JOURNAAL week 24

ZONDAG, belastingmoraal I. Maart 1969. Dokter Sjouke Bakker uit het Friese Kollum zet zich in voor Biafra. De Kollumer Courant schrijft en hervo/grefo predikanten preken over hem. Wij hebben een grote tuin die bomvol staat met eigenwijze narcissen (de enkelvoudige fijnbloemige Tazetta Narcissus).  Met mijn jongste zus opper ik het plan narcissen te verkopen voor dokter Bakker. We krijgen – gek genoeg – toestemming (want tuinbloemen afknippen is geen gewoonte). Tien stuks in een plastic boterhamzakje. Ik herinner me dat we 88 zakjes huis aan huis verkopen. Op het moment dat wij de poet gaan aanbieden aan het Sjouke-Bakker-comité zegt heit dat hij het bedrag met 37 gulden naar boven afrondt. Dat is het goede nieuws. Het slechte: i.p.v. met een zak guldens (die we met de dag hebben zien voller worden) bieden we een kale giroafschrijving aan. ’s Avonds aan tafel krijgen we les één van fiscale giftenaftrek.

MAANDAG, belastingmoraal II. Ik lees dat de nieuwe coalitie de giftenaftrek wil afschaffen. Balen. Vanaf het moment dat ik belasting betaal, slagen we erin een fiscale aftrek vanwege giften te krijgen. De laatste drie jaren beheren we (met onze zoons) het VDMF. Het VanderMeulenFonds is ingericht voor tien jaren en beheert een aandelenportefeuille. Gezamenlijk bespreken we de beleggingsstrategie en de goede doelen. Het VDMF is een mix van het enigszins volatiele ASML en brave ASN-fondsen. Jaarlijks doneren we 10% van het startbedrag aan goede doelen. Nu de giftenaftrek dreigt te verdwijnen komt het erop aan het leuk te blijven vinden en niet de spreekwoordelijke egoïstische altruïst te worden.

WOENSDAG, fietsen. Als een politica die van Dokkum naar Den Haag of Straatsburg verhuist worden mijn fietsgrenzen wijder. Niet een rondje Winsum – Onderdendam – Bedum, maar een rit van 160 kms.: Groningen – Leeuwarden – Heerenveen – Drachten – Groningen. In Akkrum neemt een bui me te grazen. De bakkersvrouw steelt mijn hart als ze mij een handdoek aanreikt. Het wordt zes uur fietsen. ‘n Kwartier rusten. Daarmee komt Groningen – Maastricht in beeld met 12 uur fietsen en twee uren rieleksen. Zou dus van 05.00 – 19.00 uur moeten kunnen lukken. Grenzen kun je oprekken. Dat zie ik aan één van mijn beste vrienden, oud-blaas-, hernia- en prostaatlijder, nu hielproblemenman, die ondanks alles een wandeling van zes uren maakt.

DONDERDAG, kunstacademie. Minerva en Instituut Frank-Mohr exposeren op 13 locaties in Stad de eindexamenwerkstukken van hun studenten. De tijd dat kunstacademies uitsluitend opleidden voor banen in het onderwijs is passé. Wel staat het beroep kunstenaar in de hoogste regionen van de rankings van bullshitbaanoverzichten. Aan Reitemakersrijge staat een schaftkeet met een op duurzaamheid gericht afstudeerproject van Koos Buist. Prachtig. Goed. Topstuk van Buist: ‘Deurbel voor het huis van de dode slak’. Koos Buist, naast  kunstenaar groenedakenontwerper, richt zich op kunst en educatie.

ZATERDAG Een kleine groep (internationale) demonstranten en studenten loopt door Stad. Ik herken de vrouw die ik eerder sprak bij het tentenkampje naast het Harmoniegebouw. Door een megafoon klinken de zangerige woorden Palestine en Revolution. Ik mis de woorden river, sea, Markuszower, en free. Ze worden begeleid door  verkeersregelaars. Het zijn bijna uitsluitend jongeren. ik zie Palestijnse sjaals en regenjacks. Ik denk met plezier terug aan mijn eerste demonstratie in Leeuwarden, augustus 1973. Ik was 17. Lichte opwinding. Nog herinner ik me de leus die we tegen de Griekse militair / politicus / president scandeerden: Weg met Papadopoulos. Het werkte, in november eindigde zijn presidentschap.