Noordbarge, het verhaal van zien bewoners

Noordbarge, het verhaal van zien bewoners is een kloek boek geworden, 1.700 gram papier voor € 24,50. De omslag met mooie foto’s, omvat in een stijlvolle kleur, geeft goed de sfeer van het boek weer. De redactiegroep heeft er een kleine vijftien jaar aan gewerkt. Mijn eerste reactie: ik heb genoten. Mijn tweede: toch mis ik nog wat.

Ik ben nieuwsgierig naar de inhoud. Wat ik verwacht? Een inventarisatie van Noordbarges bewoners, hun huizen, hun geschiedenissen, dit alles weergegeven in een maatschappelijke context. Omdat ik niet bij de presentatie kan zijn, maak ik op mijn vakantieadres een lijstje van wat ik hoop tegen te komen. Verderop kom ik hierop terug. Wel lees ik tijdens mijn vakantie alvast het interview dat Horstman van het DvhN enkele HC-mastodonten afnam. Het viel me toen op dat de helft van de ondervraagden niet in Noordbarge woont maar hun heil elders heeft gezocht. Moet kunnen natuurlijk. Ik hoop en verwacht een boek te kunnen gaan lezen met oude en hedendaagse geschiedenis. Hopelijk verantwoordt men zijn taakopvatting en gaan we lezen over demografische ontwikkelingen, de relatie Historische Commissie <-> Plaatselijk Belang, de mate van historiciteit (blijft het amateurswerk of heeft een beroepshistoricus meegekeken?), hoe kijkt oud aan tegen nieuw en omgekeerd.

Enkele middagen ben ik niet aanspreekbaar. Ik laat het tafel afruimen wachten, kijk niet naar DWDD of het Journaal, maar ben verdiept in Noordbarge. Dit boek houdt me letterlijk uren en uren van de straat. Ik lees dat de wielrenner Gert Jakobs een Noordbarger is en dat Gerrit Kiers een boot achter zijn huis heeft gerestaureerd . Ik kom namen tegen die ik uit mijn Sleense en vroeg-Emmense periode ken. Er staat heel veel in over boerenbedrijfjes uit de vorige eeuw en als je in je jeugd veel tijd op een boerderij hebt doorgebracht, leest dat heerlijk weg. De grote hoeveelheid zwart-wit foto’s passen prachtig bij de verhalen. Ik zie historische families, grote gezinnen, mannen en vrouwen met schitterende kuiven en oren als schoteltjes, gereformeerde, in het zwart geklede mannenbroeders met ernstige koppen, moderne luchtfoto’s: chapeau!

Ook is er heel veel aandacht voor huizen, de bouw, verbouw en meer. In elke straat ken ik mensen van wie ik meer wil lezen en lees ik over onbekenden die voor mij gaan leven. De bulk van het boek wordt gevormd door de beschrijving van maar liefst 1500 bewoners in 331 huizen. Wat een heerlijk uitgebreid overzicht en wat veel. Dat dit jarenlang noeste arbeid heeft gekost, het verbaast me niets. Het boek werkt ook perfect als naslagwerk, wil je even een naam checken dan kan dat, zolang je de straat en huisnummer weet. Ik wed dat elke lezer snel even naar zijn eigen straat bladert. Het is mooi om te zien hoe vaak huizen nieuwe bewoners hebben gekregen. En wat is er veel ge- en verbouwd. Dat de architectuur in Noordbarge stilgestaan lijkt te hebben past bij een dorp. Dat bij sommige adressen slechts één familienaam staat is uitzonderlijk. Ik leer gelijk iets, want ik meende altijd dat Hooggoorns en Nieuw-Amsterdamsestraat ook bij Noordbarge hoorden. Niet dus, of zijn beide straten afwezig vanwege het gemis van bewoners? Daartegenover lees ik wel over de Zandzoom, de Sleenerstroom en de ruilverkaveling. Een speciaal onderdeel vormt de opsomming van vervallen adressen; terecht worden die met dit boek in leven gehouden. Wel wordt nu eens te meer duidelijk dat de Boerhoorn bij Noordbarge hoort en niet bij de Bargeres, zoals je soms weleens ergens hoort 😊. Leuke anekdotes (een sleutelende mevrouw Hidding, interessante geschiedenissen (de moord op een nachtwaker en de bevrijding van Noordbarge) en persoonlijke geschiedenissen (een interview met Berend Garming) zijn gemarkeerd met een grijze achtergrond.

Het feit dat de helft van de kopij het niet gehaald heeft moet rot zijn voor de auteurs. Tegelijk heeft het iets troostends, wellicht heeft wat ik mis de selectie niet gehaald en komt het later alsnog ergens aan de oppervlakte. De auteurs zeggen gevoeligheden als familievetes en de nasleep van W.O.II opzettelijk te hebben weggelaten. Deze opvatting is begrijpelijk en tegelijkertijd jammer. Historie is natuurlijk meer dan een goednieuwsshow. Wel in een halve pagina het bevrijdingsmonument beschrijven maar verder W.O. II zo goed als onbeschreven laten is natuurlijk bijzonder jammer. Hoe zat het met de oververtegenwoordiging van NSB’ers in Drenthe? Waarom zo weinig over de grote gemeenschap Jehovah’s? Dat het O.M. deze naar binnen gekeerde religieuze organisatie onderzoekt vanwege vermeend kindermisbruik zou een reden te meer moeten zijn om er uitgebreid aandacht aan te besteden, per slot van rekening zijn het bewoners van Noordbarge. Waarom niets over de soms stroeve relatie met Plaatselijk belang? Waar blijft het verschijnsel ‘boze witte man’? Partners (vrouwen, inderdaad) van bewoners ontbreken veelal in de Index. In het boek geen aandacht voor het interessante fenomeen ‘import’. Nieuwe bewoners brengen soms nieuwe visies in en niet zelden zorgt dat voor ongemakkelijke toestanden; dorpen lijken soms op kippenhokken; nieuwe en oude kipjes en haantjes kunnen zeer onverdraagzaam zijn. Dit overziend lijkt het alsof de ’historie’ is bekeken met een roze bril, alsof alles wat kwestieus of discutabel of gewoon lastig is, werd overgeslagen of er een mat, roze cellofaantje werd overheen getrokken. Een gemiste kans, lijkt mij.

Dan nog iets over het taalgebruik. Er zijn provincies waar je <terecht> wordt gekielhaald als je de streektaal overslaat; het enige Drents in dit boek is het woordje ‘zien’ in de titel, waarom het Drents niet gebruikt? Na het lezen van pagina V, de Verantwoording, houd ik mijn hart vast: zeker zes fouten tel ik, waaronder een schrijffout in de naam van de voorzitter van PBNB. Hierna wordt het stukken beter gelukkig. Niet van alle vaktermen wordt voor de leek een betekenis gegeven (celtic fields op p VI). Het eerste hoofdstuk heet Verantwoording, maar ik mis een verantwoording van de historiciteit van het boek. Waar begint de historie en waar eindigt die?

Het is jammer dat de boekinhoud niet ook 100 % digitaal wordt aangeboden: missers en omissies zouden in een handomdraai aangevuld kunnen worden en aanvullen zou eenvoudig zijn geweest. Maar misschien dat de boekinhoud alsnog ergens digitaal kan worden aangeboden? Als digitale aanvulling zou de naam van de beschrijver van de hedendaagse Noordbarger geschiedenis (www.noordbarge.info) niet misstaan hebben, natuurlijk.

Al met al: toch een prachtig boek, boordevol wetenswaardigheden over Noordbarge en de meeste van zien bewoners.

 

Valencia 2

Hoewel er enkele prima fietslaantjes zijn aangelegd biedt Valencia nog veel te weinig ruimte aan fietsers. Vanaf de achtste etage van El Mirador del Ateneo kijk je neer op Plaza Ayuntamiento: voor alle verkeersdeelnemers zijn er hulplijnen maar fietsers lijken niet te bestaan. Er zijn meer milieuslagen te maken: de stad is niet bepaald autoluw, de bussen zijn bijna allemaal diesels en stoplichten staan voor voetgangers korter op groen dan voor auto’s.

Op zondagmiddag zijn er matineeconcerten in het Palacia de les Artes Reina Sofia. Vandaag doet het Palacia moeite op een kreeft te lijken. Het concert is zo goed als uitverkocht. Tickets kosten slechts € 5,-. De 1.400 toeschouwers, toeristen, kinderen, Valencianen, allen muziekliefhebbers genieten van Dvořák en Montsalvatge. De ticketcontrole is extreem effectief zodat de plaatsen snel worden ingenomen. De akoestiek is excellent. De violisten van het Kamerorkest van de gemeente Valencia spelen staand. Dat maakt de sfeer minder statisch. De muziek klinkt prachtig.

Bussen en trams rijden tot vlakbij het strand. Het zand is fijn als straatmakersvulzand. Half oktober is het nog 27 graden. Toeristen en locals liggen op te kleine handdoeken te zonnen, te lezen of elkaar in te smeren. Door je oogharen zie je moderne varianten van taferelen van Jongkind en Israels. In de verte doen Spaanse vissers hun best om de aanvoer voor de Mercato Central veilig te stellen.

Op nationale feestdagen zijn musea in Spanje gratis. Niet dat dat direct een run oplevert, bepaald niet; we zien met knuppels (!) uitgeruste zaalwachters die urenlang staan te tinderen of facebook bijwerken. Het relatief kleine Museu de Belles Arts de Valencia heeft zalen middeleeuws tot modern werk. Picasso contrasteert met oude meesters als Valencia’s Ciutat Vella met Ciutat de les Arts & Les Ciènces. Museum IVAM heeft prachtige toiletten, Nederlandse schilders (Ket, Wilmink, Toorop) uit het interbellum en ruim geëxposeerde moderne kunst waar zaalwachters van gaan gapen. 

Valencia, la ciudad de la luz

Het is 17.00 uur maandagmiddag zeven oktober 2019. De voordelen van een extra taal leren worden breed uitgemeten op straat. Een paar honderd mensen zitten stil te luisteren. Een TedTalk houdt voorbijgangers op de banken. Voertalen zijn Engels en Spaans. Behalve dat een extra taal de communicatie in stand kan houden en verbeteren, houdt het ook Alzheimer op afstand. Locatie is de wijk El Carmen. Hier is ook het mooie Centre del Carme, een cultuurpaleisje in een voormalig klooster. Dit museum bewijst dat bomvolle muren niet altijd een pre zijn, ze leiden maar af van het prachtige gebouw met de witte ruimtes die je automatisch tot contempleren brengen.

Valencia noemt zich evenals Sittard, Florence, Parijs, Hindeloopen en Brugge de stad van het licht. In het najaar kan nazomerlicht een brokkelige stenen muur in goud veranderen. Daarnaast is de agglomeratie V de stad van 1.8 miljoen mensen, een onneembare hoeveelheid wijken met honderden pleintjes en een kleine duizend straten en straatjes, sommige te klein voor haastige cartografen. Prima openbaar vervoer, een schone historische binnenstad, een interessante horeca en een aparte, twaalf kilometer lange tuin, Turia Jardin, die vroeger een rivier was en nu de stad in tweeën deelt. De gecultiveerde rivierbedding werd, na een overstroming in 1957, omgetoverd in een stedelijke oase, bedoeld voor sporters, recreanten, wandelaars, bejaarden, kinderen, hondeneigenaren en vooral toeristen die, betaald, in groepsverband een fietstochtje maken van een uur of drie en daarbij ongeveer 15 km kopstaart fietsen.

Het eindpunt van de fietstocht, net voor de haven, is de Stad van kunsten en wetenschappen, Ciutat de les arts y les Ciències, met bouwwerken van Calatrava, een waar hoogtepunt. Bruggenbouwer/architect Calatrava en Valencia werden samen beroemd door het operagebouw Palau de les arts Reina Sofia. Dit gebouw heeft evenveel bijnamen als Nederlandse adjectieven die dierenmishandeling aanduiden.

Niet alleen voor mensen die neigen naar het flexitarisme is stierenrennen in Spaanse straten een nare en wrede vertoning. Middeleeuws bijna. Ik begrijp het niet en wil met een open blik er een vinger achter krijgen waarom een beschaafd land, dat er wel in geslaagd is van Franco af te komen, dit soort vertier toestaat. Het is een wrede mix van traditie, plezier maken ten koste van dieren, opwinding, inspanning en machismo. De ogen ervoor sluiten is net zo effectief als het ontkennen van stikstofgevaren. In het Valenciaanse provinciestadje Lliria worden stieren vol overgave achterna gezeten. Stieren zitten opgesloten en worden dol gemaakt door vuurwerk dat achter hun trailer wordt afgestoken. Een paar honderd mannen staan de stier op te wachten en uit te dagen als klimaatontkenners Greta Thunberg. Zij hebben de kans door stalen spijlen een veilig heenkomen te zoeken. De stier doet zijn stinkende best er één te grazen te nemen. Je hoopt uit alle macht dat het hem lukt. Heel soms wordt een man doodgetrapt. Vrouwen, kinderen en ambulancemedewerkers kijken toe. Applaus klinkt als de stier bijna iemand aan de hoorns spiest. Jaarlijks miljoenen pasgeboren haantjes shredderen, melkkoeien na 5,5 jaar uitmelken naar het slachthuis leiden, stierkalfjes tot worst vermalen, plezierjacht en  vissen faciliteren is natuurlijk heel wat anders.

In de avondoptocht van La dia de la Comunidad in Valencia zie je nog rode banieren die herinneren aan de tijd van Marcus Bakker, Mao Zedong en Ina Brouwer: in Spanje zijn nog communisten. Muziek, buikdanseressen, een versierde wagen met Muzelmannen, antifascisten, extreemrechtse feestverstierders, een stoet communisten, LHBT’ers, regionalisten, veel pelotons ME’ers, lokale politie, nationalisten, populisten, hordes gezagsdragers en veel toeristen maken er een waar carnaval van. Zeker, er zijn overdag enkele spanningen, maar de politie weet door de demonstranten te scheiden, erger te voorkomen.

Valencia heeft uitstekend openbaar vervoer, taxi’s zijn niet idioot duur en fietsen is in opkomst. Stations hebben behalve ticketautomaten, vaak van mahoniehouten lambriseringen voorziene, loketten, waarachter goedgeluimd personeel zit. Aarzelend als opkomend verzet tegen stierenmishandeling, worden fietsroutes aangelegd, soms zelfs met terechte snelheidsbeperkende maatregelen voor snelverkeer. In elke straat lijkt een fietsverhuurder te zitten. Er is een zeer uitgebreid metronetwerk dat tot ver voorbij Valencia’s centrum gaat. Noordwestelijk tot zelfs 25 km.

 

 

Matthäus Passion in Sleen

Matthäus Passion in Dorpskerk Sleen

Op zondag 5 april vanaf 15.00 uur wordt de Matthäus Passion van Bach uitgevoerd in de Dorpskerk in Sleen. Deze volledige uitvoering is in handen van Collegium Musicum Traiectum uit Utrecht. De kaartverkoop (kaarten à € 25,-) bij Coevordens theater de Hofpoort start nu.

De mooiste uitvoeringen van de Matthäus zijn de niet-alledaagse. Of een Friese, of een met Tango Extremo (aangevuurd door Jan Rot), een meezing-MP, of in 2020 in Sleen met Collegium Musicum Traiectum.

Collegium Musicum Traiectum is een Utrechts projectensemble voor jongvolwassen amateurmusici die een interesse hebben in het uitvoeren van vocaal-instrumentaal repertoire. Het gezelschap bestaat uit een koor en orkest en is bedoeld voor onlangs afgestudeerden en jong werkenden die hun studentenmuziekgezelschap hebben moeten verlaten en toe zijn aan een nieuwe uitdaging op muzikaal gebied.

Omdat de repetitieperiode kort en het repertoire uitdagend is, studeren de leden voorafgaand aan de repetities zelfstandig de partij in. Het ensemble is gespecialiseerd in werken uit de barok- en klassieke periode. De dirigent is Gilles Michels;  zanger Michiel Meijer en violist Paulien Kostense begeleiden het ensemble. Er zijn zo’n vijftig uitvoerenden, van wie de helft orkestleden zijn. De andere leden vormen twee koren.

Het initiatief van deze uitvoering komt van Thomas Hendriksen die samen met Hans Hordijk en Klaas van der Meulen, allen met nauwe banden in Zuidoost-Drenthe Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld oprichtte.  De Dorpskerk in Sleen  is er uitermate geschikt voor.

Matthaus passion

“Het uit 1727 daterende stuk, voor velen het beste stuk dat Johannes Sebastiaan Bach ooit componeerde, combineert het indringende lijdensverhaal van Jezus Christus met een onovertroffen oratorium, een totaal zangstuk met orkest. Het volume van de groep past goed bij de akoestiek van de kerk uit de vijftiende eeuw. Bachs dierbaarste werk is geniaal, meeslepend en vol dramatiek en is in april te horen in Sleen.

Vanaf heden zijn toegangskaarten te koop. Daarvoor is samenwerking gezocht met Theater Hofpoort in Coevorden. De kaarten à 25 euro zijn te bestellen via de website van het theater. Later in het jaar worden voor belangstellenden diner- en verblijfsarrangementen aangeboden.

 

Grootkoor

Het Grootkoor is een bedrijf en een verzamelnaam voor 15 grote koren in Nederland die projectmatig werken. Op elke locatie wordt vijf keer gerepeteerd en dan volgt in december een concert in een theater. In Drenthe zijn de repetities in Westerbork en is de finale in theater De Nieuwe Kolk te Assen op dertien december. Aan het concert werkt diva Karin Bloemen mee. Een beetje dus als Coevordense Boys dat getraind door Ronald Koeman, bijgestaan door spelverdeler Frankie de Jong speelt in De Kuip. Deelnemende zangers betalen € 60,- voor de muziek en € 18,- voor een strikje dat bij de uitvoering wordt voorgeschreven. Een kaart voor een belangstellende (arme partners moeten wel weer mee natuurlijk) kost € 22,50. In Westerbork doen er, schat ik, ruim 200 zangers mee. Landelijk zou dat neerkomen op 3.000.

Als je zingen leuk vindt, vind je zingen met een koor van meer dan tweehonderd man ook leuk. Denk ik. Na één repetitie heb ik de smaak te pakken. We zingen voor vier stemmen gearrangeerde kerstmuziek. Ongelijk aan veel mechanische, steriele pop en rap zijn de melodieën vaak dikke prima en puik en, gelijk aan het merendeel van de pop en alle rap, de teksten vaak afgezaagd, pover en schamel.

Dirigent Etty van der Mei beheerst haar vak als geen ander. Een soort vriendelijke Louis van Gaal. Van 19.15 uur tot 22.00 uur wordt er gezongen; thuis oefen ik dagelijks. Anders dan bij reguliere koren wordt er geen tijd gemorst. We studeren, met een oefen-cd, 22 nummers in. Iedereen is gemotiveerd en gedreven, als middelbareschoolleerlingen voor de Grote Avond. Natuurlijk is ook bij het Drentse grootkoor het aantal mannen in de minderheid. Ver! Bij de mannen ben ik denk ik de jongste. Bij de vrouwen zie je een handvol millenials tussen veertigers, vijftigers en grijze kuiven.

Wat maakt het vierstemmig zingen leuk? Met een groep onbekenden, mijn zangmaten en ik kennen bijna niemand, in relatief korte tijd geconcentreerd brokstukken muziek instuderen die daarna als een puzzel een geheel vormen en bijna allemaal goed klinken. Dat we in december Edison-, Pisuisse-, Annie M. G. Schmidt- en Gouden-Harp-prijswinnares La Bloemen ontmoeten speelt niet mee. Dat we in een volle bak met uitstekende akoestiek optreden wel.

Grootkoor Projecten organiseert naast kerstprojecten nog koorreizen. Jaarlijks wordt in het Concertgebouw een koorproject voor, schrik niet, duizend zangers georganiseerd. Dit concert is, bijna standaard, uitverkocht.

Özcan Akyol in Coevorden (€ 7,50)

Het bibliotheekzaaltje is met zestig stoelen vol. Vrijwilligers, biebmedewerkers, leesgroepleden en twee pubers. 85 % vrouw. Geroutineerd vertelt bestsellerauteur Akyol, BMI van 25, sjoemel-Audi, polootje, lichte jeans, blote voeten in sneakers en charmant plukkend aan een onzichtbare broeksriem onder een afwezig buikje, zijn verhaal over zijn Turkse achtergrond, zijn jeugd in Deventer. Veel vooroordelen over cultuurarme Turkse immigranten worden bevestigd: ouders die niet of nauwelijks Nederlands (willen) leren spreken, jongeren die met geritselde Armanishirts een straatuniform creëren, een wijk die Ankara aan de IJssel heet, Turkse werknemers die zo snel mogelijk een uitkering binnenharken en jeugd die knoeit met studiefinanciering. En natuurlijk een Nederlandse omgeving die zich niet bekommert om integratie, gepersonaliseerd in het cliché van een lagereschooljuf die een slimme gast een te laag schooladvies geeft. De schaamteloze openhartigheid over de zich misdragende en naar de criminaliteit afglijdende jongere is weldadig. Het is een EO-verhaal in optima forma. Akyol, de kansarme crimineel wordt de bekeerde predikant die op tijd het licht kreeg aangereikt door een (detail: Surinaamse) cipier die zijn brave inborst, studiezin en leesgierigheid ziet en hem Rozemarijntje, stripboeken, Baantjer, ’t Hart, Goethe en Céline geeft. Eus, de autobiografie, past over Özcans leven als een niets verhullend cellofaantje over een doos frikandellen. Akyol, opgegroeid in een vrijzinnig Alevitisch nest, zeg maar de ietsisten in de Islam, journalistiek gestudeerd aan het christelijke Windesheim in Zwolle en gesjeesd aan de gereformeerde VU in Amsterdam, is op zijn sterkst wanneer hij voorbij de sappige details treedt van een bierdrinkende vader en een moeder die niet weet wat scheiden is en verhaalt van de magische sensatie die het lezen en nu dus schrijven hem geeft en de invloed van literatuur, van taal, van veel lezen op zijn persoonlijke ontwikkeling tot een volledig mens. Akyol, bedankt!

Naturalis, Leiden

Een nieuw, schitterend museum. Dankzij de interessante architectuur is er ook voor volwassenen veel te zien, want ja, het museum is in de eerste plaats heel geschikt en aantrekkelijk voor kinderen. Aan de buitenkant vallen de joekels van natuursteensierstrips op waarvan je altijd hoopt dat ze naar beneden komen als jij elders bent. Vanuit de hal naar boven kijkend valt op dat de vloeroppervlakte per verdieping kleiner wordt. Dat biedt zowel beneden als boven mooie, ruimtelijke zichtlijnen. Dankzij deze ruimte-indeling is dit een museum dat, vergeleken met de kubieke meters, weinig vierkante meters expositieruimte heeft. Via een meer dan prachtige, luie trap, loop je langs de (oneven) etages waar veel te zien of te beleven is. De even etages ontbreken voor de bezoekers, omdat ze of niet (lijken te) bestaan of zijn ingericht voor andere doeleinden. In het auditorium op de begane grond staat een preparatie van een meeuw aangekondigd: iets wat plattelandskinderen op jongensverjaarsfeestjes kunnen bekijken is hier museaal. 

Wat is er te zien? Leven, verleiding, dood, dino’s, live science en meer. Meer dan een miljoen objecten. De mensheid in alle tijdperken, de natuur vanaf ver voor het verzonnen koppeltje Adam en Eva en dierenskeletten met afmetingen van cruisschepenonderdelen. Brave museummedewerkers kraken stenen en hebben een verhaal dat zowel de (klein)kinderen als de opa’s en oma’s aanspreekt. Er is een verdieping met veel actieve presentaties (zo kun je onder een harige bol proberen te gaan hangen als een apenjong dat zich aan moeders buik klemt), er is een ijstijdexpositie en er is een opgezette of synthetische viervoeter die zich als allemansvriend ontpopt.

Grootste min is een hele zaal die wordt ingenomen door twee campers en een immense foto op de vloer van een rotsformatie.

Wat is er niet te zien? Veel. De link naar de mens van nu is mager. Wat was er mooier geweest dan een in tweeën gesneden (bekende) Nederlander naast een oermens te plaatsen om zo de effecten van roken, stressen, vervetten, te weinig bewegen aan te tonen? En dat proces dan op zondagmiddag met 40 opa’s en drie kinderen in de snijzaal aanschouwelijk te maken?

De Toorn van Thunaer (€ 27,50)

Tegen de achtergrond van pikzwarte luchten, heen en weer vliegende uilen en vleermuizen en een heldere maan tussen schitterende sterren, ontvouwde zich het spektakelstuk De Toorn van Thunaer. Prachtig locatietheater, met 120 spelers uit de regio en 60 orkestleden. Het programmaboekje vermeldt een meer dan indrukwekkende lijst medewerkers. Na meer dan 40 jaar in Drenthe gewoond te hebben ben ik ervan overtuigd: dit kan alleen in de zuidoosthoek, in het gebied rondom Oosterhesselen, Zweeloo en vooral Sleen met als drijvende krachten Kruimink, Hegen en maestro Harm Dijkstra. 

Dijkstra tekende voor het script en de 24 (!) liedteksten en Kruimink voor de muziek die door Pijnappel werd gearrangeerd voor fanfareorkest Excelsior. De organisatie, er is zo’n drie jaar aan gewerkt, was perfect. Verlichte parkeerterreinen, een cafétent met voldoende medewerkers, en, niet helemaal onbelangrijk: prima licht en geluid. En zoveel medewerkers, zowel spelend en musicerend voor als vrijwilligers achter de coulissen: er zullen weinig Zuidoost-Drenthen zijn die niet iemand kennen met Thunaerbanden: chapeau!

De soms wat lastig te volgen historie is op zich niet spectaculair: niet al te slimme, bijgelovige roofridders die een streek belagen, een boerenbevolking die voordat ze verpletterd wordt door machtsspelletjes doorkrijgt dat samenwerken handiger is dan soleren, dorpen die elkaar bekampen met als inzet de hoogte van hun kerken, een wat naïeve clerus die grossiert in tegeltjeswijsheden en meer. En alles doorspekt met humorvolle vondsten waarbij de underdog en de liefde en de gisse plattelander het winnen van het kwaad, de overheerser en de bazen. 

Op een breed graspodium aan de overzijde van de Boksloot is veel te zien: prachtig geënsceneerde wasvrouwen die behalve de was gelijk hun voeten wassen, een gebochelde tollenaar die redeneert als de moderne fiscus, voorbij varende vissers, in de verte schapen- en geitenhoeders en vooral veel dorpelingen die niet voor één gat te vangen zijn. En niet te vergeten de witte wieven die als een soort deus ex machina de schreeuwerige Thunari verjagen.

Tijdens deze premièreavond wordt het publiek in bescherming genomen door meewerkende weergoden: slechts een miniem buitje en een magere temperatuur bewijzen de kwetsbaarheid van buitentheater. En dan is ruim drie uur theater, onderbroken door 24 liedjes en een pauze, een hele zit. De ruime afstand tot de speelvloer, het grote koor staat zeker op vijftig meter van de achterste publieksrij en het verre orkest maken dat de toeschouwers hun best moeten doen de lijnen vast te houden. Met het grote aantal spelers duurt het soms even voordat je door hebt waar de spreker staat. Op het moment dat de spelers tot voor de sloot, of erin zoals Hazarman de Heilige (Gerard Aalderink) komen, merken we het verschil en slaan echte vonken over.

Het enthousiasme van de spelers vergoedt veel, ook dat lang niet alle zang loepzuiver klinkt. De vele zangers, figuranten, Sliener, Zweeler en Hesseler dorpsbewoners zorgen voor een levendig tableau. Het is moeilijk slechts vijf bij naam te noemen, maar vooruit: Wemmie Eggens als boerin Gé, Mia Dijkstra als kruidenvrouw, Robert Braam als Kwiebes, Jeroen Rienties als troubadour Quintus Querido en Marieke Meijerink als Hillegonda de jonkvrouw moeten genoemd worden. En natuurlijk Daan Pastoor als dorpsjongen.

Het spel begint en eindigt met vier hedendaagse dorpsmeiden die gek genoeg blowen als de beste, maar geen schermverslaving tonen en niet praten over het leenstelsel, kamernood, Netflix en de prijs van XTC. En een beetje letterlijke onderbroekenlol, Kwiebes’ verwijfde trekjes en dat je stotteraars helpt met een tik? Soit!

Het Thunaerverhaal is educatief ingebed in een project met zeven basisscholen. Wil je nog een vervolg op de Thunaerflow: er zijn fiets- en wandelroutes langs de historische locaties.

Bauke Mollema-tocht in contrast

Met 2.500 toerfietsers jakkeren we harmonieus door het Groningse platteland. We snuiven onze longen vol. De tocht wordt, bekeken door plaatselijke zevendedagadventisten, een makkie door zonnestralen, de geur van hooi, gemaaid gras en stimuli als adrenaline, erotonine, oxytocine en dopamine die door onze lijven spuiten als Tesla’s door tunnels onder toekomstige Groningse ringwegen. Vergeleken met andere toertochten zien we veel vrouwen. Dat maakt ons oudjes rustig en zeker. Zodra we een paardenstaart zien denken we: als we de jagers niet kunnen bijhouden, kunnen we altijd achter de wasverzachtersgeuren blijven. Bauke komt ons speciaal uitzwaaien op de Vismarkt. De verzorging onderweg is goed. We worden volgestopt met bananen, reepjes en dorstlessers als verwaarloosde pinken in verafgelegen, hooilanden. Anders dan in voetbalstadions, bij koningsdagevenementen en in stadsparken op zonnige dagen wordt er geen rotzooi achtergelaten. De wereld om ons heen oogt helder, zacht, schoon en vriendelijk. Niemand die deze dag verstoort door gitzwarte gedachten over slechte luchtkwaliteit. Nog geen drie dagen later zal Groningen verworden tot het Armageddon van de vervuildestedendivisie door superhoog te scoren in de Air Quality Index. Hoog betekent slecht. Stad Groningen ondervindt zoveel last van smog dat het onderontwikkelde steden als Calcutta, New Delhi en Peking verslaat. Amsterdam en Rotterdam scoren 100 % beter dan Groningen. Luchtvervuiling kan via COPD, astma en longkanker dodelijk zijn. Toeval of niet, maar Zomergast Wanda de Kanter, geëxcommuniceerd door het knieënslappe KWF, roept ’s avonds op vriendelijke toon in de VPRO-woestijn hoe schadelijk nicotinedealer AH en rookgevolgen kunnen zijn. Ik word 21e bij de 85 kilometer.

ABN AMRO witwasfabriek

Knoeiende scholen krijgen de inspectie op hun dak met of zonder minaret. Boeren die zich vergissen met fipronil, kalvergeboorteregistraties, mestboekhouding, glyfosaat, veetransporten, veekeuringen, kippenruimtes, varkensziekten, q-koorts, pesticiden in lelieteelt en die dan gewasbeschermers noemen en stalbranden worden liefdevol belerend door Carola Schouten toegesproken. Blunderende banken mogen eerst hun eigen afval onzichtbaar maken als leprozen hun wondpleisters. De Nederlandse Bank verplicht ABN vijf miljoen rekeningen te checken op verdachte transacties. Het pad naar de gallemiezen of de ratsmodee leidt Van Rijkman Groenink via Zalm naar Van Dijkhuizen. De schoonmaak van de semi-staatsbank begint bij de president van de Nederlandse Bank, Klaas Knot. Klaas + Knot + Hoogeveen (is er een betere optelsom voor onverdachte kwaliteit dan dit namentrio?) wil de maatregel niet toelichten. Concreet: de bank heeft de administratie niet op orde. Dat klinkt als: schilders verwarren verfverdunners met urine; katholieken zoeken Lourdesroute in de koran; administrateurs gebruiken rad van avontuur naast computer. Een boete zit in het vat. Maakt zo’n maatregel de bank tot een criminele organisatie en rekeninghouders medeplichtig? Nee. Tot een fraude faciliterende ambtelijke witwasfabriek? Zeker, maar gedeeltelijk. Er zal ongetwijfeld een aantal rekeninghouders zijn met propere bedoelingen. Die weten heus wel dat belastingontduiking illegaal is, maar ook dat belastingontwijking dat niet is. De smoking gun zet Knot in beweging. Knots zwakte ligt erin dat hij de bank voorlopig zijn eigen vleesafval laat keuren. ABN AMRO-rekeninghouders bevragen zich vanaf nu driemaal daags en ’s nachts: houd ik mijn rekening bij dit gajes?