Geluk in Coevorden

Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?

Lijstjesmensen hebben het zwaar vandaag. Welk deel van de Matthäus Passion geeft me het meeste kippenvel? Ik vind haast alles even mooi. De solisten krijgen ook een presentje: Inge en haar vriendinnen op de eerste rij. Interessante vrouwen van net vijftigplus met extra oogschaduw, lipstick met eroverheen wat doorschijnende lipgloss, wenkbrauwextensies, zijn natuurlijk fijn om naar te kijken. Voor de evangelist wellicht wat te ver weg, maar de Christus en de Viola-da-gambaïst fixeren de meisjes één voor één, als Vlaamse Gaaien gepelde noten in voorjaarstuinen.

We zitten pal achter de dirigent. Eke, Hanneke en Geertje trekken de knieën in om maar niet steeds contact met zijn knieholten te maken. Ze wijzen op een randje rode voering dat uit zijn colbertje kiert. Opzet, schat ik, hij begrijpt de impact van een extra vurig kleurtje. Ik zit ernaast en krijg een andere bonus: naast luisteren kan ik meelezen met de aantekeningen van de dirigent in zijn partituur: een extraatje als vers sap in de muesli. Ik lees op gekleurde post-its: Anne-Fleur jarig; zijn Hubert-Gijs’ manchetten schoon? Martijns inzetten; hohoho Joost-Bas; Eva-Lies niet wiebelen met de stok, versnellinkje bij hout; komopkomop bassen!; (en een pagina voor het einde van deel I) en nu koffie!

Als Afrikaanse fietsers die fietsranglijsten penetreren vliegt deze CMT-uitvoering gelijk mijn topdrie in: Leusink en het NNO hebben het nakijken. De tangoversie met Jan Rot en de Friese MP destijds in Drachten dreigen naar plaats twee en drie te zakken. Jeugdigheid, vrolijkheid naast ingetogenheid, enthousiasme en dan de locatie in Coevorden: wow! Gelukkig gaat er in de pauze iets mis met de thee, houden we iets over in de evaluatie. Nou vooruit twee dingetjes dan: waarom, waarom gekleed in het saaist denkbare uniforme zwart? En waarom niet drie koralen zonder partituur gezongen en gemusiceerd en de kans gegeven aan de wilde vrijheid die in elke musicus schuilt?

Winterfietselfstedentocht VII

Na een doorfietsperiode in herfst en winter, letten op gezonde leefstijl en Dry January ben ik er klaar voor. Wat heb ik er een zin in! De hele week bouw ik aan mijn fysieke ontspanning, de poten zijn strak en de gedachten vrij. Ik slaap van 21.30 – 05.00 aan de Emmakade in een mooie logeerkamer bij een eersteklas hostess. Dan koffie, krentenbol en 500 gram yoghurt met fruit en muesli. Bij de start zie ik kortgebroekte Mark. Ondanks zijn 80 kms op zaterdag moet ik deze Mollema loslaten. Het is fris maar niet koud, winderig maar geen storm. Ik pik aan bij passerende groepjes. Overweeg welk kopgroepje mij het beste past. Aanpikken, kleven, volgen, hangen past bij zesenzestigjarigen als dubieuze zwijgzaamheid bij praatprogrammaeconoom Barbara B, de R-bank en Siewerd van L.

Als ik wat bredere billen zie, denk ik: wow, een vrouw, daar blijf ik achter. Dat gaat altijd lukken. Voor Sloten zie ik zijn baard. Een man met wat bredere heupen. Maakt die gedachte mij een seksist, vraag ik me tot Stavoren af. Elke stempelplaats verstevigt mijn fietsgevoel. Voorbij Sloten haak ik aan bij een kwartet snelle gasten. Accountmanagers in de zorg, schat ik. We jagen een hoge dertig, onder de dijk langs zelfs veertigplus. Bij Warns moet ik lossen. In Stavoren, na een krentenbol en een bidonrestje, voor pissen geen tijd, ga ik weer los. Ik zit op 29,8 gemiddeld. En dat met dertien keer wandelen bij stempelposten. Het aantrekken van mijn handschoenen kost veel tijd. Met moeite jaag ik weer op de zorgjongens. Beginveertigers. De beschermende luwte achter hen voelt als een verdiende uitkering.

Overal loert vertraging. In Hindeloopen stempelen verklede pijprokende oudheidkamermedewerkers. In Workum is het een passerend skûtsje. In Bolsward tank ik drie bouillon, een banaan en een krentenbol. Ik leg Canadese fietsers uit dat ministers de eed in het Fries mogen afleggen. Ze versnellen als ik over Gündoğans geile praatjes en billentikkerij bij Vonk begin. Ik zit nu op 30/uur. Richting Harlingen zit ik achter twee Stadskanaalster fysiotherapeuten, eindtwintigsters met gevlochten paardenstaarten. Franeker is zonbeschenen als verkiezingsprognoses voor GroenLinks. Overmoed ligt op de loer. Ik provoceer medefietsers en bestel een fles bier. Radler 0 %. Suikerwater. Twee plekjes op de billen worden gevoeliger. Snert, roggebrood met spek (!) in Stiens, en Fanta in de bidon. H e e r l i j k. Ik onderdruk mijn zin in een frikandel speciaal. De Matthäus Passion zit in mijn systeem. Het Mache Dich Mein Herze Rein dendert door mijn hoofd. Dokkum. Glas op de weg. Aldtsjerk. Naast me een man uit Slikkerveer met sportschoenen op de trappers, hij kijkt me aan als ik van neuriën overga op hard zingen van Ich will Jesum selbst begraben. In een grote groep bikkelen we naar Ljouwert. Het is bijna gezellig. Bonnema’s flat loert en lonkt.

Dan de aankomst bij de Elfstedenhal. Drie leuke vrouwen verwelkomen me en verrassen me met zoenen, een roos en getuigschrift. In het café wil een soort Frau Antje met mij op de foto.

Reitemakersrijge 24

Udo Jürgens bezingt het lot van de oudere jongere gloedvol in ‘Mit 66 Jahren’. Hij overtreft met verve het nerveuze Route 66 van de The Rolling-snuivers-Stones. Op je 66e verjaardag een theepot krijgen en een fles alcoholvrije wijn met een jeugdfoto in plaats van jenever of een neushaartrimmer is natuurlijk al een godsgeschenk. Vervolgens als eerste door twee Tinekes en de mannenkledingwinkel gefeliciteerd worden, heerlijk attent. Maar het mooiste present, op een vergesprek over boulderen met zoon II en een artikel over orgels in Noord-Nederland van zoon I na, was toen ik de krant opensloeg en zag dat er een roman is geschreven over het meest verguisde en onbegrepen dier in Nederland: de duif¹.

Zowel nature als nurture boosteren mijn neiging het altijd voor de underdog op te nemen. [En de immer bovendrijvende upperdogs Carola, Alexandra, Sigrid, Agnes, Fleur, Esther, Sylvana]. Kristusziele, waarom bestaan er geen doortastende PvdA-vrouwen op topposities?

Heerlijk gevoel. Ja, ik beken, ik ken de man – en inmiddels vrij goed -, die stiekem de stadsduiven voert. Hij slentert in een sleetse ouwemannenjas door de stad. Op de plek waar je een grijze groezelige pet met vettige randen zou verwachten, steekt een brutaal volle springerige kuif alle kanten op. Zijn nek is omzwachteld met de mooist denkbare sjaal ter wereld: wijd vallend, gehaakt, met kleurige blokjes uit de beste schilderwerken van Gerhard Richter uit de periode dat hij nog dacht dat geometrie gelijk stond aan Duitse landschappen.

De man, hobby: wandelen en wereldraadselen oplossen, is eigenzinnig en eigenwijs als een Moslim met druk op de borst die ja zegt tegen een varkenshart of een minister die de eed [dat ferklearje en ûnthjit ik] in het Fries aflegt. Hij neuriet ‘Jesu meine Freude’, FC Emmens clublied ‘Het is stil daar aan de overkant’ of fluit constant een iets te snelle versie van ‘Aus Liebe will mein Heiland sterben’. Hij onderdrukt <met moeite> de lust om in de lucht te dirigeren. Strooit af en toe een handjevol duifvoer rond. Daarna kijkt hij schielijk achterom. ‘Goddomme, duiven voeren is verboden,’ hoor ik schuimbekkende duifhaters gnuivend smiespelen. Fluiten en neuriën wordt prevelen: ‘Duifje, duifje’. Ogen twinkelen. Zielsvol geluksgevoel stroomt bij het zien van door elkaar kroelende gevleugelde vrienden.

¹’Dorus de doffer’ van Rense Sinkgraven

kerstgroet voor Klaastaallezers

Beste Klaastaallezers in Aduard, Ambt Delden, Amsterdam, Arnhem, Assen, Beilen, Bladel, Bolzano, Den Bosch, Brussels, Burgh Haamstede, Diemen, Dodewaard, Dreumel, Duivendrecht, Echt, Emmen, Enschede, Giessenburg, Groningen, The Hague, Harlingen, Haulerwijk, Hillegom, Klazienaveen, Kollum, Lieshout, Maastricht, New York, Nieuwerkerk aan de IJssel, Nieuw-Vennep, Odoorn, Oosterhesselen, Rotterdam, Schaijk, Sommelsdijk, Stiens, Uden, Utrecht, Veenendaal, Vught, De Westereen, Winsum, enz.

Vraagt de ene m/v/x herder uit de bekendste Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever eind 2  0  2   1 aan Jozef: gast, wat is al tijden uit ons beeld, tot straks verpakt, verstopt, wat wordt er van ons weggehouden? Zijn het de mannenbroeders Hoekstra & Van Lienden, poeniepics jagende Ivens, warhoofd Baudet, kronenjongen Alex? Zijn het de slappe toeslagrechters, de antivaxxers uit de bedden bezettende bible belt, die enge retro farmers, de mest- of witteschoolfraudeurs, de logge ongeschoolde paarden  koemanbommelboerseedorfcocudavidsbastengullitstam die maar geen ruiters willen worden, kompasloze dubbelepettendragers vermomd als fiscaal juristen, jagers op agressieve konijntjes, de mocromaffia, het TagiWeskibondje of toch gewoon de arme tot prinses gemaakten, de ladenlichters van de ABN met zwarte Guernseylijnen, de roomse angst voor Benedetta’s staafje van de pleziergoederenboer, het hossend stadionpubliek, de nieuwshypochonders onder de twitterintelligentsia, de tabaks- lachgas- en farmaceutenindustrie?

 

Ah nee, mirre- goud- en wierook- dealer m/v/x, die shit gaan we jinxen; verstopt zijn Fleur de wegenbouwer, het zijn wat bossen geveltuinenblommen in de knop, Carola die de boeren wijze niet begrepen lessen leert, het onversaagde trio Huug, Jaap, Mark, een glaasje zelf gewonnen bessensap, supersub Alexandra, oude ploggers op zondagmorgen, Silvana, godin Minnesma, Carmen Mola die toch drie mannen is, wat fietsersvriendschap, dekselse Bojan & Gretha, onverjaarde broederliefde, een duinenwandeling, een warme hand, een moers- of streektaalkus, wat extra aandacht, de guilty pleasure van een dwarsgedachte, held Josh Cavallo, een ultravrije laatste wil, fijne herinneringen, een handvol weggesneden laatmaarzorg, voetbalplezier van 020 en Wergea United, een minibieb, wat Wilmink, Talma, Staal-cultuur, een shotje molnupiravir, de Omtzigtrenaissance, meerstemmig koorgezang, verstilde kunst, een gehaakte blokjessjaal, trombones zonder dirigent, een parkje aan de A, wat zeg ik? Puur ontknoopt geluk in  2   0   2   2 !

K l a a s  e n  I n g e

 

(Reitemakersrijge 18, 9711 HT Groningen)

Reitemakersrijge 15

Van de Reitemakersrijge naar de Martinikerk is een hanenstap. Maar nog even langs het Forum. Doet mee aan een contest voor beste bibliotheken ter wereld. Het Forum zit bij de laatste vijf. Een schitterend gebouw, uit welke hoek je er ook naar kijkt. Maar toch. Er is iets. Mijn stelling is dat met platen beplakte gevels geen stand houden. Ze komen een keer naar beneden. Hier is het niet anders; ik zie dat van een hoge plaat een brok mist. Naar beneden geflikkerd als reputatieschilfers van VVD-ministers. Groningen wentelt zich in cultuur als een tot prinses gemaakte in koninklijke toelages. Vanaf Reitemakersrijge is alles bewandelbaar. Het weekend zit propvol kunst.

Dat een twaalfkoppige zanggroep (met drie Ashby-zusjes) het best zonder dirigent kan bewijst Stile Antico in de Martinikerk op 17 oktober 2021. Onderdeel van het Schnitgerfestival. Alles is goed, alles klopt en dat is voor Groningen een mirakel. Toporgelmuziek door Jürgen Essl afwisselend met geweldige meerstemmigheid van 12 zangers. Superstemmen. Waar heb je begeleiding, of een dirigent voor nodig als je zo zingt. Mooier dan dit kan haast niet. Religieuze muziek. Minimale rebusteksten, soms zelfs bestaat een lied uit maar enkele bezwerende woorden uit de tijd maar net voorbij de periode dat religies even belangrijk waren als heksenverbranding, lijfstraffen en builenpest. Champions League zang, af en toe raak vergezeld van hedendaagse geluiden van buiten, uit de hoek van de bij vlagen gure Vindicatreuk.

Twee dagen eerder was een Schnitgerfestivalavond met, ondanks de veelbelovende naamgeving, slechts één Schnitgerorgel-bijdrage. Tja, zo kan het ook. In de A-kerk op vrijdagavond. Puike muziek o.l.v. maestro Havinga, maar de organisatie haperde als een aan drukval of vocht lijdend orgel. De kachel stond op 10. Bij de entree werd zoveel papier uitgereikt dat het publiek bleef ritselen en bladeren. Twee solisten hadden het lastig met vijf blazers. En met het publiek. Beide zangers stonden dan ook tegenover elkaar en niet naar de luisteraars gericht. Microfoonloze tussendoorse aankondiging. Onhandig gepruts en gefriemel aan oorapparaatjes tot gevolg. Pauzethee vanaf één plaats uit retrokannen.

Èn de Martinikerk èn de A-kerk èn het stichtingsbestuur zouden er goed aan doen flink te investeren in beamers met daarop de teksten geprojecteerd, zodat compulsief-obsessieve leesclubmeelezers die niet genoeg aan de muziek hebben hun leesuurtje met opgeheven hoofd & knispervrij kunnen vervolgen. Het mag dan oude muziek zijn, de uitvoering en organisatie schreeuwen om een hedendaagse setting. En een flesje bier of glaasje jus of wijn in de pauze. Lekkerder, eenvoudiger en voor de penningenmeester interessanter.

Reitemakersrijge; één

Zondagmorgen, the morning after the night before. We slapen uit tot 06.30. Twee uur langer dan gisteren. Gisteravond schrokken we op door sirenes. Twee politieauto’s, een motor en een ambulance schuin tegenover ons. Twee op het oog keurige jongemannen worden aangehouden. Op straat naast het terras ligt een aan het hoofd gewonde vrouw. De agenten nemen de situatie efficiënt op.

Zittende jongeling – F. E. Jeltsema

‘De zittende jongeling’ van Jeltsema. Zoals met bijna alle beeldende kunst zoek ik er iets van mezelf in. Deze keer is het gemakkelijk. Een smal lijf, peinzende, serieuze blik, gespierde bovenbenen, echt een dorpsjongen. Een Groninger, wed ik. Eén die goed en vlot Gronings sprak, misschien nog spreekt. Het beeld is van 1960. Gemaakt door F. E. Jeltsema (1879 – 1971). Lopend over het hondenpaadje aan de singel verbaas ik me over de beelden. Een en al brons.

In een etalage zien we twee hoerenhondjes. De gezichten staan van elkaar afgewend. Ik fantaseer over de betekenis. Jammer dat de ramen niet schoon zijn. Blauwe CDA-zomerpakken afgeprijsd in weer een andere etalage. Een stadspak heeft wel iets.

Een voorbijfietsende man ziet me de straat aanvegen en stopt. Een heel verhaal over een dakloos  bestaan in Eelde en de complexiteit van bijstand aanvragen zonder vast adres. Sympathieke man. Hoge ambtenaar geweest. Lijkt op de jongeling van de singel. Of ik, hij zou het ook liever niet vragen hoor, echt niet, of ik misschien…. Dat hij niet vraagt om een overnachtingsadres verbaast me zo dat ik hem graag een tientje geef. Een bed, bedbank dan, had hij ook gekregen. Stralend fietst hij verder. Halfzachte banden zoals alle stadjers. ‘Die staat er morgen weer,’ zegt vrouw I. ‘Wedden van niet?’ is mijn zekere antwoord. Ik voel me goed. De stad past me wel.

pinguïns

smelten als een schots in de februarizon bij het zien van een kolonie pinguïns overkomt iedereen

met een zacht hart; het zijn overlevers, superduikers met een effectieve eenkindpolitiek waar landen

met hemelse vrede punten aan kunnen zuigen, maar ik moet iets bekennen en mijn excuses aanbieden,

sorry zeggen tegen alle pinguïns; telkens kom ik, hoe ik ook kijk, keer, wend, kijk en weer kijk,

en, regieaanwijzing: vanaf hier mijn stemvolume tot de laatste zin tot schreeuwens verhef, uit bij de

zwartgerokte befjongens en meisjes: fiscaal juristen, notarissen en rechters, sommigen echt begaan

met medemensen, anderen, niet toegevoegde pro deo’s, gladjakkers met een soepele vacht en

een ondermaatse motoriek, waggelend als Franse pendules, minieme huidbijtwondjes als onuitwisbare

liefdesspelstigmata tonend, zuidassuikerspinnen met buikspek omgord, skeletten met de zware last

van adipositaslijders op de i.c., een wroetende, pikkende spitse snuit; die, wat zijn het nou: mannen,

verklede dieren, zich oppompen tot max 9 bar, druk en dik over tax-evasion en hoe geil multinationaal

genot aftrekbaar is via belastingparadijzen, taxwalhalla’s waartoe ook wij, Nederland in optima forma,

ondanks goede mensen als Kajsa, Sylvana, Carola, Epke, Marieke Lukas, Sigrid, Esther, Lilian,

schaamtevol behoren, je bent een klusser met de hoogste opleiding en je praat bedrijven en koningen bij

over hoe ze niks kunnen hoeven betalen maar wel op speedboten voor Galaxidi en Loutro cruisen

met opgestoken omgekeerde handen die wel alles willen krijgen en hebben maar niet weten wat geven is

in broeken die almaar binnenste buiten willen lijken maar vol zitten, voller dan mannen die in niets lijken op leeuwen op paarden: de ontspoorden;

maar dit gun je pinguïns toch niet, lieve, koude,  waggelende pinguïns toch niet, niet pinguïns, niet

Twan Huys: de grote geslotenvragenkoning

De televisiepers heeft het zwaar. De NOS plakt logo’s af om niet op afstand herkend en belaagd te worden door stenengooiers. Jongeren verliezen het vertrouwen in de media. Uit onderzoek van Motivaction blijkt dat 45% van de jongeren neutraal of negatief reageert op de vraag of het nieuws te vertrouwen is. Waarom worden journalisten agressief bejegend? Waarom verliezen jongeren het vertrouwen in de media?

De NOS staat voor een brede en onafhankelijke nieuwsvoorziening. Daarnaast heb je nog zes omroepverenigingen met specifieke doelgroepen, drie aspirant-omroepverenigingen en de commerciëlen. Vergelijk het met het verzuilde onderwijs. Er is openbaar onderwijs, bijzonder (RK, PC) onderwijs en je hebt de commerciëlen (Luzac).

De staatsomroep NOS en het openbaar onderwijs zouden voor iedereen open moeten staan en moeten proberen iedereen in Nederland te vertegenwoordigen. Laat het gekleurde nieuws en het door commercie en religies aangetaste onderwijs maar over aan PC en RK scholen en het Luzac.

Vraag: herkent elke Nederlander zich in de NOS? Hoe onafhankelijk zijn de programma’s? Als programma’s gekleurd worden door presentatoren dan haken mensen die op zoek zijn naar onafhankelijk gegaard nieuws af. Laten we eens een onderzoekje doen. In hoeverre worden in een bekend discussieprogramma open vragen gesteld? Open vragen zijn vragen die geen vooringenomenheid van de vragensteller impliceren. Dat doen gesloten vragen (beginnend met een persoonsvorm) wel, die dragen door de geslotenheid van de vraag al een antwoord in zich. Open vragen beginnen doorgaans met vraagwoorden als: hoe, in welke mate, wanneer, welk(e), wat is er de oorzaak van, enz. Het vraagwoord ‘waarom’ heeft soms een negatieve lading.

Welk programma leent zich voor zo’n onderzoekje? De door duo’s gepresenteerde meningenprogramma’s Op1 zeker niet. In het recente verleden hebben nogal wat presentatoren zich gediskwalificeerd met privémeningen waarvoor men zich later heeft moeten excuseren (Fidan Ekiz en EO-jongen Renze Klamer die het lastig vonden hun anti-abortusstandpunt voor zich te houden en daarmee hun gast Rebecca Gomperts bruskeerden en compromitteerden, Charles Groenhuijsen die in Amerikadiscussies zich als een anti-Democraat betuigt, enz.).

Laten we Buitenhofboegbeeld Twan Huys onder de loep nemen. Buitenhof 17 januari 2021: Twan Huys in een ovale-tafelgesprek met Tweede Kamerlid SP Renske Leijten, PvdA-coryfee Job Cohen en NRC-Handelsblad columnist Tom – Jan Meeus. En, halverwege, een videogesprek met viroloog Peter Piot vanuit Londen. Eens kijken of het open of gesloten vragen zijn die Twan stelten en of alle kijkers, van links tot rechts en alles daartussenin, zich kunnen herkennen in Buitenhof.

Vragen aan Leyten, Meeuws, Cohen en Piot; de open vragen zijn vetgedrukt: U had toen niet kunnen vermoeden dat dit alles zou gebeuren een paar weken later / Zo lang zou duren? / O, u had het nog steeds sneller, eigenlijk, gewild, ja; / Klopt dat? / Klopt die? / Kon niet anders? / Wat denkt u? / Niet zo prettig om te horen voor de premier als hij meeluistert; / Maar zegt dan u de coach kan niet blijven, als je zo’n verlies hebt geleden? / U twijfelt aan de succeskansen van die brief? / Maar bent u het met JC eens…? / Maar heeft Cohen gelijk?

Cohen leert Huys een lesje door Leijten te interrumperen door twee keer een hoe-vraag te stellen

Tom-Jan, Tom-Jan Meeus? (met priemende vinger wijzen) / (bijna onverstaanbaar omdat hij L niet laat uitspreken) Wat vindt u niet kunnen? / Welke rol is dat? / Kan dat nog komen? / Kan dat nog komen mevrouw Leijten? / Tom, zie jij dat er nog van komen? / Dat is ook slecht nieuws voor de premier natuurlijk… / Meneer Cohen, ….gaat de partij, uw partij, keihard om met zijn aanvoerders? / Tom Jan, wie vind jij dat LA moet opvolgen als leider vd partij? / Wie zijn dat? / Maar die zijn in ieder geval niet … / Meneer Cohen, wat denkt U? / En daartussen wilt u geen keuze maken dan? /

Vragen aan Piot: Opgeknapt van corona, hè, want u was zelf ook besmet geraakt. / Hoe ernstig is de situatie bij u in de stad? / Bent u dat met hem eens? / Hoe kijkt u naar Nederland want wij zijn zowat het laatste land dat de vaccinaties op gang krijgt, Bulgarije doet het slechter en dan komen wij, heeft u daar een verklaring voor? / Na een inleidende tekst over de Britse variant die hier zal toeslaan… Ziet u dat ook zo? / …In Nederlands is er een discussie over… een avondklok, een soort wanhoopsdaad eigenlijk, denkt u dat dat helpt? / En dus is zo’n avondklok wel effectief, dat moet dan maar? / U zegt dus eigenlijk: egoïsme is hier onze grootste vijand? / Is dat scenario dan denkbaar dat we terecht komen in een Bergamoachtige situatie? / Zijn die allemaal effectief tegen die nieuwe varianten? /  Nu wordt er wel gezegd … Is dat een goed idee om het proces te vertragen? / Gaan we in de toekomst dit soort varianten vaker zien?

Verder met Leijten, Cohen en Meeus: Zijn de Nederlanders gedisciplineerd genoeg? / Gaat het demissionaire kabinet zo’n avondklok invoeren in Nederland? / Wat denk jij? (TH Gaat bij mevrouw Leijten ineens tutoyeren) / Wat Tom Jan Meeus zegt is nogal wat over de avondklok. / Zou het moeten? / we weten allemaal, dat is het enige wat telt. / Wat vinden wij van die pandemieën? TH Wat vindt u daarvan? / Want hij vindt heel duidelijk, wij zijn de natuur binnengedrongen en dit is nog…

Na 43 minuten: STOP, de teller staat op 46 vragen en/of als vraag geponeerde stellingen. Daarvan zijn 10 open vragen en 36 gesloten, gestuurde. De ergste van inquisiteur Twan: Hoe kijkt u naar Nederland want wij zijn zowat het laatste land dat de vaccinaties op gang krijgt, Bulgarije doet het slechter en dan komen wij, heeft u daar een verklaring voor? En: In Nederlands is er een discussie over… een avondklok, een soort wanhoopsdaad eigenlijk, denkt u dat dat helpt?

Huys’score: 21,7 % open vragen. 78,3 gesloten. Wat betekent het dat Twan Huys voor driekwart gesloten vragen stelt? Wat is zijn belang om gasten bijna uitsluitend gesloten vragen te stellen?

Twan Huys kan zijn mening niet voor zich houden. Dat is prima als hij bij M aanschuift als praattafelgast of als hij zijn oren laat hangen naar de opvattingen van commerciëletelevisie-eigenaren. Maar wat zou de gedragscode voor een NOS-interviewer moeten zijn? Het is een wonder dat mevrouw Leijten en dhr. Cohen vriendelijk blijven. Mevr. Leijten veegt de vloer aan met Huys en Haagse bubbeljournalist/columnist Meeus doordat ze vriendelijk blijft en keer op keer corrigerend optreedt. Interviewer Huys legt zijn gasten veel antwoorden in de mond en stelt zichzelf daarmee op een voetstuk want hij vergeet dat zijn mening er niet toe doet. Tussendoor is er nog een grote hoeveelheid gemompelde interjecties als (een stuk of vijf keer) ja / hmm, en lichaamstaal in allerlei vormen: voorhoofdrimpelaanspanning, voorover buigen, extra serieus kijken, glimlachen, aanwijzen / priemen, opgetrokken wenkbrauwen.

Terug naar de kernvraag: hoe zouden kijkers rechts van het midden zich voelen bij deze uitzending? Hoe objectief is Huys als vragensteller?

Eind goed al goed: Twan Huys laat in zijn gesprekje met een fotograaf zien dat hij goede vragen kan stellen, als hij begint met: “Wat zien we hier?” Uit-ste-kend!

IN MEMORIAM Frits Germs

Frits Germs is, bijna negentig, overleden. Oud-docent biologie, oud-reservemajoor Koninklijke Landmacht lees ik in de familieadvertentie. Ja, denk ik, èn oud-Harley-Davidson-rijder, oud-seksuele voorlichter, oud-spreker van de Saksische taalvariant het Kollumerlands, en natuurlijk sigarenroker, mooieverhalenverteller, begeleider vakantiekampen van de NH jongelingenvereniging. Kollumers waren we. Frits Germs woonde aan de Voorstraat: snor, bril, hoekig, lachrimpels. Hij fietste met ons naar school, Oostergo in Dokkum, langs de Dokkumer Trekvaart. Soms haalden wij, allemaal Bouke Mollema’s in de dop, hem in en dan hielden wij hem uit de wind als een skûtsje een BM’er. Was het mooi zomers weer dan reed Frits op een oude groene leger-Harley Davidson Liberator, met een antiek schakelmechanisme op de benzinetank en met spijkers afgewerkte zijtassen achter de buddyseat. Als hij de bochten goed nam en op tijd dubbelclutchte, bleef hij ons fietsers wel eens voor. In de fietsenkelder stak hij rustig een sigaar op en wij wrongen onze door- en doornatte kleding uit boven het kelderputje als mem een dweil als er weer een ongelukje met beppe in de w.c. was geweest. Frits was het prototype van een leraar. Hij kon goed met de leerlingen overweg, wat wil je ook met een zootje ongeregeld uit de buitendorpen dat hem bewonderde. Hij schaakte een Dokkumse langharige schone uit HBS-vijf, Nel, in mijn ogen alleen de zus van Saskia (lang blond haar, beugel, spleetje tussen voortanden, kniekousen…). Frits was één van de boys, Kollumer jongens. Doordat wij hem uit Kollum kenden durfden we hem wat meer vragen te stellen. Van broers en zusters kende ik een aantal van zijn kunsten. Bijvoorbeeld de uitwerking van een karateklap op het bord. De splinters vlogen je om de oren. Onze eigen klassenleraar had een keer geen zin in een klassenavond en toen vroegen wij Frits. En hij deed het. Terwijl wij de kunst van het ‘slijpen’ beoefenden, stond hij op de schoolbinnenplaats wat bij te kletsen met de toevallig passerende Nel. ‘Meneer, wat is ejaculatio praecox alweer? Uit paragraaf VIii?’ Kregen we een prachtig verhaal over jonge dienstplichtige militairen die in het weekend met de trein naar huis kwamen en om te voorkomen dat ze ’s avonds met hun meid op de kermis te vlotjes ejaculeerden, als hengsten op kunstmerries, zwengelden ze in het treintoilet alvast wat in het voren. Wij probeerden hem ook uit te horen over de door de licht tirannieke rector Heukels bestierde lerarenvergaderingen; of Booij, Kesting, Künzli, Van Dongen, Gort, Wiersma, Sturm, Slager, Wijmenga, Bootsma, Mulder, Bangma, Wilpshaar, zich gedroegen, maar Frits bleef discreet. Bij een uitje van de NH jongelingsvereniging in Kollum ging hij een weekend mee op stap naar Ter Apel en Sellingen en wat leuk, hij nam zijn Dokkumer vlam mee. Later leerden we Frits nog wat nader kennen omdat onze oom Jaap zijn zuster, Nancy Germs, aan de haak sloeg. Gouden tijden en platina herinneringen! Frits Germs: rust in vrede.

Ach ja, die dag des heren

Mijn liefde voor zingen, gluren naar Matsje met het veel te korte gebreide truitje en mijn compulsief-obsessieve  neiging orgelpijpen te willen tellen heb ik overgehouden aan kerkbezoek in mijn jeugd. En sjaa, dat geneuzel over het paradijs, water in wijn veranderen en dat constante afgeven op concurrerende godsdiensten met in Italiaanse superpaleizen met vloerverwarming wonende halve zolen in soepjurken die denken de opvolger van god te zijn, nam ik voor lief. Wij dorpskinderen hoorden op school al elke dag dat de roomsen lak hadden aan de bijbel en dat de kerken aardig waren opgeknapt toen de ordinaire kermis- en woonwageninterieurs met goddeloze afbeeldingen van hen die geen afbeelding nodig hadden, werden ingeruild voor strak wit stucwerk van stucadoorsbedrijf Prins & zns uit Rinsumageest. Wij kregen speciale zondagse kleren die we gedurende een jaar of twee mochten dragen en daarna, toen ze veel te kort waren voor onze snel groeiende lijven tot doordeweekse kledij werden opgewaardeerd. Godver, wat zat ik ’s zondags graag naast mem en heit en hen die met mij heit een supergrote fiscale kinderaftrek bezorgden. Heit had een stem die verrekte goed uitkwam bij de lijzige psalmen en gezangen en mem had een sopraan die nooit wiebelde. Het begeleidende orgel was als een fenomenaal orkest. En tussen het zingen door zag je iedereen wat knikkebollend wegdutten. Dat was voor mij de tijd om Matsje te bekijken, die schuin tegenover ons zat en soms tergend lang bezig was om met haar roze tong een niet bestaand vleesdraadje tussen haar voortanden weg te peuteren, terwijl ze als een zwoele Dolly Dot avant la lettre mij fixeerde door de rose bh-bandjes te herschikken. Aan mijn glunderende kop te zien, zullen heit en mem lang hebben gedacht dat ik het in de kerk reuze naar de zin had en dat ik dominee Breeuwsma’s woorden opzoog als kleenextissues spermasporen, terwijl ik in gedachten met niets anders bezig was dan dat lastige elastiek in Matsjes slipje, dat toen nog onderbroek heette. Op schemeravonden aan het Kerkhoflaantje na de catechisatie werd ik ingewijd. Ik luisterde naar de verzonnen woordjes die ze in mijn oren fluisterde. Heerlijk die dag des heren, moesten ze weer uitvinden…