JOURNAAL WEEK 28 (2026)

ZONDAG / UIT DE KAST Samen met nog 59 gasten deelnemen aan Zomersalon in Forma Aktua, een expositie van 12 juli t/m 16 augustus, wow, is nogal wat. Wat verwacht ik ervan? Een bijzondere en vast leerzame ervaring. Als ik de deelnemerslijst zie ben ik onder de indruk. Of ik me in dit grote gezelschap net zo thuis ga voelen als in het Grootkoor? De opening met drankje, toespraakje van de voorzitter, live muziek, statafels op straat is zondag 12 juli 16.00 uur.

MAANDAG / WANDELEN Op maandag wandel ik 17 kms in een goede tijd. Mijn rechterknie speelt niet op. Als een kuier op dinsdag ook goed gaat voel ik me klaar voor de tweede Groningse Wandelvierdaagse van 4 t/m 7 augustus.

DINSDAG / DAKLOOS Even ben ik in verwarring als ik iemand zie slapen op een eenpersoonsbedje met matras achter een groot geel scherm naast een weggewaaide paraplu. Zie ik een restant van een sociaal gerand afstudeerproject van Minerva of gewoon een dakloze passant die een fijn bed heeft gevonden? Als ik ‘m koffie wil brengen is hij er net vandoor.

 

JOURNAAL week 26 (2026)

TIME LAPSE Wat is er mooier dan een stukje fietsen met een oude kameraad die ik al ken uit de tijd dat onze paden elkaar kruisten op een school voor v.o. in Emmen. Een openbare want we geloven in onderwijs dat geen eisen stelt aan kennis van en gedrag volgens de dwingende regels van welke religie dan ook. Ligt de basis voor Robs fietspassie en snelheid in Emmen, bij fietsgroep Boerhoorn? Zijn verhuizing naar Vorden heeft hem goed gedaan. Lid geworden van een echte W.S.V. met een eigen tricot, wie weet met reclame voor de laminaatwinkel, verpulvert hij op rechte stukken het ene na het andere zorgvuldig op Strava bijgehouden record. Zijn bochtenwerk is na een intensieve cursus van Maarten Tjallingii, ooit Tour-de-France-rijder, in 2016 Gouden-Pijl-deelnemer in Emmen, fenomenaal, superieur! De middagtemperatuur loopt lekker op maar is en blijft alleszins doable. Een mevrouw in Haren wil ons graag fotograferen en drukt zeven keer af: een time lapse in de dop.

ZOMER Is de zomer bij uitstek de tijd van bijzondere ontmoetingen? Groningens grootste studentenvereniging Albertus Magnus nodigt haar buren uit voor een borrel met het nieuwe bestuur. Gek, maar waar het veel kleinere Vindicat vaak gehuld is in een kwade walm slaagt de roomse club Albertus erin om midden in het stadshart zijn buren tevreden te houden. En dat ondanks drukbezochte partijtjes. Wat helpt: AM huurt beveiligers in voor nachtelijk toezicht op drugs- en lawaaioverlast. En zou de wijwaterkwast van de nieuwe bisschop nog wat uitrichten?

KOSINSKI’S COCKPIT Niet elke (hernieuwde) ontmoeting is een schot in de roos. Na de prettige herlezing van Kosinski’s ‘Geverfde vogel’ valt ‘Cockpit’ erg tegen. Een slordig aaneengeregen serie van manipulatieve geheimedienstacties houdt geen stand.

‘SPIJS’ Met zijn vieren praten we bij in ‘Spijs’ een eettentje tegenover het UMCG. De tijd dat we elkaar bijna wekelijks zagen ligt achter ons. Beroepen, kinderen, sporten, het Drentse dorpje S., en interesses binden ons als collageen in spierweefsels. Een paar dagen na onze ontmoeting krijg ik het bericht dat T’s vader in de oorlog in mijn geboortedorp K doorbracht. T vond in de nalatenschap een viertal boekjes over Kollum. Nou ja…..

OLIVIER KEMLER studeert af aan het prins Claus Conservatorium en als afstudeerproject geeft hij een concert, een bachelor recital, voor bijna 200 gasten. Wat een zanger. Als dat geen cum laude wordt, eet ik mijn nieuwe Panama op. Tenor Olivier (22) zingt werk, alles uit het hoofd, van een hele serie componisten en vertelt een soort liefdesverhaal met de nodige dramatiek. Vooraf krijgt het publiek de (hier en daar wat haperende) teksten, maar lezen tijdens het concert is onmogelijk, zodat mijn ‘spaghetti-met-rode-saus-recept-theorie’ opgaat: had de bijna afgestudeerde in de vijf talen (Italiaans, Duits, Engels, Frans, Latijn), die hij verrekte goed beheerst, een nieuwe pizza-receptuur gezongen, geen mens had het gemerkt. Je kunt merken dat dit conservatorium meer met muziek dan met toneel heeft. De vlakke zaal verhindert goed zicht en het geluid kan echt beter. Maar wow, wat een zanger. Nu nog iets in het Gronings.

ITALIË 1 – 21 mei 2016 [IV]

17 MEI Vicenza, Met een collectief museumticket bezoeken we vier musea. Een wonderbaarlijk overdekt, hoog ‘Olympic Theatre’ waar de binnendienst vergat een steuntouw vast te maken zodat een wankele zeventigjarige bijna een doodsmak maakte, het Palzzo Chiericati en nog enkele. In het Chiericati middeleeuwse en Renaisssance kunst, bombastisch, eenvoudig, knap geschilderd, groot werk met veelal religieuze beelden uit tijden dat Less is More en correcte perspectiefinfo loze dingetjes waren. V is een prachtstad met veel architectuur van Palladio en (op zondag) veel muziek op straat, veeleer openluchtconcertjes dan straatmuziek. En, niet onbelangrijk, veel en betaalbare terrassen. [Op het nieuws horen we over een idioot die in Modena, waar we op 5 mei waren, op het publiek is ingereden met enkele doden en zwaargewonden tot gevolg]. Wij hebben geluk gehad.

18 MEI Verona, vanwege de treinstaking heeft Opreis.nl ons vorige week al een ticket gestuurd van de Flixbus. Handig dus. De bus is tot de laatste plaats bezet met een keur aan zwetende reizigers. De binnenstad van Verona is in zijn geheel werelderfgoed. De rivier de Adige doorsnijdt de stad en levert verschillende mooie bruggen op. Mustsees: de Arena, Piazza delle Erbe, Piazza Bra, de Scaligero Brug, enz. Ons hotel zit nabij station Porta Nuova. We maken gebruik van de bus: vaak nog diesels maar met een excellent betalingssysteem: met de bankpas enkel even inchecken voor € 1,66 en dan anderhalf uur onbeperkt meerijden op niet de meest klimaatonvriendelijke methode. Een ratje op straat, bijbelaanprijzers, soms wat vergeten vuilniszakkies, echt een grote stad.

19 MEI Verona: Nabucco, La Boheme La Traviata, Aida, Carmina Burana, alle grote opera’s komen dit jaar weer voorbij in L’Arena, een amfitheatar met 20K zitplaatsen, waarvan 12 à 13K worden gebruikt bij concerten. Een openluchtspektakel van de eerste orde. Vandaag de laatste dag Italië. Wat een leuk land en wat een prachtige steden. Als een van oorsprong Friese plattelandsjongen waar vroeger thuis de enige opsmuk bestond uit een molenschilderij van Jo Rispens, een ingelijste huwelijksbelofte ‘Draagt elkanders lasten’ en enkele glasinloodraampjes met sterren van de voetbal in de tussendeur, krijg ik hier heel wat te verstouwen.  Op sommige buurtsuperplafonds word je door eeuwenoude afbladderende fresco’s aangestaard die nog jaren wachten op restauratie. Ik voel een mix van weemoed en zin om Groningse dingen weer op te pakken. Mijn geheugen wordt gesteund door dit blog en de Polar Steps van vrouw I. Wat een verschil met vroeger, toen we een rolletje foto’s volschoten, die ontwikkelden en in plakboeken lijmden. Vandaag twee interessante ontmoetingen: met Delfina die gedurende een wandeling mijn professoressa Italiaans is. Een vrolijke jonge vrouw met Venezolaanse roots. Later op de middag spreek ik een cellist die speciaal voor mij Bach speelt. Kippenvel op een warme dag.

Hoe staat het met de taal? DuoLingo slaagt erin mij dagelijks te binden met een hoofdstukje met acht oefeningen die elk 17 vragen bevatten. De dagelijkse inspanning kost 5 à 6 kwartieren. Ik schommel tussen de diamant- en de obsediaandivisie. De diamantdivisie gaat sneller en is moeilijker. Die been ik niet bij. De verleden-, voltooide en toekomende tijden begrijp ik allemaal wel, maar vasthouden lukt me niet. Ik heb een mateloze bewondering voor de DL-werkwijze en ik houd me voor ongevoelig te zijn voor de stimulantia in de vorm van promotieaansporingen en dagelijkse rapportages over vorderingen. Toch mis ik de mij bekende gestructureerde inslijpbare werkwoordrijtjes.

20, 21 MEI de reis Verona – München kent wat vertraging. In Verona komt een spoormedewerker persoonlijk per coupé excuses aanbieden voor het half uurtje vertraging. München – Groningen: vlot, op sommige stukjes 303 km/u. Nu nog wat aan geheugentraining doen opdat de steden: München, Bologna, Parma, Ravenna, Ferrara, Padua, Treviso, Conegliano, Vicenza en Verona niet tot een brij verworden.

Voor het eerst op vakantie via een vette treinreis bevalt ons heel goed, met voldoende avontuur, duurzaamheid, natuur, ontspanning en cultuur.

‘Dust my broom’ & Bert Lawant

Stel je voor: als je een jaar of 30 geleden je intensief interesseert voor een onderwerp, schrijf je er boekjes over. Nou ja, niet iedereen natuurlijk, maar Bert Lawant wel. Leraar, talenmens, popmuziek- en boekenliefhebber, vader, voetballer, echtgenoot. Na eerst de blues afgewezen te hebben raakt hij na gesprekken met blues- en jazzliefhebber Ruud Vreeman in de jaren zestig in de ban van deze muziek. In de jaren negentig brengen de muziekjes van de Sterreclames hem op het spoor. Hij raakt betoverd door het nummer ‘Dust my broom’ (Amerikaanse slang voor ‘wegwezen!’, ‘er vandoor gaan’, (vergelijk: de Nederlandse uitdrukking ‘de plaat poetsen’) in de originele versie: ‘I believe I’ll dust my broom’) van Elmore James. Lawants interesse wordt een soort archeologisch onderzoek naar muziek met misschien eeuwigheidswaarde. 

Bert Lawant (1949 – 2003) werkt in de bibliotheek, studeert vervolgens Nederlands en wordt leraar Nederlands en maatschappijleer. Hoe gaat dat, hij ontmoet Ruud Vreeman op een feestje en ze raken in gesprek over muziek. Bluesman Vreeman spreekt gloedvol over Muddy Waters, John Lee Hooker, Elmore James; Lawant, liefhebber van Fleetwood Mac, Neil Young, The Beatles is meer van de popmuziek. Maar dat verandert allengs, hij gaat (cassette)bandjes fixen met bluesmuziek en verdiept zich o.a. in Amerikaanse zwarte en Engelse, Friese en Drentse witte blues. Het worden maar liefst 178 versies van hetzelfde nummer.

Klassiekemuziekliefhebbers kennen Bach-vorsers die boekenkasten vol schrijven met feiten en weetjes over Bach, o.a. over zijn invloed op de popmuziek¹. Nieuw voor mij: mensen die jaren besteden aan onderzoek naar een enkel bluesnummer. Zo’n mens is Lawant. De Deen Dyrsting en Henk Maaskant uit Bergen op Zoom delen Lawants compulsief-obsessieve belangstelling en ontsluiten via www.dustmybroom.nl (met 2.200 versies) de specifieke wereld van deze blues variant. 

Lawants queeste resulteert in vijf boekjes en een reisverslag, alle in kleine oplaag en opvallend genoeg anoniem uitgegeven. Over bescheidenheid gesproken. Natuurlijk heeft zijn gewroet en gezoek licht manische trekjes: wat freaken over enkele noten, een oneindige rij varianten van ‘Dust my broom’ opnemen, elk jaar verzamelbeurzen in Groningen en Utrecht bezoeken om in LP-bakken te struinen en uiteindelijk, in 2000, een half jaar verlof opnemen en in die periode zeven weken door Amerika reizen, van New Orleans naar Chicago, lekker zijn bezem poetsen op jacht naar de blues.

En is deze muziek Lawants enige triggerpoint? Welnee, daarnaast is hij gegrepen door de in bepaalde bubbels immens populaire en niet door alle Amerikanen gewaardeerde humoristen The Marx Brothers.

Dat er nog steeds boeken en cahiers op kleine schaal worden gewrocht bewijzen Ronny en Ruud Vreeman die met de publicatie van ‘Dust my Broom’ èn Bert Lawant èn Elmore James eren. In het boekje is de tekst van Ruud Vreeman en de werkelijk prachtige schilderijen zijn van de hand van zijn vrouw Ronny Vreeman.  

Op donderdagavond zes november 2025 overhandigt Vreeman het eerste exemplaar van ‘Dust my broom’ aan Berts weduwe, Constance Lawant, in het bijzijn van zo’n zeventig vrienden en bekenden in boekhandel Van der Velde. 

¹Of Bach de blues direct beïnvloedde? Geen idee, maar via de popmuziek zeker wel.

 

SkinVision XII

(In delen I t/m XI beschrijf ik mijn reis langs witte jassen na het diagnosticeren en wegsnijden van een kwaadaardig huidkankertje op mijn knie en een lymfeklier in mijn lies en nu een melanoom op de linker enkel). Als plastisch chirurg Foumanie me vraagt of ik eerder een melanoom heb gehad, weet en zeg ik dat hij mijn dossier niet heeft bestudeerd. Ach wat, denk ik, als hij maar kan snijden. Na afloop overweeg ik welk cijfer hij verdient en denk aan Mei Li Vos, de nieuwe Eerstekamervoorzitter die ook enkele dagen per week basisschooljuf is: klein in de kritiek, groot in het compliment.

De ingreep verloopt voorspoedig. Op het gezellige af. Naast de van oorsprong Iraanse chirurg met aandachtsgebied reconstructieve chirurgie zijn er twee assistenten. Geen van drie is het Gronings actief machtig, wel praten ze alle drie graag mee over taalverwerving en het belang daarbij van de eerst geleerde moedertaal. Misschien nog belangrijker: ze lijken hun vak te beheersen en hebben er plezier in. Ze slagen erin mijn spanning (jaja) weg te laten vloeien als bloedstroompjes na het snijden.

De chirurg bestudeert mijn gespierde wielrennerspoten en suggereert concluderend dat mijn huid misschien krachtig genoeg is om zonder transplantatie gehecht te worden. Het idee een transplantaat  uit mijn bovenbeen te schrapen of te snijden laat hij varen.

Dat een assistent niets anders doet dan mij op mijn gemak stellen verbaast en bevalt me. Gezellig zitten we over van alles en nog wat te kouten. Reizen naar Slovenië, het effect van bloedverdunners, een te strakke spijkerbroek en de kracht van de lokale verdoving.

De chirurg snijdt een lapje huid van 3 bij 4 cm weg. Ik mag meekijken maar doe alsof ik er vanwege mijn gesprek met de assistent, niet aan toe kom. Hij legt uit wat ervoor nodig is om de lange zijden aan elkaar te hechten. Aan de uiteinden ontstaan dan een soort opbollende envelopjes van huidweefsel. Ik heb ergens gelezen dat deze snijlocatie veel bloed laat vloeien, maar ik leer bij dat de specifieke verdoving dat juist tegengaat.

Na een klein half uur wordt mijn steun, toeverlaat, rolstoelduwer en chauffeur vrouw I erbij geroepen. Zij aanhoort hoe lang ik per se rust moet houden en wat het verschil is tussen rusten, niet lopen, kalm aan doen, en niet belasten. Paracetamolloos kom ik de eerste nacht door, ik slaap bijna tien uren. Ik overweeg rapportcijfer 9,5. Nu nog een wakkere patholoog die zijn kunstje verstaat.

JOURNAAL week 39 (’25)

MAANDAG SKINVISION X Na SkinVision I t/m IX waarin ik mijn reis langs witte jassen beschreef na het diagnosticeren, wegsnijden van een melanoom op mijn knie en een lymfklier in de lies, wijs ik de dermatoloog bij een controlebezoek op een minieme zwarte kern in een moedervlek op linker enkel. Senior collega erbij en samen besluiten ze tot een biopt: na verdoving wegsnijden voor lab-onderzoek. Over een week de uitslag. De vijf vrouwen (receptie, assistent I en II, dermatoloog jr. en sr.) scoren professioneel 10 punten. Aan actieve taalvaardigheid van het Gronings moet Martini nog wat werken.

DINSDAG DEELAUTO Onze derde CCP-deelnemer (Clio-coörporatie) verhuist naar buiten de Diepenring en wil blijven deelnemen aan ons succesvolle deelautoproject dat de experimentfase lang voorbij is. De deelname van de verhuizers is Interessant, gezien hun lengtes (man 195, vrouw 1.80 en drie basisschoolleerlingen op weg naar de twee meter). De gemeente Groningen is drukdoende deelauto’s te stimuleren en beloont ons project met een tweede parkeerplaats. We blijven ons verbazen over privéauto’s in de (binnen)stad. Twee van ons meldden op de jaarvergadering zonder moeite zes weken autovrij te zijn geweest.

WOENSDAG MATTY DE VRIES Soms ontmoet je mensen van wie je denkt: herken ik, bijzonder, zonder gelijk het woord ‘soulmate’ te gebruiken. Dat heb ik zeker met Matty de Vries die ik interview voor de Ploeg-nieuwsbrief: herkenningspunten zijn beeldende kunst, vormgeving, zang, literatuur, streek van herkomst (Twijzelerheide/Kollum), kleurrijk, Calvinistische jeugd, creatief, veelzijdig, Groningen, bedachtzaamheid, interesse tonen, educatie, zuinigheid.

DONDERDAG VISGRAATMOTIEF Als je wens een stroeve badkamervloer is en je uitkomt bij een complete badkamerrenovatie dan doet de verkoper zeker iets heel goed. We dagen de tegelzetter uit met een gewenst visgraatmotief op een muur, met gele tegeltjes die niet 100 % haaks en recht zijn. Drie weken lang enkele uren daags twee mannen over de vloer, valt uiteindelijk mee.

VRIJDAGmorgen My-local-friend-STUDENT Vanwege de badkamerrenovatie ontmoet ik mijn student Nederlands in Forumbieb Helpman en niet thuis. Wekelijks ruim een uur. Gesprekje, zinnen (re)construeren, een grammaticale bijzonderheid, Nederlandkunde, gedicht van Wilmink en een VK- of NOS-artikel. Weet ik het even niet meer, dan open ik mijn fotogalerij en vraag haar te beschrijven wat ze ziet terwijl ze kennis maakt met mij. Daarnaast vraag ik haar dagelijks naar een vlot tv-programma te kijken: Klokhuis, First Dates, Klaas kan alles, (Jeugd)journaal, Sterreclame, een kinderprogramma.

VRIJDAGavond KLIMAATKOOR Je houdt van zingen en je maakt je zorgen over het klimaat; dan is de stap naar het Klimaatkoor snel gezet. Wat meehelpt: anderhalf i.p.v twee uur en twee- i.p.v. wekelijks repeteren. Hoe kom ik hier nu weer bij? Ik sprak de dirigent kort bij ons supergeslaagde Grote-Markt-concert op 14 september tegen de Israëlische genocidale barbarij jegens kinderen. Zeker een paar maanden volhouden is mijn doel.

JOURNAAL week 32/33

ZONDAG Onze minibieb maakt overuren. Dagelijks sneupen passanten erin om een pareltje mee te nemen; anderen vullen aan als vakkenvullers bij de Lidl na het paasweekend. Er zijn incidentele passanten naast vaste vullers als mijn zus, de huishoudelijke hulp van meneer pastoor uit Aduard, een Muntendammer boer die het licht heeft gezien, en hij die ik mijn Iraanse kameraad noem. Voor hem, duivenbeschermer, bewaar ik statiegeldflessen en bierblikjes (de tijd van bier in flessen ligt inmiddels ver achter ons), en hij bezorgt me af en toe een tas vol boeken. Soms zijn het, na het afstuderen van zijn zoon, studieboeken ‘Statistics & mathematics in Muslim lead Enterprises’ en soms, zoals nu, hedendaagse literatuur. Ik zie Siebelink, Roosenboom, Van Dis, Peper, Den Uyl (zelfs de oestrogeenthriller De eetclub van Saskia) Noort, Op den Beek, zelfs Wieringa.

MAANDAG Enschede, Enske voor intimi, is een prachtstad. Nu even geen terugblik op de dubieuze drugshandel in het supportershome van FC Twente, destijds met goedkeuring van het bestuur, maar  enkel lof over het prachtige Rijksmuseum, het verrassende uit stalen vlammen bestaande kunstwerk voor het Medisch Spectrum Twente en het imposante zes meter hoge beeld ‘In god we trust’ van de Spacecowboys op het dak van het Enschedese conservatorium ArtEZ.

DINSDAG in Groningen start een loopvierdaagse. Voor € 100,- pp mogen 1.400 wandelaars er groepsgewijs op uit. De 140K schijnt nodig te zijn voor de organisatie. Nijmegen met 45.000 optochtlopers vraagt € 120,- pp. Voor 5,5 miljoen kan Bruls natuurlijk voldoende dixies plaatsen en pispleinen inrichten. Ik wacht op de eerste ziektekostenverzekering die eist dat klanten deelnemen aan deze diabetes-2 voorkomende inspanning en die het ook vergoedt. Optochtlopers nemen de kans door Jaap Jongbloed of Thijs van den Brink een verlepte gladiool in de handen gedrukt te krijgen voor lief.

WOENSDAG Onze buurtvereniging Het A-kwartier propageert het aanleggen van geveltuintjes. We combineren een serieuze aanpak met plezier. Praten en soms wat drammen over biodiversiteit en een feestje bouwen rond de uitreiking van het Gouden schepje. Die tweeledige aanpak hanteren we ook bij het duel tussen fietsen en auto’s, bij gewenste recreatievaart en verdoemde waterverontreiniging. Voorlichtingsavonden over verduurzaming van verwaarloosde grachtenpandjes naast een roeiclinic. Overlastgevers aanspreken en schooldirecties erop wijzen dat woorden nog geen daden zijn als het aankomt op handhaving bij de bordjes ‘Smokefree Area’. En zo verder. Na jaren begrijp ik dat het ‘not done’ is om in de kwartaalgesprekken met de gemeente aan te dringen op inkomensafhankelijke onroerendgoedbelasting. Ook een rijverbod voor auto’s die (nog) geen deelauto (met minimaal drie eigenaren) zijn laat nog op zich wachten.

DONDERDAG Via My Local Friends krijg ik een nieuwe student Nederlands. We zien elkaar wekelijks en we zitten in de fase van aftasten: wat kan en wil ik bieden en wat is haar ambitieniveau. Het lijkt erop dat we een goede match vormen.

VRIJDAG Na een medische ingreep wil je als fietser weten of en hoeveel je lichaam heeft ingeleverd. Ik schets een ruw herstelplan en fiets zeven keer in acht dagen. Via een STRAVA-adept (zeg nooit -fetisjist) die de zondagse Spaakritjes monitort zie ik dat er geen  verval is. Ik span me wat extra in en doe gretig het tegenwindse kopwerk. We eindigen na 61 kms met gemiddeld 28,2/uur. Gerustgesteld voel ik me.

In memoriam JAN KRUIMINK

Twaalf april 2025. In de regionale pers lees ik dat Jan Kruimink, 71, is overleden. Verdrietig ga ik in gedachten terug naar de jaren tachtig, vorige eeuw. Pretogen, een lach. Prachtmens. Of Jan altijd lachte, denk het niet, maar wel verrekte veel. Ik leer hem kennen als collega. Jan werkt aan het Esdal College (toen nog De Dissel) in Emmen als tussenstation tussen basisscholen en pedagogische academie. Mijn eerste kennismaking: we hebben een goededoelenmarkt in het Baandergebouw tegenover de brandweer. Rommel en plantjes. Ik sta achter de violen en geraniums. Komt er een vrolijke vent aan, fiets aan de hand, mijn leeftijd ongeveer. ‘Doe me die maar,’ zegt hij, naar paarse viooltjes wijzend. Als ik een tray met vier voor ‘m wil pakken, zegt hij ‘het hele doosje graag.’ Voor het eerst die ochtend verkoop ik uit naam van Foster Parents Plan 24 veel te dure violen in één keer. Echt Jan: royaal, sympathiek.

Naast zijn muzieklessen is Jan een actieve collega bij ‘grote avonden’. Hij begeleidt een leerlingenkoor en schrijft een prachtnummer voor twee collega’s: ‘Ik bin schupt’. Ted en Tom schitteren op het Muzevalpodium dankzij Jans inspanningen. Jans vrouw Ina begeleidt die avond op de piano.

Als we in Sleen wonen komt de naam Jan Kruimink vaker in beeld. Jan is ongelooflijk muzikaal. Hij dirigeert, componeert en arrangeert en richt verschillende koren op, bijvoorbeeld Happy Sound en HEM. In Sleen word ik lid van de Gemengde Zangvereniging en later kortstondig van Singelier. Dat ik door Jan ben gaan zingen zal ik niet zeggen, wel dat ik de spaarzame keren dat we elkaar spreken hem uithoor over koormuziek. Weet hij alles van. Andere raakvlakken: binnen het Esdal College verhuis ik van Emmen naar Oosterhesselen, Jans oude school. In Sleen wordt een projectkoor opgericht dat gaat zingen in de manege in Sleen. Mijn geheugen hapert, ik denk dat het een Zuidenveld-project is, ik meen met Jan als dirigent, maar het kan ook Hans van der Weyde, Hans Bergman of Harm Dijkstra zijn geweest.

Ik bewonder zijn deskundige inzet voor theater- en muziekspektakels in de open lucht: ‘De toorn van Thunaer’ en ‘De Vlinderprinses’ worden, mede dankzij Jan, grote successen. Het bestuur van SCDZ vraagt Jan als lid van het comité van aanbeveling, iets wat hij met plezier wil doen. We spreken elkaar bij gelegenheid. Een keer bij een kerstconcert in december 2023 als de mannen van HEM en de vrouwen van NOVA optreden in Dalen en afgelopen december nog in Aalden. We delen de liefde voor prachtige meerstemmige koorzang en voor de streektaal. Bedroefd rommel ik wat in mijn cd-stapel en kies troostrijke koralen van Bach, wat van Ede Staal en Fauré’s Cantique de Jean Racine.

JOURNAAL WEEK 14

ZONDAG Met SCDZ organiseren we, drie oude pikken en een jonge doos, een concertje in Zweeloo met muziek van Ede Staal. Het programma heet ‘Ede Aans, mien end en mien begun’ door organist Peter Siebesma en vier vocalisten. Reinder van der Molen leest een verhaal van Ede voor en vertelt anekdotes. Waarom houd ik van de ongecompliceerde muziek van Ede Staal? Vanwege de streektaal. En de begeleidende orgelmuziek. En omdat ik enige verwantschap met Ede voel: streektaaljongen, for ever young, leraar Engels en maatschappijleer, klompendragers, liefhebbers van ‘strunen achter diek’. En beiden schreven we over het door ons bewierookte en verlaten platteland. Ede over t Hogelaand, Nij Stoatenziel en ik over de Jongbloedvaart bij Sleen en Foxel/Klazienaveen-Noord. Prachtmiddag. Stief oetverkocht. Gronings biertje na afloop. Oude bekenden gesproken.

MAANDAG Vooraf: onroerendgoedbelasting is één van de beste, want fairste belastingen. Je betaalt naar de waarde van onroerend goed. Ontduiking is lastig, geen voordeel voor belasting ontwijkende particulieren met een BV. Groningen hoort tot de groep allerverstandigste gemeenten van het land, want Groningen zit in de top van heffingspercentages. Hiermee dragen durehuizenbezitters het sterkst bij aan de gemeentebegroting en dus aan alle voorzieningen. Als blije belastingbetaler zit ik in een wat lastig parket. Ik schat dat de woningwaarde waarop onze  gemeentelijke OZB-aanslag is gebaseerd zo’n tien procent te laag is. Omdat ik niet graag te weinig belasting betaal, vraag ik het Noordelijk belastingkantoor om een verhoging. Een geduldige, wijze medewerker legt het mij uit. De geschatte woningwaarde dateert van begin 2024, meer dan een jaar geleden en niet van eind 2024. In één jaar stijgt de waarde. ‘Volgend jaar zal de woningwaarde naar boven zijn bijgesteld,’ stelt zij mij gerust, nog even wachten dus. Ik leg de medewerker vijf praktijkgevallen voor met de door Funda-makelaars geschatte verkoopwaarde en de geschatte waarde voor heffing van OZB. Locaties bij benadering: Straat nabij water      985.000 / 651.000; Straat bij de haven 885.000 / 721.000; Straat nabij Minerva  640.000 /    592.000; Straat nabij MADA 500.000 / 424.000; Straat nabij water 2.945.000 /              1.695.000.

Des te hoger de (op Funda gevraagde/geschatte) waarde, des te groter het verschil met de OZB-waarde (resp 34, 18, 7,5, 15 en 42 %), soms tot één en een kwart miljoen. ‘Klopt,’ zegt de belastingmedewerker, ‘maar deze verschillen corrigeren wij na verkoop. We worden daarbij op de vingers gekeken door de ‘waarderingskamer’. So far so good.

DINSDAG Eindelijk wordt er in de ziekenhuiszorg gestuurd op kwaliteit per locatie. Complexe kankeroperaties worden niet overgelaten aan streekziekenhuizen in kleine provinciesteden maar gebeuren daar waar de meeste expertise is. Nu nog even doorpakken en huisartsen een plaats wijzen. In Nederland groeit het aantal huisartsen bij de klippen op maar niet overal. Ze werken (veelal) in deeltijdbanen in de grote steden. In landelijke gebieden (oost, zuid) bestaan problemen, die eenvoudig opgelost zouden kunnen worden door de dokters te verplichten vijf of tien jaren in probleemgebieden te werken. Je zou wensen dat de artseneed werd heringevoerd: “Ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving en zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen. Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk. Ik zal zo het beroep van arts in ere houden. Dat beloof ik.” En dan nog iets anders: Wat betekent het dat apotheekmedewerkers na acties een salarisverhoging van 20 % krijgen de eerstkomende jaren?

VRIJDAG Er, nabij Mensingeweer, omheen rijdend zie je een magische folly: torens, een kerk, een steenfabriek, een industriële ruïne, of een boerderij? Bij nadere inspectie ontwaar je één groot fabuleus vogel-, vleermuis of insectenhotel, met nestkasten, invlieggaten voor zwaluwen en vleermuizen en minuscule boorgaatjes voor insecten. Tenminste, voor zover dit beestjesspul er nog is in een voor dieren toxisch-vijandelijke biotoop waar pesticiden, ultrazware landbouwwerktuigen, en een door waterschappen idioot laag gehouden waterstand hun best doen de weidevogelpopulatie en insecten tegen te houden als even verderop boze Bedumer boeren en burgers een vluchtelingenopvang.

Maarten van Rossem – De geschiedenis van het Nederlandse landschap (Nieuwe Kerk 30-0125)

De kracht van Van Rossem is dat hij historische wetenswaardigheden afwisselt met kneiterharde analyses, aangeboden in een goedmoedige lobbesverpakking en geuit met een zachte stem met Utrechtse tongval. Rustig heen en weer drentelend onder de kansel houdt de fitboy van de feitenkennis (dixit P. Freriks) zijn verhaal. Zonder plaatjes of statistieken. Af en toe een slok koude koffie nemend, ingeschonken uit een meegenomen kan. Het publiek is een afspiegeling van Groningen: stadjers, boeren, al dan niet gelovig, die graag mild worden gekastijd en voor die geseling vriendelijk applaudisseren.

Van Rossem voorspelt een rolberoerte voor de dominee, mocht er bij de preek evenveel publiek, 500, zijn als vanavond. Sowieso vraagt hij zich hardop af welk nut religie heeft; graag geeft hij als heiden, ook wel smerige linkse radicaal of Moslimknuffelaar genoemd, het geloof met de vuilnisman mee. Kerken zijn overbodig, aldus de spreker. Ook zijn er, weer mildelijk verpakt, harde woorden voor de boeren: Er is in Nederland geen ruimte voor deze met subsidies en fiscale voordelen overstelpte beroepsgroep. En: welke andere beroepsgroep met een minimale economische betekenis kan rekenen op een royale uitkoopcompensering wanneer blijkt dat het vak geen toekomst heeft?

En passant richt Van Rossem het woord direct tot het (aarzelende) publiek en bij te grote onwetendheid verwijst hij graag naar de boekwinkelier die met een kraam aanwezig is. Onderkoelde humor sorteert effect, zo demonstreert de professoraal pratende would-be-cabaretier.

Zijn boodschap is dat er geen platteland meer is; de scheidslijn stad – platteland is zo goed als verdwenen. Nederland is een parklandschap. De provincie Groningen is gewoon een onderdeel van de verstedelijking die als een schimmel of vlektyfus om zich heen grijpt. De uitdrukking ‘in the middle of nowhere’ kan in Nederland niet worden gebruikt. Steden zijn broedplaatsen voor creativiteit, op het platteland wordt niets verzonnen.

Heilige huisjes worden onderuit gehaald. De wereld is helemaal niet vol. Kijk naar Amerika (Wyoming is zes keer Nederland met de inwoners van Utrect), Frankrijk, Duitsland, Oost-Polen en verder oostwaarts. Van Rossems boodschap is dat de natuur, onze vijand, gruwelijk wraak zal nemen met bodemdaling en grondwaterstijgingen (die door de boerenstand op onnatuurlijke wijze laag wordt gehouden; zoals de boeren ook de leefomgeving aantasten met een gruwelijke chemische verdelging van insecten, die in stedelijke gebieden floreren) en overstromingen. Maarten ’t Hart is zo gek nog niet als hij een woonark in zijn tuin wil plaatsen. En wolven? Die richten, vergeleken met everzwijnen, nauwelijks schade aan. Maar houd de aantallen, vergelijk de bevers, in toom.

Zoals het een echte leraar betaamt schuwt Van Rossem de herhaling niet. Onder applaus spoedt hij zich naar de signeerhoek.