Antirimpelcrème 

In een week tijd komen drie keer royals voorbij, waarbij de verzonnen werkelijkheid de als echt ervaren werkelijkheid inhaalt, verslaat. Drama. Satire. Humor. Alles van de bovenste plank. Schrijvers hebben altijd gelijk, bewijst Herman Koch. Op het moment dat de Engelse koningin door touwtrekkende verklede rugbyers het graf in wordt getrokken lees ik over een potje gestolen rimpelcrème.

Koch is lekker bezig in ‘Het Koninklijk Huis’. De hele bespottelijke santekraam van tegen beter weten in maar in zichzelf blijven gelovende trits koninklijke paladijnen komt voorbij. De namen van de romanpersonages kunnen één op één op bestaande personen worden gelegd. Een kleptomaan koninklijkhuislid steelt een potje antirimpelcrème. Met kramp in de kaken leg ik het boek even weg en kijk naar buiten waar de werkelijkheid door het raam van de verrekijk binnenkomt.

Ik zie de Nederlandse koning, de tot koningin gemaakte en hun dochter. Ze laten zich, dieptriest en schaamteloos tegelijk, lachend op de koetskussentjes beschimpen en uitfluiten. Landverraders wordt geroepen. Een raar woord voor wereldvreemde in bubbels levende zakkenvullers. Koch vertelt verder, de ware literatuurliefhebber leest over een geile overspelige tot koningin gemaakte die hunkert naar een zachte aanraking.

De oranjes in het boek zijn in de war. Is  de diep gevoelde liefde echt of is het voor de bühne, een maskerade? Waar begint de schaamlap, het masker en waar is de echtheid? Familierelaties hebben valse ondertonen. Passief agressief is normaal. Bedrog en eerlijkheid verworden tot een cynische mix. Domme maatschappijvreemdheid viert hoogtij. Mentale problemen worden gefaket om overspel te faciliteren.

Ik lees verder en zie een romanwerkelijkheid samensmelten met een Engelse kermisbegrafenis en een infantiele glazen koets. We herkennen een tot koningin gemaakte verlangen naar een mannenhand in een Zeeuws vakantiehuisje terwijl ze compleet verijsd en verkrampt naar publiek en haar man lacht.

Liplezers lezen het door alle drie glazenkoetsgasten onophoudelijk gefluisterde: ‘Nukubu’s zijn het, allemaal.’ Net wanneer ik hoor dat plattelanders ‘landverrader’ roepen en de koninklijke familie uitfluiten, lees ik op Kochs achterflap het maanden eerder geschreven ‘Het zou niet zo zijn dat het gepeupel met hooivorken en dorsvlegels naar de hekken van het paleis zou oprukken,…’

Wopke de voorbinddildo

Vraag het boa’s, ouders, leraren, lokale politici, trainers, kermistoezichthouders. Kiezen tussen meeveren en flex zijn of standvastig in je spoor blijven staan is soms lastig. Even leek het erop dat Wopke zou gaan thuishoren in de rij voornamen die geen achternaam nodig hebben. Hij zou  dan terecht komen in de eregalerij met Epke, Jesse, Pieter, Sylvana en Sigrid. Fier, wijs, duidelijk, standvastig.

Wopke sprak de netto-ontvangers in Italië destijds streng toe. Eerst maar eens omvormen, bezuinigen en bijstellen. En daarna weer hoeren, snoeren, belasting ontduiken, chianti aanlengen, zich in buitenlandse stadions misdragen en verslaafd raken aan de Europese subsidie-infuzen en het wegen- en bruggenonderhoud laten verslonzen als Bommen-Berend-bezoekers de dixies en te veel Nederlandse gemeenten vluchtelingenopvang. Italianen zijn een soort boeren. Jaar in jaar uit worden ze door zuinige, verstandige calvinistische noorderlingen gewezen op wat beter moet. Desalniettemin verdommen ze het om de goede afslag te nemen en verschuilen ze zich massaal achter crucifixen en heiligenbeelden in verlaten kerken. Ze profiteren ervan dat politici een beperkte houdbaarheid hebben. En dan achteraf janken dat ze niet bij de hand zijn genomen om de juiste koers te varen. ‘De politiek’ overal de schuld van geven is even gemakkelijk als onterecht.

Wopke ziet Caroline van der Plas hem rechts inhalen. En ineens zijn de stikstofdoelen niet meer houdbaar. Hebben wetenschappers het bij het verkeerde eind. Smelten gletsjers en ijsschotsen niet. Zo standvastig Wopke leek tegenover de Italianen, zo slap is hij nu. Een ledenpop. Een slappe kaak die overeind moet worden gehouden door een driedagenbaard. Een lekke ballon. Een banaan die drie weken op de aanrechtrand heeft gelegen van een verlaten camper in een hittegolf op een Oost-Gronings industrieterrein. Een voorbinddildo van EasyToys waar de Chinezen teveel weekmakers aan hadden toegevoegd.

Journaal 21 augustus: Horecapersoneelsprobleem

Werkdruk en personeelsgebrek lopen op tot recordhoogte. Soms zijn oplossingen zo simpel dat men er al te snel aan voorbij gaat. Verdeel huisvestingsproblemen onder vluchtelingen over leegstaande kerkelijke gebouwen. Hevel agrarische subsidies (bijna driekwart van de melkveehouders in Nederland is miljonair) over naar de zorg.

Terug naar de personeelsproblemen in de horeca. Alleen bij tot koningin of troonopvolgende prinsessen (spermaemmers in de woorden van corpsballen) gemaakten komt de tailleur aan huis om een nieuw overgooiertje aan te meten of een knellende directoire te verruimen. Gewone mensen halen zelf nieuwe kleding. Accountants bezochten vroeger hun klanten. Huisartsen deden aan sociale visites. De wereld is veranderd: nu bezoeken klanten hun accountant en gaan patiënten met hun klachten die voor 90 % vanzelf overgaan naar de huisartspraktijk.

En nu de horeca. Obers zijn wandelliefhebbers. Worden ze misschien betaald per 1000 stappen geregistreerd door stappentellers onder de voorschoot? Ze lopen naar klanten op terrassen om de bestelling op te nemen, lopen naar de tap om drankjes te halen, lopen met drankje naar de klant, lopen naar de kassa voor de nota en lopen naar de klant (en als ze pech hebben nog een keer naar de kassa om kleingeld te halen en weer naar de klant om wisselgeld te brengen (en dan tellen we de vraag ‘kan ik nog iets voor u betekenen?’ niet mee). Zeven of acht keer heen en weer lopen voor één tapbiertje. Omdat horecabazen salarissen kunstmatig laag houden is er een tekort aan personeel, want horecawerkers zitten liever dan dat ze wandelen en stappen over naar GGZ-priklocaties: prikvragers gaan naar de prikgever in plaats van andersom. Cafébazen kunnen natuurlijk wat meer gaan betalen. Maar eenvoudiger is hun werkmodel veranderen zoals accountants en huisartsen ooit deden.

De oplossing: maak de bar wat langer en laat gasten zelf drankjes in het café ophalen. Scheelt veel bedienend personeel. Voordelen: klanten hoeven niet te wachten op personeel dat liever facebookt dan naar opgestoken vingers kijkt. Voordeel: klanten consumeren in eigen tempo en hoeven niet steeds onhandig te reageren op ‘Kan ik nog iets voor u betekenen?’ Exit horecapersoneelprobleem.

Spaak Masters,

Tussen Peize en Altena, met een redelijke tegenwind, zijn twee SpaakMasters eruit. Bietensap is perfect voor fietsers. Energiebesparing is onontkoombaar en de oplossing is eenvoudig: elk huis een slimme gasmeter en dan voor iedereen een verplichte gasreductie van 20% in 2023, met per elke 100K OZB-waarde 1 % erbij. Kun je zelf nog bepalen wanneer je er warm en wanneer koud bij wilt zitten. Voor watergebruik hetzelfde recept.

Vandaag doen er twaalf fietsers mee, onder wie een Engelsman en een Duitser. Zes mannen en zes vrouwen. De meesten al wel met een bel, maar spiegeltjes zijn er nauwelijks. Ontwikkelingen die de verkeersveiligheid bevorderen gaan soms langzaam. Kijk naar autogordels. Brommerhelmen. Dodehoekspiegels bij vrachtauto’s.

Sinds februari 2022 organiseert SPAAK de fietsgroep Masters op zondagmorgen. Wat een goede naam. Was even bang dat het ‘Seniors’ ging worden. Het leuke van de Spaak-Masters ligt ‘m in de deelnemers. Heel sympa fietsers. Geen opscheppers of hanen, is ook moeilijk met soms 80 % vrouwen. Altijd interessante gesprekken. Veiligheid voorop. Vandaag een vrouwelijke road-captain. Was ik bij de snelle nerveus rijdende Spaakgroepen vorig jaar beducht voor vallen en zondagmiddagse oververmoeidheid, nu niet en houd tijd over om de tweede koerscaptain die ook weleens iets met economie doet, te vragen hoe het komt dat in Nederland de middeninkomens de hoogste marginale belastingtarieven betalen en niet de topinkomens.

Onderweg even (staand) kort pauzeren en een banaan of energiekoek wegknagen. Bananenschillen (wegrottijd in de natuur tussen negen weken en twee jaar) worden veelal mee terug genomen. Ondertussen vragen of iemand meedoet aan de Bauke-Mollema-tocht, en vooruit, polsen of er iemand weleens denkt aan de Iron-Curtain-Trail van Noord-Finland tot Zuid-Turkije, een trip van 10.000 kms. Bedenkelijke gezichten. Pensionado’s in de groep, okee, maar een tocht van 100 dagen voorstellen gaat wat ver. Toch zie ik enkele voorhoofdrimpels.

Rattus norvegicus

Als ik op mijn racefiets afsla bij Helperzoom richting Antwerpenweg en op tempo door de tunnel jakker, schiet een rat voor me langs. Zo te zien een bruine rat(¹), een vrouwtje. Zij wordt net niet geshredderd door mijn voorwielspaken. De Giant TCR-spaken zijn niet rond maar plat en op snelheid ronddraaiend hebben ze iets weg van de smalle vlijmscherpe mesjes waarmee slagersvrouwen in mijn dorp vroeger plakjes cervelaatworst sneden als er een personeelsfeestje was van Uitgeverij Banda. Dat ging maar net goed, denk ik en vervolg mijn trainingsrondje Zuidlaardermeer. Voorzichtig, denk ik, rattenvrouwtjes dragen het jaar rond verantwoordelijkheid voor jonkies. Een week later zie ik, in de vooravond, schuin voor ons huis, een rat(²) onder het cortenstalen hek van Minerva kruipen. Op zoek naar een nagerecht na zijn buik vol te hebben gegeten bij de vuilnisbak op de steiger. Onmiddellijk denk ik aan ‘Ratten’ van Maarten ’t Hart. Een schitterend en uiterst leerzaam boek over, inderdaad, ratten. Beverratten, muskusratten, rioolratten, woelratten, zwarte ratten, huisratten, scheepsratten en een oneindige stroom aan interessante informatie komt voorbij. Bioloog/etholoog (en Bachkenner) ’t Hart beschrijft in ‘Ratten’ uitgebreid mythes en legendes waarin ratten voorkomen. Vooral zijn notities over rattenkoningen zijn indrukwekkend. Vaak worden ratten enkel slechte eigenschappen toegeschreven, terwijl ze, net als andere soms lastige beestjes, uiterst nuttige functies vervullen. Direct daarna denk ik aan opvoeden. Als je kinderen leert dat muizen, mollen, spinnen, steenmarters, salamanders, ratten, bijen en wespen nuttige in plaats van ondieren zijn, dan zijn ze er op latere leeftijd niet bang voor. Net als geloof in verzonnen goden is veel angstgedrag in de jeugd aangeleerd, De stap van ratten naar vossen is een kleine. Voor het Scheepvaartmuseum leun ik tegen de droog staande Alida. Ik wacht totdat Vrouw I klaar is met haar rol van goedlachse baliemedewerkster. Een Duitse toerist spreekt mij aan. Eerst een inleidende aftastende voetbalanekdote over de van Dortmund naar Manchester getransfereerde Noorse alleskunner Håland. Dan een verhaal over in steden levende Füchse im Ruhrgebiet. Vossen. Ook in Groningen? Mijn racefiets en ik gaan eropuit.

(¹) Bruine rat of rioolrat (Rattus norvegicus); (²) Waarschijnlijk een woelrat (Arvicola terrestris)

Journaal 12 juni 2022

Nog één keer over de huisartsenij. De huisartsen doen iets niet goed in de PR. Na de beruchte ‘beterlatenlijsten’ in het Hagaziekenhuis (lijsten met handelingen die maar beter nagelaten kunnen worden: voor sommige verpleegkundigen tweederde van de dagtaak) en na de onthulling dat veel huisartsen in 80 % van de gevallen onnodig maagzuurremmers voorschrijven, publiceert het Radboudumc samen met het Nederlands Huisartsen Genootschap nu een lijst van 385 aanbevelingen die moeten leiden tot het voorkomen van zorg die patiënten niet beter maakt maar die leiden tot nare bijwerkingen. Te roemen is de openhartigheid waarmee het NHG hiermee naar buiten treedt. Andere onderzoeken geven aan dat zo’n 90 % van de aangeboden kwalen vanzelf voorbijgaan. Niet gek dus dat een inmiddels beroemde tegeltjeswijsheid luidt: Het meeste gaat vanzelf over, tenzij de huisarts er op tijd bij is.

Denk even aan Anne-Fleur. 548 punten op de CITO-toets. Na twee jaar uitloten eindelijk geneeskunde. In Maastricht. Bijbaantjes, idiootvroege tutorgroups en retehard studeren. Na een rampjaar, ouders gaan in praatgroepen, soaatje, verkering uit, een allesbeslissend tentamen over huis-tuin-en-keuken-kwalen. Een vijf. Exit Maastricht en op naar economie in Groningen. Dan leest ze dat de vragen over staartbotjes, kalknagels, okselhaar, amandelen, voorhuidjes, blinde darmen, derde tepels, loopneuzen, lagerugpijn, kriebelhoest, gekneusde rib, enkel, schouder, tennisellebogen, vergeetachtigheid bij 50-plussers, niet meer meetellen. Geskipt. Overbodig.

En nu weer het nieuws over de haperende opleiding. Onlangs werd bekend dat de wittejassenopleiders er niet in slagen studenten die ongeschikt zijn voor de professie te weren. Vergelijk dat eens met onderwijsopleidingen: op elke lerarenopleiding worden zwakke broeders en zusters er al in het eerste jaar uitgevist bij praktijkgerichte vakken als instituuts- en schoolpracticum.

Wat is de oorzaak van dit vreemde fenomeen? Hoe is het mogelijk dat goedopgeleide, ambitieuze gasten, soms na jaren wachten op plaatsing bij de studie geneeskunde zich vaardigheden laten aanleren die overbodig tot schadelijk zijn?

Geneeskundeopleidingen blijven te graag hangen in tradities. Wat oude witgejaste snorremansen deden zal nog wel steeds goed zijn. En feedback van kritische cliënten, hell nee! Dan liever 385 corrigerende aanbevelingen achteraf.

Journaal 29 mei 2022

Fantasten claimen dat je alles kan bereiken wat je wil. Kul natuurlijk. Maar het idee dat veel bereikbaar is bij een extra inspanning klopt. Daaraan denk ik als ik studeer op de kruisen, mollen en triolen in ‘Umbra mai fu’. Daaraan denk ik als ik binnen een week mijn racefietstijd verbeter van 30,7 naar 31,4 over 66 kms. Ik denk er nog eens aan als ik om 00.10 mijn bredebandenfiets pak en door tandenarts Joppe word uitgezwaaid. Een afspraak overdag lukt niet. ‘Kom maar op een avond,’ stelt Joppe voor. Hij verrast me. In het gezondheidsveld wordt veel over tijdsdruk geklaagd. Even een avond doorhalen werkt. Het personeelstekort in het onderwijs zou met 45 mits extra werktijd per docent zijn opgelost. Samen met zijn collega Roosmarijn levert Joppe mij een goede, fraaie en uiterst complexe dienst. Meer dan vier uren, bijna non-stop, gewerkt in drie dimensies die nog eens worden versterkt door complexe spiegelingen en een meer dan tien keer uitvergrotende Zeiss. Ik zit, ontspan, vecht tegen de slaap en visualiseer dagelijkse activiteiten en luister. Ik weet nu alles over de effecten van een internetstoring bij een tandarts. Alle afspraken verdampt! Hoe de back-up te backuppen? Chinese tandtechnici leggen het af tegen gisse Drenten uit Beilen. Er wordt rustig gewerkt. Geen gestress als een onderdeeltje dat later in mijn mond zal worden verankerd op de grond flikkert en als een stuiter op het schoolplein onder een kast rolt, waarna Joppe op zijn buik liggend met een swiffer in de weer gaat. De stoppenkast maakt overuren en lampjes haperen  als een koor bij een rustteken. Mijn lippen voelen droog als de opengevouwen bovenkanten van een karnemelkpak dat een week op het aanrecht staat. Ik vertrouw de door Zeiss gestuurde handen als Urker vissers buienradar. Overdenk argumenten die de stelling dat (algemeen en confessioneel) bijzonder onderwijs segregatie, geldverslinding, ongewenste witte en zwarte scholen en blikvernauwing veroorzaakt. Overdenk Pfeiffers La Superba. Heerlijk, wat een koket narcistisch opgeblazen menneke. Een smakelijke literaire saus over vuig seksisme in een vormrijke, inhoudloze, hoogmoedige, katholieke, platvloerse, maffiose, Italiaanse setting in een labyrintische mix van xenofilie en xenofobie, daar pak je prijzen mee. Alles durven zeggen en schrijven wat je wil. En dat ook willen kunnen. Alles bereiken…

“Mooi ja…”

Met een krant gaat hij naar het terras aan de A. Kleurige Effio-sokken zichtbaar onder niet te lange broekspijpen. Het hippe buurtcafé met keurige zitjes aan het water heeft alles om zijn favoriet te worden. Maar dat gaat niet lukken. Studenten, ambtenaren en morsige accountmanagers in de zorgsector plakken aan stoelen als bierschuimresten aan snorren. Buurtgenoten wachten niet graag op een buurtcaféterrasstoel. Het is nog vroeg. Hij heeft geluk. Naast hem een blonde vijftigplusster uit Winschoten-noord. Haar springerige kuif, Groningse accent, minieme scheurtjes in d’r red-hot-pepper-lipstick met een fijne gloss doen het goed in de zon en verwarmen hem. ‘Woont u hier in de buurt?’ vraagt ze hem als hij naast haar neerstrijkt. Ze glimlacht terwijl ze liefdevol naar twee duiven kijkt. De man kijkt haar vrijmoedig aan met een u in jij veranderende blik. Ondertussen vraagt hij zich af wat het verschil tussen een legging en skinny jeans is. Zij: ‘Je ziet er niet uit als een duivenhater.’ ‘Nee,’ antwoordt hij berekenend. Waarom zou je een mooie vrouw ook tegenspreken. ‘Ik heb zelf lang duiven gehad, het zijn lieve vogels.’ ‘Mooi ja,’ zegt ze, zijn kant opschuivend. In de ene hand een glas wijn, met de andere schuift ze een lange lok achter haar oor met glimmertjes. Een beetje samenzweerderig gaat ze verder: ‘Maar de meeste mensen moeten van duiven niets hebben.’ ‘Sja, er zijn er die het ‘vliegende ratten’ noemen,’ antwoordt hij, na enig nadenken. Ze pakt een handjevol duivenvoer uit d’r broekzak en strooit het rond. ‘Duiven hebben een superscherp zicht,’ vervolgt ze geduldig. ‘Wist je dat duiven zijn ingezet bij borstkankeronderzoek? Ze zijn na twee weken training in staat tumoren op mammogrammen te herkennen.’ Zijn mond valt open. ‘Is dat zo?’ probeert hij quasi-verbaasd te klinken. ‘Ja, duiven kunnen dat beter dan getrainde wittejasdragers. Google maar eens.’ Haar aandacht voor haar gelegenheidsbuurman ebt plotseling weg. Ze fixeert nu een man aan de overkant van de A. Stuntelig, sullig type. Rode ribbroek met slijtlekken op de billen. Ongelezen NRC onder de arm. Ze gaat staan en zwaait, wat onwennig. Hij zwaait terug.

Journaal 15 mei 2022

Jeroen Brouwers is dood. Hij overleed afgelopen week, op 11 mei 2022.  Voor schrijvers is een dode schrijver een aanleiding tot schrijven. Tom Lanoye noemt Brouwers ‘de auteur die het populairst is bij andere auteurs’. Klopt. Ook bij mij stond Brouwers fier op één. Precies een jaar geleden schreef ik op www.klaastaal.nl:

“Jeroen Brouwers heeft met Cliënt E. Busken de Libris Literatuur Prijs 2021 gewonnen. Hèhè, die miste onze grootmeester nog. Even kijken, wie waren de andere genomineerden? Bekono, Blees, De Boer, Mortier en Rijneveld. Van dit vijftal gaat zeker jonkie Rijneveld in de toekomst met deze prijs aan de haal. Brouwers heeft sinds ik een verwoed lezer en compulsief obsessief lijstjesmaker werd altijd bovenaan in mijn top tien gestaan. Of het nou kerkorgels in Noord-Nederland (aangevoerd door de Martinikerk in Groningen), vrouwen in Sleen (houd ik nog even voor me), verderfelijke gebruiken in religieland (Joodse vrouwen die kaalgeschoren en gepruikt door het leven moeten), meerstemmige koormuziek (Hallelujah van Leonard Cohen of toch, ik kan niet kiezen: Sebben, crudele van Antonio Caldera?), dichters (Vasalis), prozaïsten (Brouwers), frauduleuze financiële instellingen (ABN), overbodige medische ingrepen (dotteren bij etalagebenen), onderbelichte groenprojecten (geveltuinen in steden), ongepaste plattelandsgebruiken (zuipketen voor volwassenen), racefietsen (Giant), zijn, ik weeg, rubriceer, wik, selecteer en rangschik. In mijn auteurs-top-tien moeten minimaal twee vrouwen zitten, een Fries, een veelbelovende jongere, een Belg en een korteverhalenschrijver. In mijn geval voldoet Lize Spit aan drie van deze eisen. Brouwers voert mijn lijst aan vanwege zijn veelzijdigheid in zowel vorm, sfeer, gevoel als inhoud. Hij is romancier, brievenschrijver, zelfmoordonderzoeker, pamflettist, necrologieënschrijver, journalist, anekdotist, essayist, vertaler, toneelschrijver, bloemlezer, feuilletonist, polemist, redacteur en ga maar door. Brouwers is een superieur stilist. Een veelschrijver. Oeuvrebouwer. Taalpurist. Prijzenpakker. Veel indruk op mij maakten: ’t Hout, Winterlicht, Kroniek van een karakter, De laatste deur, Bezonken rood. Themata in zijn werk: de nasleep van de oorlog met de jappenkampen, de destructieve effecten van het katholicisme, zelfmoord, eenzaamheid, dood, de zin van het leven.”

Hier laat ik het bij. Nederlands grootste schrijver, Jeroen Brouwers, is dood.

Journaal 8 mei 2022

Beter worden in een koor vergt inspanning. Met zeven tenoren stand houden naast veertig sopranen vereist inzet, volharding, discipline, fitheid en doorzettingsvermogen. Sneller worden op de racefiets ook. Je twee uren inspannen om je tijd met enkele seconden te verbeteren betekent enkele keren verrekte diep gaan. Fietsen is dan louter lijden. Bovenbeenspieren schreeuwen om rust. Knieën verhitten als radiateurs in retro convertibles. Bij een kruising of talud moeten lossen en dan met pijn in de benen weer aanhaken en heel even aan opgeven denken maar dan toch doorgaan en beloond worden met het geluksgevoel dat je weer aanhaakt als een D’66’er die de slip van Kaag even kwijt was, daarvoor doe ik het. Pijn in de musculus vastus lateralis wisselt stuivertje met pijn in de medialis en de intermedius. Zou intensief sporten echt stofjes vrijmaken die maken dat je voelt dat je niet zonder kan, als een jonge boer die verslaafd raakt aan het infuus van subsidiestromen naast almaar stijgende melkprijzen?

Een fietsafspraak maken is soms moeilijk bij volle agenda’s; ik stel onbesuisd 06.00 uur voor. Fietsmaat zegt na wegen en wikken ja. Ik verheug me er een hele dag op. Fietsmaat die ik eerder oneerbiedig El Obrero noemde is een tweede Bauke Mollema. Ons gezamenlijke max is 30,7. Fietsmaat zit solo op 33-plus. Om zo hard te rijden moet je tegen de wind een kleine 30 doen en voor de wind zo’n 38. Bochten, filerijdend stadsverkeer, grind dat van aannemersaanhangers af is geflikkerd, giertanksporen, valangst, paardenpoep en ongeveegde landbouwweggetjes stagneren als ‘echt Frans’ Groninger stokbrood in maagdarmkanalen. Om vijf uur verwarm ik de beenspieren, rek en strek geconcentreerd, ontbijt en lees een gedicht van Peter Theunynck.  Licht obsessief-compulsief werk ik nauwgezet mijn ochtendrituelen af als moslims het tafeldekproces voor het suikerfeest.

Tegen zessen maakt koude plaats voor frisheid, schemering voor diffuus licht en stilte voor merelgeluiden. De drie uit Emmen meegevlogen tuimelaars scharrelen voor de deur en knikken me stimulerend en goedkeurend toe. Het wordt een rondje Zuidlaardermeer maar dan wel met een uitstulping langs Vries en Winde. Een meeuw langs Waterhuizen wijst ons de weg. Sereen wit fluitekruid, lichtblauwe seringen en diepgeel koolzaad bloeien als verzet in de Donbas. Het resultaat mag er zijn. Van 30,7 naar 31. Per uur. Een nieuw record.