Burgemeester en wethouders op bezoek in het A-Kwartier

We ontvangen het college van B&W nu (8 september 2026) voor de derde keer in ruim vijf jaar. Twee keer met burgemeester Schuiling en nu met Kamminga. Het zijn steeds nuttige en openhartige ontmoetingen. Wij tonen lastige situaties in het A-Kwartier en zaken waar we trots op zijn.

Graag denk ik terug aan mijn tweede vergadering met de bestuursmatties van het A-Kwartier, ergens in 2021. Ik stelde voor de burgemeester een keer uit te nodigen om kennis te komen maken met de wijk en ons. In mijn vorige woonplaats E, zo wist ik, was B, vaak samen met W, gewend aan wijkbezoekjes. Tot mijn verbazing was de zuinige reactie van onze toenmalige voorzitter: “Klaas, Groningen is E niet, hè, W&B hebben volle agenda’s en het is zeer de vraag of daar een wijkbezoek in past.

En de rest is history.

Het stadsbestuur vergadert ’s ochtends in de conferentiezaal van LUHU aan Munnekeholm. LUHU is een ontbijt- en lunchcafé gerund door doven en zeer slecht horenden. Uitbaters Engelien en Dennis hebben bedongen de werkwijze van Luhu te kunnen toelichten aan het bezoek. Daarna is er een lunch waarbij ambtenaren en wijkvertegenwoordigers aanschuiven. Tot slot wandelen we met zijn twintigen door de wijk waarbij complexe meerjarige dossiers die tijdens de lunch zijn aangestipt inzichtelijk worden. Ook tonen we graag ontwikkelingen waar we trots op zijn en weerbarstige problemen. Vier wijkbestuurders lichten de wijkonderwerpen toe.

Wat komt zoal voorbij?

  • De complexe meerjarige dossiers: De ja-of-nee-verhuizing van het Harmoniecomplex en wat er mogelijk voor in de plaats komt, de Visserbrug en noodbrug, de MADA-vernieuwbouw;
  • Plussen: Een uiterst actieve vereniging met 10 commissies en werkgroepen, veel verbindende activiteiten, de samenwerking met Albertus Magnus en de goede relatie met de gemeente, de aandacht voor en groei van aantallen geveltuinen (zie detailfoto van André Oosterhuis), eerste prijs Kunstopstraatprijs;
  • Problemen en hete hangijzers: toename hittestress naast vergroening van het centrum, bierboten en wildplassers, verslaafde druktemakers, lawaaioverlast, parkeertekorten, graffiti.

Na afloop is nog een korte nabespreking en bedanken we elkaar voor de ontmoeting. Zijn we duidelijk en open geweest of was het toch een ‘koek-en-ei’-bijeenkomst? Tijdens de gesprekken maken we er geen geheim van dat binnen het bestuur verschillen van inzichten bestaan. Toch proberen we met één mond te spreken.

HORTUS BOTANICUS Haren (september 2026)

Dertigers waren we, sommigen al veertigers ergens aan het eind van de vorige eeuw. De gymjuf, met stalen benen in voor die tijd moderne, net iets te strakke bedrijfskleding, en sexy witte kniekousen die ver boven de rode in die tijd hippe Converse-gymschoenen uitstaken, die de personeelsuitjes voor het Emmense Esdal College, dat toen nog De Dissel heette, organiseerde, had, ver voor het zuipfestijn ’s avonds bij Café Moorman in Erm begon, waar we zelf bier mochten tappen en vetes met de pretpakketdocenten uitdiscussieerden, een cultureel verantwoord uitje bedacht: de Hortus in Haren. Maar amper uit Lantings bedrijfsuitjesbus met beweegbare rugleuningen gestapt wisten we niet hoe snel we in de Hortuskantine moesten komen. Barbaren waren we, maar aardige en we wisten het.

We kijken vandaag onze ogen uit. Geen idee had ik dat de hortus zo groot is: met 140.000 m² de grootste van Nederland. We doorkruisen vijftien verschillende tuinen waarvan enkele nog onderverdeeld zijn in subtuinen die de plattegrond niet hebben gehaald. Kassen, waterpartijen, beelden, bomen en een speciale Chinese tuin: Het verborgen rijk van Ming, compleet met groeiende in de wind meebuigende vishengels.

Alles prachtig aangelegd en divers onderhouden: van uiterst precies naar paradijselijk-laat-maar-waaien. Je ziet dat overal over is nagedacht. Ik herken diverse lessen in onkruidbeheersing, van meticuleus tot onkruid gemaakte plantjes wegtrekken tot mulchen. Van met schapenwol bedekken tot smoren onder riet. Wat een technieken.

Er moeten fikse pelotons vrijwilligers worden ingezet, aangestuurd door eersteklas bio- en ecologen. Onze achterbuurman H is een actief medewerker. We zien rozen, groenten, granen, heesters, bomen en sierplanten. Geen gezeur over exoten of invasieven: het gaat hier om groen, groeiend, divers, en veel. En wat opvalt: nauwelijks droogteschade. En waar je ook kijkt, overal in groene overals gestoken Hortusmedewerkers die c.v.’s van nieuwe vrijwilligers uitpluizen.

Er is een beeldencollectie van AKKA en verder is de hortus verdeeld in grote compartimenten: een Chinese, Keltische, Kruiden-, Rots-, Vlinder-, Water-, Prairie-, Hondsrug en Laarmantuin, omzoomd en doorsneden door een voedselarme plas, het Elzenbroekbos, Eilandborders, on- of juist gecultiveerde paden en meer. Dan nog een bijenstal, een Evolutiepad en een Terra-afdeling waar leerlingen het tuiniers- en hoveniersvak leren. En een opgeruimde museumwinkel en zaden- en plantenverkoophoek met billijke prijzen.

Dat we in de folder over de bijna dertig jaar oude Chinese ommuurde tuinen, met kunstig geconstrueerde watervalletjes en typische paviljoenen, een theehuis en Hof van Verwelkomende Welriekendheid, alles door handwerkslieden gebouwd en geënsceneerd niets lezen over de mensenrechtenschendingen van China tegen de Oeigoeren zij de Hortus vergeven. Het is een goed gelukt stukje retro-China waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan en geopolitiek en nepotisme onder het kleed geveegd zijn.

Ik mijmer terug naar midden jaren tachtig vorige eeuw. De dahliatuin van toen, die de blommen voor het Eeldese bloemencorso leverde, bestaat nog steeds.

Zomer 2026

Wat een zomer….

Groningen is wereldwijd beroemd vanwege de Schnitgers en Hinsz-orgels. ‘Orgelzomer’ presenteert in Stad zo’n 40 kerkorgelconcerten, draaiorgels doen nog even niet mee. Indruk maken Matteo Imbruno en Rie Hiroe. De Italiaan imponeert met het voor mij onbekende stuk, ‘Litanie’ van de Nederlandse componist Welmers. Ik vind het zenuwlijersmuziek en tegelijk indrukwekkend. De Japanse professoressa Hiroe pakt me met haar gehele programma tout court.

Pure extase

Naast mij in de Martinikerk een echtpaar: mevrouw houdt onderdanig-devoot het programma voor haar mans gezicht zodat hij onbekommerd minimalistisch in pure extase de maat kan slaan en denkbeeldig de coda meepingelt. Verder zit iedereen bevroren voor zich uit te kijken. Het publiek wordt niet verwend. Geen filmopname van of gesprekje vooraf met de muzikant, geen spannend licht. Een enkele Italiëfetisjist roept op het eind luid ‘bravo’ en een gedurfd ‘bravissimo’. Imbruno glimlacht. Ik droom weg naar orgelrocksterren Anna Lapwood en Jan Liebermann die duizenden enthousiaste orgelmuziekfans trekken. Waarom staat Groningen stil?

Wildplassers Een nadeel van de binnenstad: bierboten die gasten, heel vaak in het dagelijks leven accountmanagers in de zorg, omtoveren in wildplassers. Vriendin stuurt me de foto met bewijs. Gemeente, havendienst en politie gaan bierbootbedrijf aanspreken. Wij dringen aan op intrekken van de vergunning.

Wandel4daagse

Na maandenlang voorbereiden durf ik het aan: vier dagen wandelen met meer dan 3.000 deelnemers. Onbezonnen bied ik kamerad(inn)en aan hier all inclusive te komen logeren, polsbandje hebben ze immers al. Al wandelend zie ik het doorsnee witte bioscoop-, museum-, leesclub- of koorpubliek, maar dan na een ledenwerfactie onder jongeren. Groningen presenteert zich op zijn best: mooie paden zonder snuivers, spuiters, wildplassers, voorstanders van vrouwenbesnijdenis, F.v.D.’ers, slikkers, klimaatontkenners en rukkers. Nergens tulbanden, keppeltjes, hoofddoekjes, hamers & sikkels. Wel een overkill aan kruisjes en groene Nijmeegse parafernalia. Een uitmuntende organisatie, gemaaide bermen en massagestation op de Grote Markt.

Keiweek

Als onze sociale batterij nog niet leeg is na vier dagen logees verwennen bij de 4daagse tippelexercitie, dan, zo redeneren we onbesuisd, kunnen we, op aanvraag van neef Friso, ook enkele meiden hosten die aan de Keiweek meedoen. Studio opruimen, gang stofzuigen, W.C. poetsen, weekje niet vloeken, boeren of luide winden laten en tig huissleutels bij laten maken.

Mihai overleden

Soms is Groningens binnenstad een dorp. Je groet elkaar en maakt een praatje. Je leert studenten dat ook fietsers voorrang kunnen hebben. Je probeert aandacht te hebben voor dak- en thuislozen. Op een bankje naast Albert Heijn wordt Mihai herdacht. Hij stierf op 52-jarige leeftijd. Mihai is Roemeens en woonde in een tentje aan het Winschoterdiep. Het Leger des Heils ontfermde zich met een ontbijtbakfiets over hem.

Zummerbühne

Westermans excellente boek ‘De Graanrepubliek’ wordt in het open veld als muziektheater gespeeld in Noord-Groningen. Een schitterend schouwspel over werkvolk en tot herenboer gemaakten die uitbuiten als aangeboren voelen. Geen wonder dat ’t communisme hier groeide als graan op geile grond. Nog steeds zijn er in Groningen herenboeren met 9.000.000 vierkante meter landbouwgrond en veehouders die denken dat ze met 1.000 koeien gelukkig worden. Pffff, wat een zomer….

Gratis tuinplanten

Marktplaats biedt de rubriek ‘gratis tuinplanten’ en de afgelopen dagen fietst ik naar Peize, Vinkhuizen, Korreweg, volkstuincomplex Bruilwering, Hoogkerk en Adorp en ontmoet de aardigste mensen ter wereld, één noemt zich plantenredder, die plantjes stekken en vermeerderen en daarmee anderen gelukkig maken. De nieuwe aanwinsten, yuca, lavendel, veldzuring, vlinder, Canadese guldenroede, sedum, zet ik uit in mijn bakken bij Blockhouse.

W A N D E L 4 D A A G S E GRONINGEN 2026

MAANDAG Tropische temperaturen, een knie zonder kraakbeen, fijne logees, broeierige avonden, een klustuin die schreeuwt om bewatering, het laatste Zomergastendeel dat nog afgekeken moet worden, een nog in te plannen onderhoudsbeurt voor de Giant: niets staat de voorbereiding voor de wandelweek in de weg. Vandaag scoor ik de knippenkaart voor de massages van dinsdag t/m vrijdag na de inspanning en worden we bijgepraat over het pijnsensiviteits onderzoek van UMCG en HANZE-hogeschool waar T en ik trouw aan meedoen, elke dag voor en na de tocht.

DINSDAG CODE ROOD De temp stijgt tot 34° en wij wandelaars doorstaan de verzengende hitte op de steppe die hier Onlanden heet. Een schitterend natuurgebied, aangelegd als waterberging ten zuidwesten van Stad. De zeearend, aka ‘de vliegende deur’ nestelt hier en wijkt voor de stappende Meindls, Lowas en Dolomites. De 4daagse organisatie is perfect: waterpunten, toiletten, plaskruisen, en voldoende routebordjes. Mijn makker wordt allengs stiller: gewend als hij is aan uitbundig getoeter en gezang in Nijmegen, overvalt de rust, weidsheid en de stilte hem hier. Zijn lust om te zingen smelt als waterijs in een kinderhand. We hebben het naar de zin. Visioenen van een frikandel speciaal verdampen. Na vijf uren drinken we bier en kneedt een masseur mijn kuiten.

WOENSDAG elke dag opstaan om 5, ontbijtje fixen voor vier en dan zie ik dat er vanavond in de Martinikerk een juryconcert is met Rie Hiroe, Juan María Pedrero en Jeremy Joseph, alle drie met behoorlijk wat Bach. In wisselende samenstellingen lopen we noordwaarts, o.a. langs Harssens en Wierumerschouw, nu met een verfrissend windje en een softe zon. Zonder ’t te merken slaag ik erin twee blaren te ontwikkelen. We genieten van het landschap, hebben diepzinnige gesprekken over Barefoot shoes, suiker in de spelt/haverkoekjes, of Halbe Zijlstra ooit weer geloofwaardig wordt en de rijzende ster van Roelien Kamminga. In Stad troon ik M & M mee naar Inges geäircode kledingshop Byoni. Daarna nog registreren, meedoen aan het  pijnregistratieonderzoek, masseren en bier op t terras. Morgen oostwaarts.

DONDERDAG De temperatuur is meer dan okee, blaartjes no problemo, minister Van den Brink spreekt nog veertien wetten ontduikende gemeentes aan en ik neem me voor die gemeenten te mijden als rotte mispels. We hebben een bijzonder orgelconcert (met in de pauze Rivella) achter de rug waarbij de maestro’s en één Japanse maestra (jaja, in Japan zijn ook kerkorgels) een roosje kregen i.p.v. een vergiftigde bos leliën. De 4daagse presenteert een prachtige, oostelijke wandelroute, met heel mooie paden, bijvoorbeeld het ‘Bevrijdingspad’ en een oneindig mooie nabij Noorddijk en later bij Kardinge en Beijum met bloemenbermen als keukenhoven. De oude Groningse poëet Jan Boer zou, was hij nog onder de levenden, zijn vingers bij het zicht op de wolkenpartijen boven de vorstelijk gesubsidieerde agrarische sector hebben afgelikt, prevelende ‘Grunnen, mien laaand, bist ja hemel op oarde’. Onderweg krijgen we langs de randen van de Graanrepubliek waterflesjes bij de vleet en kaasblokjes van boerinnen die zich van BBB lijken te hebben afgekeerd als in goeden doen verkerende kieskeurige slakken van onwelriekende paardenmest.

VRIJDAG De laatste 20 kms.: een rondje Paterswoldsemeer, langs Hoornse Plas en Hoornse Dijkje. Een mooie route weer, met duidelijk Drentse invloeden. Eens even kijken wie meewandelen. Jong en oud. 80 % vrouwen schat ik. Opgeruimde, vriendelijke hulpvaardige types. Niet of nauwelijks mensen van kleur. Geen hoofddoekjes, keppeltjes, tulbanden, hamers & sikkels, wel kruisjes in alle afmetingen en Nijmeegse parafernalia. Een beetje het gemiddelde koor dat net een ledenwerfactie onder jongeren heeft gehad. Iedereen die ik spreek prefereert Groningen verre boven Nijmegen. De verschillen zijn dan ook groot. Hier geen overdreven opgewonden luidruchtige toeschouwers met bombastische piratenmuziek via schetterende ghettoblasters, hier soms wel fijne smalle met bloemen omzoomde paden en godzijdank geen uitgerangeerde tv-reporters als Jaap Jongbloed die ten koste van wandelaars graag zichzelf interviewen of KRO’er Fons de Poel die een gerenommeerde politicus snotneus noemt als hij denkt dat de mic uitstaat. Bij de finish een lief onthaal van familie en vrienden met blomme in soorten en maten, een medaille met daarop Groningens classicistisch stadhuis dat enigszins doet denken aan dat van Weesp maar dan uitgevoerd in kloeke maten en zonder beginnersfouten en bier onder ‘Olle grieze’. Deze keer laat ik de keus aan de studentmasseur die me met kuiten als van een haastig puberhert naar huis laat lopen. Mijn rug modelleert zich na een tippelweek met in totaal 90 kms wel weer na een badje.

Bezwaarschrift tegen het besluit verwilderde duiven af te schieten

Dossiernummer 156586

  • Ingediend door: K. G. van der Meulen, Reitemakersrijge 18 9711 HT Groningen, mede namens nog acht ondertekenaars:

Tot onze schrik, verbazing en verontwaardiging nemen we kennis van het voorgenomen besluit zgn. verwilderde duiven in de provincie Groningen dood te schieten.

Wij willen met kracht bezwaar maken tegen dit besluit. Wij vragen ons af waarom u dit vergaande besluit neemt, waarbij de belangrijkste vraag natuurlijk is waarop u de overlast van zogenaamde verwilderde duiven baseert. Om daarachter te komen stellen wij u de volgende vragen:

  1. Op welke gegevens van duivenaantallen is uw besluit gebaseerd?
  2. Wat bedoelt u precies met verwilderde duiven?
  3. Hoe kan de potentiële schutter ’s nachts verwilderde duiven onderscheiden van gedomesticeerde duiven?
  4. Waar precies komt de verwilderde duivenpopulatie voor?
  5. Wie heeft geklaagd over deze duiven?
  6. Hoe vaak is geklaagd over deze groep duiven?
  7. Wat waren de achtergronden van deze klachten?
  8. Is u bekend dat er betere maatregelen denkbaar zijn om de duivenstand te reguleren?
  9. Bent u op de hoogte met de wijze waarop de gemeente Groningen de duivenstand reguleert?
  10. Kent de bezwaren en moeilijkheden van nachtelijk schieten met een buks?
  11. Hoe bent u van plan om te gaan met aangeschoten duiven die ’s nachts in de struiken een heenkomen zoeken?
  12. Wat is voor u een aanvaardbaar percentage aangeschoten dus niet doodgeschoten duiven?
  13. Hoeveel duiven bent u voornemens dood te laten schieten?
  14. Het is algemeen bekend dat jagers vaak moeite hebben met het bijhouden van aantallen af te schieten dieren. Weke controlemaatregelen heeft u ingebouwd om schutters te monitoren?
  15. Welke overlast wordt veroorzaakt door gebruikmaking van nachtzichtapparatuur, kunstlicht en geluiddempers aan andere dieren die ’s nachts actief zijn, zoals uilen, vleermuizen, dassen en vossen?
  16. Bent u op de hoogte van het instellen van door vrijwilligers gerunde groepsduiventillen zoals toegepast in Gouda (en beschreven door Irwan Droog – De Duif [Thomas Rap, Amsterdam 2026]?

 

Nederland zucht en kraakt vanwege vermeende overlast door grote predatoren. Ooievaars, otters, bevers, wolven, wasberen, vossen, diverse roofvogels en dassen. Al tijden in het verdomhoekje zitten ratten, muizen, korenwolven, steen- en boommarters, mollen en meer. Dat een aantal hiervan tot de groep beschermde dieren behoort zal de klager vaak een zorg zijn.

Sinds kort treedt de groep duiven (stadsduiven, verwilderde duiven) toe tot deze groep van zogenaamd overlast bezorgende dieren.

Klagers putten zich uit in litanieën van klachten. Het lijkt erop dat de provincie meegaat in het ongefundeerde, populistische, stigmatiserende geweeklaag over dit dier. Duivenpoep, al te luid koeren, het overschatte aantal, gewoon aanwezig zijn stemt de klager tot onvrede. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat duiven veel mensen een groot plezier schenken, dat ze het vredessymbool bij uitstek zijn en dat het gewoon heel schrandere dieren zijn, die ooit zelfs werden ingezet om tumoren te herkennen op mammografieën en daar zelfs hoger slaagpercentages scoorden dan hoogopgeleide medisch medewerkers.

Open brief aan het Groninger Museum

Beste Anneke de Vries, Ploegconservator,

Kleima, zittend naakt met cellist

Mijn welgemeende complimenten voor de uitgebreide tentoonstelling ‘Nieuw Licht – De Ploeg’. Wow, niet eerder zag ik in het GM zo’n bijzondere, fraai ingerichte Ploegtentoonstelling, met naast de mij bekende stukken van usual suspects Altink, Werkman, Wiegers, Dijkstra, Pott, Martens en meer, voor mij onbekend werk: een kleurenolieverf van Werkman, een was/olieverf van Altink, een naakt van Kleima, poppenkastpoppen van Wiegers, prachtige opgeblazen zwart/witte historische foto’s. Hut ab, chapeau, pet af met een diepe buiging.

Maar gaandeweg, de zeven zaaltjes doorwandelend, denk ik ook: ik mis iets. Wat jammer dat het Groninger Museum voor 100 % voorbij gaat aan de contemporaine geschiedenis van de Ploeg. Bij het verlaten van het museum denk ik: de Ploeg van nu wordt weer of nog steeds niet gezien, genegeerd, ontkend, als een boek over Ajax minus de laatste vijftig jaar. Alsof de Ploeg opgehouden is te bestaan.

Altink, Schip met rood zeil

Toch denk ik dat u, Anneke, beter weet, dat u als deskundige op de hoogte zou moeten zijn van het (voort)bestaan van de kunstenaarsvereniging De Ploeg.

Mijn vraag aan u is: waarom besteedt u geen aandacht aan de laatste vijftig jaar van de Ploeg? Van de zeven grote ruimtes die u nu hebt ingericht had toch zeker de helft gewijd moeten zijn aan de Ploeg van nu? Ik beschouw musea (ook) als educatieve instituten waarvan je zou kunnen, nee moeten verwachten dat ze een compleet beeld bieden van de onderwerpen die ze aansnijden.  Waarom in vredesnaam gaat het GM voorbij aan de regionale beeldendekunstimpulsen van de overbekende en diep in de Groningse klei gewortelde kunstenaarsvereniging? Ik stel deze vraag met nadruk daar de laatste tijd kritische artikelen in de regionale pers (D.v.h.N. van 6 december 2025) verschijnen over het beleid van het GM. De doorgaans ingetogen maar altijd goed ingevoerde auteurs Van Ruiten en Brouwer melden dat het GM de weg kwijt en te elitair zou zijn en te weinig aandacht zou richten op de regio. In chocoladen kapitalen wordt op 10 december gesuggereerd dat de RvT zou (hebben) zitten slapen. En ach, we weten allemaal dat benoemingen van leden van de RvT vaak verkapte politieke vriendendiensten zijn die met kennis van beeldende kunst vaak weinig te maken hebben. De nieuwe, inmiddels alweer met vijftig procent ingekorte museumdirectie, heeft na Blühms exit bij uitstek de kans om de luiken open te gooien, een frisse wind te laten waaien en een nieuwe richting in te slaan. Maar ze laat dat na. Dedain voor de eigen regio lijkt een noordelijk stramien: geen Toyistencentrum in Emmen. Geen Helmantelzaal in het Groninger Museum. Geen aandacht voor de huidige Ploeg in het GM.

Als Ploegwatcher, ik interviewde alle Ploegleden voor het boek ‘De Ploeg 100’ (2018) en oud-leraar weet ik dat het ertoe doet dat je als museum kunstenaars, of als leraar je leerlingen ziet, kent en herkent. Subjectieve oordelen doen er niet altijd toe. Staat een bepaalde ontwikkeling je even niet aan, dan meld je dat. Maar negeren is zeer onverstandig. Een regionaal museum dat zijn functie en doel serieus opvat zou, als een historicus die ook in zijn ogen minder interessante, onderbelichte historische perioden beschrijft, aan de hele geschiedenis van de complete kunstenaarsvereniging aandacht moeten besteden, van de oprichting tot nu.

Beste Anneke de Vries, de ronkende GM-folder spreekt van een fris en verdiepend perspectief. Verderop lees ik ‘The shock of the new’. Woorden, woorden, denk ik, maar welke betekenis kunnen we toekennen aan deze woorden?

Het Groninger stadhuis bezocht

De gemeente Groningen is supertrots op het (verbouwde) stadhuis en draagt dat graag uit. Op velerlei manieren worden inwoners uitgenodigd eens langs te komen. Ik maak voor de vierde keer in nog geen vijf jaar gebruik van de uitnodigingen. Na een inspraakavond over de emissievrije zone (het terugdringen van luchtvervuiling in de binnenstad), een rimpelloze door Schuiling strak geleide raadsvergadering en een Groninger avond, nu een door onze buurtvereniging georganiseerde avond over verduurzaming in het neoclassicistische stadhuis. In felle kleuren worden we welkom geheten. Onder de gasten: eigenaren van een al dan niet verwaarloosd monumentaal pandje, eigenaren van een monument-light, of een karakteristieke woning, in erfgoed geïnteresseerden en kritische gasten die willen weten of subsidies op de juiste plaats landen.

De raadszaal, die werd vergroot na de laatste gemeentelijke herindeling, behoort tot de mooiste van Nederland. Ademloos luisteren we naar hoe het stadhuis van fossiele energieslurper werd getransformeerd naar gasloos. Na de laatste verbouwing van het stadhuis steeg (of daalde) het energielabel van G naar A+++. En dat terwijl het totale budget van 19,2 miljoen niet werd overschreden. Een gevoel van plaatsvervangende trots overvalt me. Dat er niet met geld werd gesmeten bewijzen de marmeren pilasters in de gangen: In plaats van duur Italiaans marmer uit de Toscaanse steengroeven van Carrara zijn het gipsplaten uit de bouwmarkt, geschilderd in een kunstige, nauwelijks van echt te onderscheiden, marmerlook.

In een bijzaaltje naast de raadszaal waan je je in een expositie van Sterren-op-het-doek: een niet helemaal complete galerij van geschilderde burgemeestersportretten. Soms aandoenlijk amateuristisch, soms van een superieure kwaliteit, waarbij dat van Wallage, by far, de show steelt.

In de gangen kunst van Ploegleden, waarbij pijnlijk nauwkeurig is voorbijgegaan aan de huidige Ploeg, met extra aandacht voor de relatief onbekende autodidact Arie Zuidersma. In de kamer van B&W staat een ovale tafel die zo groot is dat hij tijdens de verbouwing niet naar elders kon worden verhuisd. Op een met gouden sterren beschilderd diepblauw plafond kan de geoefende topografiekenner de locatie van alle dorpen en steden in de provincie herkennen. Zoveel moeite als besteed is aan dit ingenieuze schilderwerk, zo weinig aandacht is er voor de Groninger taal: gain fits of foazel.

Orgeldelta, orgelexcursie naar Leermens, Eenum, Godlinze en Loppersum

Een hele dag samen met 39 andere orgel(muziek)liefhebbers in de bus kalmpjes langs vier kerken rijden levert naast hartslag- en bloeddrukverlagende prachtmuziek ook interessante praat op. Ik spreek een Zuid-Afrikaanse over het Nederlands-Afrikaans en Breyten Breytenbach en praat met een theologe die op latere leeftijd moderne orgelmuziek ontdekte en nu helemaal into Anna Lapwood is. Ze vertelt van de bible belt naar Groningen te zijn verhuisd en glimlacht bezorgd als ik haar vertel dat ik in mijn bubbel vier stellen ken die naar de b.b. zijn verhuisd of op het punt staan het te aan doen. De ons begeleidende alles van Groningen wetende historicus geeft hoog op over borgen en ‘k vraag ‘m of hij van Dr. Jongsma heeft gehoord die schrijft dat 90 % van de Groningse borgen schatten hebben verdiend aan slavenhandel. Tijdens de lunch vertel ik iemand dat ik vorige week op de Grote Markt heb meegezongen tegen Israëls genocidale barbarij. Dat zou niet iedereen me nadoen, leer ik.

We bezoeken kerken en hun orgels in Leermens, Eenum, Godlinze en Loppersum. Organist Henk de Vries etaleert zijn orgelkennis en speelvaardigheid en historicus Reint Wobbes praat ons bij over interessante geschiedkundige feiten. Henk de Vries ken ik nog van een schitterend koor- en orgelconcert in Sleen.

We starten in Leermens en zien een orgel met aan weerszijden luiken, bedoeld om bladgoud uit ’t zich te houden. Het orgeltje klinkt als een klok. De kerk heeft bruin, geel- en witgeverfde bogen, een blauw plafond en hoogwaardige inktjetprints van Helmantel. De Vries speelt, ogenschijnlijk uit de losse pols, een miniconcert met Händel, Krebs, Erbach en Buxtehude. Orgelmuziekconnaisseurs onder ons letten speciaal op het effect van de dulciaan 16´.

De Schnitger in Eenum is apart vanwege reliëf en dieptewerking in het front. Een minicollege over middentoonstemming, reine tertsen, enz. vergroot onze kennis. Al spelend blijft De Vries’ gezicht een lach vertonen. Wat een vrolijkheid. Hij besluit met Scheidemann en Byrd. De organisatie is slim en biedt ons een fijne lunch in een papieren zak aan. Geen tijdverlies dus aan tijdverslindende tafels in kerkelijke bijgebouwen.

Het zicht op Godlinzes Schnitger wordt wat aangetast door een zwarte dominante kachelpijp. De bijna wulpse boog- en plafondbeschilderingen, ik zie iets wat lijkt op neo- impressionistisch pointillisme, vergoeden veel. De kerkbanken en preekstoel zijn geel geschilderd. Ik fabuleer over de daaraan voorafgaande discussies die bijna tot schisma’s  leidden. We beluisteren Buxtehude, Scheidemann, Böhmer, Purcel en Telemann. ‘Goed gespeeld man!

Dat het grootste en wie weet beste tot het laatst wordt bewaard bewijst Loppersum, waar we de ‘boerenkathedraal’, de grootste dorpskerk in de provincie, betreden na een passage onder majestueuze beuken die ons afschermen van de Snollebollekes verderop bij de kermis. Cantor De Vries haalt alles uit de kast en wisselt zijn miniconcert op het uit 1562 stammende en daarna zeker zes keer aangepaste en verbouwde orgel af met Gregoriaans aandoende zang. Wie weet, tot een volgende keer. De excursie werd georganiseerd door Orgeldelta (www.orgeldelta.nl).

 

 

 

 

 

 

Duiven, tillen & Unesco (deel I)

Hoe zegt Van Dis het ook alweer in ‘Stadsliefde¹’ als hij Parijse duiven beschrijft? “Arme stadsduif, hoe kon het zo ver komen? In kerken nog altijd hoog aanbeden als symbool van de Heilige Geest, op zondagsscholen ten voorbeeld gesteld (…) en nu gehaat en vertrapt. Godin van de vruchtbaarheid, (…) in de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben ze duizenden soldaten gered. (…) En nu dreigt ook de burgemeester met gif en sterilisatie.”

Groningen gaat het Parijs van Van Dis achterna. Stelselmatig en planmatig wordt de stadsduif uitgeroeid, geëlimineerd. Niet door hun de nek om te draaien, zoals stadsecoloog (what’s in a name) Doevendans het verleden zonder snik en traan beschrijft, niet door afschieten of vergassing zoals vroeger, maar Groningen kiest een mildere extinctiemodus, door naar veeartsen uit de pluimveeindustrie te luisteren die adviseren aangeboden voer (maiskorrels) te coaten met enzymen die voorkomen dat eieren worden uitgebroed. Stadsduiven, de broertjes en zusjes van postduiven. De duivensport heeft de status van Immaterieel Cultureel Erfgoed (van de Unesco). Vogelkenners weten dat postduiven en stadsduiven kunnen paren. Postduiven zijn gedomesticeerde rotsduiven, de natuurlijke voorouder van de stadsduif. Ze behoren beide tot dezelfde duivensoort, de Columba Livia, en kunnen zich onderling voortplanten. Is Groningen het barbarenpad opgegaan vanwege het willens en wetens aantasten van Cultureel Immaterieel Erfgoed?

Maar zijn duiven zo speciaal dan? Zeker. Ze ruimen rommel op, voedselresten vooral. Ze vervuilen de stad nauwelijks, hoogstens daar waar ze worden gevoerd. Duivenkak is geen witte verf die over straat wordt gesproeid zoals reigers en meeuwen doen, duivenpoep kun je zonder smerige handen te krijgen oprapen. En trouwens: (volks)tuinliefhebbers kennen de buitengewoon sterke waarde van duivenmest. Duiven zijn gezellig, nieuwsgierig en nevernooit agressief. Ze zijn symbolen van vrede en liefde. En, eerlijk is eerlijk, ze zijn, mits goed toebereid, lekker.

Nog een onbekend en ondergewaardeerd feit over duiven: het zijn dieren die na enig oefenen beter dan supergetrainde verpleegkundigen in staat zijn tumoren op mammografieën te ontdekken. Duiven dus. Hee, kun je stadsduiven echt trainen om tumoren te ontdekken? Zeker met een slagingskans van 99 % als er vier stadsduiven worden ingezet, terwijl opgeleide artsen niet voorbij de 80% kwamen.

Gemeentelijk medewerker Evert Lambers verdedigt en vergoelijkt de (passief) agressieve methode tegen de gevederde vrienden. De voedselketen zou niet worden aangetast. Er zou al een vermindering van 30 procent zijn gehaald. Overlast zou zijn verminderd. Je kunt en moet je in gemoede afvragen of Groningen echt overlast had. Groningen is geen Venetië of Rome of Amsterdam.

(duivenfoto: Dorjan Ivan Rener Sitar)

Dis van, Adriaan – Stadsliefde (2011 Atlas Contact Amsterdam)

Graduation Show by Minerva Art Academy 2025

De cirkel is rond; de kunststudie is achter de rug en de boeken gaan niet mee naar North Dakota maar worden gedoneerd aan belangstellenden via minibieb ‘Achter Minerva’. De gekleurde tabblaadjes markeren de scriptieonderwerpen. De verplichte lessencyclus ‘The Art of Recycling in The Netherlands’ werpt zijn vruchten af.

Graduation Show

Wat vroeger ‘presentatie van examenwerkstukken’ heette is nu een ‘graduation show’. Door heel Stad wordt eindexamenwerk van Minerva-studenten getoond: Niemeyer, Pictura, Minerva-gebouwen aan Zuiderdiep en Praedinius, Kunstpunt, St. Sign en meer. Indrukwekkend allemaal. Veel installaties, uitgewerkte concepten, industriële vormgeving, microbiologisch onderzoek met ‘bacteria and fungi’ en weinig (fijn) schilderwerk. We zien maatschappelijk engagement, onmogelijke contrasten, oneindige creativiteit en artisticiteit, innovaties. Onze ogen gaan en mond valt open. Verbazing, vragen, bewondering. En valt er ook nog iets te lachen? Zeker. Bijvoorbeeld bij het Instituut voor het Zandkorrel Hoogtebeleid, waarvan de directeur op artistieke wijze aandacht vraagt voor de zeespiegelstijging. Die jongen (directeur van het IZH, M. van der Molen) komt er wel. Meest bijzonder: in Pictura zie ik een jonge vrouw, taxidermist, die geprepareerde dode muisjes liefdevol vult met druppelvormige glazen roze bijouterietjes.

Wat nu?

Traditiegetrouw vraag ik het internationale gezelschap wat ze na Minerva gaan doen. Een phd in Sevilla, hopelijk onderdak bij een vriend in Maastricht, timmerman worden en geperforeerde meubels maken, proberen in de festivalbusiness de felle linoleumprints aan de man brengen, fondsen werven voor onderzoek, met lampenproductie meedoen aan Design Academy in Eindhoven.

Wildplassers

Het jeugdjournaal meldt dat urine wordt gebruikt voor medicijnenonderzoek. En bij grondbemesting. Ik zie gelijk kansen voor studenten MADtech als ik een bierboot zijn gasten zie lozen die een wedstrijdje wildplassen doen. Ik spreek de kap’tein even aan en vraag of ie een groot vaarbewijs heeft. De gemeente belooft extra surveillance.