Boeren gaan vroeg naar bed

“Boeren gaan vroeg naar bed,” zegt chauffeur. Als we na tienen in actie komen, lopen we geen risico’s. Dagelijks rijd ik naar Drachten en aan de zuidzijde van de A7 staan geen camera’s.” Het miezert als we het Café aan de A verlaten. Op t.v. de strafschoppenserie in de finale WK voetbal. Noppert houdt de spanning erin. Ideaal voor ons.

“In de Audi nemen we alles nog een keer door. “Ik neem de afslag bij carpool Frieschepalen en  rijd over het viaduct en dan weer richting Groningen.” Ik luister. Chauffeur heeft net een nieuwe Verklaring Omtrent Gedrag en kan zich geen misstap veroorloven. Ik als pensionado voel me vrijer. “Op de heenreis kunnen we dan even kijken welke vlaggen het eenvoudigst bereikbaar zijn.” Ik voel in mijn rugzakje. Een stanleymes en een scherpe combinatietang, beide in een doek gewikkeld.

Voorbij Hoogkerk geeft chauffeur gas en we naderen de afslag Leek. Met de cruise control op 124 rijden we door. De radio schettert kerstmuziek. Ik neurie mee met ‘For unto us a child is born’. Over een paar dagen zingen wij de finale in de Martinikerk. “Mocht je straks wel een camera menen te zien, trek dan met je linkerbeen. Herkennen ze je naderhand nooit,” vervolgt chauffeur.

Nabij Marum mindert chauffeur vaart op de vluchtstrook, doet de panieklichten aan en stopt. Snel stap ik uit. Over ongeveer vijftien minuten ben ik hier weer. Succes.” En weg is hij. Telefoon op trilstand. Ik ren naar de sloot, buk me en volg het water tot de eerste dam. Prikkeldraad. Stroomdraden zonder stroom. Als er passerende auto’s met groot licht voorbij komen, laat ik me vallen en bevries.

Tien omgekeerde vlaggen zie ik. Ik pak mijn tang. De vlaggen hangen aan stokken die met tie wraps aan hekpalen zijn bevestigd. Ik knip de tie wraps door en verzamel de plastic strookjes. Het gaat eenvoudig. Vijf vlaggen neem ik mee en leg die op een stapel. Dan nog vijf. Bij de laatste leg ik een zakje nieuwe tie wraps van de Gamma neer voor de boer. Ik stuur chauffeur een appje en ga richting snelweg. Opgeruimd staat netjes. Op de terugreis horen we ‘O du Fröhliche’.