(In delen I t/m XII beschrijf ik mijn reis langs witte jassen na het diagnosticeren en wegsnijden van kwaadaardige huidkankertjes, eerst, in juli, op mijn rechterknie (samen met een lymfeklier in mijn lies) en daarna één op de linker enkel. Na de eerste enkeloperatie op veertien oktober analyseert de patholoog dat er ietsiepietsie meer moet worden weggesneden. Vandaag 25/11/25 dus. In de afgelopen zes weken wordt me duidelijk dat de tijd van vlot herstellende snijwonden voorbij is. Ouderdom? Vieze sokken? Ziekenhuisbacterie? Er treedt een bacteriële infectie op en de laatste week correspondeer ik dagelijks met plastische chirurgie waarbij de door mijn ingestuurde foto’s worden beoordeeld. Een tubetje antibioticazalf helpt.
In een behandelkamer legt Foumani een en ander uit, twee assistenten doen waar ze goed in zijn en één komt gezellig naast me zitten. Langs de randen moet nog wat meer weggesneden worden. Meekijken hoeft niet. Minuut of 20 en klaar. Een kleine ingreep noemt-ie het, ik ook. Een week rieleksen, been omhoog, niet belasten en op twee december na een week eerste controle.
Als geduld een spier is, dan is deze spier behoorlijk gegroeid. Moeiteloos pas ik me aan de verander(en)de situatie aan. De laatste zes weken krimpt mijn fietsschema ca 80%, mijn Netflixaddictie explodeert, gewicht neemt met 5% toe en mijn vermogen lastige situaties klakkeloos te aanvaarden met 95%.
Na drie dagen lees ik in het patiëntendossier: ‘geen resttumor aangetroffen’; na ‘gefeliciteerd, een zoon’, ‘’k ook van jou’, ‘mijn nederige excuses’, ‘NRC, schaam je!’, ‘zie je later’, ‘drankje, lekker ding?’, ‘komt vast goed’, en ‘je bent geslaagd’ mooiste driewoordzin. Lekker gevoel.
De zon schijnt. Jetten, Bontenbal, wolf Bram en een blik koude Veltins flikken hun verwachte kunstjes, de telefoonoplader werkt ook op de bank, van buurman Cees krijg ik wat Groningse poëzie van Jan Glas, we eten Roti van de Javaan en by mail ontvang ik de muziekbestanden voor projectkoor Lûd, dat eind mei 2026 in Leeuwarden concerteert, ik verheug me op de nieuwe kansen. Alle tijd voor het observeren van een zgn. kwaliteitskrant die Telegraaftrekjes krijgt, de eindejaarskaart, even de verzendlijst wat opschonen, twee door mij aanbeden gemeentelijke bestuurders erin frommelen en een noviteit, een QR-code op de kerstkaart. En Op den Beecks ‘Kom hier dat ik u kus’ prachtige familieroman lezen, met heerlijke vileine onderhuidse valsigheden, passieve agressie, geheimen, schuld, eenzaamheid in het kwadraat.
Na ‘verplicht je personeel een cursus Gronings te volgen’ nog een adviesje voor ziekenhuis Martini: stop met de patiënten voor elke wissewasjecontrole naar het ziekenhuis te laten komen, stuur aan op foon-, foto- en videocalls. Kan de nu soms overvolle parking met de helft worden gekrompen.


MAANDAG De verkeerssituatie in Stad interesseert me. Zo langzamerhand neemt de autodruk af. Stonden vroeger de Vismarkt, de Singelmiddenbermen, Grote Markt vol met fossielebrandstofslurpers, de laatste decennia neemt het af. Voor de wijkwebsite interview ik 
In de Martinikerk wordt vandaag (zondag 16/11/25) het boek ‘Vier handen, één brein’ gepresenteerd en de (tiende en) laatste cd met arrangementen van Bach-cantates, vierhandig gespeeld door Sybolt en Euwe de Jong. Twintig jaar zijn de mannen bezig geweest met wat een levenswerk mag heten. De tien cd’s zijn alom in de (inter)nationale pers bejubeld en geprezen. Het boek beschrijft de ontstaansroute van de prachtige collectie. Het is druk in de kerk, wij zijn aan de late kant, maar het bescheiden publiek laat de voorste rij vrij; nou, wij niet. De mannen bespelen het grote kerkorgel en twee kofferorgeltjes.
Veel publiek luistert vanmiddag naar de prachtige muziek en vier heerlijke zangers, met Lauren Armishaw als hoogvlieger. En het kloeke boek is prachtig geworden, mèt QR-codes die naar de muziek leiden.
Hoe goed de jeugdige presentator Sander Zwiep ook zijn best doet de muziek in een religieuze berm in te bedden, met Bach als vervlechter van de heilige geest, mij betovert enkel de muziek, de klank, de toon, de warmte, maar zeker ook de herkenbaarheid uit de tijd dat ik ook badderde in een door mijn ouders als juist gedachte EO-saus. Als Zwiep trots & vrolijk refereert aan Luther, denk ik: was wel een rabiate antisemiet hè. Noemt hij Israël dan denk ik (als nazaat van Salomon Levy): vuige genocideplegers en agressie verheerlijkende landjepikkende kolonisten die dagelijks de krant halen als ze Palestijnen verdrijven. Maar kom, laten we de werkelijkheid even rusten.
ZONDAG Rooie Rinus & Pe Daalemmer in Winschoten. Twee bijna zeventigers, rockende gitaristen, verwijzingen naar muziekbronnen The Beatles, Abba, Everly Brothers, The Kinks, prachtige uitsluitend Groningse liedteksten, een uitgelaten volle zaal die het hele nummer Boukelien meebrult of massaal het framenummer van een gejatte fiets. 2,5 uur lang, eersteklas vermaak in Sodom. Bij cabaret hoort een kritische noot en verdomd, die komt ook bij Pe en Rinus: na het nummer over schrale vluchtelingenhulp sneert Rinus ‘Mörn in Winschoter Kraant: Pe en Rinus radikaliseert!’ Waarom Winschoten Sodom heet vertelt een kleine plaquette aan het stationsgebouw: 500 Joodse Winschoters werden in W.O.II afgevoerd naar Westerbork. 494 werden in Duitse concentratiekampen gedood.
MAANDAG Maastricht is de grote roomse pendant van protestants Deventer: veel historische gebouwen, daterend tot de middeleeuwen, smalle binnenstadsstraatjes en een bekende rivier. De oude binnenstad met twee beroemde pleinen (het Vrijthof en Onze Lieve Vrouwe-plein) telt talloze terrassen, bijna zonder uitzondering van klimaatonvriendelijke heaters voorzien. Ook de steeds luidere roep om rookvrije terrassen gaat aan Maastricht voorbij.
DINSDAG Ik vraag de ober een in de hotelontbijtruimte getoonde fles Moët & Chandon te ontkurken. Hij doet t met een smile. Ook Maastricht. Lekker. Maastricht zit verder overvol met gebruinde koppen en miniatuurhondjes die in binnenzakken of onder de revers lijken te zitten gekleefd: hun schrale vochtige hondenpikkies en konten met verstopte anaalklieren onder de pochet. Op het Vrijthof en de Grote Markt schijnt de zon en heerst om 11.11 uur op 11 november een serene rust.
WOENSDAG Het Bonnefantenmuseum (van architect Aldo Rossi) is sterker in conceptkunst dan in al dan niet figuratief schilderwerk. Toch hebben we het er met ‘Four times two: half a century of art from the collection’ erg naar de zin. We verbazen ons even erg over de hoge gemetselde muren en het vreemde torentje als over de getoonde kunst. Er is superveel studioruimte voor workshops en instructie; alleen ontbreken deelnemende leerlingen.
DONDERDAG De Kast en het NNO: symfonisch en poppy, een kasteel van geluid in een met 1600 personen uitverkochte Oosterpoort. Zanger, bandleider en
VRIJDAG Museum aan de A presenteert zich in het Groninger Museum met ‘
ZATERDAG Rik Zaal schreef een voor (bijna) zeventigers onmisbaar boek: ‘Zeventig, notities over het ouder worden’. Natuurlijk zullen zeven talen leren, wielrennen, padellen, walking football, schaken, golfen, zingen, puzzelen en valpreventielessen niet veel kwaad kunnen, maar Zaal zweert bij iets anders voor ieder die 70 is of dat van plan is te worden. Hij propageert: maak vaak korte reisjes die je ervaringenbuidel voeden, ben je gelijk af van oudewijvenpraat als ‘wat vliegt de tijd’. Wissel daarbij zoveel mogelijk van hotels en restaurants. Extra levensverlengend: houd de belevenissen bij. En, wellicht een gevoelig en gewaagd adviesje voor monogamisten: wissel regelmatig van partner: levensverlengend!
ZONDAG Galerie Peter ter Braak presenteert twee beeldend kunstenaars: meubel- en lampenmaker Hans Endendijk en schilder Joyce Eijkhout. Endendijks truc: zonder lijm of schroeven maakt hij zitmeubelen met prachtige ronde vormen. Zijn techniek: er worden stalen kabels gespannen door gaten in houten balkjes die afgeschuinde zijkanten hebben. Door de kabels strak te spannen ontstaan de vormen. Bij Eijkhout valt het tweelingthema op. Koele, stoïcijnse koppen: vervreemdend en surrealistisch.
DINSDAG Bijna 400 pagina’s schrijven over reizen en dan als titel ‘Reizen is onzin’: typisch de ironie van Frank Heinen. Een prachtig boek over fietsreizen in Europa (inclusief medelijden met autoreizigers en staartbotjepijn) en een (vlieg)reis naar China, waarbij de reis belangrijker is dan de bestemming
dat deze injecties ook dementie tegengaan. Interessante bijvangst.
Stel je voor: als je een jaar of 30 geleden je intensief interesseert voor een onderwerp, schrijf je er boekjes over. Nou ja, niet iedereen natuurlijk, maar Bert Lawant wel. Leraar, talenmens, popmuziek- en boekenliefhebber, vader, voetballer, echtgenoot. Na eerst de blues afgewezen te hebben raakt hij na gesprekken met blues- en jazzliefhebber Ruud Vreeman in de jaren zestig in de ban van deze muziek. In de jaren negentig brengen de muziekjes van de Sterreclames hem op het spoor. Hij raakt betoverd door het nummer ‘Dust my broom’ (Amerikaanse slang voor ‘wegwezen!’, ‘er vandoor gaan’, (vergelijk: de Nederlandse uitdrukking ‘de plaat poetsen’) in de originele versie: ‘I believe I’ll dust my broom’) van Elmore James. Lawants interesse wordt een soort archeologisch onderzoek naar muziek met misschien eeuwigheidswaarde.
via
Dat er nog steeds boeken en cahiers op kleine schaal worden gewrocht bewijzen Ronny en Ruud Vreeman die met de publicatie van ‘Dust my Broom’ èn Bert Lawant èn Elmore James eren. In het boekje is de tekst van Ruud Vreeman en de werkelijk prachtige schilderijen zijn van de hand van zijn vrouw Ronny Vreeman. 
De gemeente Groningen is supertrots op het (verbouwde) stadhuis en draagt dat graag uit. Op velerlei manieren worden inwoners uitgenodigd eens langs te komen. Ik maak voor de vierde keer in nog geen vijf jaar gebruik van de uitnodigingen. Na een inspraakavond over de emissievrije zone (het terugdringen van luchtvervuiling in de binnenstad), een rimpelloze door Schuiling strak geleide raadsvergadering en een Groninger avond, nu een door onze buurtvereniging georganiseerde avond over verduurzaming in het neoclassicistische stadhuis. In felle kleuren worden we welkom geheten. Onder de gasten: eigenaren van een al dan niet verwaarloosd monumentaal pandje, eigenaren van een monument-light, of een karakteristieke woning, in erfgoed geïnteresseerden en kritische gasten die willen weten of subsidies op de juiste plaats landen.
In de gangen kunst van Ploegleden, waarbij pijnlijk nauwkeurig is voorbijgegaan aan de huidige Ploeg, met extra aandacht voor de relatief onbekende autodidact Arie Zuidersma. In de kamer van B&W staat een ovale tafel die zo groot is dat hij tijdens de verbouwing niet naar elders kon worden verhuisd. Op een met gouden sterren beschilderd diepblauw plafond kan de geoefende topografiekenner de locatie van alle dorpen en steden in de provincie herkennen. Zoveel moeite als besteed is aan dit ingenieuze schilderwerk, zo weinig aandacht is er voor de Groninger taal: gain fits of foazel.
ZONDAG 600 pax in de Martinikerk luisteren naar Mariavespers van Monteverdi, uitgevoerd door het Luthers Bach Ensemble. Vriendin E is ontroerd, zegt ze. Superieure muziek, denk ik, uitgevoerd op het scherpst van de snede, geen wanklank te horen, strak, zuiver, dynamisch en glad. En wat een solisten! Schitterend gezongen echo’s van achterin de kerk. Paars licht op de plafondbogen. Teksten op een enkel woord na onverstaanbaar. Vertaling maakt me niet vrolijk, over heidenen die worden geveld. Centraal: de moeder van de zoon van een verzonnen god. Zij wordt door een wereldreligie aanbeden en in roomse muziek met Italiaanse overdrijving in extremis verafgood. Een vergelijking dringt zich op. Wat de Matthäus is voor de protestanten is de Mariavespers voor de katholieken. Wat me bij Bach niet en bij Monteverdi wel gebeurt: halverwege kijk ik stiekem hoe FC Groningen wordt afgedroogd door Sparta. Vooruit, dankzij onze gast Drew Santini: vier * * * *. Maar wordt het niet eens tijd om de teksten en (gefilmde) beelden van zangers en musici, zoals bij megaconcerten of door te veel publiek bezochte rechtbankvonnissen wordt gedaan, op screens aan te bieden, zodat ook laatkomers een goed zicht wordt geboden?
WOENSDAG Ik lees een bijzonder verrassend boek, door Tom Lanoye ‘uitgekookte politieke satire’ genoemd, ‘Het geschenk’ van G. Schoeters: Berlijn raakt overspoeld met olifanten, een geschenk van Botswana’s president. Wat gebeurt er als 20.000 olifanten voor een crisis zorgen, hoe gaat bondskanselier Winkler deze aparte terroristische aanslag aanpakken? Compleet met olifantologe, mestfraude, nerveuze politieke interventies, een heus spreidingsplan voor de invasieve exoten? Idd bijzonder. En bijzonder humoristisch. 

Groningen 18 oktober 2025. Je komt door de A-kerkdeur en de geur van cultuur waait je tegemoet als parfumvleugen bij de Douglas: beeldende kunst uit Paramaribo, Groningen en Teheran. Amechtig prekende dominees zijn ingeruild voor poëzie, koorzang, schitterende orgel- en trompetmuziek, alles aan elkaar gesmeed door een presentator voor wie ik als een blok val: de vlotte, schitterend geklede, humoristische, prachtige, warme Shjazz. Het verschil met het wat lauwe, koel reagerende publiek kan niet groter zijn.
Het wordt een avond die uitnodigt tot reflectie en bezinning. Filosofische, originele, heldere of tot in gelaagde metaforen verpakte bespiegelingen over de ware of gewenste aard van vrede komen tot ons. Nova Spier, Marjoleine de Vos, Cissy Joan, Ruth Ruijgers en natuurlijk Shjazz dagen het publiek uit tot nadenken. Wat knap dat de sprekers slechts tussen de regels door hinten op de genocidale barbarij die in Gaza tot een halt lijkt te zijn geroepen en de oorlogsmisdaden die in Oekraïne nog onverminderd voortwoekeren. Deze onderwerpen worden in de pauze, glaasje grenadine of wijn in de hand, tot op het bot gefileerd.
‘Doe ik elke morgen,’ zegt mijn derde zwager, zonder dat ik erom vraag. ‘Ook met koud water?’ ‘Ja,’ zegt hij terwijl hij zijn Javaanse Jongen rokend op het zeepplateau legt. Verbaasd kijk ik hem aan. Waar is zijn gêne? Snel haalt hij het ingezeepte rafelige washandje door de bilnaad. Even uitspoelen en dan vlotjes ‘lytse Goaitzen’ zoals hij zijn snikkel liefkozend noemt, afsoppen. Waarom alle mannen hun apparaat naar zichzelf vernoemen? Zeepvlokken maken de vloer glad. Een sterk behaarde Duitser, lid van de Eisenbahner Sportverein Freiburg, hoor ik binnensmonds Scheisse zeggen. Geroutineerd trekt mijn zwager de voorhuid vrij van de eikel en gaat met zijn pink langs het toompje. Daarna buigt hij zijn bekken naar voren totdat lytse Goaitzen over de wasbakrand hangt. Er volgt een bijzonder afspoelritueel, waarbij hij zijn bekken, als een tangodanser ritmisch naar voren en dan weer naar achter duwt en zijn lid voorzichtig afspoelt. Dit beeld van het waslokaal op een jarentachtigcamping te Kassel domineert mijn gedachten als ik aan de 7e Documenta terugdenk. Kiefer en Beuys, door artistiek directeur Rudi Fuchs als trekkers aangetrokken raken in mijn gedachten op de achtergrond.