Tennistoernooi

De afgezakte broek raakt moe en zweet
besmeurt het altijd blauwgerande wit,
dat voor de wedstrijd nog wel proper zit,
maar naderhand de leeftijd niet omkleedt.

Men loopt vergeefs naar links, vervolgens weer
naar rechts; en tussendoor poogt men vol vaart
een bal te slaan, welks baan beklagenswaard
wordt nagestaard door Onze-Lieve-Heer.

Hier speelt tragiek een wedstrijd tegen tijd,
zo stel ik vast; een ander sprak geschokt
van vuige schennis van de eerbaarheid.

O heer, terecht verbood u spotternij,
doch geldt dat ook als het wordt uitgelokt
door tennissers, bekeken van dichtbij?