Grootkoor kerstconcerten: Assen, Drachten. Groningen en Amsterdam (december 2025)

Als amateur zingen in de beste en grootste zalen van het land, is een heerlijke ervaring voor iemand die op de middelbare school als enige in zijn klas een onvoldoende voor muziek scoorde. Die kans biedt Grootkoor¹ Groningen mij. En daar staan we weer in de ramvolle Martinikerk, zeven maanden na het bevrijdingsconcert.

We zingen ruim twintig kerstnummers, bijna alle bewerkt door dirigent-powervrouw Etty van der Mey. Vol bewondering kijk ik naar haar. Moeiteloos zingt ze elke partij voor, geeft ze pianist Andy Booth, solist Donij van Doorn en organist Martin Mans aanwijzingen. ‘Volg mijn mond,’ stuurt ze ons, want niet iedereen kan noten lezen en inzetten kunnen verrassen als graten in lekkerbekjes. Als een close-reader volg ik de tekst en de muziekbalkjes in mijn koorboek en haar gestifte lippen. In oktober studeer ik elke dag zodat ik de teksten en de muziek uit het hoofd ken. Maar bij de generale en bij het concert laat ik me toch nog af en toe in de luren leggen door de kolonne van 75 alten of sopranen naast mij of door de vuurrode enkellaarsjes van een vrouwelijke tenor naast mij.

In Groningen oefenen we als een gek. Naast de vier reguliere repetities lassen we met vier tenoren rustig een extra repetitie in, want we willen niet afgaan en wel minder studieuze zangers meenemen. Dan is het ook niet gek als we worden uitgenodigd om Drenthe en Friesland aan te vullen en te versterken. Wat is er mooier dan gevraagd worden?

ASSEN, de Nieuwe Kolk. Als de gordijnen opengaan zien we enkele open rijen in de zaal, reden voor een extra inspanning. Pianist Andy Booth, sopraan Donij van Doorn, dirigent Etty van der Mei en het koor doen hun best. Erna en ik fotograferen elkaar met de solisten.

DRACHTEN, de Lawei. Mans bespeelt het theaterorgel als Jetten de publieke opinie: gevat, vlot, snel, hard waar hard en zacht waar zacht wordt vereist. We verbeelden ons dat het Friese publiek enthousiaster is dan het Drentse gisteren. Het mannenblokje staat stevig als een huis. Wow, denk ik, het zou wat zijn als de koorleden iets van Donijs kleurenpracht, vrolijk- en beweeglijkheid zouden overnemen, nu detoneren we als Russische plattelanders uit de tijd van Gorbatsjov die een prinses ontvangen.

GRONINGEN Misschien het beste Grootkoorkerstconcert sinds ik mee ben gaan doen in 2019? Ramvolle kerk. Na een scherpe repetitie, met aanwijzingen die op de rand waren, een grandioze solist, Donij van Doorn met een glamoureuze jurk en een gouden stem en een 200-koppig koor dat staat te popelen als boeren die een selfie met  Femke Wiersma verlangen. Het orgel wijst de piano zijn plaats, Mans improviseert er op los en pianist Booth mist geen noot. Als ik onze sopraan Donij hoor blijf ik me afvragen of geluidsversterking voor deze solist niet een belediging is voor de akoestiek van Martini. De echo’s van dirigent Etty (die, jammer, jammer, in de klassieke val loopt van een goed bedoelende leraar die de hoofdrol voor zichzelf opeist in het leerlingentoneelstuk in plaats van vier pupillen de kans te geven te shinen) vanaf de kraak achter in de kerk bij ‘Echo Carrol: geen versterking nodig’. De tenoren excelleren deze keer: fier, welluidend, strak in het pak, robuust, zelfbewust, goed geknipt, vaak leidend en spatzuiver. Wat een heerlijke zangpartij. En dan moet de afterparty met camparibar bij Werkman nog beginnen. O my god!

AMSTERDAM Onderzoeken tonen aan dat samen zingen gelukkig maakt. Zou zo maar kunnen. Het publiek in 020 bestaat uit cliënten van zorginstellingen en hun begeleiders. Dirigent Nan gaat met een microfoon de zaal in en vraagt bezoekers mee te zingen met een Jordanese kraker. Het gaat er ontspannen aan toe. Het publiek en de sponsoren genieten. Een kleine twee uur lang een opperste vorm van plezier en energie, h e e r l i j k.

(¹ Grootkoor Nederlands is een bedrijf met vestigingen in het hele land. Twee eigenaren/dirigenten jakkeren het land door om repetities te leiden. In elke provincie wordt amateurzangers de gelegenheid geboden zich te preppen voor een goed bezocht (kerst)concert. En ja, de koren zijn ook groot, Grootkoor Groningen telt tegen de 200 zangers. En ja, de deelnemers zijn niet de jongsten. En ja, de sleetse teksten schuren als een gek voor weldenkende agnosten en atheïsten. En sja, of de curieuze wijze van alles handje contantje afrekenen, nog in deze tijd past, vraagt natuurlijk iedereen zich af.)

JOURNAAL week 50 (2025)

ZONDAG Het boek ‘Groen Erfgoed in de stad’ biedt historische en hedendaagse schetsen van stadstuinen en stadsparken, daktuinen, binnentuinen, schooltuinen, volkstuinen, wandelparken, kerkhoven; kortom, allemaal groen erfgoed. Als je accepteert dat oude bomen ‘ecologische monumenten’ zijn ga je anders aankijken tegen bomenkap in de stad. In alle grote steden zijn landschapsarchitecten (geweest) die zich hebben ingespannen voor vergroenen van de steden. Ook Groningen komt aan bod met Tuinwijck, het Stadspark en het plantsoen. Tuinen versterken de biodiversiteit en dragen bij aan verduurzaming. Sociale bijvangst: tuinen versterken menselijke verbindingen, stimuleren ontmoetingen en zijn een wapen tegen vereenzaming. En gemeenschappelijke tuinen, waarbij delen het toverwoord is, versterken het gevoel dat solidariteit en gemeenschapszin boven individualistisch solisme gaan.

MAANDAG Hofjes en gemeenschappelijke binnen(stads)tuinen hebben mijn belangstelling. Het huizencomplex(je) waar wij wonen telt zes huizen aan Reitemakersrijge en zeven aan Schuitemakersstraat met ertussenin een gemeenschappelijke tuin die aan weerszijden met een hek wordt afgesloten. Dat hek veroorzaakt het effect van een gated community. Dat zou anders moeten kunnen.

DINSDAG Annuska ’t Hart maakt (o.a.) schilderijen en bronzen beelden van Friese paarden. Na onze ervaring in Sleen met Friezin Foekje (en dochter Neeltsje) zitten deze dieren nog in mijn hoofd en hart. Ik interview haar voor de A-Kwartier-website en kom erachter dat zij veelzijdiger is dan gedacht.

WOENSDAG ‘Groningen Bevalt’ presenteert interviews met ruim dertig geboren Groningers. Mollema, Lubach, Helmantel, Knot, Dijksma en meer. Rare titel maar leuk om te lezen. Altijd gedacht dat Lubach domineeszoon is, maar dat was De Jonge. Beiden hebben wel Friese linkjes, dat dan weer wel.

DONDERDAG In ‘Groningen architectuur Stad’, de 100 beste gebouwen staat (bijgewerkt t/m 2025) ook een hoofdstukje openbaar groen en parken. De kaarten aan de binnenzijde voor- en achterflap maken het boek ook een ideale wandelgids. Een en al stijliconen, van Rokade tot Helperbad, van Wall House tot Euroborg, van Rode en Blauwe Dorp tot Pythagorascomplex. En dan staat het clubgebouw van RV De Hunze, Glaudé en het voormalige Badhuis er nog niet eens in.

VRIJDAG Interessante ontwikkeling: na onze verhuizing naar Groningen ben ik meer met vergroening bezig dan in onze Sleense en Emmense periode. Het zal de binnenstad zijn. Geen open haard en verre (vlieg)reizen meer, een deelauto i.p.v. een privékarretje, een O.V.-jaarkaart en meer fietsen, consuminderen, meedenken, – praten en – werken aan binnenstadsvergroening, een gemeenschappelijke i.p.v. een privétuin. Bijvangst: oprichting van een bescheiden goededoelenfonds en licht-activisme tegen omgekeerdevlaggenterreur en voor lhbtq-zebrapaden. Deze jas past me wel.

Op noar n nij joar mit golden raand

 

 

 

 

 

 

woar Stad groot in is, twijde pervinziestad in wereldranking:

https://www.numbeo.com/quality-of-life/rankings.jsp

 mit n stainpoest as n lochtbelon, riepe kaars op joardagskoart van

Mirjam aan muike Roelien mit bosschup: ‘hol vol roeskevoeske,’

spèlknòp van spookdrone moakt deur goenent oet VMBO-vaaier of

Havo-vief, gain ledderge oddes mor douners, jongs en lutje

poedies dij Eelde schatternd platleggen, of eksotiese ufoëske

 boeteneerdse hovverkraft dij wotter tankt bie straand in Stad,

opbloazen blazzeg edelstain op traauwkedo van Jozef aan moagd

Merij dij nait op lutje potje rekend haar. Stad, wees wies mit dizze

Landmark, rood, verrazzend, nuigend, hip & hait, vol, schier!

(Waar Groningen groot in is, tweede provinciestad in wereldranking; met een steenpuist als een luchtballon, een rijpe kers op de verjaardagskaart van Mirjam aan tante Roelien met de boodschap: ‘Houd vol wilde meid,’ speldenknop van een spookdrone, gemaakt door sommige VMBO-4- of Havo-vijvers, geen hangerige domoren maar doeners, jongens en jonge meiden die Eelde schaterend platleggen, of exotische, ufoëske buitenaardse hovercraft die water tankt bij het stadsstrand, opgeblazen bolle edelsteen op het huwelijkscadeau van Jozef aan de maagd Maria die niet op een klein kind had gerekend. Groningen wees blij met dit landmark, rood, verrassend, uitnodigend, hip en heet, vol, mooi!)

SKINVISION XIII

(In delen I t/m XII beschrijf ik mijn reis langs witte jassen na het diagnosticeren en wegsnijden van kwaadaardige huidkankertjes, eerst, in juli, op mijn rechterknie (samen met een lymfeklier in mijn lies) en daarna één op de linker enkel. Na de eerste enkeloperatie op veertien oktober analyseert de patholoog dat er ietsiepietsie meer moet worden weggesneden. Vandaag 25/11/25 dus. In de afgelopen zes weken wordt me duidelijk dat de tijd van vlot herstellende snijwonden voorbij is. Ouderdom? Vieze sokken? Ziekenhuisbacterie? Er treedt een bacteriële infectie op en de laatste week correspondeer ik dagelijks met plastische chirurgie waarbij de door mijn ingestuurde foto’s worden beoordeeld. Een tubetje antibioticazalf helpt.

In een behandelkamer legt Foumani een en ander uit, twee assistenten doen waar ze goed in zijn en één komt gezellig naast me zitten. Langs de randen moet nog wat meer weggesneden worden. Meekijken hoeft niet. Minuut of 20 en klaar. Een kleine ingreep noemt-ie het, ik ook. Een week rieleksen, been omhoog, niet belasten en op twee december na een week eerste controle.

Als geduld een spier is, dan is deze spier behoorlijk gegroeid. Moeiteloos pas ik me aan de verander(en)de situatie aan. De laatste zes weken krimpt mijn fietsschema ca 80%, mijn Netflixaddictie explodeert, gewicht neemt met 5% toe en mijn vermogen lastige situaties klakkeloos te aanvaarden met 95%.

Na drie dagen lees ik in het patiëntendossier: ‘geen resttumor aangetroffen’; na ‘gefeliciteerd, een zoon’, ‘’k ook van jou’, ‘mijn nederige excuses’, ‘NRC, schaam je!’, ‘zie je later’, ‘drankje, lekker ding?’, ‘komt vast goed’, en ‘je bent geslaagd’ mooiste driewoordzin. Lekker gevoel.

De zon schijnt. Jetten, Bontenbal, wolf Bram en een blik koude Veltins flikken hun verwachte kunstjes, de telefoonoplader werkt ook op de bank, van buurman Cees krijg ik wat Groningse poëzie van Jan Glas, we eten Roti van de Javaan en by mail ontvang ik de muziekbestanden voor projectkoor Lûd, dat eind mei 2026 in Leeuwarden concerteert, ik verheug me op de nieuwe kansen. Alle tijd voor het observeren van een zgn. kwaliteitskrant die Telegraaftrekjes krijgt, de eindejaarskaart, even de verzendlijst wat opschonen, twee door mij aanbeden gemeentelijke bestuurders erin frommelen en een noviteit, een QR-code op de kerstkaart. En Op den Beecks ‘Kom hier dat ik u kus’ prachtige familieroman lezen, met heerlijke vileine onderhuidse valsigheden, passieve agressie, geheimen, schuld, eenzaamheid in het kwadraat.

Na ‘verplicht je personeel een cursus Gronings te volgen’ nog een adviesje voor ziekenhuis Martini: stop met de patiënten voor elke wissewasjecontrole naar het ziekenhuis te laten komen, stuur aan op foon-, foto- en videocalls. Kan de nu soms overvolle parking met de helft worden gekrompen.

 

 

 

JOURNAAL week 47 (2025)

MAANDAG De verkeerssituatie in Stad interesseert me. Zo langzamerhand neemt de autodruk af. Stonden vroeger de Vismarkt, de Singelmiddenbermen, Grote Markt vol met fossielebrandstofslurpers, de laatste decennia neemt het af. Voor de wijkwebsite interview ik Max van den Berg. Ik wil weten hoe hij de verkeerssituatie in Stad beoordeelt. Vooraf stuur ik hem mijn onderzoekje (2023). Ik beschouw Van den Berg tot de groep macrodenkers in GL/PvdA: Timmermans, en Samsom horen ook in dit rijtje.

DINSDAG Het vermakelijke boek ZEVENTIG lezend over de laatste levensfase (ik weet nu echt alles van oudjes die niet fanatieke wielrenners zijn) maakt dat ik gefocust ben op vijfenzestigplusaftakelingsnieuws, fysiek (1.000.000 soortgenoten vallen van wie de helft iets breekt, bijvoorbeeld) en mentaal:

WOENSDAG Ik ken een familiebubbel waarin twee leden (academisch opgeleiden ook nog) ten prooi vallen aan pinpasfraude en phishing. Heel naar natuurlijk, maar ik, liefhebber van ambachtelijkheid, kan toch een glimlach niet onderdrukken. Ik zie een HAVO-vijver die van ING Inge maakt, van studentaanhuis studentenaanhuis en zijn val openzet. Daarnaast: bejaarden blijven maar vergeten naar RADAR en KASSA te kijken en blijven het maar gewoon vinden dat de bank hen opbelt terwijl Hertsenberg en Kortzorg keer op keer uitleggen dat dat niet gebeurt. Mijn oplossing: inkomensafhankelijk compenseren

DONDERDAG Ik denk aan examenfraudeurs bij Deloite, PwC, EY en KPMG en zie fatsoensrakker Roger van Boxtel met spiekbriefjes in de weer als-ie bedrijven en vermogende particulieren immorele fiscale trucs aansmeert met schimmige BV’s en taks-evading-routes. Ik stel de vraag wat immoreler is: bij examens frauderen of bejaarden oplichten.

VRIJDAG Medisch Contact ziet grote voordelen voor gordelroosvaccinaties voor 65-plussers met een verminderde afweer en voldoende banksaldo. Bijvangst: (ietsjes, 20%) minder dementie bij vrouwen. Ik twijfel of ik mee wil doen. Ik vind niet dat ik tot de doelgroep wil behoren: senioren met suboptimale conditie. En of ik wil horen tot de groep die impliciet meewerkt aan het faciliteren van niet voor iedereen toegankelijke zorg. Een gewetensvraag, ja. Het betreft nl. niet een (gratis, want door zorgverzekering gedekte) landelijk vaccinatieprogramma maar een prik op eigen kosten (ca. € 450,-). Wil ik wel meedoen aan instandhouding van de ongelijke toegankelijkheid van de zorg? Om mijn beslissing uit te stellen vraag ik wat rond bij onze al wat oudere huisarts, een jongere huisarts, een ex-tropenarts, een huisartsenopleider, een dermatoloog, een zorgethicus in opleiding, een neuroloog in opleiding en een communicatiewetenschapper met kennis van microbiologie. Op twee na hoor ik volmondige ja’s.

ZATERDAG Viavia lees ik een wetenschappelijke publicatie in de dop over drugstransporten via Rotterdam. Ik weet nu alles over uithalers, malafide expediteurs en wat R’dam ertegen doet en begrijp dat 010 verdwijnt uit de onderste regionen.

Presentatie boek ‘Vier handen, één brein’, Bach-cantates door Euwe en Sybolt de Jong

In de Martinikerk wordt vandaag (zondag 16/11/25) het boek ‘Vier handen, één brein’ gepresenteerd en de (tiende en) laatste cd met arrangementen van Bach-cantates, vierhandig gespeeld door Sybolt en Euwe de Jong. Twintig jaar zijn de mannen bezig geweest met wat een levenswerk mag heten. De tien cd’s zijn alom in de (inter)nationale pers bejubeld en geprezen. Het boek beschrijft de ontstaansroute van de prachtige collectie. Het is druk in de kerk, wij zijn aan de late kant, maar het bescheiden publiek laat de voorste rij vrij; nou, wij niet. De mannen bespelen het grote kerkorgel en twee kofferorgeltjes.

Mijn bijdrage aan het kloeke boek bestaat uit twee Klaastaalartikelen over de organistenbroers. Vier keer schreef ik over de mannenbroeders, stukken die verschenen op www.klaastaal.nl. Ik beschreef concerten in Groningen (2018), nog een keer in Groningen (2019), Winschoten (2022), en Hardenberg (2019). Ik moet wat lachen als ik besef in een boek te staan naast Maarten ’t Hart en bisschop Simonis, die de katholieke kerkfabriek draaiend hield.

Veel publiek luistert vanmiddag naar de prachtige muziek en vier heerlijke zangers, met Lauren Armishaw als hoogvlieger. En het kloeke boek is prachtig geworden, mèt QR-codes die naar de muziek leiden.

Van elke cd wordt vanmiddag een fragment gespeeld, mijn top-III: ‘Vergnügte Ruh, beliebte Seelenrust’, ‘Geist und Seele wird verwirret’ en ‘Vom Himmel hoch da komm ich her’ met samenzang. Lekker uit volle borst meezingend denk ik aan 17 december als we hier zelf staan met het Grootkoor. Elke keer als ik naar Bach luister vraag ik me af wat me zo aantrekt. De religieuze context (zeker) niet. Hoe goed de jeugdige presentator Sander Zwiep ook zijn best doet de muziek in een religieuze berm in te bedden, met Bach als vervlechter van de heilige geest, mij betovert enkel de muziek, de klank, de toon, de warmte, maar zeker ook de herkenbaarheid uit de tijd dat ik ook badderde in een door mijn ouders als juist gedachte EO-saus. Als Zwiep trots & vrolijk refereert aan Luther, denk ik: was wel een rabiate antisemiet hè. Noemt hij Israël dan denk ik (als nazaat van Salomon Levy): vuige genocideplegers en agressie verheerlijkende landjepikkende kolonisten die dagelijks de krant halen als ze Palestijnen verdrijven. Maar kom, laten we de werkelijkheid even rusten.

Luisterend naar Bach zwijmel ik weg van de hedendaagse realiteit en laat me onderdompelen in de prachtmuziek. Sybolt en Euwe bedankt!

JOURNAAL WEEK 46 (2025)

ZONDAG Rooie Rinus & Pe Daalemmer in Winschoten. Twee bijna zeventigers, rockende gitaristen, verwijzingen naar muziekbronnen The Beatles, Abba, Everly Brothers, The Kinks, prachtige uitsluitend Groningse liedteksten, een uitgelaten volle zaal die het hele nummer Boukelien meebrult of massaal het framenummer van een gejatte fiets. 2,5 uur lang, eersteklas vermaak in Sodom. Bij cabaret hoort een kritische noot en verdomd, die komt ook bij Pe en Rinus: na het nummer over schrale vluchtelingenhulp sneert Rinus ‘Mörn in Winschoter Kraant: Pe en Rinus radikaliseert!’ Waarom Winschoten Sodom heet vertelt een kleine plaquette aan het stationsgebouw: 500 Joodse Winschoters werden in W.O.II afgevoerd naar Westerbork. 494 werden in Duitse concentratiekampen gedood.

MAANDAG Maastricht is de grote roomse pendant van protestants Deventer: veel historische gebouwen, daterend tot de middeleeuwen, smalle binnenstadsstraatjes en een bekende rivier. De oude binnenstad met twee beroemde pleinen (het Vrijthof en Onze Lieve Vrouwe-plein) telt talloze terrassen, bijna zonder uitzondering van klimaatonvriendelijke heaters voorzien. Ook de steeds luidere roep om rookvrije terrassen gaat aan Maastricht voorbij.

DINSDAG Ik vraag de ober een in de hotelontbijtruimte getoonde fles Moët & Chandon te ontkurken. Hij doet t met een smile. Ook Maastricht. Lekker. Maastricht zit verder overvol met gebruinde koppen en miniatuurhondjes die in binnenzakken of onder de revers lijken te zitten gekleefd: hun schrale vochtige hondenpikkies en konten met verstopte anaalklieren onder de pochet. Op het Vrijthof en de Grote Markt schijnt de zon en heerst om 11.11 uur op 11 november een serene rust.

WOENSDAG Het Bonnefantenmuseum (van architect Aldo Rossi) is sterker in conceptkunst dan in al dan niet figuratief schilderwerk. Toch hebben we het er met ‘Four times two: half a century of art from the collection’ erg naar de zin. We verbazen ons even erg over de hoge gemetselde muren en het vreemde torentje als over de getoonde kunst. Er is superveel studioruimte voor workshops en instructie; alleen ontbreken deelnemende leerlingen.

DONDERDAG De Kast en het NNO: symfonisch en poppy, een kasteel van geluid in een met 1600 personen uitverkochte Oosterpoort. Zanger, bandleider en ver familielid Syb van der Ploeg leidt de zaal naar waar hij wil: zwaaien, roepen en vooral keihard meezingen. De teksten leggen het af tegen de muziek: een gewaagde en goed uitgepakte combi met het NNO en wow, wat een stem. En wat een prachtige mix van Fries en Nederlands; Syb kan niet laten de voor de helft met Friezen gevulde zaal in te wrijven dat Groningen 500 jaar geleden gewoon Fries was.

VRIJDAG Museum aan de A presenteert zich in het Groninger Museum met ‘Wie schrijft geschiedenis?’ Eye-catcher is een robotarm die op glas schrijft. Bezoekers mogen, door commentaren te schrijven onder vragen bij getoonde museumstukken, meepraten over de toekomstige museuminhoud. In de inleidingen komen al existentiële vragen als ‘wat en voor wie is een museum’ aan de orde.

ZATERDAG Rik Zaal schreef een voor (bijna) zeventigers onmisbaar boek: ‘Zeventig, notities over het ouder worden’. Natuurlijk zullen zeven talen leren, wielrennen, padellen, walking football, schaken, golfen, zingen, puzzelen en valpreventielessen niet veel kwaad kunnen, maar Zaal zweert bij iets anders voor ieder die 70 is of dat van plan is te worden. Hij propageert: maak vaak korte reisjes die je ervaringenbuidel voeden, ben je gelijk af van oudewijvenpraat als ‘wat vliegt de tijd’. Wissel daarbij zoveel mogelijk van hotels en restaurants. Extra levensverlengend: houd de belevenissen bij. En, wellicht een gevoelig en gewaagd adviesje voor monogamisten: wissel regelmatig van partner: levensverlengend!

JOURNAAL week 44 (2025)

ZONDAG Galerie Peter ter Braak presenteert twee beeldend kunstenaars: meubel- en lampenmaker Hans Endendijk en schilder Joyce Eijkhout. Endendijks truc: zonder lijm of schroeven maakt hij zitmeubelen met prachtige ronde vormen. Zijn techniek: er worden stalen kabels gespannen door gaten in houten balkjes die afgeschuinde zijkanten hebben. Door de kabels strak te spannen ontstaan de vormen. Bij Eijkhout valt het tweelingthema op. Koele, stoïcijnse koppen: vervreemdend en surrealistisch.

MAANDAG In de film ‘All that’s left of you’ wordt hartverscheurend pijnlijk duidelijk waar het misging en -gaat in het conflict tussen Palestijnen en Israëliërs. Vier generaties wordt een Palestijnse familie gevolgd, van misselijkmakende brute vernederende landonteigening tot het doodschieten van een Palestijnse jongen, gevolgd door het morele dilemma van al dan niet organen ter beschikking stellen met als kans dat die terechtkomen in het lijf van een Israëlische soldaat die weer moordend de straat op gaat.

DINSDAG Bijna 400 pagina’s schrijven over reizen en dan als titel ‘Reizen is onzin’: typisch de ironie van Frank Heinen. Een prachtig boek over fietsreizen in Europa (inclusief medelijden met autoreizigers en staartbotjepijn) en een (vlieg)reis naar China, waarbij de reis belangrijker is dan de bestemming

WOENSDAG Ineens gonst het in je bubbel over vaccineren tegen gordelroos. Na verhalen over apneu, de onzin van supplementen, voordelen van deelauto’s en het effect van de deelauto op het woningnoodprobleem, gewenste racefietsbandenspanning, toiletpapier van The Good Roll, verhuizen naar de bible belt, seniorisme bij de NPO, valpreventielessen voor zestigers en zeventigers: ja of nee? en bullshitbanen onder hoogleraren, gonst het nu van de verhalen over inenten tegen gordelroos. Jopie, onze witte jas (in een voormalige woonplaats, Sleen hadden we een huisarts die Joop heette en sindsdien heeft elke witte jas de koos- of knuffelnaam Jopie) meldt desgevraagd dat er zelfs onderzoeken zijn die aantonen dat deze injecties ook dementie tegengaan. Interessante bijvangst.

DONDERDAG Het is zeven november en de eerste kerstkaart ligt op de mat. Een papaverzaaddoos, symbool voor nieuwe planten en tegelijk de oerbron van morfine, sommige jaren vragen om een pijnstillende verdoving, wordt 26 een rampjaar?

‘Dust my broom’ & Bert Lawant

Stel je voor: als je een jaar of 30 geleden je intensief interesseert voor een onderwerp, schrijf je er boekjes over. Nou ja, niet iedereen natuurlijk, maar Bert Lawant wel. Leraar, talenmens, popmuziek- en boekenliefhebber, vader, voetballer, echtgenoot. Na eerst de blues afgewezen te hebben raakt hij na gesprekken met blues- en jazzliefhebber Ruud Vreeman in de jaren zestig in de ban van deze muziek. In de jaren negentig brengen de muziekjes van de Sterreclames hem op het spoor. Hij raakt betoverd door het nummer ‘Dust my broom’ (Amerikaanse slang voor ‘wegwezen!’, ‘er vandoor gaan’, (vergelijk: de Nederlandse uitdrukking ‘de plaat poetsen’) in de originele versie: ‘I believe I’ll dust my broom’) van Elmore James. Lawants interesse wordt een soort archeologisch onderzoek naar muziek met misschien eeuwigheidswaarde. 

Bert Lawant (1949 – 2003) werkt in de bibliotheek, studeert vervolgens Nederlands en wordt leraar Nederlands en maatschappijleer. Hoe gaat dat, hij ontmoet Ruud Vreeman op een feestje en ze raken in gesprek over muziek. Bluesman Vreeman spreekt gloedvol over Muddy Waters, John Lee Hooker, Elmore James; Lawant, liefhebber van Fleetwood Mac, Neil Young, The Beatles is meer van de popmuziek. Maar dat verandert allengs, hij gaat (cassette)bandjes fixen met bluesmuziek en verdiept zich o.a. in Amerikaanse zwarte en Engelse, Friese en Drentse witte blues. Het worden maar liefst 178 versies van hetzelfde nummer.

Klassiekemuziekliefhebbers kennen Bach-vorsers die boekenkasten vol schrijven met feiten en weetjes over Bach, o.a. over zijn invloed op de popmuziek¹. Nieuw voor mij: mensen die jaren besteden aan onderzoek naar een enkel bluesnummer. Zo’n mens is Lawant. De Deen Dyrsting en Henk Maaskant uit Bergen op Zoom delen Lawants compulsief-obsessieve belangstelling en ontsluiten via www.dustmybroom.nl (met 2.200 versies) de specifieke wereld van deze blues variant. 

Lawants queeste resulteert in vijf boekjes en een reisverslag, alle in kleine oplaag en opvallend genoeg anoniem uitgegeven. Over bescheidenheid gesproken. Natuurlijk heeft zijn gewroet en gezoek licht manische trekjes: wat freaken over enkele noten, een oneindige rij varianten van ‘Dust my broom’ opnemen, elk jaar verzamelbeurzen in Groningen en Utrecht bezoeken om in LP-bakken te struinen en uiteindelijk, in 2000, een half jaar verlof opnemen en in die periode zeven weken door Amerika reizen, van New Orleans naar Chicago, lekker zijn bezem poetsen op jacht naar de blues.

En is deze muziek Lawants enige triggerpoint? Welnee, daarnaast is hij gegrepen door de in bepaalde bubbels immens populaire en niet door alle Amerikanen gewaardeerde humoristen The Marx Brothers.

Dat er nog steeds boeken en cahiers op kleine schaal worden gewrocht bewijzen Ronny en Ruud Vreeman die met de publicatie van ‘Dust my Broom’ èn Bert Lawant èn Elmore James eren. In het boekje is de tekst van Ruud Vreeman en de werkelijk prachtige schilderijen zijn van de hand van zijn vrouw Ronny Vreeman.  

Op donderdagavond zes november 2025 overhandigt Vreeman het eerste exemplaar van ‘Dust my broom’ aan Berts weduwe, Constance Lawant, in het bijzijn van zo’n zeventig vrienden en bekenden in boekhandel Van der Velde. 

¹Of Bach de blues direct beïnvloedde? Geen idee, maar via de popmuziek zeker wel.

 

Het Groninger stadhuis bezocht

De gemeente Groningen is supertrots op het (verbouwde) stadhuis en draagt dat graag uit. Op velerlei manieren worden inwoners uitgenodigd eens langs te komen. Ik maak voor de vierde keer in nog geen vijf jaar gebruik van de uitnodigingen. Na een inspraakavond over de emissievrije zone (het terugdringen van luchtvervuiling in de binnenstad), een rimpelloze door Schuiling strak geleide raadsvergadering en een Groninger avond, nu een door onze buurtvereniging georganiseerde avond over verduurzaming in het neoclassicistische stadhuis. In felle kleuren worden we welkom geheten. Onder de gasten: eigenaren van een al dan niet verwaarloosd monumentaal pandje, eigenaren van een monument-light, of een karakteristieke woning, in erfgoed geïnteresseerden en kritische gasten die willen weten of subsidies op de juiste plaats landen.

De raadszaal, die werd vergroot na de laatste gemeentelijke herindeling, behoort tot de mooiste van Nederland. Ademloos luisteren we naar hoe het stadhuis van fossiele energieslurper werd getransformeerd naar gasloos. Na de laatste verbouwing van het stadhuis steeg (of daalde) het energielabel van G naar A+++. En dat terwijl het totale budget van 19,2 miljoen niet werd overschreden. Een gevoel van plaatsvervangende trots overvalt me. Dat er niet met geld werd gesmeten bewijzen de marmeren pilasters in de gangen: In plaats van duur Italiaans marmer uit de Toscaanse steengroeven van Carrara zijn het gipsplaten uit de bouwmarkt, geschilderd in een kunstige, nauwelijks van echt te onderscheiden, marmerlook.

In een bijzaaltje naast de raadszaal waan je je in een expositie van Sterren-op-het-doek: een niet helemaal complete galerij van geschilderde burgemeestersportretten. Soms aandoenlijk amateuristisch, soms van een superieure kwaliteit, waarbij dat van Wallage, by far, de show steelt.

In de gangen kunst van Ploegleden, waarbij pijnlijk nauwkeurig is voorbijgegaan aan de huidige Ploeg, met extra aandacht voor de relatief onbekende autodidact Arie Zuidersma. In de kamer van B&W staat een ovale tafel die zo groot is dat hij tijdens de verbouwing niet naar elders kon worden verhuisd. Op een met gouden sterren beschilderd diepblauw plafond kan de geoefende topografiekenner de locatie van alle dorpen en steden in de provincie herkennen. Zoveel moeite als besteed is aan dit ingenieuze schilderwerk, zo weinig aandacht is er voor de Groninger taal: gain fits of foazel.