Journaal 14 augustus

Augustus is een echte fietsmaand. Op het programma staat Brugge – Ieper –  Diksmuide – Nieuwpoort – Brugge: niet de langste, wel een heel leuke aflevering van ‘Mythische Fietstochten in Europa’. Voor mij zit het mythische in het fietsen met mijn zoon. Krachtpatser. Beachvolleyballer. Zwemmer. Alleskunner. We rijden een heerlijke route op korrelige landbouwweggetjes in Zuidwest-België en Noord-Frankrijk.

Onderweg zien we keuterboeren die zonder omgekeerde vlaggen toch overleven. Stoffige weggetjes. Grind en grit. In weiden dikbilkoeien die hun geboortekanaal sectio caesarea noemen. We genieten van het landschap en een gemene klim en vertrouwen op de remblokken als boeren op landbouwsubsidies. We spotten brouwerijen die met het lekkerste bier Westvleteren op afstand blijven.

’s Avonds in Ieper verwordt herdenken tot een ordinair verdienmodel: een tot op het bot toeristisch afgekloven oorlogsherdenking met een dagelijkse ‘last post’. Dagelijks!! Ik word bijna blij met de Nederlandse variant, waarbij de tot koning en koningin gemaakten en hun dochter < die het verdomt gemaakt te worden tot spermaemmer bij het Amsterdamse corps > kransen leggen. Geen 365 maar één keer per jaar.

We bespreken bij een halve liter Leffe Blond de dag: een lekke band, afmattende taaie platten, vals als Turkse wimpers, onze vrouwelijke Sarah-Wiegman-ploegleider die we een heiligverklaring gunnen, Hollandse mosselen naast Vlaamse frieten op een warm terras, aangestaard door voorbij sjokkende achterkleinkinderen van oorlogsinvaliden, een vergelijkende analyse van de werkdruk en salariëring van docenten aan de uni en in het VMBO, een oplossing voor het Nederlandse energieprobleem: bepaal de gas/water/elektra-prijs op basis van huiswaarde en knijp toevoer af via slimme meters. En meer.

Een week later de Bauke Mollema-tocht. Met vijf kameraden doen we de 110 kms. We vergeven de naamgever dat hij een belastingparadijs verkiest boven wonen in Groningen. Bauke heeft het lijf van een achttienjarige, de selfiebereidheid van een Garmerwoldse Miss-verkiezing en de snelheid van een opgevoerde speedpedalec.  Rustig jakkerend rijgen Zoutkamp, Elektra, Zuidhorn, Aduard zich ongemerkt aaneen. We lachen om fietsrecensies waarbij het fietsstuur een ‘cockpit’ wordt genoemd. Onderweg proppen we ons vol met krentenbollen, bananen en sinaasappelen zodat de LF uit MAMILF¹ tot het uiterste gespannen raakt en pas pal voor de finish weer in model plooit. In mijn herstelronde twee dagen later haal ik solo de dertigplus. En augustus begint nog maar pas.

¹Midle-aged-men-in lycra-fibres

Spaak Masters,

Tussen Peize en Altena, met een redelijke tegenwind, zijn twee SpaakMasters eruit. Bietensap is perfect voor fietsers. Energiebesparing is onontkoombaar en de oplossing is eenvoudig: elk huis een slimme gasmeter en dan voor iedereen een verplichte gasreductie van 20% in 2023, met per elke 100K OZB-waarde 1 % erbij. Kun je zelf nog bepalen wanneer je er warm en wanneer koud bij wilt zitten. Voor watergebruik hetzelfde recept.

Vandaag doen er twaalf fietsers mee, onder wie een Engelsman en een Duitser. Zes mannen en zes vrouwen. De meesten al wel met een bel, maar spiegeltjes zijn er nauwelijks. Ontwikkelingen die de verkeersveiligheid bevorderen gaan soms langzaam. Kijk naar autogordels. Brommerhelmen. Dodehoekspiegels bij vrachtauto’s.

Sinds februari 2022 organiseert SPAAK de fietsgroep Masters op zondagmorgen. Wat een goede naam. Was even bang dat het ‘Seniors’ ging worden. Het leuke van de Spaak-Masters ligt ‘m in de deelnemers. Heel sympa fietsers. Geen opscheppers of hanen, is ook moeilijk met soms 80 % vrouwen. Altijd interessante gesprekken. Veiligheid voorop. Vandaag een vrouwelijke road-captain. Was ik bij de snelle nerveus rijdende Spaakgroepen vorig jaar beducht voor vallen en zondagmiddagse oververmoeidheid, nu niet en houd tijd over om de tweede koerscaptain die ook weleens iets met economie doet, te vragen hoe het komt dat in Nederland de middeninkomens de hoogste marginale belastingtarieven betalen en niet de topinkomens.

Onderweg even (staand) kort pauzeren en een banaan of energiekoek wegknagen. Bananenschillen (wegrottijd in de natuur tussen negen weken en twee jaar) worden veelal mee terug genomen. Ondertussen vragen of iemand meedoet aan de Bauke-Mollema-tocht, en vooruit, polsen of er iemand weleens denkt aan de Iron-Curtain-Trail van Noord-Finland tot Zuid-Turkije, een trip van 10.000 kms. Bedenkelijke gezichten. Pensionado’s in de groep, okee, maar een tocht van 100 dagen voorstellen gaat wat ver. Toch zie ik enkele voorhoofdrimpels.

Eindexamenexpositie Klassieke Academie 2022

De Klassieke academie exposeert in een klassiek gebouw uit de tijd dat waterpassen zo betrouwbaar waren als boerenberichten over stikstof: Pictura. Hoge drempels, wanden die erom schreeuwen gesausd te worden, een monumentale luie trap, bruin hout, marmeren vloeren met een kier hier en daar en de klimaatbeheersing van een tomatenkas; maar goed dat de kunstenaars geen werken van was hebben aangeleverd.

Olieverf overheerst, gevolgd door acryl, potlood, grafiet en houtsneden. Opvallend is het basisschoolfenomeen: onder de negen alumni zijn er slechts twee mannen. Allemaal Nederlandse achternamen, gek eigenlijk. Grootste contrast: twee levensgrote olieverven van in het kuis-lang geklede ingetogen vrouwen met zedig terneer geslagen blikken, van Hoolsema. Daarnaast grote, indrukwekkende schilderijen, expliciet, wulps, ronder dan ronde vrouwelijke lijf- en bilpartijen van Van der Schuit. Ik lees ergens puntig: Het lichaam als landschap. Hoolsema en Van der Schuit: vaklui! Ergens lees je dat Van der Schuit met haar lofzang op het Rubensiaanse vrouwenlichaam het werk van Lucien Freud kent, maar om daar in de buurt te komen moeten de spierpartijen nog wat losser worden.

Twee  vreemde eenden in de bijt zijn Zweverink met verhoudingsvolle abstracte geometrische kleurrijke werken en Van der Veen met houtsneden van bomen en bossen. Verder opvallend werk van Medema met spannend religieus getinte doeken die benadrukken dat de wereld zonder desastreuze en verderfelijke katholieke uitwassen  beter af was geweest.

Natuurlijk vraag ik een aanwezige kunstenaar of tijdens de opleiding aandacht is geweest voor de kunstenaarsvereniging De Ploeg. Mijn standaardvraag in dit soort situaties luidt dan:  “Overweegt u weleens lid te worden van kunstenaarsvereniging De Ploeg?” “De Ploeg? Maar die bestaat toch niet meer?” Nu kan het natuurlijk zijn dat de Klassieke Academie, het is natuurlijk niet meer dan een parttime avondopleiding met betrekkelijk weinig lesuren, op de besloten bovenverdieping het vak kunsthistorie heeft laten sloffen of zelfs in de ban heeft gedaan en onderwijsinspecties weet te misleiden, of deze student was bij het hoofdstuk ‘Regionale Invloeden’ net even afwezig. (Entree € 3,- incl. prachtige catalogus).

Journaal 24 juli 2022

Onze minibieb ‘Achter Minerva’ is een succes. Er wordt gehaald, gegraaid, geruild, gebracht, gefotografeerd en op het bankje gezeten. Na wat aanloopaarzelingen begint hij op mijn eigen boekenkast te lijken: Hermans, Campert, Ir. H. A. Schuringa, Siebelink, Lanoye en een Spaans schoolboek (helaas niet over de presente de subjuntivo maar over la contabilidad). Het is de week van fietsconditieherstel na de c-klem. In mijn derde fietstochtje, Zoutkamp, Hornhuizen, word ik gelukkig van de K-stijging ten opzichte van de T. De va/FTF- daalt. Ik probeer de 75%-TourdeFrancenorm te halen. Im Großen und Ganzen gelukt (¹). Fietsend gedenk ik drie overledenen: twee stokoude mannen en een vrouwelijke leeftijdsgenoot.  Ik betreur de verloren tijd in de bioscoop bij de première van ‘Speak No Evil’.

Ik vraag me af of we goede vriend en openbaaronderwijsman Rob Kraakman bij zijn afscheid wel voldoende recht hebben gedaan met de zin: ‘Als je meer dan veertig jaar het onderwijs hebt gediend als leraar, teamleider, sectievoorzitter, leesbevorderaar, zorgteamcoördinator, heb je aan de eigenschappen atletisch, ambitieus, bedachtzaam, collegiaal, daadkrachtig, empathisch, flexibel, goedaardig, hoogbegaafd, idealistisch, joviaal, kritisch, loyaal, meelevend, nuchter, onvermoeibaar optimistisch, plichtsgetrouw, quirinus, realistisch, standvastig, toegankelijk, uitbundig, (vrouw)vriendelijk, welbespraakt, xenofiel, yup en zorgzaam, wel iets: Rob in één woord.’

Fietsend zie je kleurenblinde boeren die het lastig vinden de Nederlandse vlag correct uit te hangen. Anti-monarchist, Omtzigt-adept, driekleurmijder, ex-GroenLinks, ex-D66, plezierbelastingbetaler, republikein, allemaal prima, maar ik vind het storend en respectloos en ik bevraag mezelf waarom. Het had immers maar weinig gescheeld of ik was zelf boer geworden. Des te meer moeten boeren aan mijn mening hechten, een kritische watcher uit eigen gelederen. De beroepsgroep denkt recht te hebben op uitkoopregelingen, graaier Farmers Defence Force-voorman Van den Oever voorop. Hoe zouden uitgerangeerde campingeigenaren, begraafplaatsuitbaters, fruittelers, tuinbouwbedrijven tegen dit op niets gebaseerde en ten onrechte geclaimde voorrecht aankijken? Je produceert tot op het merg gesubsidieerde bulkgoederen met een kleine marge, vergeet je bedrijf op tijd om te bouwen en raakt failliet ondanks tijdige waarschuwingen van mannenbroeders (en twee zusters) Staghouwer, Schouten, Kamp, Verhagen, Verburg, Veerman, Apotheker, Brinkhorst, Van Aartsen, Braks, De Vries, Bukman en De Koning en dan excelleer je in ongegeneerd de hand ophouden.

(¹) De formule: 0,5K ͢  ↑ᴥ1mt <-va/FTF; ->75TF (geluksgevoel neemt toe bij stijging van aantal halve kilometers per minuut, gecorrigeerd door een afname van de valangst/Flat Tyre Fear met als enig ultiem doel 75% van de gemiddelde Tourdefrancesnelheid te halen).

Provinciale Staten, een dagje

Uitgenodigd door gastvrouw Margriet Donker – Van der Vinne (CU)  loop ik mee met  Provinciale Staten. De male chauvinist pig in mij hoopt op een evenbeeld van Carola Schouten. Ik ga op zoek naar de sfeer. Kijken, luisteren, voelen, ervaren.

Deze keer dus geen focus op inhoudelijkheden. Rondkijkend speur ik naar boerenbroeders als Henk Bleker, Henk Staghouwer, beiden begonnen als Groningse gedeputeerden. Mijn intentie om in te zoomen op sfeer voorkomt dat ik moet stellingnemen in heikele agrarische kwesties als pesticiden in lelieteelt, mestfraude, kalverfraude, gekkekoeienziekte, vogelgriep, stikstofproblematiek, rodedieselfraude, Q-koorts, misstanden in slachthuizen, microplastics in melk, vlees en veevoer, het shredderen van haantjes, bokjes en stiertjes, het bruut verbreken van de koe-kalf relatie, kortom de agrarische wereld als failliete bedrijfstak van bulkgoederen, een bedrijfstak die ondanks decennialange subsidie-infuzen met opkoopregelingen 100 x meer wil ontvangen dan alle sociale achterstandsprogramma’s in buurten waar grootgrondbezit even onbekend is als solidariteit met kleingrondbezitters bij boeren.

Provinciale Staten met zijn zestien (splinter)partijen is een uitvergroot expliciet argument voor kiesdrempelverhoging. Alle partijen worden uitgenodigd hun licht te laten schijnen over het belangrijkste vergaderonderwerp vandaag: Uitbreiding van de Eemshaven. Bijna alle maken er gebruik van. Voorzitter René Paas doet moeite wakker en elegant te blijven. Dat lukt hem bijna. Wat hem niet lukt: op tijd beginnen.

Er staan 43 stoelen klaar; slechts enkele leden zijn afwezig. Tien vrouwen. Veel ambtenaren en mensen uit het onderwijs, hoor ik in het voorgesprek. De werktijd voor PS, vertelt Margriet, is ongeveer 20 uur per week tegen een vergoeding van ca. € 800,- Ik zie geen zwarte statenleden, ook geen hoofddoeken. Van kruisjes aan halskettingen ben ik niet zeker. Ook geen pastafarians zo te zien. In de pauze (heerlijke broodjes, karnemelk, vegasoep maar ook Marsen en Twixen) zien we een overdaad aan maatpakken, glimmertjes, manchetknopen en stilettohakken maar geen tattoos, trainingsbroeken en hoodies.

Opvallende spelers in het ochtendprogramma: Agnes Bakker, Bennema, Marquart Scholtz, Meendering, Van der Werf, en uitblinker Voerman. In de pauze spreek ik jonge hond Geijtenbeek die voorspelt dat hij na de pauze een motie over OV gaat indienen. Van de gedeputeerde Staten mag Tjeerd van Dekken een serie vragen (kordaat) beantwoorden. Leerzaam allemaal. Jammer dat Nederlands op één na mooiste streektaal, het Gronings, hier afwezig is als bescheiden introspectie bij boeren die veertig jaar niet hun bedrijfsmodel hebben willen omvormen. Ik schat dat de meesten een inburgeringscursus in het Gronings niet zullen halen.

In de pauze wordt ons een rondleiding aangeboden door het gebouw. Het ademt een sfeer van luxe, pracht en praal. Helaas weten de gidsen niet hoeveel van het chique interieur te danken is aan de verdiensten van de slavenhandel: een zwarter dan zwarte tijd waarin Groningen excelleerde en slechts twee andere steden boven zich hoeft te dulden. In de hoofdgang, langs Paas’ kantoor, een expositie van Ploegwerk tot circa 1975, waarbij gemakshalve wordt voorbijgegaan aan het feit dat de Ploeg nog steeds leeft, volgens sommigen zelfs springlevend is.

Ploegexpositie in Zilverkamer Appingedam

Het voelt als een verjaardagsfeestje met wat stokoude ooms en tantes en neven en nichten die zich op hun vijftigste nog jong en sexy noemen. Ik denk na over de ondertitel ‘Springlevend’. Dat zeggen verpleegsters ook van oude aan staar, artrose, prostatitis en alcoholzucht lijdende mannetjes. Midden tussen glimmende eksterhebbedingen is Ploegwerk uitgestald. Als gelouterde Ploegwatcher maak ik graag een ronde en test mijn geheugen dat hoewel springlevend gaten heeft als Groningse landbouwweggetjes.

Niet elk Ploeglid is erin geslaagd splinternieuw werk aan te leveren. Van Rozema, Kracht, Van den Berg bijvoorbeeld zien we werk van achter de knieschotten. Rozema is zelfs niet uitgelicht. Over te weinig licht heeft Van Holten niet te klagen: als theaterspots vermomde koplampen werpen ronde lichtbundels op zijn verder rechtlijnige werk. Ach, even de lichtknoppen naast de deur bedienen en je krijgt een rustig beeld. Van Holten gaat voor zijn doen wild te keer met een paar extra vlakken op zijn rustige Waddenwerken.

Alkema blijft boeien. Uitsluitend geheimzinnige zwarte verfspatjes en kringelende fijne lijntjes op wit stimuleren mijn grenzeloze fantasie. Ik zie spannende volumineuze vrouwen die net in het licht staan en van wie slechts de contouren zichtbaar zijn. Ik zie een soort genenplanning van een besluiteloze schepper die nog alle kanten op kan. Dik Breunis raakt de actualiteit en mij met een houten aardbevingbestendig huis op een van ijzeren spanten gewrochte terp, dit werk torent uit boven Breunis’ amorfe houten boomdelen, soms door een stuk staal in toom gehouden. Annelies Gommer blijft imponeren met wat ik oneerbiedig parkeergaragewerk noem. Deze keer zien we een voetgangerspassage boven een snelweg. Stil, strak, glanzend, geheimzinnig: een filmstill.

Ik hoop dat de Ploegers en masse het eindexamenwerk van Minervaïanen in Scheemda hebben bekeken. Wil je springlevend zijn, lijken, worden, blijven, kijk dan over heggen en hekken. Bied vijf veelbelovende Minervamasters en -bachelors een gratis Ploeglidmaatschap aan voor vijf jaar en kijk daarna terug op een springlevende geschiedenis èn toekomst zodat je je niet steeds afvraagt waar Thomas Dijkstra toch is gebleven.

Graduation Show Minerva 2022

Een Minervastudent met interesse voor orgelmuziek? Zou maar zo kunnen. In ieder geval een omdenker die zich de lumineuze en onmogelijk geachte taak heeft gesteld om orgelpijpen te construeren die niet geluid maken door op toetsen te drukken maar eraan te trekken. Heerlijk! Gezien in de mooist denkbare expositieruimte in Scheemda, de steenfabriek.

De tentoonstelling is een must voor mensen die altijd antwoorden paraat hebben, voor alles oplossingen (denken te) weten, die niet of nauwelijks twijfelen. Bij de expo van master- en bachelor studenten worden je de ogen geopend. Drie keer kijken,  jezelf continu de vraag stellen hoe iets kan op deze manier. Dus ideaal voor leraren, dominees, economen, ambtelijke problemsolvers, wetshandhavers en politici.

Elke Minerviaan krijgt een enorme ruimte toebedeeld, vaak met imposante postindustriële relicten. We zien kunst waarbij broeder Blühm van het Groninger Museum zijn handen zou toeknijpen. Geen kunstdiscipline of hij wordt hier geëxposeerd. Op fijn schilderwerk na, misschien, maar daar hebben we de Klassieke Academie voor.

Laten we inzoomen op werk van Jildau Nijboer. Nijboer daagt met minimalistisch werk de beschouwende, liefhebbende toeschouwer tot het uiterste uit. We zien driedimensionaal werk waarin alledaagse (soms op straat gevonden) objecten,  (bouw)materialen, esthetisch worden hergebruikt en schilderijen waarbij de ogen van de kijker net zo hard moeten werken als die van de maker. Nijboer is geïnteresseerd in choreografie, free running, spiritualiteit & lichamelijkheid. Nijboer speelt met applicaties van verf en vraagt de kijker niet alleen met de ogen maar met het lichaam te kijken, de kunst te ondergaan.

Bekijk de Minerva-alumni (of anders de Dutch Design Academy in Eindhoven) en ervaar het geruststellende gevoel dat door hier broedende Willy Wortels veel problemen geattaqueerd kunnen worden mits ze de ruimte krijgen van en gestimuleerd worden door leraren, dominees, economen, ambtelijke problemsolvers en wetshandhavers.

Denk je hier niets te vinden over dyslexie, psychiatrie, herbestemming van lege kerken, mierenhopen, mensenrechten, het hebben van een gehandicapte broer, bûten boartsje, penetratieproblematiek, kadewoningen en courtyards, dan vergis je je deerlijk.

Rattus norvegicus

Als ik op mijn racefiets afsla bij Helperzoom richting Antwerpenweg en op tempo door de tunnel jakker, schiet een rat voor me langs. Zo te zien een bruine rat(¹), een vrouwtje. Zij wordt net niet geshredderd door mijn voorwielspaken. De Giant TCR-spaken zijn niet rond maar plat en op snelheid ronddraaiend hebben ze iets weg van de smalle vlijmscherpe mesjes waarmee slagersvrouwen in mijn dorp vroeger plakjes cervelaatworst sneden als er een personeelsfeestje was van Uitgeverij Banda. Dat ging maar net goed, denk ik en vervolg mijn trainingsrondje Zuidlaardermeer. Voorzichtig, denk ik, rattenvrouwtjes dragen het jaar rond verantwoordelijkheid voor jonkies. Een week later zie ik, in de vooravond, schuin voor ons huis, een rat(²) onder het cortenstalen hek van Minerva kruipen. Op zoek naar een nagerecht na zijn buik vol te hebben gegeten bij de vuilnisbak op de steiger. Onmiddellijk denk ik aan ‘Ratten’ van Maarten ’t Hart. Een schitterend en uiterst leerzaam boek over, inderdaad, ratten. Beverratten, muskusratten, rioolratten, woelratten, zwarte ratten, huisratten, scheepsratten en een oneindige stroom aan interessante informatie komt voorbij. Bioloog/etholoog (en Bachkenner) ’t Hart beschrijft in ‘Ratten’ uitgebreid mythes en legendes waarin ratten voorkomen. Vooral zijn notities over rattenkoningen zijn indrukwekkend. Vaak worden ratten enkel slechte eigenschappen toegeschreven, terwijl ze, net als andere soms lastige beestjes, uiterst nuttige functies vervullen. Direct daarna denk ik aan opvoeden. Als je kinderen leert dat muizen, mollen, spinnen, steenmarters, salamanders, ratten, bijen en wespen nuttige in plaats van ondieren zijn, dan zijn ze er op latere leeftijd niet bang voor. Net als geloof in verzonnen goden is veel angstgedrag in de jeugd aangeleerd, De stap van ratten naar vossen is een kleine. Voor het Scheepvaartmuseum leun ik tegen de droog staande Alida. Ik wacht totdat Vrouw I klaar is met haar rol van goedlachse baliemedewerkster. Een Duitse toerist spreekt mij aan. Eerst een inleidende aftastende voetbalanekdote over de van Dortmund naar Manchester getransfereerde Noorse alleskunner Håland. Dan een verhaal over in steden levende Füchse im Ruhrgebiet. Vossen. Ook in Groningen? Mijn racefiets en ik gaan eropuit.

(¹) Bruine rat of rioolrat (Rattus norvegicus); (²) Waarschijnlijk een woelrat (Arvicola terrestris)

Olga Zhukova, Coevorden

Dat de NH-kerk in Coevorden zijn deuren moet sluiten, ach daar kijkt niemand van op, kerken hebben de boot gemist en zijn nu eenmaal uit. Coevorden is star en eigenwijs geweest en vergat naar grote broer Emmen te kijken waar de Grote kerk floreert met een mix van kerk- en crematiediensten en wijnproef- en grotematenlingeriehows. Maar op welk hoekje van Marktplaats het V.d. Berg en Wendt-orgel straks wordt geplaatst als het gebouw wordt overgeleverd aan de spinnenwebben en de eeuwigheid, houdt me bezig.

Ondertussen speelt Olga Zhukova de sterren van de hemel bij een van de laatste SOC-concerten. Haar spetterende rode feestjurk heeft ze ingeruild voor een ingetogen lange broek en een blauwe blazer met daarop een gele rozet. Bedankt Olga, wij nuchtere, calvinistische noorderlingen houden van kleine gebaren.

Modern en barok wisselen elkaar af als caleidoscopische vergezichten rond Coevorden. Glass en Bach zijn de smakelijke hoofmoten met als bijgerechten Pärt en Mendelssohn. Wat een originele, onalledaagse start met ‘Musik (sic) in contrary motion’ van Glass. Contrary. Motion. Woorden naar mijn hart. Pianomuziek op het orgel. Nu weer zien we het majestueuze, superieure orgel uittorenen boven de monotonie van kreupele, aanstellerige pianootjes. Ik voorvoel een opwarmer voor het SOC-eindspel met Hagens Canto in september.

Later ‘Mad Rush’ van dezelfde Glass met zoveel kabbelende watergeluidjes dat na afloop driekwart van het publiek voor de ene kerk-w.c. staat te trappelen als dorstige jonge geitjes voor een harige volle uier. Tussendoor het prachtige ‘Pari intervallo’ van Arvo Pärt met betoverende hoog/laag contrasten, schitterend gespeeld door de jonge maestra.

Zhukova toont haar kwaliteiten in nog geen uur spelen, ze gooit ons van de ouwe vos Bach naar de jonge hond Glass en maar wat graag worden we liefdevol gestreeld en opgevangen door Olga’s vinger- en voetenvlugheid. Topsport! De cv van Zhukova lezend zien we wat we uit de Russische sport kennen: van jongs af aan (het arme kind was vijf jaar!) aan de orgelstudie in binnen- en buitenlanden met als resultaat nu lekker spelen in Coevorden. Hoogtepuntje natuurlijk Bachs superieure en superieur gespeelde ‘Jesu bleibet meine Freude’. ‘Beste Olga, vergeet niet op tijd een U-turn te nemen en gooi je energie op de festivalmuziekindustrie, dan speel je voor 4.000 in plaats van 40 liefhebbers,’ denken alle aanwezigen als ze voetje voor voetje van de kerktrap dalend, door de avondzon & de  muziek verkwikt, huiswaarts keren.

Journaal 12 juni 2022

Nog één keer over de huisartsenij. De huisartsen doen iets niet goed in de PR. Na de beruchte ‘beterlatenlijsten’ in het Hagaziekenhuis (lijsten met handelingen die maar beter nagelaten kunnen worden: voor sommige verpleegkundigen tweederde van de dagtaak) en na de onthulling dat veel huisartsen in 80 % van de gevallen onnodig maagzuurremmers voorschrijven, publiceert het Radboudumc samen met het Nederlands Huisartsen Genootschap nu een lijst van 385 aanbevelingen die moeten leiden tot het voorkomen van zorg die patiënten niet beter maakt maar die leiden tot nare bijwerkingen. Te roemen is de openhartigheid waarmee het NHG hiermee naar buiten treedt. Andere onderzoeken geven aan dat zo’n 90 % van de aangeboden kwalen vanzelf voorbijgaan. Niet gek dus dat een inmiddels beroemde tegeltjeswijsheid luidt: Het meeste gaat vanzelf over, tenzij de huisarts er op tijd bij is.

Denk even aan Anne-Fleur. 548 punten op de CITO-toets. Na twee jaar uitloten eindelijk geneeskunde. In Maastricht. Bijbaantjes, idiootvroege tutorgroups en retehard studeren. Na een rampjaar, ouders gaan in praatgroepen, soaatje, verkering uit, een allesbeslissend tentamen over huis-tuin-en-keuken-kwalen. Een vijf. Exit Maastricht en op naar economie in Groningen. Dan leest ze dat de vragen over staartbotjes, kalknagels, okselhaar, amandelen, voorhuidjes, blinde darmen, derde tepels, loopneuzen, lagerugpijn, kriebelhoest, gekneusde rib, enkel, schouder, tennisellebogen, vergeetachtigheid bij 50-plussers, niet meer meetellen. Geskipt. Overbodig.

En nu weer het nieuws over de haperende opleiding. Onlangs werd bekend dat de wittejassenopleiders er niet in slagen studenten die ongeschikt zijn voor de professie te weren. Vergelijk dat eens met onderwijsopleidingen: op elke lerarenopleiding worden zwakke broeders en zusters er al in het eerste jaar uitgevist bij praktijkgerichte vakken als instituuts- en schoolpracticum.

Wat is de oorzaak van dit vreemde fenomeen? Hoe is het mogelijk dat goedopgeleide, ambitieuze gasten, soms na jaren wachten op plaatsing bij de studie geneeskunde zich vaardigheden laten aanleren die overbodig tot schadelijk zijn?

Geneeskundeopleidingen blijven te graag hangen in tradities. Wat oude witgejaste snorremansen deden zal nog wel steeds goed zijn. En feedback van kritische cliënten, hell nee! Dan liever 385 corrigerende aanbevelingen achteraf.