Winterfiets Elfstedentocht 5

Week 51

Deze week bestudeer ik uitgebreid de weersomstandigheden van twee februari van afgelopen jaar. Ik word gerustgesteld, het was om het vriespunt, dus doable. Ontstaan er soms scheurtjes in mijn optimisme? Afscheidsbijeenkomsten, een straatdiner, De Nachtstemmer van ’t Hart en museumbezoek veroorzaken een gedwongen rustperiode van vijf dagen. Rust en voeding zijn voor fietsers van vitaal belang, als omzichtigheid bij wijk- of familiedisputen. Op vrijdag start ik om 08.30 uur met als doel 100 km te fietsen. Ik rijd richting Mussel- en Stadskanaal en buig halverwege af naar Onst- en Vlagtwedde. Het eerste stuk rijd ik binnen twee uur met een gemiddelde van 25+.

Met de wind in de rug geniet ik van het kale, grijze landschap, van mijn geluidjesvrije derailleur en van Groningse boerinnen die met deze kou de ramen lappen en zodra ze mij zien aankomen zich zo ver omhoog rekken dat ik stukken blote, in- en inkoude rug zie; maar altijd draaien ze zich om om mij luid ‘joehoe’ toe te roepen. Als aangetrouwde kleinzoon denk ik aan dichter Jan Boer. Van Jan Boer naar Maarten ’t Hart is een kleine stap. Ik geniet na van Maarten ’t Harts nieuwste, De Nachtstemmer, met een verrassende sodomiepassage op p 37. De geit Drieke ondergaat de zoöfiele inspanningen van haar baas Ai (what’s in a name) Stront gelaten, onbekommerd, sereen, stoïsch, zelfs totaal onaangedaan. Seks met dieren, ze doen maar, zo lang beiden ermee instemmen en het zonder schadelijke gevolgen blijft. ’t Hart voegt zich met dit thema bij Jan Wolkers; beiden groeiden op in streng christelijke milieus. Een Groningse orgelstemmer, Pottjewijd, gespecialiseerd in Schnitger-orgels, gaat orgels stemmen in een Zuidhollands havenstadje en raakt in allerlei verwikkelingen, vooral met een bloedmooie Portugese vrouw en haar dochter, verzeild.

Op de terugweg ervaar ik een straffe (inmiddels aangetrokken) zijwind en moet ik het zonder Groningse boerinnen doen. Ik doe mijn muts af en een tweede laag handschoenen uit.  Ik denk terug aan ons Grootkooroptreden in Assen en het meesterlijke concert van The Analogues met Abbey Road in het Atlas Theater en ik vraag me af waarom dit een tributeband heet en niet gewoon een coverband die zo perfect mogelijk Beatlesimitaties presenteert. Waarom dragen alle veertien mannelijke musici gladde schoenen (vrouwen noemen dit schoentjes)? Ik kende, schat ik, zo’n 70 % van de nummers. En wat een kopersectie!

Ik wil mijn lijf testen. Om het uur consumeer ik vast voedsel (een banaan of kleine krentenbol) en drink gedurende de hele route slechts 500 cc. Tussen Vlagtwedde en Ter Apel filosofeer ik over fouter dan foute combi’s: oranje en belastingen, religies in onderwijs, boeren en gesubsidieerde bedrijfsbeëindiging. Het voelt lekker om al fietsend mijn hoofd leeg te maken en weer te vullen met nieuwe inzichten. Een familiekroniek schrijven, wil ik, de laatste tijd krijg ik aanzetten op presenteerbladen. Museum Voorlinden in Wassenaar bezorgde me nieuwe inzichten en citeerplannen, de expositie Less is more was zeer inspirerend.

Nog even de de voordelen van deelemigratie naar Spanje in kaart en onderhandelingsklaar krijgen. Kortom: laat de kerst maar komen. Ik eindig met 106,7 kms (meer dan de helft van de tocht der tochten) in 4,25,31 = boven de 24/u. Ik rijd het in één stuk, met twee keer een minuut pauze om iets te eten en/of een selfie te maken. Bij thuiskomst heb ik een stevige trek, ongeveer als na een diner in een tweesterrenrestaurant. Ik bereid me een feestmaal, met 450 cc zoutarme cup-a-soup (erwtensoep en Chinese kippensoep door elkaar), aangevuld met stukjes gerookte forel van gisteren en ruim 300 cc boerenkool met stukjes worst, dat allemaal door elkaar geroerd tot een stevige groene soep. Heerlijk. Emmen – Onstwedde: 106,7 kms.

Grootkoor Drenthe en Karin Bloemen (Assen, 13 december De Nieuwe Kolk)

Deelname aan het concert van het Grootkoor, na vijf lange repetities en bijna dagelijks oefenen, betekent voor mij zingen vanuit mijn tenen. Ik tel 8 rijen van 28 stoelen, misschien hier en daar wat open plaatsen, dus meer dan 200 zangers. De vrouwenbrigade links en rechts, zeg maar 85 sopranen en 85 alten bieden zoveel stevigheid dat van de mannen een max wordt gevraagd. En die kunnen ze krijgen. Ted en ik doen ons best. We hebben wekelijks samen gerepeteerd en kennen de muziek door en door. Toch is de generale een ramp. In de eetpauze, we worden even opgehokt in het voorportaal van een parkeergarage, zien we vertwijfelde koppen boven de eenvormige stropdassen en saaie sjaaltjes. Nou ja, eenvormige, one of the boys tenor Anneke steekt ons de loef af met een dubbele Windsor. Op afstand zijn we een Oekraïens koor uit de Stalinistische periode, of een CDA-congres uit de Brinkman-era, waarbij de standaardblauwe mannenbroederspakken zijn ingeruild voor crematoriumzwart. Ik mis kleuraccenten. Zo sterk is dus de kracht van samen zingen, dat individualisten zich voegen naar de gelijkvormigheid en stalen stramienen die het Grootkoormodel voorschrijven. De organisatie kruipt vanavond door het oog van de naald.

Het concert begint en het zwarte gat voor ons dat zaal heet, daagt ons uit tot het uiterste te gaan. Onzekerheid wordt betonnen enthousiasme. Zorgeloosheid verslaat aarzeling. De wil te genieten vermorzelt terughoudendheid. We zingen op volle kracht en geluksgevoel doorstroomt me als belastingvrije kerosine een KLM-straalmotor. Godver, waar zijn we, zonder iets van andere tenoren te horen klampen Ted en ik ons aan elkaar vast als apenjongen aan hun moeders, als teken aan boswachtersliezen. We realiseren ons dat we elke steun kunnen gebruiken. De dirigenten doen hun best als Wiegman of Sloetsky bij uitwedstrijden. De beloofde felle lipstick van de dirigente ontbreekt helaas, we moeten het doen met haar expressieve, moederlijke mimiek. Ik houd me in en ga niet als een marinier stampen als we Transeamus zingen. Fum, fum, fum gaat klinken als een rubberbal op ingenieus bewerkt eikenhout waarbij de mmmmm zalig navibreert. De eerste regels van Born in a stable klinken als graniet en de eerste noten van For unto us vergeten we maar even en ruilen we graag in voor een supergoedgelukt Glory glory christ has come of de met een vette f aangeduide Christ is the lord uit O holy night. En dan de allermooiste passages: wanneer 225 stemmen zacht klinken als fijnbesnaarde zielen.

v.l.n.r. Ted, Mike, Frans, Klaas

De leraar Engels in mij blijft aanhikken tegen de uitspraak van de Engelse u die meer moet klinken als een a in pas dan een u in pus, maar ik ruil ergernis in voor flow. Karin Bloemen valt mee. Geen musicalstem met vlijmscherpe uithalen maar een ingetogen jazzy en sexy, zekerzeker, stem. Ze koketteert met haar ijzeren knieën als een James-Bond-schurk met zijn metalen gebit en met haar lijf als nieuwslezeressen van de commerciëlen maar god, wat kan dat mens zingen. Zij moet een kinderlijke fascinatie voor de verkleedkledingkist hebben gehad, maar het past, de vormen en de kleuren maken het mooooi. We eindigen met Joy to the world en In dulce jubilo en horen van onze groupies dat het goed was. Concertgebouw here we come . . .

Winterfiets Elfstedentocht 4

Week 50

Door weer en wind en regen fietsen we zuidwestwaarts. Het plan is een tocht van 100 à 130 kms: de driehoek Emmen – Hoogeveen – Hardenberg. Het regent vlagerig en er is een stevige wind, kracht 5. In Hoogeveen, uitloper van de bible belt, vinden we na enig zoeken warme koffie bij een benzinestation. We laten een nat spoor achter als Staphorster deelnemers die met kleding afzwemmen bij diploma C. Ons gemiddelde zit onder de 20/uur. We besluiten Hardenberg te laten schieten en ronden de tocht via Hollandscheveld, Nieuweroord en Geesbrug af. Harde wind en koude kosten veel extra energie. In ruim 3,5 uur en een kleine 80 km lever ik 1,8 kg in. Gelukkig komt nicht Leonoor ’s middags op bezoek: thee, chocola, flesje bier, pizza en toetje brengen mijn krachten terug als een zak mais bij een haan die in een kippenren soleerde. Toch komen er minieme barstjes in ons optimisme. Ik besef dat 15 km tegenwind in Drenthe iets anders is dan 80 km tegenwind op de Friese ijsvlakte.

Even iets over de spullen. Sinds kort mag ik mijn fietsen, een definitieve keuze voor 2 februari is nog steeds niet gemaakt, binnenshuis stallen. Als je 36 jaar getrouwd bent, dan gaat zoiets gemakkelijk, bijna vanzelf. Tien jaar geleden nog zou ik dit voor gods- allahonmogelijk hebben gehouden, maar nu staan de beide Bulls (een rode Desert Falcon en een witte Copperhead 1) in mijn werkkamer. In de warmte de ketting checken: geluk! De racefiets raakt met het voorwiel De heilige Rita van Tommy Wieringa en met het achterwiel wordt de poëziecollectie, gedrukt door handboekdrukker Peter Bekker, licht geschampt. Na elke rit hang ik de fiets aan twee plafondhaken en controleer en poets en smeer ik als koorzangers hun kelen voor een kerstoptreden. Ik houd scherp in de gaten geen olievlekken en bandensporen te maken.

Ik heb me op een nieuw zadel op de Bulls Desert Falcon getrakteerd. En dan mijn verdere, oude (textiele) uitrusting: een hemd met korte mouwen, een fietsbroek, lange sokken, oversokken, hemd met lange mouwen, thermohemd en – lange onderbroek, lange fietsbroek, fietsjasje, dichte motorkraag, reflecterend jasje, lange katoenen kraag, ijsmuts, helm, wollen handschoenen, overhandschoenen, schoenen, overschoenen en de Volkskrant van gisteren die mijn buik en borst beschermt tegen kou. Deze week Emmen/Hoogeveen: 80 km. 2x Ellertsveldroute à 55. totaal 190 kms.

Winterfiets Elfstedentocht 3

Week 49

Om je goed voor te bereiden moet je veel kilometers maken en goed eten. Het komt vooral aan op herstellen, zeggen wijsneuzige deskundigen. Kou op de maag en hongerklop is funest voor het resultaat, als weldenkendheid en redelijkheid voor goede Forum voor Democratie-verkiezingsuitslagen. Houd maar eens sportdrankjes vorstvrij, spookt door mijn hoofd. Ik weet nu hoe je bijna bevroren bananen onderweg moet eten. Het is een belangrijk ritueel dat oefening vergt. Het gaat erom dat je je maag niet aan onvermoede koude blootstelt. Met je gehandschoende hand pak je de banaan uit je rugzakje, bijt, te beginnen bij de door vorst versteende steel, de vrucht open en neemt een kleine hap. Je kauwt alles langdurig fijn tot een banaanbrei, een gestaafmixte olvaritachtige substantie, ontstaat. Je onderdrukt de slikreflex en blijft de drab tussen je tanden en kiezen doorduwen en persen als draderige lijm door een te smalle want dichtgeslibde tubekier. Net voordat je het doorslikt laat je het als peristaltische darmbewegingen, een soort kunstmatig kokhalsen, in je mond terugkomen, en als het kan nog een keer en nog eens, tot het warm is als zalvige babypoep en dan volgt de heerlijke omgekeerde ontlading, het uitgestelde, verwachte genotssummum en je voelt het naar binnen glijden als een gevaseliniseerde gummivinger van een aantrekkelijke verpleegkundige bij een prostaatonderzoek op vrijdagmiddag voor sluitingstijd.

Nog even wat rekenwerk: de uiterste finishtijd is 22.00 uur lees ik. Ah, mooi. Van 07.00 – 22.00 = 15 fietsuren maximaal. Dat is redelijk en moet doable zijn. Dat betekent wel dat ik naast mijn verdikte stuurlint, behalve ruimte voor een bel, spiegeltje, ligstuur, telefoonhouder nog plaats moet vinden voor een lamp.

Er kunnen 1.500 deelnemers starten. De snelste inschrijvers mogen om 07.00 uur vertrekken. Daar zitten wij bij, schat ik. Ik ben begonnen met de inname van sportdrankjes met sinaasappelsmaak. Per 50 km klok ik 0,5 l weg. Daarnaast houd ik mijn dieet in de gaten, maar gezond eten vond ik toch al nooit een straf. En alcohol? Door de week nul en in het weekend twee flesjes bier. Bij speciale ontmoetingen, feestjes of etentjes accepteert de fietser in mij een zonde als een moslim katenspek, een katholiek veelwijverij of een protestant bordeelbezoek op kerstavond. Deze week ervaar ik kou en mist: Emmen – staatsbossen 55; Emmen – Noordseschut 65: totaal 120 km.

Winterfiets Elfstedentocht 2

Week 48

Mijn realiteitsgevoel groeit als hoop onder seizoenkaarthouders van FC Emmen of zelfvertrouwen onder Grootkoorleden die in december optreden met diva La Bloemen. Als ik hoor dat er in elke Friese stad een stempel binnengeharkt moet worden stel ik, enigszins verontrust, mijn rijtijdenschema bij als Carola de stikstofplanning. Tien keer een stempel halen met een korte onderbreking is al snel 150 minuten: een kleine 2,5 uur. Dat wordt op de racefiets dus minimaal 10,5 uur en op de atb of de Gazelle Chamonix met ligstuur uit 2008 12,5 uur. Zonder tegenslagen. Zou er een uiterste eindtijd zijn? Ook lees ik in blogs van deelnemers dat niet de hele route is uitgepijld. Blixems, dat gaat, zo weet ik uit ervaring, misverstanden, omleidingen en wegversperringen opleveren. Zou best een uurtje extra kunnen betekenen. En ergens lees ik dat de totale afstand niet 200 maar 205 km is. Dat brengt mijn nieuwste tijdprognose op: 200 km wordt 205, vermeerderd met 10 km omrijden en afronden naar boven: 220 km. Per atb met 20 km/u: 11 uur, plus 10 kwartier pauzes = 2,5 uur = totaal 13,5 uur. Bij een start om 07.30 wordt dat een eindtijd van 21.00 uur.

Ik laat mijn racefiets een beurt geven, het wordt een slechtnieuwsgesprek: nieuwe ketting, nieuwe tandwielcassette, revisie trapas, beurt, remblokken en het ongevraagde, maar gewaardeerde gratis advies om een nieuwe bike aan te schaffen.

Ik probeer bij de tourorganisatie antwoord te krijgen op vragen over verlichting, voeding, bepijling, eindtijd, en meer. Elk antwoord roept weer nieuwe vragen op, een beetje als bij een journalist die Dijkhoffs wachtgeldregeling uitpluist of Ruttes geheugen na zeventig oorlogsdoden. Het valt me op dat mijn zin in de tocht geen deuk oploopt. Voor een extra trainingsrondje offer ik graag een paar hoofdstukken over simulant, solist, aanvoerder, verkeersbrokkenpiloot, geldwolf, zenuwlijder, stervoetballer, intrigant, familyman, Spanjeman, schoolstaker Jopie Cruijff op. Week 48: twee keer Nieuw-Dordrecht/Exloo: 2 x 55 km en MM-Gramsbergen v.v. 65: totaal 175 km.

200 jaar Scheuer orgel in Hardenberg

Wat ga ik tegenkomen in Hardenberg op 21 november? Geen gekkigheid met bubbels, liflafjes, of een overdaad aan bloemen maar gewoon schitterende muziek in de Stephanuskerk, een rechthoekige sobere kerkdoos met een ingenieus schrootjesplafond dat een perfecte akoestiek biedt en een orgel dat, roodbruin gekwast en piekfijn gerestaureerd, staat te shinen en te spinnen als een gerestaureerde Jaguar op een autobeurs. Een mevrouw in gele panteroutfit loopt naar voren, checkt de microfoon en knipt een lampje aan en de orgelcommissievoorzitter verwelkomt ons. We horen dat het orgel, stammend uit de loopfietstijd, elke vijftig jaar werd gefacelift. Door twee eeuwen heen werd het een bescheiden en rond klinkend orgel dat ‘heel lekker speelt’, aldus E. de Jong.

Dat het heel lekker speelt horen we de volgende vijf kwartier. Dat is de broers Euwe en Sybolt de Jong, meer dan kundig bijgestaan door sopraan Lette Vos, wel toevertrouwd. Scheuer klinkt als een gefinetunede achtcilinder, goed als het op power aankomt en schitterend als het klein moet zijn, bijvoorbeeld als echoënde grote broer van een kistharmonium. En weer: geen opsmuk, feestkleuren en -kleren voor de musici maar stemmige grijzen en zwarten. Ik voel en zie overal de ingetogenheid van Maarten ’t Hart. De muziek van Höpner, Bach, Piazza en arrangementen van Euwe de Jong zorgt voor genoeg kleur.

Dat het feest is zullen we weten: niet vaak werd Scheuer zo liefdevol vierhandig bepoteld, geaaid, gekneed, gemasseerd als nu door de broers. Na twee koraalbewerkingen van Freu dich sehr, o meine Seele (van JSB en Christian <what’s in a name> Gottlob Hopner) wordt Bachs Preludium in C groot in twee versies gespeeld. Aan het honderdkoppige publiek, opvallend genoeg merendeels mannen, de vraag welk van de twee de post-copitationum versie is. Da’s een makkie, de tweede ademt een sfeer van bevrediging en voldoening terwijl de eerste een is van een enigszins wilde onstuimigheid, die klaarblijkelijk ook bij Bach past. Weer heel andere geluiden en sferen ontstaan bij Ich steh mit einem Fuss im Grabe. Nog even Piazza tussendoor en dan snel verder met Bach: we beluisteren het op twee harmoniums gespeelde Rondeau BWV 1067/7 en Air-plus. Vos’ stem komt goed uit en past bij de orgels als vrolijkheid in theaters.

Het Peerd van Ome Loeks wordt in quizstijl in zeven smaken opgediend: Mendelssohn, Reger, Händel, Satie (!), Mozart, Bach en Chopin. En voor The Sally Garden beluisteren we nog de Bach-uitsmijters Ertot uns en een preludium en koraal over Ein Feste Burg enz. Streekgenoot Scheuer (geboren in Emlichheim en later wonend en werkzaam in Coevorden) zal zich rustig en tevreden glimlachend in zijn graf hebben kunnen omdraaien. Wat een mooi orgel.

Winterfiets Elfstedentocht 1

Week 47

De elfstedentocht heeft iets magisch en manisch. Vanaf het moment dat fietsmaat Frans me een linkje stuurde over deze speciale winterfietseditie van de moeder aller tochten dacht ik: Yesss, gaan we doen. De term elfstedentocht heeft op mij dezelfde aantrekkingskracht als zeven maagden op een moslim, een witte trouwjurk op een bakvis of de Kaaimaneilanden, Lichtenstein en Guernsey op fiscalisten. Gelijk met het plan begon de voorbereiding. Maar waarop? Eerst even rekenen. Bij 200 km op de racefiets zit je al gauw aan 8 uur bij 25 km/u + 4 pauzes van een kwartier is samen 9 uur. Mocht de moutainbike of de Gazelle nodig zijn i.v.m. gladheid dan wordt het iets van 10 uur bij 20 km/u + 4 pauzes van een kwartier is samen 11 uur. Als we om 07.00 uur kunnen starten, zijn we of om 16.00 uur terug of om 18.00 uur. Onvoorziene gebeurtenissen of omstandigheden daargelaten. Hevige vorst kan voor een bevroren derailleur zorgen, langdurige sneeuw maakt koud, nat en zompig en een lekke band demoraliseert en geeft veel oponthoud. Mijn eerste aankoop is thermo-ondergoed bij de Hema. Vroeger heette dit een borstrok met lange onderbroek. Ik herinner me dat bejaardenhuisbewoners waar ik vroeger kwam als ventende medewerker van de groenteboer, lange onderbroeken droegen. Bij de gulp zag je gelige kringen die naar de buitenzijden als vloeistofdia’s of vochtkringen op eikenhouten tafelbladen uitwaaierden. Mijn zwarte Hema-exemplaar biedt comfort als handvatverwarming op een BMW 1100 RT en voelt aan als een tweede huid. De training kan beginnen. De tocht is in week vijf en nu zitten we in week 47. Nog negen weken voorbereiding dus. Dat moet genoeg zijn. Trainingsvoorschriften hebben zich in de afgelopen jaren gewijzigd als therapieaanpak in de psychiatrie. Het is als trainen voor de marathon of Spaans leren: veel en vaak is belangrijker dan hele marathons lopen. Wekelijks 200 km aan een stuk fietsen is niet nodig. Als de basisconditie in orde is, dan komt het eropaan om die in stand te houden en te verstevigen. Ik neem me voor niet meer naar weersverwachtingen te kijken en te luisteren maar vast te houden aan geplande tochtjes door weer en wind; op twee februari hebben we ook geen keus. En om het duuraspect inhoud te geven: niet meer halverwege bij Momerite in Gramsbergen koffie met appeltaart consumeren, maar zonder pauze doorfietsen. Deze week fietste ik twee keer Emmen/Gramsbergen v.v., Rijssen/Emmen, Rijssen/Holten: 270 km.

Als je moeder doodgaat

Je moeders tijd is bijna op en ik zoek troost voor jou

In woorden op digitaal papier en ontvouw de tijd;

Handenvol gedachten worden zichtbaar. Onophoudelijk

Transeamus neuriënd ga jij door je jeugd op zoek naar het begin.

 

Daar is je vader al, je broers en zussen, je moeder houdt

De wacht, bewaker van geluk, gezin en droomt van

Voorspoed boven oppervlakkigheid. Je voelt je oude straat,

De roomse school, de geur van wijn, beloften van geloven.

 

Je rent wat rond en wandelt, schrijft en zingt Tolite hostias.

Je rekt de tijd tot lijnen naar geluk in Weesp; je harddisk

Mixt een diep dolor met gloria gloria gloria als tussenstation

Naar stof en gruis. Vervloekt de tijd van gaan die komt.

 

Zijdezachte herinneringen worden kaal, jong gras nu steen.

Godver vriend, de tijd is op, wees blij en zing een lied.

 

 

 

Rob Stoker Verslagen vriendschap (roman, € 18,50)

Bij de presentatie van Rob Stokers derde boek werd even gesteggeld over de vraag hoe je Verslagen Vriendschap moet noemen: een roman, een literaire of psychologische thriller? Waarom de, excusez le mot, luie uitgevers (het boek bevat nogal wat taalfouten (¹)) niet gewoon op ‘jeugdboek’ of zelfs ‘jongensboek’ kwamen is een raadsel.

Verslagen Vriendschap is een spannend, filmisch geschreven jeugdboek. Felix en Leon zijn twee zestienjarigen die in een slaperig houtzagersstadje wonen. Leon is een enigszins onzekere jongen uit een gewoon gezin die blij is vriendschap met Felix te kunnen sluiten en kennis maakt met Felix’ aantrekkelijke tante Lynn. Felix woont bij zijn tante in een pension en zit vol geheimen en geheimzinnigheden. Beide jongens zitten voor het schoolexamen en werken graag in de houtzagerij.

Tegenover deze twee staat een trio anti-helden: Mike, Joshua en Peter, ook wel de ratjes of huftertjes genoemd. Bij een vervelende confrontatie pakt Felix met zijn klauw Mike even bij de pols tot het kraakt. Later chanteert hij de ratjes met foto’s waarop ze masturberend zijn afgebeeld. Het verhaal is dooraderd met geheimen en leugens en stoere jongensdingen. Dat alles zorgt voor een onheilspellende sfeer.

Vanaf het begin komen geheimzinnige zaken aan de oppervlakte. Een geblindeerde zwarte Audi staat her en der in het stadje geparkeerd. Van de chauffeur heeft niemand het gezicht ooit gezien. Waarom zou een jongen zijn vader in de brand steken? Felix heeft een jaar in een jeugddetentie-inrichting gezeten. Langzaam wordt de verhaallijn ontpeld. Halverwege het boek vallen zaken op hun plaats en wordt duidelijk wat er zich vroeger heeft afgespeeld. De spanning wordt niet aangetast, integendeel.

De door Stoker gepresenteerde wereld doet gedateerd aan. Roken is nog stoer, je kunt zelfs stoer sigaretten uit pakjes toveren, vrouwen runnen pensions, het huishouden of een koffiepunt en mannen zagen hout, zijn boswachter, advocaat, alcoholist of psycholoog. Die psycholoog is een gekke Henkie wiens therapie door patiënten wordt gesaboteerd. Stoere houtzagers noemen een schuchtere jongen ‘homootje’, ogen spuwen vuur en staren alsof ze water zien branden. Stoker hanteert het taalgebruik van een VMBO-leraar: niet te lange zinnen in een klare taal; het enige vreemde woord is parameters.

Literaire beeldspraak of metaforen zijn zo goed als afwezig. Wat het jeugdboekgevoel vergroot is dat Stoker achternamen vaak achterwege laat. De advocaat heet Tom, de psycholoog Robin en de boswachter Tim. Een vader die zijn handen niet van zijn dochter kan afhouden geeft het boek een moderne impuls. Verder in het boek blijkt ook hier dat de leugen zwaarder weegt dan het vermeende misbruik.

Het boek is kunstig geconstrueerd en verdeeld in hoofdstukken die alle het woord ‘onheil’ bevatten: Het jaar van het onheil, Het jaar voor het onheil, Vijf jaar na het onheil en meer. De plaats van handeling wordt niet nader aangeduid maar je voelt op elke bladzijde Amerika. Het betreft een provinciestadje waardoorheen een rivier loopt. Het landschap is heuvelachtig met naaldboombossen. Alle personen hebben Engelstalige namen. Omdat Stokers vertelperspectief dat van de alwetende is weet de lezer veel meer dan de personages en dat staat soms de geloofwaardigheid in de weg. Voor een filmscript is dat natuurlijk ideaal; de filmlocatie lijkt, afgaande op de omslagfoto, al bekend.

(¹) 9 bleef iets langer bleef hangen / 12 Felix gezicht, 163 Felix verklaring / p 26 aan het eind van dag / 39 deze gezicht / halfopgerookte?? / 42 ofzo / 44 een vent hebt / 65 Anna = Anne / 77 binnen korte termijn?/ 103 herinnerde hij / 106 behalve (met) wiskunde / 108 in het pension en liepen we / 128 dat ze echt in paniek in raakte / 129 muziek te luisteren / 133 die slipje / 152 gelijk hoog /p180 mili-eutechnische/

Het groot Dictee der Nederlandse Taal in Emmen

29 jaar na het eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal met het inmiddels beroemde ‘przewalskipaard’ van Kees Fens waagden op twee november 2019 negen personen zich aan het meeschrijven met het Nationaal Dictee in de bibliotheek in Emmen. Dat is twee meer dan vorig jaar. Via een narrowcasting-systeem konden de deelnemers de landelijke uitzending in Zutphen volgen. Voorlezer dit jaar is Gerdi Verbeet en Wim Daniëls heeft het dictee geschreven. Daniëls brak vorig jaar met de vanaf het begin breed gedragen traditie het dictee te vullen met woorden die enkel door trouwe lezers van het Groene Boekje gekend werden. Dat het dictee daardoor nu heel eenvoudig werd, nou nee.

Dit jaar was er een actueel thema: de agrariër. Ook nu weer was er het obstakel van het verbindingsstreepje in bijvoorbeeld tafeltje-dek-je en eau-de-colognegeur en de inmiddels beruchte ‘driewoordenwoorden’ als ‘vollegrondteelt’ en ‘warmemelkdrinkers’.

Het landelijk gefilmde dictee, met celebrity’s als Jan Siebelink, Kader Benali, minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven, Oscar Hammerstein en Ingmar Heytze duurde ongeveer drie kwartier. Heytze zei: “Mijn idee is dat het goed te maken is terwijl dat niet zo is.”

In Emmen deden mee: Margreet Joling, Riet Lina, Thérèse Major, Aly Schirring, Jenny Scholte, Elly Schutten, Leidy Veldman, Joke Voss en Dini Wagelaar. Winnaar met slechts vijftien foutjes: Aly Schirring. Zij ging naar huis met de Taalkalender 2020 van Onze Taal. Ter vergelijking: bij de prominenten maakte kinderboekenschrijver Gideon Samson twaalf fouten. Van alle deelnemers in Zutphen presteerde Niels de Jonge het beste met zes fout. In Emmen was er voor alle deelnemers Winterbloei van Jan Wolkers.

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal 2019:

 Boeren, burgers en buitenlui

1. ‘Het móét me van het hart: we worden beschimpt en geschandaliseerd, terwijl we nota bene ’s lands belangrijkste maaltijdbezorgers zijn’, zei een boer uit een Zuidoost-Noord-Brabants dorp geagiteerd tegen me.

2. ‘Daarenboven hebben we een kolossale bijdrage geleverd aan het Nederlandse vocabulaire’, brieste hij voort. 

3. Inderdaad zijn duizend-en-een woorden dankzij de boerenstand in de Nederlandse taal terechtgekomen, bijvoorbeeld: tractor, boerenperziken, gewasbesproeiing, vollegrondteelt,
rood- en zwartbont en mond-en-klauwzeer.

 4. Daarbovenop heb je tientallen boerenzegswijzen, waaronderop z’n janboerenfluitjes’ in de betekenis ‘langzaamaan, rustig aan’, en ‘de boer zijn hemd’ voor het vel op gekookte melk, dat sommige warmemelkdrinkers zo fraai over de balustrade van hun melkmok weten te draperen.

 5.  Velen wijzen heden ten dage naar de boeren als degenen door wie de biodiversiteit teloorgaat en ook als de ultieme stankverspreiders, terwijl er geen punt wordt gemaakt van dreumesen die ongegeneerd hun wegwerpluiers volpoepen, noch van notoire schetenlaters en evenmin van goedgekapte jongeren en bejaarden met hun verstikkende eau-de-colognegeur.

 6. Het is wrang dat een beroepsgroep die dagelijks tafeltje-dek-je mogelijk maakt zo verguisd wordt, terwijl we allemaal tijdenlang boer zijn geweest toen we van jagers-verzamelaars evolueerden in landbouwers met een huisje-boompje-beestje-ideaal.

 7. Anderzijds valt niet te loochenen dat anno nu vooral de intensieve veehouderij, al dan niet in de vorm van bio-industrie, het milieu schade berokkent.

 8. Maar toch: hoedt u zich voor al te veel gejeremieer over boeren.

 9. Wij allen zorgen voor milieuschade, als carnivoor, automobilist, motorrijder, vliegende globetrotter, afsteker van vuurwerk op oudjaarsavond en in de nieuwjaarsnacht, enzovoort.

10. Om de milieuproblemen het hoofd te bieden, moeten we gezamenlijk onze verantwoordelijkheid nemen en vooral één ding doen: ons boerenverstand gebruiken.