Maarten ’t Hart ‘De unster’ 29 (1989)

Mooie verhalen weer en enkele mindere, over rituelen bij huwelijk, overlijden en opvoeding. Alles doordesemd met religieuze dilemma’s en perikelen. Alle zeer anekdotisch, en sterke, maar nog steeds, zij het op de rand, geloofwaardige karikaturen. ’t Hart steekt graag de draak met poseurs, gasten die een lezing zullen bijwonen maar meer interesse in de drank en de maaltijd hebben en na het zien van gapende dieren vlot in slaap vallen.

‘De unster’ gaat over een echtpaar dat een bergwandeling maakt. Hij is in het bezit van enkele unsters om in discussies over lichtgewicht spullen met bewijs te kunnen komen. Ze denken permanent gevolgd te worden maar zien de volger niet. Later lezen ze over een bergwandelaar die door een beer is aangevallen.

Sommige verhalen zijn sleets en soms stelt de auteur mij op de proef met zijn ironie of laat hij zich gaan wanneer hij in ‘De verzameling’ (over sociaal gedrag van uni-medewerkers in de koffiepauze ergens (op p. 90) over de spoelkeukenmedewerkers zegt dat deze minvermogenden het laagste gedierte des velds zijn en (op p. 96) dat iemand ‘links, dus een Fascist in hart en nieren’ is. Hmm. Ook een verhaal over de cultuur van (bezoekers van) prostituees blijft wat onder de maat vanwege een teveel aan clichés, vooroordelen en (ongepaste) onnodige schimpnamen. De discussie in ‘Bethesda’ in een gesprek met een predikant of de aan het kruis gespijkerde Jezus en God een shock kunnen hebben is weer zeer aardig. De laatste twee verhalen gaan over insecten die veenmollen heten met een uitstapje naar de Tsjernobylramp en over het redden van een verlaten futenjong, parallel aan het thema draagmoeder.