Breath of freedom, Margaretha Consort, in De Fabriek Coevorden 20 augustus 2021

Drie keer slaagt het Margaretha Consort erin mij zodanig mee te zuigen in de muziek dat ik onwillekeurig wil mee neuriën en dat mijn knieën, heupen en alle nog niet door artrose aangetaste botten rammelend tegen de weefselwanden en spierbundels bonken en beuken en ik almaar denk: ga door, stop niet, verdomme, zet aan, haal uit, betover me, pak me in…. Drie keer voor € 20,- een geluksgevoel, en hoop dat de leider van de bent opstaat en de nog wat lauwe zaal opzweept, wild met zijn armen gaat zwaaien en ‘Allemaal!’ gilt, maar hoho, we zitten niet bij de Snollebollekes, hè.

Supermooie stemmen van Elea, Helena, Véronika, Margreet en twee in het programmaboekje vergeten jongens, het waren: Kevin Skelton en Günther Vandeven, die in Andromedae (muziek Channe Visscher, tekst Elea Bekkers) langzaamaan samensmelten als zes kleuren exquise hoogglans Sigmaverf voordat je de trap gaat schilderen. Soms een klontertje alt-, bas- of diskantgamba erbij van Maaike, Ricardo, Marit en Frank, voor de binding een tintje orgel van Jörn en dan weer mengen en mixen en afstemmen, wow, knap, krachtig en prachtig.

Microfoonloos wordt de uitvoering toegelicht in een schitterend industrieel zaaltje waar pareltjes van gehoorapparaatjes in en achter luisterende oren schitteren in fraai, kleurig, podiumlicht als sexy tongpiercings in een vlammende disco in De Krim-centrum. Artistiek leider Marit Broekroelofs kijkt goedkeurend toe.

Als je publiek definieert als: in muziek geïnteresseerden die via algemene media werden getriggerd, dan tel ik evenveel als bij het concert betrokken familieleden, scharrels, oppasoma’s, stille aanbidders, caterende theatervrijwilligers en technici. Is dat belangrijk?

Even denk ik bij de finale repetitie te zitten. Een onvolledig en niet foutloos programmaboekje. Een 15 minuten uitgestelde aanvangstijd. Daardoor horen we dan weer wel sfeerverhogende huiselijke geluiden van boven: doorgetrokken wc’s en gezellig getrippel van hooggehakte voeten op de trap en een couleur locale versterkende krakende zoldervloer voorafgaand aan het startschot.

Het is prachtig. Anderhalf uur in een bijzondere muzikale bubbel met deftig geklede jongeren (mannen, let nog even op mouw- en broekspijplengte zou modegoeroe Arno Kantelberg zeggen)  die klassieke instrumenten bespelen met dezelfde inzet, passie en vaardigheid als veelbelovende voetballers ballen in een beloftenteam. De antiek ogende instrumenten worden gestemd, geliefkoosd en voor de zekerheid nog een keer gestemd. Begeesterde muziekmakers die geïnspireerd raakten door het heelal, buiken, billen, borsten en navel van vrouwen en daar poëtische, soms wat wereldvreemde teksten en muziek bij maken. Sommige teksten worden expres zo goed als onverstaanbaar gemaakt want vertaald in de dode rebustaal Latijn. Mijn kop vult zich met vragen: waarom zou je dat willen doen? Sfeer? Subsidie-eis? Bubbelversterking? Het publiek leest mee over Hoofse liefde, de berg Carmel, een vergelijkende ziel (sic!) en dat er nog een wereld aan verbondenheid te winnen is. Open deur of niet, het vierregelige door Johannes Kepler en Hannie van der Wielen geschreven Ubi sensus harmoniae klinkt harmonieus als, maar minder bombastisch dan een fanfare op de Internationale Taptoe in Breda.

De oud-calvinist in mij herkent in de teksten de bijbelse contouren van een door sprinkhanen aangeknaagde verdroogde woestijncactus. Het Hooglied, waar blijkbaar toch nog een markt voor is, dat door de sleetse dominee in ieders jeugd altijd werd overgeslagen. Hier uitvergroot en meerstemmig bezongen door hogeschoolzangers en muziekmakers. Op weg naar huis relativeer ik de teksten. For your voice can sing to change the world. The breath of freedom, en wil me niet afvragen of, als je de wereld wilt veranderen, antivaxxers eens duidelijk aanspreken of het ICCP-rapport indringend lezen en ernaar proberen te handelen niet meer zoden aan de dijk zet dan zingen over Markus 14: 3 – 9 of het Hooglied.

Nog twee keer in het theater, in Assen en Driebergen.

Matthias Havinga op het Hinsz orgel te Leens (7 augustus 2021)

Wow, goed man, Havinga spot met alle in de orgelsport heersende wetten en begint met het lekkerste: Sweelincks ‘Est-ce mars’. Het klinkt prachtig. Superieur op het superieure Hinsz orgel in de voor dit orgel wel erg kleine kerk in Leens. Havinga benadert tot op de millimeter de versie van The Royal Wind Music op blokfluiten (op de cd The Flute-Heaven of the Gods). De kerk is inderdaad niet groot, zittend in het koor zie je de bovenkant van het orgel zelfs niet. Een deel van de bezoekers, de echte liefhebbers dan, zitten met de rug naar het orgel toe. Die luisteren wel zonder naar de trompetterende engeltjes te kijken.  Maar de meeste luisteraars willen de orgelpijpen tellen en wat te zien hebben, die zitten in het koor.

Voor orgelfetisjisten is deze ongewone opstelling gewoon, maar voor neo’s natuurlijk niet. Orgelmuziekliefhebbers vinden weinig vreemd. Zoals ook bijna niemand het raar vindt dat je voor € 12,50 entree (en € 2,50 voor een programmaboekje met de allerkleinste lettertjes) geen koffie krijgt maar wel een door de nagalm zo goed als onverstaanbaar prevelement van de voorzitter en van de organist himself. L a n g z a a m spreken zou helpen.

Goddank vergoedt de muziek veel. Kristusziele, wat klinkt dit orgel mooi. Vooral als het bespeeld wordt door Havinga die geen last van stijve vingers heeft. Kou, onweer en bliksemflitsen dragen bij aan de sfeer en dus het genot. Havinga’s registrant houdt de lange jas maar aan terwijl hij toch beweging genoeg krijgt door regelmatig van links naar rechts te moeten rennen achter het orgel langs over houten vloeren die voor een extra krakende, gezellige, authentiek-Groningse roffel zorgen. Heerlijk.

Ik zit naast een big brother-jongeman die als een spijbelende gamer achteroverhangend sexy joysticks manipuleert en joekels van witte camera’s in de kerk laat bewegen. You-Tube-filmpjes in productie. Groene nerveus knipperende lampjes verraden de camerarichting, zodat je weet wanneer je niet lonkend moet knipogen naar een tegenover je zittende bezoeker of een gaap, vinger in kriebelende natte neus of frons moet onderdrukken.

We luisteren naar een mooi klassiek programma met als jongste uitschieter Henk Badings (ook al weer een halve eeuw dood hoor), veel Bach en een vleug Sweelinck in dit speciale Sweelinckjaar met ‘Est-ce mars’ als uitschieter. Om je heen kijkend slaat toch de schrik je om het hart. Het programmaboekje doorbladerend zie je meer subsidieverstrekkers dan bezoekers om je heen. Tevredenheid en verontrusting strijden om voorrang. Mooi hoor dat al die ex-calvinisten hun zieleheil afkopen met een fikse stroom euro’s voor het örgel, maar waarom doen orgelorganisaties geen moeite om een nieuw publiek aan te trekken? Ik zou zeggen: kijk eens rond in de evenementenindustrie. Rondkijkend verwacht ik dat de laatste orgelmuziekliefhebbers over tien jaar zullen zijn bijgezet in de Hogelaander graftombes. Maar dan zijn de filmpjes er nog, hopelijk.

MARIAVESPERS

MARIAVESPERS
Coevorden
10 oktober 2021

 

‘Oude muziek voor nu’, dat is de slogan van het Margaretha Consort, het ensemble dat op 10 oktober Monteverdi’s Maria Vespers zal uitvoeren, in de NH kerk te Coevorden.

Marit Broekroelofs

De Mariavespers is de naam van een verzameling muziekstukken voor zangstemmen en instrumenten. Het is meerstemmige kerkmuziek en wordt Monteverdi’s visitekaartje met eeuwigheidswaarde genoemd. Er wordt wel gezegd dat wat de Matthäus Passion van Bach is voor de protestanten, is de Maria Vespers van Monteverdi voor de katholieken. Hoe het ook zij, liefhebbers van oude klassieke muziek hebben interesse in beide. Na optredens in Zutphen en Zwolle komt het Margaretha Consort in oktober goed opgewarmd en ingespeeld naar Coevorden in de fraaie NH-kerk. Deze kerk wordt gekenmerkt door zijn sobere interieur en superieure akoestiek en is elk jaar thuisbasis voor vijf zomerse orgelconcerten.

Een kleine twintig jaar nadat de Spanjaarden Coevorden hadden belegerd, werd in 1610 het muziekstuk de Mariavespers in Venetië uitgegeven. Hoe passend is het niet dat dit prachtige muziekwerk wordt uitgevoerd in de periode dat Coevorden Culturele Gemeente van Drenthe is. Dankzij de Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld kan het woord Musiceren worden toegevoegd aan de pijlers Verbinden, Verhalen, Versterken en Vieren.

Nicolas Fink

Een indrukwekkende groep musici met twaalf puike solisten en zeventien instrumentalisten die allen de oude, barokke muziek tot in de haarvaten beheersen, worden gedirigeerd door maestro Nicolas Fink, een jonge Zwitser die internationaal al flink aan de weg heeft getimmerd. De artistieke leiding is in handen van Marit Broekroelofs. Het spreekt vanzelf dat we niet meer kaarten verkopen dan met het oog op de coronamaatregelen verantwoord is. Meer info en kaartverkoop via www.margarethaconsort.nl of zuidenveldcultureel@gmail.com.

  • Mariavespers van Monteverdi o.l.v. Nicolas Fink;
  • NH-kerk Coevorden;
  • 10 oktober 2021, 15.30 uur;
  • Entree € 25,-, eerste rang € 35,-; CJP/student € 15,-.

 

 

 

EDE STAAL ANDERS

G   E   A   N   N   U   L   E   E   R   D

PERSBERICHT

Première  EDE   STAAL   ANDERS

MUZIEK EDE STAAL IN MIX VAN ORGELIMPROVISATIE, ZANG EN TEKST

Grote Kerk Emmen, Zondag 25 oktober 16.00 uur

Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld is erin geslaagd de muziek van Ede Staal naar Emmen te halen en wel op Zondag 25 oktober om 16.00 uur in de Grote Kerk van Emmen. Het programma bevat orgelimprovisaties, vocale kwartetten en teksten.

Organist Peter Siebesma licht het werk van Ede Staal toe en improviseert op het orgel Ede’s muziek. Daarnaast zingen vier vocalisten liedjes van Staal, begeleid op piano en worden teksten van Staal gelezen. Het vocaal kwartet bestaat uit: Hanneke van den Berg, sopraan; Marjanca Koetsier, alt; Taco van den Berg, tenor; Reinder van de Molen, bas.  De laatste tekent voor de extra teksten.

Bekend tot in Japan

De te vroeg gestorven Groninger streektaalzanger Ede Staal (1941 – 1986) is in Noord-Nederland een begrip. Wie kent niet zijn fameuze liedjes, als Mien Toentje, ’t Zel weer veujoar worden, of ’t Het nog noeit zo donker west. Zijn liedjes werden vertaald in het Limburgs, Japans en Fries. Tien jaar na zijn dood stond een dubbel-CD As ’t boeten störmt veertigste in de landelijke top-honderd. In 2004 verscheen de biografie ‘Geef mie de Nacht, Ede Staal’. Er zullen in Noord-Nederland weinig (amateur)koren zijn die geen werk van Staal op het repertoire hebben.

Peter Siebesma

Geen introductie nodig. Hij is een bekend en hoogwaardig musicus, componist en organist. Hij heeft in 2018 improvisaties van elf liedjes van Ede Staal op negen verschillende Noord-Groningse kerkorgels gespeeld en ook op cd uitgebracht. Hij laat daarmee zien dat een orgel ook ánders is in te zetten dan alleen als instrument voor religieuze of klassieke muziek. Een bijzonder puntje: Siebesma en Ede groeiden vlak bij elkaar op in Kruisweg en Leens. Siebesma heeft ook een boek over Leens geschreven met de titel De weg van Lains noar Klooster, een verhalenbundel over het Groningse dorpsleven van de jaren 1950/60.

Coronaproof en kaarten bestellen

Vanwege corona staan de stoelen op anderhalve meter. Een beperkt aantal liefhebbers zal deze eerste uitvoering kunnen bijwonen. Grote Kerk Emmen, (Noorderplein 101) Aanvang: 16.00 uur. Entree: € 14,50. Kaartverkoop start vandaag via zuidenveldcultureel@gmail.com

__Einde persbericht_________________________________

14 september 2020, Info bij: Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld;

Matthäus Passion

De adem van de Matthäus Passion fluistert door mijn hoofd als een herinnering aan een bloedmooie jeugdvriendin. Het is het seizoen van winterstormen, voorjaarsbloemen en de MP. Hoe een verstokte atheïst, ver voorbij het agnosticisme, ietsisme, ietsiepietsisme, waar reguliere geloofverlaters zich aan vast klampen als slakken aan een slablad, toch een verwoed Matthäus Passion-fan is, wordt of blijft, verbaast mezelf ook. Even graven. Opgegroeid in een christelijk nest met een grefovader en een doopsgezinde moeder wordt je het geloof met een gesuikerde paplepel zonder nadenken ingegoten. Ik deed vrolijk mee. Een christelijke basisschool, zondagsschool, een niet rigide kerkgang in combi met een redelijk vrije opvoeding deden de rest. Ik had altijd een sterke belangstelling voor het majestueuze orgel.

Godver, wat werd er bij ons aan de eettafel gediscussieerd en wat waren we volgzaam. Mijn vader was zo vol van cijfertjes en grote getallen dat al mijn broers dachten dat ze dat voorbeeld moesten volgen en zonder nadenken econoom werden. Mijn moeder, voorzitter van de vrouwenvereniging, maakte dat mijn zussen en ik het zochten in psychologie, pedagogiek en talen. Thuis was een l.p. van Feike Asma, die Bach bij ons naar binnen bracht als de arbeiders van boer Benedictus de zakken aardappelen. Bachs Jesu bleibet meine Freude zit in mijn hoofd gekleefd en gebeiteld als bijbelteksten op grafstenen.

Bij de heropening van de Maartenskerk werden de jongens van de lagere school gerecruteerd en zongen al lopend een speciale tekst op de melodie van Jesu bleibt enz.; mijn tweelingbroeder en ik met gewassen snoet en in korte broek voorop met de statenbijbel op onze vooruitgestoken ijzeren knuisten. Op zondag naast mijn moeder zittend zongen we als lijsters voor en na de preek. Met mijn vader bezocht ik concerten van het Frysk Orkest dat subsidiërende gemeenten bezocht en daar voor minder bezoekers dan orkestleden hun verplichte programma’s, met ik geloof altijd een flinter Bach, speelden. Gevraagd door mijn voetbaltrainer Jan Boer, deed ik mee met de zondagsschool en gevraagd door schoolmeester Meindertsma werd ik lid van de jeugddienstcommissie. Dit was de basis.

Op mijn 17e, 18e ging ik de wereld om me heen wat beter bekijken en werd de kiem voor de latere atheïst in mij in het ontwikkelbad gestopt als foto’s in donkere kamers van blanco papier tot de mooiste platen werden. Ik zag dat religies de wereld er niet bepaald beter op maakten, realiseerde me dat het inhoudelijk de grootst mogelijke verzonnen kul is en alleen geschikt voor geboren twijfelaars, gelukszoekers, strohalmklampers en retrodenkers en ik hield het zonder wrok voor gezien. Wat mij betreft houden verstokte gelovers de religie binnenshuis, tot de voordeur. Geen religies op straat, in wachtkamers, ziekenhuizen, rechtszalen, laat staan in het onderwijs. Laten we jongeren tot hun 18e de indoctrinatie van het geloof besparen en laat ze daarna kiezen wat ze willen. Onderzoek wijst uit dat negen van de tien gelovigen de religie van hun ouders erven.

Ergens midden 40 werd ik weer gevangen door de betoverende muziek van Bach en groeide de belangstelling voor de MP. Zo dus.

DeJongDeJongPlus Kerst in Contrast 21 december 2019

Ouwe volksverhalen over merkwaardige zwangerschappen en door sterren beschenen geboorten in nu door staatsagressie beheerste en door imbeciele, megalomane bestuurders bestuurde streken, wat heb je eraan? Nou niks natuurlijk, maar soms is de bijvangst interessante beeldende kunst (The scar of Bethlehem door Banksy) of prachtige muziek. De Martinikerk met Nederlands beste kerkorgel (dixit de Volkskrant) is uitverkocht bij Kerst in Contrast. Organisten Euwe en Sybolt de Jong, producenten van Koffers vol met Bach, de eersteprijswinnende Bach-cd 2019, bespelen vijf orgel(tje)s en bieden als Premier League spelertrainers kansen aan 8 vocalisten en een altvioliste. Natuurlijk missen we de kers-op-de-taart saxofoon van vorig jaar een beetje. De vocalisten beheersen de kerkruimte als de jeugd van Ajax rondo’s op het hoofdveld. De traditionele kerstsongs worden in een beweeglijke jas gepresenteerd, vanuit alle hoeken en gaten komen ze gezongen aangewandeld, een ideale gelegenheid om de stemmen afzonderlijk en samen te horen; en dat viel niet tegen. Maar goed dat in de klassieke muziek niet teveel rancuneus wordt teruggekeken, anders hadden we een van de fraaiste stukken (Vom Himmel hoch da komm ich her) van de antisemiet Luther moeten missen. (hieronder een filmpje van de processiezang In nativitate domini)

Een ingenieus voorverkoopsysteem voorkomt lange wachtrijen voor de kerkdeuren en garandeert goede plaatsen, met net als in stadions: de beste plaatsen zijn de duurste. Een contrast met voetbal: de skyboxen zijn hier goedkope harde herenbanken.

Het is kersttijd en dus kun je wat verwachten. De muziek, zowat twintig kerstsongs, klinkt schitterend, de harmonia lichtvoetig en klein en het kerkorgel zoals hij eruitziet: groots, kleurrijk en imposant. De gekste teksten (met als toppunt een zich op het sterven verheugen) worden met het grootste plezier en de grootst mogelijke zangkwaliteiten gezongen. We horen geraffineerde echootjes, waarbij stemmen en orgelklanken, nog eens extra vertraagd door 25 meter afstand, elkaar nazeggen alsof het de natuurlijkste zaak van de wereld is. Soms doet een deel van het publiek, wie weet gestimuleerd door de even traditionele als verfrissende tocht langs de benen, hoestend en kuchend mee, wat, samen met de contrasterende (het concert heet niet voor niks ‘Kerst in Contrast’) kermisklanken van de Grote Markt een weldadig en tegelijk enigszins vervreemdend effect heeft.

Publiek dat verwacht dat de broers De Jong het barokorgel lekker van jetje geven, komen bedrogen uit. Het lijkt alsof Euwe en Sybolt steeds meer op de achtergrond blijven en dat is goed, maar we hebben de limiet wel bereikt. Ik ga niet zeggen wat ik het mooist vond, ik kan moeilijk kiezen. Ik denk dat het Bachs Adagio en Gigue is.

Grootkoor Drenthe en Karin Bloemen (Assen, 13 december De Nieuwe Kolk)

Deelname aan het concert van het Grootkoor, na vijf lange repetities en bijna dagelijks oefenen, betekent voor mij zingen vanuit mijn tenen. Ik tel 8 rijen van 28 stoelen, misschien hier en daar wat open plaatsen, dus meer dan 200 zangers. De vrouwenbrigade links en rechts, zeg maar 85 sopranen en 85 alten bieden zoveel stevigheid dat van de mannen een max wordt gevraagd. En die kunnen ze krijgen. Ted en ik doen ons best. We hebben wekelijks samen gerepeteerd en kennen de muziek door en door. Toch is de generale een ramp. In de eetpauze, we worden even opgehokt in het voorportaal van een parkeergarage, zien we vertwijfelde koppen boven de eenvormige stropdassen en saaie sjaaltjes. Nou ja, eenvormige, one of the boys tenor Anneke steekt ons de loef af met een dubbele Windsor. Op afstand zijn we een Oekraïens koor uit de Stalinistische periode, of een CDA-congres uit de Brinkman-era, waarbij de standaardblauwe mannenbroederspakken zijn ingeruild voor crematoriumzwart. Ik mis kleuraccenten. Zo sterk is dus de kracht van samen zingen, dat individualisten zich voegen naar de gelijkvormigheid en stalen stramienen die het Grootkoormodel voorschrijven. De organisatie kruipt vanavond door het oog van de naald.

Het concert begint en het zwarte gat voor ons dat zaal heet, daagt ons uit tot het uiterste te gaan. Onzekerheid wordt betonnen enthousiasme. Zorgeloosheid verslaat aarzeling. De wil te genieten vermorzelt terughoudendheid. We zingen op volle kracht en geluksgevoel doorstroomt me als belastingvrije kerosine een KLM-straalmotor. Godver, waar zijn we, zonder iets van andere tenoren te horen klampen Ted en ik ons aan elkaar vast als apenjongen aan hun moeders, als teken aan boswachtersliezen. We realiseren ons dat we elke steun kunnen gebruiken. De dirigenten doen hun best als Wiegman of Sloetsky bij uitwedstrijden. De beloofde felle lipstick van de dirigente ontbreekt helaas, we moeten het doen met haar expressieve, moederlijke mimiek. Ik houd me in en ga niet als een marinier stampen als we Transeamus zingen. Fum, fum, fum gaat klinken als een rubberbal op ingenieus bewerkt eikenhout waarbij de mmmmm zalig navibreert. De eerste regels van Born in a stable klinken als graniet en de eerste noten van For unto us vergeten we maar even en ruilen we graag in voor een supergoedgelukt Glory glory christ has come of de met een vette f aangeduide Christ is the lord uit O holy night. En dan de allermooiste passages: wanneer 225 stemmen zacht klinken als fijnbesnaarde zielen.

v.l.n.r. Ted, Mike, Frans, Klaas

De leraar Engels in mij blijft aanhikken tegen de uitspraak van de Engelse u die meer moet klinken als een a in pas dan een u in pus, maar ik ruil ergernis in voor flow. Karin Bloemen valt mee. Geen musicalstem met vlijmscherpe uithalen maar een ingetogen jazzy en sexy, zekerzeker, stem. Ze koketteert met haar ijzeren knieën als een James-Bond-schurk met zijn metalen gebit en met haar lijf als nieuwslezeressen van de commerciëlen maar god, wat kan dat mens zingen. Zij moet een kinderlijke fascinatie voor de verkleedkledingkist hebben gehad, maar het past, de vormen en de kleuren maken het mooooi. We eindigen met Joy to the world en In dulce jubilo en horen van onze groupies dat het goed was. Concertgebouw here we come . . .

200 jaar Scheuer orgel in Hardenberg

Wat ga ik tegenkomen in Hardenberg op 21 november? Geen gekkigheid met bubbels, liflafjes, of een overdaad aan bloemen maar gewoon schitterende muziek in de Stephanuskerk, een rechthoekige sobere kerkdoos met een ingenieus schrootjesplafond dat een perfecte akoestiek biedt en een orgel dat, roodbruin gekwast en piekfijn gerestaureerd, staat te shinen en te spinnen als een gerestaureerde Jaguar op een autobeurs. Een mevrouw in gele panteroutfit loopt naar voren, checkt de microfoon en knipt een lampje aan en de orgelcommissievoorzitter verwelkomt ons. We horen dat het orgel, stammend uit de loopfietstijd, elke vijftig jaar werd gefacelift. Door twee eeuwen heen werd het een bescheiden en rond klinkend orgel dat ‘heel lekker speelt’, aldus E. de Jong.

Dat het heel lekker speelt horen we de volgende vijf kwartier. Dat is de broers Euwe en Sybolt de Jong, meer dan kundig bijgestaan door sopraan Lette Vos, wel toevertrouwd. Scheuer klinkt als een gefinetunede achtcilinder, goed als het op power aankomt en schitterend als het klein moet zijn, bijvoorbeeld als echoënde grote broer van een kistharmonium. En weer: geen opsmuk, feestkleuren en -kleren voor de musici maar stemmige grijzen en zwarten. Ik voel en zie overal de ingetogenheid van Maarten ’t Hart. De muziek van Höpner, Bach, Piazza en arrangementen van Euwe de Jong zorgt voor genoeg kleur.

Dat het feest is zullen we weten: niet vaak werd Scheuer zo liefdevol vierhandig bepoteld, geaaid, gekneed, gemasseerd als nu door de broers. Na twee koraalbewerkingen van Freu dich sehr, o meine Seele (van JSB en Christian <what’s in a name> Gottlob Hopner) wordt Bachs Preludium in C groot in twee versies gespeeld. Aan het honderdkoppige publiek, opvallend genoeg merendeels mannen, de vraag welk van de twee de post-copitationum versie is. Da’s een makkie, de tweede ademt een sfeer van bevrediging en voldoening terwijl de eerste een is van een enigszins wilde onstuimigheid, die klaarblijkelijk ook bij Bach past. Weer heel andere geluiden en sferen ontstaan bij Ich steh mit einem Fuss im Grabe. Nog even Piazza tussendoor en dan snel verder met Bach: we beluisteren het op twee harmoniums gespeelde Rondeau BWV 1067/7 en Air-plus. Vos’ stem komt goed uit en past bij de orgels als vrolijkheid in theaters.

Het Peerd van Ome Loeks wordt in quizstijl in zeven smaken opgediend: Mendelssohn, Reger, Händel, Satie (!), Mozart, Bach en Chopin. En voor The Sally Garden beluisteren we nog de Bach-uitsmijters Ertot uns en een preludium en koraal over Ein Feste Burg enz. Streekgenoot Scheuer (geboren in Emlichheim en later wonend en werkzaam in Coevorden) zal zich rustig en tevreden glimlachend in zijn graf hebben kunnen omdraaien. Wat een mooi orgel.

Stanza zingt en speelt Wilmink (26 oktober 2019, de Deel, € 13,50)

Een kwartet mannen bespeelt samen een muziekinstrument of twaalf (piano, kazoo, basgitaar, akoestisch gitaar, saxofoon, ukelele, dwarsfluit, tig soorten percussie, mondharmonica, accordeon). Liefdevol zingen ze Willem Wilmink tot leven.

De sfeer in De Deel is die van haardvuur achter micaruitjes: gerieflijke stoelen aan grote tafels, koffie, thee en krakelingen, warm licht, een bitterbal, nootjes naast glazen bier of grenadine. Dit alles in een volle zaal en bij thuiskomst de klok verzetten naar wintertijd.

Vier Brabanders zingen met kunde, inzet en liefde de mooist denkbare teksten van Willem Wilmink. Mooie muziek, goede stemmen. Wilmink, over wie vorig jaar de biografie ‘In de man zit nog een jongen’ verscheen van Elsbeth Etty, wordt in Sleen nog iets onsterfelijker. Tuurlijk was hij voor zijn naasten een soms onuitstaanbare, tirannieke, gefrustreerde hork, grillig en zich miskend voelend en dronk hij meer dan goed voor zijn levensduur was, maar tegelijk was hij een taalvirtuoos, vertaler, veelschrijver, literatuurkenner: één van Nederlands beste dichters.

Het publiek bestaat vanavond uit liefhebbers. De eerste noten klinken nog niet of iedereen begint ‘deze vuist op deze vuist’ te zingzeggen, maar dat, zo verordonneert keyboardspeler Erik van Dijk, is niet de bedoeling. 

De tot muziek getransformeerde gedichten van Wilmink zijn vanavond nostalgische liefdesliedjes, levenswijsheden en filosofische protestliederen. Ze worden gesteund door kunstig gefabriekte collages van foto’s, films, cartoons: beelden die achter de muziek worden geprojecteerd. Wat maakte Wilmink toch zo speciaal, waarover schreef hij? We horen over de blinde Sander, de nostalgie van de geur, een café zonder een w.c. voor dames apart, soldaten die onder kruisen zijn begraven maar voortleven als kraanvogels. Ach heer, hoe moet dat nou met een op oudere leeftijd verliefd geworden vrouw? Het is gevoelig zonder sentimenteel te worden, raak maar nooit hard, zeggend maar nergens schreeuwend: kortom poëtisch.

De muziek, ah, de muziek klinkt als een klok en is op zijn mooist als het keyboard even een Hammondorgel wil zijn, wanneer de saxofoon bescheiden uithaalt en de basgitaar de akoestische steunt zoals Wobke Willem op het spoor hield, de accordeon mee het publiek in mag en wanneer drie mannenstemmen klinken als een kozakkenkoortje. En vergeet vooral niet de uitsmijter met troost voor mannen met rotkoppen die de mooiste vrouwen krijgen: Wilminkiaans, want een mooi contrast met het eerder gehoorde verhaal van een kniezende ex-man die in psycho-analyse moet. Dwaze moeders die over de hele wereld tegen onrecht strijden, de oude school, de Javastraat, en Ben Ali Libi ……. En meer.

Binnenkort weer hier in de buurt.

Matthäus Passion in Sleen

Matthäus Passion in Dorpskerk Sleen

Op zondag 5 april vanaf 15.00 uur wordt de Matthäus Passion van Bach uitgevoerd in de Dorpskerk in Sleen. Deze volledige uitvoering is in handen van Collegium Musicum Traiectum uit Utrecht. De kaartverkoop (kaarten à € 25,-) bij Coevordens theater de Hofpoort start nu.

De mooiste uitvoeringen van de Matthäus zijn de niet-alledaagse. Of een Friese, of een met Tango Extremo (aangevuurd door Jan Rot), een meezing-MP, of in 2020 in Sleen met Collegium Musicum Traiectum.

Collegium Musicum Traiectum is een Utrechts projectensemble voor jongvolwassen amateurmusici die een interesse hebben in het uitvoeren van vocaal-instrumentaal repertoire. Het gezelschap bestaat uit een koor en orkest en is bedoeld voor onlangs afgestudeerden en jong werkenden die hun studentenmuziekgezelschap hebben moeten verlaten en toe zijn aan een nieuwe uitdaging op muzikaal gebied.

Omdat de repetitieperiode kort en het repertoire uitdagend is, studeren de leden voorafgaand aan de repetities zelfstandig de partij in. Het ensemble is gespecialiseerd in werken uit de barok- en klassieke periode. De dirigent is Gilles Michels;  zanger Michiel Meijer en violist Paulien Kostense begeleiden het ensemble. Er zijn zo’n vijftig uitvoerenden, van wie de helft orkestleden zijn. De andere leden vormen twee koren.

Het initiatief van deze uitvoering komt van Thomas Hendriksen die samen met Hans Hordijk en Klaas van der Meulen, allen met nauwe banden in Zuidoost-Drenthe Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld oprichtte.  De Dorpskerk in Sleen  is er uitermate geschikt voor.

Matthaus passion

“Het uit 1727 daterende stuk, voor velen het beste stuk dat Johannes Sebastiaan Bach ooit componeerde, combineert het indringende lijdensverhaal van Jezus Christus met een onovertroffen oratorium, een totaal zangstuk met orkest. Het volume van de groep past goed bij de akoestiek van de kerk uit de vijftiende eeuw. Bachs dierbaarste werk is geniaal, meeslepend en vol dramatiek en is in april te horen in Sleen.

Vanaf heden zijn toegangskaarten te koop. Daarvoor is samenwerking gezocht met Theater Hofpoort in Coevorden. De kaarten à 25 euro zijn te bestellen via de website van het theater. Later in het jaar worden voor belangstellenden diner- en verblijfsarrangementen aangeboden.