Mannes Hofsink Koningsdagconcert

Voor een atheïstische republikein wordt het een interessante middag. Oranjegekleurde muziek in een kerk. Als een elektrischeautoverkoper die alle snufjes wil tonen showt Mannes Hofsink de Timpe-mogelijkheden. Hij aait, masseert, timmert, drumt en vleit (op) het Timpe-orgel in de Nieuwe Kerk in Groningen op koningsdag met muziekstukken waar het woord koning of koningin in voorkomt. De muziek tovert, kom, ik zeg het in één woord: vrolijkheid. Ik zie ineens lachende gezichten om me heen en da’s niet van de kerkbanken. Ik herken een hoog meezingverlangengehalte. Dat wordt beloond bij het stuk van Zwart ‘Fantasie alla Marcia over het Wilhelmus’. Het eerste couplet gaat nog, goed zelfs, maar bij het tweede (of zesde? Of vijftiende?) sta ik erbij als de eerste de beste Nederlandselftalvoetballer.

Begonnen bij Händels ‘Arrival of the Queen of Sheba’ komen we na het Wilhelmus uit bij Rinck: Heil dir im Siegerkranz/God save the Queen. De tekst mag dan Engels zijn, voor de muzikale oorsprong moest Engeland, net als voor kwaliteitstrainers in The Premier League, even de grens over. De tuil chrysanten voor me spreidt uit puur genot spontaan bloemblaadjes open als in een versneld afgespeelde tekenfilm. Net als ik denk dat het ‘Allegro Vivace’ van Widor me niet bekoort komt het krachtige slot voorbij en herzie ik mijn mening als Kaag de hare in de Van-Drimmelendiscussie. Kalkschilfers dwarrelen neer, glas spant in sponningen, vaal oranje wordt felrood, vloerplanken vibreren. We gedenken de arme koning die in het roomse Maastricht de populariteitsval probeert te keren door de naam van zijn biermakker Poetin te noemen.

‘Sieben Variationen’ van Happy Birthday meldt het programma, maar voor mijn gevoel waren het er minstens 22. Register voor register wordt door Hofsink opengepeuterd en er ontstaat een heerlijk muziekkleurenpalet dat de laatste stofrestjes uit de verste orgelpijpen blaast en kleuren uit bloemetjesjurken doet versterken. Voorjaarsmuziek, Parijse draaiorgels, pure poëzie, hippe terrassen, voluptueuze blauwedruifblommen, zingende merels en meer hoor en zie ik. Maar goed dat Hofsink van dat door Heidrich genoemde Streichquartett zich niets aantrekt; niks strijken, maar Timpe eens flink onder  handen nemen. Prachtig.

En dan nog de crème brûlée onder de desserts: Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ uit 1975, voor de oudere jongeren een oorstrelend muziekstuk: sexy, rauw, rockend, verfijnd, lieflijk spinnend en bruut ontroerend allemaal gelijk. Die Freddy Mercury was dan geen koning misschien, maar een muziekprins zeker. Het orgel herbergt een complete rockband. Heftig! Mannes jongen, je rolt mijn topdrie binnen.

Journaal 24 april 2022

In de tandenartsstoel kijk ik langs de Zeiss naar buiten en zie een stukje lucht achter een berk met magnoliatrekjes die maar niet wil uitbotten en denk aan Sicilië. Vervolgens aan zes Groningse economen die in een artikel van duizendplus woorden economische problematieken schetsen. Verscholen in twee regels worden met zes boterzachte pennetjes de belangrijkste oplossingen gepresenteerd: bedrijven meer belasting laten betalen en vermogens aanpakken. Bescheiden jongens, alsof ze zich generen voor de waarheid. Wat een verschil met Piketty en Schimmelpenninck. Na wat geslijp krijg ik een piranhagevoel en via het visualiseren van de lastigste passages in The Lost Chord kom ik in het ritme van de voorjaarsklassieker Groningen-Appingedam-Groningen en probeer te analyseren wat me tot steeds snellere tijden drijft. Dankzij mijn fietsmaat zitten we nu op 30,7 (GSM-tijd, want mijn Sigma zit er 3% boven). De estheet in mij weerhoudt me van het benen scheren. Het zou, volgens sommige filmpjes die onder racefietsers rondgaan als Pieter-Omtzigt-stenigingsfilmpjes onder CDA’ers in de paastijd 7% tijdwinst op kunnen leveren. Ik vraag advies aan een rekenwonder in de familie. Hij maakt gehakt van de semiwetenschappelijke test. Zouden de ragfijne haartjes op de 50 cm beenruimte tussen de bovenkant sok en de zoom van mijn fietsbroek wat uitmaken? Als er drie paar ogen, tandenarts Joppe krijgt behalve van Zeiss hulp van Alieke en interviserende collega Roosmarijn, mijn tandvlees en gehemelte inspecteren, herinner ik me dat Händels Ombra Mai Fu ook door Andreas Scholl wordt gezongen. Als vanzelf ontspan ik. Onhoorbaar probeer ik mijn tenorpartij boven het snerpen van de diamantboor uit, in te prenten. Vanbinnenuit klinkt het als een scheepswerfje in een bunker. Het boren dan. Terug naar de muziek. Toch zou polyglot Floor Jansen, die opera, screaming & grunting combineert als Ilja Pfeiffer proza, poëzie en praattafelconversaties, met haar drieoctavenbereik het geluid kunnen overstemmen. Als over Ajax dromende voetballertjes onder 17 koppel ik Floors uitvoering van Phantom Of The Opera aan ons massale optreden in het Concertgebouw. Nog 26 weken. Maar eerst de Siciliaanse berk achter de Zeiss nog even bekijken.

Havinga – Bach – Lutherse kerk – Groningen

Demonstratief de handen naast zich bungelend en dan toch met de voeten muziek maken als Barcelonese topvoetballers een rondootje tikkietakkiën, dat is Havinga ten top. Waxinelichtjes voor de voeten, een drankje na afloop en een entreekaartje op de pof. Goed geregeld allemaal in de Lutherse kerk. Luther mag dan een antisemiet zijn geweest, als naamgever voor een in Nederland minuscuul uit Duitsland geïmporteerd geloofje dat in een Groningse kerkparel verstopt is in de binnenstad, kan hij er mee door. De geboortedag van Bach is het, 21 maart.  Dat de spreekstalmeester wil laten zien dat hij ooit een negen op Duitse spreekvaardigheid kreeg en vergeet de microfoon aan te zetten en het publiek te beleefd is om dat te zeggen, mwaaah. De Kraak is goed gevuld. Slim om de mensen naar boven te dirigeren met een goede kijk op de musicus en de beganegrondvloer leeg te laten. En donders wat een verrekt goede muziek. De primitieve, middeleeuws harde kerkbanken voel je niet meer. Soms swingt het zelfs. Net als ik denk: ik hoorde recent een draaiorgel met Bachmuziek, laat Havinga een metalen molenwiekmechaniekje rondtollen bovenaan het orgel dat een vrolijk tingeltangelgeluid produceert. Nooit eerder gezien nog. Puur geluk! Het naast me zittende publiek veert naar voren als in een te bruusk remmende bus voor een onbewaakte overweg bij Winsum-noord en slaakt wel zicht- maar onhoorbare ah’s en oh’s; je ziet het alleen aan de monden die open en dicht gaan en wenkbrauwen die tot en voorbij de hoofdhaargrens worden opgetrokken. Na afloop praten we nog even gezellig na over de vraag waarom de Volkskrant liever drie pagina’s grachtengordeltekst produceert over een D’66 mannenhand op een vrouwenbil dan over FC Emmens promotie naar de eredivisie, over huisartsen die verslaafd lijken aan het voorschrijven van maagzuurremmers en liever klachten behandelen die voor 90 % vanzelf verdwijnen dan streng leefstijlverbetering voorschrijven en over de vraag hoe het mogelijk is dat Nederland nog steeds stijf bovenaan staat in de English Proficiency Index en of het wenselijk is dat 66-jarigen gemiddeld boven de 30,7 km/u willen moeten kunnen fietsen.

Emmen – Groningen: drie nul

Verhuizen is een soort scheiden. Je levert een oude woonplaatspartner in voor een (vaak veel jongere) nieuwe en je hoopt dat de verandering een verbetering is. Jullie waren uitgekeken op elkaar, de spanning was weg, ze deed geen moeite meer voor je en beiden had je elkaars gevoelige plekjes vergeten. Na een jaar maak je de balans op. Je kijkt met je hart naar je ex en je gaat na of de scheiding zo leuk is als je had gehoopt.

Het antwoord is ja. Maar er zijn, als je goed kijkt, haarscheurtjes zichtbaar, waaronder één grote, een scheur als een aardbevingsspleet.

Groningen. Het ergst is het oer- en foeilelijke stadshart, de Grote Markt in Groningen. Kaal, onverzorgd en goedkoop ogend met een aan afkeer grenzende onverschilligheid voor bezoekers. Bedorven geuren zelfs. Keien die als basaltblokken zijn gelegd: struikelstenen. Waar je ook kijkt: lelijkheid. Zelfs nieuwbouw is akelig en schraal als de huid van een Russin die zich zonder thermo-ondergoed heeft blootgesteld aan de permafrost in Omsk-Zuid. Guur. Koud. Grijs. Stadsbussen omcirkelen het plein als panikerende aardbevingsslachtoffers in gebreke blijvende hoogwaardigheidsbekleders. Energiek tortelende duiven worden weggejaagd met een agressie die omgekeerd evenredig is aan de vermeende overlast. Het enige lichtpunt is het door een nauwe kier zichtbare Forum en, nou ja, de Martinitoren.

Emmen. Wend nu je blik naar het Raadhuisplein in Emmen. Vriendelijke, gerieflijke, luxe hardhouten banken. Chic verlicht. Bomen en planten die doen denken aan de wulpse plantsoenen van Piet Oudolf bij museum Voorlinden in Wassenaar. Waterpartijen. Niet een schrale fontein die een beetje in het wilde weg druppelt als een impotente Amsterdamse wethouder die denkt dat vrouwelijke ambtenaren snakken naar zijn hand op hun billen. Nee, kleurig verlichte, verrassend fier spuitende stralen. Verderop een langgerekte watergoot voor badderende kinderen en hun opa’s. Meanderende grindpaden. Terrassen. Gerecyclede appartementenbouw. Een superieur geel kunstwerk van Nick Ervink. Nergens snelverkeer te zien dan in de aanvoerroute naar de tunnelbuis onder het plein door. Voor de jongeren die elders als paria’s met de nek worden aangekeken een supermooie skatebaan. Hip. Sexy. Tolerantie en variatie ten top. Groningen, laat je inspireren! Pak me in, verleid me.

Geluk in Coevorden

Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?

Lijstjesmensen hebben het zwaar vandaag. Welk deel van de Matthäus Passion geeft me het meeste kippenvel? Ik vind haast alles even mooi. De solisten krijgen ook een presentje: Inge en haar vriendinnen op de eerste rij. Interessante vrouwen van net vijftigplus met extra oogschaduw, lipstick met eroverheen wat doorschijnende lipgloss, wenkbrauwextensies, zijn natuurlijk fijn om naar te kijken. Voor de evangelist wellicht wat te ver weg, maar de Christus en de Viola-da-gambaïst fixeren de meisjes één voor één, als Vlaamse Gaaien gepelde noten in voorjaarstuinen.

We zitten pal achter de dirigent. Eke, Hanneke en Geertje trekken de knieën in om maar niet steeds contact met zijn knieholten te maken. Ze wijzen op een randje rode voering dat uit zijn colbertje kiert. Opzet, schat ik, hij begrijpt de impact van een extra vurig kleurtje. Ik zit ernaast en krijg een andere bonus: naast luisteren kan ik meelezen met de aantekeningen van de dirigent in zijn partituur: een extraatje als vers sap in de muesli. Ik lees op gekleurde post-its: Anne-Fleur jarig; zijn Hubert-Gijs’ manchetten schoon? Martijns inzetten; hohoho Joost-Bas; Eva-Lies niet wiebelen met de stok, versnellinkje bij hout; komopkomop bassen!; (en een pagina voor het einde van deel I) en nu koffie!

Als Afrikaanse fietsers die fietsranglijsten penetreren vliegt deze CMT-uitvoering gelijk mijn topdrie in: Leusink en het NNO hebben het nakijken. De tangoversie met Jan Rot en de Friese MP destijds in Drachten dreigen naar plaats twee en drie te zakken. Jeugdigheid, vrolijkheid naast ingetogenheid, enthousiasme en dan de locatie in Coevorden: wow! Gelukkig gaat er in de pauze iets mis met de thee, houden we iets over in de evaluatie. Nou vooruit twee dingetjes dan: waarom, waarom gekleed in het saaist denkbare uniforme zwart? En waarom niet drie koralen zonder partituur gezongen en gemusiceerd en de kans gegeven aan de wilde vrijheid die in elke musicus schuilt?

1000 stemmen I

Stel je eens voor: twee raspaarden in de amateurkoormuziek doen wat ze het liefste doen: zingen & muziek maken. En dan het liefst met anderen. En als uitvinders die hun nieuw model slaapzak aan de man willen brengen in de provincie, rollen ze hun muzikaal bedrijfsmodel uit over het hele land. In elke provincie een koor. De tijd van verenigingskoren, met eens per week in zwakverlichte achterafzalen oefenen met een dirigent die liever flirt met de groepachtonderwijzeres op de eerste sopranenrij en pauzekoffie uit kannen van vorige week is passé.

In elke provincie wordt een groot koor gestart, die dan voor het gemak Grootkoor worden genoemd. Per koor worden vijf repetities gepland. Vinden koorleden ideaal: zelf thuis gedisciplineerd aan de bak met MP3-bestanden. Dan nog een cd voor in de auto en dagelijks oefenen op zelfgekozen tijden.

De lat wordt wat hoger gelegd. Samen aan het werk voor een kerstconcert in een uitverkocht (ja, altijd!) provinciehoofdstedelijk theater met Karin Bloemen is natuurlijk leuk. Maar als FC Emmen dat naar de eredivisie lonkt worden ambities bijgesteld. Het Concertgebouw in Amsterdam komt in zicht. Maar dan wel met 1000 zangers. En met landelijk bekende coryfeeën. Bariton Henk Poort met die serieuze voorhoofdplooien. Mezzosopraan Tania Kross met die gulle lach en die Curacaose krullen. Kom, doe we er nog twee virtuoze vleugelmannen bij, een organist, een paukenist en brassband uit Engeland.

Terug naar Groningen. We repeteren als gekken. Vijf bassen. Acht tenoren. Vijftig sopranen en veertig alten. Händel, Mascagni, Webber (met The Phantom of the Opera: kristusziele wat een lekker koorstuk. Ik denk even niet aan de Matthäus Passion die we zondag in Coevorden organiseren. Ik negeer gedachten over huisartsen die verslaafd zijn aan het voorschrijven van maagzuurremmers (maar liefst negen van de tien blijken overbodig te zijn). Verder met een stuk van Bernstein, Sullivan, Sibelius, Dvorak. Dan nog wat Ierse traditionals en tot slot good old Goemans. H e e r l i j k.

Zingen is je zinnen verzetten. Met ruim 100 man geconcentreerd samenspannen tot een harmonieuze klank. Kippenvel. Je inspannen en ontspannen tegelijk. Racefietsen, Neven van Middendorp lezen, langeafstandwandelen, een Sloveense student Nederlands leren, een sonnet proberen te schrijven, buurtvergaderingen notuleren,  Een twee uren durend orgasme is het natuurlijk niet, maar verrekte lekker: zeker. Op naar 23 oktober 2022. Kaarten € 50,-. Via mij 10 % korting. Amsterdam here we come.

Winterfietselfstedentocht VII

Na een doorfietsperiode in herfst en winter, letten op gezonde leefstijl en Dry January ben ik er klaar voor. Wat heb ik er een zin in! De hele week bouw ik aan mijn fysieke ontspanning, de poten zijn strak en de gedachten vrij. Ik slaap van 21.30 – 05.00 aan de Emmakade in een mooie logeerkamer bij een eersteklas hostess. Dan koffie, krentenbol en 500 gram yoghurt met fruit en muesli. Bij de start zie ik kortgebroekte Mark. Ondanks zijn 80 kms op zaterdag moet ik deze Mollema loslaten. Het is fris maar niet koud, winderig maar geen storm. Ik pik aan bij passerende groepjes. Overweeg welk kopgroepje mij het beste past. Aanpikken, kleven, volgen, hangen past bij zesenzestigjarigen als dubieuze zwijgzaamheid bij praatprogrammaeconoom Barbara B, de R-bank en Siewerd van L.

Als ik wat bredere billen zie, denk ik: wow, een vrouw, daar blijf ik achter. Dat gaat altijd lukken. Voor Sloten zie ik zijn baard. Een man met wat bredere heupen. Maakt die gedachte mij een seksist, vraag ik me tot Stavoren af. Elke stempelplaats verstevigt mijn fietsgevoel. Voorbij Sloten haak ik aan bij een kwartet snelle gasten. Accountmanagers in de zorg, schat ik. We jagen een hoge dertig, onder de dijk langs zelfs veertigplus. Bij Warns moet ik lossen. In Stavoren, na een krentenbol en een bidonrestje, voor pissen geen tijd, ga ik weer los. Ik zit op 29,8 gemiddeld. En dat met dertien keer wandelen bij stempelposten. Het aantrekken van mijn handschoenen kost veel tijd. Met moeite jaag ik weer op de zorgjongens. Beginveertigers. De beschermende luwte achter hen voelt als een verdiende uitkering.

Overal loert vertraging. In Hindeloopen stempelen verklede pijprokende oudheidkamermedewerkers. In Workum is het een passerend skûtsje. In Bolsward tank ik drie bouillon, een banaan en een krentenbol. Ik leg Canadese fietsers uit dat ministers de eed in het Fries mogen afleggen. Ze versnellen als ik over Gündoğans geile praatjes en billentikkerij bij Vonk begin. Ik zit nu op 30/uur. Richting Harlingen zit ik achter twee Stadskanaalster fysiotherapeuten, eindtwintigsters met gevlochten paardenstaarten. Franeker is zonbeschenen als verkiezingsprognoses voor GroenLinks. Overmoed ligt op de loer. Ik provoceer medefietsers en bestel een fles bier. Radler 0 %. Suikerwater. Twee plekjes op de billen worden gevoeliger. Snert, roggebrood met spek (!) in Stiens, en Fanta in de bidon. H e e r l i j k. Ik onderdruk mijn zin in een frikandel speciaal. De Matthäus Passion zit in mijn systeem. Het Mache Dich Mein Herze Rein dendert door mijn hoofd. Dokkum. Glas op de weg. Aldtsjerk. Naast me een man uit Slikkerveer met sportschoenen op de trappers, hij kijkt me aan als ik van neuriën overga op hard zingen van Ich will Jesum selbst begraben. In een grote groep bikkelen we naar Ljouwert. Het is bijna gezellig. Bonnema’s flat loert en lonkt.

Dan de aankomst bij de Elfstedenhal. Drie leuke vrouwen verwelkomen me en verrassen me met zoenen, een roos en getuigschrift. In het café wil een soort Frau Antje met mij op de foto.

Winterfietselfstedentocht VI

Op mijn leestafel ligt, naast Komijnsplitsers van Rijneveld, Fietsersbillenverzorging in zeven stappen en de langefietstochtenbijbel ‘Mytische fietstochten in Europa’ van Lonely Planet. De Elfstedentocht ontbreekt. Daarmee wordt het boek een belastingalmanak waarin Box I met giftenaftrek is vergeten. Als een daytrader die het verloop van put- of call-opties monitort, bestudeer ik dagelijks drie keer de meerdaagse van ‘buienradar’. Engelse wolken probeer ik door visualisering boven het Kanaal te laten ontladen. Met mijn hand op het laptopbeeldscherm de KNMI-thermometer omhoog laten schieten is nog wat lastig. Het gaat zondag veertien graden worden. Ik fantaseer over gladiolen. Maar eerst pasta, broccoli, bonbons, powernaps, kip en zon.

Zondag nog stukske gefietst met Masters van Spaak, incl. bedrijfsdirectie. Kristusziele, gaaf! Ooit een Citroën- of Lanciadealer meegemaakt die drie uren met klanten meegaat naar zandverstuiving in Bakkeveen, het strand bij Lemmer of de Rommelmarkt in Appingedam? Mevrouw, liefhebber van High Intensity Training in sportscholen, had het tochtje licht opgevat en fietsbroek met zeem thuisgelaten. Vierde fietsster voelt dat een bakje yoghurt als ontbijt aan de krappe kant is. Maar ze houdt vol. Snelle Jelles zijn als methadon voor dakloze gebruikers, de Matthäus Passion voor atheïsten, het hoofdstuk ‘miscellaneous’ in de dsm-bijbel voor weifelmoedige klusjespsychologen.

Mijn gedachten waaieren uit als vrolijk, onbezorgd fladderende plastic zakjes naast de prullenbak op Reitemakersrijge. Zondagavond een concert in de A-kerk. Bekeken door het Schnitgerorgel klinkt barok met Telemann, Graupner, Flasch en Bach. Uitgevoerd door Counterpoints. Contrapunten. Klinkt als echtpaar dat twee voordeuren gebruikt en apart slaapt. Na het concert een halve liter koude Veltins. Patat met joppiesaus in het Groninger Friethuys in plaats van Henri Schut met ‘Sport in beeld’.

Mijn stuurspiegeltje is onmisbaar. Gek, maar waar blijft de verplichting er één te hebben? Bij Speedpedalecs is-ie al geïntegreerd. Duurde de invoering van autospiegels aan passagierszijde ook zo lang? Mijn Sigmakilometerregistrant gaat dood. Ik bestel gelijk een nieuwe bij de Spaakdirectie. Fietsers zijn in een oogwenk vertrouwelijk. Als ik vertel over Marte Rölings zilveren duif op een rotonde op Tynaarlo’s bedrijventerrein, ik twijfel of je het industrieterrein kan noemen, waarvan er een gouden miniatuur in het UMCG staat, straatje oncologie of tandheelkunde, gaan we vertellen.

Winterfietselfstedentocht V

Fietsbedrijf SPAAK heeft de naam MASTERS bedacht voor senioren die op zondagmorgen een kleine 60 kms willen doen in een lief tempo. Goeie naam! Twee liefhebbers vergezellen me. Gemiddeld zijn we nog geen 60. Het wordt een heerlijk ritje, voor mij tussen twee woensdagen in met ritten van 130 en 170 echt een hersteltocht. Op maandag wil El Obrero ook een herstelrondje doen. Een kleine veertig worden het met bijna 30/u. Mijn lijf protesteert niet en herstelt graag. Dat betekent topvorm. Bovenbenen steigerstaal, dat werk.

Woensdag een flinke fietslus. Ik vertrek om 06.00 uur. Ondanks oostenwind ga ik zuidwaarts. Mijn Sigma kilometerteller is bevroren en geeft bij de start al op. Vervelend. Supervervelend voor een gewoontedier dat er in 1980 vanuit ging dat ‘Rituelen’ van Cees Nooteboom wel over amateurracefietsers moest gaan. In Borger, na ruim 40 kms en even onder de oksels heb ik Sigma weer gereanimeerd. Ook mijn handen zijn in- en inkoud, als het gevoelsleven van het Voltbestuur tegenover een vurig kamerlid. Ik vrees voor amputatie van mijn artrosepink, wit als de bloem van O’Keeffe.

Zoals biljarters voor elke driebander de loop van de witte bal visualiseren alvorens met de keu een stoot, of soms een kets te geven, visualiseer ik in de schemering de tocht. Van Drenthe maak ik Friesland. Zuidlaren wordt Sneek, Eext is IJlst en Borger Sloten. Het werkt. De stempelkaart wordt mijn telefoon waarmee ik het thuisfront geruststel en Google de gelegenheid geef me te volgen. Bij de dichter en de leraar in Odoorn brandt om 08.00 uur nog geen licht. Ik pauzeer bij een ouwe fietspik in Emmen (visualiseer: Balk) met wie ik ooit voor het eerst gemiddeld 30 jakkerde van Haren naar Emmen. Of ik even een verwarmde pittenzak op mijn verkleumde ledematen wil, vraagt zijn vrouw. De schat! Koek, gedeelde fietservaringen ophalen, citroenthee met honing en buurtverhalen ontdooien me.

In de zon naar Coevorden en De Krim. Dan via middeleeuwse fietspaden in Elim, Nieuw Moscou, afbuigen naar Hoogeveen en noordwaarts naar Beilen, Assen en Downton Abbey. Van Haren naar Groningen hang ik -met toestemming- achter een Peugeot Kisbee Active E5, gereden door een sympa wintermuts met driedagenbaard uit Zeijen op weg naar de Van Mesdagkliniek. De 170 kms geven me vertrouwen voor Friesland. Wy sille sjen.

Winterfietselfstedentocht IV

Vladimir valt Oekraïne binnen en Franky scoort eindelijk weer eens voor Barca. Ik luister elke dag naar flarden betoverende muziek uit de Mattheüs Passion, lees in Komijnsplitsers en blijf me verwonderen over nieuwe woorden. Friese paarden, virussen en stormen krijgen namen die alfabetisch oplopen. Natuurlijk klinken Delta, Eunice, Franklyn en Omikron minder sympathiek en appetijtelijk dan Foekje, Guoitske, en Neeltsje. Fietsers zien ook liever paarden dan zwarte wolken. Ik sla de zondagse fietstocht voor de eerste keer sinds eeuwen over en geef me over aan Rijnevelds nieuwste poëziebundel. Ondertussen bereid ik me voor op een midweeks tochtje van 125 km met Tío Pedro.

Fietsen biedt me tijd om mijn gedachten te ordenen. Heerlijk je te kunnen binden aan een nieuwe topschrijver. Rijneveld staat nu al voor Rooseboom en Wieringa. De titel ‘Komijnsplitsers’ pijnigt mijn hersens. Ik proef nagenietend van nieuwe woorden als afbiljoenen, lijden aan burchtverlies, biezenweer, polijstverlangen, merkelmes, heiregister, kilkeper en meer, op elke pagina meer!

Mijn fietsdoel is om na 130 kms fit thuis te komen. Krachten sparen dus. Zon, matige wind, krakende takjes op Drentse fietspaden, maken het tot een bijna zes uur durend plezier. Gelijk aan de tijd van zes praatprogramma’s met liefhebbers van sociaal incestueuze beantwoorders van geslotenvragenstellers. Praatprogrammamannen willen Vormeinungen bevestigd te zien als Poetin bankafschriften van westerse banken die zijn daden ‘uiterst scherp’ veroordelen. De fietstocht is gelijk aan de tijd van drie zaterdagskranten of twee digitale D66 webinars over stedelijk woonklimaat waarin de frases ‘opgetelde plancapaciteit’, ‘uitgekristalliseerde leefbaarheidsplannen’, ‘fuck VOLT’ en ‘een stukje openbaar vervoer’ voorkomen. Bijgewoond door maar liefst 28 schattige partijtijgers.

We kiezen deze keer voor een elfdorpentocht: Zuidlaren, Eext, Gieten, Gasselte, Borger, Emmen, Aalden, Orvelte, Westerbork, Zwiggelte, Vries. Iets langere afstanden worden gewoon.

Pedro leest The Guardian en laat Nederlands nieuws van zich afglijden als Vlaamse Gaaien waterdruppels. Ik praat ‘m bij over Mannes, Emmens surplus aan voetbalgogme en poneer de stelling dat je aan fietspaden kan zien of de burgemeester een fietser is of een Teslajongen (in Drenthe zijn geen vrouwelijke burgemeesters). Emmens burgemeester Eric van Oosterhout onderhoudt de fietspaden als drilrapgroupies hun billen: geveegd en strak. Marcel Thijsen van Tynaarlo en Jan Seton van Borger/Odoorn verwaarlozen bosfietspaden als Jong Ajax de defensie tegen een oppermachtig FC Emmen.