IN MEMORIAM  Tom Bottinga

Het bericht van zijn overlijden waait mijn kant op als een winters aanvoelende bui die uit velerlei hoeken en gaten aan komt dwarrelen. Mooi man dat hij het naast minnaar, echtgenoot en pa tot opa heeft geschopt, voor veel mannen een begerenswaardige positie in het hiervoormaals. We zullen zo’n twintig jaar vakcollega’s aan het Esdal College zijn geweest in, na het Fries, de mooiste taal op aarde. Leerlingen en sommige ouders zullen hem best eens wat streng gevonden hebben, maar dankzij docenten als Tom staat Nederland sinds jaar en dag fier op de eerste plaats in de Proficiency Index, dus ver voor inderdaad alle Scandinavische landen die in andere lijstjes altijd zo wanhopig proberen ons de loef af te steken en ook ver voor de zogenaamd warme landen die als het op Engelse taalvaardigheid aankomt koud als gazpacho zijn. Tom was een jaar of vier ouder dan ik, misschien zelfs wat wijzer en who knows iets zwaarder, hij was een levende reclamezuil voor de betere bretels als je het mij vraagt. Zonder mijn best te hoeven doen zie ik zijn onstuimige zeemansbaard en vrolijke krullenbol voor me. In de familieadvertentie lees ik over zijn welbespraaktheid, en dat hij af en toe wat politiek-incorrect en eigenwijs was. Geen slechte eigenschappen voor een senior-docent en voorzitter van de MR. Graag zou ik aan het lijstje het woord humoristisch toevoegen. Ik herinner me nog heel goed dat hij samen met Ted Schilder  ‘Ik bin schupt’  zong op de grote avond, beiden uitgedost in veel te strakke en te krappe bodybuildersbroekjes. In de MR moest Tom  discussiëren en wheelen en dealen met collega’s die zich uitsloofden in Prinzipienriterei, drammerige en stugge vasthoudendheid tegen beter weten in, maar die zonder uitzondering enthousiast waren en het beste voor hadden met het Esdal College, de enige school voor v.o. in Emmen die ook in de praktijk voor alle gezindten open staat. Ik herinner me heikele kwesties over nieuwbouw, salarisschalen, snoep in de kantine, gratis uit te reiken chromebooks en me-too gerelateerde issues. Deze kwesties leidden tot interessante, soms verhitte en altijd langdurige discussies en Tom had in een combi van charme, deskundigheid en gehaaidheid de kwaliteit overzicht te houden en een soort van eenheid te smeden waar we mee verder konden. En tsja, die afdelings- en kerndirecties, halfwassen teamleiders, inspecties, colleges van bestuur, gremia waar de MR soms mee te maken kreeg, ach, ze deden zonder uitzondering hun best. Tom was op zijn best als hij z’n kennis van het Engels kon etaleren en zonder moeite schudde hij een ‘You may fool all the people some of the time, you can even fool some of the people all of the time, but you can’t fool all the people all the time’ uit zijn mouw toen een kerndirectielid te vaak en te veel zijn eigen gang ging.

Tom jongen, rust in vrede en om met onze goede vriend The Shake te spreken: ‘When he shall die, take him and cut him out in little stars, and he will make the face of heaven so fine. That all the world will be in love with night, and pay no worship to the garish sun.’