Journaal 8 mei 2022

Beter worden in een koor vergt inspanning. Met zeven tenoren stand houden naast veertig sopranen vereist inzet, volharding, discipline, fitheid en doorzettingsvermogen. Sneller worden op de racefiets ook. Je twee uren inspannen om je tijd met enkele seconden te verbeteren betekent enkele keren verrekte diep gaan. Fietsen is dan louter lijden. Bovenbeenspieren schreeuwen om rust. Knieën verhitten als radiateurs in retro convertibles. Bij een kruising of talud moeten lossen en dan met pijn in de benen weer aanhaken en heel even aan opgeven denken maar dan toch doorgaan en beloond worden met het geluksgevoel dat je weer aanhaakt als een D’66’er die de slip van Kaag even kwijt was, daarvoor doe ik het. Pijn in de musculus vastus lateralis wisselt stuivertje met pijn in de medialis en de intermedius. Zou intensief sporten echt stofjes vrijmaken die maken dat je voelt dat je niet zonder kan, als een jonge boer die verslaafd raakt aan het infuus van subsidiestromen naast almaar stijgende melkprijzen?

Een fietsafspraak maken is soms moeilijk bij volle agenda’s; ik stel onbesuisd 06.00 uur voor. Fietsmaat zegt na wegen en wikken ja. Ik verheug me er een hele dag op. Fietsmaat die ik eerder oneerbiedig El Obrero noemde is een tweede Bauke Mollema. Ons gezamenlijke max is 30,7. Fietsmaat zit solo op 33-plus. Om zo hard te rijden moet je tegen de wind een kleine 30 doen en voor de wind zo’n 38. Bochten, filerijdend stadsverkeer, grind dat van aannemersaanhangers af is geflikkerd, giertanksporen, valangst, paardenpoep en ongeveegde landbouwweggetjes stagneren als ‘echt Frans’ Groninger stokbrood in maagdarmkanalen. Om vijf uur verwarm ik de beenspieren, rek en strek geconcentreerd, ontbijt en lees een gedicht van Peter Theunynck.  Licht obsessief-compulsief werk ik nauwgezet mijn ochtendrituelen af als moslims het tafeldekproces voor het suikerfeest.

Tegen zessen maakt koude plaats voor frisheid, schemering voor diffuus licht en stilte voor merelgeluiden. De drie uit Emmen meegevlogen tuimelaars scharrelen voor de deur en knikken me stimulerend en goedkeurend toe. Het wordt een rondje Zuidlaardermeer maar dan wel met een uitstulping langs Vries en Winde. Een meeuw langs Waterhuizen wijst ons de weg. Sereen wit fluitekruid, lichtblauwe seringen en diepgeel koolzaad bloeien als verzet in de Donbas. Het resultaat mag er zijn. Van 30,7 naar 31. Per uur. Een nieuw record.

Winterfietselfstedentocht VII

Na een doorfietsperiode in herfst en winter, letten op gezonde leefstijl en Dry January ben ik er klaar voor. Wat heb ik er een zin in! De hele week bouw ik aan mijn fysieke ontspanning, de poten zijn strak en de gedachten vrij. Ik slaap van 21.30 – 05.00 aan de Emmakade in een mooie logeerkamer bij een eersteklas hostess. Dan koffie, krentenbol en 500 gram yoghurt met fruit en muesli. Bij de start zie ik kortgebroekte Mark. Ondanks zijn 80 kms op zaterdag moet ik deze Mollema loslaten. Het is fris maar niet koud, winderig maar geen storm. Ik pik aan bij passerende groepjes. Overweeg welk kopgroepje mij het beste past. Aanpikken, kleven, volgen, hangen past bij zesenzestigjarigen als dubieuze zwijgzaamheid bij praatprogrammaeconoom Barbara B, de R-bank en Siewerd van L.

Als ik wat bredere billen zie, denk ik: wow, een vrouw, daar blijf ik achter. Dat gaat altijd lukken. Voor Sloten zie ik zijn baard. Een man met wat bredere heupen. Maakt die gedachte mij een seksist, vraag ik me tot Stavoren af. Elke stempelplaats verstevigt mijn fietsgevoel. Voorbij Sloten haak ik aan bij een kwartet snelle gasten. Accountmanagers in de zorg, schat ik. We jagen een hoge dertig, onder de dijk langs zelfs veertigplus. Bij Warns moet ik lossen. In Stavoren, na een krentenbol en een bidonrestje, voor pissen geen tijd, ga ik weer los. Ik zit op 29,8 gemiddeld. En dat met dertien keer wandelen bij stempelposten. Het aantrekken van mijn handschoenen kost veel tijd. Met moeite jaag ik weer op de zorgjongens. Beginveertigers. De beschermende luwte achter hen voelt als een verdiende uitkering.

Overal loert vertraging. In Hindeloopen stempelen verklede pijprokende oudheidkamermedewerkers. In Workum is het een passerend skûtsje. In Bolsward tank ik drie bouillon, een banaan en een krentenbol. Ik leg Canadese fietsers uit dat ministers de eed in het Fries mogen afleggen. Ze versnellen als ik over Gündoğans geile praatjes en billentikkerij bij Vonk begin. Ik zit nu op 30/uur. Richting Harlingen zit ik achter twee Stadskanaalster fysiotherapeuten, eindtwintigsters met gevlochten paardenstaarten. Franeker is zonbeschenen als verkiezingsprognoses voor GroenLinks. Overmoed ligt op de loer. Ik provoceer medefietsers en bestel een fles bier. Radler 0 %. Suikerwater. Twee plekjes op de billen worden gevoeliger. Snert, roggebrood met spek (!) in Stiens, en Fanta in de bidon. H e e r l i j k. Ik onderdruk mijn zin in een frikandel speciaal. De Matthäus Passion zit in mijn systeem. Het Mache Dich Mein Herze Rein dendert door mijn hoofd. Dokkum. Glas op de weg. Aldtsjerk. Naast me een man uit Slikkerveer met sportschoenen op de trappers, hij kijkt me aan als ik van neuriën overga op hard zingen van Ich will Jesum selbst begraben. In een grote groep bikkelen we naar Ljouwert. Het is bijna gezellig. Bonnema’s flat loert en lonkt.

Dan de aankomst bij de Elfstedenhal. Drie leuke vrouwen verwelkomen me en verrassen me met zoenen, een roos en getuigschrift. In het café wil een soort Frau Antje met mij op de foto.

Winterfietselfstedentocht VI

Op mijn leestafel ligt, naast Komijnsplitsers van Rijneveld, Fietsersbillenverzorging in zeven stappen en de langefietstochtenbijbel ‘Mytische fietstochten in Europa’ van Lonely Planet. De Elfstedentocht ontbreekt. Daarmee wordt het boek een belastingalmanak waarin Box I met giftenaftrek is vergeten. Als een daytrader die het verloop van put- of call-opties monitort, bestudeer ik dagelijks drie keer de meerdaagse van ‘buienradar’. Engelse wolken probeer ik door visualisering boven het Kanaal te laten ontladen. Met mijn hand op het laptopbeeldscherm de KNMI-thermometer omhoog laten schieten is nog wat lastig. Het gaat zondag veertien graden worden. Ik fantaseer over gladiolen. Maar eerst pasta, broccoli, bonbons, powernaps, kip en zon.

Zondag nog stukske gefietst met Masters van Spaak, incl. bedrijfsdirectie. Kristusziele, gaaf! Ooit een Citroën- of Lanciadealer meegemaakt die drie uren met klanten meegaat naar zandverstuiving in Bakkeveen, het strand bij Lemmer of de Rommelmarkt in Appingedam? Mevrouw, liefhebber van High Intensity Training in sportscholen, had het tochtje licht opgevat en fietsbroek met zeem thuisgelaten. Vierde fietsster voelt dat een bakje yoghurt als ontbijt aan de krappe kant is. Maar ze houdt vol. Snelle Jelles zijn als methadon voor dakloze gebruikers, de Matthäus Passion voor atheïsten, het hoofdstuk ‘miscellaneous’ in de dsm-bijbel voor weifelmoedige klusjespsychologen.

Mijn gedachten waaieren uit als vrolijk, onbezorgd fladderende plastic zakjes naast de prullenbak op Reitemakersrijge. Zondagavond een concert in de A-kerk. Bekeken door het Schnitgerorgel klinkt barok met Telemann, Graupner, Flasch en Bach. Uitgevoerd door Counterpoints. Contrapunten. Klinkt als echtpaar dat twee voordeuren gebruikt en apart slaapt. Na het concert een halve liter koude Veltins. Patat met joppiesaus in het Groninger Friethuys in plaats van Henri Schut met ‘Sport in beeld’.

Mijn stuurspiegeltje is onmisbaar. Gek, maar waar blijft de verplichting er één te hebben? Bij Speedpedalecs is-ie al geïntegreerd. Duurde de invoering van autospiegels aan passagierszijde ook zo lang? Mijn Sigmakilometerregistrant gaat dood. Ik bestel gelijk een nieuwe bij de Spaakdirectie. Fietsers zijn in een oogwenk vertrouwelijk. Als ik vertel over Marte Rölings zilveren duif op een rotonde op Tynaarlo’s bedrijventerrein, ik twijfel of je het industrieterrein kan noemen, waarvan er een gouden miniatuur in het UMCG staat, straatje oncologie of tandheelkunde, gaan we vertellen.

Winterfietselfstedentocht V

Fietsbedrijf SPAAK heeft de naam MASTERS bedacht voor senioren die op zondagmorgen een kleine 60 kms willen doen in een lief tempo. Goeie naam! Twee liefhebbers vergezellen me. Gemiddeld zijn we nog geen 60. Het wordt een heerlijk ritje, voor mij tussen twee woensdagen in met ritten van 130 en 170 echt een hersteltocht. Op maandag wil El Obrero ook een herstelrondje doen. Een kleine veertig worden het met bijna 30/u. Mijn lijf protesteert niet en herstelt graag. Dat betekent topvorm. Bovenbenen steigerstaal, dat werk.

Woensdag een flinke fietslus. Ik vertrek om 06.00 uur. Ondanks oostenwind ga ik zuidwaarts. Mijn Sigma kilometerteller is bevroren en geeft bij de start al op. Vervelend. Supervervelend voor een gewoontedier dat er in 1980 vanuit ging dat ‘Rituelen’ van Cees Nooteboom wel over amateurracefietsers moest gaan. In Borger, na ruim 40 kms en even onder de oksels heb ik Sigma weer gereanimeerd. Ook mijn handen zijn in- en inkoud, als het gevoelsleven van het Voltbestuur tegenover een vurig kamerlid. Ik vrees voor amputatie van mijn artrosepink, wit als de bloem van O’Keeffe.

Zoals biljarters voor elke driebander de loop van de witte bal visualiseren alvorens met de keu een stoot, of soms een kets te geven, visualiseer ik in de schemering de tocht. Van Drenthe maak ik Friesland. Zuidlaren wordt Sneek, Eext is IJlst en Borger Sloten. Het werkt. De stempelkaart wordt mijn telefoon waarmee ik het thuisfront geruststel en Google de gelegenheid geef me te volgen. Bij de dichter en de leraar in Odoorn brandt om 08.00 uur nog geen licht. Ik pauzeer bij een ouwe fietspik in Emmen (visualiseer: Balk) met wie ik ooit voor het eerst gemiddeld 30 jakkerde van Haren naar Emmen. Of ik even een verwarmde pittenzak op mijn verkleumde ledematen wil, vraagt zijn vrouw. De schat! Koek, gedeelde fietservaringen ophalen, citroenthee met honing en buurtverhalen ontdooien me.

In de zon naar Coevorden en De Krim. Dan via middeleeuwse fietspaden in Elim, Nieuw Moscou, afbuigen naar Hoogeveen en noordwaarts naar Beilen, Assen en Downton Abbey. Van Haren naar Groningen hang ik -met toestemming- achter een Peugeot Kisbee Active E5, gereden door een sympa wintermuts met driedagenbaard uit Zeijen op weg naar de Van Mesdagkliniek. De 170 kms geven me vertrouwen voor Friesland. Wy sille sjen.

Winterfietselfstedentocht IV

Vladimir valt Oekraïne binnen en Franky scoort eindelijk weer eens voor Barca. Ik luister elke dag naar flarden betoverende muziek uit de Mattheüs Passion, lees in Komijnsplitsers en blijf me verwonderen over nieuwe woorden. Friese paarden, virussen en stormen krijgen namen die alfabetisch oplopen. Natuurlijk klinken Delta, Eunice, Franklyn en Omikron minder sympathiek en appetijtelijk dan Foekje, Guoitske, en Neeltsje. Fietsers zien ook liever paarden dan zwarte wolken. Ik sla de zondagse fietstocht voor de eerste keer sinds eeuwen over en geef me over aan Rijnevelds nieuwste poëziebundel. Ondertussen bereid ik me voor op een midweeks tochtje van 125 km met Tío Pedro.

Fietsen biedt me tijd om mijn gedachten te ordenen. Heerlijk je te kunnen binden aan een nieuwe topschrijver. Rijneveld staat nu al voor Rooseboom en Wieringa. De titel ‘Komijnsplitsers’ pijnigt mijn hersens. Ik proef nagenietend van nieuwe woorden als afbiljoenen, lijden aan burchtverlies, biezenweer, polijstverlangen, merkelmes, heiregister, kilkeper en meer, op elke pagina meer!

Mijn fietsdoel is om na 130 kms fit thuis te komen. Krachten sparen dus. Zon, matige wind, krakende takjes op Drentse fietspaden, maken het tot een bijna zes uur durend plezier. Gelijk aan de tijd van zes praatprogramma’s met liefhebbers van sociaal incestueuze beantwoorders van geslotenvragenstellers. Praatprogrammamannen willen Vormeinungen bevestigd te zien als Poetin bankafschriften van westerse banken die zijn daden ‘uiterst scherp’ veroordelen. De fietstocht is gelijk aan de tijd van drie zaterdagskranten of twee digitale D66 webinars over stedelijk woonklimaat waarin de frases ‘opgetelde plancapaciteit’, ‘uitgekristalliseerde leefbaarheidsplannen’, ‘fuck VOLT’ en ‘een stukje openbaar vervoer’ voorkomen. Bijgewoond door maar liefst 28 schattige partijtijgers.

We kiezen deze keer voor een elfdorpentocht: Zuidlaren, Eext, Gieten, Gasselte, Borger, Emmen, Aalden, Orvelte, Westerbork, Zwiggelte, Vries. Iets langere afstanden worden gewoon.

Pedro leest The Guardian en laat Nederlands nieuws van zich afglijden als Vlaamse Gaaien waterdruppels. Ik praat ‘m bij over Mannes, Emmens surplus aan voetbalgogme en poneer de stelling dat je aan fietspaden kan zien of de burgemeester een fietser is of een Teslajongen (in Drenthe zijn geen vrouwelijke burgemeesters). Emmens burgemeester Eric van Oosterhout onderhoudt de fietspaden als drilrapgroupies hun billen: geveegd en strak. Marcel Thijsen van Tynaarlo en Jan Seton van Borger/Odoorn verwaarlozen bosfietspaden als Jong Ajax de defensie tegen een oppermachtig FC Emmen.

Winterfietselfstedentocht III

Buienradar volg ik intensiever dan Oekraïnenieuws of Volt dat (primeur!) een vrouw heeft betrapt op grensoverschrijdend gedrag. Wat Gündoğan gedaan of gezegd zal hebben prikkelt mijn nieuwsgierigheid als tassenwinkels oudere vrouwen. Of heeft Volt gewoon last van het in Den Haag enig zichtbare, overassertieve Tweede-Kamerlid dat zich aan ‘s fractieleiders bleekheid ontworstelt en zich ondubbelzinnig uitspreekt?

Maar of Buienradar bestuderen zin heeft? Op 13 maart, in de echte tocht, hebben we ook geen keus. Dan maar op zondagmorgen het eerste stuk voor de wind rijden en onderweg elkaar praatjes verkopen. Met als ongewenst bij-effect: tegenwind aan het eind. Uitgewoond, kapot, gesloopt en dat al na 106 kms. Grijpskerk, hometown Kollum, Anjum, Lauwersoog, Houwerzijl glijden voorbij als cocaïnecontainers langs de Rotterdamse douane. Duizenden ganzen kijken ons als omgekeerde wappies glazig aan: even online een petitie invullen, okee, maar meedoen in de Black-Lives-demonstratie gaat veel te ver. De vogels herkennen mijn einde-der-tijden-gevoel net voordat ze door een zeearend worden verschalkt. Ik word slechts tijdelijk opgegeten.

Op de terugweg heeft hongerklop mij in de tang. Mijn lijf stelt me voor raadselen. Wat gebeurt er? Ik word gemangeld. Uitgeknepen. Verpulverd. Benen, fietsers zeggen poten, als losse flodders. Longen lekke ballonnen. El Obrero’s reepje helpt niet. Welk gevoel beheerst dan de zesenzestigjarige? Twijfel natuurlijk, wantrouwen vermorzelt vertrouwen. Het lijf zwabbert en dweilt. Verdomme. Onbegrip. En onmiddellijk daarna als in het rouwproces na de dood van een kennis die tegen beter weten in waarde blijft hechten aan facebook- of groepsappfelicitaties: schrik, rouw, berusting en aanvaarding. Behalve voor de overledene gaat het leven wel door, hè. Mentaal herstel volgt vlot met een tactische aanpassing: rustiger starten, vasthouden aan wedstrijdplan.

Duurt een marathon voor geoefende goedwillende amateurlopers een uurtje of drie, vier, deze fietstocht is maar liefst een drievoudige Ausdauertest. Eerder pauzes inlassen dan maar, langer rusten. Uitrijden is belangrijker dan een hijgerige tijd neerzetten. Volgende week met 25 kms erbij naar 125. Door de week een herstelrondje van 50. Wy sille sjen.

Winterfietselfstedentocht II

Op de dag dat de wedstrijd Tegendewindfietsen wordt gehouden befiets ik NW-Groningen. Zie de eerste 75 kms geen e n k e l e fietser. Ik fiets in de cadans van ‘Hoe sterk is de eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot. Voel me als die ene VVD’er die denkt dat Hofstadgroepslid Soumaya Sahla nog een kans verdient. Of die enkele CDA’er die begrijpt waarom christelijk onderwijs fnuikend is voor onderwijskwaliteit en waardenvrij onderwijs.

Harde wind. Ik doe Grijpskerk, Zoutkamp, Pieterburen, Winsum, kleine 80 kms. Rijd een dikke veertig voor de wind vanaf De Kolken voor Hornhuizen naar Pieterburen. Fietsgenot wint van slagregens. Natte hagel. Winterse kou. Mijn door- en doornatte versteende handen haken aan het ligstuur als de vingers van brave huisvader Marc Overmars aan  vrouwen intimiderende whatasappberichten. De sneue digitale potloodventer & Ajax-haan heeft het figuur van Mao Zedong. Hij staat tussen Zedong en Zhang Gaoli.

Dat voormalig vice-premier Zhang Gaoli tennisster Peng Shuai  bepoteld of aangerand zou hebben verbaast me niet. Chinese partijbazen zijn als betaaldvoetbalmannetjes. Liet good-old Mao Zedong zich er niet al op voorstaan dat hij zijn druiper kon genezen door steeds een nieuwe Chinese maagd ongevraagd te penetreren? Zijn quote ‘Ik was me in vrouwen,’ zou een aan het Rode Boekje gehecht addendum kunnen heten.

Irene Wust wint goud in China, terwijl slachtoffer Sjinkie Knegt, de arme man die niet wist dat thinner brandbaar is, klaagt over schwalbes van tegenstanders. De China-show beheerst de kritiekloze vooringenomen t.v. met ongegeneerde propaganda. China huurt Nederlandse ijsmeesters in. Daarmee koopt Nederland medailles. Sportkansenschendingen. Mensenrechtenschendingenkampioen China ruil ik graag in voor nieuws over T-cellen van een tachtigjarige fietser die zouden lijken op die van twintigjarigen. Verbaast me niks. Ik voel het elke dag aan mijn stalen bovenbenen.

Kom versteend terug. Ben weer een zesjarig kind dat na schooltijd te lang is doorgegaan met sleetjerijden. Vraag vrouw I om rits van fietsjack te ontsluiten. Moet op jacht naar waterdichte handschoenen wil ik dit weer op 13 maart ’22 kunnen weerstaan. Een doordeweeks hersteltochtje langs Winde, Bunne, Peize, Eelde is een tussengerechtje in Pomphuis. Heerlijk, ter voorbereiding op het lekkerste. De monstertocht annuleren kan natuurlijk ook altijd nog.  Zegt men. Wy sille sjen.

Winterfietselfstedentocht I

Wat is mooier dan kennismaken met Frytum, Ewer en Krassum? Even afstappen bij de stalen zitbanken van Reinier van den Berg bij Aduard? Afspreken met antiquariaat Zolderman in Houwerzijl? Amsterdamseschoolinvloeden op boerderijgevels spotten en bewonderen? Niks. Of misschien een verbod op al te witte scholen of museale muurplaquettes in Stad.

Ja zeggen tegen interessante uitdagingen levert me meer op dan Nee’s. Langeafstandfietsen dus. In de laatste wintermaand is het zover: de winterversie van de fietselfstedentocht. Mijn trainingsschema schrijft wekelijks 25 kms extra voor. Begonnen met de reguliere 50 kom ik aan het eind uit op bijna 190. Moet kunnen. Ik leer dat er fietsers zijn die op de cadans fietsen. Een metertje zorgt ervoor dat ze, rain, wind or shine 90 slagen per minuut blijven doen. Een ander heeft een hartband. Ik tast mijn gevoel af. Denk aan de vroege Mollema. Van der Poel. Pogačar. Fietscomputerloze plattelanders. Winnaars.

Sinds Frenkie de Jong in Spanje El Cartero wordt genoemd of El Tejero en het publiek hem met brievenbusgeklepper of breipennengetik musicerend begeleidt, zijn Spaanse bijnamen in. Mijn ene fietsmaat heet El Obrero en de ander Tío Pedro. Rodebietensap laaft mijn bloedvaten en mindset als onroerendgoedwinsten een Groningse minister met een achternaam uit een jeugdboek van Jan Terlouw.

Oude trainingsinzichten verpulverden als behandelmethodes in de psychiatrie. Dachten langeafstandslopers voorheen dat je drie marathons in de benen moest hebben voordat je maar aan een wedstrijdje mocht beginnen te denken, nu volstaat je hart wat in de gaten houden. Tom Dumoulin, nou ja geen beginner dus, werd zonder looptraining gelijk tweede in Maastricht met een gemiddelde van 18,3 op de 10 kms.

Fietsen dus. Kop in de wind, pas gecoate ligstuur onder vingertoppenbereik en gaan. Mooi stuk langs het Reitdiep, Zuurdijk, de cadans van Tío Pedro volgend of profiterend van El Obrero’s luwte. Zelf even de kop overnemen. Bovenbenen worden verlengstukken van stalen frame. Snot en speeksel binnenhouden als de VU nieuws over China’s lange betalende arm. Zou complottheoriedocent Andringa bij de RUG mogen blijven of er net als de paspoortenprof uitvliegen? Waarom staat het zelfreinigend vermogen bij uni’s vaak in de OFF-stand en op ON na wat gepeuter en gepriegel van journaille?

Een maand lang 50 kms per dag fietsen

Tim Krabbé: ‘Niet-wielrenners, de leegheid van die levens schokt me.’

Wat levert 30 dagen elke dag vijftig kilometers fietsen mij op? Mijn lijf kan het goed aan, ik voel me superfit en energiek. Wel geef ik toe aan extra rustperioden overdag. ’s Middags slaap ik gemakkelijk ½ – 1 uur en dan ’s nachts nog 8 à 9. Mijn gewicht blijft gelijk, mijn zoet- en vetlust boeten niet in. Niets lekkerder dan ’s avonds een schaaltje doppinda’s (die uit de Lidl zijn de beste), een gestoomde makreel, een blik Oetinger gemengd met een blik Radler; deze mix is in mijn ogen dan geen bier meer.

G. Wells: Elke keer als ik een volwassene op een fiets zie, vrees ik niet langer voor de toekomst van het menselijk ras.’

Aan stoppen gedacht? Nee. De echte inspanning begon op de zondag van de val. De ribben waren een week lang superpijnlijk. Zelfs met 8 paracetamol of 8 aspirines waren een spoorweg oversteken, de laatste 10 centimeter bij gaan liggen of de eerste 10 bij opstaan erg gevoelig. Er is nu eenmaal niets te doen aan gekneusde ribben, behalve rust nemen, maar rust kan je ook een paar dagen uitstellen. Al met al bleef het draaglijk, zodat ik de 1.500 kms in 30 dagen kon afmaken. Stoppen, klagen of een huisarts die niets met bewegen heeft en enkel vraagt: wat wil je zelf, bezoeken is een keuze.

Ron Weleters (filosoof): ‘Een streng dieet van noeste ascetische arbeid baart meer weerstand en duurzame levenskunst. Vooral ook als je er alleen op uittrekt en vol in de wind moet fietsen. Lang leve de solitaire duursporter.’

Tegenzin had ik eigenlijk niet, nooit. Verveelde ik me onder het fietsen dan schreef ik in gedachten. Mijn wekelijkse Klaastaalteksten, een nieuwjaarskaarttekst, een column voor het Ploeg-magazine, recensies voor Roet en een gelegenheidstekst als een In Memoriam. Mijn denkschrijflust ging zelfs zo ver dat ik bij thuiskomst aan vrouw I meldde een I M voor iemand klaar te hebben en dat zij opmerkte: ‘Maar die leeft toch nog?’

Ron Welters: ‘Wie veel traint is geneigd oppervlakkig hedonistisch consumentisme in te ruilen voor een bewustere, betere omgang met planeet aarde.’

Op de fiets in de frisse lucht wat nadenken doet een mens goed. Bijvoorbeeld over hoe een euthanasieverklaring geformuleerd dient te worden, wanneer de dahlia’s eruit moeten, de laatstewilpil, in hoeverre ik megalomane projectontwikkelaars de voet dwars wil zetten, de uitspraak van Joost Prinsen dat rouwen een vorm van zelfmedelijden is, hoe Nedersaksisch in Noordoost-Friesland neerstreek, de vraag of een dementerende in een verpleeghuis jaren en jaren te (laten) verzorgen een vorm van narcisme, goedertierenheid, egoïsme, menslievende hulp of een mengvorm, egoïstisch altruïsme, is.

Owen Wijndal (speler AZ): ‘Als je lekker in je vel zit is het juist leuk om veel te voetballen (= fietsen).’ 

De dertigste fietsdag is het bitter koud en de wind bijt in mijn wangen als in 1979 Svetlana in mijn tongpunt toen ze me voor de leuke lessen bedankte. Met een goed gevoel beëindig ik mijn fietstaak en overdenk wat 100 kms per dag zou doen met het lijf van een 65-jarige in 2021??

Fietsdagboek weken III en IV; 50 kms/dag

Na week drie denk ik: nog negen keer. Zoals een autospuiter na laag op laag wegschuren ziet dat je drie jaar geleden een oranje paal hebt geraakt, voelt de fysio na ongenadig in je billen te hebben geduwd, zoekend naar ‘trigger points’ die je met dry-needles te lijf kan gaan, dat je een jaar geleden een smak hebt gemaakt. Nog steeds voelen de bovenbenen soms superstrak en is een schram op mijn rechterbil via een gevoeligheidje, een bultje, een schraal plekje, een bobbeltje, een rood richeltje, een wondje geworden dat extra verzorging behoeft. Strak afplakken met een blaarpleister helpt tot nu toe.

Ik zit aan het eind van week drie nog steeds op een gemiddelde van 50,33 kms/dag. De wind wordt steviger, de temperatuur daalt, en de sleur komt binnen. Kou en regen vallen mee.

Op zondag slaan noodlotten toe. Bij Veenoord landt een ambulancehelicopter op de weg naast drie politieauto’s, een brandweerwagen, een over de kop geslagen auto, een onthutste chauffeuse en twaalf brandweerlieden. Die redden het wel zonder mij. Een half uur later twijfel ik tussen afslaan naar Barger Oosterveld of even rechtdoor richting Foxel. De zon schijnt mild, de wind is schraal, een groep ganzen vliegt in een immense V en het wordt Foxel. Ik befiets een betonnen fietspad aan het Verlengde Scholtenskanaal Oostzijde. Het lijkt alsof het beton is gevlinderd, maar de gevolgen daarvan besef ik te laat. Het fietspad gaat bij een bocht omhoog en buigt af naar rechts. Mijn snelheid is 22 kms/uur. Ik hoor een auto, een gepimpte Opel Manta uit 1978 geloof ik, oranje, met uitschuifbare antenne, achter mij snel naderen en ik besluit geheel tegen mijn gewoonte te remmen en te stoppen en de Manta te groeten. Gevlinderd beton is spekglad. Onheil ligt op de loer als Dobermannen achter erfhekken. Maar nog heb ik niets door. Naar lucht happend lig ik ineens tussen twee witte strepen. Midden op de weg. Ik schreeuw als een aangereden hert. De auto is afgeslagen. Het ligstuur duwt mijn rechterlong plat terwijl de ribben dat proberen tegen te gaan als klaarovers naderend vrachtverkeer. Ik blijf even liggen. Niets gebroken, maar overal pijntjes. Heup, knie, ribben, linkerpols en rechterhandpalm. Ik vloek hartgrondig. Ik realiseer me dat je dus wel in je eentje vloekt en schreeuwt terwijl je voor klaaglijk zuchten en huilen toeschouwers nodig hebt, tenminste als je psychologisch onderzoek kan geloven. De Sensa Sella Evo Ltd is nog in orde. Schijfremmen, trapas, derailleur, stuur: neatniksnadaniente. Ik breek mijn route af en ga op huis aan. Onderweg vallen de pijntjes mee. Thuis til ik met moeite mijn Sensa op en hang haar aan de standaard voor een visuele inspectie. Wat lakschade aan de stang. Verder niets. ’s Middags nog onbekommerd gewandeld met familie. Acht uur na de val, FC Emmen begint net tegen AZ, ontspannen mijn spieren en spelen de gekwetste ribben op als verlate protesten tegen Baudet. Twee keer twee paracetamol doen niets.

Maandagmorgen overdenk ik mijn challenge: een maand lang 50 kms per dag wordt lastig. Maar de veertig, het oorspronkelijke doel, is bereikbaar. Twee Bayer aspirines geven wel verlichting. Als proef fiets ik een stukske met vrouw I en als ik mijn rechterlong niet gebruik gaat het goed. Nu begint mijn uitdaging pas realiseer ik me.

Op dinsdag fiets ik puur op beenkracht en laat de longen thuis. De kou fungeert als een grote tie-wrap om mijn borst. Als ik bij onregelmatigheden in de weg op tijd op de trappers ga staan, voel ik weinig. Kalm en puur op souplesse doe ik 69 kms in 2.55 uur. Nog zes dagen te gaan. woensdag en donderdag zijn moeilijk. De gekneusde ribben voelen als de metalen tanden van een bladhark die over elkaar heen knarsen. Fietsen blijft nog mogelijk, nu met 22 km/u en dagelijks 8 aspirines. Bij strakke sokken aan- of uittrekken en opstaan krijg ik hulp van vrouw I die voor een verdubbeling van het kleedbudget alles wel wil doen. Op bed gaan liggen en de eerste vijf minuten van opstaan doen de hele week gemeen pijn.