ZONDAG / UIT DE KAST Samen met nog 59 gasten ga ik deelnemen aan Zomersalon in Forma Aktua, een expositie van 12 juli t/m 16 augustus, wow, is nogal wat. Wat verwacht ik ervan? Een bijzondere en vast leerzame ervaring. Als ik de deelnemerslijst zie ben ik onder de indruk. Of ik me in dit grote gezelschap net zo thuis ga voelen als in het Grootkoor? De opening met drankje, toespraakje van de voorzitter, live muziek, statafels op straat is zondag 12 juli 16.00 uur.
MAANDAG / WANDELEN Op maandag wandel ik 17 kms in een goede tijd. Mijn rechterknie speelt niet op. Als een kuier op dinsdag ook goed gaat voel ik me klaar voor de tweede Groningse Wandelvierdaagse van 4 t/m 7 augustus. 
DINSDAG / DAKLOOS Even ben ik in verwarring als ik iemand zie slapen op een eenpersoonsbedje met matras achter een groot geel scherm naast een weggewaaide paraplu. Zie ik een restant van een sociaal gerand afstudeerproject van Minerva of gewoon een dakloze passant die een fijn bed heeft gevonden? Als ik ‘m koffie wil brengen is hij er net vandoor.
WOENSDAGmorgen / DUIVEN Rense Sinkgraven, ooit gemeentedichter in Stad, schreef Dorus de Doffer, een heerlijk boek, de eerste Nederlandse duivenmelkersroman, dat ik net aan het herlezen ben. Tegelijk zie ik op de stadswebsite Sikkom, het midden tussen Left Laser en de Telegraaf, een naar artikel verschijnen over een duivenliefhebber die in een kwade reuk van de brave Sikkomburger en de gemeente staat. De duiven, een vervallen stadshuis (oei oei en dat naast de fraaie schouwburg) en de duivenier krijgen er ongenadig van langs. Dat bij Sikkom, doorgaans een fijn kritisch platform, nu ook het burgertruttisme zegeviert en enkel goed gekwaste kozijnen worden goedgekeurd, daar denken we het onze maar van. Er wordt gefluisterd dat Groningen de buks inzet tegen de duif.

WOENSDAGmiddag / FORMA AKTUA Om iets wat je voor de eerste keer doet nu gelijk ‘uit-de-kast-komen’ te noemen is overdreven. Maar leuk vind ik het! De ateliermedewerkers hebben zich een dag uit de naad gewerkt om de, hoeveel zullen het zijn, 300? werken op te hangen. Trots? Mwaaah. Tevreden, ja.
DONDERDAG / GREENKEEPER Sinds een half jaar ben ik green & grey-keeper van studentenstudiocomplex Blockhouse naast ons. Ik onderhoud 15 plantenbakken en vier boompjes. Extra leuk: vrienden bezorgen me gratis planten. Rogier tomatenplanten en Geertje dahlia’s. Bij Lidl koop ik plantjes in de aanbieding. Snoeien, bewateren, poten, dieven, vegen, wieden, praatjes maken met studenten van (ver) buiten Nederland. Planten in bakken verzorgen vereist speciale technieken. Ik heb te dealen met bezonning en een invasie van slakken. De kruidenhoek, de oleander, vol in bloei! en de skimmia’s heb ik aardig in de vingers. Ons halfjaarlijkse voortgangsgesprek concludeert: we gaan door.
VRIJDAG/ GRONINGER MUSEUM / KAPITAALVERNIETIGING In 2019 presenteerde het Groninger Museum een expositie van glasmaker Chihully. Klaastaal publiceerde daarover https://klaastaal.nl/glas-van-dave-chihully-in-het-groninger-museum/ en gebruikte woorden als ‘doos kerstballen, verenkleed van een kievit in kitscherige, fabrieksmatig geconcipieerde glasproductie’. Het GM was zo driest glaswerk van deze glasblazer aan te kopen. Duurste aankoop ooit, kostte 1 miljoen. Nu wordt het verwijderd. Het gaat naar de Universiteitsbieb waar het mag wegkwijnen. Kunst voor een minieme elite dus. Doorsnee mensen komen daar niet. Studenten houden niet van beeldende kunst. Conclusie: het GM is de weg kwijt. Eerder schreef ik dit dolend museum al een open brief.
ZATERDAG / METAMORFOSEN Als we in de wijk een serie wandelingen organiseren over het thema biodiversiteit biedt classicus en Ovidiuskenner Ger Euwals aan een toelichting te verzorgen op zijn door Marthijn de Groot eind vorige eeuw geschilderde drieluik dat het thema metamorfosen in optima forma verbeeldt. De animo is groot. De oud-docent excelleert in zijn oude rol als verteller/duider en vertelt boeiend over dit bijzondere kunstwerk boordevol symboliek, waarop elke vierkante decimeter schreeuwt om een toelichting.


TIME LAPSE Wat is er mooier dan een stukje fietsen met een oude kameraad die ik al ken uit de tijd dat onze paden elkaar kruisten op
ZOMER Is de zomer bij uitstek de tijd van bijzondere ontmoetingen? Groningens grootste studentenvereniging Albertus Magnus nodigt haar buren uit voor een borrel met het nieuwe bestuur. Gek, maar waar het veel kleinere Vindicat vaak gehuld is in een kwade walm slaagt de roomse club Albertus erin om midden in het stadshart zijn buren tevreden te houden. En dat ondanks drukbezochte partijtjes. Wat helpt: AM huurt beveiligers in voor nachtelijk toezicht op drugs- en lawaaioverlast. En zou de wijwaterkwast van de nieuwe bisschop nog wat uitrichten?
‘SPIJS’ Met zijn vieren praten we bij in ‘Spijs’ een eettentje tegenover het UMCG. De tijd dat we elkaar bijna wekelijks zagen ligt achter ons. Beroepen, kinderen, sporten, het Drentse dorpje S., en interesses binden ons als collageen in spierweefsels. Een paar dagen na onze ontmoeting krijg ik het bericht dat T’s vader in de oorlog in mijn geboortedorp K doorbracht. T vond in de nalatenschap een viertal boekjes over Kollum. Nou ja…..
OLIVIER KEMLER studeert af aan het prins Claus Conservatorium en als afstudeerproject geeft hij een concert, een bachelor recital, voor bijna 200 gasten. Wat een zanger. Als dat geen cum laude wordt, eet ik mijn nieuwe Panama op. Tenor Olivier (22) zingt werk, alles uit het hoofd, van een hele serie componisten en vertelt een soort liefdesverhaal met de nodige dramatiek. Vooraf krijgt het publiek de (hier en daar wat haperende) teksten, maar lezen tijdens het concert is onmogelijk, zodat mijn ‘spaghetti-met-rode-saus-recept-theorie’ opgaat: had de bijna afgestudeerde in de vijf talen (Italiaans, Duits, Engels, Frans, Latijn), die hij verrekte goed beheerst, een nieuwe pizza-receptuur gezongen, geen mens had het gemerkt. Je kunt merken dat dit conservatorium meer met muziek dan met toneel heeft. De vlakke zaal verhindert goed zicht en het geluid kan echt beter. Maar wow, wat een zanger. Nu nog iets in het Gronings.
17 MEI Vicenza, Met een collectief museumticket bezoeken we vier musea. Een wonderbaarlijk overdekt, hoog ‘Olympic Theatre’ waar de binnendienst vergat een steuntouw vast te maken zodat een wankele zeventigjarige bijna een doodsmak maakte, het Palzzo Chiericati en nog enkele. In het Chiericati middeleeuwse en Renaisssance kunst, bombastisch, eenvoudig, knap geschilderd, groot werk met veelal religieuze beelden uit tijden dat Less is
More en correcte perspectiefinfo loze dingetjes waren. V is een prachtstad met veel architectuur van Palladio en (op zondag) veel muziek op straat, veeleer openluchtconcertjes dan straatmuziek. En, niet onbelangrijk, veel en betaalbare terrassen. [Op het nieuws horen we over een idioot die in Modena, waar we op 5 mei waren, op het publiek is ingereden met enkele doden en zwaargewonden tot gevolg]. Wij hebben geluk gehad.
18 MEI Verona, vanwege de treinstaking heeft Opreis.nl ons vorige week al een ticket gestuurd van de Flixbus. Handig dus. De bus is tot de laatste plaats bezet met een keur aan zwetende reizigers. De binnenstad van Verona is in zijn geheel werelderfgoed. De rivier de Adige doorsnijdt de stad en levert verschillende mooie bruggen op. Mustsees: de Arena, Piazza delle Erbe, Piazza Bra, de Scaligero Brug, enz.
Ons hotel zit nabij station Porta Nuova. We maken gebruik van de bus: vaak nog diesels maar met een excellent betalingssysteem: met de bankpas enkel even inchecken voor € 1,66 en dan anderhalf uur onbeperkt meerijden op niet de meest klimaatonvriendelijke methode. Een ratje op straat, bijbelaanprijzers, soms wat vergeten vuilniszakkies, echt een grote stad.
19 MEI Verona: Nabucco, La Boheme La Traviata, Aida, Carmina Burana, alle grote opera’s komen dit jaar weer voorbij in L’Arena, een amfitheatar met 20K zitplaatsen, waarvan 12 à 13K worden gebruikt bij concerten. Een openluchtspektakel van de eerste orde. Vandaag de laatste dag Italië. Wat een leuk land en wat een prachtige steden. Als een van oorsprong Friese plattelandsjongen waar vroeger thuis de enige opsmuk bestond uit een molenschilderij van Jo Rispens, een ingelijste huwelijksbelofte ‘Draagt elkanders lasten’ en enkele glasinloodraampjes met sterren van de voetbal in de tussendeur, krijg ik hier heel wat te verstouwen. Op sommige buurtsuperplafonds word je door eeuwenoude afbladderende fresco’s
aangestaard die nog jaren wachten op restauratie. Ik voel een mix van weemoed en zin om Groningse dingen weer op te pakken. Mijn geheugen wordt gesteund door dit blog en de Polar Steps van vrouw I. Wat een verschil met vroeger, toen we een rolletje foto’s volschoten, die ontwikkelden en in plakboeken lijmden. Vandaag twee interessante ontmoetingen: met Delfina die gedurende een wandeling mijn professoressa Italiaans is. Een vrolijke jonge vrouw met Venezolaanse roots. Later op de middag spreek ik een cellist die speciaal voor mij Bach speelt. Kippenvel op een warme dag.
Stel je voor: als je een jaar of 30 geleden je intensief interesseert voor een onderwerp, schrijf je er boekjes over. Nou ja, niet iedereen natuurlijk, maar Bert Lawant wel. Leraar, talenmens, popmuziek- en boekenliefhebber, vader, voetballer, echtgenoot. Na eerst de blues afgewezen te hebben raakt hij na gesprekken met blues- en jazzliefhebber Ruud Vreeman in de jaren zestig in de ban van deze muziek. In de jaren negentig brengen de muziekjes van de Sterreclames hem op het spoor. Hij raakt betoverd door het nummer ‘Dust my broom’ (Amerikaanse slang voor ‘wegwezen!’, ‘er vandoor gaan’, (vergelijk: de Nederlandse uitdrukking ‘de plaat poetsen’) in de originele versie: ‘I believe I’ll dust my broom’) van Elmore James. Lawants interesse wordt een soort archeologisch onderzoek naar muziek met misschien eeuwigheidswaarde.
via
Dat er nog steeds boeken en cahiers op kleine schaal worden gewrocht bewijzen Ronny en Ruud Vreeman die met de publicatie van ‘Dust my Broom’ èn Bert Lawant èn Elmore James eren. In het boekje is de tekst van Ruud Vreeman en de werkelijk prachtige schilderijen zijn van de hand van zijn vrouw Ronny Vreeman. 
(In delen I t/m XI beschrijf ik mijn reis langs witte jassen na het diagnosticeren en wegsnijden van een kwaadaardig huidkankertje op mijn knie en een lymfeklier in mijn lies en nu een melanoom op de linker enkel). Als plastisch chirurg Foumanie me vraagt of ik eerder een melanoom heb gehad, weet en zeg ik dat hij mijn dossier niet heeft bestudeerd. Ach wat, denk ik, als hij maar kan snijden. Na afloop overweeg ik welk cijfer hij verdient en denk aan Mei Li Vos, de nieuwe Eerstekamervoorzitter die ook enkele dagen per week basisschooljuf is: klein in de kritiek, groot in het compliment.
WOENSDAG MATTY DE VRIES Soms ontmoet je mensen van wie je denkt: herken ik, bijzonder, zonder gelijk het woord ‘soulmate’ te gebruiken. Dat heb ik zeker met Matty de Vries die ik interview voor de Ploeg-nieuwsbrief: herkenningspunten zijn beeldende kunst, vormgeving, zang, literatuur, streek van herkomst (Twijzelerheide/Kollum), kleurrijk, Calvinistische jeugd, creatief, veelzijdig, Groningen, bedachtzaamheid, interesse tonen, educatie, zuinigheid.
badkamerrenovatie dan doet de verkoper zeker iets heel goed. We dagen de tegelzetter uit met een gewenst visgraatmotief op een muur, met gele tegeltjes die niet 100 % haaks en recht zijn. Drie weken lang enkele uren daags twee mannen over de vloer, valt uiteindelijk mee.
ZONDAG Onze minibieb maakt overuren. Dagelijks sneupen passanten erin om een pareltje mee te nemen; anderen vullen aan als vakkenvullers bij de Lidl na het paasweekend. Er zijn incidentele passanten naast vaste vullers als mijn zus, de huishoudelijke hulp van meneer pastoor uit Aduard, een Muntendammer boer die het licht heeft gezien, en hij die ik mijn Iraanse kameraad noem. Voor hem, duivenbeschermer, bewaar ik statiegeldflessen en bierblikjes (de tijd van bier in flessen ligt inmiddels ver achter ons), en hij bezorgt me af en toe een tas vol boeken. Soms zijn het, na het afstuderen van zijn zoon, studieboeken ‘Statistics & mathematics in Muslim lead Enterprises’ en soms, zoals nu, hedendaagse literatuur. Ik zie Siebelink, Roosenboom, Van Dis, Peper, Den Uyl (zelfs de oestrogeenthriller De eetclub van Saskia) Noort, Op den Beek, zelfs Wieringa.
MAANDAG Enschede, Enske voor intimi, is een prachtstad. Nu even geen terugblik op de dubieuze drugshandel in het supportershome van FC Twente, destijds met goedkeuring van het bestuur, maar enkel lof over het prachtige Rijksmuseum, het verrassende uit stalen vlammen bestaande kunstwerk voor het Medisch Spectrum Twente en het imposante zes meter hoge beeld ‘In god we trust’ van de Spacecowboys op het dak van het Enschedese conservatorium ArtEZ.
WOENSDAG Onze buurtvereniging Het A-kwartier propageert het aanleggen van geveltuintjes. We combineren een serieuze aanpak met plezier. Praten en soms wat drammen over biodiversiteit en een feestje bouwen rond de uitreiking van het Gouden schepje. Die tweeledige aanpak hanteren we ook bij het duel tussen fietsen en auto’s, bij gewenste recreatievaart en verdoemde waterverontreiniging. Voorlichtingsavonden over verduurzaming van verwaarloosde grachtenpandjes naast een roeiclinic. Overlastgevers aanspreken en schooldirecties erop wijzen dat woorden nog geen daden zijn als het aankomt op handhaving bij de bordjes ‘Smokefree Area’. En zo verder. Na jaren begrijp ik dat het ‘not done’ is om in de kwartaalgesprekken met de gemeente aan te dringen op inkomensafhankelijke onroerendgoedbelasting. Ook een rijverbod voor auto’s die (nog) geen deelauto (met minimaal drie eigenaren) zijn laat nog op zich wachten.
ZONDAG Met SCDZ organiseren we, drie oude pikken en een jonge doos, een concertje in Zweeloo met muziek van Ede Staal. Het programma heet ‘Ede Aans, mien end en mien begun’ door organist Peter Siebesma en vier vocalisten. Reinder van der Molen leest een verhaal van Ede voor en vertelt anekdotes. Waarom houd ik van de ongecompliceerde muziek van Ede Staal? Vanwege de streektaal. En de begeleidende orgelmuziek. En omdat ik enige verwantschap met Ede voel: streektaaljongen, for ever young, leraar Engels en maatschappijleer, klompendragers, liefhebbers van ‘strunen achter diek’. En beiden schreven we over het door ons bewierookte en verlaten platteland. Ede over t Hogelaand, Nij Stoatenziel en ik over
MAANDAG Vooraf: onroerendgoedbelasting is één van de beste, want fairste belastingen. Je betaalt naar de waarde van onroerend goed. Ontduiking is lastig, geen voordeel voor belasting ontwijkende particulieren met een BV. Groningen hoort tot de groep allerverstandigste gemeenten van het land, want Groningen zit in de top van heffingspercentages. Hiermee dragen durehuizenbezitters het sterkst bij aan de gemeentebegroting en dus aan alle voorzieningen. Als blije belastingbetaler zit ik in een wat lastig parket. Ik schat dat de woningwaarde waarop onze gemeentelijke OZB-aanslag is gebaseerd zo’n tien procent te laag is. Omdat ik niet graag te weinig belasting betaal, vraag ik het Noordelijk belastingkantoor om een verhoging. Een geduldige, wijze medewerker legt het mij uit. De geschatte woningwaarde dateert van begin 2024, meer dan een jaar geleden en niet van eind 2024. In één jaar stijgt de waarde. ‘Volgend jaar zal de woningwaarde naar boven zijn bijgesteld,’ stelt zij mij gerust, nog even wachten dus. Ik leg de medewerker vijf praktijkgevallen voor met de door Funda-makelaars geschatte verkoopwaarde en de geschatte waarde voor heffing van OZB. Locaties bij benadering: Straat nabij water 985.000 / 651.000; Straat bij de haven 885.000 / 721.000; Straat nabij Minerva 640.000 / 592.000; Straat nabij MADA 500.000 / 424.000; Straat nabij water 2.945.000 / 1.695.000.
VRIJDAG Er, nabij Mensingeweer, omheen rijdend zie je een magische 
De kracht van Van Rossem is dat hij historische wetenswaardigheden afwisselt met kneiterharde analyses, aangeboden in een goedmoedige lobbesverpakking en geuit met een zachte stem met Utrechtse tongval. Rustig heen en weer drentelend onder de kansel houdt de fitboy van de feitenkennis (dixit P. Freriks) zijn verhaal. Zonder plaatjes of statistieken. Af en toe een slok koude koffie nemend, ingeschonken uit een meegenomen kan. Het publiek is een afspiegeling van Groningen: stadjers, boeren, al dan niet gelovig, die graag mild worden gekastijd en voor die geseling vriendelijk applaudisseren.
Van Rossem voorspelt een rolberoerte voor de dominee, mocht er bij de preek evenveel publiek, 500, zijn als vanavond. Sowieso vraagt hij zich hardop af welk nut religie heeft; graag geeft hij als heiden, ook wel smerige linkse radicaal of Moslimknuffelaar genoemd, het geloof met de vuilnisman mee. Kerken zijn overbodig, aldus de spreker. Ook zijn er, weer mildelijk verpakt, harde woorden voor de boeren: Er is in Nederland geen ruimte voor deze met subsidies en fiscale voordelen overstelpte beroepsgroep. En: welke andere beroepsgroep met een minimale economische betekenis kan rekenen op een royale uitkoopcompensering wanneer blijkt dat het vak geen toekomst heeft?
Zijn boodschap is dat er geen platteland meer is; de scheidslijn stad – platteland is zo goed als verdwenen. Nederland is een parklandschap. De provincie Groningen is gewoon een onderdeel van de verstedelijking die als een schimmel of vlektyfus om zich heen grijpt. De uitdrukking ‘in the middle of nowhere’ kan in Nederland niet worden gebruikt. Steden zijn broedplaatsen voor creativiteit, op het platteland wordt niets verzonnen.