Passiemuziek en Sleen

Na het overdonderende kermisgeweld van het Eurovisie Songfestival op zaterdag is het concert ‘A German Passion’ van het Margaretha Consort zondagmiddag 15 mei een verademing. Hogeschoolmuziek in een verstilde zetting. Een zon beschenen middag in de Sleense dorpskerk onder Drenthes hoogste kerktoren. In haar welkomstwoord refereert bandleider Broekroelofs even aan Oekraïne. Zou ze weten dat de pkn-kerk iets verderop wordt ingericht voor Oekraïense vluchtelingen en dat Syrische gevluchten nog even moeten wachten? We luisteren naar intense muziek van dertien musici en vocalisten, aangevoerd door Marit Broekroelofs. Als je je niets aantrekt van de weinig verrassende, antieke, onoriginele teksten over lijdende verzonnen goden, nee niet over graancirkelmakers of flat-earth-theorie-aanhangers, dan heb je een heel prettige middag. Een centraal opgestelde dirigent is er niet, wel een supergoed klinkend kistorgel; af en toe zie je tenor Kevin Skelton bescheiden en met kleine gebaren, mond- en wenkbrauwbeweginkjes leiding geven aan de oplettende zangers en spelers en alzo bewijzen dat bombastisch dirigeren passé is als varkens slachten op boerenerven. Inzetten, tempi, volume: zo goed als niets is er op aan te merken.

Ik droom weg naar de tijd dat we in Sleen woonden. Als je hier meer dan vijftien jaar hebt gewoond, gaat het dorp in je systeem zitten en blijf je ermee verbonden als cookies aan websitebezoekers. Je hebt er vrienden met wie je eetafspraken blijft maken, je zoons gingen er naar school en hebben er nog contacten, je volgt bij vlagen de dorpswebsite, je bezoekt er een verjaardag, begrafenis of een jubileum. Je zong in een koor, deed mee aan de Zuidenveldoptocht, versierde en verlichtte je tuin, schreef er poëzie en een vers dat het koorrepertoire haalde, deed mee met de oudpapierophaal, deed er een streektaalcursus, schreef columns, waaronder enkele in de streektaal en je vrijwilligde er als vlaghijser en bestuurslid en begon er een bedrijfje dat bloeide als brem langs de Jongbloedvaart.

De muziek, zeventiende-eeuws, Noordduits, is barokker dan barok. Voorbij komen Bachs leermeester Buxtehude, Weckmann, Hassler, Tunder en meer. Johann Sebastian Bachs oudoom Johann Michael en Nicolaus Vetter tekenden voor het prachtige Jesu meine Freude, later drong de melodie door tot de  Matthäus Passion. Ik laat me betoveren door de prachtige muziek, maar vervoering en ontroering blijven uit als spelinzicht bij FC Groningen. Zou dat wel zijn gebeurd als Jezus Zelensky heette en in Buxtehudes ‘Herzzlich lieb hab ich dich o Herr, Satan Poetin?  En, vraag ik me af, wat zou er gebeuren als de musici en vocalisten doen wat op elke koorclinic wordt geoefend: bij één nummer het papier de lucht in gooien en vanuit het hart en soms de tenen zingen?

Terug naar Sleen. Je herinnert je dat je lijstjes bijhield van de mooiste paardenkarroutes en interessantste vrouwen en je keek wel link uit dat je hun het hof maakte. Je verbaasde je over oneerlijke boedelverdelingen na scheidingen, over de Drentse onwil nee of opzouten te zeggen en het met elkaar stevig oneens te zijn, over twee naast elkaar staande basisscholen, de ene met een god en de andere met een goed werkende medezeggenschapsraad. Je vraagt je af waarom Naardings borstbeeld voor de kerk en gedenktekens van oorlogsslachtoffers achter de kerk staan, waarom de haven nog steeds niet aan open water ligt en waarom het duofietsproject hier beter loopt dan waar dan ook.

De zangers wisselen regelmatig van plaats. Het ver achterin het koor gezongen Christ lag in Todesbanden wint aan kijk- en klankkracht. Hier en daar sijpelt kleur door in de kleding van de musici. Gelukkig, het begin is er. We zien een scherp paarse jurk en stropdas en een wat valer paarse dress en bij een enkeling fel rood gestifte lippen. En verder zwaar somber zwart in vele tinten. Met de voeten de maat lekker meetikken kan hier ongestraft en ongestoord, want de zerken zijn met een dikke vloerbedekking bedekt, iets wat de akoestiek en rust van de overledenen ten goede komt. Ik span onophoudelijk mijn bil- en rugspieren om de oude rieten stoel niet te laten kraken en onderdruk mijn aangeboren neiging de econoom uit te hangen. Natuurlijk kan het, zoals eens per twee jaar oesters eten, uit!

Mannes Hofsink Koningsdagconcert

Voor een atheïstische republikein wordt het een interessante middag. Oranjegekleurde muziek in een kerk. Als een elektrischeautoverkoper die alle snufjes wil tonen showt Mannes Hofsink de Timpe-mogelijkheden. Hij aait, masseert, timmert, drumt en vleit (op) het Timpe-orgel in de Nieuwe Kerk in Groningen op koningsdag met muziekstukken waar het woord koning of koningin in voorkomt. De muziek tovert, kom, ik zeg het in één woord: vrolijkheid. Ik zie ineens lachende gezichten om me heen en da’s niet van de kerkbanken. Ik herken een hoog meezingverlangengehalte. Dat wordt beloond bij het stuk van Zwart ‘Fantasie alla Marcia over het Wilhelmus’. Het eerste couplet gaat nog, goed zelfs, maar bij het tweede (of zesde? Of vijftiende?) sta ik erbij als de eerste de beste Nederlandselftalvoetballer.

Begonnen bij Händels ‘Arrival of the Queen of Sheba’ komen we na het Wilhelmus uit bij Rinck: Heil dir im Siegerkranz/God save the Queen. De tekst mag dan Engels zijn, voor de muzikale oorsprong moest Engeland, net als voor kwaliteitstrainers in The Premier League, even de grens over. De tuil chrysanten voor me spreidt uit puur genot spontaan bloemblaadjes open als in een versneld afgespeelde tekenfilm. Net als ik denk dat het ‘Allegro Vivace’ van Widor me niet bekoort komt het krachtige slot voorbij en herzie ik mijn mening als Kaag de hare in de Van-Drimmelendiscussie. Kalkschilfers dwarrelen neer, glas spant in sponningen, vaal oranje wordt felrood, vloerplanken vibreren. We gedenken de arme koning die in het roomse Maastricht de populariteitsval probeert te keren door de naam van zijn biermakker Poetin te noemen.

‘Sieben Variationen’ van Happy Birthday meldt het programma, maar voor mijn gevoel waren het er minstens 22. Register voor register wordt door Hofsink opengepeuterd en er ontstaat een heerlijk muziekkleurenpalet dat de laatste stofrestjes uit de verste orgelpijpen blaast en kleuren uit bloemetjesjurken doet versterken. Voorjaarsmuziek, Parijse draaiorgels, pure poëzie, hippe terrassen, voluptueuze blauwedruifblommen, zingende merels en meer hoor en zie ik. Maar goed dat Hofsink van dat door Heidrich genoemde Streichquartett zich niets aantrekt; niks strijken, maar Timpe eens flink onder  handen nemen. Prachtig.

En dan nog de crème brûlée onder de desserts: Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ uit 1975, voor de oudere jongeren een oorstrelend muziekstuk: sexy, rauw, rockend, verfijnd, lieflijk spinnend en bruut ontroerend allemaal gelijk. Die Freddy Mercury was dan geen koning misschien, maar een muziekprins zeker. Het orgel herbergt een complete rockband. Heftig! Mannes jongen, je rolt mijn topdrie binnen.

Havinga – Bach – Lutherse kerk – Groningen

Demonstratief de handen naast zich bungelend en dan toch met de voeten muziek maken als Barcelonese topvoetballers een rondootje tikkietakkiën, dat is Havinga ten top. Waxinelichtjes voor de voeten, een drankje na afloop en een entreekaartje op de pof. Goed geregeld allemaal in de Lutherse kerk. Luther mag dan een antisemiet zijn geweest, als naamgever voor een in Nederland minuscuul uit Duitsland geïmporteerd geloofje dat in een Groningse kerkparel verstopt is in de binnenstad, kan hij er mee door. De geboortedag van Bach is het, 21 maart.  Dat de spreekstalmeester wil laten zien dat hij ooit een negen op Duitse spreekvaardigheid kreeg en vergeet de microfoon aan te zetten en het publiek te beleefd is om dat te zeggen, mwaaah. De Kraak is goed gevuld. Slim om de mensen naar boven te dirigeren met een goede kijk op de musicus en de beganegrondvloer leeg te laten. En donders wat een verrekt goede muziek. De primitieve, middeleeuws harde kerkbanken voel je niet meer. Soms swingt het zelfs. Net als ik denk: ik hoorde recent een draaiorgel met Bachmuziek, laat Havinga een metalen molenwiekmechaniekje rondtollen bovenaan het orgel dat een vrolijk tingeltangelgeluid produceert. Nooit eerder gezien nog. Puur geluk! Het naast me zittende publiek veert naar voren als in een te bruusk remmende bus voor een onbewaakte overweg bij Winsum-noord en slaakt wel zicht- maar onhoorbare ah’s en oh’s; je ziet het alleen aan de monden die open en dicht gaan en wenkbrauwen die tot en voorbij de hoofdhaargrens worden opgetrokken. Na afloop praten we nog even gezellig na over de vraag waarom de Volkskrant liever drie pagina’s grachtengordeltekst produceert over een D’66 mannenhand op een vrouwenbil dan over FC Emmens promotie naar de eredivisie, over huisartsen die verslaafd lijken aan het voorschrijven van maagzuurremmers en liever klachten behandelen die voor 90 % vanzelf verdwijnen dan streng leefstijlverbetering voorschrijven en over de vraag hoe het mogelijk is dat Nederland nog steeds stijf bovenaan staat in de English Proficiency Index en of het wenselijk is dat 66-jarigen gemiddeld boven de 30,7 km/u willen moeten kunnen fietsen.

Geluk in Coevorden

Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?

Lijstjesmensen hebben het zwaar vandaag. Welk deel van de Matthäus Passion geeft me het meeste kippenvel? Ik vind haast alles even mooi. De solisten krijgen ook een presentje: Inge en haar vriendinnen op de eerste rij. Interessante vrouwen van net vijftigplus met extra oogschaduw, lipstick met eroverheen wat doorschijnende lipgloss, wenkbrauwextensies, zijn natuurlijk fijn om naar te kijken. Voor de evangelist wellicht wat te ver weg, maar de Christus en de Viola-da-gambaïst fixeren de meisjes één voor één, als Vlaamse Gaaien gepelde noten in voorjaarstuinen.

We zitten pal achter de dirigent. Eke, Hanneke en Geertje trekken de knieën in om maar niet steeds contact met zijn knieholten te maken. Ze wijzen op een randje rode voering dat uit zijn colbertje kiert. Opzet, schat ik, hij begrijpt de impact van een extra vurig kleurtje. Ik zit ernaast en krijg een andere bonus: naast luisteren kan ik meelezen met de aantekeningen van de dirigent in zijn partituur: een extraatje als vers sap in de muesli. Ik lees op gekleurde post-its: Anne-Fleur jarig; zijn Hubert-Gijs’ manchetten schoon? Martijns inzetten; hohoho Joost-Bas; Eva-Lies niet wiebelen met de stok, versnellinkje bij hout; komopkomop bassen!; (en een pagina voor het einde van deel I) en nu koffie!

Als Afrikaanse fietsers die fietsranglijsten penetreren vliegt deze CMT-uitvoering gelijk mijn topdrie in: Leusink en het NNO hebben het nakijken. De tangoversie met Jan Rot en de Friese MP destijds in Drachten dreigen naar plaats twee en drie te zakken. Jeugdigheid, vrolijkheid naast ingetogenheid, enthousiasme en dan de locatie in Coevorden: wow! Gelukkig gaat er in de pauze iets mis met de thee, houden we iets over in de evaluatie. Nou vooruit twee dingetjes dan: waarom, waarom gekleed in het saaist denkbare uniforme zwart? En waarom niet drie koralen zonder partituur gezongen en gemusiceerd en de kans gegeven aan de wilde vrijheid die in elke musicus schuilt?

1000 stemmen I

Stel je eens voor: twee raspaarden in de amateurkoormuziek doen wat ze het liefste doen: zingen & muziek maken. En dan het liefst met anderen. En als uitvinders die hun nieuw model slaapzak aan de man willen brengen in de provincie, rollen ze hun muzikaal bedrijfsmodel uit over het hele land. In elke provincie een koor. De tijd van verenigingskoren, met eens per week in zwakverlichte achterafzalen oefenen met een dirigent die liever flirt met de groepachtonderwijzeres op de eerste sopranenrij en pauzekoffie uit kannen van vorige week is passé.

In elke provincie wordt een groot koor gestart, die dan voor het gemak Grootkoor worden genoemd. Per koor worden vijf repetities gepland. Vinden koorleden ideaal: zelf thuis gedisciplineerd aan de bak met MP3-bestanden. Dan nog een cd voor in de auto en dagelijks oefenen op zelfgekozen tijden.

De lat wordt wat hoger gelegd. Samen aan het werk voor een kerstconcert in een uitverkocht (ja, altijd!) provinciehoofdstedelijk theater met Karin Bloemen is natuurlijk leuk. Maar als FC Emmen dat naar de eredivisie lonkt worden ambities bijgesteld. Het Concertgebouw in Amsterdam komt in zicht. Maar dan wel met 1000 zangers. En met landelijk bekende coryfeeën. Bariton Henk Poort met die serieuze voorhoofdplooien. Mezzosopraan Tania Kross met die gulle lach en die Curacaose krullen. Kom, doe we er nog twee virtuoze vleugelmannen bij, een organist, een paukenist en brassband uit Engeland.

Terug naar Groningen. We repeteren als gekken. Vijf bassen. Acht tenoren. Vijftig sopranen en veertig alten. Händel, Mascagni, Webber (met The Phantom of the Opera: kristusziele wat een lekker koorstuk. Ik denk even niet aan de Matthäus Passion die we zondag in Coevorden organiseren. Ik negeer gedachten over huisartsen die verslaafd zijn aan het voorschrijven van maagzuurremmers (maar liefst negen van de tien blijken overbodig te zijn). Verder met een stuk van Bernstein, Sullivan, Sibelius, Dvorak. Dan nog wat Ierse traditionals en tot slot good old Goemans. H e e r l i j k.

Zingen is je zinnen verzetten. Met ruim 100 man geconcentreerd samenspannen tot een harmonieuze klank. Kippenvel. Je inspannen en ontspannen tegelijk. Racefietsen, Neven van Middendorp lezen, langeafstandwandelen, een Sloveense student Nederlands leren, een sonnet proberen te schrijven, buurtvergaderingen notuleren,  Een twee uren durend orgasme is het natuurlijk niet, maar verrekte lekker: zeker. Op naar 23 oktober 2022. Kaarten € 50,-. Via mij 10 % korting. Amsterdam here we come.

‘Ede Aans’ in Grote kerk cultureel Emmen (31 oktober 2021, € 14,50)

Je kijkt en luistert naar vier vocalisten en je hoort een Groninger zanger, dichter, leraar maatschappijleer die in zijn moerstaal zingt. Eenvoudige teksten en mooie muzieklijnen. Doe je ogen dicht en je ziet hem. Wat maakt dat de liedjes van Ede Staal 35 jaar na zijn dood, nog steeds volk trekt? Maar liefst 90 bezoekers zijn bij de Drentse première in Emmen. ‘Termunterziel’, ‘Vrouger’, ‘Aans as Aans’ en ‘’t Zel weer veujaor worden’ komen voorbij. ‘Mien toentje’, ‘’t Het nog noeit zo donker west’. En ‘Koekoek’ en ‘Mien Hogelaand’.

Vier puike zangers, een uitstekende organist en een tekstlezer die het Gronings tot in zijn vezels beheerst. Orgelimprovisaties en door het orgel begeleide zang houden Emmens koopzondag op afstand. In dik een uur kunnen de bezoekers het Groninger deel van hun harde schijf laten updaten met de muziek die de meeste mensen uit Noord-Nederland in hun geheugen geëtst hebben staan als sinterklaasliedjes, Eurosongfestival nummers en door Bach getoonzette psalmen.

We maken kennis met Ede de romanticus in ‘Zastoe altied bie mie blieven’, Ede de religieduider in ‘Ik geleuf ’t aal’ en Ede de filosoof in ‘Credo, mien bestoan’. In de inleiding verwoordt Siebesma Staals muziek als muziek die luisteraars in het hart kan raken met weinig woorden. De combinatie Staal – orgel is een onalledaagse, maar wat een passende en originele! De kerk heeft een lekkere akoestiek waar de organist en zangers wel weg mee weten; op overtuigende wijze wordt de verstilde en vrolijke sfeer van Staal vertolkt.

Organist Peter Siebesma is op zijn best als de registers open gaan. Hij maakt gebruik van een heel eigen, fijne registratie en improviseert erop los. Het publiek krijgt wat ze verwacht. Waar je kijkt zie je vrolijke gezichten, deinende schoenen, in de maat knikkende hoofden en hoor je ingehouden geneurie. Het Roelf Meijer orgel leent zich bij uitstek voor deze muziek. Pas aan het eind van het zeer gevarieerde concert mag er worden meegezongen. Sommigen kunnen het niet laten en zingen uit volle borst.

Reitemakersrijge 15

Van de Reitemakersrijge naar de Martinikerk is een hanenstap. Maar nog even langs het Forum. Doet mee aan een contest voor beste bibliotheken ter wereld. Het Forum zit bij de laatste vijf. Een schitterend gebouw, uit welke hoek je er ook naar kijkt. Maar toch. Er is iets. Mijn stelling is dat met platen beplakte gevels geen stand houden. Ze komen een keer naar beneden. Hier is het niet anders; ik zie dat van een hoge plaat een brok mist. Naar beneden geflikkerd als reputatieschilfers van VVD-ministers. Groningen wentelt zich in cultuur als een tot prinses gemaakte in koninklijke toelages. Vanaf Reitemakersrijge is alles bewandelbaar. Het weekend zit propvol kunst.

Dat een twaalfkoppige zanggroep (met drie Ashby-zusjes) het best zonder dirigent kan bewijst Stile Antico in de Martinikerk op 17 oktober 2021. Onderdeel van het Schnitgerfestival. Alles is goed, alles klopt en dat is voor Groningen een mirakel. Toporgelmuziek door Jürgen Essl afwisselend met geweldige meerstemmigheid van 12 zangers. Superstemmen. Waar heb je begeleiding, of een dirigent voor nodig als je zo zingt. Mooier dan dit kan haast niet. Religieuze muziek. Minimale rebusteksten, soms zelfs bestaat een lied uit maar enkele bezwerende woorden uit de tijd maar net voorbij de periode dat religies even belangrijk waren als heksenverbranding, lijfstraffen en builenpest. Champions League zang, af en toe raak vergezeld van hedendaagse geluiden van buiten, uit de hoek van de bij vlagen gure Vindicatreuk.

Twee dagen eerder was een Schnitgerfestivalavond met, ondanks de veelbelovende naamgeving, slechts één Schnitgerorgel-bijdrage. Tja, zo kan het ook. In de A-kerk op vrijdagavond. Puike muziek o.l.v. maestro Havinga, maar de organisatie haperde als een aan drukval of vocht lijdend orgel. De kachel stond op 10. Bij de entree werd zoveel papier uitgereikt dat het publiek bleef ritselen en bladeren. Twee solisten hadden het lastig met vijf blazers. En met het publiek. Beide zangers stonden dan ook tegenover elkaar en niet naar de luisteraars gericht. Microfoonloze tussendoorse aankondiging. Onhandig gepruts en gefriemel aan oorapparaatjes tot gevolg. Pauzethee vanaf één plaats uit retrokannen.

Èn de Martinikerk èn de A-kerk èn het stichtingsbestuur zouden er goed aan doen flink te investeren in beamers met daarop de teksten geprojecteerd, zodat compulsief-obsessieve leesclubmeelezers die niet genoeg aan de muziek hebben hun leesuurtje met opgeheven hoofd & knispervrij kunnen vervolgen. Het mag dan oude muziek zijn, de uitvoering en organisatie schreeuwen om een hedendaagse setting. En een flesje bier of glaasje jus of wijn in de pauze. Lekkerder, eenvoudiger en voor de penningenmeester interessanter.

Breath of freedom, Margaretha Consort, in De Fabriek Coevorden 20 augustus 2021

Drie keer slaagt het Margaretha Consort erin mij zodanig mee te zuigen in de muziek dat ik onwillekeurig wil mee neuriën en dat mijn knieën, heupen en alle nog niet door artrose aangetaste botten rammelend tegen de weefselwanden en spierbundels bonken en beuken en ik almaar denk: ga door, stop niet, verdomme, zet aan, haal uit, betover me, pak me in…. Drie keer voor € 20,- een geluksgevoel, en hoop dat de leider van de bent opstaat en de nog wat lauwe zaal opzweept, wild met zijn armen gaat zwaaien en ‘Allemaal!’ gilt, maar hoho, we zitten niet bij de Snollebollekes, hè.

Supermooie stemmen van Elea, Helena, Véronika, Margreet en twee in het programmaboekje vergeten jongens, het waren: Kevin Skelton en Günther Vandeven, die in Andromedae (muziek Channe Visscher, tekst Elea Bekkers) langzaamaan samensmelten als zes kleuren exquise hoogglans Sigmaverf voordat je de trap gaat schilderen. Soms een klontertje alt-, bas- of diskantgamba erbij van Maaike, Ricardo, Marit en Frank, voor de binding een tintje orgel van Jörn en dan weer mengen en mixen en afstemmen, wow, knap, krachtig en prachtig.

Microfoonloos wordt de uitvoering toegelicht in een schitterend industrieel zaaltje waar pareltjes van gehoorapparaatjes in en achter luisterende oren schitteren in fraai, kleurig, podiumlicht als sexy tongpiercings in een vlammende disco in De Krim-centrum. Artistiek leider Marit Broekroelofs kijkt goedkeurend toe.

Als je publiek definieert als: in muziek geïnteresseerden die via algemene media werden getriggerd, dan tel ik evenveel als bij het concert betrokken familieleden, scharrels, oppasoma’s, stille aanbidders, caterende theatervrijwilligers en technici. Is dat belangrijk?

Even denk ik bij de finale repetitie te zitten. Een onvolledig en niet foutloos programmaboekje. Een 15 minuten uitgestelde aanvangstijd. Daardoor horen we dan weer wel sfeerverhogende huiselijke geluiden van boven: doorgetrokken wc’s en gezellig getrippel van hooggehakte voeten op de trap en een couleur locale versterkende krakende zoldervloer voorafgaand aan het startschot.

Het is prachtig. Anderhalf uur in een bijzondere muzikale bubbel met deftig geklede jongeren (mannen, let nog even op mouw- en broekspijplengte zou modegoeroe Arno Kantelberg zeggen)  die klassieke instrumenten bespelen met dezelfde inzet, passie en vaardigheid als veelbelovende voetballers ballen in een beloftenteam. De antiek ogende instrumenten worden gestemd, geliefkoosd en voor de zekerheid nog een keer gestemd. Begeesterde muziekmakers die geïnspireerd raakten door het heelal, buiken, billen, borsten en navel van vrouwen en daar poëtische, soms wat wereldvreemde teksten en muziek bij maken. Sommige teksten worden expres zo goed als onverstaanbaar gemaakt want vertaald in de dode rebustaal Latijn. Mijn kop vult zich met vragen: waarom zou je dat willen doen? Sfeer? Subsidie-eis? Bubbelversterking? Het publiek leest mee over Hoofse liefde, de berg Carmel, een vergelijkende ziel (sic!) en dat er nog een wereld aan verbondenheid te winnen is. Open deur of niet, het vierregelige door Johannes Kepler en Hannie van der Wielen geschreven Ubi sensus harmoniae klinkt harmonieus als, maar minder bombastisch dan een fanfare op de Internationale Taptoe in Breda.

De oud-calvinist in mij herkent in de teksten de bijbelse contouren van een door sprinkhanen aangeknaagde verdroogde woestijncactus. Het Hooglied, waar blijkbaar toch nog een markt voor is, dat door de sleetse dominee in ieders jeugd altijd werd overgeslagen. Hier uitvergroot en meerstemmig bezongen door hogeschoolzangers en muziekmakers. Op weg naar huis relativeer ik de teksten. For your voice can sing to change the world. The breath of freedom, en wil me niet afvragen of, als je de wereld wilt veranderen, antivaxxers eens duidelijk aanspreken of het ICCP-rapport indringend lezen en ernaar proberen te handelen niet meer zoden aan de dijk zet dan zingen over Markus 14: 3 – 9 of het Hooglied.

Nog twee keer in het theater, in Assen en Driebergen.

Matthias Havinga op het Hinsz orgel te Leens (7 augustus 2021)

Wow, goed man, Havinga spot met alle in de orgelsport heersende wetten en begint met het lekkerste: Sweelincks ‘Est-ce mars’. Het klinkt prachtig. Superieur op het superieure Hinsz orgel in de voor dit orgel wel erg kleine kerk in Leens. Havinga benadert tot op de millimeter de versie van The Royal Wind Music op blokfluiten (op de cd The Flute-Heaven of the Gods). De kerk is inderdaad niet groot, zittend in het koor zie je de bovenkant van het orgel zelfs niet. Een deel van de bezoekers, de echte liefhebbers dan, zitten met de rug naar het orgel toe. Die luisteren wel zonder naar de trompetterende engeltjes te kijken.  Maar de meeste luisteraars willen de orgelpijpen tellen en wat te zien hebben, die zitten in het koor.

Voor orgelfetisjisten is deze ongewone opstelling gewoon, maar voor neo’s natuurlijk niet. Orgelmuziekliefhebbers vinden weinig vreemd. Zoals ook bijna niemand het raar vindt dat je voor € 12,50 entree (en € 2,50 voor een programmaboekje met de allerkleinste lettertjes) geen koffie krijgt maar wel een door de nagalm zo goed als onverstaanbaar prevelement van de voorzitter en van de organist himself. L a n g z a a m spreken zou helpen.

Goddank vergoedt de muziek veel. Kristusziele, wat klinkt dit orgel mooi. Vooral als het bespeeld wordt door Havinga die geen last van stijve vingers heeft. Kou, onweer en bliksemflitsen dragen bij aan de sfeer en dus het genot. Havinga’s registrant houdt de lange jas maar aan terwijl hij toch beweging genoeg krijgt door regelmatig van links naar rechts te moeten rennen achter het orgel langs over houten vloeren die voor een extra krakende, gezellige, authentiek-Groningse roffel zorgen. Heerlijk.

Ik zit naast een big brother-jongeman die als een spijbelende gamer achteroverhangend sexy joysticks manipuleert en joekels van witte camera’s in de kerk laat bewegen. You-Tube-filmpjes in productie. Groene nerveus knipperende lampjes verraden de camerarichting, zodat je weet wanneer je niet lonkend moet knipogen naar een tegenover je zittende bezoeker of een gaap, vinger in kriebelende natte neus of frons moet onderdrukken.

We luisteren naar een mooi klassiek programma met als jongste uitschieter Henk Badings (ook al weer een halve eeuw dood hoor), veel Bach en een vleug Sweelinck in dit speciale Sweelinckjaar met ‘Est-ce mars’ als uitschieter. Om je heen kijkend slaat toch de schrik je om het hart. Het programmaboekje doorbladerend zie je meer subsidieverstrekkers dan bezoekers om je heen. Tevredenheid en verontrusting strijden om voorrang. Mooi hoor dat al die ex-calvinisten hun zieleheil afkopen met een fikse stroom euro’s voor het örgel, maar waarom doen orgelorganisaties geen moeite om een nieuw publiek aan te trekken? Ik zou zeggen: kijk eens rond in de evenementenindustrie. Rondkijkend verwacht ik dat de laatste orgelmuziekliefhebbers over tien jaar zullen zijn bijgezet in de Hogelaander graftombes. Maar dan zijn de filmpjes er nog, hopelijk.

MARIAVESPERS

MARIAVESPERS
Coevorden
10 oktober 2021

 

‘Oude muziek voor nu’, dat is de slogan van het Margaretha Consort, het ensemble dat op 10 oktober Monteverdi’s Maria Vespers zal uitvoeren, in de NH kerk te Coevorden.

Marit Broekroelofs

De Mariavespers is de naam van een verzameling muziekstukken voor zangstemmen en instrumenten. Het is meerstemmige kerkmuziek en wordt Monteverdi’s visitekaartje met eeuwigheidswaarde genoemd. Er wordt wel gezegd dat wat de Matthäus Passion van Bach is voor de protestanten, is de Maria Vespers van Monteverdi voor de katholieken. Hoe het ook zij, liefhebbers van oude klassieke muziek hebben interesse in beide. Na optredens in Zutphen en Zwolle komt het Margaretha Consort in oktober goed opgewarmd en ingespeeld naar Coevorden in de fraaie NH-kerk. Deze kerk wordt gekenmerkt door zijn sobere interieur en superieure akoestiek en is elk jaar thuisbasis voor vijf zomerse orgelconcerten.

Een kleine twintig jaar nadat de Spanjaarden Coevorden hadden belegerd, werd in 1610 het muziekstuk de Mariavespers in Venetië uitgegeven. Hoe passend is het niet dat dit prachtige muziekwerk wordt uitgevoerd in de periode dat Coevorden Culturele Gemeente van Drenthe is. Dankzij de Stichting Culturele Dorpen Zuidenveld kan het woord Musiceren worden toegevoegd aan de pijlers Verbinden, Verhalen, Versterken en Vieren.

Nicolas Fink

Een indrukwekkende groep musici met twaalf puike solisten en zeventien instrumentalisten die allen de oude, barokke muziek tot in de haarvaten beheersen, worden gedirigeerd door maestro Nicolas Fink, een jonge Zwitser die internationaal al flink aan de weg heeft getimmerd. De artistieke leiding is in handen van Marit Broekroelofs. Het spreekt vanzelf dat we niet meer kaarten verkopen dan met het oog op de coronamaatregelen verantwoord is. Meer info en kaartverkoop via www.margarethaconsort.nl of zuidenveldcultureel@gmail.com.

  • Mariavespers van Monteverdi o.l.v. Nicolas Fink;
  • NH-kerk Coevorden;
  • 10 oktober 2021, 15.30 uur;
  • Entree € 25,-, eerste rang € 35,-; CJP/student € 15,-.