De schreeuwende vrouw

Van onze verslaggever. Een kenniscafé was er al in Emmen. En vanaf nu, 18 september 2015, dus ook een cultureel café. De deuren van de bieb staan wijd open. Ik bedwing de lust naar binnen te fietsen. Gastvrouw/presentator Ellen Veenema verwelkomt bezoekers. Leuk, denk ik, zo kan het dus ook. Zeker zestig (laat ik voorzichtig schatten) mensen hebben gehoor gegeven aan de oproep via het filmhuis, de bibliotheek en enkele kranten. Even rond kijken. Niet alleen grijze kuiven deze keer, ik zie ook jongeren. Minimaal vier scribenten van het Dagblad van het Noorden. Drie van de vier hebben vanavond een klus. Nou, dat kan een mooi krantenstuk opleveren. Verder cultuurliefhebbers, waaronder maar liefst zeven (ex)gemeentedichters. De hoofdact is een interview met Zuidhorner Vierkant, directeur van Atlas. De door een redactiegroep voorbereide vragen geven Vierkant de gelegenheid iets van zijn culturele voorkeuren te tonen. Dat lukt prima: Bach, Debussy en Mulisch komen voorbij, maar ook voor mij onbekende muziekmakers. Met de cultuur zit het wel goed, denk ik. De vragen blijven leuk en vriendelijk en braaf. Het wordt dan ook een leuk interview. Maar ook een goed interview? Een heikel onderwerp blijft onbesproken. Krantenlezers weten dat Vierkant bij Martiniplaza is weggebonjourd omdat hij niet duidelijk was met cijfers. Theaterdirecteuren hoeven geen econoom of cijferfetisjist te zijn, maar onduidelijk en obscuur met getalletjes, mwaaah. Hoe kijkt hij er zelf op terug, vraag je je dan af en je hoopt dat hij de gelegenheid krijgt dingen op te helderen, te verduidelijken; iedereen verdient een tweede kans. Dat gebeurt helaas niet. Waarom blijft dit onbesproken? Het grote giswerk begint nu pas. Hoe was de benoemingsprocedure? Waren er meer kandidaten? Is Vierkant wel de eerste keus van Emmen? Was hij een koopje, het resultaat van intergemeentelijke handjeklap? Was het vermijden van de vraag naar het hoe en waarom van Vierkants vertrek uit Groningen een voorwaarde voor deelname aan ‘De schreeuwende vrouw’? Thuis word ik nieuwsgierig. Even googelen levert op dat Vierkant een exploitatietekort van bijna een miljoen voor de gemeente had verzwegen. Verzwijgers hebben iets tegen transparantie. In de culturele hoek wordt vaker gegoocheld met cijfers. Bezoekerscijfers, inkomsten, worden al te riant voorgesteld. Het was voor Vierkant goed geweest zijn kant van het verhaal te laten horen. Met een schone lei te kunnen beginnen in Emmen. Nu blijven de vragen knagen.

Na de pauze Bert Kampings mooie, eigenzinnige, stem en gitaar, een overactieve automatische deur, een bak nootjes op een stoel, Gerwin Groote die zijn column daadkrachtig met Shakespeare begint, een vrolijk rammelende trolley met lege flessen. Hé, ik zie een banier waarop vijf van de zes woorden goed gespeld zijn. Dan een discussie. Er wordt door een viertal deelnemers uit de theaterwereld (d’Ancona, Kluivers, Wink, Wortmann) gesproken over theater en het culturele klimaat in Zuidoost-Drenthe. Een mooi gesprek. De vrouwen doen het weer eens stukken beter dan de mannen. Kluivers ontvangt zelfs langdurig applaus. Soms neemt d’Ancona de rol van gespreksleider over. Waarom precies was er geen plaats voor Kluivers in het nieuwe Atlas-team? Samen omzetcijfers aanleveren is gemakkelijker dan het in je eentje moeten doen. Hoe komt het dat het Noord-Nederlands Toneel zo weinig publiek trekt? Waar ligt de grens voor het openhouden van subsidiestromen bij door het publiek genegeerde voorstellingen? ‘Als ik persoonlijk geraakt word,’ hoor ik, ‘dan is het, ook bij maar honderd bezoekers, goed.’ Mmmm. De happy few is al snel persoonlijk geraakt. Hoe komt het dat Shakespeare in Diever tweeëntwintig uitverkochte voorstellingen heeft? Waarom trekt het Aol Volk twaalf keer meer publiek in Emmen dan het NNT? Iemand spreekt serieus over een gebrek aan interactie tussen het publiek en acteurs. Werd er soms in slaap gevallen, gegaapt, niet of te zacht of op het verkeerde moment geklapt, gefloten, met witte zakdoekjes gewuifd, boe geroepen, met beugelflessen of tomaten gegooid? En ligt dat dan aan het publiek of aan de theatermakers? Daar heb je iets, denk ik. Wanneer theatermensen verwachten dat het publiek meer dient te interacteren ontstaat er al te gauw een curieus verwachtingspatroon waaraan moeilijk valt te voldoen.
Ik vergat een vrijwillige bijdrage te geven, realiseer ik me als ik met de fiets voor een stoplicht sta. Maar ja, entree betalen voor een café is nog niet mijn ding. Ik vertrek met meer vragen dan antwoorden en dat bevalt me.