Beste Klaastaallezers,

Mirna Westra

Jaareindes vragen om terugkijken en de balans opmaken. Boereninkomens zijn met ongekend hoge melk- en uiprijzen skyhigh. Mestfraude-adviseurs worden veroordeeld. Studiosportmedewerkers overschrijden intermenselijke gedragsregels. Grootste belastingontwijker wint sportgala. Google vertelt me dat ik 7K fiets dit jaar. Door 520K gassies worden mijn foto’s bekeken/gedeeld. Mijn website trekt 4,2K lezers (*). Luisterpubliek Grootkoor in Concertgebouw, Lawei, Martinikerk: 3,6K. Morele verplichting, altruïsme, engagement, pauwengedrag, gloeiendeplaatdruppelaar, tevredenachteroverligger, de berekenende homo economicus, op tijd bedankt zeggen, Calvijn, zit allemaal in me, als ik nadenk over hardcore kerstkaartmijders (aantallen stijgen als voedselbankcliënten), en me laaf aan het idee dat iedereen die dit leest voor de tweede keer de € 190,- energiecompensatie aan de voedselbank heeft gedoneerd. Doe wat! Allemaal leuk en aardig. Maar het meest bijzonder is misschien het door onze SCDZ georganiseerde kerstconcert in Sleen. Volle bak. We ontvangen een 80 Oekraïense gasten. Vrouwenkoor NOVA met maestra Mirna Westra zingt ‘Nowa radist stala’ en organist Eeuwe Zijlstra speelt op het Vollebrecht-orgel het Oekraïense volkslied. Iedereen staat. Tranen. Handen op harten. Kippenvel. Hoor ik lippen de naam van Zelensky prevelen? Stel je voor: verdreven van huis en haard en dan in Sleen in je moerstaal worden toegezongen en als klap op de vuurpijl je volkslied. De emotie herken ik. Ik ga terug in mijn ondergrondse geheugencrypte. (* interessant detail: fier aan kop staan mijn stukken over Lale Gül, Salomon Levy en Peter van Dijk, in mijn ogen ook de beste drie).

Eeuwe Zijlstra

  1. Met een groepje voortgezetonderwijsspecialisten reizen we naar Oefa, de hoofdstad van Bashkortostan of Baskirië. We gaan ze daar vertellen hoe ze het best Engelse lessen geven. Het is onze Russische gastvrouwen en -heren niet ontgaan dat Nederland (ook toen al) stijf bovenaan stond in de ‘English Proficiency Index’. En passant adviseren we hun over toilethygiëne op scholen, want die is rampzalig. Delegatieleider en Pushkinkenner Henk van Buiten is onze spreker. Het wordt een mooie reis, maar de drie weken duren lang. Tijdens een bezoek aan een conservatorium spreek ik een studente die het Wilhelmus kan spelen. Haar specialisatie ‘National Hymnes’ verbaast me. Na enig zoekwerk speelt ze ook de eerste maten van het ‘Frysk bloed tsjoch op’.

Toegift:

E  e  n    g  o  e  d     2   0   2   3    g  e  w  e  n  s  t

De  sloten  bevriezen, de  haard vat weer vlam,

De  hele  dag  lezen,  het schaap  naar de ram.

 

Een  bokbier  van  Grolsch, een Leffe van ’t vat,

Een Cantate  van Bach,  een  worst  van de lat.

 

Een boek van Mark Haddon, wat langer in bad,

De  kaarsen  vol   vuur,  een   muis voor  de   kat.

 

Een   bol   uit  de   olie,   een   vis   uit   het   zuur,

Gezang   in   de  verte,   een  bal  uit  de   muur.

 

Op   zondag   een   kuier,  een   kop  hete  snert,

wat hooi voor het paard, en op naar ’t concert.

 

Een  snoek  uit  het  meer in de luwte van Sneek,

Vrede   met   Finkers, Hans  Teeuwen   of   Freek.

Kerstconcert Grootkoor Martinikerk 22 december 2022

Rob van Dijk op de vleugel, Martin Mans op het orgel en Etty van der Mei en Nan van Groeningen beurtelings, strak in de lak, dirigerend op de bok. De kerk is met 1.200 bezoekers uitverkocht. Het circa 200-koppige koor heeft er zin in. De stemmenverhouding loopt enigszins mank. De tenoren doen verwoede pogingen de sopranen in het gelid te houden en niet met hun partij mee te gaan zingen. Het vervelende is dat mannen graag vrouwen volgen, verlokkelijk als ze op vele terreinen kunnen zijn. Bij de alten en sopranen zijn ook jonkies. Jaloers kijk ik naar jeugdige blauwe dreadlocks rechts van mij en blonde paardenstaarten bij de alten. Met Rogier, Erna en Bram, gemiddeld 57,6 jaar, zit ik bij de mannenjunioren. Denk ik. Voel ik.

Als je van kerst- en orgelmuziek houdt zit je hier goed. Mans windt er geen doekjes om, hij heeft er zin in. Als een jonge autoverkoper die de ongebreidelde powers van een Tesla showt op een weg zonder snelheidsbeperking laat hij het Agricola/Schnitger/Hinsz-orgel swingen en zingen tegelijk: muziek op zijn best. Van Dijk improviseert op de vleugel als een dribbelende Nederlandse wingback in Qatar met een vrije rol. Solist Henk Poort heeft een makkie. Hij wordt door het publiek op handen gedragen. En dan Nan en Etty die het hele boeltje regisseren en in toom houden als schoolmeesters opgewonden grut bij de Efteling. Aanmoedigen als er een gedeelte van de mannen pardoes wegvalt, en verrek, dat gebeurt! En afremmen als de vrouwen hun vocale verleidingskunsten tonen als BN’ers op rode lopers of modellen op de catwalk. Houd dan als man je rug maar eens recht, maar dat doen we.

Het repertoire is een mix van ijzersterke Christmas Carols, verantwoorde hapjes uit de klassieke wereldmuziek van Händel en Saint-Saëns en traditionals. Alles bewerkt door tovenares Etty van der Mei. De meeste melodieën zijn op ieders harde schijf geëtst als kinderliedjes en aftelrijmpjes in kinderhoofden. De bewerkingen zorgen voor de muziek, de verrassingen, soms struikelblokjes, en de sjeu die maken dat de elf Grootkoren in den lande niet over toeloop te klagen hebben. Zingen doet mensen goed. Huisartsen die tijdig de bijscholing hebben gedaan, leefstijlgoeroes en hersendokters aan televisiepraattafels beamen het.

Sopraan/dirigent Etty van der Mei bewijst wat veel bezoekers in de Martinikerk denken: getrainde solisten liever niet versterken. Etty neemt in haar eentje de echopartij van ‘Echo Carol’ voor haar rekening van achteruit de kerk. Haar wonderschone stem, loepzuiver en helder als champagneglazen uit driesterrenrestaurants, en de superieure akoestiek dragen het geluid tot onder ieders kuif. Tenor Henk Poort wordt met misschien 200 Watt versterkt, iets wat het volume wel, maar de beleving van de gevoelige trilhaartjes in de slakkenhuizen van luisteraars niet ten goede komt. Dat hij helaas ook de techniek van de handkus niet machtig is, bewijst hij door met zijn lippen Etty’s handen enkele malen te toucheren. Brrr. Rillingen gaan door de rijen.

Fijne kerstdagen

Kerstmis (melodie: Wiegenlied van Franz Schubert)

Kerstmis, kersemis, Vast wat vaker met kastanje; Kerstfeest, eet een beest, soep met ballen en een vis.

Lekker slurpen, gooien met kurken.

Eet eens nijlpaard, voordat die ten hemel vaart / zonder botjes uiteraard /dat is ook heel fijnbesnaard / maar scheer eerst de paardenstaart.

Kerstmis, kersemis, Glühwein wisky en champagne; schrans wat drink een vat, ganzenlever uit Pernis.

Lekker slurpen, gooien met kurken.

Eet maar kikkervis, pas wel op met hagedis / maar voorkom veel ergernis / tussendoor wat hertenpis / lees eerst maar eens Genesis.

Kerstmis, kersemis, herders eten graag lasagne, kerstmis kersemis, krijg je ook geen syphilis.

Lekker slurpen, gooien met kurken.

Rook nooit cannabis, kerst is een belevenis / licht op in de duisternis / liefde is geen bizzenis / doe iets met het compromis.

 

G e l u k k i g     k e r s t f e e s t

’t Is bitterkoud, de geiten willen niet naar buiten;

Er hangen scherpe zilv’ren pijlen aan het riet

En dankzij isolatie die de kou niet binnenliet

Weet niemand meer wat bloemen zijn op ruiten.

 

De meester leest een zompig, zielig, oud verhaal

Van rampen, kwalen, schimmelkaas en tegenslag

Van ladders in een kous, een dronken prins-gemaal,

Geen beltegoed, een onvoldoende leesverslag;

 

De hele klas ligt ademloos te luist’ren, neergestort

Het moede hoofd op tafel, trage tranen stromen

Onmerkbaar langs de Altknop op ’t toetsenbord

Totdat ze bij de spatiebalk als golfje samenkomen.

 

En net als iedereen luid zit te snott’ren en te janken

Krijgt het verhaal een nieuwe loop en gloort er hoop:

De arme herders, ook de strammen en de manken,

zijn blij en hoorbaar opgelucht; ze willen enkel nog

wat surfen op het net, tiktok een volle mailbox en een vlog.

De vriendelijke, dakloze ex-dief

Let op, deze tekst werd gegenereerd met de laagdrempelige AI-tool Chat GPT. 7 december. De tot sint gemaakte is net vertrokken en we maken ons op voor de kersttijd met de tot verlosser gemaakte. Kerst is de tijd van goede daden en goede doelen. In de A-kerk beluisteren we de Messiah van Händel. Superieure koorzang. Bij het Hallelujah gaan twee reliwappies staan en belemmeren de achter hen gezetenen het uitzicht. Ik houd me in en ga niet sissen. Noordelijke bedrijven en industrieën nemen zich eindelijk voor serieus werk te gaan maken van energiebesparing en arbeidsplaatsen aan te bieden aan buitendebootvallers. Boeren stoppen met janken dat boeren in hun genen zit. Vervoerders bieden een gratis bus aan voor kerstconcertgasten uit Oekraïene. Rabobank is na ING en ABN derde bank die door de rechter gedwongen wordt witwaspraktijken aan te pakken. Rechters vonnissen dat Rabobank stopt met obligatiefraude. Voor je zieke buurman probeer je een leuke attentie te regelen. Een ex-fietsendief leert mij een nuttige les.

Na invoering van de Bojan-Slats-doctrine wil ik minder bijdragen aan de netten en zeven van Bojan Slats die de oceanen plasticvrij wil houden. Dus minder weggooien en geen overbodige meuk kopen. Als de rits van mijn favoriete fietsjasje knapt geen nieuwe kopen maar op naar de kleermaker waar je alleen contant mag betalen. Ik zet de fiets op de stoep, niet op slot want ik ben immers maar even binnen. ‘Kunt u nog even wachten?’ vraagt de mevrouw van De Groningse Schaar. Zeker, naast het ideaal van de Bojan-Slats-doctrine, huldig ik al een week de Zen-modus. 

Er komt een meneer de kleermakerswinkel binnen. ‘Mag ik een papiertje en even een pen lenen?’ Hij schrijft wat op een roze post-it en verlaat de zaak. Na een half uurtje kom ik buiten en zie op mijn zadel een post-it met de interessante tekst:

Een aanvankelijke vloek ruil ik snel voor een brede smile, ik kan ‘m immers bellen. Na het telefoontje komt de ‘ex-dief’ me de sleutel brengen. Ik heb net een wijze les geleerd. ‘Waar bent u?’ vraagt hij nog, want ik heb meer sleutels.’ Ik zie een vriendelijke man, die me uitlegt dat het altijd beter is de fiets op slot te doen, ook bij korte kleermakerbezoekjes. Verbazing, opluchting, blijheid en dankbaarheid strijden bij mij om voorrang. Ik geef hem een bankbiljetje. Als ik thuis ben overdenk ik de situatie en bel hem op om een afspraak voor een interview te maken voor de A-Krant.

Boeren gaan vroeg naar bed

“Boeren gaan vroeg naar bed,” zegt chauffeur. Als we na tienen in actie komen, lopen we geen risico’s. Dagelijks rijd ik naar Drachten en aan de zuidzijde van de A7 staan geen camera’s.” Het miezert als we het Café aan de A verlaten. Op t.v. de strafschoppenserie in de finale WK voetbal. Noppert houdt de spanning erin. Ideaal voor ons.

“In de Audi nemen we alles nog een keer door. “Ik neem de afslag bij carpool Frieschepalen en  rijd over het viaduct en dan weer richting Groningen.” Ik luister. Chauffeur heeft net een nieuwe Verklaring Omtrent Gedrag en kan zich geen misstap veroorloven. Ik als pensionado voel me vrijer. “Op de heenreis kunnen we dan even kijken welke vlaggen het eenvoudigst bereikbaar zijn.” Ik voel in mijn rugzakje. Een stanleymes en een scherpe combinatietang, beide in een doek gewikkeld.

Voorbij Hoogkerk geeft chauffeur gas en we naderen de afslag Leek. Met de cruise control op 124 rijden we door. De radio schettert kerstmuziek. Ik neurie mee met ‘For unto us a child is born’. Over een paar dagen zingen wij de finale in de Martinikerk. “Mocht je straks wel een camera menen te zien, trek dan met je linkerbeen. Herkennen ze je naderhand nooit,” vervolgt chauffeur.

Nabij Marum mindert chauffeur vaart op de vluchtstrook, doet de panieklichten aan en stopt. Snel stap ik uit. Over ongeveer vijftien minuten ben ik hier weer. Succes.” En weg is hij. Telefoon op trilstand. Ik ren naar de sloot, buk me en volg het water tot de eerste dam. Prikkeldraad. Stroomdraden zonder stroom. Als er passerende auto’s met groot licht voorbij komen, laat ik me vallen en bevries.

Tien omgekeerde vlaggen zie ik. Ik pak mijn tang. De vlaggen hangen aan stokken die met tie wraps aan hekpalen zijn bevestigd. Ik knip de tie wraps door en verzamel de plastic strookjes. Het gaat eenvoudig. Vijf vlaggen neem ik mee en leg die op een stapel. Dan nog vijf. Bij de laatste leg ik een zakje nieuwe tie wraps van de Gamma neer voor de boer. Ik stuur chauffeur een appje en ga richting snelweg. Opgeruimd staat netjes. Op de terugreis horen we ‘O du Fröhliche’.

Jeroen Stekelenburg, de grote geslotenvragenkoning II

Daar zitten ze: Jeroen Stekelenburg, NOS-verslaggever Studio Sport en Andries Noppert. Stekelenburg draait al wat langer mee en keeper Noppert is nieuw in het Nederlands elftal. Stekelenburg interviewt Noppert. Je verwacht een kennismakingsgesprek met open vragen. Maar dan … Als een aan tunnelvisie lijdende politieman die een verdachte in een verhoorkamer tot bekentenissen wil persen lardeert hij de vragen met zijn eigen opvattingen. Ook geeft Stekelenburg alvast (delen van) een antwoord cadeau, misschien denkend dat deze Friese jongen niet zelf op een antwoord kan komen. Ongegeneerd. Neerbuigend. Ongepast. Doet Stekelenburg, voorbijgaand aan de lichaamstaal van zijn gesprekspartner, let op de gepijnigde gelaatsuitdrukking, hier een poging geslotenvragenkoning Twan Huys  (https://klaastaal.nl/twan-huys-de-grote-geslotenvragenkoning/) te evenaren of zelfs te overtreffen? De vragen, integraal overgenomen uit het interview op NOS-sport op 211122:

“Ja, hoe is het om je debuut te maken op het WK, want dat hebben niet velen jou voor gedaan. Maar droomde jij dit, want was het niet te ver weg om te dromen? Jij hebt een band met hem hè, ik zag jullie net na de wedstrijd, er is iets, hij vindt jou wel een geinige gozer volgens mij. Maar even serieus, hoe lijk jij op Van Gaal dan? Maar dezelfde humor, is dat dan dat clipje dat naar buiten kwam en dat je dan een soort teken moest maken dat hij dan dubbel ligt? Hoe is deze week geweest, hoe was vanavond voor je, maar met name deze week want er komt een moment voor dat je voelt van ik kan wel eens basisspeler gaan worden. Dus je hoorde het van Frans Hoek, in eerste instantie, Van Gaal vertelde inderdaad, dat … dat Frans Hoek het jou verteld had en dat hij ook jou zelf nog even bij zich had geroepen, wat geeft hij jou dan mee? Tegen mij zei hij: de keeper moet gewoon ballen tegen houden. Maar maken we het dan niet te simpel, want er zit ook een risico aan, om iemand, ja jij hebt ook nog nooit een grote Europese wedstrijd gespeeld of zo, het is nog al wat. Hoe bedoel je, te zeiken? Ja, weet ik niet, zit het je dan dwars? Maar vind jij het eigenlijk dan logisch dat je gewoon de kans krijgt? Vrijdag hoor je dat je speelt, hoe zijn dan die twee dagen, ben je dan heel gespannen? Ja en dan winnen jullie, dat is natuurlijk heel belangrijk, dat zei je net ook al, geloofde je er nog in richting het eind van de wedstrijd? Ja, dat is heel belangrijk, beginnen met een overwinning, wat is jou meegegeven als je het goed zou doen, als je levert, zoals in de termen van de bondscoach, dan blijf je neem ik aan gewoon staan. Nee, want je droomde als jongetje van, van keepen in het Nederlands elftal, dus, kennelijk, waar droom je dan nu van, want nu is het wat dichterbij, nu kan je dromen van ver komen op het WK.”

Journaal 20 november 2022

De vergelijking tussen zelf een foamroller < een soort deegroller die je over gevoelige spieren rolt > gebruiken en de handen van een fysiotherapeut valt natuurlijk uit in het voordeel van de fysio. Maar er zijn huisartsen genoeg die geen verschil in effect zien. Mijn fysio kan heel goed vier dingen tegelijk doen. Zij masseert, vertroetelt en pijnigt mijn linker hamstring en praat me bij over mortaliteitsvoorspellingen op basis van bovenbeenspierkracht. Nee vijf: ze spoort me aan ook zelf te oefenen en de foamroller te gebruiken. Ik overdenk het fietsend, als ik na Odoorn linksaf sla richting Musselkanaal en me, mijn 22  kerstmuziekteksten repeterend, verbaas over de slechte fietspadstaat richting Stadskanaal.

Had nog nooit gehoord van zanger Ruben Block van popgroep Triggerfinger. Tot 17 november 2022. Hij treedt op met het Noord Nederlands Orkest. Overal op het podium ledlichtjes, snoeren en versterkers. Dirigent Dirk Brossé (tevens muziekprofessor, componist en arrangeur van alle muziek deze avond) is gekleed in een zwart jurkje. De orkestleden hebben een hippe outfit niet aangedurfd, die houden het op vorige-eeuws stemmig zwart. Voor beide partijen een goed effect: de popmuziek ziet in dat je ook zonder oordoppen een heel eind komt en krijgt een muzikale impuls en de klassieke een volkse.

Het repertoire meldt bekende popformaties: Roxy Music. Spinvis ken ik. Van naam. Triggerfinger, Devo, The Cars, Split Enz, Hank Williams, Peter Gabriel zijn nieuw voor me. Blocks stem doet me aan Brian Ferry denken. Zijn teksten veelal onverstaanbaar, we horen flarden povere rijmelarij, daarin schuilt de overeenkomst met kerstmuziek. So what, denk ik, to hell with the lyrics; het is de muziek die ’t hem doet. De combi met een klassiek orkest is erg goed. Ze spelen zowat de sterren van  de hemel. Het swingt bijna. De zaal vibreert als gevoelige spieruiteinden op massagetafels. Mijn hamstring geniet.

Mooi-boy Block zingt, ingetogen en soepel dansend alsof hij geëlektrificeerd is. Hij klinkt als een klok. Zelfbewust bespeelt hij de zaal. In het begin plukt hij veel aan zijn weggeschoren bakkebaarden en aan zijn bovenbenen, alsof zijn boxer-short te strak zit. Vergeleken met hem zijn de orkestmusici sullige, op zijn best glimlachende, bladmuziekklevers. Helaas blijven ze zich aan de muziekreceptuur vastklampen als Brabantse boeren aan mestfraudeverleidingen. Wat zou er gebeuren als ze zich eens lieten gaan en hun comfortzone verlieten? De koperjongens zijn ijzersterk. De ritmesecties ook. De violen blijven soms hangen in zijige filmmuziek. Brossé lijkt het goed te vinden. Hij blijft met een gelukzalige lach stralen in de discolampen.

Neverneanietnooit

Verhuizen van het ruime, landelijke Zuidoost-Drenthe naar een kleine provinciehoofdstad in het hoogste noorden doet wat met mensen. Met ons. Met mij. Je laat dingen, gewoonten, opvattingen, principes los en je vergaart nieuwe. Een zware diesel wordt een lichte, kleine benzineauto. Een deelauto ook nog. Je wijst de gemeente op de mogelijkheid mensen met deelauto’s een preferente parking te geven. De camper gaat eruit. We nemen een treinabonnement en zijn zeer tevreden over de binnenstad, het openbaar vervoer van NS en bussen.

We voelen ons prettig zonder grote vriezer, broodmachine, droger, open haard, maar met zonnepanelen, een herbruikbare houten kerstboom, de Turkse kleermaker die de ouwe jas van nieuwe jaszakken voorziet en supergeïsoleerd glas. Vegetarisch eten en afstand doen van de elektrische tandenborstel, vaatwasmachine, papieren krant, en scheerapparaat blijft lastig. De energienota daalt harder dan de thermostaat. Van het een komt het ander. Niet meer drie grote afvalcontainers op de oprit. Zero-waste gaat ons neverneanietnooit lukken, maar papier en glas scheiden en jagen op een minimale afvalzak is het streven. We introduceren de Bojan-Slats-doctrine: proberen zo weinig mogelijk te kopen dat later, in minuscule plasticdeeltjes, in Slats’ netten en zeven komt. Dus zo goed als geen in plastic voorverpakt brood, fruit en groente. We kopen wasmiddel in karton. De buurtmarkt biedt de mogelijkheid met meegebrachte potjes, dozen, linnen zakken, van alles mee te nemen.

Onderzoeken wijzen uit dat mensen veel en vaak kleding kopen. Ik schrok van gemiddeld 20 stuks per jaar voor mannen en vrouwen 60, zegge en schrijve zestig. Daar zitten we ruim onder. Ik neem me voor na een jaar op 0 uit te komen. Ik kom er eind 2023  hier op terug.

Vliegen, cryptomunten, met een overdaad aan pesticiden snijblommen telen, Farmers for Defence, twitteren en verwarmde terrassen zijn funest voor het klimaat. Je kunt je er aan blijven ergeren en je er veroordelend over opwinden. Zelf stappen in de goede richting maken is beter maar lastig, we zijn en blijven verstokte eters van Amerikaanse pinda’s. Loop rode terrasheaters en openstaande winkeldeuren voorbij en zeg nee tegen uit Zuid-Afrika ingevlogen bosbessen en Guatemalteekse avocado’s. Vlieg niet meer naar Zuid-Spaanse, of Portugese oorden. Eind november en december komt er een energietegemoetkoming van € 190,-. Als je altijd betweterig zegt dat dat soort vergoedingen niet gepast zijn voor iedereen, kun je er ook naar handelen. Zeg ja tegen de voedselbank. Kom op en doe mee!

In Memoriam Gezienus Omvlee

Elf augustus spreken we elkaar nog uitgebreid en maak ik wat foto’s van je. Je ziekte zit je glimlach en pretogen niet in de weg. Het is een mooie zomerse dag. Een vriend bericht me dat je uit de tijd bent gekomen. Ik heb het wel verwacht, maar toch verrast en bedroeft het mij. Mijn droefenis bestrijd ik door in mijn geheugen te gaan graven om na te gaan hoe lang we elkaar kennen. Het zal de tijd van door STEM georganiseerde taaltheaternachten in de Muzeval in Emmen zijn geweest, een kleine 25 jaar geleden. Later zitten we beiden in het STEM-bestuur.

We ontmoetten elkaar op het vlak van de schrijverij. Of we zielsgenoten waren? Ja en nee. We delen veel interesses: belangstelling voor de regio, schrijven, lezen, organiseren, sporten. Jij Drent, ik Fries, maar beiden Duitse voorouders. Jij gereformeerde jeugd, ik hervormd. Jij flexibel en meeverend, ik star en vasthoudend. Jij Trouw, ik Volkskrant. In de typologie van Drenthekenner Harm Dijkstra ben jij een typische exponent van de zand-Drenth. Ik bewonder je om je gemakkelijke instelling. Als ik merk dat de organisator van een groot literair evenement in Drenthe knoeit met toeschouwersaantallen zet ik mijn hakken in het zand terwijl jij wil toedekken en verder gaan. Er volgt een korte periode van verwijdering, maar daarna zoeken we elkaar weer op. Vrienden.

Met heel veel plezier kijk ik terug op gezamenlijke projecten. Het schrijven van ‘Drenthe, Middelpunt der aarde’, samen met Willem – God of de Duivel hebbe zijn ziel – Koopmans en handboekdrukker Peter Bekker. Ik herinner me dat je op een zondagmorgen in Sleen langs komt, jij in een ultrakorte hardloopbroek, bovenbenen en kuiten van staal, bezig met een rondje, je was een duurloper meen ik. We nemen even wat laatste dingetjes door en je drinkt een liter water. We organiseren een literaire middag op Emmens hoogste punt, de oude vuilnisberg aan de Schansstraat waaraan zoveel deelnemers meedoen dat het goed bezocht lijkt. Een culturele avond met Zuidbargers en familieleden van jou (tot in Noorwegen toe) die ik mag presenteren. Taaltheaternachten in de Grote kerk in Emmen met regionale en landelijke schrijvers en onalledaagse entr’actes. Jij trekt mij vaak mee. Organiseer jij Taal an Taofel in Sleen, dan nodig je mij uit als deelnemer. We lezen voor uit eigen werk tijdens een avond van ’t Aole Volk.

Je bent lid van de Drentse Schrievers Kring, een club die zo graag boekjes wil produceren dat ze soms in de gauwigheid vergeten elkaars inzendingen even op taalfouten te controleren. Je bent de laatste solo-gemeentedichter, later wordt het een collectief, bijeen gehouden door een met slaapmutsen gevulde stichting die vergeet jouw naam op je gemeentedichterbundel te vermelden. Het deert je niet. Tijdens een literaire avond in de bieb haal ik voor jou je gram. Je duikt in het verleden van de in Sleen met een buste vereerde Naarding en schrijft erover in Roet. Je krijgt een mooie plaats in Nijkeuters literaire bijbel.

Samen met een bent oudere jongeren schrijf je light verse bij de vleet. Met de regelmaat van een haperende klok publiceer je in Roet. Door jou neem ik weer een abonnement. Dan schrijf je de mooie bundel ‘Licht over Nederland’. In je laatste levensperiode stuur je wekelijks verzen de wereld in. De facebooklozen van deze aarde vergeet je niet. Vaak tover je een glimlach op mijn gezicht, heel soms ben ik het met je oneens, wanneer je het voor Khadija Arib opneemt en ik haar verguis. Met Ted en (heel even) Tineke beginnen we een brievencyclus. In een paar jaar tijd wisselen we meer dan zestig brieven uit. Wat een plezier maken we. Nu herlees ik je brieven en geniet van jouw observaties.

Ik herinner me je zestigste verjaardag. Een mooie zomerse dag in jullie achtertuin in Zuidbarge. Verderop de meul van je bruur. Hoewel Zuudbarge je past als een ouwe hier wel en daar niet verstelde jas, Omvlee is daar een begrip, geloof ik, verhuizen jullie naar Odoorn, waar je het met Erna en de jongens ook erg naar de zin hebt. Boekenkastje naast de oprit. Elke dag een – zelfde – wandeling. Rust, regelmaat. De laatste keer dat ik je spreek vertel je van je finale project: het beschrijven van de laatste rustplaats van Drentse schrievers.

Gezienus jongen, ik ga jou en je zondagse verzen missen.  Ik denk aan Erna, Ellen, Maarten, Jan en je verdere familieleden en wens hun sterkte; dat je ruste in vrede.

1000 Stemmen: het plezier spat ervan af

Duizend mensen die muziek maken waar 1.500 mensen naar komen luisteren in een gebouw met misschien de beste akoestiek ter wereld. Het Concertgebouw. Twee topsolisten. Gouden componistennamen waar je maar kijkt. Geschilderde dirigenten. Daar ruil ik graag wat voor in. Bijna dagelijks studeren. Ik voel me een esperantist met dyslexie. Een Friese-Boys-speler in het Ajaxstadion. Nan en Etty worden Schreuder en Ten Hag, beiden wat vleziger. De handen, ogen, wenkbrauwen en mond van de dirigent vertellen me de lengte van de noten. Dankzij mijn fietsersconditie koste het me geen moeite. Mijn innerlijke drive zegt dat ik mijn stinkende best wil doen. Graag. Ik voel mijn verantwoordelijkheid.

Henk Poort en Tania Kross doen mee. Ze lijken superrelaxed bij de generale. Poort hand in de zakken. Tania een en al gulle lach. Toch hoor ik aarzelingen, missertjes en zie twijfels. Ook topspelers moeten trainen. Etty spreekt ze vriendelijk maar beslist toe, leidt, wijst en spoort aan, temporiseert, corrigeert. Wat een expressieve kop. Powervrouw. Ik geniet met volle teugen en span me lekker in. Zingen heeft iets van racefietsen: sprinten, freewheelen, remmen en aanzetten. Er zouden 68 tenoren zijn. Een zelfde koppeltje bassen. Dat betekent meer dan 430 sopranen naast me. Wow! Kristusziele! Het is geen wedstrijd maar ik wil niet worden weggeblazen.

Voor de sier houd ik mijn koorboek omhoog en fixeer eroverheen de dirigent. De teksten ken ik zo goed als uit het hoofd. Een vergeten lettergreep is eenvoudig te compenseren. Een inzet of lengtenoot niet. Mijn liefde voor orgelmuziek groeit als Martin Mans het orgel bepotelt, de vloer dreunt, mijn schoenneuzen willen onophoudelijk tikken, mijn bostkas beukt, mijn hart fibreert: dit is muziek, een feest, puur geluk! Anders dan bij hiphop, metal rock en dance-events heeft niemand oordoppen in. Dankzij mijn frontpositie met twee vleugels vlak voor me, kan ik onzichtbaar fotograferen.

Natuurlijk, er is wel eens iets wat ‘delay’ wordt genoemd, een split-second tussen instrument en zang, maar ik doe alsof het zo hoort. Van mijn fanclub in de zaal hoor ik dat bij het Operafantoom de mannen ondersneeuwen, maar dat het Ombra mai fu weer loepzuiver en verstaanbaar is voor hen die het Italiaans machtig zijn. Zelfs het moeilijke ‘The lost chord’ klinkt, vooral dankzij de tenoren, als een dijk. 1000 stemmen, h e e r l i j k…. het plezier spat ervan af. Voor meer foto’s: Concertgebouw 2022 – Grootkoor