W A N D E L 4 D A A G S E GRONINGEN 2026

MAANDAG Tropische temperaturen, een knie zonder kraakbeen, fijne logees, broeierige avonden, een klustuin die schreeuwt om bewatering, het laatste Zomergastendeel dat nog afgekeken moet worden, een nog in te plannen onderhoudsbeurt voor de Giant: niets staat de voorbereiding voor de wandelweek in de weg. Vandaag scoor ik de knippenkaart voor de massages van dinsdag t/m vrijdag na de inspanning en worden we bijgepraat over het pijnsensiviteits onderzoek van UMCG en HANZE-hogeschool waar T en ik aan meedoen, elke dag voor en na de tocht.

Bezwaarschrift tegen het besluit verwilderde duiven af te schieten

Dossiernummer 156586

  • Ingediend door: K. G. van der Meulen, Reitemakersrijge 18 9711 HT Groningen, mede namens nog acht ondertekenaars:

Tot onze schrik, verbazing en verontwaardiging nemen we kennis van het voorgenomen besluit zgn. verwilderde duiven in de provincie Groningen dood te schieten.

Wij willen met kracht bezwaar maken tegen dit besluit. Wij vragen ons af waarom u dit vergaande besluit neemt, waarbij de belangrijkste vraag natuurlijk is waarop u de overlast van zogenaamde verwilderde duiven baseert. Om daarachter te komen stellen wij u de volgende vragen:

  1. Op welke gegevens van duivenaantallen is uw besluit gebaseerd?
  2. Wat bedoelt u precies met verwilderde duiven?
  3. Hoe kan de potentiële schutter ’s nachts verwilderde duiven onderscheiden van gedomesticeerde duiven?
  4. Waar precies komt de verwilderde duivenpopulatie voor?
  5. Wie heeft geklaagd over deze duiven?
  6. Hoe vaak is geklaagd over deze groep duiven?
  7. Wat waren de achtergronden van deze klachten?
  8. Is u bekend dat er betere maatregelen denkbaar zijn om de duivenstand te reguleren?
  9. Bent u op de hoogte met de wijze waarop de gemeente Groningen de duivenstand reguleert?
  10. Kent de bezwaren en moeilijkheden van nachtelijk schieten met een buks?
  11. Hoe bent u van plan om te gaan met aangeschoten duiven die ’s nachts in de struiken een heenkomen zoeken?
  12. Wat is voor u een aanvaardbaar percentage aangeschoten dus niet doodgeschoten duiven?
  13. Hoeveel duiven bent u voornemens dood te laten schieten?
  14. Het is algemeen bekend dat jagers vaak moeite hebben met het bijhouden van aantallen af te schieten dieren. Weke controlemaatregelen heeft u ingebouwd om schutters te monitoren?
  15. Welke overlast wordt veroorzaakt door gebruikmaking van nachtzichtapparatuur, kunstlicht en geluiddempers aan andere dieren die ’s nachts actief zijn, zoals uilen, vleermuizen, dassen en vossen?
  16. Bent u op de hoogte van het instellen van door vrijwilligers gerunde groepsduiventillen zoals toegepast in Gouda (en beschreven door Irwan Droog – De Duif [Thomas Rap, Amsterdam 2026]?

 

Nederland zucht en kraakt vanwege vermeende overlast door grote predatoren. Ooievaars, otters, bevers, wolven, wasberen, vossen, diverse roofvogels en dassen. Al tijden in het verdomhoekje zitten ratten, muizen, korenwolven, steen- en boommarters, mollen en meer. Dat een aantal hiervan tot de groep beschermde dieren behoort zal de klager vaak een zorg zijn.

Sinds kort treedt de groep duiven (stadsduiven, verwilderde duiven) toe tot deze groep van zogenaamd overlast bezorgende dieren.

Klagers putten zich uit in litanieën van klachten. Het lijkt erop dat de provincie meegaat in het ongefundeerde, populistische, stigmatiserende geweeklaag over dit dier. Duivenpoep, al te luid koeren, het overschatte aantal, gewoon aanwezig zijn stemt de klager tot onvrede. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat duiven veel mensen een groot plezier schenken, dat ze het vredessymbool bij uitstek zijn en dat het gewoon heel schrandere dieren zijn, die ooit zelfs werden ingezet om tumoren te herkennen op mammografieën en daar zelfs hoger slaagpercentages scoorden dan hoogopgeleide medisch medewerkers.

Open brief aan het Groninger Museum

Beste Anneke de Vries, Ploegconservator,

Kleima, zittend naakt met cellist

Mijn welgemeende complimenten voor de uitgebreide tentoonstelling ‘Nieuw Licht – De Ploeg’. Wow, niet eerder zag ik in het GM zo’n bijzondere, fraai ingerichte Ploegtentoonstelling, met naast de mij bekende stukken van usual suspects Altink, Werkman, Wiegers, Dijkstra, Pott, Martens en meer, voor mij onbekend werk: een kleurenolieverf van Werkman, een was/olieverf van Altink, een naakt van Kleima, poppenkastpoppen van Wiegers, prachtige opgeblazen zwart/witte historische foto’s. Hut ab, chapeau, pet af met een diepe buiging.

Maar gaandeweg, de zeven zaaltjes doorwandelend, denk ik ook: ik mis iets. Wat jammer dat het Groninger Museum voor 100 % voorbij gaat aan de contemporaine geschiedenis van de Ploeg. Bij het verlaten van het museum denk ik: de Ploeg van nu wordt weer of nog steeds niet gezien, genegeerd, ontkend, als een boek over Ajax minus de laatste vijftig jaar. Alsof de Ploeg opgehouden is te bestaan.

Altink, Schip met rood zeil

Toch denk ik dat u, Anneke, beter weet, dat u als deskundige op de hoogte zou moeten zijn van het (voort)bestaan van de kunstenaarsvereniging De Ploeg.

Mijn vraag aan u is: waarom besteedt u geen aandacht aan de laatste vijftig jaar van de Ploeg? Van de zeven grote ruimtes die u nu hebt ingericht had toch zeker de helft gewijd moeten zijn aan de Ploeg van nu? Ik beschouw musea (ook) als educatieve instituten waarvan je zou kunnen, nee moeten verwachten dat ze een compleet beeld bieden van de onderwerpen die ze aansnijden.  Waarom in vredesnaam gaat het GM voorbij aan de regionale beeldendekunstimpulsen van de overbekende en diep in de Groningse klei gewortelde kunstenaarsvereniging? Ik stel deze vraag met nadruk daar de laatste tijd kritische artikelen in de regionale pers (D.v.h.N. van 6 december 2025) verschijnen over het beleid van het GM. De doorgaans ingetogen maar altijd goed ingevoerde auteurs Van Ruiten en Brouwer melden dat het GM de weg kwijt en te elitair zou zijn en te weinig aandacht zou richten op de regio. In chocoladen kapitalen wordt op 10 december gesuggereerd dat de RvT zou (hebben) zitten slapen. En ach, we weten allemaal dat benoemingen van leden van de RvT vaak verkapte politieke vriendendiensten zijn die met kennis van beeldende kunst vaak weinig te maken hebben. De nieuwe, inmiddels alweer met vijftig procent ingekorte museumdirectie, heeft na Blühms exit bij uitstek de kans om de luiken open te gooien, een frisse wind te laten waaien en een nieuwe richting in te slaan. Maar ze laat dat na. Dedain voor de eigen regio lijkt een noordelijk stramien: geen Toyistencentrum in Emmen. Geen Helmantelzaal in het Groninger Museum. Geen aandacht voor de huidige Ploeg in het GM.

Als Ploegwatcher, ik interviewde alle Ploegleden voor het boek ‘De Ploeg 100’ (2018) en oud-leraar weet ik dat het ertoe doet dat je als museum kunstenaars, of als leraar je leerlingen ziet, kent en herkent. Subjectieve oordelen doen er niet altijd toe. Staat een bepaalde ontwikkeling je even niet aan, dan meld je dat. Maar negeren is zeer onverstandig. Een regionaal museum dat zijn functie en doel serieus opvat zou, als een historicus die ook in zijn ogen minder interessante, onderbelichte historische perioden beschrijft, aan de hele geschiedenis van de complete kunstenaarsvereniging aandacht moeten besteden, van de oprichting tot nu.

Beste Anneke de Vries, de ronkende GM-folder spreekt van een fris en verdiepend perspectief. Verderop lees ik ‘The shock of the new’. Woorden, woorden, denk ik, maar welke betekenis kunnen we toekennen aan deze woorden?

Het Groninger stadhuis bezocht

De gemeente Groningen is supertrots op het (verbouwde) stadhuis en draagt dat graag uit. Op velerlei manieren worden inwoners uitgenodigd eens langs te komen. Ik maak voor de vierde keer in nog geen vijf jaar gebruik van de uitnodigingen. Na een inspraakavond over de emissievrije zone (het terugdringen van luchtvervuiling in de binnenstad), een rimpelloze door Schuiling strak geleide raadsvergadering en een Groninger avond, nu een door onze buurtvereniging georganiseerde avond over verduurzaming in het neoclassicistische stadhuis. In felle kleuren worden we welkom geheten. Onder de gasten: eigenaren van een al dan niet verwaarloosd monumentaal pandje, eigenaren van een monument-light, of een karakteristieke woning, in erfgoed geïnteresseerden en kritische gasten die willen weten of subsidies op de juiste plaats landen.

De raadszaal, die werd vergroot na de laatste gemeentelijke herindeling, behoort tot de mooiste van Nederland. Ademloos luisteren we naar hoe het stadhuis van fossiele energieslurper werd getransformeerd naar gasloos. Na de laatste verbouwing van het stadhuis steeg (of daalde) het energielabel van G naar A+++. En dat terwijl het totale budget van 19,2 miljoen niet werd overschreden. Een gevoel van plaatsvervangende trots overvalt me. Dat er niet met geld werd gesmeten bewijzen de marmeren pilasters in de gangen: In plaats van duur Italiaans marmer uit de Toscaanse steengroeven van Carrara zijn het gipsplaten uit de bouwmarkt, geschilderd in een kunstige, nauwelijks van echt te onderscheiden, marmerlook.

In een bijzaaltje naast de raadszaal waan je je in een expositie van Sterren-op-het-doek: een niet helemaal complete galerij van geschilderde burgemeestersportretten. Soms aandoenlijk amateuristisch, soms van een superieure kwaliteit, waarbij dat van Wallage, by far, de show steelt.

In de gangen kunst van Ploegleden, waarbij pijnlijk nauwkeurig is voorbijgegaan aan de huidige Ploeg, met extra aandacht voor de relatief onbekende autodidact Arie Zuidersma. In de kamer van B&W staat een ovale tafel die zo groot is dat hij tijdens de verbouwing niet naar elders kon worden verhuisd. Op een met gouden sterren beschilderd diepblauw plafond kan de geoefende topografiekenner de locatie van alle dorpen en steden in de provincie herkennen. Zoveel moeite als besteed is aan dit ingenieuze schilderwerk, zo weinig aandacht is er voor de Groninger taal: gain fits of foazel.

Orgeldelta, orgelexcursie naar Leermens, Eenum, Godlinze en Loppersum

Een hele dag samen met 39 andere orgel(muziek)liefhebbers in de bus kalmpjes langs vier kerken rijden levert naast hartslag- en bloeddrukverlagende prachtmuziek ook interessante praat op. Ik spreek een Zuid-Afrikaanse over het Nederlands-Afrikaans en Breyten Breytenbach en praat met een theologe die op latere leeftijd moderne orgelmuziek ontdekte en nu helemaal into Anna Lapwood is. Ze vertelt van de bible belt naar Groningen te zijn verhuisd en glimlacht bezorgd als ik haar vertel dat ik in mijn bubbel vier stellen ken die naar de b.b. zijn verhuisd of op het punt staan het te aan doen. De ons begeleidende alles van Groningen wetende historicus geeft hoog op over borgen en ‘k vraag ‘m of hij van Dr. Jongsma heeft gehoord die schrijft dat 90 % van de Groningse borgen schatten hebben verdiend aan slavenhandel. Tijdens de lunch vertel ik iemand dat ik vorige week op de Grote Markt heb meegezongen tegen Israëls genocidale barbarij. Dat zou niet iedereen me nadoen, leer ik.

We bezoeken kerken en hun orgels in Leermens, Eenum, Godlinze en Loppersum. Organist Henk de Vries etaleert zijn orgelkennis en speelvaardigheid en historicus Reint Wobbes praat ons bij over interessante geschiedkundige feiten. Henk de Vries ken ik nog van een schitterend koor- en orgelconcert in Sleen.

We starten in Leermens en zien een orgel met aan weerszijden luiken, bedoeld om bladgoud uit ’t zich te houden. Het orgeltje klinkt als een klok. De kerk heeft bruin, geel- en witgeverfde bogen, een blauw plafond en hoogwaardige inktjetprints van Helmantel. De Vries speelt, ogenschijnlijk uit de losse pols, een miniconcert met Händel, Krebs, Erbach en Buxtehude. Orgelmuziekconnaisseurs onder ons letten speciaal op het effect van de dulciaan 16´.

De Schnitger in Eenum is apart vanwege reliëf en dieptewerking in het front. Een minicollege over middentoonstemming, reine tertsen, enz. vergroot onze kennis. Al spelend blijft De Vries’ gezicht een lach vertonen. Wat een vrolijkheid. Hij besluit met Scheidemann en Byrd. De organisatie is slim en biedt ons een fijne lunch in een papieren zak aan. Geen tijdverlies dus aan tijdverslindende tafels in kerkelijke bijgebouwen.

Het zicht op Godlinzes Schnitger wordt wat aangetast door een zwarte dominante kachelpijp. De bijna wulpse boog- en plafondbeschilderingen, ik zie iets wat lijkt op neo- impressionistisch pointillisme, vergoeden veel. De kerkbanken en preekstoel zijn geel geschilderd. Ik fabuleer over de daaraan voorafgaande discussies die bijna tot schisma’s  leidden. We beluisteren Buxtehude, Scheidemann, Böhmer, Purcel en Telemann. ‘Goed gespeeld man!

Dat het grootste en wie weet beste tot het laatst wordt bewaard bewijst Loppersum, waar we de ‘boerenkathedraal’, de grootste dorpskerk in de provincie, betreden na een passage onder majestueuze beuken die ons afschermen van de Snollebollekes verderop bij de kermis. Cantor De Vries haalt alles uit de kast en wisselt zijn miniconcert op het uit 1562 stammende en daarna zeker zes keer aangepaste en verbouwde orgel af met Gregoriaans aandoende zang. Wie weet, tot een volgende keer. De excursie werd georganiseerd door Orgeldelta (www.orgeldelta.nl).

 

 

 

 

 

 

Duiven, tillen & Unesco (deel I)

Hoe zegt Van Dis het ook alweer in ‘Stadsliefde¹’ als hij Parijse duiven beschrijft? “Arme stadsduif, hoe kon het zo ver komen? In kerken nog altijd hoog aanbeden als symbool van de Heilige Geest, op zondagsscholen ten voorbeeld gesteld (…) en nu gehaat en vertrapt. Godin van de vruchtbaarheid, (…) in de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben ze duizenden soldaten gered. (…) En nu dreigt ook de burgemeester met gif en sterilisatie.”

Groningen gaat het Parijs van Van Dis achterna. Stelselmatig en planmatig wordt de stadsduif uitgeroeid, geëlimineerd. Niet door hun de nek om te draaien, zoals stadsecoloog (what’s in a name) Doevendans het verleden zonder snik en traan beschrijft, niet door afschieten of vergassing zoals vroeger, maar Groningen kiest een mildere extinctiemodus, door naar veeartsen uit de pluimveeindustrie te luisteren die adviseren aangeboden voer (maiskorrels) te coaten met enzymen die voorkomen dat eieren worden uitgebroed. Stadsduiven, de broertjes en zusjes van postduiven. De duivensport heeft de status van Immaterieel Cultureel Erfgoed (van de Unesco). Vogelkenners weten dat postduiven en stadsduiven kunnen paren. Postduiven zijn gedomesticeerde rotsduiven, de natuurlijke voorouder van de stadsduif. Ze behoren beide tot dezelfde duivensoort, de Columba Livia, en kunnen zich onderling voortplanten. Is Groningen het barbarenpad opgegaan vanwege het willens en wetens aantasten van Cultureel Immaterieel Erfgoed?

Maar zijn duiven zo speciaal dan? Zeker. Ze ruimen rommel op, voedselresten vooral. Ze vervuilen de stad nauwelijks, hoogstens daar waar ze worden gevoerd. Duivenkak is geen witte verf die over straat wordt gesproeid zoals reigers en meeuwen doen, duivenpoep kun je zonder smerige handen te krijgen oprapen. En trouwens: (volks)tuinliefhebbers kennen de buitengewoon sterke waarde van duivenmest. Duiven zijn gezellig, nieuwsgierig en nevernooit agressief. Ze zijn symbolen van vrede en liefde. En, eerlijk is eerlijk, ze zijn, mits goed toebereid, lekker.

Nog een onbekend en ondergewaardeerd feit over duiven: het zijn dieren die na enig oefenen beter dan supergetrainde verpleegkundigen in staat zijn tumoren op mammografieën te ontdekken. Duiven dus. Hee, kun je stadsduiven echt trainen om tumoren te ontdekken? Zeker met een slagingskans van 99 % als er vier stadsduiven worden ingezet, terwijl opgeleide artsen niet voorbij de 80% kwamen.

Gemeentelijk medewerker Evert Lambers verdedigt en vergoelijkt de (passief) agressieve methode tegen de gevederde vrienden. De voedselketen zou niet worden aangetast. Er zou al een vermindering van 30 procent zijn gehaald. Overlast zou zijn verminderd. Je kunt en moet je in gemoede afvragen of Groningen echt overlast had. Groningen is geen Venetië of Rome of Amsterdam.

(duivenfoto: Dorjan Ivan Rener Sitar)

Dis van, Adriaan – Stadsliefde (2011 Atlas Contact Amsterdam)

Graduation Show by Minerva Art Academy 2025

De cirkel is rond; de kunststudie is achter de rug en de boeken gaan niet mee naar North Dakota maar worden gedoneerd aan belangstellenden via minibieb ‘Achter Minerva’. De gekleurde tabblaadjes markeren de scriptieonderwerpen. De verplichte lessencyclus ‘The Art of Recycling in The Netherlands’ werpt zijn vruchten af.

Graduation Show

Wat vroeger ‘presentatie van examenwerkstukken’ heette is nu een ‘graduation show’. Door heel Stad wordt eindexamenwerk van Minerva-studenten getoond: Niemeyer, Pictura, Minerva-gebouwen aan Zuiderdiep en Praedinius, Kunstpunt, St. Sign en meer. Indrukwekkend allemaal. Veel installaties, uitgewerkte concepten, industriële vormgeving, microbiologisch onderzoek met ‘bacteria and fungi’ en weinig (fijn) schilderwerk. We zien maatschappelijk engagement, onmogelijke contrasten, oneindige creativiteit en artisticiteit, innovaties. Onze ogen gaan en mond valt open. Verbazing, vragen, bewondering. En valt er ook nog iets te lachen? Zeker. Bijvoorbeeld bij het Instituut voor het Zandkorrel Hoogtebeleid, waarvan de directeur op artistieke wijze aandacht vraagt voor de zeespiegelstijging. Die jongen (directeur van het IZH, M. van der Molen) komt er wel. Meest bijzonder: in Pictura zie ik een jonge vrouw, taxidermist, die geprepareerde dode muisjes liefdevol vult met druppelvormige glazen roze bijouterietjes.

Wat nu?

Traditiegetrouw vraag ik het internationale gezelschap wat ze na Minerva gaan doen. Een phd in Sevilla, hopelijk onderdak bij een vriend in Maastricht, timmerman worden en geperforeerde meubels maken, proberen in de festivalbusiness de felle linoleumprints aan de man brengen, fondsen werven voor onderzoek, met lampenproductie meedoen aan Design Academy in Eindhoven.

Wildplassers

Het jeugdjournaal meldt dat urine wordt gebruikt voor medicijnenonderzoek. En bij grondbemesting. Ik zie gelijk kansen voor studenten MADtech als ik een bierboot zijn gasten zie lozen die een wedstrijdje wildplassen doen. Ik spreek de kap’tein even aan en vraag of ie een groot vaarbewijs heeft. De gemeente belooft extra surveillance.

Bomen, fietsen en tuinen in Stad

Dat de gemeente Groningen druk bezig is met het revitaliseren van de binnenstad (Westerhaven, Pelsterstraat, Haddingestraat) en hard werkt aan een zogenaamd ‘bomenplan’ is algemeen bekend. Wij van binnenstadbuurtvereniging A-Kwartier hebben mogen inspreken over de bomen. Eerst een plenaire sessie in het oude gemeentehuis van Haren en daarna via conceptplannenmakerij langs de meetlat van het ‘Urban Forest Masterplan’. Een van de doelstellingen van het bomenplan voor de volgende dertig jaar is een enorme uitbreiding van boomkruinbedekking.

Fietsentelling

In Stad zijn straten waar drie rijen fietsen staan geparkeerd. Zo goed als in het gelid. Waar ter wereld vind je dat? Zoals fijnstof aan openhaarden en auto’s kleeft, zo haakt frisse lucht aan bomen en fietsen. De gemeente is aan het fietsen tellen geslagen. Alleen met goed gedocumenteerd feitenmateriaal krijgt de autolobby tegengas. Ik voorspel een einde van de dieselprivileges in de binnenstad en een uitbreiding van fietsparkeerfaciliteiten. Mijn hart zegt dat behalve Arjen Lubach het slimme wethoudertrio Wijnja, Broeksma en Van Niejenhuis mijn nota Parkeren in Stad heeft gelezen en mijn conclusies delen.

A-kerktuin

Ondertussen kijk ik om me heen. In onze omgeving komen we er niet bekaaid af. Voor de A-kerk is een aantrekkelijk miniatuurparkje met hoge bomen. De kenner ziet een overeenkomst met de fameuze tuinen van tuinarchitect Piet Oudolf. Gekleurde ijzeren stoeltjes maken het af. Op de grond in het grind de artistieke koperen belijning van de contouren van de vroegere toren.

Binnentuin

Achter ons huis ligt onze met veertien buren gedeelde binnentuin. Delen is het nieuwe hebben. Een oase van groen in een weldadige rust. De tuin lijkt op een hofje, maar is – helaas – ontoegankelijk voor derden. We onderhouden de tuin gezamenlijk, organiseren eens per jaar een maaltijd met zijn allen en proberen naar elkaar om te kijken. Met vier jonge gezinnen erbij is het geen knarrenhof. De huizen, alle met drie trappen, spotten met het achterhaalde begrip levensloopbestendige traploze huizen.

Minervatuin

Schuin tegenover ons, voorbij de majesteitelijke boomreuzen of reuzenbomen is de smalle Minervatuin. Een strook groen tussen het water van de A en de monumentale school, nu in gebruik als expositieruimte van eindexamenwerk. Enkele leden van onze vereniging Pomppleintuin kregen het voorrecht om als sleutelhouder te mogen fungeren.

Heemtuin Muntendam

Even geloof ik haar niet als M zegt dat hier een veld orchideeën staat. W’s ogen worden groot. K en A zetten / nemen respectievelijk hoed en muts af en gaan door de knieën: zo ver het oog reikt: orchideeën. Verder nog strootjes en grassen in ontelbare variaties.

Iets ten zuidoosten van Sappemeer waar we, certifikoatholders Grunnegers, onze eerste excursie met de cursisten Grunneger Konversoatsie hebben, ligt de heemtuin van Muntendam. Niet enkel een tuintje met theeschenkerij, hier ook paviljoen geheten, maar een hectares groot wandelgebied met een diversiteit aan vegetatie, insecten en vogels, die ik niet eerder zo mooi gegroepeerd bij elkaar aantrof.

Rust en ruimte, zo ver je kan voelen, zien, ruiken, horen en tasten. Slingerende paadjes, lichte hoogteverschillen, opzettelijk verwaarloosde muurtjes, kunst in plexiglazen vitrines, slootjes, vijvers en orchideeën. Als je bent opgegroeid met geraniums, gulden roede, petunia’s, narcissen, perenbomen en in de verte een plant die door je oom die de tuin deed fluisterend ‘edelweiss’ werd genoemd, had het woord orchidee altijd een onbereikbare, magische status. Later kwam de gekweekte orchidee vaker voor via de markt en zag je ze – altijd in tweetal – achter de ramen verschijnen. Ik stuur C die vandaag een zeiscursus in Zeist geeft een handvol foto’s en zij, botanica in elke vezel, herkent nog de wateraardbei.

De heemtuin in Muntendam is een werkervaringsgebied begeleid door WerkPro. Je houdt je hart vast, mocht de werkbegeleider op een morgen zeggen: ‘berkentrekken vandaag’. Er zijn velden waar miniatuurberken op overwoekerende veldtocht zijn geslagen, gelukkig dat de lelietelersmores hier ver te zoeken is.

Heb je tijd over, bezoek dan Scheepswerf Wolthuis in Sappemeer (en meld je aan als vrijwilliger opdat de openingstijden verruimd kunnen worden tot en met de zaterdag), wandel langs het haventje, een octogonaal kerkgebouw en bekijk de gelaatstrekken van Aletta Jacobs, de eerste tot de uni toegelaten vrouw, eerste arts en eerste gepromoveerde. Uit Sappemeer dus.

Zuiderplantsoen Groningen, Fleur Gräper: bedankt!

Op donderdag 8 mei ’25 gaat het Zuiderplantsoen open. Waarom ik ga kijken? Dat heeft alles te maken met Fleur Gräper. Na onze verhuizing naar Groningen werd de naam Fleur Gräper, gedeputeerde, wekelijks in krantenkolommen genoemd. Zij was kartrekker van het immens grote ringwegproject. D66’er. Volhouder. Vrouw. Vaak werd ze overgoten met een vracht kritiek als ergens een tijds- of begrotingslimietje werd overschreden. Zet je de krantenkolommen open dan stroomt het geklaag en gejeremieer je tegemoet als illegaal gestort zwart water door Groningens Diepenring. Wij steunden haar in gedachten door dik en dun. Nog steeds roepen wij ‘Goed gedaan Fleur!’ als we langs een kunstig, soms artistiek ringwegonderdeel rijden die zijn gelijke in geen enkel buitenland kent.

Nu is het Zuiderplantsoen dus klaar. Ik fiets rond. Onder de indruk van de rust en de gratie. Dat er zoveel aandacht is voor fietsers en wandelaars, dat kan alleen in Groningen, denken we. Topstukken: de Esperantotunnel, de synergie met de verdiepte Ringweg, het Sterrenbos en de DUO-tuinen, de prachtige Helpmantunnel, schitterende industriële, brutalistische kunst als het Geheugenpaviljoen en het -balkon. En dan het prachtige groen: grasveldjes, plantenperken, een stadse oase.

In een stoet van trotse, vrolijke Groningers fiets ik over de nieuwe paden, me overal verbazend over de schitterende doorkijkjes, de verrassende padenloopjes, de gestapeldestenenmuurtjes, de artistieke landschappelijke vondsten met ingenieuze trapconstructies naar de onhoorbare snelverkeerwereld en denk, luisterend naar het geknisper van mijn Gazellebanden op het grint, aan Fleur Gräper die die in de woelige tijden haar rug recht hield.

Onze Fleuradoratie heeft alles te maken met prettige herinneringen. Ga mee naar de beginjaren van deze eeuw. De familie Gräper, met pa Koos (collega docent Engels) en ma Coba (professor, denk ik), beiden hardlopers, waren trouwe bezoekers van onze camping Pieterom in Sleen. Drie à vier keer per jaar kwamen ze met hun Eribaatje aanzetten. Steeds met een andere schare kleinkinderen. In het najaar kwamen ze samen uitpuffen. Fleur zal erbij zijn geweest. Fleur, bedankt!