Bestaat er zoiets als Groninger plattelandkunst, Hofstadkunst, ex-mijnbouwregiokunst, krimpregiokunst; kunst waarvan de kern te herleiden is naar de streek waar het gemaakt is?
In 2019 bezoeken we de afstudeerdag van de Haagse Kunstacademie, ingeleid met een toespraak van burgemeester Krikke. De schellen vallen me van de ogen bij een rondgang langs afstudeerwerkstukken of – projecten. Elke student krijgt een (deel van) een ruimte toebedeeld en presenteert daar zijn werk. Opvallend: schilderkunst maakt ongeveer 0,05 % van het geheel uit.
In het CBK Emmen presenteren 87 kunstenaars zich met 117 kunstwerken (ik schat 80% schilderwerk) rondom het thema ‘toekomstdenken’. Nu is ‘toekomstdenken’ evenmin een bestaand woord als ‘verledenduiken’ of ‘hedenstofzuigen’, dus de taalliefhebbers zijn getriggerd. De uitnodiging gaat vergezeld van een zwarte foto met een speeltuinattribuut. De psycholoog, gevraagd naar de diagnose van de patiënt die in een psychologisch onderzoek op de vraag hoe zij/hij de toekomst zou willen tekenen een inktzwarte schets inlevert waarop een metalen speelterreinattribuut te zien is, schaars zilverachtig oplichtend in een lichtschijnsel waarvan de lichtbron op terminale batterijen werkzaam is, geeft een mistroostig inkijkje in een getormenteerde ziel van een bijkans suïcidale patiënt. Als dit het ‘toekomstdenken’ (sic) is van hedendaagse beeldendkunstenaars in Drenthe is mijn belangstelling direct gewekt, als een hospicemedewerker bij een stervende. Vanwaar deze pikzwarte donkerte als het om ‘toekomstdenken’ gaat? Ik ga op zoek naar onvindbare antwoorden.
Om genoeg subsidies binnen te kunnen krijgen is er een samenwerking opgezet tussen Hengelo en Emmen, tussen Overijssel en Drenthe. Kunstenaars willen graag grenzen overschrijden, maar de overkant moet natuurlijk wel zichtbaar blijven, dus niet buiten de veilige familiegrenzen: krimpende oostelijke regio’s begrijpen elkaar natuurlijk gemakkelijker dan een krimpende regio en een grote stad. Dat is wat me door mijn hoofd spookt: wat zou er geworden zijn van een samenwerking tussen Emmen en Den Haag?
‘Toekomstdenken’ is als een sterk gesubsidieerd onderwijsproject, een soort talentontwikkelingsprogramma met verdiepingsdagen, evaluatiemomenten, inspiratiedagen en masterclasses. En vandaag een soort (groot)ouder- en kinddag. Boegbeelden, zeg maar een soort hoofdonderwijzers gidsen de aangemelde kunstenaars door het kunstlandschap en leggen uit wat kunst precies is en hoe je dat het best concipieert. Er worden rapporten uitgedeeld en de beste leerlingen krijgen extra lessen, masterclasses genaamd. Niet door landelijk bekende beroepskunstenaars maar door regionale boegbeelden. Soortgelijke ontwikkelingen zie je in de literatuur. Veel beginnende schrijvers leren liever aan de hand van doorgebroken auteurs schrijven dan dat ze zelf het vak leren door gewoon veel te lezen. Beelden kunstenaars groeien beter van veel kunst kijken dan dat iemand zegt hoe je je penseel het best vasthoudt. In het publiek scharrelt de verantwoordelijk ambtenaar, teamleider sport en cultuur. Hij houdt scherp in de gaten of er niet stiekem alcohol wordt geschonken en of de kunstwerken niet op de kop hangen.


Het is volbracht, we hebben de 205 kms afgelegd in bijna 10 fietsuren, 8 regenuren, ½ strakkewinduur op een dag van 03.45 – 23.30 uur. Van de 1.200 deelnemers waren wij ongeveer de enigen op een atb. Eigenlijk viel de tocht mee en dat komt door het uitblijven van harde tegenwind en gemene kou; desalniettemin zijn 200 deelnemers onderweg afgehaakt. Weervoorspellers zaten er naast als een over het klimaat twitterende Baudet. In de Elfstedenhal heb ik, als enige, lekker en uit volle borst mee kunnen zingen met het Fryske Folksliet, op de trompettonen naast Wennemars. Dan voel ik me Frieser dan Fries, als een Turk in Almere.



genieten, waarin the male chauvinist pig in mij al snel het verlangen naar een orgasme herkent en vervolgt met het dilemma van wel of niet een oordeel geven. Zinnemers is de luchtigste van de drie en etaleert zijn kwaliteit als sneldichter, nou ja, snelrijmer, als hij de uitslag van FC Emmen tegen Vitesse in twee regels beschrijft. Verder komt in zijn werk alledaags nieuws als pandaporno, Badr Hari, stikstof en de Brexit voor. Hij vloekt de farmers for defence, de klimaatontkenners, de idiotie van kickboksen, mallotige media-aandacht voor neukende panda’s en de knettergekke Boris J. niet stijf, maar spaart de kool en de geit wanneer hij uitkomt bij zijn eigen keuzeloosheid in allervriendelijkste en vrolijke liedjes en verzen.
Na de pauze laat Beltman ons genieten van zijn strakke versvormen, stapt Gähler van het podium en op het publiek af en demonstreert Zinnemers hoe liedteksten en cabaret verschillen van poëzie. Als entr’acte treedt Rudolf Kuko op die Emmens schoonheid à capella bezingt.
Dat DWDD-sidekick Erben Wennemars, die van ledigheid i.c. terugblikken op en praatjesmaken over de alleen in Nederland serieus beoefende schaatssport zijn werk heeft gemaakt, meefietst zegt me niks. Net zolang wachten met inschrijven totdat je op Buienradar ziet dat je pielemuis er waarschijnlijk niet af zal vriezen is een heldendaad als bungeejumpen in een boulderhal. Vandaag gaan we noordwaarts, richting Groningse steppen en permafrost, tegen de wind in. Namen als Mussel- en Stadskanaal hebben een aantrekkingskracht op ons als vette opkoopregelingen op varkensboeren. Onze bovenbenen, inmiddels cilinderzuigers uit een antieke sleep- of duwboot, willen weerstand voelen, druk en pressie als registeraccountants die boekencontrole doen bij makelaars en legeschuurverhuurders in Brabant. Het plan is 80 kms relaxed fietsen. Het klinkt als een contradictio in terminis, maar wij weten beter. Na de slopende heenreis zullen we halverwege een matig windje in de rug voelen die ons huiswaarts zal stuwen en duwen als vrouwenhanden mannenruggen bij de ingang van zwangerschapsgymnastiek. De vermoede tegenkrachten voeden ons, maken ons sterk. We gaan elkaar aankijken en om het hardst roepen: “Godver, wat lekker, hier doen we het voor.” Adrenaline en endorfine zullen onze aderen doorspuiten en opschonen als vegers schoorstenen en onze knieën en kuiten zullen aanspannen en ontspannen als sluitspieren van zenuwachtige kickboksers op evenemententoiletten zonder slot op de deur. We hebben er zin in en kijken uit naar twee februari als hazewindhonden naar konijnen. We zijn nog geen vijf minuten weg of de vloer van de Siebrandsbrug haalt ons onderuit als klimaatontkenners discussianten met zinnige argumenten. Een uur pauzeren dicteert Frans. En weer is hij de verstandigste. Dan Buinerveen: 72 kms, gefietst op bolle weggetjes, onder regenbogen en even schitterende als overbodige, dreigende zwerken, indachtig Zoetemelks motto: de tour winnen doe je in bed. Uitgerust komen we thuis. Op zaterdag heeft Frans wat anders te doen, hij oefent hobo voor een gastrol bij het NNO. Ik ben erg gemotiveerd en wil zien wat mijn lijf doet bij een wat langere afstand. Ik rond Hasselt en Zwartsluis en weersta tien x de verleiding vroegtijdig af te buigen naar Meppel. Mijn lijf accepteert deze extra inspanning als agenten overwerken om Farmers for Defence binnen de lijnen te houden. Op het eind van de tocht sijpelt moeheid langzaam en bijna ongemerkt naar binnen als condens tussen twee lagen glas in een geïsoleerd raam. Ik finish na 160 kms in 7 fietsuren met 2 pauzes. Janke Lysbert benoem ik, zeker voor een jaar, misschien wel langer tot allerliefste nicht omdat ze aanbiedt in Leeuwarden pannenkoekjes te komen brengen. Week 4: 72 + 160 = 232 kms.
Als ik deze week wakker word van een vlagerige harde wind die om het huis jankt als een wolvenkind op zoek naar een moedertepel of scharrelschapenbloed met ecokeurmerk, lijkt mij finishen op 2 februari verder weg dan introductie van het homohuwelijk onder priesters of een genderneutrale CDA-fractieleidster. Ik leg me er deemoediglijk bij neer en vlucht in dromen en fantasieën en de veertiendaagse voorspelling van Buienradar die over twee weken 7⁰ en windkracht W 4 voorspelt. Misschien moet ik mijn ambitie bijstellen van ‘juichend over de eindstreep komen’ naar, eeh, ‘gewoon meedoen en maar kijken waar het schip strandt’. Afgelopen zondag met Frans in Coevorden was een betonrichel naast het fietspad al te hoog voor mijn bijgestelde ambitie en reactievermogen. Godver! Vertelt Frans, pillendraaier, zanger, hoboïst, echtgenoot, racefietser, net over een ingewikkelde hobodag op één februari, sommige mensen doen ook echt alles, flikkeren we op de grond. Een ruwe val op de betonklinkers herinnert me aan onze sterfelijkheid. Zo’n 120 jaar aan man verpakt in zo’n 160 kilo’s ligt uitgeteld in twee delen op de koude grond luisterend zich af te vragen waaraan Coevorden de duizenden kraaien op de elektriciteitslijnen te danken heeft. Even houd ik mijn ogen gesloten en ga alle vijf vitale lijfonderdelen langs. Dan is het tijd voor flarden Hitchcock, Coevordense kofferbakmoorden, Armageddon, ganzenhoedsters, de symboliek van een aangekoekt randje op een ketchupfles als symbool van vergankelijkheid in de hedendaagse beeldende kunst, organiste Zhukova en haar bloedstollende rode dress; mijn breinflitsen maken overuren. Een onbewust tot in de puntjes beheerste valtechniek, een ijzeren conditie en het rotsvaste gevoel dat Lieve Heren evenmin bestaan als royals met een fatsoenlijke belastingmoraal houden ons en beide fietsen schadevrij. Nulnadanienteneat mankeert ons vieren! Fluitend en om de vijf minuten hondsgelukkig terugblikkend op dit ‘Mirakel van Coevern’ <binnenkort in theater de Hofpoort> ronden we Slagharen, Hoogeveen en Westerbork. Na 93 kms volgt een blauweplekkenonderzoek in warm badwater. Verlangend kijk ik uit naar een rustweekje: beetje mantelzorgen, Spaans studeren, tuin opknappen en Buienradar volgen. Zuidoost-Drenthe: 93 kms. Naschrift: breaking njewzz: vandaag, 19/1, weer onderuit, nu op Siebrandsbrug Emmen. De kunststof planken, gevoerd met dwarse snorretjes die er stroef uitzien, trokken aan ons als Citrixgaten aan Poetineske hackers. We moeten in 2 weken tijd onze naïeve argeloosheid zien kwijt te raken.

Ik heb, een beetje laat, dat dan weer wel, de statistiekenknop van