Rust Zacht Jacob, Jappie, Japje, Jaap, Jasjin

Oom Jaap is overleden. Het bericht stond nog niet op de familie-app, Van der Meulens zijn meer appers dan bellers, of de berichtjes stroomden over. We zijn verdrietig. Maar de herinneringen aan jou stemmen me vrolijk. Ik dacht liefdevol aan vroeger, aan de tijd dat jij met beppe Jelske bij ons kwam wonen en krijg vrolijke gedachten, terwijl de situatie vroeger eerder complex dan eenvoudig was. We hadden een groot gezin, heit, mem en hulp Annie toen mem besloot 24/7 voor haar moeder, beppe Jelske, te willen mantelzorgen. We kregen jou er als bonus bij. In mijn ogen was je een veelzijdig mens: sportief, hard werkend, humoristisch, wijs, met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Maar goed dat mijn ouders een groot huis en een groot hart hadden en dat jij, mem Sjoukje en heit Anne een goed team vormden.

In een belangrijk deel van mijn jeugd was jij er. Je kwam binnen als Jappie en je moeder noemde je Japje, een soort koosnaam. In ruil voor een ijstaart vroeg je ons oom Jaap te zeggen. Je doopnaam is Jacob. Maar voor ons jongens was en bleef je Jasjin, naar de beroemde Russische keeper Lev Ivanovitsj Jasjin, met als bijnaam de Zwarte Spin of de Zwarte Panter, volgens alle Van der Meulens, VI van die tijd en Wikipedia van nu de beste doelman aller tijden. Een foto herinner ik me waarbij je een meter boven de doellijn, horizontaal zwevend een bal uit het doel ranselde. Jij had in die tijd ook zwart haar, meen ik, zoals Danny Vera nu, ja echt! Eerst wat voorover gekamd en daarna met een soort golfslag achterover. Nog zie ik je aan de huiskamertafel met een soort plastic borstel en wat spuug die kuif modelleren.

Omdat heit het erg druk had met zijn klanten en de belastingen en mem, jouw zuster Sjoukje, genoeg te doen had met een ingewikkelde huishouding, leerde jij ons van alles. Bijvoorbeeld de elementaire bokstechnieken. Je hielp ons bij het opzetten van de spoorrails met een Fleischertrein en het maken van een tunnel. Van jou kregen we de eerste afgetrapte voetbalschoenen. Je kwam voor ons op toen de lagereschoolmeester iets te vaak het woord ‘kluns’ gebruikte als hij leerlingen op hun nummer wilde zetten. Je voorzag onze buren van passend commentaar als we weer eens een bal kwijtraakten die toevallig over de lage heg was geschoten. Op vakantie of een dagje uit naar Veenklooster of Bakkeveen toonde jij ons de keeperstechnieken. Piet, Folkert en ik mochten van dichtbij zo hard als we konden op het doel schieten. Je legde ons de verwantschap tussen de beide Friese dialecten ‘Kollumers’ en ‘Liwadders’ uit, wat bij mij tot een permanent gevoel van trots over mijn Fries-zijn leidde. Dat werd natuurlijk versterkt toen je veel later, in je stamboomonderzoekperiode, een lijn tussen Theun de Vries en mij aantoonde.

In Kollum rees je ster. Je werd doelman van Kollum I en wij moedigden je aan op sportpark Oostenstein. In die tijd zal je Nancy hebben leren kennen. Minimaal twee van haar broers voetbalden ook in het eerste. Of je meer scharrels in het dorp had, weet ik niet. Het moet haast wel. En ik kan alleen maar gissen wat de meiden op de kermis die achter je aan zaten voor lekkere koosnaampjes voor jou hadden. Nancy en jij gingen je verloven. Folkert en ik, al een beetje aangetast door de handelsgeest, stelden je bloedserieus voor om onze oudste zuster Jelske als een soort inruil in te brengen bij de familie Germs met het doel haar te koppelen aan één van je nieuwe zwagers.

Nancy en jij trouwden in Buitenpost. Een leuk feestje was dat. Je schoonvader hield een toespraak en ik weet nog dat hij beschreef hoe hij jouw antecedenten had onderzocht, hoe de Wijbenga’s in Zwaagwesteinde bekend stonden: je nieuwe zwagers keken wat gegeneerd om zich heen en maanden hun vader tot wat meer spoed. Je zus Sjoukje kon er vanwege de geboorte van Jacob niet bij zijn.

Na jullie huwelijk vestigden tante Nancy en jij je in Cornjum. Folkert en ik kwamen logeren en gingen overdag het militaire vliegveld en een kasteel in Jelsum bespioneren. Jij nam ons op een avond mee naar een voetbalwedstrijd van Cambuur tegen Wageningen. Wow, wat een ervaring, fanfaremuziek op de grasmat en een patatje in de pauze. Of het daar was of op een verjaardag weet ik niet, maar ik herinner me de sterke verhalen die je vertelde. ‘De Westerein’ was nou niet bepaald een braaf doorsnee Fries dorp. Je vertelde van caféruzies die soms met een mes werden beslecht. Ik herinner me een verhaal van een medevoetballer van jou die zo’n lange ‘jongeheer’ had, dat zijn eikel in zittoestand over de vloer sleepte. Na bedtijd toverden Folkert en ik hagelwit behang om in een roodgespikkeld decor nadat we vijftig neefjes, die zich allen aan ons bloed hadden gelaafd, op de muur hadden doodgemept. Geen kwaad woord kregen we, Nancy en jij waren vol begrip.

De Wijbenga’s in Zwaagwesteinde waren doopsgezind. Mijn pacifistische inslag heb ik aan jullie te danken. Niemand van mijn broers, we waren met vijf man, is in dienst geweest. In verkiezingstijd leverde jij een affiche van De FNP aan die samen met die van heit, de ARP, en mem, de CHU, een bont palet aan politieke overtuigingen opleverde. Daar kon geen van heits klanten zich aan ergeren.

Oom Jaap dood. We moeten er erg aan wennen. We leven met tante Nancy, Klaas Gjelt en Frits, jullie partners en kinderen mee en we gedenken Ria. We hopen dat jullie het gemis van je man, je (schoon)vader en pake een mooie plaats in jullie herinneringen kunnen geven. Dat proberen wij ook.

Omke Jaap, rêst sêft!

Twee wandelaars

Mijn met het katholieke geloof worstelende vrolijke vriend en ik liepen langs het Schoonebekerdiep met in de verte voor ons Coevorden en achter ons Schoonebeek; bij het sluisje wilden we noordwaarts afbuigen. Mijn vriend liep leeg als het sluisje tweehonderd meter voor ons wanneer de deuren open stonden. Dan weer kreeg een bisschop een stomp en dan was het de geloofsleer zelf die deuken opliep als Badr Hari tegen Rico Verhoeven, maagd Maria werd met fluweel behandeld. Hij zat in een proces van ontwikkeling, nog even en hij was er. Hem hierbij helpen en vooral afleiden probeerde ik, ervaringsdeskundige, uit alle macht; was dat immers niet waar vrienden voor zijn en ik richtte mijn en zijn aandacht op een waterschapmedewerker die bezig was zuurstofplanten onder het wateroppervlak weg te snijden als leliekwekers die overbodig lelieloof met een te hoge concentratie landbouwgif dat hier gewasbeschermingsmiddel wordt genoemd afsnijden. De waaromvraag verraste de werkman, zag ik tevreden. Voordat hij uit zijn met ouderwetse Chickprentjes volgeplakte cabine vanaf een luchtgeveerde stoel stapte en me toebeet me met mijn eigen zaakjes te bemoeien (ja, ‘zaakjes’ zei hij alsof hij sprak over de balzakken van mannen met een groeistoornis), hervond hij zich en gaf met verve de Duitsers aan de overkant van het water de schuld, voor zover je iemand met verve kan beschuldigen, alsof hij nog iets moest vereffenen. Iets wat evengoed in het verleden zou hebben kunnen plaatsgevonden, wat nog op mijn begrip had kunnen rekenen, als in het heden, waar ik meer moeite mee zou hebben gehad. Hierbij zou hij compleet voorbij zijn gegaan aan de kwaliteiten van haar die ik bewonderend Mutti Merkel heb leren noemen, een staatsvrouw die zoveel innerlijke power heeft dat ze zelfs na haar scheiding de naam van haar ex is blijven dragen, zo’n vrouw dus, iemand die wel wat anders te doen heeft dan uiterlijke power te cultiveren en de pijlkruidwildgroei, fonteinkruiduitwassen en de verstikkende krabbescheer in een ondiep water tussen twee economische grootmachten te monitoren en weg te snijden als Giethoornse rietsnijders de wateren naar Zwartsluis vrij houden. ‘Bemoei je met je eigen zaakjes,’ hoorde ik, wat ik onmiddellijk vertaalde in het Drentse regiolect dat waterplantsnijders van hier binnensmonds bezigen: ‘Bemui joe mit joen eigen zoakies’. ‘Dat is het beste wat je kunt doen, Nederlandstalige zinnen direct in het Drents omzetten,’ had mijn Sleense taalcoach me altijd voorgehouden in de periode dat ik bezig was me in te vechten in de Drentse plattelandscultuur, toen ik nog de illusie had dat dat zou kunnen werken in Sleen. Tegengas geven of meeveren, tweestrijd hield me in de tang als een walnoot die op het punt staat gekraakt te worden. Een ogenblik wiebelde ik even met mijn bovenbenen omdat mijn onbesneden penis en scrotum vanwege de nieuwe, nog iets te strakke spijkerbroek wat in de verdrukking waren gekomen en ik zwaaide mijn kont wat van links naar rechts zodat alles op zijn plaats kon vallen, als ministeriële argumenten in een non-discussie over ten onrechte toegekende subsidies aan bijna verlopen huisartspraktijkmedewerkers die vergeten waren zoom- en skypelessen te nemen. En omdat deze beweging, je zou het bijna een voorloper van een tango-intro kunnen noemen, me een plezierig, zeg maar gerust vrij en tegelijk lekker gevoel gaf, herhaalde ik het nog een paar keer waarbij de waterschapmedewerker mij meewarig aankeek, waarschijnlijk herkende hij het gevoel van opkruipend knellend katoen in de liesstreek. Ik liet de man voor wat hij was en we vervolgden ons pad. Zuidoost-Drenthe was mijn lievelingsgebied geworden waarvoor ik Noordoost-Friesland, zij het met moeite, had ingeruild. Als museumbezoekers die soms moeite hadden het verschil te onderkennen tussen moderne kunst en provocaties zo had ik lang moeite gehad mijn voorkeuren voor beide gebieden te onderscheiden, ik noemde mezelf Noorderling, maar Drenthe stond nu op nummer één. De mildheid waarbij regionale taalvarianten werden getolereerd om diepgravende discussies over wat goed en wat semantisch en grammaticaal fout was maar te voorkomen, het oorverdovend gakken van opvliegende ganzen in de Meerstalblokken zuidelijk van Zwartemeer, het maar niet uit de verledenbubbel willen opstijgen van ‘oeze’ bekende muzikant/columnist  die zaterdag op zaterdag zijn 500 woorden vulde met terugblikken op hoe mooi zijn moestuintje er in de vorige eeuw, het einde daarvan natuurlijk hè, bijstond en hoe de kwaliteit van dahliabollen achteruit rende, het onvermogen van de Drent om nee te zeggen of gewoon het met iemand oneens te zijn dat hier van hobby tot kunst was verheven en bijkans de Japanse diep ingeslepen gewoonte het woordje nee te willen vermijden evenaarde of zelfs de loef afstak, dat allemaal had ik in mijn hart gesloten als predikanten en imams ooit verzonnen verhalen in hun hoofden hadden gekapseld. En dan had ik de pracht van de vrouwen tussen het Schoonebekerdiep en de zuidelijke randen van Den Hool nog buiten beschouwing gelaten, want hun schoonheid, vooral de innerlijke variant daarvan, loog ik, raakte me keer op keer zo hevig als pijlpunten pompoenen op kinderfeestjes. Achterom kijkend zagen we de waterschapmedewerker in de verte alsof hij iets tegen zijn oor hield, waarbij de tractor, een John Deere 300 pk met zowel een aan de achterzijde geplaatste aftakas als een lateraal naderhand ingebouwde om de zaagmachine aan de zijkant van de tractor van energie te kunnen voorzien, licht van zijn rechte lijn afweek, iets wat mij m’n hart deed vasthouden en mijn vriend deed denken aan het proces van ontkerkelijking dat tevens een afwijken van de kerkelijke leer inhield of moest inhouden en waar hij middenin zat. Zijn vrolijkheid was wat weggezakt als de dubbelluchtbanden van de John Deere in de zachte berm. Zo erg hadden mijn woorden de tractorchauffeur van het Waterschap Velt en Vecht toch niet van zijn stuk gebracht hoopte ik vurig, tenminste dat was verre van mijn bedoeling geweest en zonder er verder acht op te slaan vervolgden we onze weg, waarbij ik de somberte in mijn vriends ogen zag wegvloeien als afval na de verwerking van suikerbieten op naast de fabrieksterreinen gelegen vloeivelden en wij ons konden richten op baken Emmen in de verte in het noorden waarbij we de veengronden van het Hebelermeer achter Schoonebeek en Nieuw-Schoonebeek aan ons voorbij konden laten gaan als toetjes aan obese boeren op een Zuidenveldvriendenvergadering in het Wapen van Drenthe in Oosterhesselen.

Ganzenreizen

Ganzenlijven zitten ingewikkeld in elkaar met die knokige, grof scharnierende vleugels, die, uitgeslagen en klaar voor een vlucht lawaai maken als oude duiven met hernia. Ingeklapt vormen de vleugels een gestroomlijnd, bijna kierloos, geheel met het ganzenlijf. Jaarlijks bivakkeren meer dan 100.000 kol- riet- en toendraganzen in de blokvormige plassen zuidelijk van Zwartemeer en parallel aan de Nederlands-Duitse grens. Dit is altijd al een gastvrije regio geweest. Vanuit de Baltische staten en Siberië strijken ze in Zuid-Drenthe neer. Bij het krieken slaan ze de vleugels uit en gaan met een indrukwekkend lawaai van het geklapwiek dat vergeleken met het gakken nog stilletjes is, zuidwaarts. Bij al onze wandelingen zag ik nooit een wandelaar die bij dit natuurtheater doorliep.

Terwijl je komt aanlopen tussen zeven en acht voel je de spanning als bij een B-film met Huub Stapel: je kent de sleetse acteur, je weet wat gaat komen, maar wanneer precies? Je hoort het gegak dat aanzwelt als tromgeroffel voor een circusact. In de achtergrond knipperende rode lichten bovenin windmolens, niet bedoeld om mensen aan te trekken maar om piloten, zwanen en ganzen te waarschuwen: kom niet te dichtbij! In gedachten hoor je de hese stem van David Attenborough die fluisterend commentaar geeft als Betty Stöve bij tenniswedstrijden. Dan de ontlading. Honderden ganzen stijgen op en zoeken, lawaai makend als republikeinen bij verkiezingsbijeenkomsten in swingstates, in een formatie de zuidroute. Eerst wat onwennig maar allengs vlotter zie je ze, cirkelend op thermiek, ontspannen wegzeilen. In-druk-wek-kend. Mag-ni-fiek.

(afgebeeld: vliegend toendragans; en kolgans; film van Ted Schilder)

Ach ja, die dag des heren

Mijn liefde voor zingen, gluren naar Matsje met het veel te korte gebreide truitje en mijn compulsief-obsessieve  neiging orgelpijpen te willen tellen heb ik overgehouden aan kerkbezoek in mijn jeugd. En sjaa, dat geneuzel over het paradijs, water in wijn veranderen en dat constante afgeven op concurrerende godsdiensten met in Italiaanse superpaleizen met vloerverwarming wonende halve zolen in soepjurken die denken de opvolger van god te zijn, nam ik voor lief. Wij dorpskinderen hoorden op school al elke dag dat de roomsen lak hadden aan de bijbel en dat de kerken aardig waren opgeknapt toen de ordinaire kermis- en woonwageninterieurs met goddeloze afbeeldingen van hen die geen afbeelding nodig hadden, werden ingeruild voor strak wit stucwerk van stucadoorsbedrijf Prins & zns uit Rinsumageest. Wij kregen speciale zondagse kleren die we gedurende een jaar of twee mochten dragen en daarna, toen ze veel te kort waren voor onze snel groeiende lijven tot doordeweekse kledij werden opgewaardeerd. Godver, wat zat ik ’s zondags graag naast mem en heit en hen die met mij heit een supergrote fiscale kinderaftrek bezorgden. Heit had een stem die verrekte goed uitkwam bij de lijzige psalmen en gezangen en mem had een sopraan die nooit wiebelde. Het begeleidende orgel was als een fenomenaal orkest. En tussen het zingen door zag je iedereen wat knikkebollend wegdutten. Dat was voor mij de tijd om Matsje te bekijken, die schuin tegenover ons zat en soms tergend lang bezig was om met haar roze tong een niet bestaand vleesdraadje tussen haar voortanden weg te peuteren, terwijl ze als een zwoele Dolly Dot avant la lettre mij fixeerde door de rose bh-bandjes te herschikken. Aan mijn glunderende kop te zien, zullen heit en mem lang hebben gedacht dat ik het in de kerk reuze naar de zin had en dat ik dominee Breeuwsma’s woorden opzoog als kleenextissues spermasporen, terwijl ik in gedachten met niets anders bezig was dan dat lastige elastiek in Matsjes slipje, dat toen nog onderbroek heette. Op schemeravonden aan het Kerkhoflaantje na de catechisatie werd ik ingewijd. Ik luisterde naar de verzonnen woordjes die ze in mijn oren fluisterde. Heerlijk die dag des heren, moesten ze weer uitvinden…

Dagblad van het Noorden – De Volkskrant 1 – 0

Het is geen tennis of taekwondo maar een uitslag is er wel. In de weekendbijlage van ‘Het Dagblad’ staan op 031020 meer dan lezenswaardige stukken over Helmantel en Wiegel. Helmantel is voorman van de figuratieven in de kunsten en Wiegel was een figurativist in de politiek. Pieter Sijpersma schreef Hans Wiegel – De biografie. In het artikel van Saskia van Westhreenen wordt duidelijk dat Sijpersma, die veel zin had in de Wiegelkluif, Jan Tromp, hier ‘vermaarde journalist van De Volkskrant’ genoemd, aftroefde. Interessant detail: Sijpersma is oud-hoofdredacteur van Het Dagblad.

En nu De Volkskrant. Deze krant ligt al een poosje onder vuur van de literatuurwatchers. Recensent Peters schond de vertrouwensrelatie met de krant door jonge vrouwelijke auteurs voorafgaand aan zijn bespreking oneerbare voorstellen te doen in ruil voor vijf sterren. Peters is een recidivist: eind vorige eeuw kreeg hij enkele maanden een recenseerverbod van de krant omdat hij in de krant negatief schreef over auteurs die hij (tegen betaling) elders positief recenseerde.

Je zou denken dat De Volkskrant, Trouwlezers spreken consequent van de linksekerkkrant, zijn lesje heeft geleerd en oplet bij de verdeling van schrijftaken die kunnen schuren. Zonder na te denken krijgt Jan Tromp de gelegenheid Sijpersma’s boek over Wiegel te recenseren. En wat gebeurt? Tromp is zuur. ‘Sijpersma is het best op dreef in het nawoord. Hij wil te veel vertellen. Hij zit zichzelf in de weg. Het is een braaf verslag en niet van binnenuit. Het is oponthoud, ballast.’

Tuurlijk, Tromp zegt ook positieve dingen over dit boek. Maar toch. De Volkskrant had er beter aan gedaan een recensent te selecteren met iets meer distantie tot het onderwerp.

EDE STAAL ANDERS

G   E   A   N   N   U   L   E   E   R   D

PERSBERICHT

Première  EDE   STAAL   ANDERS

MUZIEK EDE STAAL IN MIX VAN ORGELIMPROVISATIE, ZANG EN TEKST

Grote Kerk Emmen, Zondag 25 oktober 16.00 uur

Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld is erin geslaagd de muziek van Ede Staal naar Emmen te halen en wel op Zondag 25 oktober om 16.00 uur in de Grote Kerk van Emmen. Het programma bevat orgelimprovisaties, vocale kwartetten en teksten.

Organist Peter Siebesma licht het werk van Ede Staal toe en improviseert op het orgel Ede’s muziek. Daarnaast zingen vier vocalisten liedjes van Staal, begeleid op piano en worden teksten van Staal gelezen. Het vocaal kwartet bestaat uit: Hanneke van den Berg, sopraan; Marjanca Koetsier, alt; Taco van den Berg, tenor; Reinder van de Molen, bas.  De laatste tekent voor de extra teksten.

Bekend tot in Japan

De te vroeg gestorven Groninger streektaalzanger Ede Staal (1941 – 1986) is in Noord-Nederland een begrip. Wie kent niet zijn fameuze liedjes, als Mien Toentje, ’t Zel weer veujoar worden, of ’t Het nog noeit zo donker west. Zijn liedjes werden vertaald in het Limburgs, Japans en Fries. Tien jaar na zijn dood stond een dubbel-CD As ’t boeten störmt veertigste in de landelijke top-honderd. In 2004 verscheen de biografie ‘Geef mie de Nacht, Ede Staal’. Er zullen in Noord-Nederland weinig (amateur)koren zijn die geen werk van Staal op het repertoire hebben.

Peter Siebesma

Geen introductie nodig. Hij is een bekend en hoogwaardig musicus, componist en organist. Hij heeft in 2018 improvisaties van elf liedjes van Ede Staal op negen verschillende Noord-Groningse kerkorgels gespeeld en ook op cd uitgebracht. Hij laat daarmee zien dat een orgel ook ánders is in te zetten dan alleen als instrument voor religieuze of klassieke muziek. Een bijzonder puntje: Siebesma en Ede groeiden vlak bij elkaar op in Kruisweg en Leens. Siebesma heeft ook een boek over Leens geschreven met de titel De weg van Lains noar Klooster, een verhalenbundel over het Groningse dorpsleven van de jaren 1950/60.

Coronaproof en kaarten bestellen

Vanwege corona staan de stoelen op anderhalve meter. Een beperkt aantal liefhebbers zal deze eerste uitvoering kunnen bijwonen. Grote Kerk Emmen, (Noorderplein 101) Aanvang: 16.00 uur. Entree: € 14,50. Kaartverkoop start vandaag via zuidenveldcultureel@gmail.com

__Einde persbericht_________________________________

14 september 2020, Info bij: Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld;

Open brief aan Peter van Dijk: Keer om alstublieft!

Geachte heer Van Dijk, beste Peter,

Bij het woord projectontwikkelaar werd in mijn jeugd meesmuilend geschamperd bij het koffieapparaat in de pauzes. Ik beken: ik deed mee. Mooi oud werd lelijk nieuw en massaliteit verpulverde het individuele. Bij de naam Peter van Dijk zag je de slopershamer al en vlak daarna de archiefladekastarchitectuur. Mijn beeld van het begrip Peter van Dijk kantelde enkele jaren geleden. Ik bezocht een nieuwjaars- alias Emmenpromobijeenkomst in het Atlas. Gelikte filmpjes van bekende Emmenaren kwamen voorbij. Ik maakte kennis met een sympathieke, lachgrage kop uit ik meen Klazienaveen die vertelde dat hij veel aan deze streek te danken had gehad en graag iets wilde terugdoen. Ik geloofde hem en liet mijn cynische Vormeinung varen. Een nadere kennismaking met Van Dijk volgde op reclameborden bij oeze FC en in artikelen over een heuse skyscraper, de verbouw van een foeilelijk geel gebouw dat Drukkerij heet waar geen supermarkt naartoe wilde en successtory’s over ultrasnelle verhuur van appartementen aan de Flintstraat. Sindsdien heette hij voor mij en mijn voetbalkameraden De Dijk.

In mijn hometown Noordbarge werd een schoolterrein verkocht aan De Dijk in samenwerking met Bemog uit Zwolle. Een religieuze groep die onder de loupe van het O.M. ligt viste achter het net, terwijl, zo wil het stamtafelverhaal, de kerk veel meer bood dan De Dijk. De Dijk kwam met plannen, ruwe schetsen waarop vijf boerderettes en zeven schuurhuizen te zien zijn tussen bomenrijen die ogen als plastic Legostukken die te lang in de zon hebben gelegen. Een stuk of twaalf behuizingen met glazen serres als etalages van zitmaaierverkopers, we gaan hier niet twisten over smaak, moeten ‘import’ naar Noordbarge trekken als eikenprocessierupsen naar eikenstammen.

De bestuursleden van het parlement van Noordbarge, Plaatselijk Belang, waren in hun nopjes. Metoo, al schuurde ergens iets. En zoals meningen en opvattingen kunnen groeien en veranderen als hersenen in puberhoofden, kantelde bij mij het beeld en doemde het vroegere beeld van de projectontwikkelaar weer op met meer dollartekens dan maatschappelijk gevoel op zijn harde schijf.

Als Van Dijk echt iets voor Emmen wil betekenen, herziet hij de plannen stante pede en neemt hij een voorbeeld aan Oosterhesselen waar een collegaprojectontwikkelaar in een even rurale omgeving (op advies van Hesselers) betaalbare rijtjeswoningen projecteert naast vrijstaande huizen.

We zien in Noordbarge al meer naar binnen gekeerde eilandjes voorzien van stalen, elektronisch bediende hekwerken om huizen dan ons lief is. Kom op Peter van Dijk, bouw geen gated community waar uitstallen van prijzige eenvormigheid (het plan kent slechts twee smaken) doorgaat voor vooruitgang. In Nederland is een schreeuwend tekort aan betaalbare koop- en huurwoningen. Noordbarge is een fijne woonstee omdat er diversiteit is. Groot staat gebroederlijk naast klein, foeilelijk naast te pruimen of zelfs ronduit mooi en goedkoop naast onbetaalbaar. Waarom die eenheid uit zijn verband rukken en kiezen voor gelijkvormige onbetaalbaarheid met alle sociale misvorming van dien?

Veel mensen in Noordbarge denken, uitgaande van een misplaatst verlangen naar gelijkheid, dat de wijk gebaat is bij puntdaken, het liefst nog met riet gedekt. En dat terwijl de vier mooiste, d.w.z meest markante en architectonisch interessantste bouwsels geen puntdak hebben: hotel ten Cate, de Lidl, de Vrije School en de witte bungalow aan het begin van de Oude Zuidbargerstraat.

Veel Noordbargers koesteren een landelijke, Orveltiaanse retro-uitstraling, maar zodra die landelijkheid dichtbij komt groeit de NIMBY-reflex, het mag overal maar niet naast mij (een speelterreintje naast je huis, een haan bij de buren, een asfaltweg die wordt omgetoverd in een dorpse klinkerstraat) en komen de protesten bovendrijven als vetogen op grootmoeders groentesoep.

Geachte heer Van Dijk, beste Peter: laat zien dat u de naam De Dijk waard bent, keer het tij, het is nog niet te laat. Laat één van de boerderettepercelen vervallen en ontwikkel daar vijf tiny houses, of, nog beter: skip drie schuurwoningen en creëer daar een knarrenhofje voor 15 belangstellenden. Financieel meer dan haalbaar wanneer de villa’s een kleine prijsverhoging krijgen.

Noordbarge, de geschiedenis in ontwikkeling en woningzoekers zullen u dankbaar zijn.

Goadinne Suzette

Sa’t mem wat sneinse kleantsjes naait

it bern yn muoikes snobguod graait

De swarte kat de hûn syn rechje aait

Gjin man de hjittens fan de hoer van Babel daait

En pake Jan oan kekke knoppen draait

De skildersfaem oer ’t flierkleed klaait

It kealtsje molke fan de buorfrou snaait

Bepaalt, beskriuwt goadin Suzette at en

faaks ek hoe it deistich wyntsje waait

(Godin Suzette / Zoals moeder wat zondagse kleertjes naait / het kind in tantes snoepgoed graait / de zwarte kat het ruggetje van de hond aait / geen man de hitte van de hoer van Babylon verdraagt / en opa Jan aan kekke knoppen draait / de schildersmeid over het vloerkleed knoeit / het kalfje melk van de buurvrouw snaait / bepaalt godin Suzette of en vaak ook hoe het dagelijkse windje waait) 

www.suzettebousema.nl

Een hedendaagse parabel  

Mooi hoor, zo’n onwillige dood die nog wat hapert, hort en hakkelt als een sopraan na een nachtje doorsnuiven met een bronstige amant, dacht ik na jouw verhaal over je oom die opleefde na zijn ontslag uit het streekziekenhuis aan de rand van het industrieterrein van een provinciestadje. Je gunt iedereen een oud familielid dat met zijn ziekte bij de dokter komt, wie weet een op het tandvlees lopende aio, zo’n overwerkte met afgetrapte schoenen, vochtkringen onder de oksels als pisresten in een vakantieonderbroek, een tweedehands stethoscoop, nog fris liefdesverdriet en koffieadem, die haar/zijn baas in het weekend verving, en dat oom of tante dan de overvolle familiezak medicijnen laat staan en daarmee een ernstige medicatietoxicatie voorkomt en een soort wederopstanding bewerkstelligt.

De parabel van de allemerkengaragist aan de rand van het industrieterrein van een provinciestadje

“Het ouwe barrel, een Italiaanse brik uit de vorige eeuw, een echte Legno Arido, heeft zijn langste tijd gehad. Van dit soort zijn maar weinig nog rijdende exemplaren bekend. Je herkent ze aan de fijne belijning van de bollende motorkap, het wat ouderwetse motorgeluid en een speciale, heel sonoor klinkende toeter. De snelheid is er uit, hazewindhond werd slak; de uitlaat, ventielen en kleppen lijken verstopt, en de lak is flets en dof. Het koetswerk is licht gebutst.

In een allemerkengarage aan de rand van het industriegebied in het provinciestadje zegt de garagist, een haastige snorremans met een vochtige peuk in de mondhoek, na een vluchtige inspectie waarbij hij onophoudelijk op zijn nepgouden klokje kijkt: ach mevrouwtje, rijd hem maar naar huis en geniet nog even van de klassieke lijnen, de authentieke stoffige bekleding en zijn laatste geprutttel. Gebruik hem alleen nog voor wat kleine boodschapjes in de buurt; hij kan elk moment de geest geven. Dan kan-ie daarna zo naar de sloop voor demontage. Misschien, zit er een hergebruiksverklaring voor nog bruikbare onderdelen bij, kijk even goed in het handschoenenvakje op het dashboard. O ja, en teken hier even voor de nota, die geef ik straks gelijk mee.

Eenmaal thuis op de oprit, wat uit de zon en beschut tegen de herfstregens wordt het beestje vertroeteld. Een dekentje over de cabrio-soft-top, een stevige keg achter de wielen tegen wegglijden en de ronde motorkap met die nog glimmende grille wordt met liefde en olijfolie opgewreven. De bandenspanning wordt wat verlaagd en aan de brandstof wordt geen kerosine of bio-ethanol meer toegevoegd. Want waarom zou je immers het oudje op toeren jagen en de kleppen en distributieriem tot het maximum tergen.

En zie: de koppige zescilinder hoest en kraakt maar begint, aanvankelijk nog hortend en stotend als een verkouden Przewalskipaardje, weer te lopen; stationair op zijn best weliswaar, maar hij doet het! Het lijkt verdomd alsof hij er weer zin in begint te krijgen. Hij gebruikt wat extra olie, zeker, maar lekken doet hij amper. Van heinde en verre stromen kenners en bekenden toe en kijken blij en bewonderend toe.”

Schneeflocke wird Schneemann

Je Spaans is beter dan je zachte hart en zonder sokken lijk je stoer

En hip: een stierloze stierenvechter, als de Spaanse fiscale recherche

Jagend op de Messias, maar luister bro, luister naar oervrouw

Bartina en verbeter je stijl van leven, word trots, verdom te buigen voor

De Argentijn en los hem op de vuilnisbelt, weersta het volksoproer

En kijk terug als een gegroeide Sneeuwvlok en vermorzel het gekners; je

Gouden schoen zoekt doelgericht naar nieuwe mannen, kom, ontvouw

Wat je graag ziet en vergeet je drabbig gestuntel in je trainerskarrespoor

Begin opnieuw na ontsporingen in Valencia, Southampton, Everton,

Met Benfica, PSV, AZ, 010, Vitesse, 020; je leert van faillissementen

zeggen ze, maar je plakhaar vlekkend op je kraag zegt iets anders, je staat

in koplamplicht: getransformeerd tot een breekbaar overstekend hert

Bartina heeft de oplossing: verkoop dat Argentijnse kreng en dat

Bijtgrage Uruguyaanse lor dat ooit begon in de groene kathedraal

En al die would-be kameraden en koop je klaar aan amateurs

En word een Duitse Computer-Übungsleiter mit Ausdauer und Intensität