1000 Stemmen: het plezier spat ervan af

Duizend mensen die muziek maken waar 1.500 mensen naar komen luisteren in een gebouw met misschien de beste akoestiek ter wereld. Het Concertgebouw. Twee topsolisten. Gouden componistennamen waar je maar kijkt. Geschilderde dirigenten. Daar ruil ik graag wat voor in. Bijna dagelijks studeren. Ik voel me een esperantist met dyslexie. Een Friese-Boys-speler in het Ajaxstadion. Nan en Etty worden Schreuder en Ten Hag, beiden wat vleziger. De handen, ogen, wenkbrauwen en mond van de dirigent vertellen me de lengte van de noten. Dankzij mijn fietsersconditie koste het me geen moeite. Mijn innerlijke drive zegt dat ik mijn stinkende best wil doen. Graag. Ik voel mijn verantwoordelijkheid.

Henk Poort en Tania Kross doen mee. Ze lijken superrelaxed bij de generale. Poort hand in de zakken. Tania een en al gulle lach. Toch hoor ik aarzelingen, missertjes en zie twijfels. Ook topspelers moeten trainen. Etty spreekt ze vriendelijk maar beslist toe, leidt, wijst en spoort aan, temporiseert, corrigeert. Wat een expressieve kop. Powervrouw. Ik geniet met volle teugen en span me lekker in. Zingen heeft iets van racefietsen: sprinten, freewheelen, remmen en aanzetten. Er zouden 68 tenoren zijn. Een zelfde koppeltje bassen. Dat betekent meer dan 430 sopranen naast me. Wow! Kristusziele! Het is geen wedstrijd maar ik wil niet worden weggeblazen.

Voor de sier houd ik mijn koorboek omhoog en fixeer eroverheen de dirigent. De teksten ken ik zo goed als uit het hoofd. Een vergeten lettergreep is eenvoudig te compenseren. Een inzet of lengtenoot niet. Mijn liefde voor orgelmuziek groeit als Martin Mans het orgel bepotelt, de vloer dreunt, mijn schoenneuzen willen onophoudelijk tikken, mijn bostkas beukt, mijn hart fibreert: dit is muziek, een feest, puur geluk! Anders dan bij hiphop, metal rock en dance-events heeft niemand oordoppen in. Dankzij mijn frontpositie met twee vleugels vlak voor me, kan ik onzichtbaar fotograferen.

Natuurlijk, er is wel eens iets wat ‘delay’ wordt genoemd, een split-second tussen instrument en zang, maar ik doe alsof het zo hoort. Van mijn fanclub in de zaal hoor ik dat bij het Operafantoom de mannen ondersneeuwen, maar dat het Ombra mai fu weer loepzuiver en verstaanbaar is voor hen die het Italiaans machtig zijn. Zelfs het moeilijke ‘The lost chord’ klinkt, vooral dankzij de tenoren, als een dijk. 1000 stemmen, h e e r l i j k…. het plezier spat ervan af. Voor meer foto’s: Concertgebouw 2022 – Grootkoor