Grootkoorconcert voor de Zonnebloem, Groningen 15 april 2026

In mijn zevende, achtste Grootkoorconcert, met een programma dat met slechts twaalf nummers aan de karige kant is spatten mijn gedachten alle kanten op als zeepsopdruppels op een besmeurde stoep. Deze aflevering, met minimale deelname van mannen, komt niet in mijn top-III. Ik heb volop gelegenheid en tijd om wat weg te dromen. Toch hebben we heerlijk gezongen, begeleid door pianist Andy Booth en panfluitiste Carina Petersen; ik moet mijn opvattingen over dit instrument resetten: wow wat een aan virtuositeit grenzende musicista! En wat een jurk!

Uit mijn jeugd ken ik flarden van de musical The Sound of Music. Het kinderlijk openhartige ‘do-re-mi’ is als een plakkende zool op een keukenvloer: bijna onverwijderbaar als het eenmaal in je hoofd zit. Ook ‘The hills are alive’ en ‘Climb ev’ry mountain’ zingen heerlijk weg. Dat we de alten (onder wie ik twee meiden van begin twintig ontwaar) en sopranen niet in dirndl-outfits hebben kunnen snoeren is misschien toch niet zo verkeerd geweest.

Dan twee nummers van A. L. Webber ‘Any dream will do’ en ‘Love changes everything’, beide nummers passen precies in mijn associatieve gedachtenwereld. Dromen, liefde, verlangen, passie, wat een contrast met wat ik zie: koude stenen muren, onbereikbare gewelfbogen, antieke kroonluchters,  ongemakkelijke koorstoeltjes, vloerzerken met wie weet wat en wie in welke staat daaronder en minimale stadsgeluiden. Vanwege het ontbreken van organist Martin Mans, voor wie gek genoeg in orgelprovincie Groningen geen vervanger is gevonden, een extra pianosolo, in deze kerk bijna net zo weinig passend als zeepsopgedachten.

Het nummer ‘I’ll wish I had given him more’ doet me denken aan de film Pillion die we zondag in Forum zagen. Een onmogelijke liefde tussen een dominante en onderdanige man, beiden wensend de ander meer te kunnen geven. Hilarisch, pijnlijk, gevoelig, expliciet, hartstochtelijk, op het cartooneske af. Vooral de passage waarbij de wat ielere subs met ontblote billen op een ontbijttafel smachtend wachtend klaarliggen voor penetratie door de vervaarlijk getatoeëerde, met kettingen behangen doms, allen met grote motorlaarzen, sommigen met snorren als schoorsteenvegers, eentje met een vervaarlijke piercing in zijn immense eikel, tijdens een groepsuitje in de prille natuur, werkt vervreemdend hier in de Martinikerk.

Om me heen zie ik lieve vrolijke onschuldige mensen, grijze mannen en veelal op mijn tantes, oud-collega’s en buurvrouwen lijkende vrouwen. Ik vraag me af wie de film Pillion ook heeft gezien en nu, al lekker uithalend, de stembanden en middenrif beurtelings spannend en vierend, mijn gedachten over een film met homoseksuele SM-mannen deelt. De gedachten lezen van koorgenoten is en blijft een taaie klus.

In de pauze vergapen we ons aan de imposante perfect geschilderde levensgrote bijbelse taferelen van Egbert Modderman langs Martini’s gangpaden. De argeloze kijker fantaseert over wat we nu in Israël dagelijks voorbij zien komen: onderdrukte, geketende, vermoorde Palestijnen in mensonterende toestanden. De kunst en het nummer ‘Peace like a river’ katapulteren me naar het Midden-Oosten waar, ondanks het overal maar niet in Israël geldende oorlogsrecht, de gruwelijkste oorlogsmisdaden plaatsvinden jegens Palestijnen.

Alles trekt terug, een voorjaarsdag

08.30 Na vijf kwartieren DuoLingo Italiaans, op de 69e dag ook met leesopdrachtjes, stap ik naar buiten. In een uitbundige voorjaarszon. Mijn handen vol met afval voor de ondergrondse container en een nog lege boodschappentas groet ik A. Ze laat zich op een krukje voor d’r atelier koesteren door de zon. In de geveltuin van T doet de Wisteria haar best weer de meest gefotografeerde klimmer van Stad te worden. Ik denk nog wat na over het nieuws dat mijn leeftijdscategorie de meeste verkeersdoden oplevert.

08.35 Naast de vuilcontainer ligt een buikige afzenderloze dunne plastic zak die ik ook dump. Wat een lekkere dag ligt voor me. In de statistieken heet ik ‘een fietsende oude man’. Met de groenteman neem ik de nieuwe Schjif van Vijf door. Minder vlees en meer peulvruchten. Bij Stadsakker koop ik vijf pootaardappelen, Valencia’s.

11.00 Naar L voor de mondhygiënecheck. Tandarts J vult een gat in de markt: Dental Academy. Hij herstelt een gaatje in een kroon. Het minieme vier jaar oude vullinkje verbergt een opening naar een schroefje in het implantaat, zo kan hij er altijd bij. ‘k Vraag me af of dit onder de garantie valt.

14.00 Met C een terrasje in Stad, voorafgaand aan een Gronings uurtje in het SpraakLab van de RUG: Koffie & Keuvel, waar twee promovenda’s klaar zitten om met ons in de één na mooiste regiotaal te praten. Ik glimlach om de immense, schier oneindige, faciliteiten op de uni voor promotiegasten. Waar zijn de andere deelnemers van de cursussen Gronings die we afrondden? De in bescheidenheid en inertie verzuipende instituten die de Groningse lessen aanbieden doen niets om de leergierige cursisten voor te lichten over streektaalgerelateeerde events. Tuurlijk zijn die er: in het A-Theater Gronings toneel of muziek, in Hoogezand de dag van het Gronings, Meertmoand Toalmoand. Dat doen ze in Friesland anders, weet ik. Ik ga ze helpen en voeg om

17.00 de daad bij het woord en pak mijn oude e-mailbestanden erbij en zend een uitnodiging naar de lesgroepen uit 2025 en 2023. Het spijt me te horen dat er inmiddels een cursuslid uit de tijd is gekomen. Verrek, denk ik, toch geen fietsongeluk? Ook reageert mijn lesbuurmeisje K, een vrouw die ik in een splitsecond voor mijn ogen tover, niet voor niks zat ze in mijn TopTwee.

17.45 Ik ken inmiddels enkele mensen met NAH (niet aangeboren hersenletsel) en ik vraag me af of ik op mijn Gazelle een helm moet gaan dragen.

18.00 Teruglopend van de brievenbus waar ik een kaart naar een achterneef post, zie ik H, een Ludemafilmgroepslid en tevens groenwerker in de Biotoop te Haren. Met H kan ik altijd lekker lachen. We bulderen wat af. Hij schenkt me dahliaknollen en Hop-scheuten. De hopstekken komen van een groep kunstenaars uit Westerhavenstraat die er een prachtig kunstproject aan koppelen. Als ik vertel H over mijn mondhygiënecheck, zegt hij invoelend: ‘Ach ja, alles trekt terug,’ en vergeet ‘m voor Pillion uit te nodigen.

‘de barones’ van de Kia-picanto

Naar onze deelauto lopend zie ik een mevrouw met een aangelijnde hazewindhond. Fijne tante. Doorsnede Agnes Kant en Carola Schouten. Watergolven met een nauwelijks zichtbare paarse gloed op haar hoofdhuid, oorringen, rinkelend nepgoud onder de halfopen jas, guitige oogopslag, aangezette wimpers en gelnagels, ‘rosso pomodoro’, my favourite. ‘Lijkt veel op Siebelinks, god hebbe zijn ziel, hond Tikker,’ etaleer ik, naar haar hond wijzend, mijn literaire kennis in de aanloop naar een gesprek.  ‘Ha, I know,’ antwoordt ze vlot, ‘hond dood, vrouw dood, misschien dat hij zich nog aan bijbelse sprookjes kan vastklampen, maar wat een schrijver!’  Met een geroutineerde handbeweging sluit ze op afstand haar KIA-picanto.

Ze woont sinds kort in Stad en is dolgelukkig met de groene strook aan Praedinius, vertelt ze. Als de hazewind zijn rug kromt en zich schrap zet om een drol te draaien, pakt zij, die ik in gedachten al ‘de barones’ noem, zo’n transparant bezinetankershandschoentje uit d’r tas en maakt aanstalten om de, laat ik het woord dampende achterwege laten, verse drol op te rapen. Met een routine die me blij maakt schudt ze het handschoentje, automatisch binnenstebuiten kerend, af, zodat ze de geplastificeerde drol opvangt in haar handpalm. Ze glimlacht warm.

We lopen rustig pratend verder. Net als ik haar wil uitnodigen voor een kop thee in Luhu, zegt ze: ‘Wacht vent, even dumpen,’ en wijst naar de vuilnisbak aan de straatoverzijde. ‘Ja,’ gaat ze door, ‘ik zie je kijken, niks aan de hand hoor, straks even de handen wassen en klaar.’

In de hoek van de serre gezeten, onder het enorme tableau van mos dat me aan mijn Fleischmanntreinopstelling uit mijn jeugd doet denken, praten we in Luhu verder.

We keuvelen over literatuur, honden en smerige kwarweitjes. Bij dat laatste onderwerp kijkt ze me uitdagend aan alsof ze wil zeggen: en nu jij. Ik denk terug aan de tijd dat we in het Drentse dorpje S. woonden. Het grote grasveld werd geteisterd door mollen. Van buurmannen Bertus en Jo had ik mollenklemmen geleend, maar vergat ze te checken. Ik pakte de onzicht- en onruikbaar tot milde ontbinding overgegane mol op en wilde ‘m weggooien. Het staartje knapte en de mol verdween in mijn Welkoop-laars. Geschrokken stapte ik naar voren en plette kleine Momfer tussen de stugge harde laarsschacht en mijn scheenbeen. Ik voel het nog.

JOURNAAL week 13 (2026)

ZATERDAG De Italiaanse film La Grazia toont het lege, eenzame leven van il Presidente. Hij lijdt onder vermeend overspel van zijn overleden vrouw maar als hij er ultimamente achter komt dat zijn liefdesrivaal een vrouw is treedt ontspanning in. Leuke film. Thema’s euthanasie en gratieverzoeken spelen een grote rol. Vervreemdende elementen: een zwarte paus, een prominente rol voor rapmuziek, een robothond die voor de parade uit door de stad loopt. Voor beginnende studenten Italiaans una festa del linguaggio.

ZONDAG De Urban Trail Run, een run door de stad, niet alleen over/langs hotspots maar er ook dwars doorheen. Er doen 4.500 lopers mee. Het erachter liggende goede doel is het KWF. Kanker, overvalt één van de twee Nederlanders. Een fraai onderdeel: de museumtuin in het A-Kwartier.

MAANDAG Mooi weer, weinig wind, ideaal fietsweer. Het wordt zuidelijk, richting Tynaarlo en Vries. Na de voorjaarsbeurt (mijn Giant TCR kreeg een nieuwe ketting, cassette en voorblad) rijdt-ie weer als ‘n zon. Anders dan de gemiddelde autozaak heeft de fietshersteller enkele dagen nodig voor het bestellen van onderdelen.

DINSDAG Anders dan Den Haag waar de bedenkelijke cliëntilistische politiek van Ries de Mos een fikse verkiezingswinst haalde, levert de leidende partij in Groningen enkele zetels in. De wijkwethouder binnenstad alias eerste loco (V) haalt meer stemmen dan de lijsttrekker (M). Onze buurtvereniging wil redelijk zijn en blijven overleggen. We dienen een lijst met twintig vragen/bespreekpunten in voor het periodieke overleg. Verkeer, veiligheid, herstel Visserbrug, groen en beheer en het Museum aan de A. Vorige week hadden we onze vijfde (en laatste) buurtinloop met een lezing over vleermuizen in Stad. In mei organiseren we een culinaire zwerftocht langs acht restaurants. De activisten onder ons lezen over steden die de strijd tegen peukenverontreiniging willen aanbinden. Groningen gaat ’t ondersteunen.

WOENSDAG Talencursus DuoLingo is krek wat voor mij. Dagelijks doe ik een hoofdstuk Italiaans. D.w.z. 19 oefeningetjes van elk 17 woorden of (delen van) zinnen: vertalen, nazeggen, invullen. Samen dus 323. Ogni giorno. Het algoritme tovert me inspanningen van medestudenten voor. Of ze echt zijn? Geen idee. Je kunt promoveren van parel naar ametist naar diamant. Per dag zijn ‘juwelen’ te verdienen. Je dagelijkse en/of wekelijkse inspanningen, met promotie- en degradatiezone, worden bijgehouden en getoond. Na de films Gioia Mia, La Grazia, kijk ik uit naar Il Conformista uit 1970 van Bertolucci.

DONDERDAG Ons campingavontuur te Sleen leverde enkele goede vrienden op. Op bezoek bij twee in Meppen leren we dat bosperceeltjes te koop zijn, voor de prijs van vier viooltjes op de markt per m2 . Veertig jaar geleden in trek bij allesbranderfetisjisten of boeren op zoek naar geriefhout voor hekken, afrasteringspaaltjes of ruige stalvegers.

VRIJDAG De 107-jarige voetbalvereniging krijgt een tentoonstelling in een dorpshuis ergens in Ommelaand. Je gaat kijken en ziet dat de laatste 50 jaar zijn overgeslagen. Er hangen foto’s van voetballers van andere clubs. Daar doet Kunstcentrum De Ploeg in Wehe den Hoorn me aan denken. Wel hedendaagse kunstenaars (met, zeker prachtig werk, o.a. van M. Buter, Oostwand Grote Markt vanuit reuzenradperspectief)) maar nietsnadaniente van huidige Ploegleden. Raar, toch? De psycholoog spreekt van passieve agressie.

ZATERDAG De laatste repetitie voor ons Grootkoorconcert. Groningen is de grootste deelnemer van het land met, schat ik 130 zangers. Het goede doel is De Zonnebloem.

ROTTERDAM

We houden ons hart en de stangen vast als de watertaxi met 50km/u stuiterend botsend over de Nieuwe Maas jakkert. De kap’tein doet er een schepje bovenop als hij een bocht doet en de boot bijna water maakt. Lefgozer. Typisch Rotterdam? We overnachten op SS Rotterdam: 228 m, 41 m hoog, 28 m breed, 13 dekken. Vriend Jaap Meijer werkte ooit als 1e Werktuigbouwkundig ing. op deze schuit.

In 010 om je heen kijkend begrijp je wat het woord skyline betekent. Wereldstad. Manhattan aan de Maas. Kenmerkend: we zien een pilaar die een metrolijn annex viaduct schraagt. Hadden ze natuurlijk wit of grijs kunnen schilderen. Maar wat doen Aboutaleb en nu Schouten: stimuleren kunstenaars er een kleurrijk prachtexemplaar van te maken.

Er zijn twee zwaarwegende redenen om het fotomuseum Rotterdam te bezoeken: het bestaat maar kort en nicht Suzette exposeert er. Een groot oud fabriekspand is verbouwd tot een prachtig museum. Overal zie je de oerconstructie. Kijk je verder dan staat fotografie, het museum is het grootste fotografiemuseum ter wereld met meer dam 6,5 miljoen objecten, in al zijn vormen te kijk. Suzette heeft zich gespecialiseerd in het in mooie blauwen fotograferen van plastic rommel uit de zeeën. Ze heeft een joekel van een wand met futurologische archeologie Future Relics II met cyanotypieën. Prachtig, bijzonder werk! Zou ze Bojan Slat kennen?

Werk van Banksy hangt in Las Palmas. We verbazen ons over de anonieme (straat)kunstenaar (Robin Gunningham?) die met sjablonen humoristisch, opmerkelijk werk, vaak in de buitenlucht, maakt. Zijn belangrijkste werk werd geshredderd op het moment dat de veiling sloot. Zijn maatschappijkritische toon wordt niet door iedereen gepruimd, een werk waarbij een Engelse bepruikte rechter een demonstrant te lijf gaat werd snel verwijderd.

R’dam telt 175 nationaliteiten. Mijn Qatarese student is er één van. Migreren kleeft even sterk aan R’dam als werken, (wederop)bouwen, kankeren, praatjes maken, Deelder, snuiven, gentrificeren, optimisme, uithalen, Schouten, schoffelen en openstaan voor andere culturen. Museum Feniks belichaamt en verzinnebeeldt dit allemaal: 16.000 m² kunst, alles geënt op migratie: liefde, afscheid, familie, heimwee en geluk. De ruime placering van de objecten geeft een prettig gevoel. Je bent in een grote fabriekshal en steeds wordt je oog getrokken naar interessante, opgeblazen, bizarre, bijzondere objecten. Een grafkist in de vorm van een auto, een kunststoffen bus vol met reizigers, een abstracte Willem de Koning, een eens per half uur loeihard dichtslaand hek dat de muur doet afbrokkelen om de dichte grenzen en deuren die toch ooit eens neergaan te symboliseren, te veel om op te noemen. En wat een majesteitelijke trapconstructie met glimmend (om het half uur gepoetst, ja echt) staal en een met koffers volgepropte inmiddels iconische zaal.

Film Joe Speedboot & Matthäus Passion

DONDERDAG Dat Joe Speedboot voor Fransje de verlosser is kan je best zeggen. Na de in de eerste scene verbeelde suïcidepoging, Fransje ligt in hoog gras te wachten op de vlijmscherpe messen van de cyclomaaier, kan je met Joe’s bemoeienis spreken van Fransjes wederopstanding. Joe heeft oog voor Fransje ondanks zijn beperking, een dwarslaesie.

Joe Speedboot is de beste Nederlandse speelfilm ever. Vijf sterren. Mijn twee medefilmbezoekers komen op 4 resp. 3. Het thema van de film is vriendschap. Vriendschap door dik en dun. Het hoofdpersoonschap wordt gedeeld door Fransje en Joe en later PJ, een jonge vrouw die haar aandacht goed weet te verdelen. Fransje is kneiterverliefd op haar. Wat zien we? Brabants platteland, losgeslagen hypercreatieve jongeren. Naast humoristisch vond ik de film zeer ontroerend. Hoe plattelandspubers zich over een jongen met een beperking ontfermen. Ook zijn ouders doen hun best, maar ja, de beste bedoelingen blinken uit in en monden uit op drama. De jaren door Fransje geperste briketten zijn niet echt marktwaardig, ook in Brabant was de open allesbrander al vervangen door gaskachels.

Krantrecensies spreken veel over de voice-over die al dan niet nut heeft, maar die vanwege het gebrek aan spraakvermogen van Fransje nodig is. Een van de mooiste scenes is de opwinding als blijkt dat het zelfgebouwde vliegtuigje kan vliegen. Misschien de allermooiste als Fransje, getraind in armpje drukken, de gekste kermissporters verslaat. Ook een schitterende, zachte seksscene is het herinneren waard. Misschien wat voorspelbaar, maar dat is dan ook mijn enige klacht. Dat in de armpjedrukkersarena een enkele anti-Duitse platitude er doorgekomen is: soit.

VRIJDAG En dan de Matthäus Passion in de voor het Luthers Bach Ensemble al kenmerkende semi-scenische uitvoering: geen zwarte pakken en jurken, geen bladmuziek en een tussen de musici zittende artistiek leider die bewijst dat je best zonder een dirigent kan. Je vraagt je af waarom niet alle MP’s zo worden uitgevoerd. We hoorden meesterlijke muziek van (in de woorden van artistiek leider Pantus) harmoniefetisjist Bach. Het concert start als een flash-mob: van verschillende kanten komen de zangers aangewandeld en verzamelen zich in hun dagelijkse kloffie op het podium. Jongenskoor uit Roden erbij en knallen.

De evangelist, de Jezus, Judas, hogepriester, Pilatus, alle andere solisten en de koren: eersteklas zangers, met zelden een misser. Spatzuiver, dynamisch, harmonieus en heel aardig geacteerd, geen spoor van goedkoop effectbejag laat staan schmieren.

Het verhaal is oude koek (zeg nooit ‘apekool’) vanzelf: bijbelse list, verraad, verminking, boete, schuld, moord en bedrog, Joe Speedboot is er niks bij, maar alles wel in een gouden muziekbedje, onder mijn drie kledinglagen ervaar ik soms puur en hevig kippenvel. Veel van de gezongen teksten zijn onverstaanbaar, en de hele tijd met je neus in het programmaboekske zitten lezen is natuurlijk geen optie. Maar ook hier geldt: de verhaallijn is onderhand wel bekend en de bedwelmende muziek van Bach maakt alles draaglijk, maar ja wij zaten dan ook vooraan op de zesde rij. Naast mij de in Groningen en ver daarbuiten vermaarde schilder H die wat schrok toen ik hem in de pauze toevertrouwde dat ik mezelf als hardcore atheïst beschouw. Prachtavond. Goed licht. Lauwe thee in de pauze, niks mis mee. Volle bak in de Martinikerk. Nu nog een stap maken: de koralen op doek projecteren zoals Jan Rot het deed en het publiek vragen keihard mee te zingen. “Geduld, Geduld! Wenn mich falsche Zungen stechen. Leid ich wider meine Schuld Schimpf und Spott,” enzovoort.

JOURNAAL week 10 (2026)

ZONDAGMORGEN Na 4,5 maand fiets ik weer met de SpaakMasters. Hoewel ik de laatste tijd veel gewandeld heb, met vorige week 18 en 17 kms, sluipt er nu een onzekerheidje bij mij naar binnen. Omdat mijn tubeless met blote handen niet van de velg te krijgen is, wil ik graag een achterwacht met auto die mij bij een platte band kan ophalen. Het lukt, er staat een plofkraakauto klaar die i.c.e. vrouw I mag gebruiken. Dat ze niet durft rijden in dit beest maakt me niet uit, als het nodig is weet ze wel een chauffeur te vinden. De fietsrit gaat lekker. Een tweede vraag, of ik het tempo nog kan bijbenen, is loos.

ZONDAGAVOND Jan en Riny Bus vertellen over de wordingsgeschiedenis van de Mars. Hoe het 32 meters lange schip met een kadeplaats aan Hoge der A een atelier- en expositieschip is geworden, geschikt voor 25 meevarende gasten

MAANDAG Met een groepje actieve lieden de straten opschonen, op de eerste maandag van de maand, daar doen we graag aan mee. Deze keer met drie studenten van Albertus het lage plateau naast/onder de A-Brug, wow wat een effect.

DINSDAG Wijk Hortus Ebbinge organiseert een verkiezingsdebatavond. Zeven (kandidaat) raadsleden (van de 430!) en een enkele wethouder reageren op stellingen en gaan met elkaar en het 50-koppige publiek in gesprek over binnenstadsonderwerpen. Ben onder de indruk van de betrokkenheid van de buurtbewoners en de deskundigheid van de regio-politici. Het A-kwartier volgt op 13 maart in het A-Theater.

WOENSDAG Ik vraag me af of mechanisch klinkende adviezen mijn intrinsieke motivatie stimuleren of niet: Ik lees: “Top drie in de robijn divisie, extra juwelen verdienen, dagelijkse missies, geweldige spreker, je hebt in deze les vier spreekuitdagingen voltooid, laten we je zwakste grammatica-onderdeel versterken, dit niveau nog eens doornemen, uiteraard met een beloning aan het einde, voltooi deze extra moeilijke oefening en bereik het legendarische niveau, je hebt een XP boost gekregen.” Duo Lingo dus. Mijn dagelijkse vijf kwartieren Duo-Lingo-Italiaans werpen vruchten af. Dat ik op mijn 29e in Emmen een cursus Italiaans bij de Volksuniversiteit deed helpt nogal. En als aanvulling: veel Italiaanse films kijken, want ik wil toch één keer een fietsendief of een zakkenrollende geile ouwe die vrouw I laat struikelen ‘Fanculo tua madre, stronzo’ zonder hulp van Google Translate toe kunnen voegen op een druk plein.

DONDERDAG ‘Gedichten van De Schoolmeester’, een boek met 110 interessante spots in München en nu ‘Ik ben er niet’ van Lize Spit, die sinds ‘Het Smelt’ in mijn toptien zit. Heerlijk, de opbrengsten van onze Minibieb. Film Gioia Mia gezien over Noord-Italiaans jochie dat bij stokoude tante op Sicilië terechtkomt en guess what: er ontstaat begrip, vero! 

VRIJDAG Grazers kunnen moeilijk kiezen en willen overal aan meedoen. Ik ben een grazer. Vandaag de noodbrug zwart verven. Verder op het avondprogramma Meertmoand Toalmoand in het A-Theater en een avond Light Verse met o.a. Koos Dijksterhuis, Niek Kalberg, Bart Adjudant in schip de Verwondering. De Groninger avond valt vandaag af.

Toekomst van de Diepenring

Stad discussieert over de toekomst van de Diepenring. ‘U wordt verzocht groot te denken,’ zegt de dagvoorzitter, vlotte vijftiger met ouderwetse vouw in de pantalon, uitnodigend. Okee, denk ik en gooi iets in de groep: tover de tweebaans Praediniussingel om tot een enkelbaans met een urban-sports-park waar nu de hondenuitlaatplek is. Een vrouwelijk groepslid, slimme oogopslag, typisch GroenLinks, roept: ‘Maak, op weg van een autoluwe naar een autovrije binnenstad, de binnenstad enkel toegankelijk voor deelauto’s.’

Een oud-steward met Pippi Langkous-staartjes en een kekke oorpiercing wil geen katten meer op straat, het zijn immers huisdieren, dus laat die dan ook binnen, vinden de gevederde vrienden vast ook niet erg. Mijn buurman, een sympa gewezen buurtsupereigenaar uit Stad met artistieke wallen onder de ogen die me aan Derrick doen denken, oppert de waterkwaliteit in de gaten te houden. ‘Het Groningse water is als de natuur in Bonaire of Wierd Duk op X: een open riool.’

Hij heeft groot gelijk, denk ik, terwijl, zijpaadje, het allemaal zo eenvoudig is, zoals mijn nieuwe vriend, (nog steeds) student rechten me influisterde: vraag booteigenaars een foto te maken van de correcte afvoer van zwart water, datum erbij en welkom op de Diepenring.

De Diepenring, circa 4 kms met 16 bruggen, kent inmiddels enkele parels: het houten terras aan het water met koffiehuis Dudok aan de Turfsingel, de Kattenbrug en omgeving, de stalen steiger aan de kop van Reitemakersrijge, de hyperromantische zij het wat verkommerde Noorderhaven en de langste zitbank aan de Winschoterkade. En nu de kijkersvraag: Wat weerhoudt Lage en Hoge der A van toetreding tot deze lijst? Dat moet de auto zijn.

Ik droom wat weg en denk aan bruggen die graag eye-catchers waren geworden en waar Groningse decision-makers als de dood voor zijn. Sneek met zijn Krúsrak, een supermooie houten brug over de rondweg. Emmen met een Calatrava-achtige pyloonbrug, Buenos Aires een Vrouwenbrug van Calatrava en Rotterdam, nou ja ieder kent de spectabrug over de Maas.

En Groningen? Groningen sukkelt af op een dertien-uit-een-dozijn, oubollige stalen brug als opvolger van de kaduke Visserbrug. ‘Ja,’ zegt de projectleider bij de voorlichting op een zondagmiddag maanden eerder in een Gronings retrocafé royaal, ‘er komen wel sierende details in de leuning.’ Hij bedoelt, vrees ik, een neppe jugendstil-krul aan de vier uiteinden van de leuning, waaraan voetgangers zich plegen vast te klampen, van die noviteiten waar vooroorlogse smeden zich op uitleefden als ze een pisbak voor A’dam smeedden. (foto’s: Terras Dudok Turfsingel, langste bank Winschoterkade, Noorderhaven, Kattenbrug, Reitemakersrijge

JOURNAAL week 8 (2026)

ZATERDAG Curling heeft iets van jeu de boules, darten, sjoelen, kegelen en bowlen. Met een familiegroep doen we een clinic. Zware stenen moeten naar het midden van een onder het ijs afgetekend helikopterlandingsbaantje of bull’s eye worden geduwd. Opvallend zijn de vorderingen na een half uur oefenen. Net als bij bovengenoemde sporten kan bij curling een ongeoefende sportieve zeventiger (met wellicht enig geluk en zwaar leunend op een aan P. Langkous toegeschreven citaat) de beste kür afleveren in zijn allereerste shot. Bij de OS bereikt curling de status van serieuze sport door een heuse rel.

ZONDAG De Braziliaanse film, een soort politieke thriller over Brazilië in 1970, The Secret Agent, bevestigt graag sluimerende vooroordelen over het land: traag, corrupt, gevaarlijk, foeilelijke volksfeesten, gewelddadig, dreigend. Het begin is veelbelovend: er ligt een in ontbinding verkerend lijk bij een tankstation. De met sigaretten gepaaide politie is meer bezig met de controle van een VW-kever. Hoofdpersoon Marcelo is op de vlucht maar vraag niet waarom. Dat wordt in bijna drie uur niet helder. Enkele keren wordt gezegd dat het carnaval 91 doden heeft geëist. Zal best.

MAANDAG Van twee vriendinnen krijg ik een artikel uit Trouw over taalonderwijs. Docenten klagen over het niveau van schrijfvaardigheid van hun leerlingen. Als oorzaken worden genoemd: onzekerheid, frustratie, prestatiedruk en haast. Dit zal ook voor de docenten gelden. Een van de docenten heeft een remedie: besteed aandacht aan het schrijfproces. Reflecteer (schrijf, praat, lees) over je eigen teksten. Trouw laat incompetente docenten aan het woord. Hoe het dan wel moet? Geef leerlingen handvatten over hoe je een tekst schrijft. Kies een onderwerp – steekwoorden – begin – midden – eind. Formuleer zinnen. Bespreek die met andere leerlingen. Schrijf een eerste schets. Schakel ChatGPT in. Vergelijk de producten. Herhaal dit twintig keer per jaar. Toets drie keer, na afloop van een schoolkwartaal. Elke leerling kiest een best gelukte tekst en schrijft een handgeschreven reactie op dit onderwerp. De inspectie ziet toe op de taaldocenten en de schoolleiding ontslaat ze als ze publiekelijk klagen over hun eigen incompetentie. En nog maar hopen dat de door Trouw gehoorde docenten hun leerlingen ook met cijfers kunnen stimuleren. Maar al te vaak halen deze leerlingen zesjes door compensatie op pretonderdelen.

DINSDAG Sinds een week of vijf wandel ik meer dan dat ik fiets. Dagelijks een uurtje lukt al snel. De Runkeeper-App werkt prima. Ik doe wat elke fysiotherapeut je bij een blessure aanbeveelt: versterk je spieren. Soms zet ik de pas erin. Vandaag vanuit Foxhol een kleine 14 kms in negen kwartier.

DONDERDAG ’s Morgens lees je dat de film ‘Marty Supreme’ voor negen Oscars is genomineerd en je lijfblad deelt vier sterren uit, dan wil je ’s middags in de vrieskou de kuier naar Forum wel eens ondernemen. Prachtige film, komisch, energiek, levensecht en absurd met schoenwinkelmagazijnseks, tafeltennisvirtuositeit in Japan, een frauduleuze balpenmagnaat en een held die tegelijk antiheld is. Zien!

ZATERDAG Eén van de beste boeken die ik laatste jaren (in het Gronings) las, ‘De Graanrepubliek’ van Frank Westerman wordt nu in de buitenlucht gespeeld, geregisseerd door Tom de Ket, die zijn sporen verdiende met Het Pauperparadijs. Het wordt een Zummerbühne-voorstelling, temidden van goudgele graanvelden. Het DvhN spreekt van ‘Episch Muziektheater’. Verslaggever Groenewold bedoelt gewoon: mis dit niet. Extra service: met de bus vanaf het Hoofdstation in Stad. Acht augustus!

Foxtrot in Martiniplaza

Groningen, februari 2026. 1500 bezoekers in MartiniPlaza. Op advies van een vriend (voor vrienden doe je alles) gaan we naar Foxtrot, een musical geschreven door Annie M. G. Schmidt en met muziek van Bannink. De auteur van vreselijk rolbevestigende (jeugd)literatuur ontpopt zich als schrijver van messcherpe teksten. Plaats het allemaal even in de beschreven tijd, 1936, en verwonder je over de thematiek die gedeeltelijk nu nog steeds geldt.

Het wordt een waar feest. De (bij vlagen jazzy) muziek, achter de spelers zit een orkest dat de sterren van de hemel speelt, de dans van mannen en vrouwen die bewegen alsof ze van elastiek zijn, videoprojecties, lichteffecten, een en al energie, snelheid, kracht en wervels. Prachtig gezongen en zoveel te zien dat de verhaallijn me soms ontgaat. Schitterende kostuums, supermooie decors, prachtig licht, snelle changementen. De zaal is aan de warme kant, aangepast aan het seniorenbezoek? Opvallend in de pauze enkele zichtbare EHBO’ers.

Het indrukwekkendste kijkdeel is de projectie van oorlogsfragmenten, compleet met confronterende hakenkruisen en de dreigende stem van Hitler. Metershoge panelen en ingenieuze trapconstructies schuiven of worden geschoven en lichten op. De Duitse dreiging en de Nederlandse struisvogelpraktijk is bijna voelbaar en de machtswellust van toen is parallel aan die van nu, Amerika is als Duitsland en de houding van Nederland is even afwachtend en onderdanig.

We zien het leven van A.M. G. Schmidt via dorpsmeisje Josien uit Klaaswaal dat in een Amsterdams pension komt met allemaal artiesten en zwanger raakt van de vriend van de homoseksuele Jules. Haar plattelandsvriendje wordt als een harkerig bewegend en sprekend manneke neergezet. Paniek in de tent. De beschreven abortuspraktijken van destijds hebben we nu wel achter de rug maar de schaamte en achterstelling van vrouwen bepaald niet.

Het dunne, lekker moraliserende verhaal wordt, telkens als het spannend wordt, onderbroken door zang en dans. We horen zeker dertig liedjes, alle spatzuiver en loeiduidelijk gezongen. En alles met een gemeende lach.

De oorlog, werkloosheid, relationele gevoeligheden, economische depressie, de tegenstelling stad – platteland, illegale abortuspraktijken vliegen je om de oren. Het fijnste en luidste applaus volgt op het gevoelige lied over homodiscriminatie, provinciale FC’s kunnen het moeiteloos ten gehore brengen.