IN MEMORIAM REMCO EKKERS

Het bericht van Remco Ekkers’ overlijden verraste en ontroerde me. Ook zorgde het voor een vloed aan fijne herinneringen. Hij voorzag mij in een belangrijke periode in mijn leven van kennis, wijsheid, en iets wat je savoir-vivre kan noemen. Ik was zeventien en Remco 32. Hij docent, ik student. Net van een grijze, sombere, beschaduwde, christelijke middelbare school in Dokkum ging ik naar een open, vrij, zonnig instituut dat mij ging voorbereiden op de mooiste baan die er bestaat. Van lyceum Oostergo naar lerarenopleiding Ubbo Emmius. Van Dokkum met het eerste zogenaamde ‘brommeroproer’ naar Leeuwarden met straatprotesten waar we, wij wisten wel hoe de wereld in elkaar zat, lekker ‘Weg met Pa Pa Do Pou Los’ konden scanderen.

Door ziekte van de lerares Nederlands in Dokkum was het blok ‘Poëzie na 1880’ in het slop geraakt. Door Remco Ekkers kwam ik voor het eerst in aanraking met moderne poëzie. Er ging een wereld voor me open; alle ismen kwamen voorbij als bomen in een langzaam rijdende trein. Remco maakte naam als dichter. En speciaal door het publiceren van een bundel voor kinderen: Haringen in sneeuw, later bekroond met een Zilveren Griffel.

Op de lerarenopleiding gaf Ekkers moderne letterkunde, moderne poëzie en jeugdliteratuur. In de colleges jeugdliteratuur lazen, bespraken, analyseerden en bediscussieerden we proza en poëzie voor jongeren. Literatuur was serious business, de mondelinge en schriftelijke tentamens van Ekkers waren nooit mals. Door toedoen van Remco Ekkers toog ik voor mijn eerste schoolpracticum naar een school voor LHNO met in mijn tas een lesformulier ‘poëzie schrijven’. De leerlingen, meiden van 15, 16, mijn stagebegeleider en ik vonden het prachtig. Een vleug idealisme was ons niet vreemd.

Remco was een bevlogen leermeester. Enthousiast. Deskundig. Wijs. Erudiet. Een ware docent, denker, dichter. Een lichtvoetige, vrolijke maar niet onbekommerde man. Pijproker. De sectie Nederlands van Ubbo Emmius had een gevarieerde bent eigenwijze, recalcitrante, behoudende, ruimdenkende, geleerde, gevoelige, vooruitstrevende, bedaagde, docenten met Joop Sprock, Cees Dubbelaar, Aad Lohman, Henk Bakker, John Tolsma, Gosse van der Woude, Anne Wadman en Remco Ekkers. In sectieraadsvergaderingen werd uitgebreid gesproken over de rol van (jeugd)literatuur in het onderwijs. Natuurlijk stond hij in het instituut in de schaduw van Anne Wadman, toen al de Vestdijk van Friesland genoemd. Maar Remco Ekkers kwam uit de schaduw en ontwikkelde zich tot een vrije dichter van naam, met een grote productiviteit.

Door Ekkers ben ik poëzie gaan lezen, waarderen en, hoe gaat dat, als je dat maar lang genoeg doet, ook schrijven. Begin jaren negentig hadden we contact over mijn schrijverij. Als aartstwijfelaar zocht ik zijn advies. Ik herlees zijn zorgvuldig bewaarde, uitgebreide, aansporende brief. Zijn woorden ‘doorgaan met schrijven is het parool,’ heb ik met graagte ter harte genomen. Remco, dank je.

Sectionaaldeur

Maandag

Zijn knie rust op een huishoudtrapje en met onvaste hand schuift hij een rolmaat tegen het plafond van de garage. Een ingewikkelde exercitie voor een dermatoloog in ruste. Met zijn vrije hand klopt hij een neerdwarrelende dode spin van zijn colbert. En passant herschikt hij zijn stropdas met dinkeytoysafbeeldingen van Audi’s door twee eeuwen heen.

‘Pier, wat doe je?’ De scherpe stem van Lisa schalt door de tuin. Pier heet eigenlijk Pierke, maar dat lijkt teveel op een verkleiningsvorm en dat zou bij Pier niet gepast zijn. Mijn aandacht is daarmee getrokken.  Lisa, schort over een zijden blouse, bovenste drie knoopjes los, fuchsia-bh-bandjes goed zichtbaar, halfhoge hakken, komt naar Pier gelopen. Voor even laat ik mijn drie tuimelaars, een doffer en twee duivinnen, voor wat ze zijn en kijk naar de tuin van de buren. Hedera’s en een uitgeschoten bonte hulst bieden me een vrije uitkijk. Ik gluur niet, ik kijk.

‘Ik meet de hoogte van de garage,’ klinkt het amechtig. ‘Ik heb een nieuwe elektrische deur besteld en check de hoogte nog een keer. Een dubbelwandige sectionaaldeur wordt het.’ Of Lisa deze laatste woorden hoorde kun je je afvragen natuurlijk. Pier klinkt moe. Vreugdeloos, liefdeloos. Hoor ik iets van weerzin, afkeer in zijn stem? Wanneer, zo vraag ik mij af, wanneer glijdt onverschilligheid via gebrek aan belangstelling, afkeer, weerzin af naar haat als onverzorgd via doodsaai, smakeloos, naar foeilelijk ?

Of je zijn interesse, zeg maar fascinatie voor Aziatische volumineuze vrouwen een passie kunt noemen? Sinds jaar en dag werken er uitsluitend Chinese vrouwen in de maatschap van Fokkert en Pier. Altijd dikke. Wat wel een passie is: zijn belangstelling voor Bach. Vraag hem waar Buxtehudes invloed afnam en Bachs eigenheid begon, Bachs getallensymboliek, zijn veronderstelde psoriasis, niet geheel onomstreden, dat geef ik toe, de 2200 koornoten in het openingskoor van de Johannespassie, en hij praat en praat. Het liefst staand naast zijn zilvergrijze Audi 25 uit 1982, een voet quasi-onverschillig op een band rustend en met zijn vlakke hand liefkozend over het dak vegend als een foute dermatologie-aio over de cellulitisbillen van een nieuwe patiënt die nog niet op de hoogte is met gedragsprotocollen in de huidziektebusiness.

Woensdag

Ik hoor hem zacht ‘Komm du süße Todesstunde’ zingen in de tuin. Zelfs in zijn eentje is hij maatvast. Met plezier denk ik terug aan een buurtdinertje bij opleidingsrestaurant Flanagaris. Organisatie: Pier en ik. Samen hadden we een canon voorbereid, de Gealtsje-kanon met tekst van Fedde Schurer en muziek van Mozart. Toen al zag ik zijn doffe blikken als hij naar Lisa keek en pretogen voor n’importe welke andere vrouw, zelfs Gretha Kuinre kon op zijn warme blik rekenen. Ik had met hem te doen. Hij liet stiekem Jans Stromer foto’s zien van Jing-Li Zhang, een nieuwe maatschapmedewerkster uit Ziyang, iets ten zuidoosten van Chengdou. Tonnetjerond. Fel gestifte lippen. Jachtige oogopslag. Bloedmooi. Oud-specialisten zouden gerust zeggen: bloedgeilmooi.

Pier pent gehaast notities in een boekje als een Slochterense ambtenaar die aardbevingsschade opneemt. Dan loopt hij de garage uit, de oprit op en na zo’n meter of zeven stopt hij, draait zich om naar de garage, kijkt geconcentreerd, steekt zijn hand uit en maakt een zoemgeluid alsof hij op de remote control van de televisie drukt. Nooit gedacht dat hij het snelle dwarrelende ‘ße’ zo lang kon aanhouden, zo goed is zijn ademsteun nu ook weer niet. Na het inschuiven van de rolmaat bespelen zijn vingers Bachs klavecimbel. Zijn buik beweegt mee. Bij het heffen van zijn handen, ook luchtdirigeren zit in zijn genenpakket, schuift zijn overhemd wat open. Een bloot driehoekje ontstaat boven zijn broeksriem. Zijn navel een maankratertje, een omgekeerde zuignap met een minimonnikenkapsel van gedroogde doucheputhaartjes.

‘Kom je zo eten?’ In Lisa’s stem hoor ik iets dwingends. Bij het buurtdiner had ze vanaf het begin aansluiting bij de jongere buurvrouwen gezocht, die nog over make-up, versiertrucs en cocktails praten. Lisa, Pier noemt haar Liessie, ik hoorde eens ‘Liessie mijn pliessie’, ziet er nog goed uit voor haar leeftijd. Ik schat eind zestig. Gladde, gebruinde benen, gouden glimmertjes in de oren en gekrulde blonde lokken. Gespierde kuiten, strakke billen. Zonder moeite schraapt ze onkruid uit de naden van de stoeptegels zonder daarbij door de knieën te gaan. Met de wenkbrauwen is iets misgegaan. Alsof ze zich steeds iets afvraagt. Mijn aanvaring met Piers maatschap heeft ze ons nooit vergeven. Dat we zijn confrère, Fokkert Diederik Dwarsstram, die een receptuurfout had gemaakt die leidde tot een depakinetoxicatie en geen ongelijk wilde, misschien zelfs durfde bekennen, zeker niet tegenover Jing-Li, want die kan mannen die op het oog kleine vergissingen maken wel doodkijken, op de knieën kregen al helemaal niet. Ook Fokkert zelf had na die stommiteit niet met zichzelf in het reine kunnen komen en was bij een psycholoog terecht gekomen, hoorden we later viavia.

‘De deur is toch nog niet versleten, wel? Elektrisch, zeg je? Zo-een als Jans en Riekeltje-Roosmarijn Stromer hebben? Van Hoebersma uit Erica?’ Zonder antwoorden af te wachten stevent ze op de keukendeur af, als een duivenhouder op zijn klok na een Belgische vlucht. Pier kijkt haar hoofd- en buikschuddend na.

‘De laatste tijd draag je je haar zo vlak en plat. Die hoog opgestoken coupe vond ik mooier. Ben je deze week al bij HairZo geweest?’

Vrijdag

Een kleine vrachtwagen rijdt de oprit op bij Pierke en Lisa zie ik door het raam in mijn werkkamer. Een werkbroek boven werkschoenen stapt uit. Het haar een lange vlecht. Pier komt aanlopen en gebaart tot hoever de vrouw kan achteruit rijden. Ze stapt weer in.

‘Dit is een echte Grander, volautomaat type ZII met een kunststof aandrijfriem. Kan niet meer losschieten van het tandwiel. Op afstand met uw smartphone te bedienen.’ Haar stem klinkt opgewekt als van een cursusleider voor slechtnieuwsgesprekken. ‘De deur is geluiddicht. Dubbelwandig hè, that’s it. Als u me even helpt met sjouwen dan zit hij er in anderhalf uur in. Gek, maar u heeft geen extra loopdeur in de garage. Lastig soms. U wilde ook nog een stopcontact aan de buitenmuur? Ga ik voor zorgen.’

‘Graag,’ antwoordt Pier, dan kan ik mijn foon buiten opladen en de garageradio bij het tuinzitje plaatsen. Bach klinkt buiten nog beter dan binnen, dat komt vanwege de geïnternaliseerde tonen die, …’ De Stihl-boor met automatische afslag en diamantboor overstemt alle geluid als een beiaardier marktgeruis op zaterdag.

De werkvrouw monteert een geleidestang aan het dak van de garage. ‘Kijk, hier komt de elektromotor, 1500 Watt maar liefst, die kan zomaar 200 kilogram extra naar binnen lieren, het gewicht van twee man. Of vrouw natuurlijk en ze lacht wat onhandig naar Pier. Moet je echt niet met je handen of haar tussen aandrijfriem en geleidestang in komen.’ Pier staat erbij. Ik zie dat hij zijn hand boven zijn hoofd houdt, pink op zijn kuif, als meet hij iets in gedachten. Ik zie hem prevelen en in zijn aantekeningenboekje kijken.

Als de monteur weg is zie ik Pier naar de garage lopen. Bestuderend bekijkt hij het draaimechanisme dat de gekantelde deur naar binnen trekt. Ik zie hem een rood koordje over een stangetje gooien. Googelend bij Grander Type ZII zie ik dat het een veiligheidskoord is waarmee in geval van nood de deur gestopt kan worden. Moet altijd binnen handbereik zijn, staat er nog bij. Dan verhoogt hij de garagevloer met een drie centimeter dikke mdf-plaat. Weer zie ik hem de binnenhoogte opmeten. Hij is wat van plan, dat voel ik.

Zondagmorgen

De omhooggestoken coupe maakt Lisa jaren jonger. Als zij in de cabrio vertrekt naar Nieuw-Amsterdam waar haar stokoude vader heideschapen fokt, zet Pier zich neer in de schaduw naast de garage. De muziekinstallatie plaatst hij op de tuintafel. Ik hoor ‘Man singet mit Freuden vom Sieg.’ Het plopgeluid van een kurk die uit de fles wordt getrokken is onhoorbaar. Soms drinkt Pier een fles wijn zonder dat je iets aan hem merkt. Ik stap op hem af.

‘Dag Pier.’ Pier blijft zitten op een Frans tuinstoeltje, zo een dat voor heel even ruitvormige moeten in zijn billen achterlaat als hij opstaat. Als mij een dag later wordt gevraagd of Pier een onrustige nerveuze indruk maakte zal ik de vraag negatief beantwoorden. Pier is Pier. Geen enkel huwelijk is zonder problemen. Buren moeten elkaar de ruimte laten.

‘Ik ben een paar dagen de hort op,’ zegt Pier. ‘Naar Aken. Een congres voor oud-dermatologen. Iets over plaveiselcarcinomen, meen ik. Lies blijft thuis. Ik hoop dat ze de nieuwe garagedeur kan bedienen.’

In Memoriam Sjoukje Wijbenga

De wc-kalender is de hippocampus van mijn frontale kwab. Dertig jaar gelden stierf mijn moeder, voor Friezen mem. Sjoukje Wijbenga, 68 jaar, dochter van Klaas Wijbenga en Jelske Postma. Ik was 35, onze zoon Maarten vier maand, Mees nog op wensenlijst. In mijn boekenkast een foto. Ik zie een achttienjarige, serieus kijkende, mooie jonge vrouw die een vingerafdruk maakt op een persoonsbewijs en mijn ziel. Ernaast een rapportboekje  met 21 fiere handtekeningen van pake Klaas. Trotse ouders. Sjoukje scoorde in de zevende klas tienen, negens en achten. Het was, zie ik nu, een openbare school. Ik wist het maar ik wist het ook niet. Doopsgezind gezin in Zwaagwesteinde, Fries voor opvliegende mensen. Dopersen doopten volwassen gelovigen. En ze hadden een hang naar pacifisme.

Sjoukje, vrijzinnig, trouwde met Anne van der Meulen, rechtzinnig, zoon van een gereformeerde kleine boer uit Nes, West-Dongeradeel. Ze trouwden in 1950 en werden Nederlands Hervormd. De rechter geloofsflank ontmoette de linker. Huwelijken zijn altijd compromissen. Heit was een cijfer- en mem een gevoelsmens. Van beiden heb ik geërfd. Ik kan geen begroting zien of ik kijk rekenend of het klopt, of er geen onderliggende benadeelde partij is en of de bank deugt. Ik koop net zo gemakkelijk 7 aandeeltjes ASML als dat ik probeer mee te leven met Jaap, Hug en Mark, de beschotenen in Jeruzalem, mannen met alles verzengend liefdesverdriet of vrouwen die intimiteit verwarren met praten.

Terug naar mem Sjoukje. Mijn mooiste herinnering: na schooltijd rende tiener-ik naar boven en kroop naast haar in het grote bed. We kletsten wat. Ze rook supervertrouwd, geen geurtje of zo, gewoon natuurlijk. Ik onderzocht of het wratje nog wel in haar nek zat. Ze droeg altijd een soort onderjurk. Haar haar gewatergolfd. Eens per jaar een permanentje? Op het nachtkastje aan heits kant een beduimelde NVSH-enveloppe met het herfstnummer van de Sextant. Of heit veel deed met ‘oefeningen in seksuele acrobatiek’ betwijfel ik. Wij kinderen kenden de tekst van A tot Z. Aangeraden door dominee Breeuwsma of huisarts Van Akkeren. Op de sprei een schrijfblok en een vlekkende pen, een buikige Ballograf. Ze schreef haar toespraakjes voor vrouwenvereniging Irene altijd op bed. Vaak een bijbeltekst bovenaan. Mijn op één na mooiste en oudste herinnering: mijn tweelingbroer en ik zitten op haar schoot. Na de maaltijd is daar tijd voor. Heit of een broer of zus leest uit de kinderbijbel: steeds maar weer het Hooglied. Ik kriebel aan mems kralen, sabbel aan d’r oor en snuif in haar hals.

Haar dood schokte me, hoewel we het zagen aankomen. Nooit was ik verdrietiger. Hartverscheurend heb ik gehuild, ik geloof slechts één keer, dat is voor mannen wel genoeg. Mijn jongste broer troostte me. Lief. Net vader geworden lagen mijn emoties aan de oppervlakte als pluisjes in een stuk opgeruwd katoen. Het huilen deed me goed, het bevrijdde me. Mijn werk reageerde als een technologiegroothandel in mechanische afdekpanelen tegen warmteoverslag professioneel: gecondoleerd jongen en of ik de gemiste ouderbezoeken eind van de week op mijn vrije middag wilde inhalen.

Jeroen Brouwers en lijstjes

Jeroen Brouwers heeft met Cliënt E. Busken de Libris Literatuur Prijs 2021 gewonnen. Hèhè, die miste onze grootmeester nog. Even kijken, wie waren de andere genomineerden? Bekono, Blees, De Boer, Mortier en Rijneveld. Van dit vijftal gaat zeker jonkie Rijneveld in de toekomst met deze prijs aan de haal. Brouwers heeft sinds ik een verwoed lezer en compulsief obsessief lijstjesmaker werd altijd bovenaan in mijn top tien gestaan. Of het nou kerkorgels in Noord-Nederland (aangevoerd door de Martinikerk in Groningen), vrouwen in Sleen (houd ik nog even voor me), verderfelijke gebruiken in religieland (Joodse vrouwen die kaalgeschoren en gepruikt door het leven moeten), meerstemmige koormuziek (Hallelujah van Leonard Cohen of toch, ik kan niet kiezen: Sebben, crudele van Antonio Caldera?), dichters (Vasalis), prozaïsten (Brouwers), frauduleuze financiële instellingen (ABN), overbodige medische ingrepen (dotteren bij etalagebenen), onderbelichte groenprojecten (geveltuinen in steden), ongepaste plattelandsgebruiken (zuipketen voor volwassenen), racefietsen (Giant), zijn, ik weeg, rubriceer, wik, selecteer en rangschik. In mijn auteurs-top-tien moeten minimaal twee vrouwen zitten, een Fries, een veelbelovende jongere, een Belg en een korteverhalenschrijver. In mijn geval voldoet Lize Spit aan drie van deze eisen. Brouwers voert mijn lijst aan vanwege zijn veelzijdigheid in zowel vorm, sfeer, gevoel als inhoud. Hij is romancier, brievenschrijver, zelfmoordonderzoeker, pamflettist, necrologieënschrijver, journalist, anekdotist, essayist, vertaler, toneelschrijver, bloemlezer, feuilletonist, polemist, redacteur en ga maar door. Brouwers is een superieur stilist. Een veelschrijver. Oeuvrebouwer. Taalpurist. Prijzenpakker. Veel indruk op mij maakten: ’t Hout, Winterlicht, Kroniek van een karakter, De laatste deur, Bezonken rood. Themata in zijn werk: de nasleep van de oorlog met de jappenkampen, de destructieve effecten van het katholicisme, zelfmoord, eenzaamheid, dood, de zin van het leven.

Terug naar mijn top tien van auteurs in Nederland en België: 1: J E R O E N  B R O U W E R S; 2: Rijneveld, Marieke Lukas; 3: Wieringa, Tommy; 4: Roosenboom, Thomas; 5 ’t Hart, Maarten; 6: Spit, Lize; 7: Hermans/Wolkers/Reve¹; 8: Biesheuvel, Maarten; 9: Elsschot; 10: Wadman, Anne. In de wachtrij: Koch, Komrij, Siebelink en anderen.

¹Of ze het alle drie verdienen weet ik niet, maar ze horen in de canon van de literatuur nu eenmaal bij elkaar als horen-, zien- en zwijgen-aapjes of Molière, Racine en Corneille, K3, of Bach/Beet/Brah.

Godsdienstvrijheid? 

Ex-aleviet Akyol interviewt in het t.v.-programma ‘Vrijdenkers’ jongeren die totalitaire geloofsgenootschappen de rug hebben toegekeerd. Blijmoedige jongeren. Je ziet een brede lach, twinkelende ogen, ze voelen zich eindelijk vrij. Maar of ze vrijdenkers genoemd kunnen worden? En wat houdt de bejubelde Nederlandse godsdienstvrijheid in?

We zien een handvol exen uit de felste en minst tolerante religieuze groepen van Jehovah’s Getuigen, Zevendedagsadventisten, Moslims, Vrijgemaakte gereformeerden, Orthodoxe Joden, Hindoestanen. Als bij bier en xtc heb je gradaties in zwaarte.

Het is een interessant programma geworden met een keur aan ingrediënten die jonge gelovigen hebben willen ketenen, kneden en knevelen; kortom de mogelijkheid om vrij te kunnen denken onthouden. Een ratjetoe aan zinloze rituelen, maffe, (soms passief) agressieve gewoontes jegens andersdenkenden, gebedsgenezers, geloofsexport, curieuze plichten (kinderen die zeggen het leuk te hebben gevonden met het geloof langs de deuren te gaan), extreem kinderrijke gezinnen, lichaamsverminking, kinderdoop, exclusiviteitsdenken, Koranscholen, dogmatisme, hel en verdoemenis, monopolistisch éénwaarheidsdenken, slechte buitenwerelden, eindeloze rijen broeders en zusters die geen familie zijn, goden als witte mannen, witte mannen als plaatsbekleders van goden in peperdure kathedralen in landen die zelf amper hun broek op kunnen houden, een apengod, het verlangen naar een paradijs, het verlangen naar zeven maagden, huistempels, angsten, schuldgevoelens komt voorbij.

Het programma toont aan dat het begrip godsdienstvrijheid illusoir is zolang wordt doorgegaan met jeugdige indoctrinatie. Onderzoeken hebben aangetoond dat religie bepaald niet vrij is, maar dat het als genendefecten kinderen van jongs af aan wordt meegegeven door ouders, op straffe van loyaliteitsverlies. 98 % van gelovigen zegt het geloof te hebben geërfd. Kinderen willen hun ouders niet teleurstellen en volgen hen. Bij een ‘reproductiegetal’ van 0,02 zou religie in no time tot het verleden behoren. En met religie lichamelijke verminking als besnijdenis, extreme onderdrukking van vrouwen, (semi)permanente oorlogssituaties, discriminatie van LHBT’ers, overbevolking, bomgordels en aanslagen.

Echte vrijheid betekent vrije keuze. En dat is wat anders dan kinderen indoctrineren met de godsdienstkeus van de ouders, welke light-versie theïsme ouders dan ook op het oog hebben. Zoals het jongeren tot hun achttiende verboden is alcohol en tabakswaren te kopen zou een verbod op geestelijke verslaving aan religie niet misstaan. Dus stoppen met kinderen dopen, christelijk onderwijs en uiterlijk religieus vertoon. Op naar een toekomst met echte vrijdenkers, met echte godsdienstvrijheid. Vanaf 18 jaar.

Schiermonnikoog, een toneelstuk in drie bedrijven; derde bedrijf

Personen: heit Anne, de vader; mem Sjoukje, de moeder; Jelske, de oudste dochter 16 jaar; Piet, oudste zoon 15 jaar; Tjitske, jongste dochter, 13 jaar; Klaas en Folkert, de tweeling, 12 jaar; Jacob de een na jongste zoon, 6 jaar, Auke Piet ook Benjamin of de pup geheten, de jongste zoon, 1 jaar, her en der strandgasten en Duitse voetballers op het strand,

Tijd: het is hartje zomer 1968 en het gezin Van der Meulen gaat naar Schiermonnikoog. 

Plaats: het strand op Schiermonnikoog

Nota’s voor de regisseur: het is het jaar dat Martin Luther King wordt vermoord, en de start van de Fabeltjeskrant. Na een avondlang discussiëren heeft het gezin op democratische wijze besloten de kerkgang te laten schieten en de toorn van dominee Breusma te trotseren: de stemming was 5 (heit, Jelske, Piet, Tjitske en Folkert) voor en mem, Klaas, Jacob en Auke Piet tegen). Een waterige zon belooft een snikhete dag. De oudste vier jongens hebben een voetbal meegenomen en proberen overal hun kunsten te vertonen waarbij de jongste, Auke Piet, gezeten in een soort maxi-cosy avant-la-lettre meestal fungeert als cornervlag. Een volle boodschappentas met flessen licht-oranje ranja, 48 krentenbollen, zes zakjes spekjes, waarvan één aangebroken, uit de VIVO-aanbieding, een vol pakje Camel zonder filter en een zakbijbeltje gaat mee. Op het strand op Schier  praat het gezin elkaar bij over besnijden.

Improviseren: de regisseur wordt uitgenodigd de spelers aan te sporen te improviseren, mits passend binnen de geschetste kaders.

Jelske: (Jelske deelt krentenbollen uit en heit heeft op het strand zijn driedelig pak uitgetrokken en staat met een blauwe zwembroek in zijn hand poedelnaakt op het strand, mem Sjoukje komt toegesneld en schermt hem een beetje af achter een opgehouden oranje badhanddoek, met daarop te lezen: Vrouwenvereniging Irene 50 jaar! Halleluja! De kinderen, gewend aan dit onverschrokken optreden van heit, doen allemaal of hun neus bloedt, kijken wat om zich heen, neuriën psalmversjes, eten van de krentenbol of zingen zacht tralalatralala)): Is heit ook besneden?

Tjitske (met schrik in de ogen): Gesneden? Heit? Heeft heit een pleister nodig?

Piet (praat onverstoorbaar terwijl een groepje Duitse jongens toekijken en proberen de leren bal in te pikken): Ja, besneden, niet gesneden, op school heb ik bij maatschappijleer van ds. Ter Steegen¹ gehoord dat Joden en Moslims zich aan hun snikkel laten snijden omdat ze denken dan in de hemel of zo te komen. De voorhuid, zeg maar het velletje dat de eikel beschermt, gaat er rits-rats af. Bij bio van meneer Grems hoorden we dat er veel en niet onbelangrijke nadelen zijn. Soms gaat er een jongetje dood bij het besnijden omdat de volken die aan besnijden doen nog nauwelijks hygiënische regels hebben en dan, ook een nadeel is wel dat de eikel altijd tegen je onderbroek schuurt en zo goed als ongevoelig wordt. Meneer Grems zei dat besneden mensen niet meer lekker kunnen masturberen, omdat de eikel geen gevoel meer heeft.

Mem: Ja, wat een onzin, dat besnijden, is gewoon heel stom als je er goed over nadenkt, en erover nadenken doet je leraar maatschappijleer zeker, alsof het lichaam bij de geboorte niet goed genoeg is (en ze geeft alsof het een heilig ritueel is, een dikke kus op de hoofden van Klaas, Folkert en Jacob. Over Auke Piet doet ze iets langer, na de kus voelt ze, met haar haar wijsvinger in de luier of hij al gepoept heeft en de vinger met een klein bruin randje veegt ze af aan de binnenkant van haar zomerjurkje en stopt ze gewoontegetrouw snel even in haar mond) die aanstellerij met besnijden ook.

Folkert: En van meneer Grems horen we dat er ook zoiets als vrouwenbesnijdenis is, dan snijden ze de klit er gewoon af, doen ze bij de Moslims hè en waarschijnlijk ook de Joden denk ik, die weten niet beter…

Klaas: En het toompje, dat snijden ze toch niet weg?

Tjitske: Huh, toompje?

Piet: Ja, het bandje waarmee de voorhuid aan de onderkant van de piel vastzit, gevoelig onderdeeltje hoor…, meneer Grems vroeg of iemand in de klas het wilde laten zien, moest wel schoon zijn, mocht onherkenbaar vanachter een laken, doen we bij bio wel vaker, zo mocht er laatst iemand zijn…

Tjitske (met wijd geopende mond en de tong uitstekend voor de tweeling): ah, net zoiets als de tongriem dus. Er is ook een spreekwoord ‘goed van de tongriem besneden zijn’…

Jacob: Het moet zijn: ‘goed van de tongriem gesneden zijn’ zus, en er is een analogie met in toom houden, denk ik…, volksetymologie is een pracht onderdeel van de sociolinguïstiek zal ik maar zeggen, mem, wanneer krijgen we ranja?

Mem (trots tegen heit pratend): pas zes, moet je hem horen, waar haalt hij het vandaan, hè; zo mooi Anne, hoe ze elkaar onderwijzen. Ja jongen, een bekertje ranja, schenk ik zo in, is er nog iemand die een krentenbol wil…

Jacob (mems opmerking als een stimulans opvattend): Meisjes besnijden gebeurt alleen in de Islam, volgens juf Hamstra van de zondagsschool is het een heidens ritueel dat verboden gaat worden, het komt in die hele koran helemaal niet voor zelfs…

Klaas: (Niet begrijpend) Huh? Net zoals in de hele bijbel geen kerstboom voorkomt maar die wel wordt gezien als een christelijk symbool van licht en vrede?

Piet (die even wat te lang naar de Duitse voetballers heeft gekeken en het voorgaande nauwelijks heeft gehoord, begint gewoon overnieuw): ja bij jongens en mannen heet het circumcisie, bij vrouwen heet in het Engels female genital mutilation, Kees Wielenga wilde er bij Van de Streppel een opstel over schrijven maar dat werd afgekeurd, mocht niet, Oostergo weer hè, rector Breukels kende het helemaal niet, meisjesbesnijdenis… en die kerstboom, ja die is meer heidens hoor, niks christelijks aan. Weten jullie trouwens wat een Spaanse kraag is?

Heit: (onverstoorbaar nog reagerend op Jelskes vraag of hij is besneden) Nee hoor, gelukkig niet, ik ben nog helemaal compleet, willen jullie hem even zien? (En hij friemelt al ongeduldig aan de zwembroekranden en wil net zijn apparaat naar buiten halen om het in de volle zon aan de kinderen te tonen..)

Mem: Anne, ho! Genoeg.

Mem: Jongens, omkleden! (enthousiast doen de jongens hun kleren uit en de zwembroekjes aan; de beide meisjes zijn omslachtiger en kijken wat om zich heen. Klaas en Folkert trekken aan hun pielemuisje en kijken, de rug gekromd, buik naar voren als een gespannen boog, met twee vingers aan het uiterste velletje trekkend, wie de langste heeft.

Folkert (pakt het tuitje dat zijn eikel verbergt): Gaat dit er dan helemaal af? Besnijden, ben je gek! (Hij trekt de voorhuid wat terug en ruikt aan zijn vingers).

Klaas: Hé mem, haartjes! (Mem, Jelske en Tjitske komen eraan en bestuderen Klaas’ pielemuisje van dichtbij om te kijken of er echt haartjes te zien zijn).

Tjitske: mem, daar is een telefooncel, mag ik even bellen?

Piet: Hahaha, Harry zeker… vraag gelijk even of hij besneden is.

Mem: Aantreden en insmeren graag (Een voor een komen de kinderen naar mem toe die een flesje Tschamba Fi² in de handen heeft. Daarna waaieren de kinderen alle kanten op. Het kinderzitje met erin Auke Piet staat naast een hoop kleren. Na een kwartier komen de jongens samen en overleggen hoe ze de Duitsers verderop kunnen aanspreken. Piet neemt het voortouw.

Jacob (jongleert met de bal als een Amsterdamse straatvoetballer): Kijk, zag ik Cruyff doen…

Piet: Heey Jungs, Fußballen? (vier jongens komen aanrennen. Auke Piet wordt meegegrist in zijn zitje, vlaggetje weer op zijn hoofd en na wat gesteggel waarbij de woorden Kaiser, Ausputzer, Nein, verdammt noch mal, Scheisse, keep cool, carry on, Weltmeister im Doppe, Überspielen Mann, Ein-Tor-Spiel, luid opklinken terwijl heit geduldig mems benen insmeert met Tschamba Fi, daarbij extra voorzichtig doend met de aan de oppervlakte liggende spataderen en proberend mems rok steeds wat op te schuiven hetgeen tot een vermanend ‘Niet doen, Anne’ leidt).

(de kinderen spelen en voetballen dat het een aard heeft).

Heit: (Na uren strandplezier) We gaan terug, straks een spekje en dan een ijsje halen in het dorp. Deze keer kiezen we uit een Friese Vlag waterijsje of een chocodip, ik heb vanmorgen de benzine contant kunnen verrekenen. Maak je geen zorgen om zand in je onderbroek, thuis wacht de waterslang.³

Piet: (met moeite tegen de zon in turend) Wat een felle zon zeg, kunnen we de zwarte lamp straks niet even aan zetten (hij kijkt rond alsof hij op een klaterende lach wacht)?

¹ Op Chr. Lyceum Oostergo te Dokkum was het gewoon dat maatschappijleer werd gegeven door dominees. Op deze wijze meende rector Breukels, gesteund door een overbezorgd schoolbestuur, dat moeite had de onstuimige jaren 60 buiten de schoolhekken te houden, invloed te kunnen uitoefenen op de meningsvorming over maatschappelijke kwesties onder pubers

² Een sterk ruikend zonnebrandmiddel dat eenmaal aangebracht het gevoel gaf alsof de huid kromp en werd samengetrokken, in geel plastic flacon met een zwart dopje, met een aanbiedingssticker van Drogisterij Polij, Voorstraat Kollum;

³ Een vast gebruik na een stranddag: bij thuiskomt stellen de kinderen, alle Van der Meulen-kinderen hebben een lichte en voor de zon gevoelige huid die na een dagje Schier niet zelden vuurrood is geworden, zich bloot naast elkaar op onder de steenperenboom, gadegeslagen door mensen die in het bushokje op de bus wachten en de buren (dames Beinstra, één is een oud-lerares Frans en de ander een muzieklerares, beiden kerken in de gereformeerde -rechtzinnige- kerk) en dan pakt heit de tuinslang en spuit de kinderen met koud water schoon, waarbij er luid wordt gejoeld, èn van plezier èn omdat de koude waterstraal te hard en te koud is voor de gevoelige huidjes, waarna mem klaarstaat met zachte badhanddoeken om de zoons en dochters zachtkens af te drogen; dan nog een knakworstje en naar bed.

Schiermonnikoog, een toneelstuk in drie bedrijven, tweede bedrijf

Personen: heit Anne, de vader; mem Sjoukje, de moeder; Jelske, de oudste dochter 16 jaar; Piet, oudste zoon 15 jaar; Tjitske, jongste dochter, 13 jaar; Klaas en Folkert, de tweeling, 12 jaar; Jacob de een na jongste zoon, 6 jaar, Auke Piet ook Benjamin of de pup geheten, de jongste zoon, 1 jaar, serveerster aan boord van veerboot Hoop en Trouw, groepje luidruchtige en uitgelaten Duitsers,

Tijd: het is hartje zomer 1968 en het gezin Van der Meulen gaat naar Schiermonnikoog.

Plaats: Haven van Oostmahorn, veerboot naar Schiermonnikoog.

Nota’s voor de regisseur: het is het jaar dat de Apollo 7 in Florida wordt gelanceerd en 163 keer rond de aarde vliegt en het jaar van een centrum-rechts kabinet De Jong met ARP, CHU, KVP en VVD en het is zondagochtend. Na een avondlang discussiëren heeft de familie op democratische wijze besloten de kerkgang te laten schieten en de toorn van dominee Breusma te trotseren: de stemming was 5 (heit, Jelske, Piet, Tjitske en Folkert) voor en mem, Klaas, Jacob en Auke Piet, die in zijn halfslaap knikkebollend zijn hoofd van links naar rechts schudde, tegen). Een waterige zon belooft een snikhete dag. De oudste vier jongens hebben een voetbal meegenomen en proberen overal hun kunsten te vertonen waarbij de jongste, Auke Piet, gezeten in een soort maxi-cosy avant-la-lettre meestal fungeert als cornervlag. Een volle boodschappentas met flessen licht-oranje ranja, 48 krentenbollen, zes zakjes spekjes, waarvan één aangebroken, uit de VIVO-aanbieding, een vol pakje Camel zonder filter en een zakbijbeltje gaat mee. 

Improviseren: de regisseur wordt uitgenodigd de spelers aan te sporen te improviseren, mits passend binnen de geschetste kaders.

Heit (terwijl hij een Camel zonder filter-peuk uitdrukt in de overvolle asbak): Daar zijn we dan. Oostmahorn, als de meisjes nog willen plassen, pak je kans.

Mem (die na het uitstappen haar bh met voorsluiting en blouse omslachtig dichtknoopt en een speldje met een gebroken geweertje recht buigt terwijl ze Auke Piet aan Tjitske geeft): Ah, kijk de boot ligt er al. Anne, als jij kaartjes koopt, deel ik een pepermunt uit, het is per slot van rekening zondag.

Jelske: zal ik nog een stukje uit  de bijbel voorlezen, we missen de preek en de jongsten kunnen niet naar de zondagsschool. Even denken, het wordt Handelingen 27, over de zeereis van Paulus. Lukas kan dat toch zo mooi beschrijven man. De Wadden mag dan geen zee zijn,…

Tjitske (terwijl de zuigeling met zijn hoofdje op haar schouder ligt en wazig rondkijkt, waarbij zij hem liefdevol zachte tikjes op zijn rug geeft, zodat er een flinke golf vlokkerige moedermelk boerend over haar zomerjurkje golft): Jakkes!

Piet: Mem, mag ik deze keer de schriftlezing doen? Jelske deed het de vorige keer niet foutloos. Toe…?

De zeven kinderen vormen met mem een soort cirkel op het parkeerterrein bij de veerboot Hoop en Trouw; talloze Duitse vakantiegangers wandelen uitgelaten en luid roepend naar de kaartverkoop en  Jelske leest op fraaie toon een passage voor uit mems zakbijbeltje. De jongens luisteren met tegenzin  en gooien elkaar ongeduldig de bal toe. Mem veegt met haar vinger melkrestanten van Tjitskes schouder en likt haar vingers omstandig af.

Piet: Sufferd, het is niet diskipel maar dis-sie-pel als het Friese woord siepel¹. Van mij krijg je deze keer een zeven. Je maakte maar twee keer een foutje en je toon was goed hoor. Mem, mag ik de volgende keer weer?

Jacob: Als iedereen even het cijfer voor Jelskes leesbeurt geeft, krijgen jullie van mij later op de dag het gemiddelde.

Heit (die met een nieuwe Camel-zonder-filter in de mondhoek komt aangewandeld): Of ik ook gelijk buskaartjes wilde kopen naar Hotel Van der Werf, vroegen ze. Nee hoor, dat doen we niet, we steken straks binnendoor naar het strand. Ik weet nog een heel mooi paadje. En bewegen is goed voor de buitenmens.

Piet: Maar goed dat ik de nieuwe voetbal heb meegenomen, kunnen we straks een potje ballen tegen die Duitsers, dan ben ik (overdreven mooi articulerend) Kaiser Franz. Franz Beckenbauer.

Jelske: Wilpssnaar zegt steeds dat je die finale r niet moet uitspreken Piet, (overdreven articulerend) het is meer Beckenbaue. Ik moet even plassen hoor. Tjitske ga je mee?

Als de beide meisjes terug zijn gaat het hele gezin aan boord. Heit gaat voor en neemt een trap naar het bovendek, voorbij uitnodigende buffetten met ijsjes en versnaperingen.

Heit: mem, zie je, dat lijken Kruisinga en Roolvink wel. Schaterend: Straks zien we Luns²  ook nog.

Jelske (met een vies gezicht): Maar die Luns is toch katholiek, is het niet? (Op wijsneuzige toon) Meester Van der Heide heeft ons in klas zes al geleerd dat de roomsen niet altijd een voorname rol hebben gespeeld in de vaderlandse, laat staan de Friese geschiedenis en meneer Bangman bevestigde dat vorig jaar in G-4.

Mem: ja, zou mijnheer Luns eens komen kerken bij dominee Breusma, hij zou direct Hervormd worden, vrijzinnig dan hè, de rechtzinnigen en de gereformeerden waar heit eerst bij hoorde, tel ik even niet mee, maar ja een kerkdienst duurt voor die roomsen veel te lang, zij gaan even te biecht en fladderen weer verder. Ze lezen ook niet in de bijbel, een beetje Maria vereren, een kruisje slaan en hupsakee, dat is het dan. Op vakantie in Frankrijk zijn we eens in een katholieke kerk geweest: verschrikkelijk. En dan die beelden…

Heit: Het zou mijn niet verbazen dat als onze Lou de Jong nog eens in Luns’ verleden pluist, hij rare dingen zou tegenkomen.³

Jacob (wijzend naar de met de boot meevliegende meeuwen): Kijk een kokmeeuw, en daar vliegt een reuzenstern en een kleine mantelmeeuw. Als je de gemiddelde darmlengte van die jongens vermenigvuldigt met de omtrek van de maag nadat ze hebben gegeten, …

Folkert: Moet mem de pup niet nog eens de borst geven? Kan hier wel in de luwte, waait hij straks als we hem weer als cornervlag gebruiken ook niet weg. Ik heb nu al zin die Duisters straks een lesje te geven, ik heb het hakballetje van Müller ingestudeerd; Klaas kan dan wel even Seppen.

Heit (naar een slapende Auke Piet op de arm van Tjitske wijzend, pratend tegen Duitsers die taart etend en koffie drinkend geboeid naar hem luisteren): Siebenundeinhalbe kilo war er bei Geburt, ja es war ein Wunder nicht, und Sjoukje war nur zwei Wochen im Hospital, das Diakonessenhaus natürlich, nicht das Katholische…

Jelske: Heit, macrosomie is niet altijd even prettig voor de moeder, dat weet je hè.

Folkert: Macro-economie, wat heeft dat met vrouwen te maken?

Tjitske: Duh, macrosomie betekent een extreem hoog geboortegewicht broer, nogal lastig bij de geboorte, hè, zal ik je even uitleggen, heit geef me eens een papiertje (begint met tekenen van het geboortekanaal terwijl Folkert met grote ogen toekijkt).

Jacob (houdt de bal tien keer hoog met links en dan nog vijf keer met rechts, terwijl Klaas zwierige keepende bewegingen maakt alsof hij een bal uit de bovenhoek pakt en daarbij atletisch zweefduikend op het dienblad van een passerende serveerster valt): Seppen zei je, Folkert?

Serveerster (krabbelt op en kijkt het gezelschap vernietigend aan en bijt Klaas in het Fries toe): Sjoch út dyn eagen kloathommel!⁴

Folkert (de ravage en de serveerster negerend): Ja jongen, Seppen, van Sepp Maier, de Duitse übergoalie, die is bijna zo goed als de Rus Yashin die weer bijna zo goed was als oom Jaap.

Klaas (wijzend op mems borsten en Auke Piet die als een jonge Berner Senner met zijn ogen draait en zijn tongetje trillend meebeweegt): Ja, mem, geef hem nog maar eens de borst.

¹ Siepel (Fries) = ui

² Kruisinga (CHU) was staatssecretaris en Roolvink (ARP) minister, beiden van sociale zaken; Luns (KVP) was minister van Buitenlandse Zaken.

³ Heit had een goed voorgevoel op dit punt: In 1979 zal De Jong aantonen dat Luns lid is geweest van de NSB. Luns ontkende aanvankelijk en beweerde dat het zijn broer Huib was geweest. Huibs weduwe Adèle Luns – Van der Made bevestigde de zienswijze van prof. De Jong in 2000 in een interview met Elsevier.

Kijk uit je doppen, sufkop!

w o r d t   v e r v o l g d

Pictura, Corona én de verkoop, 14 maart – 11 april 2021

Ine Hoejenbos – Portret jonge man (€ 2.300,-)

Spreek met beeldend kunstenaars en je hoort dat ze verhalen willen vertellen. Dat komt goed uit, ik houd van luisteren, lezen, kijken, interpreteren. En er iets van vinden natuurlijk. Ze zitten vaak in een tergend schizofreen dualisme: vakmanschap, techniekbeheersing, uitdrukkingskunst en artisticiteit moeten geëtaleerd en geëxploreerd worden en er moet worden verkocht. Zoals je in Blokkers en Hema’s decoraties voor boven de bank koopt, zo verkopen Pictura’s en CBK’s ook kunst voor huiskamers.

Op nummer I: een intrigerend houten beeld van Ine Hoejenbos. Een serieuze, bijna angstige, lege blik. Een kop die je bijblijft.

Maar verkopen is dat iets voor kunstenaars? Ik neem de proef op de som en Google elke 18e deelnemer in Pictura. Wel ateliers, persoonlijke info, nieuwsbrieven, een contactformulier, een vaak niet helemaal bijgewerkt overzicht van deelname aan exposities maar gewoon een aanbod van te koop staand werk en prijzen: Neenjetnonon. Kandidaat-kopers wanen zich op een markt in Istanboel: veel variatie, groot aanbod, maar nergens prijzen. Funest voor zuinige Hollanders. Ateliers hebben de geur van te duur.  Hoe, denken kunstenaars, kunnen geïnteresseerden dan iets bestellen? Zouden ze nooit op Bol.com, Zalando kijken hoe commercie werkt? Een enkele wil zelfs de wereld veroveren zonder eigen website.

Piet Gutter – Brieven + fotokaart Eelde (€ 2.200,-)

Op nummer II: Rasverhalenverteller Piet Gutter. Zelfs verstokte verhalenhaters beginnen spontaan een verhaal te vertellen over wat ze zien.

Er heerst een coronapandemie en de agenda van Kunstlievend Genootschap Pictura vertoont een gat. Wat doe je dan? Je veegt Villa Kakelbont leeg, zet een advertentie in de krant en vraagt kunstenaars te komen exposeren. Gratis en dat terwijl de vereniging verlies lijdt. Bezoekers betalen slechts € 3,-. Dat duidt op een optimistische geest. De kunstenmakers leveren foto’s aan en de keuringsdienst met Boersma, Elferink en Hage keuren de inzendingen en komen op 193 werken van 169 kunstenaars (interessant detail: de website rept van 186/171). Voor het merendeel komen ze uit Noord-Nederland.

San van Thiel – Landscape (€ 950,-)

Op nummer III: San van Thiel met Landscape 1. Het multimediale werk vertelt zoveel verhalen als er vakjes zijn: bijna ontelbaar.

Er zijn, met nog enkele dagen te gaan, 14 werken verkocht, ruim 7%. De deurbewaarders geven aan dat de publieke belangstelling positief is, ‘het loopt redelijk door’. Nog even naar de website: alle disciplines zijn aanwezig, klinkt het veelbelovend en er volgt een opsomming: ‘olieverfschilderijen en andere schildertechnieken, diverse druktechnieken, fotografie, keramiek, beelden in brons en steen en andere 3 dimensionale werken’. We missen toch nog wel wat: video- en filminstallaties, body art, performance kunst, digitale en nieuwemediakunst bijvoorbeeld. En ook de tuin moet het zonder objecten voor de openbare ruimte doen.

Op nummer IV: Jolanda de Ridder met Summertime Rhapsody. Met minimale vormen en strakke kleuren optimaal verhaalgenot.

Jolanda de Ridder – Summertime Rhapsody (€ 600,-)

Maar wat een schitterende omgeving: prachtige zaaltjes, een grote zaal, een luie trap en een meer dan mooie (maar ongebruikte) vestiaire met een waterkraan waar iets van Fountain-art niet had misstaan. Kortom een prachtig gebouw dat zo lang mogelijk uit de handen van doortastende gemeentebestuurders en moderne architecten gehouden moet worden. Mondkapjes op en naar binnen. In zes ruimtes, waaronder, excusex le mot dames, Witte Doos, wandelen we rond. Bezoekers krijgen 40 minuten toebedeeld, ruim 10 seconden per werk dus. Daar blijven we nog wat onder. De prijzen lopen uiteen van € 50,- tot € 6.890,-. Het gemiddelde zal iets boven de € 600,- liggen.

Liesbeth meerding – Bobbie en de kussens (€ 1.250,-)

Op nummer V: Liesbeth Meerding, Bobbie en de kussens: pas op afstand zie je Bobbie. Die afstand maakt een spannend verhaal.

Als er ergens verhalen worden verteld in beelden, dan is het hier in Pictura. We zien sprookjes, natuur-,  fantasie- en realistische verhalen, slaapliedjes, grefo-vertelsels, stadsstories, kinderboeken, streekromans en meer. En heel veel persoonlijke dagboeken. Expliciete Wolkeriaans seks, Kooimansiaans academisme en Güliaanse bekentenisliteratuur weer niet, en voor provocerende, kwetsende satire is het allemaal te braaf. Samenvattend: veel proza & poëzie; weinig theater. Opvallend is de afwezigheid in de verkooplijst van exoten. Op het eerste gezicht geen Turk, Marokkaan, Chinees te zien. Dat geeft te denken. Misschien zou Pictura actiever moeten zoeken. In de gauwigheid tel ik vier Ploegleden.

Op nummer VI een gedeelde plaats voor Lucius Bloemen: nr 220 De Vlieger en Anne-Will Lufting met verf op zeildoek.

Lucius Bloemen – Nr 220: ‘De Vlieger'( € 1.980,-)

Anne – Will Lufting – Bluie + Cadmium Yellow (€575,-) en Deep black + Marble (€ 575,-)

Schiermonnikoog, een toneelstuk in drie bedrijven, eerste bedrijf

Personen: heit Anne, de vader; mem Sjoukje, de moeder; beppe Jelske, de oma; dominee Breusma; Jelske, de oudste dochter 16 jaar; Pieter Boonstra, vriend van Jelske 19 jaar; Piet, oudste zoon 15 jaar; Tjitske, jongste dochter, 13 jaar; Klaas en Folkert, de tweeling, 12 jaar; Jacob de een na jongste zoon, 6 jaar, Auke Piet ook Benjamin of de pup geheten, de jongste zoon, 1 jaar, Trixie de hond, reu, circa acht jaar.

Tijd: het is hartje zomer 1968 en het gezin Van der Meulen bereidt zich voor op een zondagje Schier.

Plaats: bij de auto op de oprit aan de Van Eysingalaan te Kollum

Nota’s voor de regisseur: het is het jaar dat Amerika in My Lai (Vietnam) een bloedbad heeft aangericht, leraar Engels Van de Streppel van het Chr. Lyceum Oostergo, dat door vijf van de zeven Van der Meulen kinderen wordt bezocht heeft gezegd dat leerlingen die Johnson Moordenaar scanderen van school worden verwijderd, een week voor de historische overwinning van Jan Jansen in de tour de France,  en het is zondagochtend om 08.00 uur. Na een avondlang discussiëren heeft de familie op democratische wijze besloten de kerkgang te laten schieten en de toorn van dominee Breusma te trotseren: de stemming was 5 (heit, Jelske, Piet, Tjitske en Folkert) voor en 4 (mem, Klaas, Jacob en Auke Piet tegen). De sfeer is gehaast en jachtig, de boot vertrekt om 08.55 van Oostmahorn en heit heeft vergeten te tanken en mem heeft in een vlaag van eerlijkheid dominee Breusma verwittigd van de kerkdienstmijding. Een waterige zon belooft een snikhete dag. De oudste vier jongens spelen nog even voetbal op straat (Piet en Jacob tegen Folkert en Klaas) waarbij het bushokje met daarop de leus ‘Balkema Tollenaar’ gekalkt als doel fungeert. Auke Piet, gezeten in een soort maxi-cosy avant-la-lettre fungeert als cornervlag, op zijn hoofd hebben zijn broers een oranje vaantje met de tekst “Vrouwenvereniging Irene bestaat 50 jaar, halleluja” geplakt met afplaktape van schildersbedrijf Draaisma. Hond Trixie komt van het erf van politie Haan en zit vastgeklonken en kwijlend hijgend op een jonge loopse bouvier van Brakmeijer die achter politie Haan woont. In de verte is te horen hoe Piet zijn broers uitlegt dat zo’n koppeling na de geslachtsdaad wel drie kwartier kan duren. Luide uittroepen (Aargh, Oehh, Oh, Ieuw) van Klaas, Folkert en Jacob, die snel even heeft uitgerekend dat de ejaculatie met uitloop dan maar liefst 2700 seconden heeft geduurd, weerkaatsen tegen het bushokje. Uit het zicht van iedereen, onder de steenperenboom, staat een volle boodschappentas met flessen licht-oranje ranja, 48 krentenbollen, zes zakjes spekjes uit de VIVO-aanbieding, een vol pakje Camel zonder filter en een zakbijbeltje.

Improviseren: de regisseur wordt uitgenodigd de spelers aan te sporen te improviseren, mits passend binnen de geschetste kaders.

Mem: Anne, schiet een beetje op man, kunnen we nog tanken bij Woudas aan de Voorstraat? Heb je je gebit al schoongeborsteld?

Heit: Ja hoor, schoon, die worstenvelletjes zijn soms taai en nee, die heeft zijn nota’s al betaald, we gaan langs Oudwoude, Van der Went is me nog een paar honderdjes schuldig en die wil ik vereffenen, je weet wat mijn heit altijd zei: Een lyk man is een ryk man¹. (Terwijl heit naar de parende honden wijst) O ja en morgen niet vergeten even vijf gulden dekgeld bij Brakmeijer op te halen, kan Folkert wel even doen.

Mem: Maar Anne, Oudwoude, dat is een heel stuk verder, dat gaat niet lukken, toch?

Anne, mems ongeruste blikken ontwijkend: Taeke Postmaar uit Oudega en Sijmen Venema van de garage aan de Trekvaart hebben me verzekerd dat de snoek snel is en niet van de weg te krijgen, die traction avant doet ’t hem, we gaan het halen mem. (Luid roepend) Jongens, aantreden we gaan nu weg. Jelske en Tjitske naar de w.c. even plassen en opschieten.

Jelske (met allerliefste stemmetje: Maar heit ik zou toch thuisblijven om op beppe te passen? Asjeblieft….

Heit: Nee, geen sprake van, dat gaat Piet Boonstra doen, kijk daar komt hij net aanrijden. (Met daverend geraas, de uitlaat is ietsje ingekort, komt Piet Boonstra op zijn oude Puch de Van Eysingalaan inscheuren, helm achterstevoren, wijde opgewaaide broekspijpen tot boven de kuiten en een Weduwe Van Nelle in de mondhoek).

Piet Boonstra: Folkert, hier is zeseneenhalve gulden, ga even tanken bij Ekmi.

Folkert (met spijt in zijn stem): Nee Piet, vanavond graag, we moeten naar Schier. Wat ruikt die shag lekker man, heb je er weer wat door gemengd?

Er ontstaat een lastige situatie. Mem wil vanwege heits rijstijl met Auke Piet de Benjamin op schoot achterin zitten, kan ze hem gelijk nog een keer de borst geven, iets wat zuigelingenwagenziekte zou verhinderen, geflankeerd door de vier grote zoons. De jongens hebben veel belangstelling, zeg maar gerust een heilig ontzag, voor mems borsten. Jelske en Tjitske mogen voorin, samen op één fauteuil van de Citroen DS. Alle vier jongens mopperen, die willen ook naast heit zitten. De auto scheurt weg en stopt na 100 meter.

Mem: Wie heeft de tas met krentenbollen meegenomen? Stond onder de steenperenboom.

Tjitske (na een tergend lange stilte waarbij de kinderen elkaar aankijken): Haal ik nog wel even. (Snel knoopt ze de veters van d’r nieuwe gympen vast en rent terug. Heit stapt uit en steekt een Camel op. Dominee Breusma komt op de fiets aanrijden).

Ds. Breusma: Ah, Van der Meulen, ik zie dat jullie de dienst des heren niet zullen bijwonen, waarheen gaat de reis? In Leviticus 37 vers 13 lezen we dat de aangetrouwde oom van Jezus onze verlosser zei dat Ledigheid des duivels oorkussen is en Van der Meulen, het boek des heeren is heilig, ook voor boekhouders die..

Heit (de dominee onderbrekend): Dominee, wat ik nog wilde zeggen: ik zag in de belastingaangifte van vorig jaar dat als we wat gaan schuiven met de buitengewone lasten en de giften, en we de kruisposten wat herschikken, dat er voor dominee dan een aardige teruggave mogelijk is, moet het natuurlijk nog wel even met Balkema en zijn superieuren opnemen natuurlijk, maar ik zie kansen.

Dominee Breusma: Ah, als de heere der heerscharen het mij gunt, wie ben ik dan om het te weigeren. Staat er niet in Kolossenzen 13 vers 6 of was het toch Cisterciënzers 24 vers 2: Geef de koning wat des konings is en de heer wat des heeren is? En Van der Meulen heeft Van der Meulen al nagedacht over de vacature van diaken die de kerkenraad u heeft aangeboden?

Heit (licht geschrokken zonder dat te laten merken): Wis en zeker dominee, maar ik dacht, als ik nu mijn jaarlijkse bijdrage eens wat ga aanpassen, we hebben vorig jaar goed gedraaid op het kantoor, Piet begint de aangiftes in de vingers te krijgen en de tweeling bezorgt de post beter dan de PTT en Jacob rekent sneller dan de oude Olivetti 34 met automatische terugslagfunctie en semi-automatische papierrolinvoer. De famkes helpen Sjoukje al heel aardig in de mantelzorg voor beppe. Als Piet na zijn huiswerk ’s avonds even een aantal jaargangen loonstaten overschrijft in mijn handschrift, hij heeft al wat ervaring opgedaan, zal een paar daagjes kosten natuurlijk, dan kunnen we nog behoorlijk wat extra terugploegen. We moeten allemaal woekeren met de talenten die ons zijn toebedeeld door de heere der heerscharen natuurlijk. En dan, mijn taak als beginnend accountant is ook om de fiscus scherp te houden natuurlijk. Maar kom, dominee moet verder natuurlijk, ik zal dominee niet langer ophouden.

Tjitske (hard rennend en twee spekjes achter de kiezen proppend): ik ben er weer! Zo lief, ik zag Piet Boonstra met beppe onder de appelboom zitten, hij liet Trixie aan zijn tenen sabbelen. Hij rookte wat sterk spul en luisterde met beppe naar Let it be van de Beatles. Dat Pompsters van hem klonk toch zo leuk, weer heel anders dan het Kollumerlands².

¹ Je kunt je pas rijk voelen als je je schulden hebt betaald

² Naast het Stellingwerfs dat in zuid-oost Friesland wordt gesproken zijn het Kollumerpomps (het Pomsters) en het Kollumerlands (of Kollumers) Nedersaksische streektaalvarianten.

W  o  r  d  t    v  e  r  v  o  l  g  d

Lale Gül ‘Ik ga leven’

Als in een debuutroman de tirannieke moederfiguur stelselmatig Karbonkel (de Kakkerlak) wordt genoemd en daarna zure zeverzak, takkewijf, belligerente bloedhond, zieke psychopaat, controlfreak, Droogstoppel, onnozele, achterlijke, bekrompen en simpelzielige vuige ezel uit het boerengat van Turkije, minderwaardig mens, analfabete verwekker, zeloot, hofmaarschalk, belichaming van het kwaad, lotgenoot in het mutsenparadijs, secreet, dan weet je het wel. Desondanks blijft ze de woorden Oma, Vader, Moeder consequent met een hoofdletter schrijven en volgt na de woorden ‘Allah en zijn profeet’ dociel ‘vrede zij met hem’.

Güls autobiografische debuut heeft ontegenzeglijk sterke overeenkomsten met Özcan Akyols debuut ‘Eus’. Beiden hebben Turkse roots en beiden studeren/studeerden Nederlands. ‘Ik ga leven’ en ‘Eus’ rekenen allebei af met het despotische religieuze en culturele gedachtegoed uit het Turkse nest. Beiden kunnen goed schrijven. Soms voel je dat Gül moeite heeft bepaalde fragmenten klein te houden. De schoolreis naar Rome en de seksuele strapatsen met vriend Freek krijgen heel veel ruimte. In filosofische reflecties over leven, liefde, relaties, geloof, angst en waarheid betoont de 24-jarige Gül zich een wijs mens. Religie, mits beperkt tot je privéleven is okee. Maar buiten de persoonlijke levenssfeer verwordt het tot een potentieel existentiële bedreiging voor de vrije open samenleving. Dixit Gül.

Gül beschrijft het leven van Büsra in een niet-begrijpend gezin met gevoelloze ouders en oma die zich meer gelegen laten liggen aan de groepsopvattingen van de bijna analfabete sociale clan en de bloed en zuurstof afknellende koran dan aan het geluk van de kinderen. In dit boek staan ‘zelfrespect ontberende kechs’ lijnrecht tegenover alle mogelijke vrijheden consumerende ‘snikkeldragers’. Gül strooit met tegeltjeswijsheden die je niet op veel tegeltjes zal tegenkomen, bijvoorbeeld: Talent is weigeren te zwijgen, Beschaving is je beter gedragen dan je bent en Hoe dikker de wilg hoe holler.

In commentaren wordt Gül verweten een formalistisch, archaïsch taalgebruik te hanteren dat niet zou passen bij de jonge gebruikers. Gül toont hiermee aan dat ze gestudeerd heeft en belezen is. ‘Vrouwhumiliërend, cronyïsme, pieus, indulgent, oblomovistisch, occuperen, repugnant, promiscue, nihilistisch, oriëntalisme en belligerent zijn inderdaad geen woorden die je in driestuiverromans tegenkomt. ‘Ik ga leven’ is dan ook geen driestuiverroman.

Dat haar familie en de sociale groep waaraan ze is ontsproten haar heeft verstoten vanwege de openhartige schrijfstijl zal niemand verbazen en de ophef erover zal de verkoop (terecht) bevorderen. Gül is slachtoffer van de vrouwonterende, islamitische, despotische cultuur waarin de wetten van de koran, aan kinderen opgedrongen op koranscholen, centraal staan. LHBTI-discriminerende grefo Gomarusscholen met hun reli-wappies zijn hiermee vergeleken verlichte onderwijsinstituten. Waar Akyol met Eus blijft steken in de categorie van oppervlakkige schelmenroman plaatst Gül met Ik ga leven zich bij vlagen in de buitencategorie van filosofische ontwikkelingsroman. Het is te hopen dat Gül blijft schrijven en niet wordt ingelijfd door het op de loer liggende team van Wilders.