“Mooi ja…”

Met een krant gaat hij naar het terras aan de A. Kleurige Effio-sokken zichtbaar onder niet te lange broekspijpen. Het hippe buurtcafé met keurige zitjes aan het water heeft alles om zijn favoriet te worden. Maar dat gaat niet lukken. Studenten, ambtenaren en morsige accountmanagers in de zorgsector plakken aan stoelen als bierschuimresten aan snorren. Buurtgenoten wachten niet graag op een buurtcaféterrasstoel. Het is nog vroeg. Hij heeft geluk. Naast hem een blonde vijftigplusster uit Winschoten-noord. Haar springerige kuif, Groningse accent, minieme scheurtjes in d’r red-hot-pepper-lipstick met een fijne gloss doen het goed in de zon en verwarmen hem. ‘Woont u hier in de buurt?’ vraagt ze hem als hij naast haar neerstrijkt. Ze glimlacht terwijl ze liefdevol naar twee duiven kijkt. De man kijkt haar vrijmoedig aan met een u in jij veranderende blik. Ondertussen vraagt hij zich af wat het verschil tussen een legging en skinny jeans is. Zij: ‘Je ziet er niet uit als een duivenhater.’ ‘Nee,’ antwoordt hij berekenend. Waarom zou je een mooie vrouw ook tegenspreken. ‘Ik heb zelf lang duiven gehad, het zijn lieve vogels.’ ‘Mooi ja,’ zegt ze, zijn kant opschuivend. In de ene hand een glas wijn, met de andere schuift ze een lange lok achter haar oor met glimmertjes. Een beetje samenzweerderig gaat ze verder: ‘Maar de meeste mensen moeten van duiven niets hebben.’ ‘Sja, er zijn er die het ‘vliegende ratten’ noemen,’ antwoordt hij, na enig nadenken. Ze pakt een handjevol duivenvoer uit d’r broekzak en strooit het rond. ‘Duiven hebben een superscherp zicht,’ vervolgt ze geduldig. ‘Wist je dat duiven zijn ingezet bij borstkankeronderzoek? Ze zijn na twee weken training in staat tumoren op mammogrammen te herkennen.’ Zijn mond valt open. ‘Is dat zo?’ probeert hij quasi-verbaasd te klinken. ‘Ja, duiven kunnen dat beter dan getrainde wittejasdragers. Google maar eens.’ Haar aandacht voor haar gelegenheidsbuurman ebt plotseling weg. Ze fixeert nu een man aan de overkant van de A. Stuntelig, sullig type. Rode ribbroek met slijtlekken op de billen. Ongelezen NRC onder de arm. Ze gaat staan en zwaait, wat onwennig. Hij zwaait terug.

Journaal 15 mei 2022

Jeroen Brouwers is dood. Hij overleed afgelopen week, op 11 mei 2022.  Voor schrijvers is een dode schrijver een aanleiding tot schrijven. Tom Lanoye noemt Brouwers ‘de auteur die het populairst is bij andere auteurs’. Klopt. Ook bij mij stond Brouwers fier op één. Precies een jaar geleden schreef ik op www.klaastaal.nl:

“Jeroen Brouwers heeft met Cliënt E. Busken de Libris Literatuur Prijs 2021 gewonnen. Hèhè, die miste onze grootmeester nog. Even kijken, wie waren de andere genomineerden? Bekono, Blees, De Boer, Mortier en Rijneveld. Van dit vijftal gaat zeker jonkie Rijneveld in de toekomst met deze prijs aan de haal. Brouwers heeft sinds ik een verwoed lezer en compulsief obsessief lijstjesmaker werd altijd bovenaan in mijn top tien gestaan. Of het nou kerkorgels in Noord-Nederland (aangevoerd door de Martinikerk in Groningen), vrouwen in Sleen (houd ik nog even voor me), verderfelijke gebruiken in religieland (Joodse vrouwen die kaalgeschoren en gepruikt door het leven moeten), meerstemmige koormuziek (Hallelujah van Leonard Cohen of toch, ik kan niet kiezen: Sebben, crudele van Antonio Caldera?), dichters (Vasalis), prozaïsten (Brouwers), frauduleuze financiële instellingen (ABN), overbodige medische ingrepen (dotteren bij etalagebenen), onderbelichte groenprojecten (geveltuinen in steden), ongepaste plattelandsgebruiken (zuipketen voor volwassenen), racefietsen (Giant), zijn, ik weeg, rubriceer, wik, selecteer en rangschik. In mijn auteurs-top-tien moeten minimaal twee vrouwen zitten, een Fries, een veelbelovende jongere, een Belg en een korteverhalenschrijver. In mijn geval voldoet Lize Spit aan drie van deze eisen. Brouwers voert mijn lijst aan vanwege zijn veelzijdigheid in zowel vorm, sfeer, gevoel als inhoud. Hij is romancier, brievenschrijver, zelfmoordonderzoeker, pamflettist, necrologieënschrijver, journalist, anekdotist, essayist, vertaler, toneelschrijver, bloemlezer, feuilletonist, polemist, redacteur en ga maar door. Brouwers is een superieur stilist. Een veelschrijver. Oeuvrebouwer. Taalpurist. Prijzenpakker. Veel indruk op mij maakten: ’t Hout, Winterlicht, Kroniek van een karakter, De laatste deur, Bezonken rood. Themata in zijn werk: de nasleep van de oorlog met de jappenkampen, de destructieve effecten van het katholicisme, zelfmoord, eenzaamheid, dood, de zin van het leven.”

Hier laat ik het bij. Nederlands grootste schrijver, Jeroen Brouwers, is dood.

Journaal 8 mei 2022

Beter worden in een koor vergt inspanning. Met zeven tenoren stand houden naast veertig sopranen vereist inzet, volharding, discipline, fitheid en doorzettingsvermogen. Sneller worden op de racefiets ook. Je twee uren inspannen om je tijd met enkele seconden te verbeteren betekent enkele keren verrekte diep gaan. Fietsen is dan louter lijden. Bovenbeenspieren schreeuwen om rust. Knieën verhitten als radiateurs in retro convertibles. Bij een kruising of talud moeten lossen en dan met pijn in de benen weer aanhaken en heel even aan opgeven denken maar dan toch doorgaan en beloond worden met het geluksgevoel dat je weer aanhaakt als een D’66’er die de slip van Kaag even kwijt was, daarvoor doe ik het. Pijn in de musculus vastus lateralis wisselt stuivertje met pijn in de medialis en de intermedius. Zou intensief sporten echt stofjes vrijmaken die maken dat je voelt dat je niet zonder kan, als een jonge boer die verslaafd raakt aan het infuus van subsidiestromen naast almaar stijgende melkprijzen?

Een fietsafspraak maken is soms moeilijk bij volle agenda’s; ik stel onbesuisd 06.00 uur voor. Fietsmaat zegt na wegen en wikken ja. Ik verheug me er een hele dag op. Fietsmaat die ik eerder oneerbiedig El Obrero noemde is een tweede Bauke Mollema. Ons gezamenlijke max is 30,7. Fietsmaat zit solo op 33-plus. Om zo hard te rijden moet je tegen de wind een kleine 30 doen en voor de wind zo’n 38. Bochten, filerijdend stadsverkeer, grind dat van aannemersaanhangers af is geflikkerd, giertanksporen, valangst, paardenpoep en ongeveegde landbouwweggetjes stagneren als ‘echt Frans’ Groninger stokbrood in maagdarmkanalen. Om vijf uur verwarm ik de beenspieren, rek en strek geconcentreerd, ontbijt en lees een gedicht van Peter Theunynck.  Licht obsessief-compulsief werk ik nauwgezet mijn ochtendrituelen af als moslims het tafeldekproces voor het suikerfeest.

Tegen zessen maakt koude plaats voor frisheid, schemering voor diffuus licht en stilte voor merelgeluiden. De drie uit Emmen meegevlogen tuimelaars scharrelen voor de deur en knikken me stimulerend en goedkeurend toe. Het wordt een rondje Zuidlaardermeer maar dan wel met een uitstulping langs Vries en Winde. Een meeuw langs Waterhuizen wijst ons de weg. Sereen wit fluitekruid, lichtblauwe seringen en diepgeel koolzaad bloeien als verzet in de Donbas. Het resultaat mag er zijn. Van 30,7 naar 31. Per uur. Een nieuw record.

Havinga – Bach – Lutherse kerk – Groningen

Demonstratief de handen naast zich bungelend en dan toch met de voeten muziek maken als Barcelonese topvoetballers een rondootje tikkietakkiën, dat is Havinga ten top. Waxinelichtjes voor de voeten, een drankje na afloop en een entreekaartje op de pof. Goed geregeld allemaal in de Lutherse kerk. Luther mag dan een antisemiet zijn geweest, als naamgever voor een in Nederland minuscuul uit Duitsland geïmporteerd geloofje dat in een Groningse kerkparel verstopt is in de binnenstad, kan hij er mee door. De geboortedag van Bach is het, 21 maart.  Dat de spreekstalmeester wil laten zien dat hij ooit een negen op Duitse spreekvaardigheid kreeg en vergeet de microfoon aan te zetten en het publiek te beleefd is om dat te zeggen, mwaaah. De Kraak is goed gevuld. Slim om de mensen naar boven te dirigeren met een goede kijk op de musicus en de beganegrondvloer leeg te laten. En donders wat een verrekt goede muziek. De primitieve, middeleeuws harde kerkbanken voel je niet meer. Soms swingt het zelfs. Net als ik denk: ik hoorde recent een draaiorgel met Bachmuziek, laat Havinga een metalen molenwiekmechaniekje rondtollen bovenaan het orgel dat een vrolijk tingeltangelgeluid produceert. Nooit eerder gezien nog. Puur geluk! Het naast me zittende publiek veert naar voren als in een te bruusk remmende bus voor een onbewaakte overweg bij Winsum-noord en slaakt wel zicht- maar onhoorbare ah’s en oh’s; je ziet het alleen aan de monden die open en dicht gaan en wenkbrauwen die tot en voorbij de hoofdhaargrens worden opgetrokken. Na afloop praten we nog even gezellig na over de vraag waarom de Volkskrant liever drie pagina’s grachtengordeltekst produceert over een D’66 mannenhand op een vrouwenbil dan over FC Emmens promotie naar de eredivisie, over huisartsen die verslaafd lijken aan het voorschrijven van maagzuurremmers en liever klachten behandelen die voor 90 % vanzelf verdwijnen dan streng leefstijlverbetering voorschrijven en over de vraag hoe het mogelijk is dat Nederland nog steeds stijf bovenaan staat in de English Proficiency Index en of het wenselijk is dat 66-jarigen gemiddeld boven de 30,7 km/u willen moeten kunnen fietsen.

Emmen – Groningen: drie nul

Verhuizen is een soort scheiden. Je levert een oude woonplaatspartner in voor een (vaak veel jongere) nieuwe en je hoopt dat de verandering een verbetering is. Jullie waren uitgekeken op elkaar, de spanning was weg, ze deed geen moeite meer voor je en beiden had je elkaars gevoelige plekjes vergeten. Na een jaar maak je de balans op. Je kijkt met je hart naar je ex en je gaat na of de scheiding zo leuk is als je had gehoopt.

Het antwoord is ja. Maar er zijn, als je goed kijkt, haarscheurtjes zichtbaar, waaronder één grote, een scheur als een aardbevingsspleet.

Groningen. Het ergst is het oer- en foeilelijke stadshart, de Grote Markt in Groningen. Kaal, onverzorgd en goedkoop ogend met een aan afkeer grenzende onverschilligheid voor bezoekers. Bedorven geuren zelfs. Keien die als basaltblokken zijn gelegd: struikelstenen. Waar je ook kijkt: lelijkheid. Zelfs nieuwbouw is akelig en schraal als de huid van een Russin die zich zonder thermo-ondergoed heeft blootgesteld aan de permafrost in Omsk-Zuid. Guur. Koud. Grijs. Stadsbussen omcirkelen het plein als panikerende aardbevingsslachtoffers in gebreke blijvende hoogwaardigheidsbekleders. Energiek tortelende duiven worden weggejaagd met een agressie die omgekeerd evenredig is aan de vermeende overlast. Het enige lichtpunt is het door een nauwe kier zichtbare Forum en, nou ja, de Martinitoren.

Emmen. Wend nu je blik naar het Raadhuisplein in Emmen. Vriendelijke, gerieflijke, luxe hardhouten banken. Chic verlicht. Bomen en planten die doen denken aan de wulpse plantsoenen van Piet Oudolf bij museum Voorlinden in Wassenaar. Waterpartijen. Niet een schrale fontein die een beetje in het wilde weg druppelt als een impotente Amsterdamse wethouder die denkt dat vrouwelijke ambtenaren snakken naar zijn hand op hun billen. Nee, kleurig verlichte, verrassend fier spuitende stralen. Verderop een langgerekte watergoot voor badderende kinderen en hun opa’s. Meanderende grindpaden. Terrassen. Gerecyclede appartementenbouw. Een superieur geel kunstwerk van Nick Ervink. Nergens snelverkeer te zien dan in de aanvoerroute naar de tunnelbuis onder het plein door. Voor de jongeren die elders als paria’s met de nek worden aangekeken een supermooie skatebaan. Hip. Sexy. Tolerantie en variatie ten top. Groningen, laat je inspireren! Pak me in, verleid me.

Winterfietselfstedentocht VI

Op mijn leestafel ligt, naast Komijnsplitsers van Rijneveld, Fietsersbillenverzorging in zeven stappen en de langefietstochtenbijbel ‘Mytische fietstochten in Europa’ van Lonely Planet. De Elfstedentocht ontbreekt. Daarmee wordt het boek een belastingalmanak waarin Box I met giftenaftrek is vergeten. Als een daytrader die het verloop van put- of call-opties monitort, bestudeer ik dagelijks drie keer de meerdaagse van ‘buienradar’. Engelse wolken probeer ik door visualisering boven het Kanaal te laten ontladen. Met mijn hand op het laptopbeeldscherm de KNMI-thermometer omhoog laten schieten is nog wat lastig. Het gaat zondag veertien graden worden. Ik fantaseer over gladiolen. Maar eerst pasta, broccoli, bonbons, powernaps, kip en zon.

Zondag nog stukske gefietst met Masters van Spaak, incl. bedrijfsdirectie. Kristusziele, gaaf! Ooit een Citroën- of Lanciadealer meegemaakt die drie uren met klanten meegaat naar zandverstuiving in Bakkeveen, het strand bij Lemmer of de Rommelmarkt in Appingedam? Mevrouw, liefhebber van High Intensity Training in sportscholen, had het tochtje licht opgevat en fietsbroek met zeem thuisgelaten. Vierde fietsster voelt dat een bakje yoghurt als ontbijt aan de krappe kant is. Maar ze houdt vol. Snelle Jelles zijn als methadon voor dakloze gebruikers, de Matthäus Passion voor atheïsten, het hoofdstuk ‘miscellaneous’ in de dsm-bijbel voor weifelmoedige klusjespsychologen.

Mijn gedachten waaieren uit als vrolijk, onbezorgd fladderende plastic zakjes naast de prullenbak op Reitemakersrijge. Zondagavond een concert in de A-kerk. Bekeken door het Schnitgerorgel klinkt barok met Telemann, Graupner, Flasch en Bach. Uitgevoerd door Counterpoints. Contrapunten. Klinkt als echtpaar dat twee voordeuren gebruikt en apart slaapt. Na het concert een halve liter koude Veltins. Patat met joppiesaus in het Groninger Friethuys in plaats van Henri Schut met ‘Sport in beeld’.

Mijn stuurspiegeltje is onmisbaar. Gek, maar waar blijft de verplichting er één te hebben? Bij Speedpedalecs is-ie al geïntegreerd. Duurde de invoering van autospiegels aan passagierszijde ook zo lang? Mijn Sigmakilometerregistrant gaat dood. Ik bestel gelijk een nieuwe bij de Spaakdirectie. Fietsers zijn in een oogwenk vertrouwelijk. Als ik vertel over Marte Rölings zilveren duif op een rotonde op Tynaarlo’s bedrijventerrein, ik twijfel of je het industrieterrein kan noemen, waarvan er een gouden miniatuur in het UMCG staat, straatje oncologie of tandheelkunde, gaan we vertellen.

Winterfietselfstedentocht V

Fietsbedrijf SPAAK heeft de naam MASTERS bedacht voor senioren die op zondagmorgen een kleine 60 kms willen doen in een lief tempo. Goeie naam! Twee liefhebbers vergezellen me. Gemiddeld zijn we nog geen 60. Het wordt een heerlijk ritje, voor mij tussen twee woensdagen in met ritten van 130 en 170 echt een hersteltocht. Op maandag wil El Obrero ook een herstelrondje doen. Een kleine veertig worden het met bijna 30/u. Mijn lijf protesteert niet en herstelt graag. Dat betekent topvorm. Bovenbenen steigerstaal, dat werk.

Woensdag een flinke fietslus. Ik vertrek om 06.00 uur. Ondanks oostenwind ga ik zuidwaarts. Mijn Sigma kilometerteller is bevroren en geeft bij de start al op. Vervelend. Supervervelend voor een gewoontedier dat er in 1980 vanuit ging dat ‘Rituelen’ van Cees Nooteboom wel over amateurracefietsers moest gaan. In Borger, na ruim 40 kms en even onder de oksels heb ik Sigma weer gereanimeerd. Ook mijn handen zijn in- en inkoud, als het gevoelsleven van het Voltbestuur tegenover een vurig kamerlid. Ik vrees voor amputatie van mijn artrosepink, wit als de bloem van O’Keeffe.

Zoals biljarters voor elke driebander de loop van de witte bal visualiseren alvorens met de keu een stoot, of soms een kets te geven, visualiseer ik in de schemering de tocht. Van Drenthe maak ik Friesland. Zuidlaren wordt Sneek, Eext is IJlst en Borger Sloten. Het werkt. De stempelkaart wordt mijn telefoon waarmee ik het thuisfront geruststel en Google de gelegenheid geef me te volgen. Bij de dichter en de leraar in Odoorn brandt om 08.00 uur nog geen licht. Ik pauzeer bij een ouwe fietspik in Emmen (visualiseer: Balk) met wie ik ooit voor het eerst gemiddeld 30 jakkerde van Haren naar Emmen. Of ik even een verwarmde pittenzak op mijn verkleumde ledematen wil, vraagt zijn vrouw. De schat! Koek, gedeelde fietservaringen ophalen, citroenthee met honing en buurtverhalen ontdooien me.

In de zon naar Coevorden en De Krim. Dan via middeleeuwse fietspaden in Elim, Nieuw Moscou, afbuigen naar Hoogeveen en noordwaarts naar Beilen, Assen en Downton Abbey. Van Haren naar Groningen hang ik -met toestemming- achter een Peugeot Kisbee Active E5, gereden door een sympa wintermuts met driedagenbaard uit Zeijen op weg naar de Van Mesdagkliniek. De 170 kms geven me vertrouwen voor Friesland. Wy sille sjen.

Winterfietselfstedentocht IV

Vladimir valt Oekraïne binnen en Franky scoort eindelijk weer eens voor Barca. Ik luister elke dag naar flarden betoverende muziek uit de Mattheüs Passion, lees in Komijnsplitsers en blijf me verwonderen over nieuwe woorden. Friese paarden, virussen en stormen krijgen namen die alfabetisch oplopen. Natuurlijk klinken Delta, Eunice, Franklyn en Omikron minder sympathiek en appetijtelijk dan Foekje, Guoitske, en Neeltsje. Fietsers zien ook liever paarden dan zwarte wolken. Ik sla de zondagse fietstocht voor de eerste keer sinds eeuwen over en geef me over aan Rijnevelds nieuwste poëziebundel. Ondertussen bereid ik me voor op een midweeks tochtje van 125 km met Tío Pedro.

Fietsen biedt me tijd om mijn gedachten te ordenen. Heerlijk je te kunnen binden aan een nieuwe topschrijver. Rijneveld staat nu al voor Rooseboom en Wieringa. De titel ‘Komijnsplitsers’ pijnigt mijn hersens. Ik proef nagenietend van nieuwe woorden als afbiljoenen, lijden aan burchtverlies, biezenweer, polijstverlangen, merkelmes, heiregister, kilkeper en meer, op elke pagina meer!

Mijn fietsdoel is om na 130 kms fit thuis te komen. Krachten sparen dus. Zon, matige wind, krakende takjes op Drentse fietspaden, maken het tot een bijna zes uur durend plezier. Gelijk aan de tijd van zes praatprogramma’s met liefhebbers van sociaal incestueuze beantwoorders van geslotenvragenstellers. Praatprogrammamannen willen Vormeinungen bevestigd te zien als Poetin bankafschriften van westerse banken die zijn daden ‘uiterst scherp’ veroordelen. De fietstocht is gelijk aan de tijd van drie zaterdagskranten of twee digitale D66 webinars over stedelijk woonklimaat waarin de frases ‘opgetelde plancapaciteit’, ‘uitgekristalliseerde leefbaarheidsplannen’, ‘fuck VOLT’ en ‘een stukje openbaar vervoer’ voorkomen. Bijgewoond door maar liefst 28 schattige partijtijgers.

We kiezen deze keer voor een elfdorpentocht: Zuidlaren, Eext, Gieten, Gasselte, Borger, Emmen, Aalden, Orvelte, Westerbork, Zwiggelte, Vries. Iets langere afstanden worden gewoon.

Pedro leest The Guardian en laat Nederlands nieuws van zich afglijden als Vlaamse Gaaien waterdruppels. Ik praat ‘m bij over Mannes, Emmens surplus aan voetbalgogme en poneer de stelling dat je aan fietspaden kan zien of de burgemeester een fietser is of een Teslajongen (in Drenthe zijn geen vrouwelijke burgemeesters). Emmens burgemeester Eric van Oosterhout onderhoudt de fietspaden als drilrapgroupies hun billen: geveegd en strak. Marcel Thijsen van Tynaarlo en Jan Seton van Borger/Odoorn verwaarlozen bosfietspaden als Jong Ajax de defensie tegen een oppermachtig FC Emmen.

Winterfietselfstedentocht III

Buienradar volg ik intensiever dan Oekraïnenieuws of Volt dat (primeur!) een vrouw heeft betrapt op grensoverschrijdend gedrag. Wat Gündoğan gedaan of gezegd zal hebben prikkelt mijn nieuwsgierigheid als tassenwinkels oudere vrouwen. Of heeft Volt gewoon last van het in Den Haag enig zichtbare, overassertieve Tweede-Kamerlid dat zich aan ‘s fractieleiders bleekheid ontworstelt en zich ondubbelzinnig uitspreekt?

Maar of Buienradar bestuderen zin heeft? Op 13 maart, in de echte tocht, hebben we ook geen keus. Dan maar op zondagmorgen het eerste stuk voor de wind rijden en onderweg elkaar praatjes verkopen. Met als ongewenst bij-effect: tegenwind aan het eind. Uitgewoond, kapot, gesloopt en dat al na 106 kms. Grijpskerk, hometown Kollum, Anjum, Lauwersoog, Houwerzijl glijden voorbij als cocaïnecontainers langs de Rotterdamse douane. Duizenden ganzen kijken ons als omgekeerde wappies glazig aan: even online een petitie invullen, okee, maar meedoen in de Black-Lives-demonstratie gaat veel te ver. De vogels herkennen mijn einde-der-tijden-gevoel net voordat ze door een zeearend worden verschalkt. Ik word slechts tijdelijk opgegeten.

Op de terugweg heeft hongerklop mij in de tang. Mijn lijf stelt me voor raadselen. Wat gebeurt er? Ik word gemangeld. Uitgeknepen. Verpulverd. Benen, fietsers zeggen poten, als losse flodders. Longen lekke ballonnen. El Obrero’s reepje helpt niet. Welk gevoel beheerst dan de zesenzestigjarige? Twijfel natuurlijk, wantrouwen vermorzelt vertrouwen. Het lijf zwabbert en dweilt. Verdomme. Onbegrip. En onmiddellijk daarna als in het rouwproces na de dood van een kennis die tegen beter weten in waarde blijft hechten aan facebook- of groepsappfelicitaties: schrik, rouw, berusting en aanvaarding. Behalve voor de overledene gaat het leven wel door, hè. Mentaal herstel volgt vlot met een tactische aanpassing: rustiger starten, vasthouden aan wedstrijdplan.

Duurt een marathon voor geoefende goedwillende amateurlopers een uurtje of drie, vier, deze fietstocht is maar liefst een drievoudige Ausdauertest. Eerder pauzes inlassen dan maar, langer rusten. Uitrijden is belangrijker dan een hijgerige tijd neerzetten. Volgende week met 25 kms erbij naar 125. Door de week een herstelrondje van 50. Wy sille sjen.

Winterfietselfstedentocht II

Op de dag dat de wedstrijd Tegendewindfietsen wordt gehouden befiets ik NW-Groningen. Zie de eerste 75 kms geen e n k e l e fietser. Ik fiets in de cadans van ‘Hoe sterk is de eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot. Voel me als die ene VVD’er die denkt dat Hofstadgroepslid Soumaya Sahla nog een kans verdient. Of die enkele CDA’er die begrijpt waarom christelijk onderwijs fnuikend is voor onderwijskwaliteit en waardenvrij onderwijs.

Harde wind. Ik doe Grijpskerk, Zoutkamp, Pieterburen, Winsum, kleine 80 kms. Rijd een dikke veertig voor de wind vanaf De Kolken voor Hornhuizen naar Pieterburen. Fietsgenot wint van slagregens. Natte hagel. Winterse kou. Mijn door- en doornatte versteende handen haken aan het ligstuur als de vingers van brave huisvader Marc Overmars aan  vrouwen intimiderende whatasappberichten. De sneue digitale potloodventer & Ajax-haan heeft het figuur van Mao Zedong. Hij staat tussen Zedong en Zhang Gaoli.

Dat voormalig vice-premier Zhang Gaoli tennisster Peng Shuai  bepoteld of aangerand zou hebben verbaast me niet. Chinese partijbazen zijn als betaaldvoetbalmannetjes. Liet good-old Mao Zedong zich er niet al op voorstaan dat hij zijn druiper kon genezen door steeds een nieuwe Chinese maagd ongevraagd te penetreren? Zijn quote ‘Ik was me in vrouwen,’ zou een aan het Rode Boekje gehecht addendum kunnen heten.

Irene Wust wint goud in China, terwijl slachtoffer Sjinkie Knegt, de arme man die niet wist dat thinner brandbaar is, klaagt over schwalbes van tegenstanders. De China-show beheerst de kritiekloze vooringenomen t.v. met ongegeneerde propaganda. China huurt Nederlandse ijsmeesters in. Daarmee koopt Nederland medailles. Sportkansenschendingen. Mensenrechtenschendingenkampioen China ruil ik graag in voor nieuws over T-cellen van een tachtigjarige fietser die zouden lijken op die van twintigjarigen. Verbaast me niks. Ik voel het elke dag aan mijn stalen bovenbenen.

Kom versteend terug. Ben weer een zesjarig kind dat na schooltijd te lang is doorgegaan met sleetjerijden. Vraag vrouw I om rits van fietsjack te ontsluiten. Moet op jacht naar waterdichte handschoenen wil ik dit weer op 13 maart ’22 kunnen weerstaan. Een doordeweeks hersteltochtje langs Winde, Bunne, Peize, Eelde is een tussengerechtje in Pomphuis. Heerlijk, ter voorbereiding op het lekkerste. De monstertocht annuleren kan natuurlijk ook altijd nog.  Zegt men. Wy sille sjen.