Maarten ’t Hart 23 ‘Het roer kan nog zesmaal om’ (1984)

In de prachtreeks Privédomein verscheen in 1984 in negen hoofdstukken ’t Harts autobiografische Het roer enz. Wil je ’t Hart goed leren kennen, lees dan dit boek. Na een fraaie beschrijving van ’t Harts (over)grootouders volgt zijn kleuter- en lagereschoolperiode. Wijsneus Maarten ligt, mijlenver voor op zijn leeftijdsgenoten en dat weet hij. Over juf Van der Meulen en meester Mollema die enthou vertelt over ketterverbrandingen en de niet aflatende strijd tegen de papen. Op het lyceum zat M veelal in jongensklasse, zodat omgang met meisjes onmogelijk was. De studie biologie in Leiden begint harkerig maar bevalt M allengs beter en hij ontwikkelt een liefde voor plantjes (determineren) en later voor het gedrag van stekelbaarzen en ratten. Uiteindelijk promoveert Maarten.

Vervolgens beschrijft ’t Hart het ontstaan van zijn liefde voor muziek en zijn werkzaamheden als bediener van de sokkenbreimachine, Maarten breide één paar per dag, slagersjongen, bakkersknecht, aardbeien- en tomatenplukker, timmerfabriekmedewerker, leraar, universiteitsmedewerker tot zelfstandig letterkundige: schrijver. Interessant is hoe we  in deze autobiografische aantekeningen onderwerpen uit zijn verhalen en romans aangekondigd zien. Tussendoor vertelt Maarten over  zijn leeshonger, soms tot vijf boeken per dag.

Dan een stuk over ’t Harts ontwikkeling als uiterst productieve schrijver van romans, korte verhalen, artikelen en recensies, vooral in de tijd dat het proefschrift niet erg vlotte. ’t Hart vergeleek zichzelf steeds met de schrijfsuccessen van J.M.A. Biesheuvel, die aanvankelijk meer succes oogstte. Ook gaat ’t Hart in op (de effecten van) recensies en lezersreacties en de contacten met vertalers. Dan een hoofdstuk over films: ernaar kijken en eraan meewerken en over de oorlog, het leger, dienstplicht en zijn afkeer van verenigingen.

’t Hart schrijft met enthousiasme en vrolijkheid over zijn jeugd. Kritische noten bewaart hij voor het hedendaagse onderwijs en dan speciaal de middenschool. Of zijn angst voor tweedeklassen met zittenblijvers en zijn ondermaatse prestaties als leraar in lastige klassen daaraan hebben bijgedragen? ’t Hart besluit met een hoofdstuk over kerkgang, dominees, catechisaties en kerkscheuringen en de invloed daarvan op verliefdheden.