Grootkoorconcert voor de Zonnebloem, Groningen 15 april 2026

In mijn zevende, achtste Grootkoorconcert, met een programma dat met slechts twaalf nummers aan de karige kant is spatten mijn gedachten alle kanten op als zeepsopdruppels op een besmeurde stoep. Deze aflevering, met minimale deelname van mannen, komt niet in mijn top-III. Ik heb volop gelegenheid en tijd om wat weg te dromen. Toch hebben we heerlijk gezongen, begeleid door pianist Andy Booth en panfluitiste Carina Petersen; ik moet mijn opvattingen over dit instrument resetten: wow wat een aan virtuositeit grenzende musicista! En wat een jurk!

Uit mijn jeugd ken ik flarden van de musical The Sound of Music. Het kinderlijk openhartige ‘do-re-mi’ is als een plakkende zool op een keukenvloer: bijna onverwijderbaar als het eenmaal in je hoofd zit. Ook ‘The hills are alive’ en ‘Climb ev’ry mountain’ zingen heerlijk weg. Dat we de alten (onder wie ik twee meiden van begin twintig ontwaar) en sopranen niet in dirndl-outfits hebben kunnen snoeren is misschien toch niet zo verkeerd geweest.

Dan twee nummers van A. L. Webber ‘Any dream will do’ en ‘Love changes everything’, beide nummers passen precies in mijn associatieve gedachtenwereld. Dromen, liefde, verlangen, passie, wat een contrast met wat ik zie: koude stenen muren, onbereikbare gewelfbogen, antieke kroonluchters,  ongemakkelijke koorstoeltjes, vloerzerken met wie weet wat en wie in welke staat daaronder en minimale stadsgeluiden. Vanwege het ontbreken van organist Martin Mans, voor wie gek genoeg in orgelprovincie Groningen geen vervanger is gevonden, een extra pianosolo, in deze kerk bijna net zo weinig passend als zeepsopgedachten.

Het nummer ‘I’ll wish I had given him more’ doet me denken aan de film Pillion die we zondag in Forum zagen. Een onmogelijke liefde tussen een dominante en onderdanige man, beiden wensend de ander meer te kunnen geven. Hilarisch, pijnlijk, gevoelig, expliciet, hartstochtelijk, op het cartooneske af. Vooral de passage waarbij de wat ielere subs met ontblote billen op een ontbijttafel smachtend wachtend klaarliggen voor penetratie door de vervaarlijk getatoeëerde, met kettingen behangen doms, allen met grote motorlaarzen, sommigen met snorren als schoorsteenvegers, eentje met een vervaarlijke piercing in zijn immense eikel, tijdens een groepsuitje in de prille natuur, werkt vervreemdend hier in de Martinikerk.

Om me heen zie ik lieve vrolijke onschuldige mensen, grijze mannen en veelal op mijn tantes, oud-collega’s en buurvrouwen lijkende vrouwen. Ik vraag me af wie de film Pillion ook heeft gezien en nu, al lekker uithalend, de stembanden en middenrif beurtelings spannend en vierend, mijn gedachten over een film met homoseksuele SM-mannen deelt. De gedachten lezen van koorgenoten is en blijft een taaie klus.

In de pauze vergapen we ons aan de imposante perfect geschilderde levensgrote bijbelse taferelen van Egbert Modderman langs Martini’s gangpaden. De argeloze kijker fantaseert over wat we nu in Israël dagelijks voorbij zien komen: onderdrukte, geketende, vermoorde Palestijnen in mensonterende toestanden. De kunst en het nummer ‘Peace like a river’ katapulteren me naar het Midden-Oosten waar, ondanks het overal maar niet in Israël geldende oorlogsrecht, de gruwelijkste oorlogsmisdaden plaatsvinden jegens Palestijnen.

Film Joe Speedboot & Matthäus Passion

DONDERDAG Dat Joe Speedboot voor Fransje de verlosser is kan je best zeggen. Na de in de eerste scene verbeelde suïcidepoging, Fransje ligt in hoog gras te wachten op de vlijmscherpe messen van de cyclomaaier, kan je met Joe’s bemoeienis spreken van Fransjes wederopstanding. Joe heeft oog voor Fransje ondanks zijn beperking, een dwarslaesie.

Joe Speedboot is de beste Nederlandse speelfilm ever. Vijf sterren. Mijn twee medefilmbezoekers komen op 4 resp. 3. Het thema van de film is vriendschap. Vriendschap door dik en dun. Het hoofdpersoonschap wordt gedeeld door Fransje en Joe en later PJ, een jonge vrouw die haar aandacht goed weet te verdelen. Fransje is kneiterverliefd op haar. Wat zien we? Brabants platteland, losgeslagen hypercreatieve jongeren. Naast humoristisch vond ik de film zeer ontroerend. Hoe plattelandspubers zich over een jongen met een beperking ontfermen. Ook zijn ouders doen hun best, maar ja, de beste bedoelingen blinken uit in en monden uit op drama. De jaren door Fransje geperste briketten zijn niet echt marktwaardig, ook in Brabant was de open allesbrander al vervangen door gaskachels.

Krantrecensies spreken veel over de voice-over die al dan niet nut heeft, maar die vanwege het gebrek aan spraakvermogen van Fransje nodig is. Een van de mooiste scenes is de opwinding als blijkt dat het zelfgebouwde vliegtuigje kan vliegen. Misschien de allermooiste als Fransje, getraind in armpje drukken, de gekste kermissporters verslaat. Ook een schitterende, zachte seksscene is het herinneren waard. Misschien wat voorspelbaar, maar dat is dan ook mijn enige klacht. Dat in de armpjedrukkersarena een enkele anti-Duitse platitude er doorgekomen is: soit.

VRIJDAG En dan de Matthäus Passion in de voor het Luthers Bach Ensemble al kenmerkende semi-scenische uitvoering: geen zwarte pakken en jurken, geen bladmuziek en een tussen de musici zittende artistiek leider die bewijst dat je best zonder een dirigent kan. Je vraagt je af waarom niet alle MP’s zo worden uitgevoerd. We hoorden meesterlijke muziek van (in de woorden van artistiek leider Pantus) harmoniefetisjist Bach. Het concert start als een flash-mob: van verschillende kanten komen de zangers aangewandeld en verzamelen zich in hun dagelijkse kloffie op het podium. Jongenskoor uit Roden erbij en knallen.

De evangelist, de Jezus, Judas, hogepriester, Pilatus, alle andere solisten en de koren: eersteklas zangers, met zelden een misser. Spatzuiver, dynamisch, harmonieus en heel aardig geacteerd, geen spoor van goedkoop effectbejag laat staan schmieren.

Het verhaal is oude koek (zeg nooit ‘apekool’) vanzelf: bijbelse list, verraad, verminking, boete, schuld, moord en bedrog, Joe Speedboot is er niks bij, maar alles wel in een gouden muziekbedje, onder mijn drie kledinglagen ervaar ik soms puur en hevig kippenvel. Veel van de gezongen teksten zijn onverstaanbaar, en de hele tijd met je neus in het programmaboekske zitten lezen is natuurlijk geen optie. Maar ook hier geldt: de verhaallijn is onderhand wel bekend en de bedwelmende muziek van Bach maakt alles draaglijk, maar ja wij zaten dan ook vooraan op de zesde rij. Naast mij de in Groningen en ver daarbuiten vermaarde schilder H die wat schrok toen ik hem in de pauze toevertrouwde dat ik mezelf als hardcore atheïst beschouw. Prachtavond. Goed licht. Lauwe thee in de pauze, niks mis mee. Volle bak in de Martinikerk. Nu nog een stap maken: de koralen op doek projecteren zoals Jan Rot het deed en het publiek vragen keihard mee te zingen. “Geduld, Geduld! Wenn mich falsche Zungen stechen. Leid ich wider meine Schuld Schimpf und Spott,” enzovoort.

Foxtrot in Martiniplaza

Groningen, februari 2026. 1500 bezoekers in MartiniPlaza. Op advies van een vriend (voor vrienden doe je alles) gaan we naar Foxtrot, een musical geschreven door Annie M. G. Schmidt en met muziek van Bannink. De auteur van vreselijk rolbevestigende (jeugd)literatuur ontpopt zich als schrijver van messcherpe teksten. Plaats het allemaal even in de beschreven tijd, 1936, en verwonder je over de thematiek die gedeeltelijk nu nog steeds geldt.

Het wordt een waar feest. De (bij vlagen jazzy) muziek, achter de spelers zit een orkest dat de sterren van de hemel speelt, de dans van mannen en vrouwen die bewegen alsof ze van elastiek zijn, videoprojecties, lichteffecten, een en al energie, snelheid, kracht en wervels. Prachtig gezongen en zoveel te zien dat de verhaallijn me soms ontgaat. Schitterende kostuums, supermooie decors, prachtig licht, snelle changementen. De zaal is aan de warme kant, aangepast aan het seniorenbezoek? Opvallend in de pauze enkele zichtbare EHBO’ers.

Het indrukwekkendste kijkdeel is de projectie van oorlogsfragmenten, compleet met confronterende hakenkruisen en de dreigende stem van Hitler. Metershoge panelen en ingenieuze trapconstructies schuiven of worden geschoven en lichten op. De Duitse dreiging en de Nederlandse struisvogelpraktijk is bijna voelbaar en de machtswellust van toen is parallel aan die van nu, Amerika is als Duitsland en de houding van Nederland is even afwachtend en onderdanig.

We zien het leven van A.M. G. Schmidt via dorpsmeisje Josien uit Klaaswaal dat in een Amsterdams pension komt met allemaal artiesten en zwanger raakt van de vriend van de homoseksuele Jules. Haar plattelandsvriendje wordt als een harkerig bewegend en sprekend manneke neergezet. Paniek in de tent. De beschreven abortuspraktijken van destijds hebben we nu wel achter de rug maar de schaamte en achterstelling van vrouwen bepaald niet.

Het dunne, lekker moraliserende verhaal wordt, telkens als het spannend wordt, onderbroken door zang en dans. We horen zeker dertig liedjes, alle spatzuiver en loeiduidelijk gezongen. En alles met een gemeende lach.

De oorlog, werkloosheid, relationele gevoeligheden, economische depressie, de tegenstelling stad – platteland, illegale abortuspraktijken vliegen je om de oren. Het fijnste en luidste applaus volgt op het gevoelige lied over homodiscriminatie, provinciale FC’s kunnen het moeiteloos ten gehore brengen.

Slagerij Van Kampen in De Nieuwe Kolk Assen

Dacht je dat er één van de vroegere slagers in mijn geboortedorp Kollum zo gek was om zijn bedrijfsnaam Slagerij De Vries, Slagerij Zeldenrust of Slagerij De Jong te veranderen in ‘Percussiegroep Van Jetje’? Hell nee. Hoe creatief is het niet dat een Eindhovense op uitsluitend slagwerkinstrumenten (nou ja met één elektrische piano erbij) spelende popgroep de naam Slagerij Van Kampen aanneemt? En die naam bijna 45 jaar trots draagt?

Vanaf de hoogste rang in Assens De Nieuwe Kolk met een superieur zicht op het podium, ramvolle bak trouwens, vibreert elke vezel in onze al wat oudere lijven mee op de welluidende ritmes van de vijf drummers / slagwerkers / percussionisten. God wat een lekkere muziekavond. 70 jaar worden heeft als voordeel dat je nog eens ergens komt, wat een origineel en verrassend present.

Vijf gasten in topconditie slaan, aaien, tikken, hameren, vegen en roffelen erop los: twee vrouwen en drie mannen. Scherp houden ze elkaar in de smiezen, en bieden elkaar de tijd voor een indrukwekkende, afmattende solo, de beide vrouwen vaak in het midden. Een elektronische piano zorgt voor extra muzikale (zeg nooit geluids-) effecten. Drums van elke soort en afmeting, Afrikaanse trommels of djembés, een reuzenxylofoon, waar met gemak drie musici achter passen en die allemaal achter elkaar doorgaan met opzwepende, akoestische, harmonieuze muziek die de provinciehoofdstedelijke Nieuwe Kolk met recht laat kolken. Werd de zaalwarmte opgevangen en nuttig gebruikt dan zou het voetpad naar het station met gemak sneeuwvrij kunnen worden gemaakt.

Lichteffecten en speelsnelheid waar de gemiddelde tinnituslijder, epilepticus een hartverzakking van krijgt. Een zevenkwartsmaat die trommelvliezen en slakkenhuizen op de proef stelt, maar nee, nergens te luid indringend, alles met een fijne muzikaliteit, niks explodeert. En geen bezoeker die oordopjes draagt, een gewoonte die bij welk popconcert dan ook wordt toegepast, om vooral te voorkomen dat luisteraars alles horen.

Hevig nahijgend, elke speelset vergt de conditie van een gemiddelde racefietser die een sprint inzet tussen Garnwerd en Oostum, licht de bandleider de nummers beknopt toe. Slagerij Van Kampen, voor al uw fijne muziekwaren!

Grootkoor kerstconcerten: Assen, Drachten. Groningen en Amsterdam (december 2025)

Als amateur zingen in de beste en grootste zalen van het land, is een heerlijke ervaring voor iemand die op de middelbare school als enige in zijn klas een onvoldoende voor muziek scoorde. Die kans biedt Grootkoor¹ Groningen mij. En daar staan we weer in de ramvolle Martinikerk, zeven maanden na het bevrijdingsconcert.

We zingen ruim twintig kerstnummers, bijna alle bewerkt door dirigent-powervrouw Etty van der Mey. Vol bewondering kijk ik naar haar. Moeiteloos zingt ze elke partij voor, geeft ze pianist Andy Booth, solist Donij van Doorn en organist Martin Mans aanwijzingen. ‘Volg mijn mond,’ stuurt ze ons, want niet iedereen kan noten lezen en inzetten kunnen verrassen als graten in lekkerbekjes. Als een close-reader volg ik de tekst en de muziekbalkjes in mijn koorboek en haar gestifte lippen. In oktober studeer ik elke dag zodat ik de teksten en de muziek uit het hoofd ken. Maar bij de generale en bij het concert laat ik me toch nog af en toe in de luren leggen door de kolonne van 75 alten of sopranen naast mij of door de vuurrode enkellaarsjes van een vrouwelijke tenor naast mij.

In Groningen oefenen we als een gek. Naast de vier reguliere repetities lassen we met vier tenoren rustig een extra repetitie in, want we willen niet afgaan en wel minder studieuze zangers meenemen. Dan is het ook niet gek als we worden uitgenodigd om Drenthe en Friesland aan te vullen en te versterken. Wat is er mooier dan gevraagd worden?

ASSEN, de Nieuwe Kolk. Als de gordijnen opengaan zien we enkele open rijen in de zaal, reden voor een extra inspanning. Pianist Andy Booth, sopraan Donij van Doorn, dirigent Etty van der Mei en het koor doen hun best. Erna en ik fotograferen elkaar met de solisten.

DRACHTEN, de Lawei. Mans bespeelt het theaterorgel als Jetten de publieke opinie: gevat, vlot, snel, hard waar hard en zacht waar zacht wordt vereist. We verbeelden ons dat het Friese publiek enthousiaster is dan het Drentse gisteren. Het mannenblokje staat stevig als een huis. Wow, denk ik, het zou wat zijn als de koorleden iets van Donijs kleurenpracht, vrolijk- en beweeglijkheid zouden overnemen, nu detoneren we als Russische plattelanders uit de tijd van Gorbatsjov die een prinses ontvangen.

GRONINGEN Misschien het beste Grootkoorkerstconcert sinds ik mee ben gaan doen in 2019? Ramvolle kerk. Na een scherpe repetitie, met aanwijzingen die op de rand waren, een grandioze solist, Donij van Doorn met een glamoureuze jurk en een gouden stem en een 200-koppig koor dat staat te popelen als boeren die een selfie met  Femke Wiersma verlangen. Het orgel wijst de piano zijn plaats, Mans improviseert er op los en pianist Booth mist geen noot. Als ik onze sopraan Donij hoor blijf ik me afvragen of geluidsversterking voor deze solist niet een belediging is voor de akoestiek van Martini. De echo’s van dirigent Etty (die, jammer, jammer, in de klassieke val loopt van een goed bedoelende leraar die de hoofdrol voor zichzelf opeist in het leerlingentoneelstuk in plaats van vier pupillen de kans te geven te shinen) vanaf de kraak achter in de kerk bij ‘Echo Carrol: geen versterking nodig’. De tenoren excelleren deze keer: fier, welluidend, strak in het pak, robuust, zelfbewust, goed geknipt, vaak leidend en spatzuiver. Wat een heerlijke zangpartij. En dan moet de afterparty met camparibar bij Werkman nog beginnen. O my god!

AMSTERDAM Onderzoeken tonen aan dat samen zingen gelukkig maakt. Zou zo maar kunnen. Het publiek in 020 bestaat uit cliënten van zorginstellingen en hun begeleiders. Dirigent Nan gaat met een microfoon de zaal in en vraagt bezoekers mee te zingen met een Jordanese kraker. Het gaat er ontspannen aan toe. Het publiek en de sponsoren genieten. Een kleine twee uur lang een opperste vorm van plezier en energie, h e e r l i j k.

(¹ Grootkoor Nederlands is een bedrijf met vestigingen in het hele land. Twee eigenaren/dirigenten jakkeren het land door om repetities te leiden. In elke provincie wordt amateurzangers de gelegenheid geboden zich te preppen voor een goed bezocht (kerst)concert. En ja, de koren zijn ook groot, Grootkoor Groningen telt tegen de 200 zangers. En ja, de deelnemers zijn niet de jongsten. En ja, de sleetse teksten schuren als een gek voor weldenkende agnosten en atheïsten. En sja, of de curieuze wijze van alles handje contantje afrekenen, nog in deze tijd past, vraagt natuurlijk iedereen zich af.)

Presentatie boek ‘Vier handen, één brein’, Bach-cantates door Euwe en Sybolt de Jong

In de Martinikerk wordt vandaag (zondag 16/11/25) het boek ‘Vier handen, één brein’ gepresenteerd en de (tiende en) laatste cd met arrangementen van Bach-cantates, vierhandig gespeeld door Sybolt en Euwe de Jong. Twintig jaar zijn de mannen bezig geweest met wat een levenswerk mag heten. De tien cd’s zijn alom in de (inter)nationale pers bejubeld en geprezen. Het boek beschrijft de ontstaansroute van de prachtige collectie. Het is druk in de kerk, wij zijn aan de late kant, maar het bescheiden publiek laat de voorste rij vrij; nou, wij niet. De mannen bespelen het grote kerkorgel en twee kofferorgeltjes.

Mijn bijdrage aan het kloeke boek bestaat uit twee Klaastaalartikelen over de organistenbroers. Vier keer schreef ik over de mannenbroeders, stukken die verschenen op www.klaastaal.nl. Ik beschreef concerten in Groningen (2018), nog een keer in Groningen (2019), Winschoten (2022), en Hardenberg (2019). Ik moet wat lachen als ik besef in een boek te staan naast Maarten ’t Hart en bisschop Simonis, die de katholieke kerkfabriek draaiend hield.

Veel publiek luistert vanmiddag naar de prachtige muziek en vier heerlijke zangers, met Lauren Armishaw als hoogvlieger. En het kloeke boek is prachtig geworden, mèt QR-codes die naar de muziek leiden.

Van elke cd wordt vanmiddag een fragment gespeeld, mijn top-III: ‘Vergnügte Ruh, beliebte Seelenrust’, ‘Geist und Seele wird verwirret’ en ‘Vom Himmel hoch da komm ich her’ met samenzang. Lekker uit volle borst meezingend denk ik aan 17 december als we hier zelf staan met het Grootkoor. Elke keer als ik naar Bach luister vraag ik me af wat me zo aantrekt. De religieuze context (zeker) niet. Hoe goed de jeugdige presentator Sander Zwiep ook zijn best doet de muziek in een religieuze berm in te bedden, met Bach als vervlechter van de heilige geest, mij betovert enkel de muziek, de klank, de toon, de warmte, maar zeker ook de herkenbaarheid uit de tijd dat ik ook badderde in een door mijn ouders als juist gedachte EO-saus. Als Zwiep trots & vrolijk refereert aan Luther, denk ik: was wel een rabiate antisemiet hè. Noemt hij Israël dan denk ik (als nazaat van Salomon Levy): vuige genocideplegers en agressie verheerlijkende landjepikkende kolonisten die dagelijks de krant halen als ze Palestijnen verdrijven. Maar kom, laten we de werkelijkheid even rusten.

Luisterend naar Bach zwijmel ik weg van de hedendaagse realiteit en laat me onderdompelen in de prachtmuziek. Sybolt en Euwe bedankt!

Schnitger Festival – Vrijheidsconcert, ‘Op weg naar 100 jaar vrijheid’

Groningen 18 oktober 2025. Je komt door de A-kerkdeur en de geur van cultuur waait je tegemoet als parfumvleugen bij de Douglas: beeldende kunst uit Paramaribo, Groningen en Teheran. Amechtig prekende dominees zijn ingeruild voor poëzie, koorzang, schitterende orgel- en trompetmuziek, alles aan elkaar gesmeed door een presentator voor wie ik als een blok val: de vlotte, schitterend geklede, humoristische, prachtige, warme Shjazz. Het verschil met het wat lauwe, koel reagerende publiek kan niet groter zijn.

Godzijdank is er deze keer ook ruimte voor de Groninger taal: hèhè, Ede Staal is pontificaal ingeklemd tussen Bach, Händel en Poulenc. Organist Eeuwe Zijlstra verwelkomt het binnenstromende publiek met variaties op Staals evergreens en het door enkelen te laat herkende en daardoor veel te voorzichtig meegeprevelde Gronings volkslied. Natuurlijk maak ik in gedachten de vergelijking met wat in Leeuwarden zou zijn gebeurd als ‘Frysk blût tsjoch op!’ had geklonken: het dak ging eraf!

De artistieke commissie laat de avond beginnen met ‘Ombra mai fu’ van Händel, vanaf de kraak krachtig en prachtig gezongen door Judith Pranger, ongeveer even mooi als de uitvoeringen van Scholl en Jaroussky, begeleid door orgel en trompet. Later Bachs ‘Jesu bleibet meine Freude’, dan kan de avond niet meer stuk. Twee bovengemiddelde koren, ‘Diverdoatsie’ en ‘4 Mei Projekt, respectievelijk met kapiteins Cobien Nieuwpoort en Robert Ramaker transformeren de ouwe Schnitger van krakende oude doos naar jongemensenstemmen bij een warme zomerse beek, van spataderen naar strakke, geschoren wielrennerspoten, kortom wonderschoon.

Het wordt een avond die uitnodigt tot reflectie en bezinning. Filosofische, originele, heldere of tot in gelaagde metaforen verpakte bespiegelingen over de ware of gewenste aard van vrede komen tot ons. Nova Spier, Marjoleine de Vos, Cissy Joan, Ruth Ruijgers en natuurlijk Shjazz dagen het publiek uit tot nadenken. Wat knap dat de sprekers slechts tussen de regels door hinten op de genocidale barbarij die in Gaza tot een halt lijkt te zijn geroepen en de oorlogsmisdaden die in Oekraïne nog onverminderd voortwoekeren. Deze onderwerpen worden in de pauze, glaasje grenadine of wijn in de hand, tot op het bot gefileerd.

Zondagmiddag is in de Martinikerk een vervolg op het Schnitger Festival met een concert van Monteverdi’s Mariavespers door het Luthers Bach Ensemble en organist Vincent van Laar. Ik denk nog even na over het woord ‘festival’ en droom ervan dat het stichtingsbestuur en de artistieke commissie de knellende banden van historie, traditie en erfgoed eens los durven te laten en groot gaan denken. Mijn advies: nodig jonge, wilde, openminded, wellicht licht roekeloze, creatieve, buiten de antieke boxes denkende conservatoriumgasten met orgelmuziek in het pakket, begeleid en in toom gehouden door Shjazz, uit en vraag hun de ogen te richten op Anna – this makes me feel like a rock star –  Lapwood. Wie? A n n a L a p w o o d.

Orgeldelta, orgelexcursie naar Leermens, Eenum, Godlinze en Loppersum

Een hele dag samen met 39 andere orgel(muziek)liefhebbers in de bus kalmpjes langs vier kerken rijden levert naast hartslag- en bloeddrukverlagende prachtmuziek ook interessante praat op. Ik spreek een Zuid-Afrikaanse over het Nederlands-Afrikaans en Breyten Breytenbach en praat met een theologe die op latere leeftijd moderne orgelmuziek ontdekte en nu helemaal into Anna Lapwood is. Ze vertelt van de bible belt naar Groningen te zijn verhuisd en glimlacht bezorgd als ik haar vertel dat ik in mijn bubbel vier stellen ken die naar de b.b. zijn verhuisd of op het punt staan het te aan doen. De ons begeleidende alles van Groningen wetende historicus geeft hoog op over borgen en ‘k vraag ‘m of hij van Dr. Jongsma heeft gehoord die schrijft dat 90 % van de Groningse borgen schatten hebben verdiend aan slavenhandel. Tijdens de lunch vertel ik iemand dat ik vorige week op de Grote Markt heb meegezongen tegen Israëls genocidale barbarij. Dat zou niet iedereen me nadoen, leer ik.

We bezoeken kerken en hun orgels in Leermens, Eenum, Godlinze en Loppersum. Organist Henk de Vries etaleert zijn orgelkennis en speelvaardigheid en historicus Reint Wobbes praat ons bij over interessante geschiedkundige feiten. Henk de Vries ken ik nog van een schitterend koor- en orgelconcert in Sleen.

We starten in Leermens en zien een orgel met aan weerszijden luiken, bedoeld om bladgoud uit ’t zich te houden. Het orgeltje klinkt als een klok. De kerk heeft bruin, geel- en witgeverfde bogen, een blauw plafond en hoogwaardige inktjetprints van Helmantel. De Vries speelt, ogenschijnlijk uit de losse pols, een miniconcert met Händel, Krebs, Erbach en Buxtehude. Orgelmuziekconnaisseurs onder ons letten speciaal op het effect van de dulciaan 16´.

De Schnitger in Eenum is apart vanwege reliëf en dieptewerking in het front. Een minicollege over middentoonstemming, reine tertsen, enz. vergroot onze kennis. Al spelend blijft De Vries’ gezicht een lach vertonen. Wat een vrolijkheid. Hij besluit met Scheidemann en Byrd. De organisatie is slim en biedt ons een fijne lunch in een papieren zak aan. Geen tijdverlies dus aan tijdverslindende tafels in kerkelijke bijgebouwen.

Het zicht op Godlinzes Schnitger wordt wat aangetast door een zwarte dominante kachelpijp. De bijna wulpse boog- en plafondbeschilderingen, ik zie iets wat lijkt op neo- impressionistisch pointillisme, vergoeden veel. De kerkbanken en preekstoel zijn geel geschilderd. Ik fabuleer over de daaraan voorafgaande discussies die bijna tot schisma’s  leidden. We beluisteren Buxtehude, Scheidemann, Böhmer, Purcel en Telemann. ‘Goed gespeeld man!

Dat het grootste en wie weet beste tot het laatst wordt bewaard bewijst Loppersum, waar we de ‘boerenkathedraal’, de grootste dorpskerk in de provincie, betreden na een passage onder majestueuze beuken die ons afschermen van de Snollebollekes verderop bij de kermis. Cantor De Vries haalt alles uit de kast en wisselt zijn miniconcert op het uit 1562 stammende en daarna zeker zes keer aangepaste en verbouwde orgel af met Gregoriaans aandoende zang. Wie weet, tot een volgende keer. De excursie werd georganiseerd door Orgeldelta (www.orgeldelta.nl).

 

 

 

 

 

 

Hymn to Freedom, het Drents Kamerkoor in Sleen op zondag 18 mei 2025

Bijna 100 mensen in Zuidoost-Drenthe gaan liever naar het ‘Hymn to Freedom’-concert van het Drents Kamerkoor in de dorpskerk te Sleen dan naar de demonstratie in Den Haag, waar 100.000 mensen demonstreren tegen het zwakke kabinetsbeleid inzake de oorlogssituatie in Gaza. In Sleen geen leuzen, Palestijnse sjaals of uitdagende keppeltjes, maar wel ‘Let us build a sturdy bridge, from my orange world to yours, a bridge of peace’. Het doel van de muziek is hoop, verbinding, bemoediging en optimisme uit te stralen.

‘Hymn to Freedom’ is een loflied op de vrede, maar tegelijkertijd een eerbetoon aan jazzpianist Oscar Peterson die de muziek in 1964 componeerde. Amerika was verwikkeld in een koude (Sovjet-Unie-) en een hete (Vietnam-) oorlog. Dat is de brug naar de contemporaine geschiedenis.

Het Drents Kamerkoor slaagt erin een uitgebalanceerde groep puike zangers te presenteren, aangevoerd door dirigent Dick Dijk en begeleid door pianist Jan de Roos en violist Inge Muntendam. Beide musici spelen nog een lekker moppie Poulenc waarbij we een viool horen die alle vooroordelen over een zacht strijkertje overboord kieperen. Muntendam geeft, vooral in het tweede deel, de viool er heerlijk van langs.

We luisteren naar fijne muziek waarbij weinig is aan te merken op de dynamiek, zuiverheid, klankkleur, ritme, uitspraak. Vooraf had ik gewed dat het antifascistische partizanenlied ‘Bella Ciao’ ook op het programma zou staan, maar helaas. De zangers hullen zich in het zwart, alsof er louter treurmuziek klinkt. Ik fantaseer over een zwartekledingverbod. De mannen ogen zoals gewoonlijk saaier dan de vrouwen.

Het blok mannenstemmen doet het goed naast de kloeke alten en moedige sopranen. Schattig om te zien hoe bijna allen de dirigent de indruk geven dat hij ertoe doet. Natuurlijk kennen ze de muziek uit het hoofd en de dirigent is als de leraar in examentijd of Farioli in de finale: tot hier onmisbaar, maar nu zo goed als overbodig.

Mijn gedachten, onderbroken door een pauze in het bijgebouw, blijven maar afdwalen naar buiten: het afgebrande hotel Zwols tegenover de dorpskerk lijkt op de gemiddelde geruïneerde woning in Gaza. Het goed gekozen thema ‘Vrijheid’ conflicteert hevig met wat er in de wereld verderop gaande is. Oorlogsmisdaden aan de lopende band: Oekraïne dat zucht onder de Russische oorlog en Gaza dat verpulverd dreigt te raken door een land waarvan we altijd dachten dat het onze vriend was. Met aan het hoofd de voor oorlogsmisdaden door het ICC vervolgde Netanyahu vanwege wat sinds kort genocide genoemd mag worden. Je zou ook van de hedendaagse holocaust kunnen spreken. Wat het extra wrang maakt is het nieuws dat Israël de oorlog uitbreidt en heel Gaza wil bezetten. En dan nog die idioot in het Witte Huis.

Na negen kwartieren geven we het koor een warm applaus. Het doel hoop, verbinding, bemoediging en optimisme uit te stralen is, ook zonder ‘Bella Ciao’, goed gelukt.

Bevrijdingsconcert Grootkoor in Groningen 7 mei 2025: Kermis in de Martinikerk

Op de Grote Markt en de Vismarkt staat de meikermis die vanaf acht mei horen en zien zal doen vergaan. In de (ramvolle) Martinikerk is de kermis al begonnen. Het Grootkoor barst los met dertien zangnummers, een organist die de randen van de ouwe Schnitger opzoekt, een pianist die speelt als een jonge hond en een vrouw op trompet met een embouchure (hoorde ik nou iemand ‘touché’ zeggen?) waar je u tegen zegt. Wat een geluid, wat een presentatie, wat een ademtechniek en wat een jurk!

Heb het nog niet eerder meegemaakt dat ik tegen het schorre aan zit the morning after the night before. De mannen, zo’n vijftien tenoren en zestienenhalve bas hebben zich tot het uiterste moeten inspannen naast de vocale power van 65 alten en 70 sopranen. Heerlijk die inspanning. Balsem voor de ziel, zoals E zegt.

De generale met generaals Etty en Nan gaat stroef. De kooropstelling rammelt, kleinen zitten achter reuzen, trio’s willen niet uit elkaar en gehoorapparaatjes piepen als hijstoestellen in SM-kelders waar ING-managers zich voor 16K laten domineren door een Balkanprinses. De dertien zangnummers bevatten tranentrekkers (We’ll meet again), klassieke Latijnse formules tegen de Gaza-oorlog en Israëls misdaden jegens de menselijkheid (Dona Nobis Pacem), gevoelige liefdesliedjes (Think on me) en ordi relipop (Nearer my God to thee) en alles daartussenin (God save the king en Wilhelmus van Nassouwe).

Organist Martin Mans gaat los op Schnitger. De kiene organist is zo slim er klassieke Groninger meezingers uit te gooien en Amsterdamse schlagers. De verraste koorzangers worden bij de Ede Staal-evergreens meezingers in havencafés tegen sluitingstijd. Naast mij betonchauffeur Jorrit uit Franeker, natuurkundige en Feringa-collega Gijs uit Haren en huisarts Jacqueline uit Grijpskerk die allen een fijne keel opzetten als FC-Groningensupporters na een doelpunt in de 93e minuut.

En dan trompettist Melissa Venema. Och, niemand van de voorste tenoren die haar even helpt op de bok te stappen met haar Karin-Bloemeneske jurk. De mannen zitten als versteende zoutpilaren toe te kijken. Melissa schittert als een prinses bij een paasvuur en schettert er uitgelaten op los. Wat een gevoel, wat een dynamiek.

Gerestaureerde heupen, kekke brillen, protheses, artroseringen, alles kraakt en piept en schudt als fitnessfanaten op trilplaten bij Train More. Muurbarstjes verwijden, grafzerken gaan kieren, kalkschilfers dalen uit plafondschilderingen neer als roos op de kraag van krullenbol Jerommeke voor mij. Na afloop wordt er gefloten, geklapt, gestampvoet en gejoeld door publiek èn – nieuw voor mij – koorleden als opgewonden kermisgangers na een orgastisch kopjeduikelen in een losgeslagen reuzenrad. Buiten, op de Grote Markt, komen we tot rust.