DEEL I En ja hoor, je wordt zeventig, het lichamelijk verval begint en je loopt de deur plat bij je huisarts. De hypochonder in jou ontwaakt. Een ver familielid, aangetrouwde man, 73, overlijdt na een fietstochtje. Zelf ook een verwoed fietser, schrik je wat. De schrik ebt weg als je hoort dat het om een bredebandentochtje ging. Tijdens de fietsrit begaf het hart het, veroorzaakt door een te hoog cholesterolgehalte.- Je kende natuurlijk het Koeman-Koeman-Egbers-cardioloog Piek-verhaal dat al jaren een hit is op YouTube. De argeloze (zeg nooit: onnozele) met slechte genen toegeruste mannen hadden er geen erg in dat een kransslagader dichtslibde als een gootsteenafvoer door betonrot of frituurvet. Wakker geschud door de Sport-in-Beeld hysterie vier jaar geleden had je je bloed destijds op cholesterol, glucose en nog zowat laten testen.
- Nog maar een keer laten doen kan geen kwaad, denk je nu. De huisarts gaat akkoord met een herhaling van een bloedonderzoek. Je belt de assistent en noemt cholesterol, glucose en PSA. Op de achtergrond hoor je de hoofdassistent die je dossier even bestudeert ‘doe hem maar een volledig bloedonderzoek’ fluisteren tegen de geneeskundestudent die bijverdient met zeventigers met een zijden stem via de foon afwerken.
- Thuis bekijk je het Certe-formulier voor het bloedlab en ziet tot je schrik 25 vinkjes. Vijf-en-twintig! De oldtimergaragist met gaten in zijn dagtaak, schiet door je hoofd. Vraag zo’n garagist een uitlaat, olielek en velg te repareren en hij piept het in een middagje. Vraag hem om een intensieve APK-check en hij vindt ‘dertien dingetjes’ waar hij drie werkdagen lang zoet mee is.
- Wat ongetwijfeld meespeelt zijn je in je inmiddels tot een vuistdikke klapper uitgedijde medisch dossier beschreven Skin-Vision-strapatsen vorig jaar. Misschien is 25 keer een staafje tegen een bloeddruppel houden amper meer werk dan dat drie keer doen. En met 25 krijgt de witte jas een schat aan info. Maar de (nog steeds groeiende groep) huisarts(en) krijgt ook handvatten voor overbodige onderzoeken; iedereen kent inmiddels het fenomeen van de ‘beter laten lijst’, van overbodige onderzoeken.
- DEEL II Nadat je je iets meer op wandelen bent gaan toeleggen met als doel deel te nemen aan de Tweede Groningse Wandelvierdaagse begin augustus krijg je wat mannen eufemistisch ‘een gevoelige knie’ noemen. Wat is de oorzaak en is er iets tegen te doen? Google voorspelt artritis of slijtage. De witte jas noemt ook nog de meniscus. Het consult duurt drie minuten. De huisarts stelt voor een MRI-scan te laten maken. De resterende tijd praat je met hem over Italiaanse beschermengelen die je voor de Modenaramp behoedden, een bamboe steunkous die heel hip ‘knee brace’ heet, metamorfosen, biodiversiteit en vinken in de tuin.
ITALIË 1 – 21 mei 2016 [IV]
17 MEI Vicenza, Met een collectief museumticket bezoeken we vier musea. Een wonderbaarlijk overdekt, hoog ‘Olympic Theatre’ waar de binnendienst vergat een steuntouw vast te maken zodat een wankele zeventigjarige bijna een doodsmak maakte, het Palzzo Chiericati en nog enkele. In het Chiericati middeleeuwse en Renaisssance kunst, bombastisch, eenvoudig, knap geschilderd, groot werk met veelal religieuze beelden uit tijden dat Less is
More en correcte perspectiefinfo loze dingetjes waren. V is een prachtstad met veel architectuur van Palladio en (op zondag) veel muziek op straat, veeleer openluchtconcertjes dan straatmuziek. En, niet onbelangrijk, veel en betaalbare terrassen. [Op het nieuws horen we over een idioot die in Modena, waar we op 5 mei waren, op het publiek is ingereden met enkele doden en zwaargewonden tot gevolg]. Wij hebben geluk gehad.
18 MEI Verona, vanwege de treinstaking heeft Opreis.nl ons vorige week al een ticket gestuurd van de Flixbus. Handig dus. De bus is tot de laatste plaats bezet met een keur aan zwetende reizigers. De binnenstad van Verona is in zijn geheel werelderfgoed. De rivier de Adige doorsnijdt de stad en levert verschillende mooie bruggen op. Mustsees: de Arena, Piazza delle Erbe, Piazza Bra, de Scaligero Brug, enz.
Ons hotel zit nabij station Porta Nuova. We maken gebruik van de bus: vaak nog diesels maar met een excellent betalingssysteem: met de bankpas enkel even inchecken voor € 1,66 en dan anderhalf uur onbeperkt meerijden op niet de meest klimaatonvriendelijke methode. Een ratje op straat, bijbelaanprijzers, soms wat vergeten vuilniszakkies, echt een grote stad.
19 MEI Verona: Nabucco, La Boheme La Traviata, Aida, Carmina Burana, alle grote opera’s komen dit jaar weer voorbij in L’Arena, een amfitheatar met 20K zitplaatsen, waarvan 12 à 13K worden gebruikt bij concerten. Een openluchtspektakel van de eerste orde. Vandaag de laatste dag Italië. Wat een leuk land en wat een prachtige steden. Als een van oorsprong Friese plattelandsjongen waar vroeger thuis de enige opsmuk bestond uit een molenschilderij van Jo Rispens, een ingelijste huwelijksbelofte ‘Draagt elkanders lasten’ en enkele glasinloodraampjes met sterren van de voetbal in de tussendeur, krijg ik hier heel wat te verstouwen. Op sommige buurtsuperplafonds word je door eeuwenoude afbladderende fresco’s
aangestaard die nog jaren wachten op restauratie. Ik voel een mix van weemoed en zin om Groningse dingen weer op te pakken. Mijn geheugen wordt gesteund door dit blog en de Polar Steps van vrouw I. Wat een verschil met vroeger, toen we een rolletje foto’s volschoten, die ontwikkelden en in plakboeken lijmden. Vandaag twee interessante ontmoetingen: met Delfina die gedurende een wandeling mijn professoressa Italiaans is. Een vrolijke jonge vrouw met Venezolaanse roots. Later op de middag spreek ik een cellist die speciaal voor mij Bach speelt. Kippenvel op een warme dag.
Hoe staat het met de taal? DuoLingo slaagt erin mij dagelijks te binden met een hoofdstukje met acht oefeningen die elk 17 vragen bevatten. De dagelijkse inspanning kost 5 à 6 kwartieren. Ik schommel tussen de diamant- en de obsediaandivisie. De diamantdivisie gaat sneller en is moeilijker. Die been ik niet bij. De verleden-, voltooide en toekomende tijden begrijp ik allemaal wel, maar vasthouden lukt me niet. Ik heb een mateloze bewondering voor de DL-werkwijze en ik houd me voor ongevoelig te zijn voor de stimulantia in de vorm van promotieaansporingen en dagelijkse rapportages over vorderingen. Toch mis ik de mij bekende gestructureerde inslijpbare werkwoordrijtjes.
20, 21 MEI de reis Verona – München kent wat vertraging. In Verona komt een spoormedewerker persoonlijk per coupé excuses aanbieden voor het half uurtje vertraging. München – Groningen: vlot, op sommige stukjes 303 km/u. Nu nog wat aan geheugentraining doen opdat de steden: München, Bologna, Parma, Ravenna, Ferrara, Padua, Treviso, Conegliano, Vicenza en Verona niet tot een brij verworden.
Voor het eerst op vakantie via een vette treinreis bevalt ons heel goed, met voldoende avontuur, duurzaamheid, natuur, ontspanning en cultuur.
ITALIË 1 – 21 mei 2016 [III]
10 MEI Italië heeft een prima werkend, enigszins ouderwets, openbaarvervoersysteem. Op stations zijn nog loketten voor kaartjes, vaak bemenst door uiterst vriendelijke medewerkers. Opvallend op de stations is dat overdag superlange goederentreinen voorbij komen jakkeren. De gele lijnen waarachter je dient te blijven zijn er niets voor niets. Om de paar seconden worden treinbewegingen met een robotachtige stem in twee talen aangekondigd. Ik praat met drie pubers, van wie één, iemand die veel met games in de weer is, prima Engels spreekt. De andere twee bakken er niets van. Op de IPI staat Italië niet voor niets op een 58e plaats ingeklemd tussen Nepal en Nicaragua.
11 MEI Een wandeling door de prachtige stad leidt ons naar het hoogtepunt: een qua grootte en uitbundigheid Sintpieteriaanse basiliek Sant’Antonio. Fresco’s, beelden, binnenplaatsen, kerkelijke hulpstukken, van alles meer, groter en sierlijker, af en toe lelijker dan je voor mogelijk houdt. Jammer dat het bijhouden van de drie binnentuintjes wat weinig aandacht krijgt. In vitrines de nieuwe dagboeken van paus Leo Prevost. Naast de uni een boekenzaakje waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan: schriften en vulpennen (van het merk Online) te over.
12 MEI Onze treinticket twee uren vervroegen omdat we eerder in Treviso willen zijn, lukt prima. Maar vanwege een storing wordt het tripje in tweeën geknipt: een stuk met de bus en een stuk trein. Ook Treviso is een prachtige stad met als attractie een door de stad kronkelende rivier de Sile. Luigi Bailo is een aardig museum. Ik zie een klassiek beeld dat me aan de discussie over manosphere-gedrag doet denken. Vrouw I vindt het nog wat lastig zich erin te herkennen.
13 MEI Naar Venetië, een uitvergroot Giethoorn met een vleugje Urk. De drukte lijkt je eerst te verpletteren maar allengs, na
vier stegen, wordt het rustiger. San Marco Plaza is weer druk. De gondeliers, zonder uitzondering strakke boys, doen hun kunstje vanaf € 90,-. De gondels zijn ware praalschuitjes: blinkend zwarte lak met gouden accenten. Op San Marco doen we ons duurste terras ooit, maar dan wel met live muziek. Maar wat een plein! In European Cultural Centre is een expositie ‘Gaza – No Words’ van Palestine Museum US.
14 MEI Conegliano, het eerste stadje waar wat minder over te vertellen valt, het is er rustig, groen, beetje heuvelachtig, fris en enigszins saai. We verblijven in een sporthotel met grastennisbaan, tafeltennis en zwembad. Brrr. We horen over een mogelijke treinstaking volgende week. 15 MEI Half leeuw half vrouw, deze sfinx staat op Piazza Cima van Proseccostad Conegliano.
16 MEI Vicenza wordt het. Maar eerst in Conegliano nog kennismaken met de schilder Varese. Ik zie een vrouwelijke Jezus
nedergedaald ter helle, surrealistisch werk en paarden. Bijzonder werk. Per sneltrein naar Vicenzo. In deze stad heerst het 16e euwse werk van architect Palladio. Een eerste wandeling bevestigt ons vermoeden: een prachtstad. Maar waarom die dieselbussen door het stadshart moeten?
ITALIË 1 – 21 mei 2016 [II]
3 MEI Dat Bologna beroemd is vanwege de arcades in de centrumstraten maken we mee, bijna vier km portieken, ideaal voor daklozen. Overal schaduw en de kans op straat te lunchen. We zijn zeer onder de indruk. Anders dan in het door de maffia beheerste Palermo hier weinig betonrot en schone straten. Door een opening in een muur, de Finestrelle di Via Piella, zien we een kanaaltje tussen de rode gebouwen. De twee beeldbepalende middeleeuwse torens Le due Torri hebben over de hele oppervlakte openingen, ideaal voor nestelende duiven.
4 MEI Parma barst net als Bologna van de middeleeuwse (religieuze) bouwwerken. Een prachtig stadscentrum met mooie pleintjes. Bijna elke Italiaan de ik even aanschiet wil zijn Engels praktiseren. Toch lukt het me enkele kleine gesprekjes te voeren: met twee oude dames over een doorkijkje, met enkele mannen op straat die ik vraag naar de op vliegopeningen lijkende gaten in middeleeuws metselwerk en met de hotelmevrouw over twee soorten stekkers. Mijn Italiaans is harkerig maar iedereen begrijpt me. De politie werft nieuw personeel. Een vette Lambo trekt jongeren.
5 MEI Een dagje Modena tussendoor vanuit Parma. Het mag de stad van de Ferrari zijn, maar geen enkele gezien. Mijn boek interesseert me minder dan mijn cursus Italiaans. Een Amerikaanse op het terras herkent het verslavende aspect van DuoLingo. Parma is de stad van Verdi. Modena van Pavarotti. Bij het station een buste van een hoge politieman die werd omgelegd door de maffia.
6 MEI Veel zon en weinig regen maakt de Povlakte een vruchtbaar gebied. Vandaag voor het eerst een dag met regen. We treinen van Parma via Bologna naar Ravenna. In de mozaïekstad lopen bijzonder veel schoolklassen, ik tel op een dag bijna 70. Tableaus maken van fijngeslagen stukjes glas lijkt in vroeger tijden tijdrovender geweest te zijn dan nu. Morgen kom ik hiervan terug.
7 MEI Middeleeuwse en hedendaagse mozaïeken gezien: indrukwekkend. Als ik eens de Corriere delle Sera-app open, valt mijn kennis van het Italiaans me nog smerig tegen. Ja, ik zie dat Rubio bij de paus is geweest en 40 minuten moest wachten. Dat Berlijn graag autovrij wil worden. Dat Nobelprijswinnaar Coetzee het verdomt naar Israël te reizen vanwege de moorddadige aanpak van de Palestijnen, of las ik dit ergens anders?
8 MEI Nog niet op Ravenna uitgekeken vertrekken we naar Ferrara, weer een gouden greep. Prachtig centrum, leuke terrassen op pleinen en een joekel van een kasteel. We denken vaak na over de klerikale middeleeuwse pracht en praal van de Italiaanse steden. In gedachten maken we vergelijkingen met steden in Nederland: Maastricht, Nijmegen. Leiden, 010, 020, Groningen, de Elf. De treinen zitten overvol met aan obesitas lijdende Amerikanen op weg naar Venezia. Lezen ze La Repubblica dan niet die meldt dat er vanwege de mogelijke aanwezigheid van Israël een 24-uurs staking is? Een artikel over een smartphone-vrije school in Ierland is net te doen.
9 MEI Ferrara wordt gedomineerd door een supergroot kasteel, Castello Estense, in het centrum. Ons lokt een expo van Gianfranco Goberti. Kasteel en kunst vallen niet tegen. ’s Middags zijn er op het zonovergoten plein vendelzwaaiers, trommelaars, en een middeleeuwse optocht. Morgen naar Padova.
ITALIË 1- 21 mei 2026 [I]
1 MEI we nemen een ongewone afslag. Niet de snelweg richting Assen in onze deel-Clio maar wandelend naar het hoofdstation. Ons treinreisdoel vandaag is München via Utrecht en Keulen. Bijna tien uren treinen. Onderweg dompelt de nieuwste van Elif Shafak me onder in een ongekende wereld. Via de mail krijg ik nog twee overlijdensberichten: oud-collega Jan V en neef Piet R zijn uit de tijd gekomen. Gemiddeld werden ze 83,5. Naast ons Amerikanen, patriotten. De aansluiting naar München, dat de Italianen Monaco noemen, redden we net. Het Münchener Hauptbahnhoff behoort tot de lelijkste die ik ken. ’s Avonds in de Altstadt zien we dat de 1-meidracht hier gelijk is aan die van de Oktoberfeste.
Drie weken de hort op, wat nemen we mee? Elk een koffer, ik een rugzakje erbij en vrouw I een tasje. Hoewel ik vaag droomde van licht reizen, valt dat tegen: mijn koffer is dik 9 kilo, mijn toilettas alleen al is 1,5. Met het oog op de vele geplande wandelingen krijgt mijn gevoelige knie die doet alsof hij 80-plus is, een halve meter bamboesteunkous die de verpakking uit China opgewekt Knee Brace noemt. Klinkt inderdaad beter. Heb nog geen hulp nodig om de brace aan te trekken. Morgen door Oostenrijk naar Bologna.
2 MEI het ontbijt is okee, uit een ooghoek zie ik champagne light, witte spumante. Ik weersta het. Zeven uren treinen door Oostenrijk. Weer een supersneltrein. Vrouw I doet aan Polar Steps. Andere benamingen voor Bologna: la Dotta, la Rossa, la Grassa, La Turrita (resp. de geleerde, rode, vette en getorende). Een prachtige stad. We zitten aan de Via dell’Indipendenza die naar het Piazza Maggiore loopt. Bomvol wandelende Bolognezen. Rijen voor ijsverkopers. Op het Piazza een Pro-Palestina-demonstratie. Verderop een goochelaar. Op een terras eten we tagliatelle met ragù alla bolognese. Niet verkeerd. We zien opvallend weinig fietsen.
In Memoriam JAN VENEKANT
Mijn oud-collega Jan Venekant is, 94 jaar oud, uit de tijd gekomen. Hoe kort ik ook met hem heb samengewerkt, ik herinner me hem heel goed. Jan was een fijne collega en een fijn mens. Hij kon goed overweg met leerlingen en als het een collega even tegenzat op het persoonlijke vlak, vond Jan troostende woorden. Ik zie hem nog het plein aan Smedingeslag opfietsen. Onze school, MAVO Allee, stond op het punt te fuseren met MAVO Baander. Jan leerde me kritisch op de directie te zijn zonder zware woorden te gebruiken.
Samen met vakgenoten Klabou en Bonkes zat hij in de westelijke vleugel. Een licht eigengereid ploegje, met een eigen deur naar buiten. Jan was naast docent leerlingbegeleider en voerde gesprekken met leerlingen waar nu een psycholoog, of coach voor wordt ingezet. Klabou en Jan hadden meer gemeen: ze konden dansen als de beste en waren verwoede koorzangers.
De fusie met de Baander, leidend tot De Dissel, bracht enige reuring, herbezinning op onderwijsdoelen, extra vergaderingen, maar ook kansen met zich mee. De sectie Nederlands werd uitgebreid met vaklui Schilder en Kraakman, en versterkt met vogels van diverse pluimage Bodaan, De Geest, Gerssen, Bron, Winter en Jan Venekant.
De harde kern van de vaksectie waren collega’s die lid waren van VON en vakblad Moer lazen als communisten De Waarheid of Heiligen der Laatste Dagen de bijbel. En dat resoneerde fijn in de sectievergaderingen. Als superjonge sectievoorzitter had ik een gouden tijd. Dat we op een goede dag poppenkastspelen introduceerden als vehikel voor spreekvaardigheid was een enkeling even ontgaan. Ook discussiëren werd een tentamenonderdeel. De directie was blij met inhoudelijke discussies en bemoeide zich niet met vakinhoudelijke zaken.
Met Hans Klabou was Jan de organisator van de grote avond in de Muzeval. Zang, gymnastische oefeningen, muziek, een zingende zaag, een clown die een vrouw met een echte cirkelzaag wilde doorzagen en personeelsleden met mierzoete liedjes die een valse kern bevatten. Kraakman en ik begeleidden een cabaretgroepje met leerlingen. De later bij SBS6 doorgebroken sportpresentator Leo Oldenburger sloot een cabaretje af met het woordje kut. Dat ging de organisatie net iets te ver en in een voorwoord werd zonder dramatisch te doen hiervan afstand genomen.
Het was de tijd van de V(ervroegde) U(it)Treding). Een aardig koppeltje collega’s maakte de baan vrij voor novieten en vertrok. Twintigster Kirkenier was Jans vervanger. Ik herinner me dat Klok namens de 56-jarige afscheidnemenden een speech hield. Later werd in de personeelskamer gefluisterd dat Jan triomfen vierde als tractorchauffeur op de boerderij van zijn zoon of dochter. Prachttijden.
JOURNAAL week 17 (2026)
ZONDAGMORGEN De 26 fietsers verdelen zich in twee groepen. Onze groep bestaat uit drie mannen van gemiddeld 73 en tien (veel jongere) vrouwen, schaatsers, skeeleraars en hardlopers. We doen 62 kms door noordwest-Groningen vanuit de nieuwe Spaaklocatie aan het Hoendiep. Als ik geen kopwerk doe houd ik het goed vol. Langs het Reitdiep, de herstelde Dokwerderderbrug over, Steentil, Tolhek, Den Ham en andere feeërieke gehuchten komen we aan in Zoutkamp voor twee minuten rust, een banaantje en een blik op de haven.
ZONDAGMIDDAG Klassieke poëzie ontmoet, op ‘versmeltende verbinding’ jagend, rap en hiphop. Zondagmiddag om 15.00 uur zit het museumcafé ramvol. Dasha, Riley, Just Ron, Hiphoppers en rappers, hebben, daartoe aangestoken door Anne Boorsma, teksten van J. P. Rawie gebruikt voor hun taalspecialisme: met een zeker ritme, vaart, en dynamiek teksten, woorden, flarden via een microfoon versterkt en met vlotte bewegingen ten gehore brengen. De haperende geluidsinstallatie en een om de paar seconden piepend en krakend openende automatische buitendeur verbeelden de situatie van het GM: gastvrij op zijn zuinigst. Het overwegend seniore publiek is onder de indruk van deze ultieme verbindingspoging, L noemt het schattig. Het bijna feestvarken, Rawie wordt morgen 75, zit in zijn beste pak aan een lange tafel met officials alles bereidwillig, onverstoord en soms glimmend als een opgewreven goudreinet, aan te horen. Hij is zodanig onder de indruk dat hij vergeet een dankwoordje aan de performers uit te spreken.
MAANDAG Gelato bestellen bij een gelateria, opscheppen over prestaties, uitleggen hoe de fiscus werkt, misdaad melden, inpakken voor een reis, pijnsymptomen beschrijven: willekeurige lesonderwerpen van DuoLingo. Niets vanuit grammaticale begrippen maar alles vanuit concrete omstandigheden. Ongemerkt leer ik iets over de futuro, de conditionalis en (veel) meer.
DINSDAG Italië komt dichterbij. Van 1 – 21 mei treinen we naar en door het noorden van wat ik Meloniland ben gaan noemen. Na Monaco (München) Bologna, Parma, Modena, Ravenna, Ferrara, Padova, Treviso, Conegliano, Vicenza en Verona. Mor vandoag eerst nog even bieproaten met K terwijl voor de RUG een ijsproject wordt uitgevoerd.
WOENSDAG Met T gewandeld rond Gieten. Ouwe verhalen opgerakeld, elkaar bijna altijd gelijk gegeven, de boerderij van boerin Agnes voorbijgelopen, de merites van openbaar onderwijs, info over de paus en de verderfelijke rol van oorlogsmisdaden uitvoerende en goedpratende Amerika en Israël uitgewisseld en bijna geconcludeerd dat als je religies maar achter de (voor)deur houdt veel wereldproblemen zouden oplossen. Dat mijn fiere, vlotte, zekere, gezwinde pas allengs wat aan stabiliteit inboet zal aan de genen liggen en baart me zorgen maar neem ik voor lief.
DONDERDAG Yessss, de gemeente kent onze buurtvereniging een bescheiden subsidie toe voor een wandelproject in/rond het A-Kwartier, startend vanaf de week van de biodiverse duurzaamheid eind mei. Kunst langs de singels, Geveltuinen, Noorderplantsoen, Stadspark en Metamorfosen, schilderijen van een particuliere Ovidius- en beeldendekunstliefhebber.
VRIJDAG De Ruach-tentoonstelling in de A-kerk is als een boek van Buwalda, je moet moeite doen om waardering voor het werk te voelen. Ik zie bijzonder werk van Arno Kramer, lees in een bijschrift met een extreem hoog flauwekulgehalte dat het ongrijpbare wordt verbeeld. Sja. Toch kijk ik geboeid naar het werk dat van onheilspellend zwart met een perspectivistische lenigheid die doorgaans enkel aan verzonnen goden en drankorgels is voorbehouden via zwarte raven naar compulsief-obsessief kinderlijk getekende kleurige rondingen gaat boven eenvoudig getrokken lijnenwerk.
VRIJDAGAVOND Kernenergie- en Waddendeskundige, milieuactivist, vleermuisexpert Klarissa Nienhuys begeleidt een vleermuisexcursie naar/door het Noorderplantsoen. We zien en horen enkele van de twaalf in Groningen voorkomende vleermuissoorten. Interessant. Bijzonder. Leerzaam.
Grootkoorconcert voor de Zonnebloem, Groningen 15 april 2026
In mijn zevende, achtste Grootkoorconcert, met een programma dat met slechts twaalf nummers aan de karige kant is spatten mijn gedachten alle kanten op als zeepsopdruppels op een besmeurde stoep. Deze aflevering, met minimale deelname van mannen, komt niet in mijn top-III. Ik heb volop gelegenheid en tijd om wat weg te dromen. Toch hebben we heerlijk gezongen, begeleid door pianist Andy Booth en panfluitiste Carina Petersen; ik moet mijn opvattingen over dit instrument resetten: wow wat een aan virtuositeit grenzende musicista! En wat een jurk!
Uit mijn jeugd ken ik flarden van de musical The Sound of Music. Het kinderlijk openhartige ‘do-re-mi’ is als een plakkende zool op een keukenvloer: bijna onverwijderbaar als het eenmaal in je hoofd zit. Ook ‘The hills are alive’ en ‘Climb ev’ry mountain’ zingen heerlijk weg. Dat we de alten (onder wie ik twee meiden van begin twintig ontwaar) en sopranen niet in dirndl-outfits hebben kunnen snoeren is misschien toch niet zo verkeerd geweest.
Dan twee nummers van A. L. Webber ‘Any dream will do’ en ‘Love changes everything’, beide nummers passen precies in mijn associatieve gedachtenwereld. Dromen, liefde, verlangen, passie, wat een contrast met wat ik zie: koude stenen muren, onbereikbare gewelfbogen, antieke kroonluchters, ongemakkelijke koorstoeltjes, vloerzerken met wie weet wat en wie in welke staat daaronder en minimale stadsgeluiden. Vanwege het ontbreken van organist Martin Mans, voor wie gek genoeg in orgelprovincie Groningen geen vervanger is gevonden, een extra pianosolo, in deze kerk bijna net zo weinig passend als zeepsopgedachten.
Het nummer ‘I’ll wish I had given him more’ doet me denken aan de film Pillion die we zondag in Forum zagen. Een onmogelijke liefde tussen een dominante en onderdanige man, beiden wensend de ander meer te kunnen geven. Hilarisch, pijnlijk, gevoelig, expliciet, hartstochtelijk, op het cartooneske af. Vooral de passage waarbij de wat ielere subs met ontblote billen op een ontbijttafel smachtend wachtend klaarliggen voor penetratie door de vervaarlijk getatoeëerde, met kettingen behangen doms, allen met grote motorlaarzen, sommigen met snorren als schoorsteenvegers, eentje met een vervaarlijke piercing in zijn immense eikel, tijdens een groepsuitje in de prille natuur, werkt vervreemdend hier in de Martinikerk.
Om me heen zie ik lieve vrolijke onschuldige mensen, grijze mannen en veelal op mijn tantes, oud-collega’s en buurvrouwen lijkende vrouwen. Ik vraag me af wie de film Pillion ook heeft gezien en nu, al lekker uithalend, de stembanden en middenrif beurtelings spannend en vierend, mijn gedachten over een film met homoseksuele SM-mannen deelt. De gedachten lezen van koorgenoten is en blijft een taaie klus.
In de pauze vergapen we ons aan de imposante perfect geschilderde levensgrote bijbelse taferelen van Egbert Modderman langs Martini’s gangpaden. De argeloze kijker fantaseert over wat we nu in Israël dagelijks voorbij zien komen: onderdrukte, geketende, vermoorde Palestijnen in mensonterende toestanden. De kunst en het nummer ‘Peace like a river’ katapulteren me naar het Midden-Oosten waar, ondanks het overal maar niet in Israël geldende oorlogsrecht, de gruwelijkste oorlogsmisdaden plaatsvinden jegens Palestijnen.
Alles trekt terug, een voorjaarsdag
08.30 Na vijf kwartieren DuoLingo Italiaans, op de 69e dag ook met leesopdrachtjes, stap ik naar buiten. In een uitbundige voorjaarszon. Mijn handen vol met afval voor de ondergrondse container en een nog lege boodschappentas groet ik A. Ze laat zich op een krukje voor d’r atelier koesteren door de zon. In de geveltuin van T doet de Wisteria haar best weer de meest gefotografeerde klimmer van Stad te worden. Ik denk nog wat na over het nieuws dat mijn leeftijdscategorie de meeste verkeersdoden oplevert.
08.35 Naast de vuilcontainer ligt een buikige afzenderloze dunne plastic zak die ik ook dump. Wat een lekkere dag ligt voor me. In de statistieken heet ik ‘een fietsende oude man’. Met de groenteman neem ik de nieuwe Schjif van Vijf door. Minder vlees en meer peulvruchten. Bij Stadsakker koop ik vijf pootaardappelen, Valencia’s.
11.00 Naar L voor de mondhygiënecheck. Tandarts J vult een gat in de markt: Dental Academy. Hij herstelt een gaatje in een kroon. Het minieme vier jaar oude vullinkje verbergt een opening naar een schroefje in het implantaat, zo kan hij er altijd bij. ‘k Vraag me af of dit onder de garantie valt.
14.00 Met C een terrasje in Stad, voorafgaand aan een Gronings uurtje in het SpraakLab van de RUG: Koffie & Keuvel, waar twee promovenda’s klaar zitten om met ons in de één na mooiste regiotaal te praten. Ik glimlach om de immense, schier oneindige, faciliteiten op de uni voor promotiegasten. Waar zijn de andere deelnemers van de cursussen Gronings die we afrondden? De in bescheidenheid en inertie verzuipende instituten die de Groningse lessen aanbieden doen niets om de leergierige cursisten voor te lichten over streektaalgerelateeerde events. Tuurlijk zijn die er: in het A-Theater Gronings toneel of muziek, in Hoogezand de dag van het Gronings, Meertmoand Toalmoand. Dat doen ze in Friesland anders, weet ik. Ik ga ze helpen en voeg om
17.00 de daad bij het woord en pak mijn oude e-mailbestanden erbij en zend een uitnodiging naar de lesgroepen uit 2025 en 2023. Het spijt me te horen dat er inmiddels een cursuslid uit de tijd is gekomen. Verrek, denk ik, toch geen fietsongeluk? Ook reageert mijn lesbuurmeisje K, een vrouw die ik in een splitsecond voor mijn ogen tover, niet voor niks zat ze in mijn TopTwee.
17.45 Ik ken inmiddels enkele mensen met NAH (niet aangeboren hersenletsel) en ik vraag me af of ik op mijn Gazelle een helm moet gaan dragen.
18.00 Teruglopend van de brievenbus waar ik een kaart naar een achterneef post, zie ik H, een Ludemafilmgroepslid en tevens groenwerker in de Biotoop te Haren. Met H kan ik altijd lekker lachen. We bulderen wat af. Hij schenkt me dahliaknollen en Hop-scheuten. De hopstekken komen van een groep kunstenaars uit Westerhavenstraat die er een prachtig kunstproject aan koppelen. Als ik vertel H over mijn mondhygiënecheck, zegt hij invoelend: ‘Ach ja, alles trekt terug,’ en vergeet ‘m voor Pillion uit te nodigen.
‘de barones’ van de Kia-picanto
Naar onze deelauto lopend zie ik een mevrouw met een aangelijnde hazewindhond. Fijne tante. Doorsnede Agnes Kant en Carola Schouten. Watergolven met een nauwelijks zichtbare paarse gloed op haar hoofdhuid, oorringen, rinkelend nepgoud onder de halfopen jas, guitige oogopslag, aangezette wimpers en gelnagels, ‘rosso pomodoro’, my favourite. ‘Lijkt veel op Siebelinks, god hebbe zijn ziel, hond Tikker,’ etaleer ik, naar haar hond wijzend, mijn literaire kennis in de aanloop naar een gesprek. ‘Ha, I know,’ antwoordt ze vlot, ‘hond dood, vrouw dood, misschien dat hij zich nog aan bijbelse sprookjes kan vastklampen, maar wat een schrijver!’ Met een geroutineerde handbeweging sluit ze op afstand haar KIA-picanto.
Ze woont sinds kort in Stad en is dolgelukkig met de groene strook aan Praedinius, vertelt ze. Als de hazewind zijn rug kromt en zich schrap zet om een drol te draaien, pakt zij, die ik in gedachten al ‘de barones’ noem, zo’n transparant bezinetankershandschoentje uit d’r tas en maakt aanstalten om de, laat ik het woord dampende achterwege laten, verse drol op te rapen. Met een routine die me blij maakt schudt ze het handschoentje, automatisch binnenstebuiten kerend, af, zodat ze de geplastificeerde drol opvangt in haar handpalm. Ze glimlacht warm.
We lopen rustig pratend verder. Net als ik haar wil uitnodigen voor een kop thee in Luhu, zegt ze: ‘Wacht vent, even dumpen,’ en wijst naar de vuilnisbak aan de straatoverzijde. ‘Ja,’ gaat ze door, ‘ik zie je kijken, niks aan de hand hoor, straks even de handen wassen en klaar.’
In de hoek van de serre gezeten, onder het enorme tableau van mos dat me aan mijn Fleischmanntreinopstelling uit mijn jeugd doet denken, praten we in Luhu verder.
We keuvelen over literatuur, honden en smerige kwarweitjes. Bij dat laatste onderwerp kijkt ze me uitdagend aan alsof ze wil zeggen: en nu jij. Ik denk terug aan de tijd dat we in het Drentse dorpje S. woonden. Het grote grasveld werd geteisterd door mollen. Van buurmannen Bertus en Jo had ik mollenklemmen geleend, maar vergat ze te checken. Ik pakte de onzicht- en onruikbaar tot milde ontbinding overgegane mol op en wilde ‘m weggooien. Het staartje knapte en de mol verdween in mijn Welkoop-laars. Geschrokken stapte ik naar voren en plette kleine Momfer tussen de stugge harde laarsschacht en mijn scheenbeen. Ik voel het nog.








