Maarten ’t Hart ‘De Huismeester’ 27 (1985)

Hoofdpersonage in de twaalf van redelijke, mooie via prachtige naar schitterende verhalen, met als centrale thema: geestelijk en fysiek ongemak en nog wat omwegen, is (de jonge) Maarten.

  • Het begint met een verhaal over een meester die kierewiet is na de oorlogshandelingen in Indonesië en het met zijn verloofde uitmaakt.
  • Dan over oom Henk die met dammen niet kan verliezen maar als ’t een keer gebeurt zeer gelukkig is.
  • Mannen in het dorp bakkeleien erover hoe ze een grote hond moeten vergassen in een speciaal daartoe bestemd vergassingshuisje, totdat iemand hem wil hebben onder de kar.
  • Als Maarten, 1e of 2e klas middelbare school, van een vriendje hoort hoe kinderen gemaakt worden, schrikt hij en piekert er een hele dag over totdat hij het zijn moeder vraagt die hem een voorlichtingsboek geeft.
  • Een aan Ménière lijdende hospita zegt een student de huur op die vervolgens voor stankoverlast zorgt door een vis onder een tafel te spijkeren. De hospita wil zelfmoord plegen en wordt opgenomen.
  • Een kamer zoekende student komt per ongeluk in een rij sollicitanten voor een baan als huismeester terecht, alle sollicitanten hebben een kwaal. Als hij zijn sleutel heeft zegt hij tegen de wachtenden dat hij de baan had gekregen en dat ze konden gaan.
  • Maarten hoort hem nog onbekende muziek als hij door Leiden wandelt. Er volgen talloze bezoekjes waarbij een vrijgezelle meneer hem muziek laat horen op zoek naar de componist. De man lijdt aan wanen.
  • Een vrouwelijke GGZ-medewerker test collega’s met bijzondere taken. De winnaar wordt de spermadonor van een kind.
  • De laatste twee (huwelijks)verhalen, over mannen die over hun vrouwen klagen, zijn niet de beste.