ITALIË 1 – 21 mei 2016 [III]

10 MEI Italië heeft een prima werkend, enigszins ouderwets, openbaarvervoersysteem. Op stations zijn nog loketten voor kaartjes, vaak bemenst door uiterst vriendelijke medewerkers. Opvallend op de stations is dat overdag superlange goederentreinen voorbij komen jakkeren. De gele lijnen waarachter je dient te blijven zijn er niets voor niets. Om de paar seconden worden treinbewegingen met een robotachtige stem in twee talen aangekondigd. Ik praat met drie pubers, van wie één, iemand die veel met games in de weer is, prima Engels spreekt. De andere twee bakken er niets van. Op de IPI staat Italië niet voor niets op een 58e plaats ingeklemd tussen Nepal en Nicaragua.

11 MEI Een wandeling door de prachtige stad leidt ons naar het hoogtepunt: een qua grootte en uitbundigheid Sintpieteriaanse basiliek Sant’Antonio. Fresco’s, beelden, binnenplaatsen, kerkelijke hulpstukken, van alles meer, groter en sierlijker, af en toe lelijker dan je voor mogelijk houdt. Jammer dat het  bijhouden van de drie binnentuintjes wat weinig aandacht krijgt. In vitrines de nieuwe dagboeken van paus Leo Prevost. Naast de uni een boekenzaakje waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan: schriften en vulpennen (van het merk Online) te over.

12 MEI Onze treinticket twee uren vervroegen omdat we eerder in Treviso willen zijn, lukt prima. Maar vanwege een storing wordt het tripje in tweeën geknipt: een stuk met de bus en een stuk trein. Ook Treviso is een prachtige stad met als attractie een door de stad kronkelende rivier de Sile. Luigi Bailo is een aardig museum. Ik zie een klassiek beeld dat me aan de discussie over manosphere-gedrag doet denken. Vrouw I vindt het nog wat lastig zich erin te herkennen.

13 MEI Naar Venetië, een uitvergroot Giethoorn met een vleugje Urk. De drukte lijkt je eerst te verpletteren maar allengs, na vier stegen, wordt het rustiger. San Marco Plaza is weer druk. De gondeliers, zonder uitzondering strakke boys, doen hun kunstje vanaf € 90,-. De gondels zijn ware praalschuitjes: blinkend zwarte lak met gouden accenten. Op San Marco doen we ons duurste terras ooit, maar dan wel met live muziek. Maar wat een plein! In European Cultural Centre is een expositie ‘Gaza – No Words’ van Palestine Museum US.

14 MEI Conegliano, het eerste stadje waar wat minder over te vertellen valt, het is er rustig, groen, beetje heuvelachtig, fris en enigszins saai. We verblijven in een sporthotel met grastennisbaan, tafeltennis en zwembad. Brrr. We horen over een mogelijke treinstaking volgende week. 15 MEI Half leeuw half vrouw, deze sfinx staat op Piazza Cima van Proseccostad Conegliano.

16 MEI Vicenza wordt het. Maar eerst in Conegliano nog kennismaken met de schilder Varese. Ik zie een vrouwelijke Jezus nedergedaald ter helle, surrealistisch werk en paarden. Bijzonder werk. Per sneltrein naar Vicenzo. In deze stad heerst het 16e euwse werk van architect Palladio. Een eerste wandeling bevestigt ons vermoeden: een prachtstad. Maar waarom die dieselbussen door het stadshart moeten?

ITALIË 1 – 21 mei 2016 [II]

3 MEI Dat Bologna beroemd is vanwege de arcades in de centrumstraten maken we mee, bijna vier km portieken, ideaal voor daklozen. Overal schaduw en de kans op straat te lunchen. We zijn zeer onder de indruk. Anders dan in het door de maffia beheerste Palermo hier weinig betonrot en schone straten. Door een opening in een muur, de Finestrelle di Via Piella, zien we een kanaaltje tussen de rode gebouwen. De twee beeldbepalende middeleeuwse torens Le due Torri hebben over de hele oppervlakte openingen, ideaal voor nestelende duiven.

4 MEI Parma barst net als Bologna van de middeleeuwse (religieuze) bouwwerken. Een prachtig stadscentrum met mooie pleintjes. Bijna elke Italiaan de ik even aanschiet wil zijn Engels praktiseren. Toch lukt het me enkele kleine gesprekjes te voeren: met twee oude dames over een doorkijkje, met enkele mannen op straat die ik vraag naar de op vliegopeningen lijkende gaten in middeleeuws metselwerk en met de hotelmevrouw over twee soorten stekkers. Mijn Italiaans is harkerig maar iedereen begrijpt me. De politie werft nieuw personeel. Een vette Lambo trekt jongeren.

5 MEI Een dagje Modena tussendoor vanuit Parma. Het mag de stad van de Ferrari zijn, maar geen enkele gezien. Mijn boek interesseert me minder dan mijn cursus Italiaans. Een Amerikaanse op het terras herkent het verslavende aspect van DuoLingo. Parma is de stad van Verdi. Modena van Pavarotti. Bij het station een buste van een hoge politieman die werd omgelegd door de maffia.

6 MEI Veel zon en weinig regen maakt de Povlakte een vruchtbaar gebied. Vandaag voor het eerst een dag met regen. We treinen van Parma via Bologna naar Ravenna. In de mozaïekstad lopen bijzonder veel schoolklassen, ik tel op een dag bijna 70. Tableaus maken van fijngeslagen stukjes glas lijkt in vroeger tijden tijdrovender geweest te zijn dan nu. Morgen kom ik hiervan terug.

7 MEI Middeleeuwse en hedendaagse mozaïeken gezien: indrukwekkend. Als ik eens de Corriere delle Sera-app open, valt mijn kennis van het Italiaans me nog smerig tegen. Ja, ik zie dat Rubio bij de paus is geweest en 40 minuten moest wachten. Dat Berlijn graag autovrij wil worden. Dat Nobelprijswinnaar Coetzee het verdomt naar Israël te reizen vanwege de moorddadige aanpak van de Palestijnen, of las ik dit ergens anders?

8 MEI Nog niet op Ravenna uitgekeken vertrekken we naar Ferrara, weer een gouden greep. Prachtig centrum, leuke terrassen op pleinen en een joekel van een kasteel. We denken vaak na over de klerikale middeleeuwse pracht en praal van de Italiaanse steden. In gedachten maken we vergelijkingen met steden in Nederland: Maastricht, Nijmegen. Leiden, 010, 020, Groningen, de Elf. De treinen zitten overvol met aan obesitas lijdende  Amerikanen op weg naar Venezia. Lezen ze La Repubblica dan niet die meldt dat er vanwege de mogelijke aanwezigheid van Israël een 24-uurs staking is? Een artikel over een smartphone-vrije school in Ierland is net te doen.

9 MEI Ferrara wordt gedomineerd door een supergroot kasteel, Castello Estense, in het centrum. Ons lokt een expo van Gianfranco Goberti. Kasteel en kunst vallen niet tegen. ’s Middags zijn er op het zonovergoten plein vendelzwaaiers, trommelaars, en een middeleeuwse optocht. Morgen naar Padova.

ITALIË 1- 21 mei 2026 [I]

1 MEI we nemen een ongewone afslag. Niet de snelweg richting Assen in onze deel-Clio maar wandelend naar het hoofdstation. Ons treinreisdoel vandaag is München via Utrecht en Keulen. Bijna tien uren treinen. Onderweg dompelt de nieuwste van Elif Shafak me onder in een ongekende wereld. Via de mail krijg ik nog twee overlijdensberichten: oud-collega Jan V en neef Piet R zijn uit de tijd gekomen. Gemiddeld werden ze 83,5. Naast ons Amerikanen, patriotten. De aansluiting naar München, dat de Italianen Monaco noemen, redden we net. Het Münchener Hauptbahnhoff behoort tot de lelijkste die ik ken. ’s Avonds in de Altstadt zien we dat de 1-meidracht hier gelijk is aan die van de Oktoberfeste.

Drie weken de hort op, wat nemen we mee? Elk een koffer, ik een rugzakje erbij en vrouw I een tasje. Hoewel ik vaag droomde van licht reizen, valt dat tegen: mijn koffer is dik 9 kilo, mijn toilettas alleen al is 1,5. Met het oog op de vele geplande wandelingen krijgt mijn gevoelige knie die doet alsof hij 80-plus is, een halve meter bamboesteunkous die de verpakking uit China opgewekt Knee Brace noemt. Klinkt inderdaad beter. Heb nog geen hulp nodig om de brace aan te trekken. Morgen door Oostenrijk naar Bologna.

2 MEI het ontbijt is okee, uit een ooghoek zie ik champagne light, witte spumante. Ik weersta het. Zeven uren treinen door Oostenrijk. Weer een supersneltrein. Vrouw I doet aan Polar Steps. Andere benamingen voor Bologna: la Dotta, la Rossa, la Grassa, La Turrita (resp. de geleerde, rode, vette en getorende). Een prachtige stad. We zitten aan de Via dell’Indipendenza die naar het Piazza Maggiore loopt. Bomvol wandelende Bolognezen. Rijen voor ijsverkopers. Op het Piazza een Pro-Palestina-demonstratie. Verderop een  goochelaar. Op een terras eten we tagliatelle met ragù alla bolognese. Niet verkeerd. We zien opvallend weinig fietsen.

ROTTERDAM

We houden ons hart en de stangen vast als de watertaxi met 50km/u stuiterend botsend over de Nieuwe Maas jakkert. De kap’tein doet er een schepje bovenop als hij een bocht doet en de boot bijna water maakt. Lefgozer. Typisch Rotterdam? We overnachten op SS Rotterdam: 228 m, 41 m hoog, 28 m breed, 13 dekken. Vriend Jaap Meijer werkte ooit als 1e Werktuigbouwkundig ing. op deze schuit.

In 010 om je heen kijkend begrijp je wat het woord skyline betekent. Wereldstad. Manhattan aan de Maas. Kenmerkend: we zien een pilaar die een metrolijn annex viaduct schraagt. Hadden ze natuurlijk wit of grijs kunnen schilderen. Maar wat doen Aboutaleb en nu Schouten: stimuleren kunstenaars er een kleurrijk prachtexemplaar van te maken.

Er zijn twee zwaarwegende redenen om het fotomuseum Rotterdam te bezoeken: het bestaat maar kort en nicht Suzette exposeert er. Een groot oud fabriekspand is verbouwd tot een prachtig museum. Overal zie je de oerconstructie. Kijk je verder dan staat fotografie, het museum is het grootste fotografiemuseum ter wereld met meer dam 6,5 miljoen objecten, in al zijn vormen te kijk. Suzette heeft zich gespecialiseerd in het in mooie blauwen fotograferen van plastic rommel uit de zeeën. Ze heeft een joekel van een wand met futurologische archeologie Future Relics II met cyanotypieën. Prachtig, bijzonder werk! Zou ze Bojan Slat kennen?

Werk van Banksy hangt in Las Palmas. We verbazen ons over de anonieme (straat)kunstenaar (Robin Gunningham?) die met sjablonen humoristisch, opmerkelijk werk, vaak in de buitenlucht, maakt. Zijn belangrijkste werk werd geshredderd op het moment dat de veiling sloot. Zijn maatschappijkritische toon wordt niet door iedereen gepruimd, een werk waarbij een Engelse bepruikte rechter een demonstrant te lijf gaat werd snel verwijderd.

R’dam telt 175 nationaliteiten. Mijn Qatarese student is er één van. Migreren kleeft even sterk aan R’dam als werken, (wederop)bouwen, kankeren, praatjes maken, Deelder, snuiven, gentrificeren, optimisme, uithalen, Schouten, schoffelen en openstaan voor andere culturen. Museum Feniks belichaamt en verzinnebeeldt dit allemaal: 16.000 m² kunst, alles geënt op migratie: liefde, afscheid, familie, heimwee en geluk. De ruime placering van de objecten geeft een prettig gevoel. Je bent in een grote fabriekshal en steeds wordt je oog getrokken naar interessante, opgeblazen, bizarre, bijzondere objecten. Een grafkist in de vorm van een auto, een kunststoffen bus vol met reizigers, een abstracte Willem de Koning, een eens per half uur loeihard dichtslaand hek dat de muur doet afbrokkelen om de dichte grenzen en deuren die toch ooit eens neergaan te symboliseren, te veel om op te noemen. En wat een majesteitelijke trapconstructie met glimmend (om het half uur gepoetst, ja echt) staal en een met koffers volgepropte inmiddels iconische zaal.

JOURNAAL week 21 2025: FRANKRIJK

MAANDAG Clio voert ons naar Rouen, stad van vakwerkhuizen, Jeanne d’Arc, Corneille, Céline en Flaubert. Van de laatste heb ik Madame Bovary gelezen, zijn debuutroman die bij verschijnen ophef veroorzaakte vanwege vermeende obsceniteiten en een overspelige vrouw die moeite heeft met het begrip huwelijkstrouw. Ook de mannen blinken uit in onuitstaanbaarheid. Schitterend boek. Rouen is een prachtstad. Vanwege de overdaad aan katholieke pracht, prullen en praal denken we even voor de kathedraal te zitten als we nog maar bij Eglise Saint Maclou zijn. Mooi kunstwerk: de kogelgaten in de muur van het Paleis van Justitie zijn gevuld met een kleurrijke vulling van legostenen.

DINSDAG De Seine doorsnijdt de stad en biedt de bezoeker een goed oriëntatiepunt. We wandelen langs de vele bezienswaardigheden en oefenen ons school-Frans. Niet eerder zagen we achter ramen geplakte familieherenigingsoproepen van vluchtelingen. In de kathedraal krijgen we het bericht van de dood van Wiegel. Na Bolk en Terlouw weer een grote politieke jongen mors. Gemiddeld worden ze krapaan 90. Kaarsjes aansteken voor hun zielenrust laten we over aan hen die zelf graag een kalme ziel wensen te kopen. Over de prijs van een mooie zwarte kop op de markt worden we het niet eens.

WOENSDAG Trouville-sur-Mer ligt aan zee die hier Het Kanaal heet. Het Kanton is Honfleur-Deauville, arrondissement Lisieux, departement Calvados, regio Normandië. Een klassieke badplaats, dé kustplaats van Normandië, met veel Parijzenaars op vakantie. Bij de bakker spreek ik een Parijzenaar die bij Nederland aan koningsdag denkt.

DONDERDAG Plein soleil. Dan geen gezeur over 2 cappu voor bijna € 12,- op het mooiste  haventerras denkbaar, met het oog op Gustave F. Het 2e deel van Stieg Larssons Millennium-trilogie is bij herlezing ietsiepietsie draderig, maar blijft overeind staan. Vriend T stuurt me ChatGPT’s werkstukje als hij mijn naam intoetst. Hahaha. Sinds mijn bezoek aan de dermatoloog draag ik bij zonneschijn een hoed en stop met denken dat hoedendragers naar Louis Couperus hunkerende zielen zijn. Trouville sur Mer is het Saint Tropez van Normandië. Een schitterend strand en een uitzonderlijk fraai museumpje Villa Montebello.

Een dagje Amsterdam

Op naar Mokum. 020. We reizen met de NS. Ruim, relaxed, goedkoop en op tijd. We verbazen ons er zeer over dat kaartjes knippen passé blijkt. In Amsterdamse trams het tegenovergestelde: in het midden van de tram zit een gisse reisbegeleider, vaak met superieure nagellak, die nauwgezet het inchecken controleert en daarnaast alle reizigersvragen beantwoordt. Bezoekjes aan fotomuseum Foam, lekker door de stad slenteren, het Stedelijk badkuipMuseum, een bijna bedwelmend concert in het Concertgebouw, een terrasje daar en hier, buiten de deur ontbijten, interessante ontmoetingen: fijne ingrediënten voor twee daagjes 020. Dat niet elke binnenstads-Amsterdammer, meestal gehuld in keurige Zara- of Bijenkorfkleedjes, zich bekommert om straatvuil, is jammer.

In fotomuseum Foam zien we veel conceptuele, fotografie en oud materiaal van Paul Huf, o.a. het fameuze groepsportret van Cruijff, Swart, Keizer en Nuninga, wat koninklijkhuispics met opgepoetste prinsesjes en een varkentje in hun aandoenlijke periode en veel reclame- en tijdschriftenfotografie die nu antifeministisch zou heten. Tegelijk vraag je je bij elke foto af wat het artistieke gehalte is. Grote ogen bij de museumshopmedewerker als we vragen of we hier de biografie van Erwin Olaf kunnen bestellen.

In het Stedelijk Museum een grote expositie van Miriam Cahn ‘Reading Dust’. Aangrijpend los geschilderd werk met vrouwen in ongemakkelijke of gevaarlijke – aan mannen te wijten-  situaties. Een waarschuwing aan het begin van de Cahn-zalen is zeker gepast. Spooky, indringend, kwetsbaar, rauw, naakt, genadeloos, wreed,  emotioneel. Vaak eenvoudig geschilderd, met veel slachtoffers en enkele daders. Opvallend de gesluierde vrouwen in onalledaagse outfits. Vergeleken met de lange rijen voor het Rijks is het SM uitgestorven. In de tram terug overdenk ik hoe de Joodse kunstenares Moslima’s op het doek zet.

In het concertgebouwcafé Viotta staan de tafeltjes aaneengeregen, wat een dorps gevoel geeft; je weet alles van je buren, zo horen we links twee PwC-medewerkers schaterlachend vertellen over de pas ontdekte examenfraude bij Ernst & Young en rechts dat ‘loser’ Steijn naar Sparta verkast. In het Concertgebouw genieten we van de Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Vier vleugels, bespeeld door Jeroen en Sandra van Veen, Sonja Lončar en Andy Pavlov. Anderhalf uur bijna bedwelmende, minimalistische, als een perpetuum zichzelf herhalend maar toch steeds net even andere muziek. Ik kende de Canto alleen op orgel van Toon Hagen en moest niets van een uitvoering op piano hebben. Maar vier vleugels komt echt in de buurt. Na afloop is er aan een vier meter brede bar een drankje voor de 1.000 bezoekers. De vier musici staan iets verderop bewonderaars te woord in de gang. Dat ik tegen willekeurige bezoekers mijn mond houd over ons (stijf uitverkochte) Grootkoorconcert in december, noemt vrouw I een wonder.

 Marseille VI

Met ‘Il est cinq heures’ van Jacques Dutronc in en tussen mijn oren ratelen we om 06.30 uur onze rolkoffers over de ongelijke stoepstenen van Rue de l’Académie naar de Boulevard d’Anthènes en kijken nog eens om. Slaperige mannen in lange gewaden en op teenslippers gaan uit bidden naar de moskee. Een uitgelichte heilige steunt een gevel en kijkt afkeurend naar overvolle vuilnisbakken. Met gemak beklim ik de 107 marmeren treden voor Station Saint Charles.

Sortie. Fini. Le départ op de achtste dag en we vinden dat het goed is. De wandelroutebijbel van Marseille leidde ons gisteren de stad uit, van rauw naar charmant, van Stad naar Haren, van spannend naar suf: naar Aix-en-Provence, een stad  van 150.000 inwoners. Een soort uitje. In de bus naar Aix overdenk ik het idee van Volkskrantcolumnist Peter de Waard dat eigenhuisbezitters zelf de WOZ-waarde mogen aangeven, maar dat de gemeente dan het recht heeft het huis voor dat bedrag aan te kopen. Zou heel wat rompslomp, in het Frans ‘tracas’ besparen. En dan Rutger Bregman die een appèl doet op de mensen met bullshitbanen en hun vraagt een U-turn te maken en ervoor te zorgen dat ze niet vermogend het graf in rollen. Een moreel appèl. Een ethisch réveil.

Waarom bevalt ons Marseille beter dan Aix? Omdat Marseille een ‘round’ in plaats van een ‘flat’ character is. Poly en niet mono. Vormvolle vorm en inhoudsvolle inhoud. Waar Aix-en-Provence één gezicht heeft, dat van de gegoede, rijke, beetje boring, mooie, provinciestad, heeft Marseille er wel tien: dat van het  multiculturalisme, de haven naast het land, gepolijst en ruw, uitwaaierend en ingedikt, mooi en lelijk, smerig en gewassen; kortom een wereldstad. Maar een wereldstad met havenstedelijke, wereldgrote problemen zoals drugshandel en drugsgerelateerde moordpartijen. Op onze laatste dag zien we een lange rij politiebussen staan aan Boulevard Canébière. Een week later lezen we dat  president Macron Marseille bezoekt i.v.m. la lutte contre la drogue.

En als we thuis zijn ruilen we de oranje beer voor het MUCEM in voor de witte ijsbeer voor het Groninger Museum; beide geslachtsdeelloos.

Marseille V

Je kiest een iconische Franse auto, een zilveren Citroën DS, zaagt die in tweeën, gooit het middendeel weg en last beide fragmenten weer aan elkaar. Opzienbarend werk van de Mexicaanse kunstenaar Gabriel Orozco. in het Musée d’Art Contemporain.

Maar eerst nog even dit: ons onderkomen ligt op de derde verdiepeing en heeft een luie trap die het gemak van een luie stoel heeft. Het voordeel van een door Moslims bewoonde wijk is dat dronkenschap niet voorkomt. Ons slaapritme benadert dat van thuis: van 22.00 – 07.00 uur. ’s Nachts is het doodstil en worden in alle rust de straten, grace à Allah, geveegd en gespoeld, ook de smalle voetgangerspassages.

Voor een Stadjer die af en toe met een prikstok papiertjes weghaalt is Marseille een behoorlijke omslag. In de armere binnenstad is milieubesef ver te zoeken. Mijn strakke waarden- en normenpatroon wordt op de proef gesteld als ik een vette dode rat in de straat zie. Een grote vuilniswagen rijdt voorbij. Etensresten op straat. Rattenoverlast in een tijd dat (ook in Marseille) de vaccinatiegraad onder kinderen schrikbarend daalt, is een slecht teken. En tegelijk beginnen we van de stad te houden als we neerstrijken op La Plaine of worden verwelkomd door een vlucht duiven op Cour Julien en een glaasje Orangina met een papieren rietje drinken.

Voor een stad met 2,2 miljoen inwoners heeft Marseille op modernekunstgebied minder te bieden dan je zou verwachten. Het schitterende museum  MUCEM aan het water nabij Le Vieux Port is gesloten, Cantini stelt weinig voor en het MAC heeft een karige vaste collectie.

L’Âme de Napoléon

In Musée Cantini (toegang gratis), een groot, statig herenhuis met drie verdiepingen is de kunst thematisch gerangschikt: portretten, kleur, abstract, enz. ideaal voor scholieren. In elke kleine zaal is een suppoost en dat heeft alles te maken met recente handtastelijkheid van bezoekers. In de vaste collectie ook veel fotografie. Mooiste werk: De ziel van Napoléon van André Masson.

Het MAC

Het MAC (Musée d’Art Contemporain, entree € 6,-) ligt in een buitenwijk. Het gebouw bestaat uit een zevental gepuntdakte zalen en biedt een keur aan moderne kunst. Voor het gebouw groeien bomen door het dak. Opvallendste werk is een Citroën DS, verkleind tot een twoseater. Verder een mechaniek van Tinguely, werk van Yves Klein, en César Baldaccini, van wie een in elkaar geperste oude Renault; oeps, twee auto’s die een verkleiningsproces hebben doorlopen, wat wil dat ons zeggen? Een interessante, enkele zalen beslaande, expositie is te zien van Marc Desgrandchamps.

Zowel Musée Cantini als het MAC worden, als wij er zijn, matig bezocht. Het aantal suppoosten overtreft het aantal bezoekers. Marseilles beroemdste ijsverkoper L’Elephant Rose heeft het, getuige de rijen op straat, aanmerkelijk drukker. ’s Avonds lees ik  over Rutger Bregmans nieuwste plannen.

Marseille IV

De zee naast de stad is een pre, voor een stad een cadeau. Wandelend langs de (inhammen van de) Middellandse Zee op een zonovergoten dag in Marseille, waardeer je factor 50. Terrasprijzen stijgen naarmate je het water nadert. Hier een villa, daar een onderkomen van het Vreemdelingenlegioen en op vlakke rotspartijen stoere bruine basten die als gehaktballen in vette jus liggen te bruinen of bezig zijn de pectoralis major aan te scherpen. Op rotspartijen naast het hoog opspattende zeewater zie je betrekkelijk veel yogaënde vrouwen, hetgeen je de vraag doet stellen wat mannen weerhoudt van yoga. In de stad langs lanen en op pleinen zie je in deze tijd op uitbotten staande bomen, vooral heel veel platanen, en soms vanuit muurspleten voorjaarsstruiken; hier en daar zie je een alles bedekkende lichtgroene waas of weerloze kleine knopjes die zelfs verstokte prozaïsten tot poëten maakt.

Wat verder opvalt in Marseille: er zijn geen snackbars, haring- of kibbelingwinkels, geen of weinig fietsenzaken, nauwelijks straatmuziek, weinig straatmeubilair, veel scooters en motoren, behoorlijk veel rotzooi op straat, een enkele dode rat, overvolle vuilniscontainers, geen Nederlandse toeristen, veel Romavrouwen met bedelende kinderen, heel veel soms hard rijdende steps, zebra’s die minder heilig zijn dan in Nederland, veel terrassen, geen elektrische bussen, en bijna alle huizen hebben luiken voor de ramen. Alle horeca- en winkelpersoneel spreekt wat Engels, maar dat Frankrijk de English Proficiency Index niet aanvoert (Frankrijk staat op 28, twee plaatsen boven Italië) is duidelijk. Maar prettig gedoseerde, licht geheimzinnige, Franse vrouwelijke glimlachen vergoeden veel.

Als ik een sculptuur van een hert zie moet ik even aan Andreas Blühm van het Groninger Museum denken, die, met de beste bedoelingen waarschijnlijk, een uitvergrote plassende ijsbeer exposeert. Beide beelden kunnen mensen smaakvol of smakeloos, mooi of lelijk vinden. De ijsbeer tovert een lach op kindergezichten; het hert maakt mensen nieuwsgierig en stimuleert denken en vragen.

Marseille III

Van oorsprong katholieke Franse steden worden vaak gedomineerd door aan deze religie verbonden gebouwen, vaak mastodonten, die ongegeneerd de openbare ruimte opeisen, als carnavalswagens op industrieterreinen. Ook Marseille kent enkele fikse katholieke jongens, zoals de grote La Major kathedraal, de basiliek Notre-Dame de la Garde en meer. Ook zijn er het straatbeeld bepalende moskeeën, zij het bescheidener en miniaturen vergeleken met de roomse bouwwerken. Moskeeën als de Arrahma, de Mariam en de Mosquéé Islâh zijn veel nieuwer dan de roomse broeders. Een interessant verschijnsel is wat ik de huiskamermoskee noem: in oude wijken zoal Noailles zie je een tot minaretloze moskee omgekat voormalig winkelpand waar de mannen gezellig wat bij elkaar komen – vrouwen zie je er nooit – om te bidden en de stand van Olympique de Marseille door te nemen.

Straten in de binnenstad mogen smal zijn, de voetgangers wordt een veilige wandelroute van zeker een meter breed geboden door beschermende stalen hekken en palen. Werkt perfect. De fiets zit nog wat in de verdrukking, die krijgt op zijn hoogste een smalle groene baan die vaak versperd is door bezorgauto’s; daar is nog veel te halen. (Race)fietszaken kom je in de binnenstad niet tegen. De metro heeft twee lijnen, die, vanwege een ingenieus bochtenwerk, de stad goed doorkruisen. Grote auto’s mijden maar liever de binnenstedelijke routes. Hoewel er in de binnenstad wel wordt gebouwd en gerenoveerd is er nog heel veel te doen. Heel veel straten zijn voorzien van verzinkbare stalen bolders. Niet voorbereide chauffeurs zie je vaak met de foon in de hand, paniekerig voorovergebogen en met een leger toeteraars achter zich overleggen met ambtenaren die aan de knoppen zitten, opdat Sesam zich opent.

Aan de kopse kant van Le Vieux Port is een schitterend kunstwerk: een spiegelende dakconstructie. Verder is er heus wel straatkunst maar niet overdadig veel.