elke verminderde diabetes II, elke kilogram gewichtafname per klant en elke met roken gestopte cliënt levert de huisarts bonussen op. Wekelijks publiceert de NOS-app succesregio’s en voortgangpercentages in alle regenboogkleuren en de best presterende huisdokter per gewest. Natuurlijk zijn er allerlei mitsen en maren maar met een brede inzet van AI, gemonitord door enkele handenvol biotechnerds, onder supervisie van gutmensch Bregman, gaan we de goede kant op: naar begrenzing van de zorgkosten en meer gezonde mensen.