Gepensioneerd

Men wandelt zonder doel, men leest en kuiert,
men doet de was wat vaker dan normaal,
men leest de krant drie, vier keer daags, en luiert,
men gaf zijn leven voor een klaslokaal.

Ze doen zo stoer, zo kwiek en energiek,
ze hebben veel te veel te doen – zo heet het –
maar duist’re weemoed knaagt en maakt hun ziek;
’t is heimwee naar hun oude school, ik weet het.

Bij ’t afscheid was er drank, gebak, een haring,
veel mooie woorden van de baas, een lied.
Het was een zeer uitputtende ervaring;
na afloop op de bank: kapoerewiet.

Nu is het feest, muziek speelt ongenadig,
de oudjes dansen als een kind zo blij,
ze drinken bier per fles, te overdadig,
het is op ’t randje van een slemppartij.

De toegangsprijs is voor Jan Lul zo’n dertig piek,
maar voor de vutters met bejaardenpas
kostte het niets, daarin schuilt nu de tragiek:
weer telt men niet echt mee, men steunt op charitas.