Winterfietselfstedentocht VII

Na een doorfietsperiode in herfst en winter, letten op gezonde leefstijl en Dry January ben ik er klaar voor. Wat heb ik er een zin in! De hele week bouw ik aan mijn fysieke ontspanning, de poten zijn strak en de gedachten vrij. Ik slaap van 21.30 – 05.00 aan de Emmakade in een mooie logeerkamer bij een eersteklas hostess. Dan koffie, krentenbol en 500 gram yoghurt met fruit en muesli. Bij de start zie ik kortgebroekte Mark. Ondanks zijn 80 kms op zaterdag moet ik deze Mollema loslaten. Het is fris maar niet koud, winderig maar geen storm. Ik pik aan bij passerende groepjes. Overweeg welk kopgroepje mij het beste past. Aanpikken, kleven, volgen, hangen past bij zesenzestigjarigen als dubieuze zwijgzaamheid bij praatprogrammaeconoom Barbara B, de R-bank en Siewerd van L.

Als ik wat bredere billen zie, denk ik: wow, een vrouw, daar blijf ik achter. Dat gaat altijd lukken. Voor Sloten zie ik zijn baard. Een man met wat bredere heupen. Maakt die gedachte mij een seksist, vraag ik me tot Stavoren af. Elke stempelplaats verstevigt mijn fietsgevoel. Voorbij Sloten haak ik aan bij een kwartet snelle gasten. Accountmanagers in de zorg, schat ik. We jagen een hoge dertig, onder de dijk langs zelfs veertigplus. Bij Warns moet ik lossen. In Stavoren, na een krentenbol en een bidonrestje, voor pissen geen tijd, ga ik weer los. Ik zit op 29,8 gemiddeld. En dat met dertien keer wandelen bij stempelposten. Het aantrekken van mijn handschoenen kost veel tijd. Met moeite jaag ik weer op de zorgjongens. Beginveertigers. De beschermende luwte achter hen voelt als een verdiende uitkering.

Overal loert vertraging. In Hindeloopen stempelen verklede pijprokende oudheidkamermedewerkers. In Workum is het een passerend skûtsje. In Bolsward tank ik drie bouillon, een banaan en een krentenbol. Ik leg Canadese fietsers uit dat ministers de eed in het Fries mogen afleggen. Ze versnellen als ik over Gündoğans geile praatjes en billentikkerij bij Vonk begin. Ik zit nu op 30/uur. Richting Harlingen zit ik achter twee Stadskanaalster fysiotherapeuten, eindtwintigsters met gevlochten paardenstaarten. Franeker is zonbeschenen als verkiezingsprognoses voor GroenLinks. Overmoed ligt op de loer. Ik provoceer medefietsers en bestel een fles bier. Radler 0 %. Suikerwater. Twee plekjes op de billen worden gevoeliger. Snert, roggebrood met spek (!) in Stiens, en Fanta in de bidon. H e e r l i j k. Ik onderdruk mijn zin in een frikandel speciaal. De Matthäus Passion zit in mijn systeem. Het Mache Dich Mein Herze Rein dendert door mijn hoofd. Dokkum. Glas op de weg. Aldtsjerk. Naast me een man uit Slikkerveer met sportschoenen op de trappers, hij kijkt me aan als ik van neuriën overga op hard zingen van Ich will Jesum selbst begraben. In een grote groep bikkelen we naar Ljouwert. Het is bijna gezellig. Bonnema’s flat loert en lonkt.

Dan de aankomst bij de Elfstedenhal. Drie leuke vrouwen verwelkomen me en verrassen me met zoenen, een roos en getuigschrift. In het café wil een soort Frau Antje met mij op de foto.