‘de barones’ van de Kia-picanto

Naar onze deelauto lopend zie ik een mevrouw met een aangelijnde hazewindhond. Fijne tante. Doorsnede Agnes Kant en Carola Schouten. Watergolven met een nauwelijks zichtbare paarse gloed op haar hoofdhuid, oorringen, rinkelend nepgoud onder de halfopen jas, guitige oogopslag, aangezette wimpers en gelnagels, ‘rosso pomodoro’, my favourite. ‘Lijkt veel op Siebelinks, god hebbe zijn ziel, hond Tikker,’ etaleer ik, naar haar hond wijzend, mijn literaire kennis in de aanloop naar een gesprek.  ‘Ha, I know,’ antwoordt ze vlot, ‘hond dood, vrouw dood, misschien dat hij zich nog aan bijbelse sprookjes kan vastklampen, maar wat een schrijver!’  Met een geroutineerde handbeweging sluit ze op afstand haar KIA-picanto.

Ze woont sinds kort in Stad en is dolgelukkig met de groene strook aan Praedinius, vertelt ze. Als de hazewind zijn rug kromt en zich schrap zet om een drol te draaien, pakt zij, die ik in gedachten al ‘de barones’ noem, zo’n transparant bezinetankershandschoentje uit d’r tas en maakt aanstalten om de, laat ik het woord dampende achterwege laten, verse drol op te rapen. Met een routine die me blij maakt schudt ze het handschoentje, automatisch binnenstebuiten kerend, af, zodat ze de geplastificeerde drol opvangt in haar handpalm. Ze glimlacht warm.

We lopen rustig pratend verder. Net als ik haar wil uitnodigen voor een kop thee in Luhu, zegt ze: ‘Wacht vent, even dumpen,’ en wijst naar de vuilnisbak aan de straatoverzijde. ‘Ja,’ gaat ze door, ‘ik zie je kijken, niks aan de hand hoor, straks even de handen wassen en klaar.’

In de hoek van de serre gezeten, onder het enorme tableau van mos dat me aan mijn Fleischmanntreinopstelling uit mijn jeugd doet denken, praten we in Luhu verder.

We keuvelen over literatuur, honden en smerige kwarweitjes. Bij dat laatste onderwerp kijkt ze me uitdagend aan alsof ze wil zeggen: en nu jij. Ik denk terug aan de tijd dat we in het Drentse dorpje S. woonden. Het grote grasveld werd geteisterd door mollen. Van buurmannen Bertus en Jo had ik mollenklemmen geleend, maar vergat ze te checken. Ik pakte de onzicht- en onruikbaar tot milde ontbinding overgegane mol op en wilde ‘m weggooien. Het staartje knapte en de mol verdween in mijn Welkoop-laars. Geschrokken stapte ik naar voren en plette kleine Momfer tussen de stugge harde laarsschacht en mijn scheenbeen. Ik voel het nog.

Toekomst van de Diepenring

Stad discussieert over de toekomst van de Diepenring. ‘U wordt verzocht groot te denken,’ zegt de dagvoorzitter, vlotte vijftiger met ouderwetse vouw in de pantalon, uitnodigend. Okee, denk ik en gooi iets in de groep: tover de tweebaans Praediniussingel om tot een enkelbaans met een urban-sports-park waar nu de hondenuitlaatplek is. Een vrouwelijk groepslid, slimme oogopslag, typisch GroenLinks, roept: ‘Maak, op weg van een autoluwe naar een autovrije binnenstad, de binnenstad enkel toegankelijk voor deelauto’s.’

Een oud-steward met Pippi Langkous-staartjes en een kekke oorpiercing wil geen katten meer op straat, het zijn immers huisdieren, dus laat die dan ook binnen, vinden de gevederde vrienden vast ook niet erg. Mijn buurman, een sympa gewezen buurtsupereigenaar uit Stad met artistieke wallen onder de ogen die me aan Derrick doen denken, oppert de waterkwaliteit in de gaten te houden. ‘Het Groningse water is als de natuur in Bonaire of Wierd Duk op X: een open riool.’

Hij heeft groot gelijk, denk ik, terwijl, zijpaadje, het allemaal zo eenvoudig is, zoals mijn nieuwe vriend, (nog steeds) student rechten me influisterde: vraag booteigenaars een foto te maken van de correcte afvoer van zwart water, datum erbij en welkom op de Diepenring.

De Diepenring, circa 4 kms met 16 bruggen, kent inmiddels enkele parels: het houten terras aan het water met koffiehuis Dudok aan de Turfsingel, de Kattenbrug en omgeving, de stalen steiger aan de kop van Reitemakersrijge, de hyperromantische zij het wat verkommerde Noorderhaven en de langste zitbank aan de Winschoterkade. En nu de kijkersvraag: Wat weerhoudt Lage en Hoge der A van toetreding tot deze lijst? Dat moet de auto zijn.

Ik droom wat weg en denk aan bruggen die graag eye-catchers waren geworden en waar Groningse decision-makers als de dood voor zijn. Sneek met zijn Krúsrak, een supermooie houten brug over de rondweg. Emmen met een Calatrava-achtige pyloonbrug, Buenos Aires een Vrouwenbrug van Calatrava en Rotterdam, nou ja ieder kent de spectabrug over de Maas.

En Groningen? Groningen sukkelt af op een dertien-uit-een-dozijn, oubollige stalen brug als opvolger van de kaduke Visserbrug. ‘Ja,’ zegt de projectleider bij de voorlichting op een zondagmiddag maanden eerder in een Gronings retrocafé royaal, ‘er komen wel sierende details in de leuning.’ Hij bedoelt, vrees ik, een neppe jugendstil-krul aan de vier uiteinden van de leuning, waaraan voetgangers zich plegen vast te klampen, van die noviteiten waar vooroorlogse smeden zich op uitleefden als ze een pisbak voor A’dam smeedden. (foto’s: Terras Dudok Turfsingel, langste bank Winschoterkade, Noorderhaven, Kattenbrug, Reitemakersrijge

Filosofenpad Groningen

Filosofie wordt door Ajax-coach Farioli uit het slop getrokken. Hij beschouwt het leven, stelt vragen, lacht en toont denkrimpels. De combi trainer-filosoof komt weinig voor. Of filosofie uitsluitend naast een gewoon beroep kan floreren? Zeker. Op scholen is wel eens een filosoof te vinden als er onvervulbare vacatures zijn.

Groningen heeft, na Franeker, Kyoto, Leusden, eindelijk zijn eigen filosofenpad. Of paadje, langer dan anderhalve kilometer zal het niet zijn. Dankzij Foppe ten Broek, die in het A-Kwartier de heldenstatus verwierf na zijn inspanningen de kleindochtertekening Smokje op een muur te krijgen.

Het filosofenpad is nog niet erg bekend, van de tien aangesproken wandelaars, fietsers, hardlopers, mediteerders en Horecamedewerkers kende niemand het nog, en de startplaats blijkt in de praktijk nog niet heel eenvoudig vindbaar. In de vorige zin schuilen twee adviezen aan de initiator: deponeer folders bij terras Meerwold en plaats twee bordjes, één bij de afslag op het fietspad nabij het Nonnengat en één bij de afslag naar de start bij stap 1.

Een begeleidende folder toont elf (in de praktijk ongemarkeerde) punten met een stelling van Aurelius (121 – 180 na Christus), in de folder een wijsheid genoemd. Stel je van deze wijsheden niet te veel voor, het zijn de goedbedoelde aanwijzingen – ‘Uitdagingen zijn geen obstakels, maar kansen om te groeien’ – van ouders tegen kinderen, schaatscoaches tegen pupillen, leraren maatschappijleer tegen pubers over standvastigheid, verantwoordelijkheid, zelfbeheersing, verbinding en meer. Al wandelend schud je zelf zonder veel moeite nog 10 Aureliusiaanse tegeltjeswijsheden uit de mouw.

De wandeling voert je door een verbluffend mooi stukje nieuw ontsloten natuur aan de periferie van Groningen. Een romantisch pad voorbij het Nonnengat, afwisselend door bosschages, langs water, over kronkelende watertjes met uitzichten over het Hoornse meer en in de verte The Wall House. Aan de waterranden een overvloed aan waterplanten, watervogels en als je even door de knieën gaat kruipertjes, krabbertjes en wriemelend kikkerdril als spermatozoïden in een gezinsverpakking van een IVF-centrum. De natuur hier is nog onwetend van de PFAS-vondsten enkele kilometers verder naast vliegveld Eelde. En boeren die pesticiden rondspetteren als kardinalen wijwaterkwasten naast de kist van de tot heilige vader gemaakte Franciscus zijn hier nog niet bekend.

Op de paden een keur aan door witte mannen en vrouwen aangelijnde en soms voortgetrokken labradoodles, gemuilkorfde pitbulls en straathonden. Uiteraard ontbreken pauzerende senioren met van kleurrijke fietstassen voorziene e-bikes niet. Foppe: Hut ab!

Basisschool Wenen minder preuts dan lesboek Gronings

Heb je ooit in het onderwijs gewerkt dan blijf je alles volgen wat over je oude vak gaat. Ik houd de Volkskrant bij, vrienden sturen wetenswaardigheden uit Trouw en NRC. Ook films over het onderwijs hebben mijn belangstelling; ik zag Dead Poets Society, Être et avoir, Les choristes, Druk, om maar een paar te noemen. En nu dus ‘Favoriten’.

Een basisschoolklas in Wenen-centrum wordt vier jaren gevolgd. Schitterend gefilmd. Een juf die door iedere docent als collega wordt gewenst en leerlingen met verschillende achtergronden. Juf Ilkay heeft Turkse roots en begrijpt haar leerlingen en hun ouders.

Alles wordt gefilmd: de doorsneeles, correctiemethoden, gym, klassenuitjes naar een moskee  met een sympa imam, en aan een dom met een drammerige pastoor die maar blijft zeggen dat de Stephans Dom van iedereen is. Bij een evaluatiegesprek blijkt dat de Mac iets meer imponeerde dan de kathedraal. Zwemmen waarbij het probleem van obese kinderen duidelijk wordt, ouderbezoekjes, toetsen (inclusief het teruggeven van de resultaten). Soms indringende ruzies (inclusief het bijleggen), hartverscheurende huilpartijen maar altijd weer de juf die begrijpt en vertrouwen biedt, structuur, variatie in lesinhouden en verantwoordelijkheid, betrokkenheid en deskundigheid toont. De lessen worden onderbroken door fantastische energie opwekkende wilde dansjes.

Met de islamitische achtergrond van juf en bijna alle leerlingen zit de kijker op het puntje van de stoel als er hete hangijzers voorbijkomen. Bijvoorbeeld bij de verschillende rollen van (dominante, Duits sprekende) vaders en (onderdanige, Turks blijven sprekende) moeders èn de biologieles. Op een levensgroot getekende man en vrouw worden lichaamsdelen geschreven. Ik moet denken aan mijn cursusboek Grunnegs ‘Zeg t mor’ waarin een identieke tekening wordt getoond, waarbij de schaamstreek enkel ‘geslachtsdailen’ vermeldt. Onze Weense juf spoort de leerlingen (basisschoolkids van zes t/m tien) aan de erbij passende woorden: ‘vagina’, ‘vulva’, ‘penis’, ‘ballen’ uit te spreken, erbij te schrijven en er, op ware grootte, bij te tekenen.

Mijn geslachtsdeelkennis van het Gronings beperkt zich tot ‘deus’ uit de uitdrukking ‘dij vraauw hef heur deus nait mit pissen versleten’. Even kijken wat de bejubelde K. ter Laan te bieden heeft: wel ‘lul’, maar bij ‘kut’ staat iets over ‘knikkeren’. Zou Van der Laan een man zijn? Geen ‘vagina’, ‘penis’ of ‘c(k)litoris’, wel ‘klit’ (=’klaar’), ‘klitse’ (vrouwspersoon die mannen naloopt; oorspronkelijk betekent ‘klitse’ ‘teef’). Nou ja, ik ga nog even door. ‘Masturberen, vingeren, aftrekken’: niets. Bij ‘òftrekn’ staat weliswaar ‘aftrekken’, maar in de betekenis: ‘zich laten fotograferen’. Nadenken dus, als je aangeschoten buurvrouw na een buurtbarbecue je in het steegje influistert, ‘schiere mirreg mienjong, zöl k joe nog eem òftrekken veur n aiwege herinneren?’ Hahaha. Aander moal meester Reinder mor s vroagen.

Taakstraf bij de riooldiensten; hoe simpel wil je het hebben?

Je zou het niet zeggen als je ze ziet: de doorsnee Forumbezoeker, IDFA-verslaafde, Volt- of CDA-congresgangers, bitcoinverzamelaar: op het oog keurige plooiroktypen, maar ze zitten nog niet op het weekendbootje of ze veranderen in ordinaire, illegale watervervuilers met smerige nagels. Anders dan camper- en caravaneigenaren die hun compacte, gepoetste toiletjes keurig ledigen in chemische stortbakken, flikkert de gemiddelde kajuitjachteigenaar de inhoud van de poepdoos overboord.

In ‘Morele Ambitie’ schrijft Rutger Bregman over de in Londen gevestigde school ‘Charity voor Entrepreneurship’, een stoomcursus voor Omvangrijke, Onderbelichte, Oplosbare problemen. Moest ik aan denken toen ik met rechtenstudent Sal-Teun van Albertus-Magnus sprak over de oppervlaktewatervervuiling in Nederland. En in Stad. Wat kun je doen om eigenaren van pleziervaartuigen te dwingen hun zwarte water niet in het Reitdiep te lozen maar keurig bij een installatie van de havendienst?

Wij zijn gemotiveerde bezoekers van de Dutch Design Week in Eindhoven. Willy-Wortelachtige typen bedenken de meest interessante, creatieve producten en diensten voor complexe, maatschappelijk relevante vraagstukken en doelgroepen. Met jongeren over grote problemen spreken is vaak nuttig. Ik zou zeggen: probeer het maar eens. Ze zijn (nog) niet behept met tunnelvisies, vooroordelen en verdachte, schampere aannames. Voortgezetonderwijsleerlingen gevraagd naar oplossingen voor parkeerproblematiek wijzen in een handomdraai op het verdeelprincipe: wat is de fiets-autoverhouding, wie zijn gebruikers, hoe groot is de ruimte, welke visie is onderliggend: verdelen maar.

Terug naar de illegale lozingen. Sal-Teun, geconfronteerd met het gemeentelijke argument van gebrek aan handhavers, toverde na tien minuten en een Leffe-blond een oplossing uit de mouw. Draai de bewijslast om: laat de booteigenaar bewijzen dat hij (schippers zijn voor 99 % mannen) het goed doet. Verplicht hem een foto te maken van elke keer dat hij de poepdoosinhoud laat verdwijnen in de daarvoor ingerichte installaties: hoeveelheid afgevoerd zwart water met datum. Dan pas krijgt de Heiltje 23, de MarKees, de Lauwers, de Horny Lover of de Klipperstrada toegang tot de Diepenring. Geen bewijs, dan een enkeltje terug naar de Onlanden en een maand lang een taakstrafje bij de riooldiensten. Sal-Teun, bedankt.

Burgemeesterswisseling in Stad

Ach ja, wie hield niet van Aboutaleb, de oud-Riffijnse burgemeester van 010. En dan die dekselse Halsema, Marcouch, Dijksma en Schouten: onbetwiste toppers, op het heilige af. Maar ja, wees eerlijk, (bijna) altijd van de goede partij. Geen kunst, die zijn boven de morele wetten verheven. Hoop je. Van Aboutaleb had je het altijd wel vervelend gevonden dat hij zo met zijn godsdienst koketteerde. Je herinnert je zelfs een citaat waarin hij bekende dat hij zijn dochters het liefst zag trouwen met belijdende Moslim-bro’s. Burgemeesters moeten neutraal zijn. Dus geen info over religie, seksualiteit, financiën en paaldansclubbezoek.

Dat Groningens burgemeester ermee stopt, komt als een verrassing. Hoe gaat dat zijn, een aanstaande Schexit? In de eerste berichten hoor je over zijn werkpatroon. Werkweken van 100 uur, geen vakanties. Je denkt onmiddellijk:  wow, wat een arbeidsethos. Het tweede: slecht timemanagement. Had zijn omgeving, hoe noem je dat, secretariaat, entourage, kabinet, hem niet kunnen beteugelen? Geen privéwaakhond, reu of teef, naast hem die ‘m op tijd een weekje naar de Bahama’s, Schier, een Chinese massagesalon of Bad Nieuweschans stuurt? Toch verbaast die zogenaamde 100 werkuren je niet. In de drie Stadjaren ontmoette je de  burgemeester twee keer. Beide keren bij een bepaald niet vluchtig wijkbezoek. Allebei keren was je verbaasd. Dat iemand van een partij met aan het landelijke hoofd een nitwit (zeg nooit sloerie), zo wijs, doortastend en open-minded is. Met een hart voor grote problemen.

In de regiokrant begint het kwartetten. Een voorpagina met pasfoto’s van mogelijke opvolgers en obligaat geblaat over lastig te vullen grote werkschoenen. De helft van de namen ken je. De meesten uitgebluste, afgekauwde, uitgelebberde typen. Er ontbreken twee kanshebbers: Mirjam en Diederik.

Als je de partijnaam van de sollicitatiecommissievoorzitter ziet, dan weet je de partij al van de interimmer. Een vrouw waarschijnlijk, dan kiest het old-boys-network daarna weer een man, Diederik stoomt zichzelf al klaar bij de Gasunie. Je vraagt je af waarom het instituut locoburgemeester bestaat als die niet wordt opgeroepen bij het stoppen van de zittende. Wij Willen Mirjam Wijnja!

Gastgezin, leuk!

Einde zomer en de tijd van geïnstitutionaliseerd vluchtgedrag naar verre streken is voorbij. Groningen trilt, bruist en vibreert als een oververhitte hallucinante Easy Toy met een te zware  batterij. De cultuur barst uit d’r voegen, loopt als champagne in een te klein festivalglas over de rand.

Op de Grote Markt de kermis, de Linkse Mannen bij Noorderzon, in Forum bijzondere films (‘Tatami’, Iraanse suspense met judoka en nare inlichtingendienst) en in de Lutherse kerk een orgelconcert met Antonio Garcia, die we na een gezamenlijk ontbijt al Tonnie zijn gaan noemen. En dan nog de versleten gouwe-ouwe Bommen Berend. Een boekenliefhebber doneert de autobio ‘Kortom’ van John Cleese. Van een fietsmaat krijg ik het rapport van de Groninger Kunstraad dat cultureel Groningen in de hens zet als fakenieuws over de VVD die de spreidingswet zou omarmen of de BBB de biologische boer.

Op de vraag van het Luthers Bach Ensemble om gastgezin te zijn voor musici, zeggen we volmondig ja. Gastgezin, leuk! In ruil voor een entreekaartje schudden we het logeerkamerbed op, plaatsen een extra ontbijtbordje bij, kuisen we de gasten-w.c., voeren we geen al te luide discussies over wie de vuilniszak wegbrengt of de vaatwasser inruimt. Ook de prangende vraag of Luther een rabiate antisemiet was stippen we slechts zijdelings aan.

Onze blikken worden verruimd door interessante gesprekken met een jonge Zwitserse organist, een getalenteerde fluitiste uit Amsterdam, een magische sopraan uit Oostende of een theorbespeler uit Zuid-Korea. We praten over klassieke muziek en drill raps, Gronings woon- en parkeerbeleid dat door de haves en de autolobby lijkt te worden gedomineerd, de oplossing (verdelen!) van het woningtekort in Seoul en de Randstad. En passant schep ik op over onze uitverkochte kerstconcerten met het Grootkoor in de Martinikerk en het Concertgebouw en wijd ik uit over Eric Scherder die beweert dat fietsen je letterlijk slimmer maakt.

Van het een komt het ander. EuroSonicNoorderSlag moet jaarlijks  5000 overnachtingen in Stad regelen voor musici, groupies, internationale bobo’s en randfiguren. We overleggen met de kwartiermaker. Men begrijpt onze wensen en we bieden onze tot studio gedoopte logeerkamer aan, op voorwaarde dat we geen doorsnuivende druktemakende dronkenlap krijgen toegeschoven.

Rieutheater

Muziek- en straattheater lopen in elkaar over als ingrediënten op de pizza Frutti di mare. Metaliger dan ik hoopte schalt Rieus microfoonstem door de warme straten van Maastricht. Vaste prik de eerste drie weekeinden van juli. Chanel nr 5 mengt zich met verdampende exquise shoarmageuren. De straat trilt; mergelresten laten los tussen de straatkeien als tandsteen in kloosterlingenmonden. Hagedissen, vleermuizen, doorgesnoven kapelaans en toeristische nachtbrakers schrikken nergens meer van. Na een lang fietsritje janken en knagen mijn bovenbeenspieren als ongesmeerde scharnieren in een roestige kapeldeur. Lekker gevoel, zegt de masochist in mij. Na 350 km fietsen voelen mijn billen als na een dagje proefliggen op een spijkerbed. Rug, schouders en armen zijn onderdelen van een lappenpop die op zachte, met babyolie ingevette verstellershanden wachten. Het Restless-legs-syndrome verspreidt zich over mijn hele lijf als covid in een volle lift met PWC-examenfraudeurs, met uitzondering van mijn verdoofde scrotum en pielemuis.

Ik zie een kier onder het scherm dat Rieus sprookjesmuziekwereld afschermt van Maastrichts aangeveegde nachtleven. Even liggen, denk ik. Het Hallelujah begint. Nee, niet dat van Leonard Cohen maar de evenknie van Händel. De muziek klettert troostend tegen de muren als regen na een droge zomer. Goosebumps all over. Fietsmaat Poga kijkt rond. De quasi-muzikale eenvoud, de grandeur, de toegankelijkheid, het gezwollene, de pracht, het antieke, maakt van Rieu een look-alike van leeftijdgenoot Springsteen. Alleen heeft Rieu hoorbaar de muziekschool wel afgemaakt en oogt hij topfit.

Terwijl ik vanaf de openbare weg een filmpje maak blokkeren grote mannenschoenen het zicht. Het wordt een spelletje. Verderop zie ik wijd uitstaande rode jurken. Fluit spelende meiden hebben iets met de verkleedkist op zolder, zie ik bij Rieu. ‘Hallo, hallo,’ hoor ik een brute kenaustem naar me bassen. Haar lijf in een zwart te nauw Kamala Harris-pak. Speekselbelletjes in de mondhoeken. Scherpe hoektanden. Rimpels in het voorhoofd als meanderende beekjes op een fietskaart van Routeplanner. Weggeschoren en buiten de lijntjes ingekleurde wenkbrauwen. Op de revers een Steward-Maastricht speldje met een gestileerd harplogo. Ik houd van rechtdoorzeeë vrouwen maar deze maat is me te groot. Ik stel een eenvoudige vraag waar geslotenvragenkoningen en –(kroon)prinsen van de NOS een puntje aan kunnen zuigen. Maastrichts straattheater. Wat hebben we een plezier.

Oog-TV en Navalny,

Over de Werkmanbrug fietsend zie ik op de plek waar doorgaans Riepeverkopers hun omzet bespreken, wat mensen staan. Ik wil doorfietsen, maar bedenk me. Navalny, denk ik. Even kijken. Als ik mijn Gazelle draai ontwaar ik een groepje televisiemedewerkers. Ik zie een plopkap met Oog-TV. Ja, er zijn mensen die naar Oog-TV kijken, merk ik na afloop.

Ben ik dat? is het eerste wat ik denk bij het zien van de serieus kijkende eind-zestiger die peinzend voor het Navalny-herdenkingsplaatsje staat. Praat ik zo? ‘Ze lijkt op Lynette Berenstein,’ denk ik bij het zien van de interviewster, zou ze ook tweebenig zijn? ‘Mag ik u wat vragen stellen?’ Waarom niet. De meeste antwoorden komen er vlot uit, alleen kom ik niet zo snel op ‘onnatuurlijke’ dood en maak er ‘mechanische’ van. Maar niemand die daarover valt en deze passage wordt niet uitgezonden. Of ik nog even wil poseren zodat de cameraman een shot vanachter de heg kan maken. Waarom niet?

Een duif, aan zijn loopje te zien een tuimelaar, komt parmantig stappend en bijna geil staartvegend, mijn kant op. Dan slaat de twijfel toe. Moet ik wel meewerken? De camera gaat weer draaien, ik kijk beschroomd/devoot naar beneden naar de bossen bloemen, de foto’s en Russische teksten en draai me om en zie weer de duif, een doffer die een duivin naast de heg in het oog heeft. Hij blaast zich op, koert, draait en probeert te snavelen.

De stem van de cameraman doet me aan Rutte denken. Mijn gedachten gaan, de tuimelaar volgend, de lucht in en ik zie Rutte die schaamteloos een keppeltje draagt als hij een Joodse herdenking bijwoont. Halsema, botweg mijn mantra ‘religies okee maar dan wel achter de (voor)deur’ negerend,  wil de serene uniformiteit van BOA’s teniet doen door hen mikpunt van spot te maken door hun ongegeneerd toe te staan religieuze en vrouwen-onderdrukkende, symbolen te dragen.

Mijn hand graait in mijn linker jaszak en ik pak een handvol duifvoer. Royaal strooi ik het uit en hoop dat de eindredactie mijn vredessymboliek begrijpt en er iets mee gaat doen. De duiven doen hun best. Waarom ook niet?

Autodelen

Als senior met een grote historie aan auto’s (ik tel er wel 15)  kostte het me moeite afscheid te nemen van onze laatste comfortabele auto, die ik nu, in retrospectief, een vette cabriodieselbak (zeg nooit heilige koe) noem. We willen het anders doen en zijn samen met buren gaan autodelen en rijden nu een Renault Clio, liefkozend Cliootje genoemd. Inmiddels is een derde buur toegetreden tot onze CCP (Clio Coöperatie Pompplein) en wie weet volgen er meer.

Tegelijk is de gemeente Groningen bezig met reclame maken voor autodelende buurtcoöperaties, waarbij 15 tot 20 buren in een coöperatie vier à vijf elektrische auto’s gaan leasen. In de randstad zijn coöperaties met 80 deelnemers en tien auto’s niet ongewoon. De gemeente Groningen en het overkoepelende platform (voor meer info zie: www.wijzijndeel.nl en duurzaamgroningen.nl/autodelen ) stimuleren het ontstaan van coöperaties met een gratis laadpaal, een vaste parking en administratieve ondersteuning. Coöperaties kunnen verschillende auto’s kiezen, voor elk type gebruiker geschikt, ideaal! In een bijgeleverd standaardcontract staat dat overschrijding van een bepaald aantal kilometers tot een lagere kilometerkostprijs leidt. Dat is een verschil met de CCP, die, duurzaamheid en dus minder autokilometers propagerend, bij meer kilometers op meer kosten uitkomt; logisch! De vaste kosten worden één op één gedeeld, de variabele kosten op basis van gereden kilometers.

Autodelen wordt steeds populairder. Cijfers uit 2021 melden dat van de 7.600.000 auto’s in Nederland er 87.800 deelauto’s zijn, dat is ruim één procent. Met gemeentelijke, provinciale en particuliere initiatieven gaat dat aantal snel stijgen, vooral in binnensteden. Bewoners van buitenwijken en plattelanden blijven gek genoeg meer beren op de weg zien, terwijl de positieve effecten bij veelrijders exponentieel groter zijn.

De voordelen zijn duidelijk: autodelen is (spot)goedkoop, veroorzaakt minder CO2-uitstoot, minder blik op straat, in binnensteden meer ruimte en door het coöperatie-aspect ontstaat meer verbinding. Mensen zoeken elkaar op, starten coöperaties en denken na en praten over duurzaamheid. Een bijzonder effect: autodelers gaan minder autorijden. Reden we ooit 25.000 kilometers per jaar, het afgelopen jaar was dat 9.000 en de daling zet, mede geholpen door een NS-kortingsabonnement, door. Interessante publicaties zien het licht, bijvoorbeeld ‘The uphill struggle of carsharing in The Netherlands’. Nog een voordeel: burencoöperaties kunnen hun werkveld verruimen met de inbreng van (weinig gebruikte) keukenapparatuur, (tuin)gereedschappen en bakfietsen bijvoorbeeld.