Ploegexpositie in Zilverkamer Appingedam

Het voelt als een verjaardagsfeestje met wat stokoude ooms en tantes en neven en nichten die zich op hun vijftigste nog jong en sexy noemen. Ik denk na over de ondertitel ‘Springlevend’. Dat zeggen verpleegsters ook van oude aan staar, artrose, prostatitis en alcoholzucht lijdende mannetjes. Midden tussen glimmende eksterhebbedingen is Ploegwerk uitgestald. Als gelouterde Ploegwatcher maak ik graag een ronde en test mijn geheugen dat hoewel springlevend gaten heeft als Groningse landbouwweggetjes.

Niet elk Ploeglid is erin geslaagd splinternieuw werk aan te leveren. Van Rozema, Kracht, Van den Berg bijvoorbeeld zien we werk van achter de knieschotten. Rozema is zelfs niet uitgelicht. Over te weinig licht heeft Van Holten niet te klagen: als theaterspots vermomde koplampen werpen ronde lichtbundels op zijn verder rechtlijnige werk. Ach, even de lichtknoppen naast de deur bedienen en je krijgt een rustig beeld. Van Holten gaat voor zijn doen wild te keer met een paar extra vlakken op zijn rustige Waddenwerken.

Alkema blijft boeien. Uitsluitend geheimzinnige zwarte verfspatjes en kringelende fijne lijntjes op wit stimuleren mijn grenzeloze fantasie. Ik zie spannende volumineuze vrouwen die net in het licht staan en van wie slechts de contouren zichtbaar zijn. Ik zie een soort genenplanning van een besluiteloze schepper die nog alle kanten op kan. Dik Breunis raakt de actualiteit en mij met een houten aardbevingbestendig huis op een van ijzeren spanten gewrochte terp, dit werk torent uit boven Breunis’ amorfe houten boomdelen, soms door een stuk staal in toom gehouden. Annelies Gommer blijft imponeren met wat ik oneerbiedig parkeergaragewerk noem. Deze keer zien we een voetgangerspassage boven een snelweg. Stil, strak, glanzend, geheimzinnig: een filmstill.

Ik hoop dat de Ploegers en masse het eindexamenwerk van Minervaïanen in Scheemda hebben bekeken. Wil je springlevend zijn, lijken, worden, blijven, kijk dan over heggen en hekken. Bied vijf veelbelovende Minervamasters en -bachelors een gratis Ploeglidmaatschap aan voor vijf jaar en kijk daarna terug op een springlevende geschiedenis èn toekomst zodat je je niet steeds afvraagt waar Thomas Dijkstra toch is gebleven.

Graduation Show Minerva 2022

Een Minervastudent met interesse voor orgelmuziek? Zou maar zo kunnen. In ieder geval een omdenker die zich de lumineuze en onmogelijk geachte taak heeft gesteld om orgelpijpen te construeren die niet geluid maken door op toetsen te drukken maar eraan te trekken. Heerlijk! Gezien in de mooist denkbare expositieruimte in Scheemda, de steenfabriek.

De tentoonstelling is een must voor mensen die altijd antwoorden paraat hebben, voor alles oplossingen (denken te) weten, die niet of nauwelijks twijfelen. Bij de expo van master- en bachelor studenten worden je de ogen geopend. Drie keer kijken,  jezelf continu de vraag stellen hoe iets kan op deze manier. Dus ideaal voor leraren, dominees, economen, ambtelijke problemsolvers, wetshandhavers en politici.

Elke Minerviaan krijgt een enorme ruimte toebedeeld, vaak met imposante postindustriële relicten. We zien kunst waarbij broeder Blühm van het Groninger Museum zijn handen zou toeknijpen. Geen kunstdiscipline of hij wordt hier geëxposeerd. Op fijn schilderwerk na, misschien, maar daar hebben we de Klassieke Academie voor.

Laten we inzoomen op werk van Jildau Nijboer. Nijboer daagt met minimalistisch werk de beschouwende, liefhebbende toeschouwer tot het uiterste uit. We zien driedimensionaal werk waarin alledaagse (soms op straat gevonden) objecten,  (bouw)materialen, esthetisch worden hergebruikt en schilderijen waarbij de ogen van de kijker net zo hard moeten werken als die van de maker. Nijboer is geïnteresseerd in choreografie, free running, spiritualiteit & lichamelijkheid. Nijboer speelt met applicaties van verf en vraagt de kijker niet alleen met de ogen maar met het lichaam te kijken, de kunst te ondergaan.

Bekijk de Minerva-alumni (of anders de Dutch Design Academy in Eindhoven) en ervaar het geruststellende gevoel dat door hier broedende Willy Wortels veel problemen geattaqueerd kunnen worden mits ze de ruimte krijgen van en gestimuleerd worden door leraren, dominees, economen, ambtelijke problemsolvers en wetshandhavers.

Denk je hier niets te vinden over dyslexie, psychiatrie, herbestemming van lege kerken, mierenhopen, mensenrechten, het hebben van een gehandicapte broer, bûten boartsje, penetratieproblematiek, kadewoningen en courtyards, dan vergis je je deerlijk.

Rattus norvegicus

Als ik op mijn racefiets afsla bij Helperzoom richting Antwerpenweg en op tempo door de tunnel jakker, schiet een rat voor me langs. Zo te zien een bruine rat(¹), een vrouwtje. Zij wordt net niet geshredderd door mijn voorwielspaken. De Giant TCR-spaken zijn niet rond maar plat en op snelheid ronddraaiend hebben ze iets weg van de smalle vlijmscherpe mesjes waarmee slagersvrouwen in mijn dorp vroeger plakjes cervelaatworst sneden als er een personeelsfeestje was van Uitgeverij Banda. Dat ging maar net goed, denk ik en vervolg mijn trainingsrondje Zuidlaardermeer. Voorzichtig, denk ik, rattenvrouwtjes dragen het jaar rond verantwoordelijkheid voor jonkies. Een week later zie ik, in de vooravond, schuin voor ons huis, een rat(²) onder het cortenstalen hek van Minerva kruipen. Op zoek naar een nagerecht na zijn buik vol te hebben gegeten bij de vuilnisbak op de steiger. Onmiddellijk denk ik aan ‘Ratten’ van Maarten ’t Hart. Een schitterend en uiterst leerzaam boek over, inderdaad, ratten. Beverratten, muskusratten, rioolratten, woelratten, zwarte ratten, huisratten, scheepsratten en een oneindige stroom aan interessante informatie komt voorbij. Bioloog/etholoog (en Bachkenner) ’t Hart beschrijft in ‘Ratten’ uitgebreid mythes en legendes waarin ratten voorkomen. Vooral zijn notities over rattenkoningen zijn indrukwekkend. Vaak worden ratten enkel slechte eigenschappen toegeschreven, terwijl ze, net als andere soms lastige beestjes, uiterst nuttige functies vervullen. Direct daarna denk ik aan opvoeden. Als je kinderen leert dat muizen, mollen, spinnen, steenmarters, salamanders, ratten, bijen en wespen nuttige in plaats van ondieren zijn, dan zijn ze er op latere leeftijd niet bang voor. Net als geloof in verzonnen goden is veel angstgedrag in de jeugd aangeleerd, De stap van ratten naar vossen is een kleine. Voor het Scheepvaartmuseum leun ik tegen de droog staande Alida. Ik wacht totdat Vrouw I klaar is met haar rol van goedlachse baliemedewerkster. Een Duitse toerist spreekt mij aan. Eerst een inleidende aftastende voetbalanekdote over de van Dortmund naar Manchester getransfereerde Noorse alleskunner Håland. Dan een verhaal over in steden levende Füchse im Ruhrgebiet. Vossen. Ook in Groningen? Mijn racefiets en ik gaan eropuit.

(¹) Bruine rat of rioolrat (Rattus norvegicus); (²) Waarschijnlijk een woelrat (Arvicola terrestris)

Olga Zhukova, Coevorden

Dat de NH-kerk in Coevorden zijn deuren moet sluiten, ach daar kijkt niemand van op, kerken hebben de boot gemist en zijn nu eenmaal uit. Coevorden is star en eigenwijs geweest en vergat naar grote broer Emmen te kijken waar de Grote kerk floreert met een mix van kerk- en crematiediensten en wijnproef- en grotematenlingeriehows. Maar op welk hoekje van Marktplaats het V.d. Berg en Wendt-orgel straks wordt geplaatst als het gebouw wordt overgeleverd aan de spinnenwebben en de eeuwigheid, houdt me bezig.

Ondertussen speelt Olga Zhukova de sterren van de hemel bij een van de laatste SOC-concerten. Haar spetterende rode feestjurk heeft ze ingeruild voor een ingetogen lange broek en een blauwe blazer met daarop een gele rozet. Bedankt Olga, wij nuchtere, calvinistische noorderlingen houden van kleine gebaren.

Modern en barok wisselen elkaar af als caleidoscopische vergezichten rond Coevorden. Glass en Bach zijn de smakelijke hoofmoten met als bijgerechten Pärt en Mendelssohn. Wat een originele, onalledaagse start met ‘Musik (sic) in contrary motion’ van Glass. Contrary. Motion. Woorden naar mijn hart. Pianomuziek op het orgel. Nu weer zien we het majestueuze, superieure orgel uittorenen boven de monotonie van kreupele, aanstellerige pianootjes. Ik voorvoel een opwarmer voor het SOC-eindspel met Hagens Canto in september.

Later ‘Mad Rush’ van dezelfde Glass met zoveel kabbelende watergeluidjes dat na afloop driekwart van het publiek voor de ene kerk-w.c. staat te trappelen als dorstige jonge geitjes voor een harige volle uier. Tussendoor het prachtige ‘Pari intervallo’ van Arvo Pärt met betoverende hoog/laag contrasten, schitterend gespeeld door de jonge maestra.

Zhukova toont haar kwaliteiten in nog geen uur spelen, ze gooit ons van de ouwe vos Bach naar de jonge hond Glass en maar wat graag worden we liefdevol gestreeld en opgevangen door Olga’s vinger- en voetenvlugheid. Topsport! De cv van Zhukova lezend zien we wat we uit de Russische sport kennen: van jongs af aan (het arme kind was vijf jaar!) aan de orgelstudie in binnen- en buitenlanden met als resultaat nu lekker spelen in Coevorden. Hoogtepuntje natuurlijk Bachs superieure en superieur gespeelde ‘Jesu bleibet meine Freude’. ‘Beste Olga, vergeet niet op tijd een U-turn te nemen en gooi je energie op de festivalmuziekindustrie, dan speel je voor 4.000 in plaats van 40 liefhebbers,’ denken alle aanwezigen als ze voetje voor voetje van de kerktrap dalend, door de avondzon & de  muziek verkwikt, huiswaarts keren.

Journaal 12 juni 2022

Nog één keer over de huisartsenij. De huisartsen doen iets niet goed in de PR. Na de beruchte ‘beterlatenlijsten’ in het Hagaziekenhuis (lijsten met handelingen die maar beter nagelaten kunnen worden: voor sommige verpleegkundigen tweederde van de dagtaak) en na de onthulling dat veel huisartsen in 80 % van de gevallen onnodig maagzuurremmers voorschrijven, publiceert het Radboudumc samen met het Nederlands Huisartsen Genootschap nu een lijst van 385 aanbevelingen die moeten leiden tot het voorkomen van zorg die patiënten niet beter maakt maar die leiden tot nare bijwerkingen. Te roemen is de openhartigheid waarmee het NHG hiermee naar buiten treedt. Andere onderzoeken geven aan dat zo’n 90 % van de aangeboden kwalen vanzelf voorbijgaan. Niet gek dus dat een inmiddels beroemde tegeltjeswijsheid luidt: Het meeste gaat vanzelf over, tenzij de huisarts er op tijd bij is.

Denk even aan Anne-Fleur. 548 punten op de CITO-toets. Na twee jaar uitloten eindelijk geneeskunde. In Maastricht. Bijbaantjes, idiootvroege tutorgroups en retehard studeren. Na een rampjaar, ouders gaan in praatgroepen, soaatje, verkering uit, een allesbeslissend tentamen over huis-tuin-en-keuken-kwalen. Een vijf. Exit Maastricht en op naar economie in Groningen. Dan leest ze dat de vragen over staartbotjes, kalknagels, okselhaar, amandelen, voorhuidjes, blinde darmen, derde tepels, loopneuzen, lagerugpijn, kriebelhoest, gekneusde rib, enkel, schouder, tennisellebogen, vergeetachtigheid bij 50-plussers, niet meer meetellen. Geskipt. Overbodig.

En nu weer het nieuws over de haperende opleiding. Onlangs werd bekend dat de wittejassenopleiders er niet in slagen studenten die ongeschikt zijn voor de professie te weren. Vergelijk dat eens met onderwijsopleidingen: op elke lerarenopleiding worden zwakke broeders en zusters er al in het eerste jaar uitgevist bij praktijkgerichte vakken als instituuts- en schoolpracticum.

Wat is de oorzaak van dit vreemde fenomeen? Hoe is het mogelijk dat goedopgeleide, ambitieuze gasten, soms na jaren wachten op plaatsing bij de studie geneeskunde zich vaardigheden laten aanleren die overbodig tot schadelijk zijn?

Geneeskundeopleidingen blijven te graag hangen in tradities. Wat oude witgejaste snorremansen deden zal nog wel steeds goed zijn. En feedback van kritische cliënten, hell nee! Dan liever 385 corrigerende aanbevelingen achteraf.

Ballades van het Groninger land

Champagne zonder bubbels, dat zouden beide orgelbroers Euwe en Sybolt de Jong zijn geweest zonder sopraan Judith Pranger. Twee serieuze mannen die ernstig kijkend en verwoed trappend prachtige geluiden toveren uit onooglijke kistorgeltjes, die vroeger zowel in vooronders van gereformeerde schippers als in de Moulin Rouge in Parijs werden gebruikt. Eén vertikt het vandaag een a te laten horen. Judith Pranger redt de champagne, zij is de vrolijk kijkende noot met een superieure stem, een juweel dat de orgeltjes bovensteplankmuziek laat maken. Zoals zij ‘Mien lutje Laif’ en ‘Mor ’t komt aaltied wel goud’ zingt wil iedereen het horen. Gevoelig, verleidelijk, vrolijk en prachtig gezongen. Een gouden stem.

Ik kijk om me heen in Het Lutherse kerkje in Winschoten dat dankzij de Lidl een eersteklas parking heeft. Dat de kerk zijn naam dankt aan iemand die er bedenkelijke antisemitische ideeën op nahield: soit. Dertig gasten nemen de moeite te komen luisteren.  Ze krijgen de middag van hun leven in een kerkgebouw dat in plaats van muurscheuren afbladderende witte kalkribbels toont. Het plafond is beschilderd met symmetrische symbolen die het midden houden tussen hallucinante Arabische tovertekens en dwangmatige sjablonen.

De Jong & De Jong presenteren een mooi muzikaal programma met een heuse muziekquiz. De melodie van ‘Peerd van ome Loeks’ over een Gronings paard dat jammerlijk zijn einde bij de paardenslager vond, werd uitgevoerd à la Medelssohn, Reger, Mozart, Bach, Chopin, Satie en Piazolla. Dat we dit onderdeel drie jaren geleden ook al in Hardenberg hoorden mag de pret niet drukken. Liefdevol en sans rancune vertelt Pranger dat Groningen behalve voor paarden ook niet het ideale lustoord was voor onalledaagse, sensitieve, expressieve kinderen.

De mannen zijn goed op elkaar ingespeeld. Een bewegend ooglid, een trekkende pink zijn voldoende om de coda iets pregnanter aan te zetten of schielijk van plaats te veranderen bij een vastlopende toets. Ook prachtig is het quatre-mains spel, staand gespeeld aan het kabinetorgel, alsof ze, wat aangeschoten voorovergebogen tegen de tap duwend een Leffe Blond bestellen. Maar mooier nog dan het orgelspel is Judith Prangers zang. Al vanaf het begin met ‘Het verboden laid’ over een jongen die geen dodemanslied mocht neuriën. O wat mooi, denken alle bezoekers simultaan, terwijl ze synchroon een traantje wegpinken en zich afvragen of comitévanaanbevelinglid Peetoom publiekelijk afstand heeft genomen van de vuige Omtzigtbeschimpers in haar partij.

Dan een aantal songs van Ede Staal: sober, eenvoudig, soms met een filosofische touch als hij mijmert over het levenseinde en bijna altijd treffend in misschien Nederlands mooiste dialect: het Gronings.

Journaal 29 mei 2022

Fantasten claimen dat je alles kan bereiken wat je wil. Kul natuurlijk. Maar het idee dat veel bereikbaar is bij een extra inspanning klopt. Daaraan denk ik als ik studeer op de kruisen, mollen en triolen in ‘Umbra mai fu’. Daaraan denk ik als ik binnen een week mijn racefietstijd verbeter van 30,7 naar 31,4 over 66 kms. Ik denk er nog eens aan als ik om 00.10 mijn bredebandenfiets pak en door tandenarts Joppe word uitgezwaaid. Een afspraak overdag lukt niet. ‘Kom maar op een avond,’ stelt Joppe voor. Hij verrast me. In het gezondheidsveld wordt veel over tijdsdruk geklaagd. Even een avond doorhalen werkt. Het personeelstekort in het onderwijs zou met 45 mits extra werktijd per docent zijn opgelost. Samen met zijn collega Roosmarijn levert Joppe mij een goede, fraaie en uiterst complexe dienst. Meer dan vier uren, bijna non-stop, gewerkt in drie dimensies die nog eens worden versterkt door complexe spiegelingen en een meer dan tien keer uitvergrotende Zeiss. Ik zit, ontspan, vecht tegen de slaap en visualiseer dagelijkse activiteiten en luister. Ik weet nu alles over de effecten van een internetstoring bij een tandarts. Alle afspraken verdampt! Hoe de back-up te backuppen? Chinese tandtechnici leggen het af tegen gisse Drenten uit Beilen. Er wordt rustig gewerkt. Geen gestress als een onderdeeltje dat later in mijn mond zal worden verankerd op de grond flikkert en als een stuiter op het schoolplein onder een kast rolt, waarna Joppe op zijn buik liggend met een swiffer in de weer gaat. De stoppenkast maakt overuren en lampjes haperen  als een koor bij een rustteken. Mijn lippen voelen droog als de opengevouwen bovenkanten van een karnemelkpak dat een week op het aanrecht staat. Ik vertrouw de door Zeiss gestuurde handen als Urker vissers buienradar. Overdenk argumenten die de stelling dat (algemeen en confessioneel) bijzonder onderwijs segregatie, geldverslinding, ongewenste witte en zwarte scholen en blikvernauwing veroorzaakt. Overdenk Pfeiffers La Superba. Heerlijk, wat een koket narcistisch opgeblazen menneke. Een smakelijke literaire saus over vuig seksisme in een vormrijke, inhoudloze, hoogmoedige, katholieke, platvloerse, maffiose, Italiaanse setting in een labyrintische mix van xenofilie en xenofobie, daar pak je prijzen mee. Alles durven zeggen en schrijven wat je wil. En dat ook willen kunnen. Alles bereiken…

“Mooi ja…”

Met een krant gaat hij naar het terras aan de A. Kleurige Effio-sokken zichtbaar onder niet te lange broekspijpen. Het hippe buurtcafé met keurige zitjes aan het water heeft alles om zijn favoriet te worden. Maar dat gaat niet lukken. Studenten, ambtenaren en morsige accountmanagers in de zorgsector plakken aan stoelen als bierschuimresten aan snorren. Buurtgenoten wachten niet graag op een buurtcaféterrasstoel. Het is nog vroeg. Hij heeft geluk. Naast hem een blonde vijftigplusster uit Winschoten-noord. Haar springerige kuif, Groningse accent, minieme scheurtjes in d’r red-hot-pepper-lipstick met een fijne gloss doen het goed in de zon en verwarmen hem. ‘Woont u hier in de buurt?’ vraagt ze hem als hij naast haar neerstrijkt. Ze glimlacht terwijl ze liefdevol naar twee duiven kijkt. De man kijkt haar vrijmoedig aan met een u in jij veranderende blik. Ondertussen vraagt hij zich af wat het verschil tussen een legging en skinny jeans is. Zij: ‘Je ziet er niet uit als een duivenhater.’ ‘Nee,’ antwoordt hij berekenend. Waarom zou je een mooie vrouw ook tegenspreken. ‘Ik heb zelf lang duiven gehad, het zijn lieve vogels.’ ‘Mooi ja,’ zegt ze, zijn kant opschuivend. In de ene hand een glas wijn, met de andere schuift ze een lange lok achter haar oor met glimmertjes. Een beetje samenzweerderig gaat ze verder: ‘Maar de meeste mensen moeten van duiven niets hebben.’ ‘Sja, er zijn er die het ‘vliegende ratten’ noemen,’ antwoordt hij, na enig nadenken. Ze pakt een handjevol duivenvoer uit d’r broekzak en strooit het rond. ‘Duiven hebben een superscherp zicht,’ vervolgt ze geduldig. ‘Wist je dat duiven zijn ingezet bij borstkankeronderzoek? Ze zijn na twee weken training in staat tumoren op mammogrammen te herkennen.’ Zijn mond valt open. ‘Is dat zo?’ probeert hij quasi-verbaasd te klinken. ‘Ja, duiven kunnen dat beter dan getrainde wittejasdragers. Google maar eens.’ Haar aandacht voor haar gelegenheidsbuurman ebt plotseling weg. Ze fixeert nu een man aan de overkant van de A. Stuntelig, sullig type. Rode ribbroek met slijtlekken op de billen. Ongelezen NRC onder de arm. Ze gaat staan en zwaait, wat onwennig. Hij zwaait terug.

Passiemuziek en Sleen

Na het overdonderende kermisgeweld van het Eurovisie Songfestival op zaterdag is het concert ‘A German Passion’ van het Margaretha Consort zondagmiddag 15 mei een verademing. Hogeschoolmuziek in een verstilde zetting. Een zon beschenen middag in de Sleense dorpskerk onder Drenthes hoogste kerktoren. In haar welkomstwoord refereert bandleider Broekroelofs even aan Oekraïne. Zou ze weten dat de pkn-kerk iets verderop wordt ingericht voor Oekraïense vluchtelingen en dat Syrische gevluchten nog even moeten wachten? We luisteren naar intense muziek van dertien musici en vocalisten, aangevoerd door Marit Broekroelofs. Als je je niets aantrekt van de weinig verrassende, antieke, onoriginele teksten over lijdende verzonnen goden, nee niet over graancirkelmakers of flat-earth-theorie-aanhangers, dan heb je een heel prettige middag. Een centraal opgestelde dirigent is er niet, wel een supergoed klinkend kistorgel; af en toe zie je tenor Kevin Skelton bescheiden en met kleine gebaren, mond- en wenkbrauwbeweginkjes leiding geven aan de oplettende zangers en spelers en alzo bewijzen dat bombastisch dirigeren passé is als varkens slachten op boerenerven. Inzetten, tempi, volume: zo goed als niets is er op aan te merken.

Ik droom weg naar de tijd dat we in Sleen woonden. Als je hier meer dan vijftien jaar hebt gewoond, gaat het dorp in je systeem zitten en blijf je ermee verbonden als cookies aan websitebezoekers. Je hebt er vrienden met wie je eetafspraken blijft maken, je zoons gingen er naar school en hebben er nog contacten, je volgt bij vlagen de dorpswebsite, je bezoekt er een verjaardag, begrafenis of een jubileum. Je zong in een koor, deed mee aan de Zuidenveldoptocht, versierde en verlichtte je tuin, schreef er poëzie en een vers dat het koorrepertoire haalde, deed mee met de oudpapierophaal, deed er een streektaalcursus, schreef columns, waaronder enkele in de streektaal en je vrijwilligde er als vlaghijser en bestuurslid en begon er een bedrijfje dat bloeide als brem langs de Jongbloedvaart.

De muziek, zeventiende-eeuws, Noordduits, is barokker dan barok. Voorbij komen Bachs leermeester Buxtehude, Weckmann, Hassler, Tunder en meer. Johann Sebastian Bachs oudoom Johann Michael en Nicolaus Vetter tekenden voor het prachtige Jesu meine Freude, later drong de melodie door tot de  Matthäus Passion. Ik laat me betoveren door de prachtige muziek, maar vervoering en ontroering blijven uit als spelinzicht bij FC Groningen. Zou dat wel zijn gebeurd als Jezus Zelensky heette en in Buxtehudes ‘Herzzlich lieb hab ich dich o Herr, Satan Poetin?  En, vraag ik me af, wat zou er gebeuren als de musici en vocalisten doen wat op elke koorclinic wordt geoefend: bij één nummer het papier de lucht in gooien en vanuit het hart en soms de tenen zingen?

Terug naar Sleen. Je herinnert je dat je lijstjes bijhield van de mooiste paardenkarroutes en interessantste vrouwen en je keek wel link uit dat je hun het hof maakte. Je verbaasde je over oneerlijke boedelverdelingen na scheidingen, over de Drentse onwil nee of opzouten te zeggen en het met elkaar stevig oneens te zijn, over twee naast elkaar staande basisscholen, de ene met een god en de andere met een goed werkende medezeggenschapsraad. Je vraagt je af waarom Naardings borstbeeld voor de kerk en gedenktekens van oorlogsslachtoffers achter de kerk staan, waarom de haven nog steeds niet aan open water ligt en waarom het duofietsproject hier beter loopt dan waar dan ook.

De zangers wisselen regelmatig van plaats. Het ver achterin het koor gezongen Christ lag in Todesbanden wint aan kijk- en klankkracht. Hier en daar sijpelt kleur door in de kleding van de musici. Gelukkig, het begin is er. We zien een scherp paarse jurk en stropdas en een wat valer paarse dress en bij een enkeling fel rood gestifte lippen. En verder zwaar somber zwart in vele tinten. Met de voeten de maat lekker meetikken kan hier ongestraft en ongestoord, want de zerken zijn met een dikke vloerbedekking bedekt, iets wat de akoestiek en rust van de overledenen ten goede komt. Ik span onophoudelijk mijn bil- en rugspieren om de oude rieten stoel niet te laten kraken en onderdruk mijn aangeboren neiging de econoom uit te hangen. Natuurlijk kan het, zoals eens per twee jaar oesters eten, uit!

Journaal 15 mei 2022

Jeroen Brouwers is dood. Hij overleed afgelopen week, op 11 mei 2022.  Voor schrijvers is een dode schrijver een aanleiding tot schrijven. Tom Lanoye noemt Brouwers ‘de auteur die het populairst is bij andere auteurs’. Klopt. Ook bij mij stond Brouwers fier op één. Precies een jaar geleden schreef ik op www.klaastaal.nl:

“Jeroen Brouwers heeft met Cliënt E. Busken de Libris Literatuur Prijs 2021 gewonnen. Hèhè, die miste onze grootmeester nog. Even kijken, wie waren de andere genomineerden? Bekono, Blees, De Boer, Mortier en Rijneveld. Van dit vijftal gaat zeker jonkie Rijneveld in de toekomst met deze prijs aan de haal. Brouwers heeft sinds ik een verwoed lezer en compulsief obsessief lijstjesmaker werd altijd bovenaan in mijn top tien gestaan. Of het nou kerkorgels in Noord-Nederland (aangevoerd door de Martinikerk in Groningen), vrouwen in Sleen (houd ik nog even voor me), verderfelijke gebruiken in religieland (Joodse vrouwen die kaalgeschoren en gepruikt door het leven moeten), meerstemmige koormuziek (Hallelujah van Leonard Cohen of toch, ik kan niet kiezen: Sebben, crudele van Antonio Caldera?), dichters (Vasalis), prozaïsten (Brouwers), frauduleuze financiële instellingen (ABN), overbodige medische ingrepen (dotteren bij etalagebenen), onderbelichte groenprojecten (geveltuinen in steden), ongepaste plattelandsgebruiken (zuipketen voor volwassenen), racefietsen (Giant), zijn, ik weeg, rubriceer, wik, selecteer en rangschik. In mijn auteurs-top-tien moeten minimaal twee vrouwen zitten, een Fries, een veelbelovende jongere, een Belg en een korteverhalenschrijver. In mijn geval voldoet Lize Spit aan drie van deze eisen. Brouwers voert mijn lijst aan vanwege zijn veelzijdigheid in zowel vorm, sfeer, gevoel als inhoud. Hij is romancier, brievenschrijver, zelfmoordonderzoeker, pamflettist, necrologieënschrijver, journalist, anekdotist, essayist, vertaler, toneelschrijver, bloemlezer, feuilletonist, polemist, redacteur en ga maar door. Brouwers is een superieur stilist. Een veelschrijver. Oeuvrebouwer. Taalpurist. Prijzenpakker. Veel indruk op mij maakten: ’t Hout, Winterlicht, Kroniek van een karakter, De laatste deur, Bezonken rood. Themata in zijn werk: de nasleep van de oorlog met de jappenkampen, de destructieve effecten van het katholicisme, zelfmoord, eenzaamheid, dood, de zin van het leven.”

Hier laat ik het bij. Nederlands grootste schrijver, Jeroen Brouwers, is dood.