Open brief: Peter van Dijk, bedankt!

Nieuws! Projectontwikkelaar Peter van Dijk verkoopt lap grond Noordbarge aan Jehova’s.

Alweer drie jaar geleden richtte ik mijn cri de coeur ‘Peter van Dijk, keer om alstublieft’ aan projectontwikkelaar Peter van Dijk en later een iets ingekorte versie aan de gemeenteraad van Emmen om zo een dreigende misstap van De Dijk te voorkomen. De Dijk wilde twaalf peperdure foeilelijk boerderettes in Noordbarge bouwen, in een rurale doe-maar-gewoon-omgeving. Of mijn open brief gewerkt heeft? Wie zal het zeggen. Feit is dat Peter van Dijk nu een U-turn heeft gemaakt en van het oorspronkelijke onzalige plan is teruggekeerd. Mijn beargumenteerde betoog om ook te bouwen voor de kleinere portemonnee lijkt effect te hebben gehad. Bravo! Het worden er nu slechts drie schuurwoningen op idioot grote percelen en 30 appartementen.

Mijnheer Van Dijk: zeer bedankt. We zijn er bijna. ‘Wat nu weer,’ hoor ik u grommend denken. Mijn verzoek en breed gedragen opvatting onder Noordbargers, die tandenknarsend zien dat voor jonge dorpsgenoten er nietnooitnever iets te koop is, is nu dat u kleinere wooneenheden gaat bouwen voor Noordbargers pur sang. Verkoop het niet aan een vanwege immoreel en uiterst bedenkelijk gedrag lange tijd onder de loep van het Openbaar Ministerie vallende geloofssekte de Jehova’s Getuigen. U om een reactie gevraagd, vertelt u mij telefonisch dat perikelen omtrent een ontsluitingsweg en andere veranderde inzichten als verhoogde bouwkosten tot de gamechanger hebben geleid. U repliceert dat mogelijk immoreel gedrag van de beoogde koper nog niet tot een veroordeling heeft geleid en dat, mocht je deze lijn doortrekken, ook zaken doen met de katholieke kerk onmogelijk zou zijn. Dat is maar al te waar.

Geachte heer Van Dijk: indertijd, het was in 2020, heeft het bestuur van AOC Terra u de koop van het perceel gegund terwijl toen de Jehova’s een hoger bod op tafel legden. AOC Terra toonde aan een functionerend geweten te hebben. U had – en terecht – de gunfactor. Geef nu de gunfactor door aan Noordbarge om twee zwaarwegende redenen:

  • Belast uw geweten niet en verkoop niet aan een gesloten instituut dat van nare rigide uitsluitingspraktijken van uittreders en seksueel overschrijdend gedrag wordt beticht. Uitgetredenen worden verstoten en raken in een sociaal isolement.
  • Maak van Noordbarge niet nog meer een dorp achter de hekken. Het huidige terrein van de Jehova’s is door manshoge groene hekwerken voor gewone mensen niet te betreden. Stalen hekken en camera’s zeggen botweg ‘Ho.’ Er komen steeds meer extravagante woningen achter tralies en bewaakt door camera’s. Meer en meer verwordt Noordbarge tot een tweede Orvelte of Veenmuseum met akelige bordjes: Niet Betreden! Privé terrein! Sociale cohesie wordt vermalen, en ongewenste tegenstellingen vernielen de dorpse sfeer.

Geachte heer Van Dijk: de handtekeningen zijn nog niet gezet vertelt u mij en wederom doe ik een dringend beroep op u: keer om alstublieft en zoek een acceptabele, sociale oplossing en verkoop de grond in betaalbare percelen aan jonge en oude Noordbargers, start een tiny-house-project of knarrenhof. Maak weer een pas op de plaats, keer om en word een held van Noordbarge, Emmen. U hebt getoond het in u te hebben, luister naar uw hart en niet naar de portemonnee, opdat we later gezamenlijk kunnen scanderen: Peter van Dijk: bedankt!

Maarten ’t Hart 18 ‘De zaterdagvliegers’ (1981)

Een verhalenboek, deze keer met 12 (meest) jeugdverhalen. Na ruim 42 jaar herinner ik me het verhaal ‘Het longvolume’ tot in detail, weergaloos voor beginnende docenten, ik las het vroeger in elke klas voor. Verder veel interessante, mooie, onderwijsgerelateerde verhalen.

  • Het brandende braambos: een meisje, Esther, wil met M nadoen wat haar zus en vriendje doen en probeert de jonge M tot zoenen en neuken te krijgen, maar M bidt liever en probeert haar te bekeren en een plasserd bij haar naar binnen brengen?
  • Velasques Keurkorps Major: M krijgt sigarenbandjes van een ’s avonds voorbij wandelende meneer en M is blij dat de meneer door een goede daad te verrichten behouden zal blijven voor het hellevuur. Na keelkanker sterft de man.
  • Het stilleven: M’s vader maakt zich druk over een schilderij, een stilleven, dat hij mogelijk krijgt. Op de begraafplaats is een man die gelooft dat zijn vrouw ’s nachts zal opstaan. Het gevreesde stilleven wordt een schilderij van een boerderij.
  • Een nachtgezicht: over een man die twee keer ’s jaars in een GGZ wordt opgenomen omdat zijn vrouw niet wil seksen, een verhaal met schitterende bijbelse zijpaden.
  • De versnijdenis: een beginnende biologiedocent worstelt met orde houden en stelt het lesbegin uit door lang te bidden: schitterend verhaal over voortgezet onderwijs.
  • Het longvolume: over orde houden in het v.o.. De leraar bio behandelt enkel nog alle soorten bevruchtingswijzen om de klas stil te houden en daarna mat hij de grootste druktemakers af door ze longvolumeproeven te laten doen. Meesterlijk verhaal.
  • Zondagavondslang: de bioloog wordt gegijzeld door een naar achteraf blijkt niet giftige slang die door de ratten wordt opgegeten.
  • De waterstaafwants: bij een eerstejaars biologie-excursie raakt de docent onder de indruk van een studente; zij blijft als enige over en ze vinden de waterstaafwants .
  • Onder de witte knop: een bekende bioloog/auteur wordt overstelpt met interviewverzoeken die de start van een nieuwe roman vertragen.
  • De eerste lichting: de artiekelenauteur heeft de verkeerde brief in de verkeerde brievenbusgleuf gegooid en wacht de hele middag op de lichting. Vergeefs.
  • Het Muiderslot: een muskusratvanger die van muskusraten houdt en een bioloog gaan op pad, gevolgd door een radioreporter.
  • De zaterdagvliegers: over duivenhouders, zaterdag- en zondagvliegers, die een centje bijverdienen door erwten te selecteren op slechte. Japie, een duivenmelker sterft op het dak als hij wacht op terugkerende duiven.

Kerstconcert Grootkoor Groningen

20 december 2023. Het schip van de Martinikerk kan 1.200 bezoekers aan. Zoveel zullen er misschien niet zijn geweest bij het kerstconcert van Grootkoor Groningen, laten we het op 750 houden. 750 mensen in het publiek en 170 zangers, verschillend en toch gelijk. Wie weet wat achter die groenige sjaaltjes en stropdassen schuilt, het is de liefde voor zingen die de groep bindt. En kijk, met Johan, Erna, Rogier en Bram ontstaat iets wat je een beginnend vriendengroepje kan noemen.

Vijf keer repeteren en drie concerten in Amsterdam, Assen en Groningen met bevlogen koordirecties,  gedreven zangers, toppianisten, Martin Mans die Schnitger ervan langs geeft, een jonge solist met een gouden stem en bezwerende armgebaren als een Achtstedagadventistenpredikant en een heuse deus ex machina: een als tinnitus zoemende drone die als een loerende engel later voor indringende reclamebeelden gaat zorgen. Prachtig allemaal. En dan mijn zeven familieleden die mijn kuif in de picture houden en mijn lonkende knipogen naar moeder Theresa op de bok moeten missen: een heerlijke avond.

Van alle kanten vallen de stemmen in en elkaar bij: wij tenoren, veertien pax, willen ons laten horen en zingen vanuit de tenen. Ik voel me vrij, vooral bij de toch wat lastige inzet van ‘O du Fröhliche’, waarbij we de vrouwen voor moeten laten gaan. Dan toch spatzuiver en lekker hard durven inzetten op ‘Freue dich’ gaat me steeds beter af, geweldig. Op het lekkere af zelfs. En wat is er tegen op een start met het eerste couplet van het Grunneger Volkslaid? Niks! Het kan door jarenlange veronachtzaming niet tippen aan het Friese, maar het begin van ‘Ain pronkjewail in golden raand’ is er.

Okee, en dan de minpuntjes, waren die er soms niet? Natuurlijk. Steeds vraag ik me af of geluidsversterking nodig is. Vorige week hoorden we in Dalen 15 jongevrouwenstemmen die microfoonloos een volle kerk temden, dus wat mij betreft: weg met geluidversterking. De apoëtische teksten waarvan de houdbaarheidsdatum al lang verstreken is en die na eeuwen meer een soort mantra-achtige bezweringsformules worden. Waarom niet eens een nieuw stuk van een hedendaagse dichter getoonzet dat een combi maakt van kerst, Gaza, FC Groningen, spreidingswet, stikstoffraudeurs, blond bier en zoete poffers? Een iets kleurrijker outfit: i.p.v. de permafrostaandoende groengouden kleurtjes op de zwart-witte basisuniformen eens sexy, felle kleuraccenten? Een flashmobachtig begin: zingend uit alle hoeken en gaten aankomen en stommelend en struikelend, met fel flikkerende discolampen, beschaafde laserpennen of glowinthedarklichtstaafjes belicht het podium betreden. O ja en koordirigenten: houd als Pieter, Dilan en Frans ook de flanken in de gaten, richt je niet enkel naar de brede weg voor je.

Terug naar de bühne: ik sta voor het eerst naast Jelle uit Franeker en Hanny uit Zuidlaren. We tikken elkaar even aan bij een extra fijne uithaal of splitsecondmissertje. Farizeërs in het publiek maken kennis met de kunsten van Schnitger, Nederlands beste orgel. Bij thuiskomst horen we wel weer of Bouterse wel of niet een seriemoordenaar is, maar voor nu: laat die kerst maar komme!

Kerstconcert van Hem en Nova in Dalen

16 december 2023. Soms gebeuren er in Drentse dorpen mooie dingen: men denkt na over broodnodige landbouwhervormingen, vangt zonder dwang van de bijna getorpedeerde spreidingswet vluchtelingen uit Oekraïne op, gewoon omdat het moet, het dorp Dalen staat vol met gezellig oplichtende kerstbomen en in no time slagen twee heel verschillende koren erin een match te maken die de ademloos luisterende bezoekers versteld doet staan. Het tweede door SCDZ georganiseerde kerstconcert is er één om lang over na te denken en te praten. Twee ploegjes van bijna dertig mannen en vijftien vrouwen, aangevoerd door twee topdirigenten en begeleid door musici van de bovenste plank, maken heerlijke muziek. Vrouwenkoor NOVA uit Groningen en mannenkoor HEM uit Oosterhesselen flikken het.

Net voor de pauze wordt Coevordens burgemeester Renze Bergsma in het zonnetje gezet. Coevorden, de gemeente die gastvrij Oekraïense vluchtelingen huisvest, maakt dit concert mede mogelijk. De voor bijna 100 procent gevulde dorpskerk in Dalen met zijn fijnproeversakoestiek leent zich meer dan prima voor dit concert. Hem zingt in het Engels, Nederlands en Drents; Nova voegt daar Frans, Slovaaks en Russisch aan toe; meertalig, meerstemmig en meerkleurig als Van Goghs palet.

Er is veel werk gemaakt van de arrangementen, zo luisteren we naar een speciaal voor de lagere mannenstemmen gearrangeerd ‘For unto us’ van Händel, het prachtige ‘Ten oosten van de Iessel’ van streekgenoot Daniël Lohues en het humoristische en maar al te toepasselijke ‘Waar vind je tegenwoordig nog een goede timmerman’ (die wat zijn ogen zien met de handen maken kan) van Eli Asser. En zonder te schmieren worden de rode zakdoeken erbij gehaald in ‘Lonely this Christmas’ van Mud: niet elke kerst kent immers het plezier van de Jumbo- of Lidl-kerstmaaltijden. En in ‘Christmas all over again’ klinken zelfs rocky invloeden.

De Nova-vrouwen worden excellent, in het tweede blokje zelfs jazzy, begeleid door pianist Cas Straatman maar worden het puurst als er loep- en spatzuiver à capella wordt gezongen, vier- of vijfstemmig, ik ben even de tel kwijt. Harmonieus tot op het bot en met een dynamiek van goud. Kijk ze daar staan: zelfverzekerd en à la minute reagerend op de soepel en klein bewegende touwtjes van dirigent/maestra Mirna Westra. Je kunt een speld horen vallen. De vrouwen zingen alles uit het hoofd en uit het hart en ontroeren het publiek.

En als apotheose een door beide koren samen gezongen prachtig bewerkt ‘Silent night’ en samen met het publiek ‘Happy Xmas’ van -wie kent ze niet- John Lennon en Yoko Ono. Dalen bedankt!

Winterboek I

parking Ossenmarkt

Lichtroute Groningen. KunstPuntmedewerker Elke gidst ons langs tien lichtinstallaties in Groningens binnenstad. Tschumipaviljoen, twee bushokjesmarkeringen in Oosterstraat en Gelkingestraat, Radesingel, parking onder Forum, Papengang, Parking Osssenmarkt, hekwerk Martinitoren en bibliotheek RUG. De zuil van André Volten aan Radesingel imponeert: 13,5 meter glimmend verticaal staal, met een spleet die van zeer smal naar opener gaat. Mannelijkheid en vrouwelijkheid samen in gestileerde artistieke porno. Twee van de tien lichtkunstwerken blijven donker: jammer; come on Groningen en KunstPunt, dat had beter gekund.

Huisartsen. Van 2000 – 2021 kwamen er in Nederland 56% huisartsen bij. Niettegenstaande de populaire praattafelberichtgeving die ten onrechte nieuws wordt genoemd, zijn er meer huisartsen dan ooit. Maar ze willen allen parttime, liefst van kwart over negen tot tien voor half vier, woensdagmiddag vrij en dan ook nog liefst in een middelgrote stad, werken en schuwen de verantwoordelijkheid van het bedrijfsmatige aspect. In Frankrijk is het gewoon dat de overheid hoog opgeleide profi’s als leraren een werkgebied aanwijst. Dat is de oplossing. De overheid biedt een goede opleiding aan en vraagt daarna als wederdienst huisartsen vijf of tien jaar te gaan werken in gebieden met een huisartsentekort waar huisartsenwoningen nog kastelen zijn.

Tschumi paviljoen

Geen probleem. We verlaten het café en bedanken het Texaanse meisje uit Muntendam, waarop ze antwoordt: ‘No problem.’ Wat een bijzondere reactie. Op de vraag: ‘Zou je dat even voor mij willen doen?’ is ‘geen probleem’ een prachtig antwoord. Wat een interessante taalontwikkeling. Van ‘alstublieft’, ‘graag gedaan’ naar ‘daar heb ik geen probleem mee.’

Solidariteit = delen. Of het om ziektekosten, belasting heffen, fietsparkeerplaatsen, diabetesmedicijnen of vluchtelingen opvangen gaat: bij een tekort is verdelen de enige oplossing. Dat heet solidariteitsgedachte. De spreidingswet wil vluchtelingen verdelen over de 342 gemeenten in Nederland. Het lijkt erop dat de VVD van Yesilgöz belang heeft bij de overlast in Ter Apel. 185 gemeenten nemen geen vluchtelingen op. Bloemendaal, Bilthoven, waar blijven jullie?

parking Forum

Tandheelkunde. Zomin als een minister van landbouw een boer moet zijn, hoeft een minister voor volksgezondheid een dokter te zijn. Maar de sector heeft er zo lang om gejeremieerd dat er eindelijk een vakminister voor volksgezondheid (welzijn en sport) is. En nu is het weer niet goed. Ernst Kuipers heeft in al zijn wijsheid besloten dat tandheelkunde een studiejaar inlevert. Het beroep van tandarts wordt aangepast. De

Gelkingestraat

eerste periode kleine ingrepen doen onder supervisie van een ouwe rot en dan over naar de meer complexe. Logisch toch. Zo doen straatmakers, accountants en loodgieters het ook. De beroepsgroep heeft ’t over zichzelf afgeroepen toen ze haar bestaan relativeerde door de controletermijn met 100% te verminderen, van een controle per half naar één jaar. Want sja, wie heeft nog gaatjes? Tandartsen die deze maatregel hebben zien aankomen, de allerbesten, richten zelf een bij- en nascholingsplatform op, vaak dental academy geheten. Heet dit niet zelfregulering? Zelfredzaamheid?

Maarten ’t Hart 17  ‘De droomkoningin’ (1980)

Tijdens een avondwandeling naar huis via een volkstuincomplex probeert de steeds verdwalende musicologiestudent / bakkerszoon Metten Anker zich alle vrouwen/meisjes die het herdenken waard zijn, naar wie hij onstilbaar en onheilspellend heeft verlangd op te sommen. Angela, baker tante Riekje, partner violiste Renske, domineesdochter Heiltje, oma Witsenburg, zijn schooljuf, zijn moeder, zijn zuster. Hij ontmoet een vrouw op een volkstuin en Irene de havenmeesterdochter.

In het 2e deel van het boek beschrijft ’t Hart hoe Metten en Renske bij een muziekschoolconcert in contact raken en hoe hij via een list haar adres achterhaalt en zich aanbiedt samen muziek te maken, ook Renske is vol van Bach. Terwijl ik lees beluister ik de door ’t Hart genoemde cantates, bijvoorbeeld het prachtige ‘Schlummert ein, ihr matten Augen’. Metten voelt zich inferieur aan Renske en uit dat onhandig genoeg, ook.

Het woord droomkoningin komt voor als Metten aan Renske vertelt over de tweede vrouw van Bach. Vol humor wordt de kennismakingsperiode met Renske, later ook een veel dromende koningin genoemd, beschreven en het eerste bezoek aan haar ouders, vreselijke typen die hun dochter opzadelen met een geprojecteerde onvervulbare kinderwens.

12,5 jaar getrouwd zijn Metten en Renske in deel drie. Metten ontmoet Angela bij een Haydn-concertje en wordt zowel aangetrokken als afgestoten. Ze bespreken bij een etentje de metafoor van de muziek, een passacaglia boordevol herhalingen die het leven verbeeldt. Openhartig spreken ze over het huwelijk, muziek, een kinderloos leven. Bij haar thuis musiceren ze samen en later ontstaat er een soort worsteling waarbij ze elkaar zoenen en zelfs in bed belanden, waar ze hun onalledaagse conversatie voortzetten. Tot vrijen komt het niet. Wel is Angela onder de indruk van Mettens zweetgeur.

Metten vervolgt zijn wandeling langs de volkstuinen en overdenkt zijn verhouding(en) tot vrouwen. Als hij thuiskomt hoort hij van Renske dat ze gedroomd heeft dat Metten een nachtelijke wandeling met een vrouw zou maken.

Het boek is doordesemd met Bach, natuurobservaties, religieuze dwanggedachten en gedachten over (relaties met) vrouwen.

Amstelring Kerstconcert Concertgebouw Amsterdam

Met zijn vijven treinen we naar Amsterdam, waar het Grootkoor met zo’n 350 zangers een benefietconcert geeft in het Concertgebouw. Voor ons een soort generale repetitie voor het kerstconcert in Groningen. Generale in het Concertgebouw! Ik glimlach. Voel een lichte opwinding. Mijn omgeving, voor zover het oog reikt net als ik opgegroeid in wat grenst aan brisante cultuurarmoede, vindt het cool of koel. En dan een benefietconcert ook nog. Provincie trakteert hoofdstad. Friese Boys, ’t Fean, The Knickerbockers, Pekel FC en WKE spelen met, andere provincieselecties in een uitverkochte Arena voor mantelzorgers, gehandicapten, zieken, vrijwilligers, daklozen en sponsoren.

Gouden componistennamen kijken voornaam de zaal in als nieuwe Kamerleden naar de bezoekerstribune. De helft van de zaalvloer is ontruimd voor rollators en rolstoelen. Het publiek bestaat uit vrijwilligers, mantelzorgers en mensen met een beperking van welke aard dan ook. Het ontroert me. Ik vestig mijn blik op een oude meneer met een bleke AJAX-sjaal die lekker meezingt en -dirigeert. Verderop twee gehoofddoekte prinsessen die ongelovig om zich heen kijken en zich blind staren op de teksten. Vetcool. Kapotmooi.

Dirigent Nan wandelt langs de rijen en houdt de microfoon voor meezingend publiek dat ‘Bas Nijhuis weet de eindstand al,’ en ‘Het is stil aan de overkant,’ graag inruilt voor ‘De herdertjes lagen bij nachte’. Dirigent Etty houdt ons bij de les als burgemeester Femke raadsleden. Of opzwepen wel het juiste woord is, vraag ik me al fantaserend af. Aansturen, leiden, stimuleren. We doen graag wat haar mond, ogen en handen dicteren. Solist Florian floreert bij zijn maiden performance; organist Martin Mans en pianist Rob van Dijk doen hun best.

Tussendoor pieker ik me suf over de vraag of de koorleden egoïsten of altruïsten zijn. De eenvoudige, traditionele kerstteksten gaan langs me heen als moderne kunst langs breiwerkliefhebbers of haakwerk langs kunstminnaars. Als winkelmatten afgesleten clichés als The everlasting father, prince of peace, mighty God, das Christus Kind, ze kunnen me wat. Het gaat om het bindende maakwerk. Muziek van Händel, Schubert, Saint Saëns. Het zingen doet iets met me. Het magistrale orgelgeluid dat de stemmen bij elkaar houdt als, ja sorry, elastiek om spaghettistelen die in warm water ontdooien en samengevoegd met een saus van solistische toevoegingen lekker worden. Dat is het woord: Lekker.

Maarten ’t Hart 16  ‘De aansprekers’ (1979)

Eén van ’t Harts bekendste. Ik was 24 toen ik dit boek las: autobiografisch en een soort ode aan, monument voor ’t Harts vader die op vroeg overleed. In twaalf hoofdstukken beschrijft Maarten ’t Hart de aangekondigde dood van zijn vader. Elk hf beslaat een verhaal waarin de dood ad orde komt..

  1. In het eerste hf is sprake van tijdverdichting want een groot deel beschrijft het richting water glijden van de hoofdpersoon. Een meerpaal brengt redding.
  2. Met Hanneke op vakantie in Drenthe krijgt Maarten te horen dat zijn vader de volgende dag geopereerd wordt. Op ziekenbezoek hoort hij van de maagoperatie.
  3. Op ’t kerkhof ziet M dat een vogelaar door de politie wordt gesnapt. Op bezoek in het ziekenhuis ziet hij dat de operatie kort geduurd heeft: een open-dichtje?
  4. Van de specialist hoort M dat zijn vader ongeneeslijke alvleesklierkanker heeft en nog een ½ jaar te leven heeft. Hij vertelt ’t hem niet en zoekt steun in de muziek en poëzie, o.a. in ‘Joun’ van Obe Postma.
  5. M bezoekt nog een x de begraafplaats, nu zijn vader nog leeft.
  6. M maakt ruzie met een oude om brood bedelende man en beseft dat zijn boosheid  voortkomt uit de woede om zijn stervende vader. Op advies gaat hij met Hanneke op reis naar Zwitserland waar hij een doodlopend voetenspoor aantreft.
  7. M’s vader probeert op de begraafplaats een man die zelfmoord wil plegen te weerhouden van zijn plan.
  8. Op vakantie in Zwitserland is M er getuige van een helicopter een dode jongen uit t water vist.
  9. M helpt een dag met het ruimen van een 100 jaar oud graf en krijgt een botje.
  10. Om Leidens ontzet te ontvluchten wil M een dag helpen bladeren opruimen op de begraafplaats.
  11. De kleine M gaat wandelend en met deze en gene een praatje makend, naar de tuin van zijn vader en beeldt zich in hoe hij God zal herkennen.
  12. M wordt bij een congres weggeroepen: zijn vader is opgenomen. Na enkele dagen sterft zijn vader in het bijzijn van M.

Tammo zingt Staal

Groningen, stadsschouwburg 2 dec 2023. Heten alle Friezen voor Groningers Jelle, omgekeerd is het Tammo, de artiestennaam van Johannes Peetsma. In enigszins waterig (kijken i.p.v. kieken, Friezen i.p.v. Vraizen, Delfzijl i.p.v. Delfsiel) Gronings neemt Tammo ons in een strak, ijzeren format mee langs het oeuvre van Ede Staal. Liedje – sketchje – liedje – sketchje. Eerst denk ik dat hij met zijn Groningse variant import-Groningers wil plezieren, maar God Ter Laan leert me dat het een Gronings dialect is uit de noordoostelijke hoek.

Tammo heeft een heel goede stem. Die, samen met de muziek, hij wordt begeleid door drie puike mannen, een pianist, accordeonist en gitarist, en Edes teksten houden hem op de been. Ede Staals wat monotone, eenvoudige en toch krachtige muziek krijgt een prachtig uitgevoerde en nog steeds sobere update die ervoor zorgt dat het 750 pax publiek weer voor jaren een fris geüploade harde schijf mee naar huis neemt. De cabareteske intervallen reiken zelden boven het cliché, zij het heel af en toe een best leuke.

Licht en geluid, Stadsschouwburg, hè, kunnen niet beter. Het podium is aangekleed met een rode Ford Escort, er daalt een drankfles neer uit de lucht, en er wordt een film vertoond van de Delfzijlse haven. De bomvolle zaal is enthousiast en doet graag mee, ook als er op zijn jarenzestigs ingehaakt moet worden. Publiek wordt duidelijk bij de voorstelling betrokken. Tammo deelt een fles drank met één – bepaald niet coronaproof – glaasje uit, laveert langs het publiek schurend met een verrekijker door de rijen, een nieuwe Anita reikt hem een visitekaartje aan, Friezen worden in de spotlights gezet en een automonteur mag naar de Escort kijken. Leukste vondst: als Tammo gaat facetimen met zijn, hoe kan het anders door de Friese Bjinse gekaapte Anita, zien we hemzelf, compleet met baard en pet, in beeld Anita imiterend met langgerekte klinkers en uithalen sprekend. Lachen!

In plastic geschonken pauzedrankjes zijn loeiduur en worden in slow motion met bankkaart afgerekend en de garderobe na afloop is cabaret, compleet met zoekgeraakte jasnummers en schitterend uitgedoste kwade Anita’s die zelf achter de balie hun jas, een FC Groningens hardekernuitdossing (‘een halflange zwarte’) gaan meehelpen zoeken en Tammo die in de foyer stickers uitdeelt.

Maar wat een prestatie: begonnen als Tiktokker staat Tammo nu, met de pas gewonnen Haide Bliksem Award in de buutse in een uitverkocht huis met, zijpaadje, het mooiste plafond denkbaar. Maar of hij de gedroomde opvolger van Rooie Rinus en Pé Daalemmer wordt?

 

Maarten ’t Hart 15  ‘Ongewenste zeereis, Essays – al dan niet autobiografisch’ (1979)

In vier delen: Vrouwen en discriminatie, Biologie, Schrijvers en dichters, Reizen.

I ’t Hart put zich uit in (cliché)beschrijvingen in de literatuur van vrouwen als sensuele verleidster, representant van de duivel, huisbakken, kuise echtgenote, dominerende moeder; alle zowel treurig en uitzichtloos als interessant, verrassend en opwindend en heel vaak dapperder, taaier en gewiekster dan mannen. En ‘t Hartiaans tot op het bot wordt zijn door zijn moeder gedomineerde jeugd beschreven en de supranormale prikkelversterking door make-up, met verklarende uitstapjes naar de dieren. En mannen. Dat ’t Hart vrouwen geringschattend behandelt kan je niet zeggen, wel als ze onzin verkopen of onwaarheden debiteren.

II De verhalen ‘De dorstige minnaar’ en ‘De vloekende dievegge’ kennen we al uit de Salamander-pocket ‘De dorstige minnaar’.  Het eerste verhaal, ‘De bijtende scheerkwast’  beschrijft het Madame-Tussaud-gedrag van nijlratten. ‘De onzichtbare schreeuwer’ gaat over dwerg-, wimper-, water-, veld-, huis-, en bosspitsmuizen. Wolfskinderen gaat over (het onwaarschijnlijke van beschreven) kinderen die in de natuur bij dieren en dus sociaal gedepriveerd opgroeien.

III Dat ’t Hart naast een veelschrijver een veellezer is weten we. What’s more: hij schrijft over zijn leesavonturen. Voorbij komen: Svevo, Kaváfis, Tolstoj, Trollope, Galdós, Clarke, Leopardi, Gontsjarow, Raabe, Gotthelf, Vestdijk en Conrad. Niet zelden analyseert hij alle werk van de auteur en zoekt hij naar verbanden in Nederland of België.

IV ‘reizen’, het mooiste deel. Liefdevol schrijft ’t Hart over zijn jeugd en dat zijn vader een moestuin ‘buitenland’ had genoemd van waaruit groenten naar Nederland werden gesmokkeld. Ook prachtige herinneringen aan badrituelen. Later komen wandelvakanties in Berner Oberland, in beeld. Vervolgens acht fietsverhalen, o.a. een fietstocht met Maarten Biesheuvel en Anton Korteweg en gesprekken en observaties over literatuur, heimwee, het platteland, natuur, feminisme. De fietstochten zijn het summum van vakantievieren. En tenslotte ‘Ongewenste zeereis’ dat ook al in ‘De dorstige minnaar’ stond.