Kerstconcert Grootkoor Martinikerk 22 december 2022

Rob van Dijk op de vleugel, Martin Mans op het orgel en Etty van der Mei en Nan van Groeningen beurtelings, strak in de lak, dirigerend op de bok. De kerk is met 1.200 bezoekers uitverkocht. Het circa 200-koppige koor heeft er zin in. De stemmenverhouding loopt enigszins mank. De tenoren doen verwoede pogingen de sopranen in het gelid te houden en niet met hun partij mee te gaan zingen. Het vervelende is dat mannen graag vrouwen volgen, verlokkelijk als ze op vele terreinen kunnen zijn. Bij de alten en sopranen zijn ook jonkies. Jaloers kijk ik naar jeugdige blauwe dreadlocks rechts van mij en blonde paardenstaarten bij de alten. Met Rogier, Erna en Bram, gemiddeld 57,6 jaar, zit ik bij de mannenjunioren. Denk ik. Voel ik.

Als je van kerst- en orgelmuziek houdt zit je hier goed. Mans windt er geen doekjes om, hij heeft er zin in. Als een jonge autoverkoper die de ongebreidelde powers van een Tesla showt op een weg zonder snelheidsbeperking laat hij het Agricola/Schnitger/Hinsz-orgel swingen en zingen tegelijk: muziek op zijn best. Van Dijk improviseert op de vleugel als een dribbelende Nederlandse wingback in Qatar met een vrije rol. Solist Henk Poort heeft een makkie. Hij wordt door het publiek op handen gedragen. En dan Nan en Etty die het hele boeltje regisseren en in toom houden als schoolmeesters opgewonden grut bij de Efteling. Aanmoedigen als er een gedeelte van de mannen pardoes wegvalt, en verrek, dat gebeurt! En afremmen als de vrouwen hun vocale verleidingskunsten tonen als BN’ers op rode lopers of modellen op de catwalk. Houd dan als man je rug maar eens recht, maar dat doen we.

Het repertoire is een mix van ijzersterke Christmas Carols, verantwoorde hapjes uit de klassieke wereldmuziek van Händel en Saint-Saëns en traditionals. Alles bewerkt door tovenares Etty van der Mei. De meeste melodieën zijn op ieders harde schijf geëtst als kinderliedjes en aftelrijmpjes in kinderhoofden. De bewerkingen zorgen voor de muziek, de verrassingen, soms struikelblokjes, en de sjeu die maken dat de elf Grootkoren in den lande niet over toeloop te klagen hebben. Zingen doet mensen goed. Huisartsen die tijdig de bijscholing hebben gedaan, leefstijlgoeroes en hersendokters aan televisiepraattafels beamen het.

Sopraan/dirigent Etty van der Mei bewijst wat veel bezoekers in de Martinikerk denken: getrainde solisten liever niet versterken. Etty neemt in haar eentje de echopartij van ‘Echo Carol’ voor haar rekening van achteruit de kerk. Haar wonderschone stem, loepzuiver en helder als champagneglazen uit driesterrenrestaurants, en de superieure akoestiek dragen het geluid tot onder ieders kuif. Tenor Henk Poort wordt met misschien 200 Watt versterkt, iets wat het volume wel, maar de beleving van de gevoelige trilhaartjes in de slakkenhuizen van luisteraars niet ten goede komt. Dat hij helaas ook de techniek van de handkus niet machtig is, bewijst hij door met zijn lippen Etty’s handen enkele malen te toucheren. Brrr. Rillingen gaan door de rijen.

1000 Stemmen: het plezier spat ervan af

Duizend mensen die muziek maken waar 1.500 mensen naar komen luisteren in een gebouw met misschien de beste akoestiek ter wereld. Het Concertgebouw. Twee topsolisten. Gouden componistennamen waar je maar kijkt. Geschilderde dirigenten. Daar ruil ik graag wat voor in. Bijna dagelijks studeren. Ik voel me een esperantist met dyslexie. Een Friese-Boys-speler in het Ajaxstadion. Nan en Etty worden Schreuder en Ten Hag, beiden wat vleziger. De handen, ogen, wenkbrauwen en mond van de dirigent vertellen me de lengte van de noten. Dankzij mijn fietsersconditie koste het me geen moeite. Mijn innerlijke drive zegt dat ik mijn stinkende best wil doen. Graag. Ik voel mijn verantwoordelijkheid.

Henk Poort en Tania Kross doen mee. Ze lijken superrelaxed bij de generale. Poort hand in de zakken. Tania een en al gulle lach. Toch hoor ik aarzelingen, missertjes en zie twijfels. Ook topspelers moeten trainen. Etty spreekt ze vriendelijk maar beslist toe, leidt, wijst en spoort aan, temporiseert, corrigeert. Wat een expressieve kop. Powervrouw. Ik geniet met volle teugen en span me lekker in. Zingen heeft iets van racefietsen: sprinten, freewheelen, remmen en aanzetten. Er zouden 68 tenoren zijn. Een zelfde koppeltje bassen. Dat betekent meer dan 430 sopranen naast me. Wow! Kristusziele! Het is geen wedstrijd maar ik wil niet worden weggeblazen.

Voor de sier houd ik mijn koorboek omhoog en fixeer eroverheen de dirigent. De teksten ken ik zo goed als uit het hoofd. Een vergeten lettergreep is eenvoudig te compenseren. Een inzet of lengtenoot niet. Mijn liefde voor orgelmuziek groeit als Martin Mans het orgel bepotelt, de vloer dreunt, mijn schoenneuzen willen onophoudelijk tikken, mijn bostkas beukt, mijn hart fibreert: dit is muziek, een feest, puur geluk! Anders dan bij hiphop, metal rock en dance-events heeft niemand oordoppen in. Dankzij mijn frontpositie met twee vleugels vlak voor me, kan ik onzichtbaar fotograferen.

Natuurlijk, er is wel eens iets wat ‘delay’ wordt genoemd, een split-second tussen instrument en zang, maar ik doe alsof het zo hoort. Van mijn fanclub in de zaal hoor ik dat bij het Operafantoom de mannen ondersneeuwen, maar dat het Ombra mai fu weer loepzuiver en verstaanbaar is voor hen die het Italiaans machtig zijn. Zelfs het moeilijke ‘The lost chord’ klinkt, vooral dankzij de tenoren, als een dijk. 1000 stemmen, h e e r l i j k…. het plezier spat ervan af. Voor meer foto’s: Concertgebouw 2022 – Grootkoor

1968  1970  2022

1968 Zondagmorgen. Omdat er een gastdominee preekt, slaan we de kerkdienst over. De ochtend wordt ineens een zee van tijd. We voelen vrijheid, losheid. De hond loopt het tuinpad op, die laat zichzelf uit. Waarschijnlijk heeft hij de loopse teef van Barkmeijer een veeg gegeven. In de steenperenboom broedt een merel. De gulden roede komt met lichtgroene scheuten omhoog. Mem is bezig met het middagmaal: soep, varkenshaas, appelmoes, stoofpeertjes, gekookte aardappelen (op zondag niet verplicht) en yoghurt met ranja. Heit loopt naar de Philips pickup met automatische platenwisselaar en zet een plaat op. Straus’ Radetzkymars. Straks An der schönen blauen Donau. En als hij niet de belastingaanslag van boer Kremer hoeft bij te werken ook nog Vivaldi’s Vier jaargetijden en iets van Puccini en Mascagni, gingen we dit jaar niet richting Italië op vakantie? Zijn hand schokt strammig als hij de dirigent nadoet. Bernard Haitink. Concertgebouwdirigent, chef-dirigent, hè. Een van de besten in de hele wereld

1970 Alle Friese gemeenten die het Frysk Orkest financieel steunen krijgen een concert. De plaatselijke concertzaal kan een hotelzaal zijn. Een kerkelijk bijgebouw, die allemaal Pro Rege heten. In Kollum is het de gereformeerde kerk. Architect Egbert Reitsma gunde mede-Ploeglid George Martens de plafondschilderklus. Als heit vraagt wie er mee wil zeg ik ja. Toen al zei ik vaker ja dan nee. Samen luisteren naar een verplicht optreden van het FO. Vanaf de kraak. Heit luistert en ik zoek een vioolspeelster uit, vaak niet de jongste, één van wie ik roze bh-bandjes zie. Ze spelen niet altijd populair klassiek werk. Händel, Dvorak, Mascagni, Wagner, Sibelius. Heit bestudeert de nieuwe Hongaarse dirigent. ‘Die komt nog wel eens in het Concertgebouw,’ weet hij. ‘De akoestiek is hier goed maar niet best. Daarvoor moet je in Amsterdam zijn, hè.’

2022 De voorbereidingen voor ons Grootkoorconcert zijn in volle gang. We repeteren zes keer. In de repetitieloze zomertijd begin ik met dagelijkse studie. Maar dat houd ik niet drie manden vol. Ik vraag medetenor Bram. Twee keer nemen we alles door. Stukjes Händel, Mascagni, Sibelius, Dvorak en meer. Als ik mijn gêne afschud, de dakterrasdeur staat wijd open en de geluidsknop van voorzanger Nanne op max, gaat het lekker. Verrekte lekker zelfs. Als ik onbewust de maat sla denk ik aan 1968. Bram waarschuwt voor sopranenpower straks naast ons. Nog één keer repeteren in Groningen, Surhuisterveen en dan Amsterdam. Het Concertgebouw. Nu al stijf uitverkocht. En wie staan op de voorste rij….?

Olga Zhukova, Coevorden

Dat de NH-kerk in Coevorden zijn deuren moet sluiten, ach daar kijkt niemand van op, kerken hebben de boot gemist en zijn nu eenmaal uit. Coevorden is star en eigenwijs geweest en vergat naar grote broer Emmen te kijken waar de Grote kerk floreert met een mix van kerk- en crematiediensten en wijnproef- en grotematenlingeriehows. Maar op welk hoekje van Marktplaats het V.d. Berg en Wendt-orgel straks wordt geplaatst als het gebouw wordt overgeleverd aan de spinnenwebben en de eeuwigheid, houdt me bezig.

Ondertussen speelt Olga Zhukova de sterren van de hemel bij een van de laatste SOC-concerten. Haar spetterende rode feestjurk heeft ze ingeruild voor een ingetogen lange broek en een blauwe blazer met daarop een gele rozet. Bedankt Olga, wij nuchtere, calvinistische noorderlingen houden van kleine gebaren.

Modern en barok wisselen elkaar af als caleidoscopische vergezichten rond Coevorden. Glass en Bach zijn de smakelijke hoofmoten met als bijgerechten Pärt en Mendelssohn. Wat een originele, onalledaagse start met ‘Musik (sic) in contrary motion’ van Glass. Contrary. Motion. Woorden naar mijn hart. Pianomuziek op het orgel. Nu weer zien we het majestueuze, superieure orgel uittorenen boven de monotonie van kreupele, aanstellerige pianootjes. Ik voorvoel een opwarmer voor het SOC-eindspel met Hagens Canto in september.

Later ‘Mad Rush’ van dezelfde Glass met zoveel kabbelende watergeluidjes dat na afloop driekwart van het publiek voor de ene kerk-w.c. staat te trappelen als dorstige jonge geitjes voor een harige volle uier. Tussendoor het prachtige ‘Pari intervallo’ van Arvo Pärt met betoverende hoog/laag contrasten, schitterend gespeeld door de jonge maestra.

Zhukova toont haar kwaliteiten in nog geen uur spelen, ze gooit ons van de ouwe vos Bach naar de jonge hond Glass en maar wat graag worden we liefdevol gestreeld en opgevangen door Olga’s vinger- en voetenvlugheid. Topsport! De cv van Zhukova lezend zien we wat we uit de Russische sport kennen: van jongs af aan (het arme kind was vijf jaar!) aan de orgelstudie in binnen- en buitenlanden met als resultaat nu lekker spelen in Coevorden. Hoogtepuntje natuurlijk Bachs superieure en superieur gespeelde ‘Jesu bleibet meine Freude’. ‘Beste Olga, vergeet niet op tijd een U-turn te nemen en gooi je energie op de festivalmuziekindustrie, dan speel je voor 4.000 in plaats van 40 liefhebbers,’ denken alle aanwezigen als ze voetje voor voetje van de kerktrap dalend, door de avondzon & de  muziek verkwikt, huiswaarts keren.

Ballades van het Groninger land

Champagne zonder bubbels, dat zouden beide orgelbroers Euwe en Sybolt de Jong zijn geweest zonder sopraan Judith Pranger. Twee serieuze mannen die ernstig kijkend en verwoed trappend prachtige geluiden toveren uit onooglijke kistorgeltjes, die vroeger zowel in vooronders van gereformeerde schippers als in de Moulin Rouge in Parijs werden gebruikt. Eén vertikt het vandaag een a te laten horen. Judith Pranger redt de champagne, zij is de vrolijk kijkende noot met een superieure stem, een juweel dat de orgeltjes bovensteplankmuziek laat maken. Zoals zij ‘Mien lutje Laif’ en ‘Mor ’t komt aaltied wel goud’ zingt wil iedereen het horen. Gevoelig, verleidelijk, vrolijk en prachtig gezongen. Een gouden stem.

Ik kijk om me heen in Het Lutherse kerkje in Winschoten dat dankzij de Lidl een eersteklas parking heeft. Dat de kerk zijn naam dankt aan iemand die er bedenkelijke antisemitische ideeën op nahield: soit. Dertig gasten nemen de moeite te komen luisteren.  Ze krijgen de middag van hun leven in een kerkgebouw dat in plaats van muurscheuren afbladderende witte kalkribbels toont. Het plafond is beschilderd met symmetrische symbolen die het midden houden tussen hallucinante Arabische tovertekens en dwangmatige sjablonen.

De Jong & De Jong presenteren een mooi muzikaal programma met een heuse muziekquiz. De melodie van ‘Peerd van ome Loeks’ over een Gronings paard dat jammerlijk zijn einde bij de paardenslager vond, werd uitgevoerd à la Medelssohn, Reger, Mozart, Bach, Chopin, Satie en Piazolla. Dat we dit onderdeel drie jaren geleden ook al in Hardenberg hoorden mag de pret niet drukken. Liefdevol en sans rancune vertelt Pranger dat Groningen behalve voor paarden ook niet het ideale lustoord was voor onalledaagse, sensitieve, expressieve kinderen.

De mannen zijn goed op elkaar ingespeeld. Een bewegend ooglid, een trekkende pink zijn voldoende om de coda iets pregnanter aan te zetten of schielijk van plaats te veranderen bij een vastlopende toets. Ook prachtig is het quatre-mains spel, staand gespeeld aan het kabinetorgel, alsof ze, wat aangeschoten voorovergebogen tegen de tap duwend een Leffe Blond bestellen. Maar mooier nog dan het orgelspel is Judith Prangers zang. Al vanaf het begin met ‘Het verboden laid’ over een jongen die geen dodemanslied mocht neuriën. O wat mooi, denken alle bezoekers simultaan, terwijl ze synchroon een traantje wegpinken en zich afvragen of comitévanaanbevelinglid Peetoom publiekelijk afstand heeft genomen van de vuige Omtzigtbeschimpers in haar partij.

Dan een aantal songs van Ede Staal: sober, eenvoudig, soms met een filosofische touch als hij mijmert over het levenseinde en bijna altijd treffend in misschien Nederlands mooiste dialect: het Gronings.

Passiemuziek en Sleen

Na het overdonderende kermisgeweld van het Eurovisie Songfestival op zaterdag is het concert ‘A German Passion’ van het Margaretha Consort zondagmiddag 15 mei een verademing. Hogeschoolmuziek in een verstilde zetting. Een zon beschenen middag in de Sleense dorpskerk onder Drenthes hoogste kerktoren. In haar welkomstwoord refereert bandleider Broekroelofs even aan Oekraïne. Zou ze weten dat de pkn-kerk iets verderop wordt ingericht voor Oekraïense vluchtelingen en dat Syrische gevluchten nog even moeten wachten? We luisteren naar intense muziek van dertien musici en vocalisten, aangevoerd door Marit Broekroelofs. Als je je niets aantrekt van de weinig verrassende, antieke, onoriginele teksten over lijdende verzonnen goden, nee niet over graancirkelmakers of flat-earth-theorie-aanhangers, dan heb je een heel prettige middag. Een centraal opgestelde dirigent is er niet, wel een supergoed klinkend kistorgel; af en toe zie je tenor Kevin Skelton bescheiden en met kleine gebaren, mond- en wenkbrauwbeweginkjes leiding geven aan de oplettende zangers en spelers en alzo bewijzen dat bombastisch dirigeren passé is als varkens slachten op boerenerven. Inzetten, tempi, volume: zo goed als niets is er op aan te merken.

Ik droom weg naar de tijd dat we in Sleen woonden. Als je hier meer dan vijftien jaar hebt gewoond, gaat het dorp in je systeem zitten en blijf je ermee verbonden als cookies aan websitebezoekers. Je hebt er vrienden met wie je eetafspraken blijft maken, je zoons gingen er naar school en hebben er nog contacten, je volgt bij vlagen de dorpswebsite, je bezoekt er een verjaardag, begrafenis of een jubileum. Je zong in een koor, deed mee aan de Zuidenveldoptocht, versierde en verlichtte je tuin, schreef er poëzie en een vers dat het koorrepertoire haalde, deed mee met de oudpapierophaal, deed er een streektaalcursus, schreef columns, waaronder enkele in de streektaal en je vrijwilligde er als vlaghijser en bestuurslid en begon er een bedrijfje dat bloeide als brem langs de Jongbloedvaart.

De muziek, zeventiende-eeuws, Noordduits, is barokker dan barok. Voorbij komen Bachs leermeester Buxtehude, Weckmann, Hassler, Tunder en meer. Johann Sebastian Bachs oudoom Johann Michael en Nicolaus Vetter tekenden voor het prachtige Jesu meine Freude, later drong de melodie door tot de  Matthäus Passion. Ik laat me betoveren door de prachtige muziek, maar vervoering en ontroering blijven uit als spelinzicht bij FC Groningen. Zou dat wel zijn gebeurd als Jezus Zelensky heette en in Buxtehudes ‘Herzzlich lieb hab ich dich o Herr, Satan Poetin?  En, vraag ik me af, wat zou er gebeuren als de musici en vocalisten doen wat op elke koorclinic wordt geoefend: bij één nummer het papier de lucht in gooien en vanuit het hart en soms de tenen zingen?

Terug naar Sleen. Je herinnert je dat je lijstjes bijhield van de mooiste paardenkarroutes en interessantste vrouwen en je keek wel link uit dat je hun het hof maakte. Je verbaasde je over oneerlijke boedelverdelingen na scheidingen, over de Drentse onwil nee of opzouten te zeggen en het met elkaar stevig oneens te zijn, over twee naast elkaar staande basisscholen, de ene met een god en de andere met een goed werkende medezeggenschapsraad. Je vraagt je af waarom Naardings borstbeeld voor de kerk en gedenktekens van oorlogsslachtoffers achter de kerk staan, waarom de haven nog steeds niet aan open water ligt en waarom het duofietsproject hier beter loopt dan waar dan ook.

De zangers wisselen regelmatig van plaats. Het ver achterin het koor gezongen Christ lag in Todesbanden wint aan kijk- en klankkracht. Hier en daar sijpelt kleur door in de kleding van de musici. Gelukkig, het begin is er. We zien een scherp paarse jurk en stropdas en een wat valer paarse dress en bij een enkeling fel rood gestifte lippen. En verder zwaar somber zwart in vele tinten. Met de voeten de maat lekker meetikken kan hier ongestraft en ongestoord, want de zerken zijn met een dikke vloerbedekking bedekt, iets wat de akoestiek en rust van de overledenen ten goede komt. Ik span onophoudelijk mijn bil- en rugspieren om de oude rieten stoel niet te laten kraken en onderdruk mijn aangeboren neiging de econoom uit te hangen. Natuurlijk kan het, zoals eens per twee jaar oesters eten, uit!

Mannes Hofsink Koningsdagconcert

Voor een atheïstische republikein wordt het een interessante middag. Oranjegekleurde muziek in een kerk. Als een elektrischeautoverkoper die alle snufjes wil tonen showt Mannes Hofsink de Timpe-mogelijkheden. Hij aait, masseert, timmert, drumt en vleit (op) het Timpe-orgel in de Nieuwe Kerk in Groningen op koningsdag met muziekstukken waar het woord koning of koningin in voorkomt. De muziek tovert, kom, ik zeg het in één woord: vrolijkheid. Ik zie ineens lachende gezichten om me heen en da’s niet van de kerkbanken. Ik herken een hoog meezingverlangengehalte. Dat wordt beloond bij het stuk van Zwart ‘Fantasie alla Marcia over het Wilhelmus’. Het eerste couplet gaat nog, goed zelfs, maar bij het tweede (of zesde? Of vijftiende?) sta ik erbij als de eerste de beste Nederlandselftalvoetballer.

Begonnen bij Händels ‘Arrival of the Queen of Sheba’ komen we na het Wilhelmus uit bij Rinck: Heil dir im Siegerkranz/God save the Queen. De tekst mag dan Engels zijn, voor de muzikale oorsprong moest Engeland, net als voor kwaliteitstrainers in The Premier League, even de grens over. De tuil chrysanten voor me spreidt uit puur genot spontaan bloemblaadjes open als in een versneld afgespeelde tekenfilm. Net als ik denk dat het ‘Allegro Vivace’ van Widor me niet bekoort komt het krachtige slot voorbij en herzie ik mijn mening als Kaag de hare in de Van-Drimmelendiscussie. Kalkschilfers dwarrelen neer, glas spant in sponningen, vaal oranje wordt felrood, vloerplanken vibreren. We gedenken de arme koning die in het roomse Maastricht de populariteitsval probeert te keren door de naam van zijn biermakker Poetin te noemen.

‘Sieben Variationen’ van Happy Birthday meldt het programma, maar voor mijn gevoel waren het er minstens 22. Register voor register wordt door Hofsink opengepeuterd en er ontstaat een heerlijk muziekkleurenpalet dat de laatste stofrestjes uit de verste orgelpijpen blaast en kleuren uit bloemetjesjurken doet versterken. Voorjaarsmuziek, Parijse draaiorgels, pure poëzie, hippe terrassen, voluptueuze blauwedruifblommen, zingende merels en meer hoor en zie ik. Maar goed dat Hofsink van dat door Heidrich genoemde Streichquartett zich niets aantrekt; niks strijken, maar Timpe eens flink onder  handen nemen. Prachtig.

En dan nog de crème brûlée onder de desserts: Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ uit 1975, voor de oudere jongeren een oorstrelend muziekstuk: sexy, rauw, rockend, verfijnd, lieflijk spinnend en bruut ontroerend allemaal gelijk. Die Freddy Mercury was dan geen koning misschien, maar een muziekprins zeker. Het orgel herbergt een complete rockband. Heftig! Mannes jongen, je rolt mijn topdrie binnen.

Havinga – Bach – Lutherse kerk – Groningen

Demonstratief de handen naast zich bungelend en dan toch met de voeten muziek maken als Barcelonese topvoetballers een rondootje tikkietakkiën, dat is Havinga ten top. Waxinelichtjes voor de voeten, een drankje na afloop en een entreekaartje op de pof. Goed geregeld allemaal in de Lutherse kerk. Luther mag dan een antisemiet zijn geweest, als naamgever voor een in Nederland minuscuul uit Duitsland geïmporteerd geloofje dat in een Groningse kerkparel verstopt is in de binnenstad, kan hij er mee door. De geboortedag van Bach is het, 21 maart.  Dat de spreekstalmeester wil laten zien dat hij ooit een negen op Duitse spreekvaardigheid kreeg en vergeet de microfoon aan te zetten en het publiek te beleefd is om dat te zeggen, mwaaah. De Kraak is goed gevuld. Slim om de mensen naar boven te dirigeren met een goede kijk op de musicus en de beganegrondvloer leeg te laten. En donders wat een verrekt goede muziek. De primitieve, middeleeuws harde kerkbanken voel je niet meer. Soms swingt het zelfs. Net als ik denk: ik hoorde recent een draaiorgel met Bachmuziek, laat Havinga een metalen molenwiekmechaniekje rondtollen bovenaan het orgel dat een vrolijk tingeltangelgeluid produceert. Nooit eerder gezien nog. Puur geluk! Het naast me zittende publiek veert naar voren als in een te bruusk remmende bus voor een onbewaakte overweg bij Winsum-noord en slaakt wel zicht- maar onhoorbare ah’s en oh’s; je ziet het alleen aan de monden die open en dicht gaan en wenkbrauwen die tot en voorbij de hoofdhaargrens worden opgetrokken. Na afloop praten we nog even gezellig na over de vraag waarom de Volkskrant liever drie pagina’s grachtengordeltekst produceert over een D’66 mannenhand op een vrouwenbil dan over FC Emmens promotie naar de eredivisie, over huisartsen die verslaafd lijken aan het voorschrijven van maagzuurremmers en liever klachten behandelen die voor 90 % vanzelf verdwijnen dan streng leefstijlverbetering voorschrijven en over de vraag hoe het mogelijk is dat Nederland nog steeds stijf bovenaan staat in de English Proficiency Index en of het wenselijk is dat 66-jarigen gemiddeld boven de 30,7 km/u willen moeten kunnen fietsen.

Geluk in Coevorden

Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?

Lijstjesmensen hebben het zwaar vandaag. Welk deel van de Matthäus Passion geeft me het meeste kippenvel? Ik vind haast alles even mooi. De solisten krijgen ook een presentje: Inge en haar vriendinnen op de eerste rij. Interessante vrouwen van net vijftigplus met extra oogschaduw, lipstick met eroverheen wat doorschijnende lipgloss, wenkbrauwextensies, zijn natuurlijk fijn om naar te kijken. Voor de evangelist wellicht wat te ver weg, maar de Christus en de Viola-da-gambaïst fixeren de meisjes één voor één, als Vlaamse Gaaien gepelde noten in voorjaarstuinen.

We zitten pal achter de dirigent. Eke, Hanneke en Geertje trekken de knieën in om maar niet steeds contact met zijn knieholten te maken. Ze wijzen op een randje rode voering dat uit zijn colbertje kiert. Opzet, schat ik, hij begrijpt de impact van een extra vurig kleurtje. Ik zit ernaast en krijg een andere bonus: naast luisteren kan ik meelezen met de aantekeningen van de dirigent in zijn partituur: een extraatje als vers sap in de muesli. Ik lees op gekleurde post-its: Anne-Fleur jarig; zijn Hubert-Gijs’ manchetten schoon? Martijns inzetten; hohoho Joost-Bas; Eva-Lies niet wiebelen met de stok, versnellinkje bij hout; komopkomop bassen!; (en een pagina voor het einde van deel I) en nu koffie!

Als Afrikaanse fietsers die fietsranglijsten penetreren vliegt deze CMT-uitvoering gelijk mijn topdrie in: Leusink en het NNO hebben het nakijken. De tangoversie met Jan Rot en de Friese MP destijds in Drachten dreigen naar plaats twee en drie te zakken. Jeugdigheid, vrolijkheid naast ingetogenheid, enthousiasme en dan de locatie in Coevorden: wow! Gelukkig gaat er in de pauze iets mis met de thee, houden we iets over in de evaluatie. Nou vooruit twee dingetjes dan: waarom, waarom gekleed in het saaist denkbare uniforme zwart? En waarom niet drie koralen zonder partituur gezongen en gemusiceerd en de kans gegeven aan de wilde vrijheid die in elke musicus schuilt?

1000 stemmen I

Stel je eens voor: twee raspaarden in de amateurkoormuziek doen wat ze het liefste doen: zingen & muziek maken. En dan het liefst met anderen. En als uitvinders die hun nieuw model slaapzak aan de man willen brengen in de provincie, rollen ze hun muzikaal bedrijfsmodel uit over het hele land. In elke provincie een koor. De tijd van verenigingskoren, met eens per week in zwakverlichte achterafzalen oefenen met een dirigent die liever flirt met de groepachtonderwijzeres op de eerste sopranenrij en pauzekoffie uit kannen van vorige week is passé.

In elke provincie wordt een groot koor gestart, die dan voor het gemak Grootkoor worden genoemd. Per koor worden vijf repetities gepland. Vinden koorleden ideaal: zelf thuis gedisciplineerd aan de bak met MP3-bestanden. Dan nog een cd voor in de auto en dagelijks oefenen op zelfgekozen tijden.

De lat wordt wat hoger gelegd. Samen aan het werk voor een kerstconcert in een uitverkocht (ja, altijd!) provinciehoofdstedelijk theater met Karin Bloemen is natuurlijk leuk. Maar als FC Emmen dat naar de eredivisie lonkt worden ambities bijgesteld. Het Concertgebouw in Amsterdam komt in zicht. Maar dan wel met 1000 zangers. En met landelijk bekende coryfeeën. Bariton Henk Poort met die serieuze voorhoofdplooien. Mezzosopraan Tania Kross met die gulle lach en die Curacaose krullen. Kom, doe we er nog twee virtuoze vleugelmannen bij, een organist, een paukenist en brassband uit Engeland.

Terug naar Groningen. We repeteren als gekken. Vijf bassen. Acht tenoren. Vijftig sopranen en veertig alten. Händel, Mascagni, Webber (met The Phantom of the Opera: kristusziele wat een lekker koorstuk. Ik denk even niet aan de Matthäus Passion die we zondag in Coevorden organiseren. Ik negeer gedachten over huisartsen die verslaafd zijn aan het voorschrijven van maagzuurremmers (maar liefst negen van de tien blijken overbodig te zijn). Verder met een stuk van Bernstein, Sullivan, Sibelius, Dvorak. Dan nog wat Ierse traditionals en tot slot good old Goemans. H e e r l i j k.

Zingen is je zinnen verzetten. Met ruim 100 man geconcentreerd samenspannen tot een harmonieuze klank. Kippenvel. Je inspannen en ontspannen tegelijk. Racefietsen, Neven van Middendorp lezen, langeafstandwandelen, een Sloveense student Nederlands leren, een sonnet proberen te schrijven, buurtvergaderingen notuleren,  Een twee uren durend orgasme is het natuurlijk niet, maar verrekte lekker: zeker. Op naar 23 oktober 2022. Kaarten € 50,-. Via mij 10 % korting. Amsterdam here we come.